Monstertjes hebben ouders….

bully parants.png

  • Geluk komt van aandacht, ongeluk van verwaarlozen

Dit wordt geen leuke blog om te lezen. Althans, als u ook een van ‘afwezige’ ouders bent. Ouders die geen tijd meer hebben of maken om vanaf het prilste begin genoeg tijd met hun kinderen door te brengen. Als u zo’n terugtrekkende ouder bent, die wel de ‘lusten’, maar niet de ‘lasten’ wil van het hebben van kinderen. Zo’n vader of moeder die zich met alle energie op werk, carrière en het betalen van hypotheek, vakanties en spullen stort, en steeds minder in zijn of haar kinderen investeert. Met (een deel van hen) heb ik namelijk een stevig appeltje te schillen.

Schreeuwende, rond rennende kinderen in een restaurant en ouders die er lachend en vertederd naar te kijken. Kinderen die brutaal alles vragen wat ze willen weten en geen ouder die hen de mond snoert. Kinderen die alles willen hebben en het nog krijgen ook. Niets moet, alles mag, want dat is beter voor… ja, voor wie eigenlijk? Pedagogische weifelachtigheid en gemakzuchtige verwennerij hebben een generatie van onuitstaanbare prinsen en prinsesjes gebaard. Mirjam Schöttelndreier veegde in haar boek “Monsters van kinderen, draken van ouders” (1996) al eens de vloer aan met deze eigentijdse opvoedingsverdwazing. Vergeefs, zo lijkt het anno 2018. Het is tegenwoordig normaal om kinderen al in hun vroegste levensjaren in grote mate aan de zorg van anderen over te laten. Aan grootouders, gastouders, wisselende crècheleidsters en onderwijsgevenden.

Zo leerde mij deze week ook week een krantenbericht (AD). Volgens dat bericht moeten basisscholen in het speciaal onderwijs extra kleuterklassen openen om de toestroom van jonge kinderen met gedragsproblemen aan te kunnen. Volgens diezelfde scholen hebben niet per se die of meer kinderen aandoeningen, maar ontstaat het probleemgedrag met name door complexere thuissituaties: kinderen worden niet goed meer opgevoed.

U kent vast ook die verwende prinsjes en prinsesjes. Kindertjes die zich aan geen enkel gebod wat gelegen laten liggen. Of scholen die kinderen ’s ochtend of ’s middag ‘bijvoeren’ omdat ze thuis niet meer gezond eten.

De ‘losse’ nieuwtjes over deze ontwikkelingen roepen bij mij inmiddels niet allen medelijden of verbazing op. Ze leiden tot regelrechte irritatie. Simpelweg, omdat ze voor mij symbool staat voor een fundamenteel maatschappelijk probleem. Een probleem dat wij met onze jeugdhulp – hoe goed ook bedoeld – eerder dreigen te faciliteren, dan tegen te gaan.

Want laten wij eerlijk zijn: veel van die berichten over drukke, onbeschofte, ongezonde en ongelukkige kinderen hebben vaak te maken met de zich terugtrekkende of afwezige ouder. Ouders die geen tijd meer hebben of maken voor hun kinderen.

Dat is een harde constatering. Ik weet het. Maar het wordt ook tijd dat wij dat weer durven te zeggen. Niet, omdat het moedig is, maar omdat de rechten van onze kinderen daarom vragen!. Ik weet en begrijp dat het vandaag de dag lastig is om dit onderwerp te bespreken. Als ouders dit als aanval opvatten, dan zij het zo. Ik ga er dan vanuit dat zij de door mij aangereikte schoen passen. Mij gaat het maar om één ding: het belang van het kind. Ik wil iedereen aansporen n aanspreken dat belang nu eens als vertrekpunt te nemen.

