Het is wat het is

  • Soms zijn de dingen zoals ze zijn…

Een muisje had er moeite mee dat het zo klein was en het ging op zoek naar verwanten. De muis dacht dat er ergens familieleden moesten zijn die groter waren en dat de stamboom uiteindelijk zou aantonen dat hij tot een grotere diersoort behoorde.

Na lang zoeken vond hij in het woud een olifant. Hij sprak de olifant aan en begon te piepen. De olifant merkte eerst helemaal niet dat er een muis achter hem stond. Toen de muis uiteindelijk moe van het piepen voor hem stond, zag de olifant hem en vroeg waarom hij zo piepte. “Ik ben op zoek naar bloedverwanten,” zei de muis. “Bloedverwanten?” vroeg de olifant. “Ja”, zei de muis. “Volgens mij zijn we familie. Kijk maar eens naar onze oren, ze lijken heel erg op elkaar.” “Mmm,” zei de olifant. “En wat dacht je van onze staart?” zei de muis vlug. “Zien ze er niet precies hetzelfde uit?” De olifant keek een beetje bedenkelijk. “Om nog maar te zwijgen over de kleur, jij bent grijs en ik ben grijs,” zei de muis. “Maar een ding begrijp ik niet, waarom ben jij zo groot en ik zo klein?” “Ik weet het niet,” zei de olifant, “ik ben gewoon zo, het is vanzelf gegaan, ik ben nooit anders geweest.” …

olifant muis.png

Advertenties

Samen krijg je een completer beeld!

Het verhaal is in vele verschillende versies overgeleverd en er bestaan verschillende varianten van het verhaal. Over de oorsprong van het verhaal zijn de meningen verdeeld. Kandidaten voor de originele versie zijn Hindu, Boedhistische en Islamitische (Soefi) bronnen.

Eén versie van het verhaal luidt als volgt:

6 blinden krijgen elk een unieke ervaring met een olifant en beschrijven de ervaringen na afloop aan de andere blinden. De eerste zegt: “een olifant is als een slang”. De tweede zegt: “een olifant is als een boomstam”. De derde zegt: “een olifant is als een waaier”. De vierde zegt: “een olifant is als een stevige muur”. De vijfde zegt: “een olifant is als een speer”. De zesde zegt: “een olifant is als een touw”. Wie heeft er nu gelijk?

Elk van hen beweerde de waarheid in pacht te hebben. Een buitenstaander, die nooit een ervaring had met een olifant, concludeerde dat ze allemaal ongelijk moesten hebben.

De tegenstrijdige verhalen bewezen dat er helemaal geen olifant kan bestaan. Het moest een verzinsel zijn! Dat ze allemaal gelijk hadden leek geen optie te zijn. De beschrijvingen van de ervaringen spreken elkaar tegen. Wat heeft een muur gemeen met een touw of boomstam?

De blinden begonnen na het delen van deze ervaringen ruzie met elkaar te maken. De waarheid is echter dat alle 6 blinden gelijk hebben.

De eerste had alleen een ervaring met de slurf, de tweede alleen met een poot, de derde alleen met een oor, de vierde alleen met de buik, de vijfde alleen met een slagtand, de zesde alleen met de staart. Doordat ze elk een unieke ervaring hadden met één aspect van de olifant lopen hun beschrijvingen uiteen en lijken elkaar uit te sluiten.

Dit verhaal leert ons veel wijze lessen. De belangrijkste? Het  moedigt ons aan de eigen (ervaring met de) waarheid te relativeren (zonder deze weg te verklaren) en meer oog te hebben voor de ervaringen van de ander. Samen krijg je een completer beeld!

De Blinde Mannen en de Olifant

blinde mannen
Er waren eens zes man uit Hindostan,
het opdoen van kennis zeer gezind
Ze gingen op zoek naar de olifant
(ook al waren zij allen blind)
met onderzoek zouden zij oordelen naar bevind.

De eerste liep naar de olifant
maar kwam opeens ten val
tegen de brede en stevige flank
en verklaarde meteen aan al:
‘loof de heer,
maar de olifant is als een wal.’

De tweede voelde aan een slagtand
en riep: ‘hé, maar neen, mijn heer,
wat is immers zo rond en scherp?
Voor mij is duidelijk maar al te zeer.
Dit wonder van een olifant is als een speer.

