Nachtleven

midnight family.png

  • Midnight Family

De documentaire Midnight Family van Amerikaan Luke Lorentzen behandelt veel thema’s. Van ‘ouderschap en opvoeden’ tot ‘de falende staat’. Maar ‘overleven’ springt eruit.

In de eerste plaats voor de patiënten die noodgedwongen een beroep doen op de private ambulance van de familie Ochoa. Vader Fer en zijn minderjarige zonen Juan en Josué zijn hiermee in het gat gesprongen dat is ontstaan in Mexico-City. Voor de 9 miljoen inwoners staan daar slechts 45 publieke ambulances paraat. Regelmatig komt er geen opdagen bij een ongeluk of calamiteit. Het sein voor de Ochoa’s en hun concurrenten om zich met een noodgang naar de plek des onheils te spoeden. Wie als eerste arriveert, wint het vrachtje. En daarmee de kans op inkomen. En op overleven. Want meer dan eens blijkt de patiënt platzak en onverzekerd. En even zo vaak romen corrupte agenten de inkomsten af voor eigen gewin. En de rekeningen voor diesel, verbandmiddelen en taco’s blijven binnenstromen. Dan is de keuze voor het betalende maar verder gelegen privéziekenhuis voor die patiënt met dat zeer ernstige hoofdletsel wel lastig, maar onontkoombaar.

Turn!

  • Een onthutsende documentaire over sport en ouderschap, over relaties en sociale druk.

turn.png

De eerste beelden van Turn! zijn subliem. We zien de gezichten van verschillende ouders, van dichtbij gefilmd op een turntribune. De koppen zijn verwrongen van de spanning én van het verlangen de stress enigszins te verhullen – want de zoons weten precies waar hun ouders zitten. Een van de turnouders is Esther Pardijs, tevens de regisseur van Turn!

Die onthutsende documentaire (KRO-NCRV) bezorgde de nietsvermoedende kijker maandag een onvergetelijk uur televisie – over sport en ouderschap, over relaties en sociale druk. Verplichte kost voor elke ouder die weleens iets van een kind heeft verwacht. Maar in de eerste plaats is de film een portret van de jonge turntalenten Roman, Wytze en Jannik. Ze zijn negen, kunnen heerlijk dollen samen, maar we zien ze vooral in de turnhal.

 

Daar worden de jongens afgebeuld: soms hoor je het kraken als de trainer extra doorduwt bij het strekken – een geluid dat zich vermengt met het tot tien tellen van het kind en met een zacht huilen. “Nee, nu mag je geen drinken,” zegt een trainer op een ander moment, “Pas als je klaar bent.” „Het is weer heel slecht”, mopperen de coaches als ze een gebrek aan toewijding vermoeden. Wanneer de jongens een training willen overslaan, durven ze dat niet aan hun trainers te vragen. Ze turnen vijftien uur per week en hebben wallen onder de ogen.

Door de kind-onterende taferelen in Turn! krijg je zin om alle sporthallen van Nederland in brand te steken. Dan maar geen nieuwe Epkes. Niet dat de film als aanklacht is gemaakt. De regisseur zit immers zelf tot over haar oren in het turnouderschap.

Pardijs is daarbij keihard voor zichzelf. Onbarmhartig legt ze vast hoe zij als laatste lijkt te zien dat haar zoon Roman eigenlijk niet meer wil. „Ik vind turnen niet per se heel leuk meer”, zegt hij op een avond in bed. „Je hebt ontzettend veel talent”, antwoordt zij. „Dat kun je niet zomaar weggooien.” (Voor de goede orde: talent vergooien is een mensenrecht.) Als Roman geblesseerd raakt, betrapt Pardijs zich op de gedachte dat ze er zo misschien „zonder kleerscheuren” uit kunnen stappen. „Dan zijn we tenminste geen losers.”

Geen losers willen zijn. Dat tekent de perversiteit van de situatie. Want de gezinnen brengen kolossale offers, maar het zijn de kinderen die voor de beloning moeten zorgen, wat de jongens natuurlijk heel goed voelen. Het regent pijnlijke scènes: kringgesprekken tussen ouders over het niveau van de trainers, echtelijke twisten, een fanatieke vader die een turnhalverbod krijgt, een ziedende coach als er een training wordt afgezegd, diepe opluchting van de ouders die stoppen, ruzie tussen de trainers en de clubleiding. Uiteindelijk heb je met iedereen te doen.

Er lopen in Turn! talloze verlangens, angsten en ambities door elkaar heen. De situatie van Pardijs is extra ingewikkeld omdat zij óók nog een film aan het maken is. Dus hannest ze met een camera wanneer ze haar zoon wil troosten. Je ziet hoe Roman geleidelijk het heft in handen neemt. Het kind is zich zichtbaar bewust van de verscheurdheid van zijn moeder. Op een gegeven moment komt hij filmend de slaapkamer van zijn ouders binnen om van hen te eisen dat ze iets niet tegen de trainer zeggen.

Uiteindelijk gaat Turn! over bevrijding en zo lijkt Pardijs het ook te zien. Aan het slot van de film zijn Roman en Jannik gestopt. Wytze wordt vijfmaal per week door zijn vader van Utrecht naar Den Bosch gereden, maar hij was dan ook dat ene jongetje dat midden in een uitputtende training nog „dat rijmt” kon roepen naar aanleiding van de aanwijzingen van zijn verbouwereerde trainer.

Voor de volledige documentaire klik Turn!