Slappe knieën

opvoeden 2.png

  • Opvoeden? Doe het lekker zelf!

“Kinderen moeten gelukkig zijn en hun dromen waarmaken – daar zijn alle ouders het over eens. Een complete generatie wordt op dit moment echter te verwend opgevoed. En als het tegen zit, mag ‘de overheid’ (lees: gemeente, het onderwijs, de jeugdhulp) het oplossen.  Ouders creëren te weinig weerbaarheid bij jongeren en kinderen, en dat is zorgelijk en – op den duur – onbetaalbaar.” Een lokale bestuurder die dat durft te beweren kom ik – helaas – nauwelijks tegen. Omdat daar de bevolking van de betreffende gemeente vermoedelijk nog lang over zal napraten.

En toch meen ik dat betere jeugdhulp in ons land dergelijke bestuurders meer en hard nodig heeft dan het geld waarom velen in Den Haag bedelen.

Gemeenten vormen de bestuurslaag die het dichtst bij de inwoners staat. Dat is juist! En daarom zijn zij ook bij uitstek geschikt om vorm en inhoud te geven aan de bij hun inwoners passende ondersteuning. Om die reden ook worden de laatste decennia steeds meer taken belegd bij de gemeenten. De kracht van deze beweging blijkt – zoals wel vaker – tegelijkertijd de achilleshiel: gemeenten staan te dicht bij de burger als het gaat om een goed beheer van de portemonnee.

Vooral in het sociale domein heeft per 1 januari 2015 een grote verschuiving plaatsgevonden. Gemeenten zijn sedertdien verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Gemeenten krijgen 1 budget vanuit het gemeentefonds om deze taken uit te voeren. En komen daaraan – naar eigen zeggen – fors tekort. Wethouders met jeugdzorg in hun portefeuille klagen steen en been over de aanhoudende tekorten op de jeugdzorg. Uitspraken als ,,Wij vinden het namelijk niet te pruimen dat de staatsschuld wordt afgelost met onze financiële reserves, doordat Den Haag, waar het geld tegen de plinten klotst, blijft korten op de budgetten voor jeugdzorg.” En “Er komt een eind aan de rek van de gemeenten.” Komen in tientallen varianten voorbij. Wat mij daarbij stoort is dat al die bestuurders voor de oplossing van hun problemen kennelijk maar één kijkrichting hebben: het Rijk. Daarbij doen zij alles wat in hun macht ligt, om het Rijk aansprakelijk te stellen voor de tekorten.

Laat ik duidelijk zijn: ik beweer niet dat er niet (tijdelijk) extra geld nodig is om het lokale speelveld van het sociaal domein op orde te brengen. Maar er is echt veel meer nodig dan geld alleen. Bovendien: elke euro die er extra uit Den Haag richting gemeenten gaat, komt – per saldo – uit de portemonnee van de inwoners.

Opvoeden is kennen en erkennen en begint bij de ouders. Zij moeten een echte relatie met hun kinderen opbouwen. Een goede ouder begeleidt en ondersteunt de kinderen. Stimuleert z’n kind om zelfstandig iets te doen. Toont zelf goed gedrag, kleineert of beledigt nooit, toont dagelijks liefde, corrigeert verkeerd gedrag, laat z’n kind in zijn waarde en weet met wie z’n kind omgaat. Hij of zij maakt elke dag even tijd voor zijn kind en praat en luistert met en naar z’n kind. Dat is de basis van iedere opvoeding. En ja, dat betekent ook hard werken, net als in een huwelijk. Een relatie bouwt zichzelf niet op, maar moet actief opgebouwd en onderhouden worden. Persoonlijke warmte en aandacht is in het contact met je kinderen van levensbelang. Ziehier de ingrediënten waaraan wij in onze samenleving een chronisch tekort hebben (opgebouwd). Veel ouders werken te hard. Voor hun baan, carrière, of status. Tijd en aandacht voor de kinderen ontbreekt vaak. Met alle gevolgen van dien.

