Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 3

wie durft

  • Transformatie sociaal domein: Opgave en dilemma’s

Met de invoering van de Participatiewet, de nieuwe Wmo en de Jeugdwet per 1 januari 2015 is het sociaal domein in één klap het grootste domein binnen het takenpakket van gemeenten geworden, zowel financieel als inhoudelijk. Integraliteit binnen het sociaal domein krijgt daarbij – terecht – steeds meer aandacht.

De daarmee samenhangende transformatie in het sociaal domein is in volle gang. Betrokken publieke organisaties en professionals werken aan minder systeemoplossingen en kaders, stellen de inwoner centraal en leveren maatwerk. Het sociaal domein is in beweging en die beweging is voortdurend. Het streven steeds is beter te ‘doen wat nodig is’ voor inwoners in knelsituaties. Hierbij dienen zich regelmatig complexe vraagstukken, nieuwe maatschappelijke opgaven en dilemma’s aan. Niet in de laatste plaats, omdat de opgaven in het sociaal domein vaak de verschillende vakgebieden, geografische- en organisatorische grenzen en organisatiedoelen overstijgen. Dit vraagt om krachtige samenwerking.

Deel 3 van het vierluik “Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen” focust op deze opgave en daarbij opdoemende dilemma’s.

Zie ook:

  1. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 1 | Inleiding, Doel en Stand van zaken.
  2. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 2 | Transformeren, wat is het en wat vraagt het.

Hand-out

Een hand-out van de volledige presentatie kun je hier downloaden:

Advertenties

Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 2

wie durft

  • Transformeren, wat is het en wat vraagt het?

Inwoners die meepraten over het lokale sociale beleid, over hun leefomgeving en hun bestuur. Het is een prachtig ideaal en paradigma. Het is tegelijkertijd geen luxe maar noodzaak in een snel veranderende samenleving,

Alleen, hoe doe je dat? Wij worstelen met wat ‘transformatie’ nu werkelijk inhoudt en vraagt. Wat betekent integraal werken. Welke informatie en sturing is nodig? Hoe meten wij de resultaten?

De onderstaande presentatie, mede gebaseerd op wijze lessen van Jan Rotmans en inzichten die de Raad voor het Openbaar Bestuur deelde, is samengevat in een vierluik. Zij beoogt een verkenning van de vraagstukken waarvoor gemeenten, professionals en andere betrokkenen worstelen. Met als doel het – in ontmoeting en gesprek – samen vinden van passende antwoorden.

In het (onderstaande) tweede ‘luik’ focussen wij op het ‘transformeren’. Wat is het en wat vraagt het.

Zie ook:

  1. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 1 | Inleiding, Doel en Stand van zaken.
  2. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 3 | Opgave & Dilemma’s
  3. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 4 | Sturen & Bekostigen

Hand-out

Een hand-out van de volledige presentatie kun je hier downloaden:

Transformeren – Van papier naar praktijk

pic Transformatie - Van papier naar praktijk

  • Voor nieuwe dingen moet je ruimte maken

1 januari 2015 was het formeel startmoment binnen het sociaal domein van dat wat een radicale hervorming van de ondersteuning en zorg voor de inwoners teweeg moest brengen. Een grote, beloftevolle ambitie die wij ‘transformatie’ doopten.

Het klonk en klinkt goed. Het draait ook om goede bedoelingen, maar in de praktijk blijkt het doen van het denken verdraaid lastig. Niet in de laatste plaats, omdat wij eigenlijk geen concreet beeld of idee hebben over wat er, waarom en door wie, omgezet of omgevormd moet worden. Alles moet anders. Dat wel.

Oftewel: wij worstelen vooral met wat ‘transformatie’ nu werkelijk inhoud. Wat het betekent en wat het vraagt.

Deze video bevat een leidraad voor de het gesprek rond de verkenning van die worsteling en dat vraagstuk. Daarbij wordt de ontwikkeling binnen het sociaal domein geplaatst in de context van een brede maatschappelijke zoektocht.

 

De basisovertuiging, – het geven van de regie aan de inwoners blijkt naast een avontuur ook een grote uitdaging. Net zoals het antwoord op de vraag hoe overheden en maatschappelijke instellingen en instituties daarin participeren een zoektocht is.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Hoezo ‘transformeren’?

Dia3.PNG

  • Je moet doen wat nodig is

1 januari 2015 was het formeel startmoment van wat een radicale hervorming van de zorg voor de inwoners moest worden. Een grote, beloftevolle ambitie die wij ‘transformatie’ doopten.

