Pestkoppen

pauw.png

  • Journalistieke mee-lachers

De pestproblematiek onder de jeugd lijkt – dankzij de nodige aandacht daarvan –af te nemen. Dat kan echter niet gezegd worden van het pestgedrag onder en tussen de ‘grote’ voorbeelden; de volwassenen. Die zijn nog lang niet opgelost. Zo leerden mij de afgelopen weken. Onophoudelijk en met welhaast satanisch genoegen werd en wordt de nieuwbakken fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer, Rob Jetten, bij voortduring als kop van (journalistieke) jut gebruikt.

Geen enkel zichzelf respecterend (?) radio- of televisieprogramma met ook maar de fleem van journalistiek eraan wilde er van weg blijven. En ja, dat zijn vaak dezelfde programma’s en journalisten of presentatoren die vooraan in de rij staan om schande te spreken van pestgedrag door en van jeugdigen. De wereld is welhaast te klein als een paar rotjochies in Zoetermeer pesterig een interview met ene heer Nawijn verstieren.

Volwassenen, zo leerde ik, zijn geen haar beter. In een voortdurende ratrace om hun eigen (vermeende) superioriteit voor het voetlicht te brengen vertrappen zij hun gasten en gesprekspartners. Bij voortduring stralen zij daarbij uit dat de ander niet tot hun ‘kaste’ behoort. Daarom mogen zij niet, wat journalisten en zelfbenoemde commentatoren  – onder het mom van degelijke journalistiek of at daarmee samengaat – wel menen te mogen.

Uitgelachen worden, is een van de grootste vernederingen die er is. Net zo goed als niet serieus genomen worden. En wat maken wij volwassenen anderen graag het mikpunt van spot. We stoten ons mikpunt graag uit de groep. Als een paria. De mee-lachers lachen mee. Uit angst dat ze zelf verstoten worden.

Vernedering stond ook bij de presentatoren en journalisten centraal die Rob Jetten als mikpunt namen. Eigenlijk was er maar een boodschap: “Jij gedraagt je niet, zoals wij vinden dat jij je moet gedragen. En dat pikken wij niet.”  

“Hoe komt het dat je je eerste optreden zo slecht hebt gemaakt? Je bent niet bijster intelligent, hè!” En pats, de vernedering hakt erin. Je kunt kiezen: òf boos worden òf je mond houden. Erger wordt het als een journalist of presentator jou vervolgens ook nog eens neerzet als een leugenaar, iemand die om de feiten heen draait. Niet, omdat het (aantoonbaar) zo is, maar omdat de gesprekspartner niet dat zegt wat de interviewer graag wil horen. De interviewer is eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd in de waarheid. Hij wil nieuws, een scoop, een relletje, want dat verkoopt.

Dubbelhartig, laag en onprofessioneel vind ik het. Zeker, als diezelfde personen bij een volgend item of in een volgend programma moord, brand en schande spreken over wangedrag van anderen. Vooral ‘publiekelijk’ graag. Omdat zij anders zijn, omdat zij slimmer zijn, omdat zij het beter weten.

In de volwassenenwereld is pesten net alleen net zo hard, maar vaak ook veel minder subtieler. Alleen noemen wij dat, om ons pestgedrag te verbloemen, ‘kritiek’. Met nauwelijks nog onschuldige plagerijtjes, treiteren en iemand voor schut zetten poetsen wij ons eigen blazoen op.

Natuurlijk, het is overdreven om te stellen dat de media of journalisten alleen maar pesten. Daarmee zou ik geen recht doen al veel van het ook goede werk dat zij doen. Desondanks ben ik van mening dat zij zich meer rekenschap moeten geven van hun voorbeeldrol. Waarom bijvoorbeeld spreken zij schande van ramptoerisme, maar staan zij zelf – vaak al eerder dan de hulpdiensten – op de plaats des onheils? Als het is om ons van nieuws te voorzien, is daar niks mis mee. Anders wordt het als zij door hun optreden en hun jacht op nieuws het werk van hulpverleners onmogelijk maken of frustreren. Dan is het eerder te kwalificeren als pesterig hautain gedrag. De politieman, brandweerman of arts mag misschien de oorzaak nog niet weten, maar wij – de journalisten – wij weten het wel!

Het zal niet gebeuren, maar wat als Rob Jetten zich als gevolg van alle pesterijen vanuit de journalistiek van het leven zou benemen? Of als hij een van die journalisten te lijf zou gaan? Zoals Anthony D. die op 10 oktober 2014 een medeleerling dood stak op het schoolplein van het Corbulo College in Voorburg. Zijn zij dan net zo kritisch op hun eigen gedrag als op dat van die school toentertijd? Het personeel dat toch had moeten zien dat die medeleerling gepest werd door de dader?