Wat ik – helaas – te vaak en toenemend zie, is dat ouders de focus op zichzelf leggen en de kinderen ‘erbij’ doen. De leuke dingen, ja die horen bij hen. Maar de opvoeding? Dat is iets wat ze steeds meer zien als de taak van een ander. Met als resultaat dat ouders ’s avonds of in het weekeinde hun kinderen droppen bij een sportclub, zodat zij zelf ‘rustig’ boodschappen kunnen doen. Of ouders die hun kinderen uren met de tablet of computer laten spelen, omdat zij er dan in ieder geval geen last van hebben en hun eigen ding kunnen doen. Tijd voor je kind is niet meer logisch of vanzelfsprekend. Sterker nog, wij noemen het ‘qualitytime’.

Die verfoeilijke ouderlijke afwezigheid leidt tot een onleefbare samenleving met een onopgevoede generatie. En dan gaat het niet alleen om egoïstische en brutale kinderen, maar ook om stille binnenvetters. Het gebrek aan ouderlijke aandacht kweekt kinderen die permanent negatieve aandacht vragen, maar ook kinderen die fundamenteel onzeker in het leven staan. Kinderen zijn vaak een hele goede spiegel van ons functioneren als ouder. Schreeuwen ze, zijn ze gestrest, gedragen ze zich egoïstisch? Dan hebben ze het hoogstwaarschijnlijk van ons. Wat wij als ouders voorleven, dat doen zij na.

Daarom is mijn pleidooi: Laten wij onze kinderen weer op de eerste plaats zetten, en ons vanaf de wieg weer over hen ontfermen.  Daar, en door ons wordt een basis gelegd voor het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dáár leert een kind cruciale dingen als eten, spelen, zich sociaal gedragen.

En wij, overheid en hulpverleners, moeten stoppen met het faciliteren van de onwillige ouders.  Wij moeten vaders en moeders weer durven aanspreken op hun eigen opvoedingsverantwoordelijkheid. Want kinderen hebben is superleuk, geweldig, gezellig. Maar…je kunt als ouders alleen een kinderen wensen en opvoeden als je daar zelf voor de volle 100% achter staat. Want laten we eerlijk zijn. Een kind krijgen en opvoeden is een hele verantwoordelijkheid. En jij, als ouder, jij blijft altijd eindverantwoordelijke als ouder. Kies daar dus ook voor.

Laten wij die draken van ouders een halt toeroepen. Ouders die te aarzelend en gemakzuchtig om zich als ouder te gedragen, te tolerant en daardoor onmachtig. Ouders die weigeren echt volwassen te worden. Ouders die zo nodig tijd voor zichzelf willen hebben, niet geclaimd willen worden, en niet kunnen wachten tot hun kinderen groot zijn.

Dat heeft niks met ouderwets denken te maken. Het heeft te maken met de constatering dat ouders tegenwoordig wel kinderen willen, maar er nauwelijks tijd voor willen maken. En dat kan niet. Een kind is geen ding dat je af en toe tevoorschijn haalt en weer wegstopt als het niet goed uitkomt. Het is geen speeltje of statussymbool. Een kind verdient aandacht, liefde, tijd. Daar gaat het mij om. Om de basale rechten van een kind dat er zijn mag en niet vraagt om een vorm van gesubsidieerde opvang in een instituut dat – met de beste bedoelingen – juist de kinderverwaarlozing mogelijk maakt. Laten we daarin weer eens investeren. In elkaar en in onze kinderen. Daar wordt iedereen beter van.

De eerste stap? Begin eens klein. Door bijvoorbeeld ’s ochtends rustig met je kinderen aan tafel te ontbijten en te praten. Zet die wekker eerder, en doe het, elke dag. Of lees je kinderen eens zelf voor, in plaats van ze ‘met de tablet’ te laten inslapen. Zo geven wij onze kinderen aandacht en liefde mee, is plaats van een dossier van een kinderopvangorganisatie.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

 

 

Advertenties

Frustratie en verwaarlozing

verwaarlozing.png

  • Succes vraagt aandacht voor kleine dingen

Verwaarlozing is een pedagogisch begrip. In het strafrecht is het één van de vijf vormen van kindermishandeling; er worden vijf vormen onderscheiden: lichamelijke mishandeling, psychische mishandeling, lichamelijk-, psychisch – en seksueel misbruik. Ik gebruik ook als metafoor voor organisaties. Gewoon, omdat er veel overeenkomsten zijn met zorgelijke opvoedingssituaties. Er bestaan, zo leerde mijn werkpraktijk mij deze week weer, interessante parallellen tussen opvoedingsrelaties en verbindingen van volwassenen in organisaties.