De heftige maatschappelijke discussies over de tekorten in de jeugdhulp maskeren het werkelijke probleem.  “Problemen van kinderen worden steeds minder gezien als horend bij een (soms moeizaam) proces van opgroeien en opvoeden, en steeds meer als een signaal dat professionals moeten optreden en zo nodig ingrijpen. Zo ontstaat een toenemende ‘export’ van kinderen uit hun gewone leefsituatie naar professionele behandelcontexten. Ongeveer één op de zeven kinderen heeft op dit moment een indicatie voor speciale zorg, speciaal onderwijs of hulp in een justitieel kader. De verwachting is dat deze pedagogische professionals kinderen en/of ouders ‘repareren’, zodat het opgroeien en opvoeden daarna ongestoord kan verlopen” (Het opvoeden verleerd; J Hermanns, 2009).

De door Hermanns gesignaleerde ontwikkeling vraagt van ons en de door ons gekozen bestuurders een kritische zelfreflectie. Met implicaties voor zowel de rol van ouders, leerkrachten en professionele hulpverleners. En lokale bestuurders!  Want jeugdhulp kan niet alleen anders. Het moet anders! Het vraagt meer samen praten over hoe ze elkaar kunnen ondersteunen en daar samen afspraken over kunnen maken.

Naast de roep om extra geld zouden lokale bestuurder stelling moeten durven nemen tegen de slapheid en de laksheid van de in onze samenleving gegroeide opvoedingscultuur, waarin gehoorzaamheid een vies woord is, waarin grillen van kinderen en jeugdigen in toom worden gehouden door ze behandelen als prinsjes en prinsesjes en waarin de pleziertjes van sociale media en rondhangen met leeftijdgenoten voorrang krijgen boven serieuze studie en zelfverbetering.

De jeugdzorg lijkt een bodemloze put. Dat is en blijft zij, als wij niet op de juiste wijze investeren. De beste investering is opvoeden. En dat vraagt eerst en vooral een investering (in tijd en aandacht) van ouders zelf.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

De kunst van tijd en aandacht

mantelzorg tijd.png

  • Geld maakt meer kapot dan je lief is

De wereld is groter geworden en daarmee zijn ook onze doelen veranderd. Als je in de jaren tachtig aan iemand vroeg wat zijn doel in het leven was, was het antwoord bijvoorbeeld ‘voor anderen zorgen’. De moderne Nederlander heeft als doel ‘genieten van het leven’. Wij zijn opgegroeid in een welvarende tijd waarin zelfontplooiing vooropstaat. Alles moet leuk zijn in het leven van de hedendaagse mens: studie, werk, relatie, tijd voor jezelf. En als het er niet is, dan koop je het. Zoals aandacht voor de mensen die jij liefhebt, maar aan wie je die liefde niet kunt tonen. Omdat je het te druk hebt met je werk, je vrije tijd of iets anders.

Helpen, voorzien in, voeden, de hand reiken, luisteren, beschermen, verzorgen, knuffelen. Al deze aan zorg gerelateerde handelingen vereisen moed en gulheid, omdat ze heel wat inspanning omvatten. Zorgzaam zijn houdt in dat je jezelf aan de ander wijdt, je eigen behoeften opzijzet en aandacht besteedt aan wat de ander nodig heeft.

Voor iemand zorgen is een van de meest nobele dingen die we kunnen doen. Het maakt ons nuttig en waardevol in onze eigen ogen en in die van anderen. Maar ook al vind je het fijn om voor anderen te zorgen, als je slecht voor jezelf zorgt gaat het op een gegeven moment mis. Dan krijg je zelf te maken met lichamelijke en/of geestelijke klachten. Je hebt dan zoveel van jezelf gegeven dat je te weinig energie hebt overgehouden voor jezelf.

Sommige mensen staan altijd voor iedereen klaar. Ja je leest het goed ‘altijd’ en ‘voor iedereen’. In Nederland zijn dat – ondanks onze welvaart – nog altijd zo’n vier miljoen mensen. Iets meer dan een kwart van de bevolking dus. De realiteit van deze mantelzorgers in vaak rauw. Zij worden overladen met complimenten van mensen in hum omgeving of politici. Want zonder de mantelzorgers zou ons zorgstelsel onbetaalbaar zijn. Toch voelen mantelzorgers zich vaak niet gezien of gehoord. Ze missen ondersteuning, voelen zich overbelast of hebben behoefte aan advies.