Het klonk goed, draaide om goede bedoelingen, maar blijkt in de praktijk verdraaid lastig. Niet in de laatste plaats, omdat wij eigenlijk geen concreet beeld of idee hebben over wat er, waarom en door wie, omgezet moet worden naar een andere vorm. Oftewel: wij worstelen vooral met wat ‘transformatie’ nu werkelijk betekent.

De conclusie?

Transformatie is geen knop die je kunt omzetten. Geen veranderingsstrategie ook. Transformatie gaat over ons en onze verhouding jegens uitdagingen, wetten en regels. Gaat over kijken vanuit een ander perspectief naar hetzelfde vraagstuk. Over denken en doen in kansen en oplossingen.

Een dialoogsessie die ik mocht leiden (14 november 2017), richtte zich sterk op een verkenning van die worsteling en dat vraagstuk. De onderstaande video is een samenvatting daarvan.

Alles is klaar voor de coup – nu wij nog!

Dia3.PNG

  • Wij zijn de sleutel!

Overal in Nederland wordt er druk overlegd over de transformatie in het sociale domein. De echte veranderingen moeten nu gaan beginnen. Het motto van de meeste gemeenten is: we moeten het met z’n allen doen! Niemand in het bijzonder lijkt in de lead te zijn. Polderen dus. Gaat dat ergens toe leiden?

Peter Paul Doodkorte, senior-adviseur in het sociaal domein voor gemeenten en organisaties van welzijn, zorg, participatie en onderwijs blikt in deze video terug, maakt de balans op en kijkt vooruit. Zijn conclusie: “Alles is klaar voor de coup – Nu wij nog!”

 

 

Doorpakken en doen!

doorpakken en doen 2.png

  • Als alle methoden mislukken, probeer het dan eens met doorpakken en doen.

De decentralisatie (2015) van de taken op het gebied van de Jeugdzorg, Participatiewet en de AWBZ is het stadium van het op orde krijgen van de basis inmiddels wel voorbij. Rollen, taken, verantwoordelijkheden zijn wel duidelijk. Gemeenten pakken hun nieuwe verantwoordelijk serieus op, er zijn goede stappen gezet in het wijkgericht werken, hier en daar zijn pareltjes te zien van wat eigentijdse ondersteuning van inwoners genoemd kan worden. Maar om die transitie draait het natuurlijk niet. 1 januari 2015 was slechts een formeel startmoment van wat een radicale hervorming van de zorg voor de inwoners moest worden. Een grote, beloftevolle ambitie die wij ‘transformatie’ doopten. Het klinkt goed, draait om goede bedoelingen, maar blijkt in de praktijk verdraaid lastig. Niet in de laatste plaats, omdat wij eigenlijk geen concreet beeld of idee hebben over wat er, waarom en door wie, omgezet moet worden naar een andere vorm. Oftewel: wij worstelen vooral met wat ‘transformatie’ nu werkelijk betekent.

We nemen het woord ‘transformatie’ veelvuldig en snel in de mond.  Ook zelf bezondig ik mij daar gemakkelijk aan. Zo niet zelden het beeld oproepend dat ‘transformeren’ niet meer of minder is dan het indrukken van een knop op het toetsenbord van onze computer of iPad. Zo’n knop als waarmee je in fotoprogramma’s verschillende transformatiemethoden (roteren, schalen, schuintrekken, vervormen en perspectief) in één doorgaande bewerking toepast.

Zodra er vraagtekens zijn bij de kwaliteit van de zorg, er wachtlijsten ontstaan, of de uitgaven voor zorg de beschikbaar gestelde budgetten overstijgen, komt ‘transformeren’ om de hoek kijken. Want een ding is zeker: wat wij willen omvormen, dat is wel duidelijk. Lastiger en weerbarstiger is het antwoord op de vraag ‘hoe’ je transformeert. Of van wie dat actie vraagt; en waarom of waartoe dan? Bestuurders en professionals zijn voortdurend zoekende, maar de combinatie van de decentralisatie met de daaraan parallel lopende bezuinigingen maken het bepaald niet gemakkelijk. Eigenlijk ontbreekt ons de tijd. Nieuwe ideeën, nieuwe passie en met zijn allen geloven dat dit iets moois gaat worden. Dat lukt wel. Maar de tijd om ideeën en passies daadwerkelijk uit te diepen en te verkennen, die tijd ontbreekt.