Ik ben betrokken bij het opstellen van het jaarplan voor een organisatie die werkzaam is binnen het sociaal domein. Hoewel de financiële resultaten van deze organisatie alleszins tot tevredenheid dienen, is de directeur/bestuurder zeer ontevreden. Naar zijn mening is er bij de medewerkers sprake van onvoldoende commitment. Hij mist, zoals hij het zegt, betrokken- en gretigheid.

Toen ik mij verdiepte in zijn diagnose en analyse, ontdekte ik dat er bij de medewerkers van die organisatie sprake is van frustratie en verwaarlozing. De beheerszucht van de directeur/bestuurder blijkt zich bij voortduring te vertalen in (weer) een andere structuur. Dat leidt bij de medewerkers tot een toenemend gevoel van onderwaardering en onveiligheid. Met, naast risicomijdend en please-gedrag, hoge verloopcijfers als gevolg. In krap een jaar tijd vertrok 50% van zijn medewerkersbestand. Het gevolg?

  • Er is veel ruis en gedoe, en structureel en transparant overleg als antwoord daarop ontbreekt;
  • Opeenvolgende wisselingen in management en planning;
  • Op onverwachte momenten onverhoeds van bovenaf ingrijpen
  • Plannen en ambities ‘sterven op de drempel’. Iedereen weet dat zo langzamerhand en vertrouwt er ook op.

De kwaliteit van de relaties binnen deze organisatie worden, zo leerde ik, in belangrijke mate bepaald door een gebrek aan wederzijdse sensitiviteit en responsiviteit. Met als resultaat een kwalitatief arme relatie, gekenmerkt door een gebrek aan wederzijds vertrouwen en angst. Het werk is vergaand geprotocolleerd en de leiding voert een niet consistente taakgerichte en resultaatgerichte benadering door. De medewerkers voelen zich ‘in de steek gelaten’ en wijzen elke vorm van eigen verantwoordelijkheid af.

Het geheel laat zich als een los zand team kenschetsen. Onderlinge contacten zijn oppervlakkig en gaan over het hoogst noodzakelijke. De medewerkers worden cynisch, onverschillig, oneerlijk, onverantwoordelijk en keren zich innerlijk af van de organisatie. Ze beginnen te roddelen, verliezen respect voor de leiding. Ze worden bang voor verandering, kunnen nieuwe of veranderende eisen niet aan en boycotten dientengevolge nieuwe ontwikkelingen. Ze klagen over het nieuwe beleid en gaan in ‘overlevingsstand’: alles moet bij het oude blijven, want, elke verandering bedreigt hun cocon van zekerheid en houvast.

Een verwaarloosde organisatie, weet ik uit ervaring, leidt – net als bij kinderen – tot ontwikkelingsachterstanden. Wij zijn er om die ontwikkeling te begeleiden. En doen we dat niet goed, dan vertonen de organisatie en haar medewerkers na verloop van tijd hetzelfde gedrag als dat van verwaarloosde kinderen. Bovendien, hoe langer de verwaarlozing duurt, hoe ernstiger de symptomen. Net zoals verwaarloosde kinderen leren te overleven in het liefdeloze klimaat van thuis, zo leert ook personeel in een verwaarloosde organisatie te overleven. Wat dus te doen bij en met deze verwaarlozing?

Praktijkervaringen met verwaarloosde organisaties leren mij:

  • dat het altijd erger is dan je denkt;
  • dat er meer mis dan je aanvankelijk vermoedt;
  • dat wat mis is, dichterbij zit dan je denkt
  • dat het ook in de top van de organisatie zelf zit;
  • dat verbetering langer duurt dan men wil of verwacht;
  • dat macht slechts beperkt bruikbaar is.

