Macht, wat doe je er mee als je haar hebt…

macht1.png

  • Vertrouwen, samenwerken en loslaten

Nu de landelijke verkiezingen weer achter ons liggen en de coalitieonderhandelingen gestart zijn, kunnen wij onze ogen richten op de volgende: de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Zorg, decentralisaties, werkgelegenheid en economie zullen ook dan weer belangrijke speerpunten in de verkiezingsprogramma’s zijn. De portefeuilles voor deze beleidsterreinen worden bij de coalitieonderhandelingen doorgaans verdeeld over verschillende wethouders. Niet in de laatste plaats ook, omdat de wens om alle partijen tevreden te houden nog wel eens leidend kan zijn. Als dat volgend jaar, net als bij de vorige verkiezingen, weer het geval is, laten wij een grote kans op écht integraal beleid liggen.

Of het niet wat vroeg is daarover nu al te beginnen? Ik denk het niet. Want als het goed is wordt door de partijen nu al druk nagedacht over hun verkiezingsprogramma. En dat moet dit najaar al klaar zijn. Juist daarom is het goed dit punt nu al te agenderen.

De in 2015 gestarte transities vragen voor de echte opgave – aansluiten bij de leefwereld van de inwoners – niet alleen om een nieuwe uitvoeringspraktijk. Het vraagt (ook) op bestuurlijk niveau verbinding in plaats van versnippering. Natuurlijk, in toenemende mate staat samenhang op de agenda. Maar wat nog in ontwikkeling is, is een echt integrale uitvoeringspraktijk. Een aanpak die de inwoners als vertrekpunt neemt in plaats van de  vele afzonderlijke thema’s binnen het sociaal domein.

We willen één sociaal domein, maar op bestuurlijk (ook departementaal) niveau is er veelal nog sprake van separatie. De verschillende wetten (Wmo2015, Jeugdwet, Participatiewet, naast Bijstandswet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, blijven hangen tussen verschillende portefeuilles en instituties. Met een voortdurende confrontatie tussen de ambtelijk-bestuurlijke binnenwereld versus de buitenwereld van inwoners als gevolg. Omdat ieder vanuit het eigen perspectief de werkelijkheid genereert. Buiten is maatwerk nodig, maar binnen is rechtmatigheid en gelijke behandeling een basisbeginsel. Buiten is ruimte de regel, maar binnen moet publiek geld deugdelijk verantwoord worden. Buiten denken we in mogelijkheden, maar binnen geldt toch ook het belang van de beperking; al was het alleen al omdat de middelen beperkt zijn, er wettelijke kaders zijn die ooit met redenen bedacht waren, en de overheid vanuit de beginselen van goed bestuur moet handelen.

Ik begrijp het wel: het is pragmatisch. Maar het geeft een totaal verkeerd signaal af aan de mensen in de praktijk. De intentie van veel bestuurders om te werken vanuit de bedoeling staat niet ter discussie. maar de bestuurlijke slagkracht om daar te komen lijkt te ontbreken. Want hoezeer de decentralisaties ook uitnodigen tot open samenwerking, in werkelijkheid blijven velen functioneren in de wereld van hun eigen koker en mogelijkheden. Niet uit onwil, maar door de meervoudige sturingsmechanismen. Daarom is mijn ondubbelzinnige boodschap voor de partijen – en hun onderhandelaars – na de gemeenteraadsverkiezingen in 2018: Er is één sociaal domein. Handel daarnaar!

De gewenste beweging binnen het sociaal domein vraagt interdisciplinaire samenwerking. Ook, of misschien juist wel, op bestuurlijk niveau. De nieuwe manieren van werken, aansturen en organiseren vraagt om het wegnemen van de verschillen in de werkkaders, regelgeving en procedures per discipline. Dan ook kunnen gemeenten en hun inwoners optimaal profiteren van de overlap tussen de verschillende beleidsthema’s. De huidige bestuurspraktijk, met vaak meerdere portefeuillehouders op de verschillende deelterreinen, draagt daaraan echter niet bij. Politiek handjeklap, waarbij het draait om droge kavelruil van posities en macht verpoldert daarbij de opdracht tot samenwerking.

Vraaggericht werken, doen wat nodig is voor inwoners, wordt in sterke mate bepaalt door de wijze waarop gemeenten sturen, samenwerken, contracteren en organiseren. Dat beïnvloedt hoe het er bij de inwoners aan tafel aan toe gaat. Er is daarom een nieuw evenwicht nodig tussen loslaten en controle. In de wetenschap dat er  financieel en maatschappelijk veel te winnen is met een andere, ontkokerde sturing.

Naast ontdekken waar het echt om gaat in het leven, begint dat bij het aanstellen van één verantwoordelijke wethouder. Iemand die voldoende statuur en mandaat heeft om bij zijn collega’s de benodigde veranderingen af te dwingen. Het sociale domein behelst namelijk belangen die ons allemaal aangaan, ongeacht politieke kleur of geloof. Ik hoop en wens daarom over een jaar te kunnen vaststellen dat de inwoners echt het referentiepunt zijn voor dat wat de nieuwe colleges van Burgemeester en Wethouders doen.

