Al dat gepraat over gelijkheid

different-people

  • Je hebt het recht af te wijken, op voorwaarde dat je weet waarover je spreekt.

In Den Haag wordt met ‘stelselverantwoordelijkheid’ bedoeld dat de regering en Tweede Kamer zich op ieder moment mogen bemoeien met de gemeentelijke invulling van taken. Dat verdraagt zich echter moeilijk met de wetgeving waarin de verantwoordelijkheden bij gemeenten zijn gelegd. Je kunt niet én bevoegdheden delegeren én zelf behouden. Het klinkt – en is – zo logisch. Maar de werkelijkheid is minder logisch.

Binnen het sociaal domein – en ongetwijfeld ook daarbuiten – is er zorg over de ongeremde groei van wet- en regelgeving. Het functioneren van de professionals komt er door in het gedrang en de organisaties voor zorg, welzijn, participatie en onderwijs raken overbelast.

Die uitdijende wet- en regelgeving mag niet verbazen. Het Rijk stoot overheidstaken af – naar de gemeenten of naar de samenleving – om meer keuzevrijheid te geven. Steevast gaat dit echter gepaard met een golf aan nieuwe wet- en regelgeving.  Om de markt te ordenen, om gelijkheid te bewaken en met toezichtarrangementen die op zichzelf ook weer een eigen bron van regelgeving zijn. Wat de overheid ook doet of verandert, het leidt tot meer wetten en regels.

Echt verwonderlijk is dat niet. Want, wij hebben, met z’n allen een tweeslachtige houding ten opzichte van regelgeving. Iedereen zegt wel dat er teveel aan wetten en regels zijn, maar iedereen roept niet minder hard om nieuwe wetten en regels; de politiek en ieder zichzelf respecterende beroepsgroep of belangenorganisatie. Het levert een proces op van voortgaande detaillering en nuancering. Wetgeving wordt daarbij gebruikt voor uiteenlopende, vaak tegengestelde belangen. Om zekerheid te scheppen, om kwetsbare belangen te beschermen, om risico’s te beheersen of de eigen belangen veilig te stellen. De behoefte aan zekerheid, bescherming en beheersing van risico’s is vrijwel onbeperkt; dus ook de dynamiek van wetgeving.

Binnen het sociaal domein  klagen we graag en veel  over overheidsregels, maar praten niet over de overmaat van normen, voorwaarden, kwaliteitscriteria, protocollen, en wat dies meer zij die wij zelf bedenken. Om nog maar te zwijgen van de gebruiken, gewoonten en regels die tezamen de cultuur vormen. En juist die vormt vaak  het grootste obstakel.

Natuurlijk, regels zijn een levensvoorwaarde voor iedere vorm van samenwerking en samenleving. Het voorkomt dat we in ieder onderling contact met het ergste rekening moeten houden en nergens op kunnen vertrouwen. Regels zijn de prijs voor de situatie dat we ondanks een vrije wil niet zonder elkaar kunnen leven. Regels, kortom, zijn noodzakelijk. En toch…..

Alles regels binnen de wet- en regelgeving binnen het sociaal domein berusten veelal op de traditionele rechtsidee van gelijkheid. “Wat dreigt is dat de ‘nieuwe wijn’ van de nieuwe benadering in de ‘oude zakken’ van traditionele concepten wordt gedaan”, zei Piet Hein Donner, vicepresident van de Raad van State tijdens het Divosa Voorjaarscongres 2016. “De Bijbel waarschuwt dat de zakken zullen scheuren en de wijn wegloopt.”

Een voorbeeld: afspraken aan de keukentafel moeten vaak vertaald worden in besluiten die als eenzijdige beschikking getoetst worden aan rechtsregels die uitgaan van gelijkheid. Dat gelijkheid en toetsing aan algemene regels niet onontkoombaar is, begrijp ik. Maar tegelijkertijd mag overheidsbeleid niet willekeurig zijn. Beleidsregels schieten vaak tekort, omdat ze uitgaan van ‘het gelijke’. Ze kunnen binnen een stelsel dat ‘maatwerk’ predikt dus niet meer de dragende rechtvaardiging zijn van een beslissing. Beleid op maat impliceert dat het karakter van de uitvoering verandert. Professionals worden beroepsbeoefenaren van wie het deskundig oordeel bepalend is in het individuele geval.