Mantelzorgers zijn mensen die op vrijwillige basis zorgbehoevenden verzorgen en ondersteunen. Vaak gaat het om de partner, familieleden of vrienden. Dat is zelden een bewuste keuze. Het is iets dat mensen overkomt, waar ze langzaam of sneller inrollen. Hun oudere moeder of vader kan niet meer volledig voor zichzelf zorgen, hun partner krijgt dementie, hun kind krijgt een ongeval en raakt gehandicapt …

Veel mantelzorgers behoren tot de ‘sandwichgeneratie’: 50-plussers die zelf nog een gezin hebben met studerende of inwonende kinderen, maar die tegelijk zorgdragen voor hun ouders. Die wonen op hogere leeftijd nog in hun eigen huis, maar kunnen toch niet meer alles zelfstandig. Daarnaast worden veel ouderen ook zelf mantelzorger voor hun partner, wanneer die begint te sukkelen met zijn of haar fysieke of geestelijke gezondheid. De leeftijd van mantelzorgers neemt zo de laatste jaren steeds toe. Op dit moment is al 53% van de inwonende mantelzorgers ouder dan 70 jaar.  Mantelzorg krijgt vandaag de dag daarom terecht de nodige aandacht. Die aandacht wordt al snel vertaald in allerlei (betaalde) voorzieningen en instrumenten. Waarmee wij de kracht en betekenis van mantelzorg meer en meer uithollen.

Ik ben van mening dat het goed is dat we het ‘elkaar helpen’ – zonder er geld voor te vragen – koesteren. Dat doen wij echter niet door mantelzorg verder te professionaliseren. Dat getuigt van ontkenning van de bron van alle mantelzorg; de passie en betrokkenheid van mensen voor mensen. Het is onze taak om met mantelzorgers mee te bewegen en hen de mogelijkheden daarvoor te bieden. Niet, door alles ‘af te kopen’, maar door bijvoorbeeld zelf eens tijd te maken voor hen. Door ons te richten op het mantelen van de mantelzorgers. Door het ondersteunen van de ooit en – gelukkig nog vaak – authentieke drang om het leven van anderen samen een stukje mooier te maken.

De unieke kracht van mantelzorgers zit hem in de tijd en aandacht die zij nemen en hebben voor anderen. De mantelzorger vraagt – terecht – hetzelfde van hun omgeving. Tijd en aandacht zijn kostbaarder en waardevoller  dan geld.

Alles van waarde wordt gewoon als je het geen aandacht geeft. Daarom is aandacht voor de mantelzorgers terecht. Het zou echter jammer zijn als die aandacht geen oog heeft voor de essentie van mantelzorg. Daarom vraagt de juiste aandacht om een juiste blik. Waardering voor de mantelzorger draait niet om geld, maar om tijd en aandacht. Dat geven kost niks meer dan de bereidheid om zelf in actie te komen. Om en voor elkaar.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

Ongemakkelijke waarheid

tijd en aandacht.png

  • Jeugdzorg is een zeepbel geworden!

Het budget van gemeenten voor jeugdzorg is te krap. Maar meer geld alleen is niet genoeg, vindt de sector. Waar moet al dat geld dan heen, vraag ik mij af. In de overtuiging dat meer geld voor jeugdzorg onze problemen alleen maar zal vergroten. Of dat onzin is? Nee! Het is een ongemakkelijke waarheid.

Jeugdzorg kampt met problemen. Nog altijd. Kinderen en huisartsen merken het aan lange wachtlijsten, gemeenten merken het aan tekorten op de begroting. Een eenduidige verklaring voor de stijging is er niet. Wel sterke vermoedens. Natuurlijk, wijkteams komen letterlijk achter de voordeur bij inwoners. Ze signaleren problemen van kinderen eerder. Naar mijn mening echter vooral omdat er sprake is van een nieuwe  ‘moraal’. Waarbij wij in alles wat ons als opvoeder s ‘last bezorgt’ graag als probleem definiëren. Want dan kunnen wij er anderen mee opzadelen.

Driftbuien, druk gedrag, slaap- of eetproblemen: de ouders van nu leggen hun problemen wat graag voor aan ‘deskundigen’. Want de ouders van nu zijn druk. Met het regelen en jongleren met acties, tijd, aandacht, energie, relaties en verwachtingen. Waardoor de tijd en aandacht voor de kinderen bij deze ‘renners en planners’ een schaars goed geworden is. Ze krijgen veel afgevinkt en voelen zich helemaal geweldig. Zolang de kinderen zich volgens hun verwachting gedragen. Ouders hebben geen tijd meer, of maken geen tijd meer, om vanaf het prilste begin genoeg tijd met hun kinderen door te brengen. Ze zijn te veel met zichzelf bezig. En met hun carrière, vakantie, hypotheek en spullen. Ze willen tijd voor zichzelf hebben, en niet geclaimd worden. Ze willen wel kinderen, maar ze willen er tegelijkertijd nauwelijks tijd voor vrijmaken. Het is tegenwoordig normaal om kinderen aan de zorg van anderen over te laten. Aan grootouders, gastouders, en hulpverleners.