Daarbij, en dat is wellicht de grootste valkuil: transformeren wordt teveel vereenzelvigd met veranderen. Veranderen echter is iets anders, beter of mooier doen dan dat je dat vroeger deed. Transformeren is nog helemaal niet weten wat je gaat doen. Veranderen is op het verleden gericht, met datzelfde verleden als maatstaf. Omdat we toen iets verkeerd deden, moeten we dat wat we verkeerd deden aanpakken. Met de wet van aantrekking als reisgenoot. Dat waar onze naar aandacht groeit. Dus, als we denken aan het veranderen van iets dat verkeerd ging, zal het dan beter gaan? Nee, het gaat misschien dan juist wel meer verkeerd. Neem de bureaucratie binnen het sociaal domein. Die moest en zou verminderen. Of die vermaledijde indicatieorganen! We bedachten een mooi alternatief: de sociale wijkteams. En wat doen die vooral? Juist ja, indicaties stellen.

Transformeren is op de toekomst gericht. Zonder enige last van het verleden iets nieuws creëren in de toekomst. Doordat we echter met de toekomst bezig zijn op basis van het verleden (dat is veranderen) herhalen wij eigenlijk het verleden. Zie daar de vicieuze cirkel waar we in vastzitten. Het voelt alsof we niet vooruitkomen, terwijl we toch zo verschrikkelijk ons best doen om onszelf – en liever nog ‘de ander’ te veranderen…..

Inmiddels groeit het ongemak en ongeduld rond het transformeren. De daarvoor geïntroduceerde ‘taal’ – van ‘eigen kracht’ tot ‘keukentafelgesprek’ en ‘transformatieopgave’, is eerder jeukjargon dan inspiratiebron geworden. Met enige regelmaat ervaar ik dat.

Het groeiend onvermogen om te beoogde omvorming daadwerkelijk handen en voeten te geven is naar mijn mening ook een gevolg van gebrek aan tijd. Bijeenkomsten daarover kenmerken zich door een te rijk gevulde agenda. Met allemaal punten die er toe doen. Waarbij wij elkaar tegelijkertijd in een deadlock tussen efficiency en doelgerichtheid zetten. Zodra het echt ergens over gaat, blijkt de tijd op. De volgende bespreking wacht immers al weer. Dus sluiten wij beleefd en welwillend af met een “Daar moeten wij een volgende keer wat dieper op ingaan.” Om de volgende keer onszelf weer te confronteren met een opnieuw rijk gevulde agenda. Met punten die er allemaal toe doen…..

Inmiddels is wel duidelijk dat het fundamenteel aanpassen van het sociaal domein begint met het transformeren van de geest. Het veranderen van onze kijk naar een vraagstuk. Net zo goed als het veranderen van de kijk naar mogelijke antwoorden daarop. Daarvoor zijn inspiratie en creativiteit de broodnodige brandstoffen. Transformatie draait om de magie van het (durven) dromen en de praktijk van het (durven) doen.

Dat dromen lukt nog wel. In grote, beloftevolle ambities zelfs Maar als het gaat om de weg ernaartoe en om de vraag wat nu precies goede, effectieve ondersteuning is, dan blijkt er nog veel handelingsverlegenheid.  De oorzaak daarvan? Het ontbreken van een gezamenlijk vertrekpunt. Ga maar eens een in gesprek over passende zorg, regie, eigen kracht, of de echte betekenis van ‘ruimte voor professionals’…

Transformeren is of mag geen papieren tijger zijn. Transformeren is een kwestie van schuren, schooieren en knutselen. Van ontmoeting en gesprek. Van co-creatie ook. En ja, transformatie binnen het sociaal domein is – mede door een vat vol van paradoxen – ook complex en niet rechtlijnig. Maar juist daarom is het van belang om grip te krijgen op de beoogde omvorming. Dat vraagt tijd en aandacht voor elkaar en elkaars belangen, net zo goed als een gemeenschappelijk denkraam.

Investeren daarin helpt alle betrokkenen om hun belangen anders te definiëren. Het helpt gemeenten om uitvoerders te inspireren en te binden. Het helpt professionals, instellingen en hun beroeps- en brancheorganisaties om samen te bouwen aan geïntegreerde ondersteuning. En dat is noodzakelijk om na een aantal jaren samen te kunnen beoordelen of we op de goede weg zijn.

De ruggengraat van de transformatie is het ontwikkelen van werkwijzen, producten en afspraken. Gaat over loslaten    en overlaten. Het is een zoektocht zonder duidelijke routekaart. Een verkenning waarbij de betrokkenen als partners in plaats van als partijen de route samen bepalen. Met het kompas op het doel  dat gebaseerd is op duidelijke antwoorden op de vraag wie, wat, wanneer en waartoe moet doen. Laten wij daarop doorpakken en doen.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Kiemen voor het nieuwe doen

kiemen.png

  • Om vooruit te komen moet je durven vallen

Door Peter Paul J. Doodkorte

Een verandering of ontwikkeling in gang zetten is per saldo niets anders dan gewoon doen. Eerst voelt het heel onnatuurlijk. Voelen wij ons weer bewust onbekwaam. Maar naarmate we meer oefenen en ervaring opdoen, wordt het onze tweede natuur. De uitdaging daarbij? Durven vallen. We leren allemaal door vallen en opstaan. Klein en groot.

