De speld op de mouw regeert!

beren 2.png

  • Van beren op de weg naar durven kiezen!

Het vraagstuk ‘subsidiëren of inkopen’ of ‘subsidiëren of aanbesteden’ staat op heel wat agenda’s. Zo leerde het nieuws van de afgelopen weken. Overheden en organisaties binnen het werkveld van welzijn en zorg wikken en wegen maar komen niet tot keuzes. Zij zien teveel beren op de weg. Wanneer je vervolgens vraagt hoe die beren er dan uitzien, of welke kleur ze hebben, weten ze het eigenlijk niet. Hetgeen bij mij de vraag doet rijzen, of zij die beren überhaupt wel hebben gezien! Eerder lijkt er sprake is van een grenzeloze besluiteloosheid. Het is tijd dat overheden op dit punt nu eens durven doen!

Voor gemeenten blijft het inkopen van Wmo en jeugdhulp een complexe opgave, zo blijkt uit onderzoek. In de afgelopen jaren is het ontbreken van kennis en betrouwbare informatie daarover een voortdurende bron van discussie geworden. En ook nu nog worstelen gemeenten – net als de betrokken aanbieders van welzijn en zorg – met de voortdurend verschillende en met elkaar conflicterende opvattingen daarover. Diverse gemeenten ervaren het ‘moeten aanbesteden’ van zorgtaken als knelpunt. Zo ook de minister van VWS, Hugo de Jonge. In een brief aan de Tweede Kamer (juli 2018) constateert hij dat veel gemeenten worstelen met aanbestedingen in het sociaal domein. Ze ervaren deze volgens hem vaak als een administratieve last die veel complexiteit met zich meebrengt. De minister wil daarom onder meer in Europa ruimte zoeken om “aanbesteden in het sociaal domein op passende wijze vorm te geven.”

De opstelling van de minister helpt bepaald niet bij het geven van duidelijkheid. Zijn stellingname roept de vraag op, of hij zelf wel grip heeft op de materie. In diezelfde week immers presenteerde Binnenlands Bestuur een even interessante als andere stelling: “Negentig procent van de contracten voor Wmo-voorzieningen en jeugdhulp besteden gemeenten Europees aan, terwijl dat niet nodig is.”

Moet aanbesteden nu wel, of niet?

Zie hier de oorzaak van het eindeloze wikken en wegen. Eigenlijk wil niemand het, zoekt iedereen muizengaatjes en geitenpaadjes om er onder uit te komen, maar doen wij ondertussen braaf wat wij denken dat wij moeten doen. Daarbij voorbij lopend aan de logica van ons gezonde verstand. De speld op de mouw regeert!

Of ik gek ben geworden? Ik meen van niet. Ik weet mij ook gesteund door onderzoek (van het PPRC en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi); juli 2018) en de praktijk in enkel gemeentes die – als waren zij Asterix en Obelix in bezet Gallie – moedig weerstand bieden aan de onzinnige aanbestedingsfetish waaronder Nederland gebukt gaat.

Zeker, ik erken dat er op dit punt grote onduidelijkheid is onder de gemeenten. Het is echter een onduidelijkheid die zij zelf organiseren. Ze spreken in inkoopdocumenten vaak van een ‘aanbesteding conform Zeeuws model’ of ‘bestuurlijk aanbesteden’ terwijl feitelijk niet wordt aanbesteed. Ze houden zich bij de inkoopprocedure aan meer regels dan volgens de wet strikt noodzakelijk is. Zo stelt ook onderzoeker Niels Uenk (PPRC).

De urgentie van een discussie over ‘verplicht Europees aanbesteden’ die op het Binnenhof en in veel gemeenten wordt gevoerd, is – helaas – een bezigheidstherapie geworden voor besluiteloze bestuurders, managers en andere betrokkenen.

‘Subsidiëren of inkopen’ of ‘subsidiëren of aanbesteden’ is een keuze die voortvloeit uit de wijze waarop je als overheid iets wilt realiseren en met welke partijen je daartoe wilt gaan samenwerken. Met het verlenen van subsidie of het geven van een opdracht worden die samenwerkingsrelaties geformaliseerd. Het is een keuze die samenhangt met de wijze waarop je wilt sturen. Oftewel: het gaat over het antwoord op de vraag hoe je als overheid partijen in de samenleving zover probeert te krijgen dat zij bijdragen aan het realiseren van een maatschappelijk gewenste situatie.