Zo is er tegenwoordig een brugklastraining. Want het idee van de brugklas zou onze tieners wel eens bang kunnen maken of onzeker? Zou wel goed komen? Als iemand over de brugklas begint, zeurt een stemmetje in het hoofd van onze tieners: alles wordt anders! Ja, en, denk ik dan. Hoe ging dat destijds met mij? Ik herinner mij die tijd nog goed; het laatste schooljaar op de basisschool, de musical, die laatste schooldag. Het was enerverend en spannend, maar ook uitdagend. En het leverde heel wat gespreksstof op aan de keukentafel thuis. Ongemakkelijke gesprekken soms ook. Voor mij, zowel als voor mijn ouders. Al hadden die daarmee al de nodige ervaring. Ik was per slot nummer zes die die overstap maakte!

De huidige tijd vraagt veel van ouders en kinderen. Waar vroeger de moeders nog klaar zaten met het kopje thee en waar kinderen na school nog heerlijk in en rondom huis konden tuttelen, moet er tegenwoordig gewerkt worden en is er weinig tijd voor elkaar.  Tegelijkertijd stellen wij steeds hogere (cito) eisen aan ouders en kinderen bij hun functioneren op het werk en school. Met het tempo van een hogesnelheidslijn loodsen wij onze kinderen door hun ontwikkeling. Waarbij uitstel of doublures uitgesloten (moeten) zijn. Alles moet perfect zijn en vinden we het moeilijk om afwijkingen van de norm te accepteren. En tegelijkertijd zijn er duizenden prikkels van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat. Al deze componenten samen leggen een enorme druk op kinderen. Als zij zich vervolgens ongelukkig voelen of betonen, doen ze hun ouders verdriet en dat is het laatste wat ze willen. Zo komen met name de kinderen steeds meer onder druk te staan en vliegen zij vaker en eerder de bocht. Met Jeugdzorg als antwoord, want tegenwoordig lijkt dat geen taak meer te zijn voor de ouders. Die besteden dat uit. Aan professionele instituten die van dit oudergemak een mooi verdienmodel van gemaakt hebben.

Het opvoeden van kinderen gaat met vallen en opstaan. Kinderen zijn niet altijd even makkelijk. Spijbelen, een boze bui, niet luisteren, te laat thuiskomen en ook liegen kunnen allemaal horen bij het gedrag van opgroeiende kinderen. Soms ook leidt dit soort gedrag tot problemen en kun je spreken van opvoedingsproblemen. Denk maar eens aan het gedrag van uw eigen kinderen in de peuter- of pubertijd.

De meeste opvoedingsprobleem zijn  – anders dan wij onszelf en anderen graag willen doen geloven – in eerste de plaats een probleem van ouders. Juist zij echter lijken zich – in toenemende mate – machteloos te voelen. Of onzeker, bezorgd en zelfs kwaad. Want dat dit een probleem van onszelf – de opvoeders – is, vinden wij een ongemakkelijke waarheid. Die wij dan ook graag bestrijden. Met een beroep op Jeugdzorg. Omdat wij ‘het beste’ voor onze kinderen willen. Onder het motto ‘gun je kind een eigen label’ ontschuldigen wij zo onszelf en zadelen wij onze kinderen op met een aan dat ‘label’ verbonden identiteit. In mijn optiek is jeugdzorg zo doorgeschoten naar de andere kant, en is jeugdzorg te rekbaar geworden.

Natuurlijk, er is jeugd die problemen heeft en specifieke zorg nodig heeft. Zoals er ook ouders zijn die daarbij extra ondersteuning verdienen of moeten krijgen. Ik ben dan ook ferm voorstander van een goed werkend en deugdelijk Jeugdzorg systeem. Vandaag de dag echter is Jeugdzorg een verzamelnaam voor een ratjetoe aan voorzieningen. Een systeem dat door marktwerking te veel professionals kent die in het ontzorgen van ouders en opvoeders vooral een verdienmodel zien. Met als resultaat een  tsunami aan overbodige oplossingen die niet van toegevoegde waarde zijn voor onze kinderen.