Prestaties in en van professionele organisaties moeten gemeten worden in deskundigheid van de oordelen en de tevredenheid van de gerechtigden. Daarvoor zijn kleinschalige teams meer voor de hand liggend. Resultaat en tevredenheid van gebruikers moeten bepalender zijn dan de vraag of de politiek of de financier tevreden is.

Er zijn dus – om in Donner metafoor te blijven – nieuwe wijnzakken nodig. Een stelsel dat sterker berust op eigen verantwoordelijkheid en wederzijdse plichten, waarbij de overheid een aanvullende rol heeft. Dat vraagt ongetwijfeld tijd. Tijd die de professionals en de mensen voor en met wie zij werken niet hebben. Voor hen heeft Donner een ruimte biedend advies: “Ga niet wachten tot anderen de vragen en knelpunten oplossen, maar tracht al experimenterend nieuwe wegen te vinden. Houd steeds voor ogen: zet u in om mensen tot hun recht te laten komen in een samenleving waarin ieder mens steun van de medemens nodig heeft om tot zijn recht te komen. De overheid kan dat ondersteunen, maar kan niet de plaats innemen van de ander. Dan zullen we snel ontdekken dat ‘ieder het zijne geven’ veel interessanter is dan ‘ieder het gelijke geven’. Maar ook aanzienlijk moeilijker.”

De transformatie staat nog in de kinderschoenen. Weet ook ik. En die opgave is niet gering. Het gaat om een geheel nieuwe aanpak van welzijn, zorg en sociale zekerheid. We moeten echter niet veranderingen rechtlijnig doortrekken om vervolgens terug te schrikken voor knelpunten die schrikbarende proporties kunnen aannemen. Of, om Bob Dylan maar eens te parafraseren: “Al dat gepraat over gelijkheid. Het enige wat mensen echt met elkaar gemeen hebben, is dat ze allemaal verschillend zijn.”

 

Zorgconfectie heeft geen maatgevoel

  • Confectie maakt meer kapot dan je lief is – en is nog duur ook!

Business School

Belle, de familie Van Luieren en Bas passen niet in het systeem. Op hun vraag om ondersteuning werd een passend, kwalitatief beste en goedkoopst of goedkoper (dan de systemen en codes voorschrijven) antwoord gevonden. Maar de systemen kunnen dat niet aan!

Belle, 18 jaar, is een meisje met andere mogelijkheden. Licht verstandelijk beperkt dus; volgens de systemen. Door allerlei omstandigheden kan zij niet worden toegelaten tot de beoogde opleiding tot verkoopster. Omdat niets doen en niemand zien slecht is voor haar – voor wie niet trouwens – werd bedacht dat ze zoveel mogelijk in de running moest blijven. Zo werd Dagbesteding bedacht, gevraagd en (bijna) toegewezen. De daarmee gemoeide kosten: ca. € 900,00 per maand; voor een periode van 12 maanden.

Belle werkt op zaterdag ook als hulpje in een winkel voor dagelijkse levensbehoeften. Waarop het plan ontstaat om met de winkelier te gaan praten. Kan hij Belle niet in dienst nemen? Dat wil hij wel, mits er een mouw te passen valt aan het feit dat Belle wel wat extra begeleiding en ondersteuning vraagt. Enig rekenwerk leert ons dat dit kan worden geregeld met een bijdrage van € 250,00 per maand gedurende een periode van 1 jaar.

Kortom: een kwalitatief betere oplossing voor Belle tegen lagere (- € 650,00 per maand) kosten. Iedereen tevreden!? Nee dus. Want voor deze oplossing kent het systeem geen productcode. Het kan dus niet verwerkt worden….