Als de journalistiek zichzelf serieus genomen wil zien, zal zij zich ook serieus moeten gedragen. Moet zij niet omwille van de kijk- of luistercijfers bezondigen aan pestgedrag. Kritiek leveren mag; graag zelfs. Maar doe dat op gepaste wijze. Het stoort mij juist daarom dat al die journalisten, commentatoren en hun platforms zo graag en vaak teruggrijpen op het werk van collega’s. Ik noem dat geen journalisten, maar mee-lachers

Mijn advies? Melk het niet uit. Waak voor tendentieus gedrag. Want dat is niet alleen de bananenschil voor geloofwaardigheid. Het maakt ook meer kapot dan ons lief is!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Advertenties

Kijk naar je eigen

kijk nar je eigen.png

  • Zo , eigenlijk is dat best een erge kutopmerking

Terwijl de schoonmakers sinds vannacht bezig om de boel weer weer schoon te krijgen na het geweldige feest ligt zij in tranen. Gisteren ja, toen genoot zij van het geweldige feest dat er ter ere van de verjaardag van haar vader werd gevierd. Toen vroeg iedereen om haar hand. Wilde iedereen met haar op de foto. En nu, op haar bed gelegen, leest zij de commentaren. In de kranten en in de social media. Over haar kleding en haar postuur. Iedereen heeft een mening en wenst die te delen. Wat dat met haar, een 14-jarig meisje, doet? Wat het voor haar betekent? Niemand lijkt het zich af te vragen.

Ik probeer het mij voor te stellen. Dat je weet en leest wat iedereen over en van jou vindt. Van wat jij doet en laat, van hoe jij eruit ziet en wat jij draagt. Volgens de vele commentaren is het allemaal niks, over de top of juist veel te netjes. Om nog maar niet te spreken over jouw postuur. Dat van nature kennelijk net een maatje meer is. Ik zou het liefste weg willen kruipen. Er niet (meer) zijn.

Kledingkeuze en uiterlijk weten wij, zijn in ons land veel  voorkomende redenen om te pesten. Alleen in Italië en Portugal worden mensen nog vaker gepest om wat ze aan hebben. Op Twitter ging het op de jaardag van haar vader opnieuw over haar gewicht. Al terwijl zij liep te stralen, vonden sommige mensen op social media het nodig om de tiener te bestempelen als dik. Net als vorig jaar was haar figuur het gespreksonderwerp.

Over die constatering en dat pesten spreken wij graag schande. We trekken spreekwoordelijk alle maatregelen uit de (kleding-)kast die genomen moeten om het pestprobleem structureel aan te pakken en om daders op hun gedrag en verantwoording aan te spreken.  Desondanks veranderd er niets. Wat zeg ik, wij maken er welhaast een volksfeest van!

Uiteraard ben ik er mij goed van bewust dat pesten dikwijls heel lastig is om structureel aan te pakken, omdat het dikwijls in het geniep en buiten het zicht gebeurt. En dan niet te vergeten het taboe wat nog steeds heerst om melding te maken van pesten, want ‘klikken’ en ‘klagen’ doe je natuurlijk niet. Maar het feit dat in ons ‘tolerante’ Nederland nog dagelijks mensen worden gepest, ja zelfs geterroriseerd is in feite diep triest en een ware schande voor ons land.

Pesten, zo leerde ook de verjaardag van de vader van dat meisje, is helaas een groot maatschappelijk probleem. Er worden overal anti-pestprotocollen, weerbaarheid-strainingen en anti-pestbeleid geformuleerd, inmiddels zelfs verplicht gesteld door de overheid. Het helpt alleen onvoldoende. Sterker nog: wij vermommen pesten als ‘commentaar’; want dat mag je natuurlijk best geven. Maar pesten? Nee, `pesten’, daar doe ik niet aan mee!

Met dat meisje van 14 stel ik vast dat wij allemaal de neiging hebben ‘meeloper’ te zijn. Mensen die mee lachen bij een rotopmerking of die pesters bewust of onbewust steunen in hun pestgedrag. Of wij zijn dankbare toeschouwers, die zien dat er wordt gepest, maar niets doen, erbij weglopen of denken dat hij of zij er wel tegen kan?