Echt van toevoegende waarde voor kinderen zijn veiligheid, structuur en aandacht. Geboden door mensen die voor onze kinderen van betekenis zijn: de eigen ouders.

Meer geld voor het sociaal domein? Ik vind het prima en wat mij betreft ook niet onnodig. Meer dan dat echter is een  koerswijziging nodig. En een fundamentele gedragsverandering bij ons als ouders, opvoeders en schoen, die een rol spelen in het leven van kinderen. Gebeurt dat niet, dan zal de Jeugdzorg een bodemloze put blijven. Dat is misschien een ongemakkelijke waarheid, maar wel een die hout snijdt en onze jeugd een goede toekomst geeft.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

Monstertjes hebben ouders….

bully parants.png

  • Geluk komt van aandacht, ongeluk van verwaarlozen

Dit wordt geen leuke blog om te lezen. Althans, als u ook een van ‘afwezige’ ouders bent. Ouders die geen tijd meer hebben of maken om vanaf het prilste begin genoeg tijd met hun kinderen door te brengen. Als u zo’n terugtrekkende ouder bent, die wel de ‘lusten’, maar niet de ‘lasten’ wil van het hebben van kinderen. Zo’n vader of moeder die zich met alle energie op werk, carrière en het betalen van hypotheek, vakanties en spullen stort, en steeds minder in zijn of haar kinderen investeert. Met (een deel van hen) heb ik namelijk een stevig appeltje te schillen.

Schreeuwende, rond rennende kinderen in een restaurant en ouders die er lachend en vertederd naar te kijken. Kinderen die brutaal alles vragen wat ze willen weten en geen ouder die hen de mond snoert. Kinderen die alles willen hebben en het nog krijgen ook. Niets moet, alles mag, want dat is beter voor… ja, voor wie eigenlijk? Pedagogische weifelachtigheid en gemakzuchtige verwennerij hebben een generatie van onuitstaanbare prinsen en prinsesjes gebaard. Mirjam Schöttelndreier veegde in haar boek “Monsters van kinderen, draken van ouders” (1996) al eens de vloer aan met deze eigentijdse opvoedingsverdwazing. Vergeefs, zo lijkt het anno 2018. Het is tegenwoordig normaal om kinderen al in hun vroegste levensjaren in grote mate aan de zorg van anderen over te laten. Aan grootouders, gastouders, wisselende crècheleidsters en onderwijsgevenden.

Zo leerde mij deze week ook week een krantenbericht (AD). Volgens dat bericht moeten basisscholen in het speciaal onderwijs extra kleuterklassen openen om de toestroom van jonge kinderen met gedragsproblemen aan te kunnen. Volgens diezelfde scholen hebben niet per se die of meer kinderen aandoeningen, maar ontstaat het probleemgedrag met name door complexere thuissituaties: kinderen worden niet goed meer opgevoed.

U kent vast ook die verwende prinsjes en prinsesjes. Kindertjes die zich aan geen enkel gebod wat gelegen laten liggen. Of scholen die kinderen ’s ochtend of ’s middag ‘bijvoeren’ omdat ze thuis niet meer gezond eten.

De ‘losse’ nieuwtjes over deze ontwikkelingen roepen bij mij inmiddels niet allen medelijden of verbazing op. Ze leiden tot regelrechte irritatie. Simpelweg, omdat ze voor mij symbool staat voor een fundamenteel maatschappelijk probleem. Een probleem dat wij met onze jeugdhulp – hoe goed ook bedoeld – eerder dreigen te faciliteren, dan tegen te gaan.

Want laten wij eerlijk zijn: veel van die berichten over drukke, onbeschofte, ongezonde en ongelukkige kinderen hebben vaak te maken met de zich terugtrekkende of afwezige ouder. Ouders die geen tijd meer hebben of maken voor hun kinderen.

Dat is een harde constatering. Ik weet het. Maar het wordt ook tijd dat wij dat weer durven te zeggen. Niet, omdat het moedig is, maar omdat de rechten van onze kinderen daarom vragen!. Ik weet en begrijp dat het vandaag de dag lastig is om dit onderwerp te bespreken. Als ouders dit als aanval opvatten, dan zij het zo. Ik ga er dan vanuit dat zij de door mij aangereikte schoen passen. Mij gaat het maar om één ding: het belang van het kind. Ik wil iedereen aansporen n aanspreken dat belang nu eens als vertrekpunt te nemen.