Bas vraagt ambulante begeleiding. Volgens de daarvoor door de gemeente met aanbieders afgesproken producten en daarmee gemoeide kosten, moet die begeleiding € 35,76 per uur kosten. Er ligt een kwalitatief goede op basis van € 25,00 per uur. Maatwerk, afgestemd op de situatie van Bas. Maar het systeem kent alleen ambulante begeleiding die € 35,76 per uur kost…..

De familie van Luieren krijgt verschillende vormen van ondersteuning. Ambulante zorg voor de twee jongsten in de vorm van Zorg in Natura. Een pgb voor moeder; ten behoeve van de inhuur van hulp bij het huishouden. Ambulante begeleiding voor een licht verstandelijk beperkte zoon in de vorm van een pgb. Bij elkaar opgeteld bedragen de zorgkosten per maand ca. € 3.600,00.

In het kader van 1 gezin, 1 plan, 1 budget worden de verschillende vormen van ondersteuning – met instemming van de familie – in een perspectief biedend plan samengebracht. Een aanbieder maakt een samenhangend plan en offreert het totaalpakket voor een bedrag, groot € 3.000,00 per maand.

Het plan heeft draagvlak bij alle betrokkenen, behalve…Juist, behalve bij het systeem. Dat heeft heel veel moeite met deze oplossing. Enerzijds, omdat de binnen de totaaloplossing te onderscheiden producten niet matchen met de kosten per product volgens het systeem. Anderzijds, omdat niet duidelijk is welk deel van het geoffreerde bedrag ten last moet komen van het Wmo-budget en welk bedrag ten laste moet komen ten laste van het budget jeugdzorg. En welk deel komt nu voor rekening van de gemeente (Wmo) en welk deel komt voor rekening van de regio (jeugdhulp). We mogen dan wel willen ontschotten, maar als de geldstromen maar gescheiden blijven.

“Het durven leveren van maatwerk is in bredere zin een cruciale voorwaarde om de ongetemde maatschappelijke problemen die zich in het sociale domein voor doen met succes aan te pakken. Die opvatting” – ik citeer hier Erik Gerritsen, heden ten dage Secretaris Generaal op het ministerie VWS – deel ik. Van harte.

Bij de sociale wijkteams her en der in den lande zie ik daarvoor ook een groot enthousiasme en inzet Zij benutten de beschikbare ruimte voor maatwerk om vraagstukken integraal op te pakken. Maar daarbij moeten ze ook opboksen tegen in beton gegoten oude systemen en wetmatigheden.

Wie de roep om maatwerk onderschrijft moet de professionals in de wijkteams en de inwoners die door hen worden ondersteund hierin ondersteunen. Hen de ruimte en het vertrouwen geven. Gewoon, omdat één gezin, één plan, één regisseur, het uitgangspunt van de drie decentralisaties – niet mogelijk is zonder dat ook de systemen daarop worden afgestemd. Nu is het nog te vaak en te veel: Maatwerk? Prima, als het maar past binnen de confectie van het systeem!

Het zou mooi zijn als de beleidsmakers – op alle niveaus – en politici zich daar wat meer druk mee maakten. Da’s beter dan het zielig geneuzel over een foto van een man die zijn straf heeft uitgezeten. Een foto waarvan vriend en vijand het nut onderschrijven. Maar die welhaast wereldnieuws wordt vanwege een knullige procedure rond het tot stand komen ervan. Het effect: het onderwerp van de foto krijgt hij wil, maar niet verdient: aandacht. Terwijl andere niet krijgen wat ze wel verdienen.

Dat wat ons allemaal aanbelangt – verspilling van zorgkosten omdat het systeem heiliger is – vergt hoogste prioriteit. Gewoon, omdat het beter én goedkoper maken van de zorg zowel de mens als de maatschappij ten goede komt.

Mijn stelling is dan ook: als maatwerk niet in het systeem past moet je het systeem aanpassen. Niet het maatwerk tot confectie degraderen….

Je moet erin slagen te doen wat nodig is

  • Maatwerk vraagt radicaal en drastisch herontwerp van de confectie

maatwerk

Bij het vormgeven van de decentralisaties zorg, jeugd en werk wordt gehamerd op maatwerk; dat is het toverwoord bij deze decentralisaties. Eigenlijk elke gemeente heeft het als missie: toegankelijk zijn en op maat en vraaggericht werken. Toch blijven de resultaten achter bij de verwachtingen en ambities. Hoe dat komt?