Tegen al deze mensen wil ik zeggen: wordt wakker! Wat zal het ons ‘de reet roesten’ of iemand al dan niet in de kledingkast van ouders, broers of zussen, vrienden of vriendinnen grasduint en er vervolgens zelf een mooie outfit aan heeft? Welk recht hebben wij anderen ‘de maat’ te nemen?

Laten wij al die betweters nu eens de mond snoeren. Door er niet meer aan mee te doen. Door te laten weten dat het ons niet interesseert wat zij ervan vinden. Door ons – eventjes  maar – te verplaatsen in die ander. Ons voor te stellen hoe wij het zelf zouden vinden, als anderen over ons kwaad spreken. Of door stelling te nemen. Al was het maar door te zeggen “Zo , eigenlijk is dat best een erge kutopmerking”.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, dan vechten ze met je

fake

FAKE SMILE is een korte film over een jongen genaamd Tieme.

Tieme word gepest… zoals wel meer mensen… helaas kan pesten lijden tot grote gevolgen.. dat zien sommige mensen niet in!

 

De Boskampi’s – pesten de baas

deboskampis01

Eigenlijk had Rik Boskamp liever een andere vader gehad. Eentje die niet zo’n verstrooide sukkel was. In de maffiafilms gaat het er heel anders aan toe! Rik wil ook wel bij de maffia horen: je kunt alles doen zonder er straf voor te krijgen en iedereen vindt je cool. Als hij en zijn vader gaan verhuizen, besluit Rik dat hij voortaan als Rikki Boskampi door het leven gaat. De hele buurt gelooft Riks verhalen over zijn maffia-vader. Iedereen wordt doodsbang voor ‘de Boskampi’s’, en dat zorgt voor spannende én hilarische situaties! Maar hoe houdt hij het verhaal tot in lengte van dagen in stand?

De Nederlandse film De Boskampi’s heeft de prijs van de kinderjury gewonnen op een filmfestival in Duitsland. Eerder won de film over al een prijs in Zuid-Korea.

Maffiabaas

De Boskampi’s gaat over een jongen die op school wordt gepest. Wanneer hij in een nieuw dorp gaat wonen, doet hij alsof zijn vader een maffiabaas is. Zijn vader heet dan niet meer Paul Boskamp, maar Paulo Boskampi.

In Nederland gingen meer dan 100.000 mensen naar De Boskampi’s. Daarom kregen de makers een Gouden Film.

Hé dooie…

Voor de ogen van haar klasgenoten heeft een vijftienjarige scholiere uit Staphorst dinsdag een einde aan haar leven gemaakt. Op weg van huis naar school sprong zij bij een spoorwegovergang voor de trein vlak voor de school zou beginnen. Dit bericht schrok mij – zoals velen – deze week op.

Het bericht bracht en brengt mij even stevig van slag. Omdat het bij mij appelleerde aan eenzelfde gebeurtenis, zo’n 43 jaar terug. Als brugklasser – ik bezocht dat jaar de scholengemeenschap Nebo-Mariënbosch te Nijmegen – was ik ooggetuige van eenzelfde noodsprong van een klasgenootje. Wij fietsten na schooltijd met een groepje van 5 klasgenoten van school via d’Almarasweg richting huis. Die weg kruiste met een spoorbaan. De spoorwegovergang sloot juist toen wij kwamen aanrijden. En terwijl wij rustig voor de spoorbomen stonden te wachten, stapte mijn klasgenootje rustig van zijn fiets en liep vlak voor onze ogen en de aanstormende trein het spoor op.

Het waarom van zijn doen is mij nooit helemaal duidelijk geworden. Destijds werd gezegd dat de oorzaak lag in een slecht rapport. En ouders die dat niet zouden pruimen. Nu, zoveel jaren later, realiseer ik mij dat hij destijds ook wel geplaagd of gepest werd met zijn prestatiedrang.

De sedert afgelopen dinsdag naar aanleiding van dit voorval – voor de zoveelste keer – oplaaiende discussie over de impact van pesten op een kinderleven riep ook andere herinneringen op. Als jong jochie vond ik het verschrikkelijk wanneer ik door straat-, buurt- en klasgenootjes werd aangeroepen met “hé dooie”. De wijze waarop dat gebeurde gaf mij een sterk gevoel van schaamte voor mijn naam. En een gevoel van vernedering. Ik wilde dan het liefst stilletjes wegkruipen of verdwijnen.