Wat ik – helaas – te vaak en toenemend zie, is dat ouders de focus op zichzelf leggen en de kinderen ‘erbij’ doen. De leuke dingen, ja die horen bij hen. Maar de opvoeding? Dat is iets wat ze steeds meer zien als de taak van een ander. Met als resultaat dat ouders ’s avonds of in het weekeinde hun kinderen droppen bij een sportclub, zodat zij zelf ‘rustig’ boodschappen kunnen doen. Of ouders die hun kinderen uren met de tablet of computer laten spelen, omdat zij er dan in ieder geval geen last van hebben en hun eigen ding kunnen doen. Tijd voor je kind is niet meer logisch of vanzelfsprekend. Sterker nog, wij noemen het ‘qualitytime’.

Die verfoeilijke ouderlijke afwezigheid leidt tot een onleefbare samenleving met een onopgevoede generatie. En dan gaat het niet alleen om egoïstische en brutale kinderen, maar ook om stille binnenvetters. Het gebrek aan ouderlijke aandacht kweekt kinderen die permanent negatieve aandacht vragen, maar ook kinderen die fundamenteel onzeker in het leven staan. Kinderen zijn vaak een hele goede spiegel van ons functioneren als ouder. Schreeuwen ze, zijn ze gestrest, gedragen ze zich egoïstisch? Dan hebben ze het hoogstwaarschijnlijk van ons. Wat wij als ouders voorleven, dat doen zij na.

Daarom is mijn pleidooi: Laten wij onze kinderen weer op de eerste plaats zetten, en ons vanaf de wieg weer over hen ontfermen.  Daar, en door ons wordt een basis gelegd voor het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dáár leert een kind cruciale dingen als eten, spelen, zich sociaal gedragen.

En wij, overheid en hulpverleners, moeten stoppen met het faciliteren van de onwillige ouders.  Wij moeten vaders en moeders weer durven aanspreken op hun eigen opvoedingsverantwoordelijkheid. Want kinderen hebben is superleuk, geweldig, gezellig. Maar…je kunt als ouders alleen een kinderen wensen en opvoeden als je daar zelf voor de volle 100% achter staat. Want laten we eerlijk zijn. Een kind krijgen en opvoeden is een hele verantwoordelijkheid. En jij, als ouder, jij blijft altijd eindverantwoordelijke als ouder. Kies daar dus ook voor.

Laten wij die draken van ouders een halt toeroepen. Ouders die te aarzelend en gemakzuchtig om zich als ouder te gedragen, te tolerant en daardoor onmachtig. Ouders die weigeren echt volwassen te worden. Ouders die zo nodig tijd voor zichzelf willen hebben, niet geclaimd willen worden, en niet kunnen wachten tot hun kinderen groot zijn.

Dat heeft niks met ouderwets denken te maken. Het heeft te maken met de constatering dat ouders tegenwoordig wel kinderen willen, maar er nauwelijks tijd voor willen maken. En dat kan niet. Een kind is geen ding dat je af en toe tevoorschijn haalt en weer wegstopt als het niet goed uitkomt. Het is geen speeltje of statussymbool. Een kind verdient aandacht, liefde, tijd. Daar gaat het mij om. Om de basale rechten van een kind dat er zijn mag en niet vraagt om een vorm van gesubsidieerde opvang in een instituut dat – met de beste bedoelingen – juist de kinderverwaarlozing mogelijk maakt. Laten we daarin weer eens investeren. In elkaar en in onze kinderen. Daar wordt iedereen beter van.

De eerste stap? Begin eens klein. Door bijvoorbeeld ’s ochtends rustig met je kinderen aan tafel te ontbijten en te praten. Zet die wekker eerder, en doe het, elke dag. Of lees je kinderen eens zelf voor, in plaats van ze ‘met de tablet’ te laten inslapen. Zo geven wij onze kinderen aandacht en liefde mee, is plaats van een dossier van een kinderopvangorganisatie.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

 

 

Tel geen dagen

 

tijd

  • Wat is tijd?