De oorzaak van het probleem is meestal – net als bij ouders en verwaarloosde kinderen – een gebrek aan tijd en aandacht. Dat ook is wat ik de directeur/bestuurder spiegel: “Als jij geen tijd hebt en neemt voor de medewerkers, raak jij het contact kwijt. Er moet eerst een (nieuwe) basis gelegd worden, een relatie. Dat bereik je door aanspreekbaar te zijn, door de confrontatie aan te gaan, binnen een voorspelbare structuur. En je moet niet te snel te veel verwachten; je doelen – op prestatieniveau – aanvankelijk laag stellen. “Eigenlijk, zo houd ik de directeur/bestuurder voor. “moet je een paar stappen terug doen en het daar herstellen waar het is misgegaan. Bijvoorbeeld: er zijn al drie jaar geen functioneringsgesprekken meer gevoerd. Dan gaan we daar weer eens mee beginnen! Of: het werkoverleg wordt regelmatig afgeblazen. Doen we niet meer! Wekelijks hebben we werkoverleg, zodat mensen hun vragen kwijt kunnen. Kennis bijhouden? Dat is misschien een hele tijd in het slop geraakt, maar begin er weer mee. Dat is herstel.

Een team dat veel zelfstandigheid aankan, is het eindstadium van een ontwikkeling. Daarmee kun je niet beginnen! Dan wordt het oorlog, gaat het recht van de sterkste heersen en krijgt iemand die wil groeien geen kans. Het is een kwestie van volhouden en doorzetten. Ook wanneer het niet meteen lukt.”

Of het hem (en mij) gaat lukken? Ik heb er een hard hoofd in, want succes vraagt aandacht voor kleine dingen. En dat – helaas – is niet de sterkste kant van mijn opdrachtgever. Juist dat leidt bij hem tot frustratie….

Net als de ander: meetellen en meedoen

armoede5.png

  • Een samenleving kan niet bloeien, als het grootste deel daarvan arm en ellendig is.

Eigenlijk, vind ik, moeten wij ons schamen voor de wijze waarop wij armoede bejegenen. ‘Effe geen cent te makken’, de tv-serie waarin het echtpaar Froger een maand lang ‘arm’ was, maakte heel wat los. Armoede is welhaast amusement geworden. Is dat wat er nodig is om armoede uit de taboesfeer te halen?

In ruim 40 procent van de meldingen die bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) binnenkomen omtrent ernstige zorgen over de situatie van een kind, speelt financiële problematiek van de opvoeders een rol. Deze vorm van armoede is naast psychische problematiek en verslavingsproblematiek een van de grootste risicofactoren voor kindermishandeling. Een soortgelijk signaal kwam de afgelopen week van de Nationale ombudsman over knelpunten van vrouwen in de vrouwenopvang. Vrouwen in de opvang (kunnen) onder de armoedegrens komen omdat de theorie van wet- en regelgeving (zak- en kleedgeld dan wel bijzondere bijstand) niet overeenkomt met de dagelijkse praktijk.

Armoede, zo leren ook deze berichten, is niet zelden een bron voor veel leed en zorg. De oorzaak ook van noodzakelijke zorg en aandacht. Desondanks lijkt het er op, dat wij meer aandacht hebben voor de gevolgen (kindermishandeling, huiselijk geweld, en wat dies meer zij. Anders gezegd: symptoombestrijding krijgt meer aandacht en geld dan oorzaakbestrijding. Dat komt, zo blijkt ook uit onderzoek, omdat de uitvoeringspraktijk van wet- en regelgeving rond sociale en financiële voorzieningen op het dagelijks leven van kwetsbare burgers in crisissituaties niet aansluit op dat wat werkelijk nodig is en helpt.

De verschillende vormen van mishandeling komen soms tegelijk voor. Verwaarlozing en mishandeling komen vaak tegelijk en in combinatie met andere vormen van huiselijk geweld voor, zoals geweld binnen het huwelijk. Naast de directe schade veroorzaken verwaarlozing en mishandeling problemen op lange termijn, zoals psychische problemen en drugs- of alcoholmisbruik.