Beide regimes – subsidiëren of aanbesteden – bieden in principe dezelfde sturingsmogelijkheden. Het is niet zo dat subsidie betere of slimmere sturingsmogelijkheden biedt dan inkoop, of andersom. Kernpunt is met name de vraag hoe overheden de relaties met partijen in de samenleving vorm willen geven. Als partijen of als partners.

Die laatste vraag is cruciaal. Steeds meer gemeenten en organisaties voor zorg en welzijn ontdekken dat optimaal samenwerken in de keten essentieel is om toevoegende waarde te creëren. En juist daarbij past het – ten onrechte – veelgebruikte instrument van ‘aanbesteden’ slecht bij. Samenwerken binnen welzijn en zorg is een teamsport; om succesvol te zijn heb je zowel goede spelers als goed samenspel nodig. Daarbij moet er niet alleen op de kosten worden gelet (vaak de bron van de keuze voor aanbesteden), maar vooral en meer ook op kwaliteit, innovatievermogen, risicoreductie en de mogelijkheden voor synergie. Zaken als lokaal partnerschap en samenwerking, continuïteit van de zorginfrastructuur en ruimte voor lange termijn investeringen moeten centraal staan.

Samenvattend: Bestaat er een verplichting om (Europees) aan te besteden in de zorg? Het antwoord op die vraag is eenduidige ‘nee’: er is geen verplichting tot aanbesteden opgenomen in bijvoorbeeld de Jeugdwet of de Wmo 2015. In deze wetten staan slechts bepalingen die alleen gelden als gemeenten er zelf voor kiezen om aan te besteden, omdat zij een overheidsopdracht in de markt willen zetten. Dit is echter niet de enige manier waarop zij aan hun verplichtingen in het sociaal domein kunnen voldoen. Gemeenten hebben de keuze uit 4 mogelijkheden: Inbesteden, Subsidie, Overheidsopdracht en Open House. Dat zijn geen beren op de weg, maar keuzes die gemeenten moeten (durven) maken. Het ‘spook van de aanbesteding’ is dus voor een groot deel narigheid die wij zelf veroorzaken met het zien van niet bestaande beren op de weg en spinsels in onze hoofden!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Advertenties

Als dingen fout lopen, loop dan niet met ze mee

fout lopen.png

  • De echte meesters komen binnen langs de achterdeur

“5 redenen waarom het inkoopcircus bij de jeugdzorg in Twente niet werkt”, kopte het Algemeen Dagblad op 9 december boven een artikel van Josien Kodde. “De jeugdzorg in Twente is geen ‘markt’. De sector moet worden verlost van het systeem van de jaarlijkse aanbestedingen. Dat vinden grote zorgaanbieders als Ambiq, Jarabee en Tactus.” Met deze aanbieders ben ik van mening dat lieden van geest een einde moeten maken aan dit circus van  onnozelen.

De jeugdzorg, tot 2015 gesubsidieerd door de provincies, kreeg sedert de decentralisaties te maken met marktwerking en aanbesteden. Met de decentralisaties werd daarmee een inkoopcircus ingevoerd dat weinig goeds brengt.  Zo vinden niet alleen de hulpverleners die ermee moeten werken, maar ook bijvoorbeeld partijen in de Tweede Kamer. Ook Kamerleden willen inmiddels dat gemeenten jeugdhulp kunnen inkopen zónder Europese aanbesteding. Zo  bleek uit het Algemeen Overleg Jeugdhulp in de Tweede Kamer op 23 februari 2017. Verschillende fracties vroegen toenmalig Staatssecretaris Van Rijn om te kijken naar alternatieven voor de zorginkoop.

Veel gemeenten hebben namelijk grote moeite met het inkopen van Jeugdzorg en de Tweede Kamer vreest – wat mij betreft terecht – dat er sprake is van doorgeslagen marktdenken. Natuurlijk moeten instellingen een gelijke kans krijgen voor een opdracht, maar de aanbestedingen lijken nu vooral – zo niet uitsluitend – gericht te zijn op de laagste prijs. Met desastreuze gevolgen voor de kwaliteit en continuïteit van zorg.