Hoog in de bergen woonde een wijze kluizenaar. Op een dag kreeg hij bezoek van een groep reizigers. Ze vroegen hem honderduit over zijn leven tot één van de mensen hem vroeg naar de betekenis van tijd. De kluizenaar werd stil en antwoordde enige tijd later: “Ik zal jullie een verhaal vertellen over een man die wiens hart volkomen opging in het Licht van de Grote Geliefde. Geen dag, geen uur ging voorbij zonder dat zijn Liefde voor dat Licht in zijn hart vlamde. Zijn doen en laten waren er helemaal door vervuld. Velen dachten echter dat hij niet goed bij zijn verstand was.”

Op een dag kwam er een geleerde naar hem om hem uit zijn waan te bevrijden. Hij wilde hem duidelijk maken hoeveel jaren van zijn leven hij had verspild en daarom vroeg hij hem: “Zeg me, hoe oud ben je?” Hij moest de vraag een paar keer herhalen voordat zijn woorden tot de man doordrongen. Alsof hij wakker werd uit een droom keek de man de geleerde aan en antwoordde met zachte stem: “Ik ben duizend en vijftig jaren oud.” “Wat… wil je me soms voor de gek houden?” riep de geleerde verbaasd uit. “Dat kan niet, niemand wordt zo oud, misschien ben je inderdaad zo dwaas als de mensen beweren!”

Maar de man keek kalm naar de uitbarsting van de geleerde en toen deze enigszins tot bedaren kwam zei hij: “Ik ben duizend en vijftig jaar. Waarom ben je daar zo verbaasd over? Duizend jaar duurde het ogenblik dat ik het Licht van de Grote Geliefde voor het eerst in mijn hart mocht schouwen, en vijftig is het aantal jaren dat ik moest wachten tot dit wonder gebeurde.”

 

De waarde van liefde

liefde.png

Er was eens een eiland waar gevoelens leefden zoals geluk, droefheid, kennis en alle andere menselijke eigenschappen waaronder Liefde.

Op een dag zonk het eiland in zee en iedereen vertrok. Liefde was de enige die achterbleef. Ze vroeg aan rijkdom of ze mee mocht in zijn boot. Maar rijkdom antwoordde: “Nee, dat gaat niet, mijn schip zit al vol met goud en zilver.”

Liefde vroeg hetzelfde aan ijdelheid maar zijn antwoord was: “Sorry, maar je bent helemaal nat, je zou alleen mijn spullen maar beschadigen.”

Toen vroeg Liefde het aan verdriet maar deze was zo verdrietig dat ze alleen wilde zijn. En geluk was zo met zichzelf bezig dat hij haar niet eens opmerkte.

Opeens klonk er een stem die zei: “Kom Liefde, ik zal je meenemen.”

Liefde was zo overweldigd door dit aanbod, dat ze zelfs vergat te vragen waar ze heen gingen. Toen ze op droog land aankwamen was de stem zo snel als hij gekomen was weer verdwenen. Liefde wist niet eens wie haar redder was. Ze vroeg het aan wijsheid en die zei: “Het was de tijd.”

Liefde vroeg: “Waarom hielp de tijd mij?” en wijsheid antwoordde: “Omdat de tijd als geen ander weet hoe waardevol liefde is.”

Onbetaalbaar is de tijd

slak1

  • Over de rijkdom van de slak

De dieren hielden een grote vergadering om uit te vinden hoe ze zich zouden kunnen beschermen tegen de roofbouw van de mensen.

“Van mij nemen ze bijna alles,” klaagde de koe. ”Ze nemen mijn melk, mijn vlees en zelfs mijn huid.”

“Het gaat mij ook niet veel beter,” zei de kip. “Eerst nemen ze steeds mijn eieren weg en uiteindelijk moet ik aan het spit.”

“Van mij nemen ze het vlees en mijn mooie huid,” knorde het varken. “Het is schandalig.”

“Je hebt helemaal gelijk,” viel de kanarievogel hem bij. “Ze sluiten mij op, omdat ze mijn gezang zo mooi vinden. Had ik maar niet zo’n mooie stem.”

En zo hadden allen wel iets te klagen: de herten, de hazen, de vogels en de vissen, de walvissen en de zeehonden, de luipaarden en de olifanten.

 Toen allen hun bezwaren hadden genoemd, was er de zachte stem van de slak: “Wat ik heb, zouden de mensen onmiddellijk van mij afnemen, als ze dat konden. Want ik heb precies wat ze het meeste missen om goed te kunnen leven: ik heb de tijd!”