Op verzoek van Landelijk Contact Gemeentelijk Welzijnsbeleid (LCGW) mocht ik 11 februari 2016 een college over de stand van zaken binnen het transitie- en transformatieproces geven. De headlines daarvan zijn terug te vinden in bijgaande video. Het resultaat: een verhaal over hoe je de zaken (ook) tegemoet kan treden. Fris en dwars. Maar ook over de schuurpunten die zich voordoen. Een verhaal dat – zo hoop ik – uitdaagt en prikkelt. Tot durven vallen vooral. Niet, omdat het moet, maar omdat het kan.

Veranderen is een werkwoord. Met – helaas – in toenemende mate – een negatieve lading. Omdat het tegenwoordig alleen maar over verandering gaat. Terwijl wij allemaal gewoontedieren zijn (geworden). Alles wat buiten onze comfortzone ligt is eng, leidt tot onzekerheid en – mede daardoor – een palet aan emoties.

Nederland zit in een transitie (overgang) en transformatie (omvorming) naar een nieuwe samenleving. De op 1 januari 2015 ingezette overdracht van taken en verantwoordelijkheden binnen het sociaal domein naar gemeenten beoogt daarop aan te sluiten en een antwoord te vinden op de daardoor veranderende verhoudingen. Niet, omdat het moet, maar omdat het kan!

Het blijkt in de uitvoering een ware expeditie. Een vindtocht doorheen bestaande systemen en nieuwe mogelijkheden. Een zoektocht ook langs vormen van financiering, inkoop- en contractvormen. Bij de beweging passende besluitvormingsprocedures, zeggenschap en verantwoordingswijzen.

In de uitwerking van die opdracht en uitdaging zijn overal ‘kiemen van vernieuwing’ waar te nemen. Vanuit een gedeelde visie en gevoel van urgentie, zijn zij de aanjagers van de verandering. Tegelijkertijd blijven wij kniesoren.

De terugtrekkende elastiekjes vinden (te) vaak hun houvast in oude systemen, beheersdrift, vreemde logica’s, ingehouwen wetmatigheden en vastgeroeste protocollen. Hierdoor blijft de transformatie vooral een technische operatie.

Onbedoeld en ongewenst dreigen veel sociale wijk- of gebiedsteams een soort van ticketbureau – een verkapt indicatieorgaan – te worden. Terwijl de ambitie en opdracht anders luidt: Samen werken aan het juiste, passende antwoord op de kans of uitdaging, de vraag op het probleem.

Om daaraan meer vaart en richting te geven dient – meer nog dan nu het geval – het perspectief van de individuele zorgvrager het vertrekpunt te zijn. Zoals ook de Transitiecommissie Sociaal Domein zegt: “Stel maatwerk centraal bij het ontwikkelen van beleid en diensten, passend bij de behoeften van de cliënt, in plaats van product-denken”. “Dat vraagt oefening in professionele bescheidenheid. De erkenning dat professionals – om duurzaam mensen vooruit te helpen – hulp nodig hebben van naasten, van nabije sociale verbanden en dat ze daar hun dienstbaarheid op moeten afstemmen.” (Pieter Hilhorst, Jos van der Lans ; Een jaar decentralisatie van het sociaal domein – een tussenstand | 5 januari 2016).

Om dat mogelijk te maken vragen (ook) de financiële spelregels aandacht. Aanbieders en professionals dienen meer ruimte voor het leveren van maatwerk te krijgen en te pakken. Over de financieringsschotten tussen onderwijs, welzijn, zorg, werk en inkomen heen. Daar knelt het.

De transitie was als het schuiven van dozen. Transformatie vraagt om meer dan het spelen met dozen. Dat vraagt fundamentele wijziging van de wijze waarop je denkt en doet. Het is, net als veranderen, een activiteit. Niet morgen, maar hier en nu!

Er is dus nog veel te doen. Er is ook al veel gedaan. Natuurlijk, soms gebeuren dingen die het incasseringsvermogen van de spelers op de proef stellen. Die pijn doen ook. Is die pijn fijn? Niet noodzakelijkerwijs. Nuttig is zij in ieder geval wel! Het is namelijk een waarschuwing om kenbaar te maken dat er iets mis is. Daar, in dat signaal ligt de kiem voor het nieuwe doen.