Vraaggericht werken, doen wat nodig is voor inwoners vraagt vertrouwen, samenwerken en loslaten. Daaraan vorm geven vergt voorbeeldgedrag in effectief terugtreden. Een manier van werken waarin eigenaarschap en zelfredzaamheid van inwoners en hun nabije omgeving centraal staan. Los van partijpolitieke doelstellingen, macht en posities die binnen gehaald moeten worden. Zo bezien is de opgave voor gemeentebestuurders zelf exact gelijk aan die welke zij vastleggen in de gemeentelijke beleidsvoornemens voor het sociaal domein: denken en doen vanuit de inwoners in plaats van het eigen of organisatiebelang.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Advertenties

De Koningen en hun Koning

koning koningen

Wie kent niet de hunkering naar veiligheid en geborgenheid of het hevige verlangen naar respect en aanzien. De volgende parabel vertelt wat er gebeurt wanneer aan deze verlangens wordt toegegeven. Het laat zien hoe zo valse koningen aan de macht komen en verschaft tegelijkertijd een inzicht in de aard van ware koningen en waar koningschap.

De parabel van de Koningen en hun Koning vertelt ons dat elke mens, van de boom van een kerel tot het kleine muurbloempje, het in zich heeft een ware koning te worden.

De Koningen en hun Koning
Eens, lang, lang geleden, gingen de bomen op zoek naar een koning. Ze zeiden tegen de olijfboom: “Wees toch koning over ons!” Maar de olijfboom antwoordde: “Ik geef goede olierijke vruchten, die warmen en verzadigen. Waarom zou ik dat opgeven om boven de bomen te gaan zweven?”

Toen zeiden de bomen tegen de vijgeboom: “Wees toch koning over ons!” Maar de vijgeboom antwoordde: “Ik geef goede zoete vruchten, die voeden en verzachten. Waarom zou ik dat opgeven om boven de bomen te gaan zweven?”

Daarop zeiden de bomen tegen de wijnstok: “Wees toch koning over ons!” Maar de wijnstok antwoordde: “Ik geef goede sappige vruchten, die verfrissen en vrolijk maken. Waarom zou ik dat opgeven om boven de bomen te gaan zweven?”

Drie keer hadden de bomen hetzelfde antwoord gekregen maar onverstoord zetten ze hun zoektocht voort. Zo kwam het dat ze tegen de doornstruik zeiden: “Wees toch koning over ons!”

En de doornstruik antwoordde: “Als jullie mij echt tot koning willen uitroepen, kom dan en schuil in mijn schaduw. Maar zo niet, dan zal er vuur van de doornstruik uitgaan dat zelfs de oudste en machtigste onder u zal verteren.”

De machtige ceders en alle andere bomen beefden van de schrik en spoedden zich naar de schaduw van de doornstruik beneden hen. Ze kromden hun ruggen en lieten hun takken hangen en voelden zich veilig in hun nieuwe schuilplaats. Maar in de koelte van de schaduw wilden hun vruchten niet rijpen en hun takken en gebladerte konden niet naar de duisternis van zijn schaduw toegroeien. De ruggen van de bomen kraakten en sommige braken maar dat deerde de doornstruik niet.

Voorzichtig, zonder de schaduw van de doornstruik te verlaten, reikten de bomen met een paar takken en wat blaadjes omhoog naar het licht.

De doornstruik spuwde onmiddellijk vuur. Zijn koortsachtige vlammen kropen over de grond en likten aan de basten van de bomen. Om van het vuur weg te komen, rechtten de bomen hun gekromde ruggen en verlieten zo de schaduw van de doornstruik terwijl hun dikke, weerbarstige stammen hen beschermde tegen zijn vuur.

De doornstruik keek omhoog naar de bomen. Rechtop, trots en fier en bevrijd van hun angsten en onderdanigheid stonden de bomen te baden in het licht. In de warmte van het licht waren ze thuis en hun goede vruchten begonnen opnieuw te groeien en te rijpen.

De doornstruik miste hun nabijheid. Hij miste hen zo erg dat hij zijn verlangen naar macht en aanzien vergat en alleen nog maar kon huilen. Niet langer verteerd door zijn spuwende vlammen en beschermd door zijn stekelige doornen vormden zich in de doornstruik kleine, tere rozenknopjes. Begoten met zijn tranen groeiden de knopjes uit tot heerlijk geurende rozen, vol schoonheid en liefde, die vervolgens rijpten in rozenbottels. Dat zijn goede vruchten die beschermen en versterken. En zo werd ook de doornstruik, die altijd toch al zo graag koning had willen zijn, een ware koning.

Want een ware koning dient terwijl de valse koning beveelt.