Het grappige is dat onze zoon, door zijn vrienden ook regelmatig aangeroepen met hetzelfde “hé dooie’’ dit juist meer als een geuzennaam lijkt te beschouwen. En onze kleindochter verklaarde op de 21ste september – toen onze zoon officieel in het huwelijk trad met haar moeder – vol trots ‘dat mama nu ook (eindelijk) Doodkorte mag heten’. Wat ik maar zeggen wil: het is vaak ook een combinatie van meerdere factoren: de toon van de muziek, de omstandigheid, de persoonskenmerken van het individu, enzovoort.

Er gaan – zo blijkt uit onderzoek – zeker zo’n vijfduizend kinderen niet meer naar school omdat ze daar zo gepest worden. De angst voor afwijzing maakt dat ze uit angst thuisblijven en geen basis- of voortgezet onderwijs meer volgen. Dat zijn rampzalige en schokkende cijfers.

Volgens Kinderombudsman Marc Dullaert is het tijd: er moet nu écht werk worden gemaakt van een aanpak van pesten. “Na elk incident laait de maatschappelijke discussie over pesten weer op, om na een paar weken weer stil te vallen”, aldus Dullaert.

In het Kinderrechtenverdrag staat dat alle kinderen recht hebben op een veilige omgeving en dat ze moeten worden beschermd tegen discriminatie, dus ook tegen pesten. Dullaert wil daarom in gesprek gaan met kinderen, onderwijsorganisaties en pestdeskundigen om de problematiek van pesten in Nederlandse scholen aan te pakken. Volgens anderen dient elke school in Nederland voorzien te zijn van een pestprotocol, iets waar de onderwijsinspectie op toeziet.

Ik juich de aandacht voor pesten en pesters toe. Het pestprotocol echter wijs ik af. Met de Kinderombudsman vraag ik mij af of deze protocollen concreet genoeg zijn om een veilige omgeving voor kinderen en jongeren te bieden. Net zoals het toezicht daarop van de Inspectie. Protocollen kunnen werken als schaamlap bij gebrek aan persoonlijke moed. We hebben toch een plan/protocol?

Wezenlijker vind ik dat wij volwassenen ons meer bewust zijn van ons voorbeeldgedrag. Ouders, leerkrachten, werkgevers en collega’s alsook politici bezondigen zich met grote regelmaat aan pestgedrag. Ga maar eens op voetvalvelden luisteren naar wat de ouders de tegenstanders van hun kinderen toewensen. Hoor eens wat ouders tegen leerkrachten – vaak waar alle leerlingen bij aanwezig zijn – zeggen wanneer hen iets dwarszit. Verwonder je over de manieren van omgang van sommige personeelsleden met elkaar. En maak eens kennis met het ‘hekcircuit’: ouders die aan het hek roddelen over leerkrachten, collega’s op het werk die over elkaar kletsen, etc. Aan het hek, op de werkvloer en in de politieke arena worden velen, vaak zonder zich te kunnen verdedigen, ‘afgemaakt’. En ook de media – ja, zij doen het net zo hard, en met nog meer impact – maken zich er schuldig aan. De vernedering van het moeten aftreden, een strafrechtelijk onderzoek of een persoonlijk faillissement: we wrijven het er graag, hard en langdurig in. En ja, ook het iemand publiekelijk molesteren – met woorden of daden – kan als een ernstige vorm van vernedering worden gezien. Met – zo leerden andere (recente) voorvallen ons – soms een dodelijke afloop.

Pesten gaat over de angst van het niet mogen meedoen. Over het gevoel van niet meetellen. En iedereen wil graag meetellen, gezien worden, meedoen en serieus genomen worden. En aan het gevoel van meetellen en meedoen kunnen wij als volwassenen veel doen. Het begint met verschillen te accepteren, te respecteren en te omarmen. Accepteren is iemand nemen zoals hij is. Respect betekent oorspronkelijk ‘omzien naar’, en geeft aan dat iemand rekening houdt met een ander persoon etc. Voor veel mensen is respect een basishouding, een manier om mensen tegemoet te treden. Maar in alle gevallen geldt dat accepteren, respecteren en omarmen werkwoorden zijn. En werken doe je niet door op de tribune zitting te nemen, maar door in actie te komen. Dus, mag ik u uitnodigen samen met mij van de tribune af te komen en het speelveld te betreden?

1 De familienaam Doodkorte is afkomstig van een boerderij (kotte) welke de naam “Doetkotte” droeg, letterlijk dus “dode boerderij”. De boerderij was gelegen aan de Doetkottenweg in Gronau/Epe in het “amt Horstmar” behorende bij het Grafshaft Steinfurt en was eigendom van de graaf van Steinfurt.