De aanbesteding van jeugdhulp voor 2018 in inmiddels in steeds meer regio’s uitgelopen op een worsteling. Zo leert ook berichtgeving in onder andere Binnenlands Bestuur en NRC. Verschillende jeugdhulpaanbieders hebben zich teruggetrokken of aangekondigd zich terug te trekken uit aanbestedingsrondes (William Schrikker Groep, Leger des Heils. Pluryn) in een of meerdere regio’s. In plaats van gesprekken over samenwerking en vernieuwing van de zorg, stokt de dialoog tijdens de aanbestedingsperiode en wordt noodzakelijke samenwerking bemoeilijkt. Op sommige plaatsen heeft de rechter de strijdende partijen al opnieuw rond de tafel moeten zetten.

De aanbestedingen zijn zo tot bureaucratisch gedrocht en juridisch steekspel verworden. Goed voor heel veel werkgelegenheid, dat wel. Maar ook voor een kostenpost die vak direct ten laste komt van voor uitvoerende zorg bestemde gelden.

De huidige minister van VWS, Hugo de Jonge, sloeg als wethouder in Rotterdam ook al alarm over de aanbestedingen in het sociale domein. Zijn ambitie ging destijds veel verder en Jeugdzorg Nederland deelt die terechte ambitie.

Wie nu (nog) roept “Er zijn Europese regels waarin staat wanneer je wel of niet moet aanbesteden. Daarin staat ook wanneer er een verlicht regime van toepassing is,” kent de mogelijkheden van de wet- en regelgeving onvoldoende. Er is – veel minder dan gedacht en uitgedragen – helemaal geen noodzaak tot het aanbesteden van jeugdzorg. Die ‘noodzaak’ is er alleen als je dat perse zo wilt uitleggen. Wie echter goed kijkt, leest en oordeelt, weet dat ook het opdragen van jeugdzorg op basis van subsidie tot de mogelijkheden behoort. Zo leerde ook mijn werkpraktijk in de gemeente Wijchen. Die gemeente subsidieert vanaf 1 januari 2018 de coöperatie Rondom Wijchen; een samenwerkingsverband van zo’n 60 aanbieders van welzijn en zorg. Vanuit de vaste overtuiging dat aanbesteden geen ander doel dient dat de race naar de laagste prijs. Maar ook, omdat het de zo gewenste en noodzakelijke samenwerking frustreert en meerjaren investeringen eerder belemmert dan stimuleert. Bovendien is een aanbestedingsprocedure duur en tijdrovend. Bovendien zijn gezonde prikkels tot marktwerking ook op subsidiegrondslag heel goed te incorporeren.

Afstappen van aanbestedingen is volgens mij op dit moment dus niet alleen inhoudelijke zwaar gewenst, maar ook wettelijk gezien mogelijk. Het inkoopsysteem kan daarmee een stuk eenvoudiger, aangenamer en minder kostbaar. Maar, zoals het wel vaker geschiedt: Voor de echte meester wordt de rode loper niet uitgerold. Zij komen binnen langs de achterdeur.

Bij dat alles wil ik ook een nadrukkelijk pleidooi houden om de onderhandelingen over redelijke kostprijzen voor diensten en producten binnen de zorg te centraliseren. Waarom zo moeilijk doen als het samen kan. Centralisatie van de onderhandelingen over tarieven zal naar mijn mening bijdragen aan de gewenste en noodzakelijke inhoudelijke decentralisatie. Als het geld duidelijk en geregeld is, kan en zal het bij het gesprek op decentraal niveau niet meer over de prijs gaan, maar over de beste en meest effectieve organisatie en slimme uitvoering van ondersteuning en zorg voor inwoners. Gesprekken gaan dan weer over kwaliteit, presentie en betekenis voor de mensen en wie voor hetzelfde geld beter bieden kan! Dat zijn pas echter pikkels voor passende zorg; op tijd en op de maat van mensen.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.