Het risico van verwaarlozing of mishandeling wordt groter bij een mensen die alleenstaand zijn en weinig te besteden hebben, een drugs- of alcoholprobleem of een psychisch en psychiatrisch probleem hebben, zoals een gering gevoel van eigenwaarde of een persoonlijkheidsstoornis.

Armoede is allereerst een gebrek aan geld. Het betekent dat een huishouden (te) weinig geld heeft voor basisbehoeften zoals huur, gas, water en licht, voeding, kleding, persoonlijke verzorging, gezondheidszorg en onderwijs. Maar het betekent ook dat er weinig geld is voor ‘sociale participatie’ zoals het ontvangen van bezoek of op bezoek gaan, openbaar vervoer, vrije tijd (sport of hobby) en vakantie.

In Nederland ben je arm als je een inkomen hebt op of onder de lage inkomensgrens (zie hiernaast) en hier langere tijd van moet rondkomen zonder dat je de mogelijkheid hebt om spaargeld aan te boren.

Armoede komt in vele gradaties voor. Door het niet hebben van betaald werk, ten gevolge van echtscheidingen of faillissementen. Armoede leidt tot spanningen, gevoelens van onmacht en falen. Het zijn gevoelens die mensen irriteren, boos en wantrouwig maken. Prima voedingsbodems zijn het voor verwaarlozing en geweld. Niet, omdat mensen daarvoor kiezen, maar omdat ze geen andere uitweg of uitlaatklep meer hebben.

Natuurlijk zijn uitingen van verwaarlozing en geweld niet goed te praten. Begrijpen kan ik ze wel. Voor mensen die verstoken zijn van het meedoen aan een school of werk gerelateerd, sociaal maatschappelijk leven met, is de dreiging voor sociaal isolement of uitsluiting groot. Een samenleving die deze noden niet ziet, mag niet verwachten dat deze mensen nu en later respect tonen voor die samenleving.

Sociaal isolement en uitsluiting is daarmee niet alleen de grootste bron van heel veel kwaad, ergernis en zorg. Het is ook de knop waaraan wij kunnen draaien om de oorzaak weg te nemen. Mee mogen doen en integreren zijn basisvoorwaarden in het creëren van een samenleving, waarbinnen men elkaar respecteert. Met meedoen, maak je sociale contacten, leer je hoe met elkaar om te gaan, wat voor een ander over te hebben, hoe te winnen en te verliezen. Mensen die zulke dingen niet leren of kunnen, komen ernstig tekort. Met ontwrichtende gevolgen voor onze samenleving. Omdat het niet zonder gevolgen voor de toekomst blijft.

Juist daarom moeten wij aandacht geven aan de echte oorzaak van veel problemen waaraan wij wel aandacht besteden. Waar omheen een hele economische zorgindustrie is ontstaan. Het is tijd dat wij dat doen wat werkelijk werkt: aandacht geven aan mensen die buitenspel (dreigen te) staan. Hun veerkracht door aanspreken van eigen kwaliteiten, zelfvertrouwen en zelfbewustzijn en het stimuleren van maatschappelijke participatie. De eerste stap?

Het actief opzoeken van mensen in hun eigen leefomgeving (ook zorgmijders en zorgmissers) en hen uit hun sociale of financiële isolement helpen. Zoals de gemeente Zaanstad dat doet bijvoorbeeld. Daar maken zij door middel van muziek het onderwerp armoede bespreekbaar onder jongeren. Zij zetten de Zaanse band Skere Heren in om opgroeien in armoede uit de taboesfeer te halen, door optredens te geven en informatiebijeenkomsten te combineren met muziek. De manier waarop Skere Heren ‘skeer zijn’ (armoedig zijn) bespreekbaar maakt in rapteksten, maakt iets los bij de mensen waardoor zij minder schaamte voelen om over het onderwerp te praten.

Natuurlijk, wij kunnen ook niets doen. Maar niets doen is voor mij geen optie. Gewoon, omdat ik weet wat het oplevert, als je weet dat je meedoet en meetelt!