Nu kwam ook de derde naderbij,
greep bij toeval, als ware het een stang,
de kronkelende slurf,
en sloeg terstond een toon aan van belang:
‘Aha,’ sprak hij, ‘de olifant lijkt erg op een slang.’

Nu stak de vierde gretig zijn handen uit,
en voelde aan de knie,
‘Waar dit beest nog het meest op lijkt
is wel duidelijk,’ meende die;
‘Er kan geen twijfel over zijn
het is een boom die ik hier voor mij zie.’

De vijfde raakte toevallig aan het oor
en zei: ‘zelfs als de blik niet tot het daglicht reikt,
Is zonneklaar wat ik hier heb;
wat ik voel is zonder twijfelen geijkt,
Is dat dit wonder van een olifant op een waaier lijkt.’

Nauwelijks nog had de zesde overwogen
waar hij eens beginnen zou,
of hij voelde al de slingerende staart,
zwaaiend gaf deze hem een douw,
‘Ik zie het al,’ zei de man, ‘de olifant is als een touw.’

En aldus zetten de zes uit Hindostan zich aan een debat,
met luide stem en onverveerd,
ieder zei er het zijne van
en liet zich door de ander onbekeerd,
Allen waren weliswaar ten deel in het gelijk,
samen echter hadden zij het verkeerd.

MORAAL:

Maar al te vaak varen allen,
denk ik, alledag,
Hun eigen koers, volkomen onwetend
over wat de ander denken mag,
En spreken zij allen van een olifant,
die geen van hen ooit zag.

De Blinde Mannen en de Olifant – Filosofische parabel
De Blinde Mannen en de Olifant is een parabel uit de oudheid die tegenwoordig gebruikt wordt als waarschuwing tegen mensen die in een absolute waarheid geloven of beweren dat hun godsdienst “de enige echte” is. De eenvoudige reden is dat onze zintuigen, onze perspectieven en onze levenservaringen onze toegang tot de waarheid kunnen beperken en ons tot verkeerde conclusies kunnen leiden. Hoe kan een mens met een beperkte ervaring van de waarheid nou verkondigen dat zijn versie de enige echte versie van de realiteit is?

De olifant en de blinden

De parabel van de olifant en de blinden is een bekend soefi-verhaal uit de twaalfde eeuw. De onderstaande versie is ontleend aan het boek ‘Tales of the Dervishes. Teaching stories of the Sufi Masters over the Past Thousand Years’ van Indies Shah.

De moraal van het verhaal is het beeld dat we vormen van de werkelijkheid op basis van onze zintuiglijke waarnemingen beperkt is, en dat het een illusie is te menen dat de waarheid die wij ervaren ‘de waarheid’ is.

olifant

Voorbij Ghor was een stad, wiens inwoners allemaal blind waren. Op een dag kwam er een koning met zijn hofhouding en zijn leger naar deze stad en zette daar zijn kamp op. Deze koning bezat een olifant, die hij gebruikte om ontzag af te dwingen bij de mensen.

De mensen stonden te popelen om de olifant te zien en sommige blinden renden vooruit om te ontdekken wat het was. En omdat ze geen idee hadden wat de vorm of het uiterlijk van de olifant was, verzamelden ze informatie door een gedeelte ervan te betasten. Ieder van hen dacht dat hij iets begrepen had, omdat hij een gedeelte op de tast onderzocht had.

Toen ze met het nieuws terugkwamen bij hun stadgenoten, werden ze onmiddellijk omgeven door mensen, die nauwelijks konden wachten om van hen – die het zelf verkeerd begrepen hadden – te horen wat ze dachten dat de waarheid was.

Ze stelden vragen over de vorm en het uiterlijk van de olifant en ze luisterden naar wat hen daarover werd verteld. De man die het oor had aangeraakt werd gevraagd om de aard van de olifant te beschrijven en hij zei: “Het is een groot, ruw ding, zo groot als een tapijt.” Degene die de slurf had aangeraakt zei: Ik weet wat het is. Het is een rechte en holle pijp, vreselijk en vernietigend.” Degene die een poot had onderzocht zei: “Het is krachtig en stevig, zoals een pilaar.”

Ieder van hen had op de tast een gedeelte van het lichaam van de olifant onderzocht. Maar geen van hen had daardoor een juist beeld van het gehele lichaam gekregen. In plaats daarvan vormden ze allemaal hun eigen beeld van het geheel, maar die voorstellingen waren niet juist.