Wat er volgens mij mis gaat is dat niet consequent van primaire klantproces en het resultaat centraal staan, maar – en los daarvan – de standaardisatie van bekostiging, productieverantwoording en normeringen.

De complexiteit van de zorg- en hulpvragen op alle leefgebieden vraagt de inzet van innovatieve methodes en een pragmatische aanpak. De “wat werkt methode”. Hierbij wordt er bewust gekozen voor het inzetten van een combinatie van instrumenten en oplossingen; die de kortste weg naar resultaat opleveren. Dat is voor elke situatie – en de daarbij betrokkenen – verschillend; en dus maatwerk. Het is belangrijk daarbij niet te rigide te werken; ook al past dit niet binnen de geldende kaders.

Dat vraagt allereerst om een andere mentaliteit, cultuur en organisatie van de uitvoering. Maar het is minstens zo belangrijk om uitvoerende professionals de juiste gereedschappen in handen te geven om het werkproces transparanter, eenduidiger, effectiever en efficiënter vorm te kunnen geven.

Als verschillende instituties, aanbieders of professionals met diverse middelen er samen voor moeten zorgen dat er diensten geleverd worden, dan is planning essentieel. Hoe complexer de uitdaging en hoe meer verschillende bronnen nodig zijn om daaraan te voldoen, hoe belangrijker een goede planning wordt. En dus roept en schreeuwt alles en iedereen om standaardisatie, want dat is veel efficiënter en daarmee effectiever. Zo wordt verondersteld.

Maar efficiënt werken, oftewel de juiste dingen goed doen, is niet de enige doelstelling. Dat je de dingen heel goed en efficiënt doet, betekent niet automatisch dat je ook de goede dingen doet. ‘Effectief’ staat ervoor dat je de juiste dingen doet, en dat is heel wat anders. Standaardisatie klinkt logisch. En het bekt ook lekker. Maar het heeft niets te maken met de daadwerkelijke transformatie van het zorgsysteem en het daarbij beoogde maatwerk.

Niet standaardiseren dus? En alle ruimte en verantwoordelijkheid overdragen aan de werkvloer; de uitvoerende professionals? Het antwoord is ja en nee.

De waarde voor de mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, ligt niet in het feit dat de oplossing de goedkoopste of kwalitatief beste is. De echte waarde ligt in het feit dat zij toegesneden is op de specifieke omstandigheden van de betrokkene(n). Het fundament daarvoor is gelegen in het adequaat uitwisselen van informatie. Dit betekent dat de juiste en bruikbare informatie efficiënt verzameld en verwerkt dient te worden. En juist daar piept en kraakt het. Er is geen of onvoldoende standaard voor uniforme bekostiging, protocollen en uitwisselbaarheid van (financiële) informatie met andere schakels in de keten. Hierdoor is onduidelijk of iemand zorg mag krijgen, wanneer deze zorg gestart mag worden, welke zorg er dan precies geleverd mag worden, hoeveel dat gaat kosten en hoe dat wordt betaald. Dit is lastig voor gemeenten en aanbieders, maar vooral belastend voor de betrokken mensen, die hierdoor te lang moeten wachten op passende zorg.

Toch is het niet zo dat standaardisatie de ruimte en eigen verantwoordelijkheid van professionals teniet doen. Integendeel. Standaardisatie moet dat uniformeren wat strikt noodzakelijk is: belangrijke stappen in samenwerking of overleg, activiteiten die noodzakelijk zijn in verband met de afrekening, etc. Binnen deze standaarden moet er maximale vrijheid zijn voor de professionele deskundigheid, zodat de creativiteit en het vakmanschap van de medewerker gewoon kan blijven bestaan. Fundamenteel andere systemen van bekostiging – op een hoger aggregatieniveau – cruciale stappen en overdrachtsmomenten, alle relevante personen betrekken bij belangrijke beslissingen: wanneer dat gesmeerd loopt, kunnen we veel effectiviteit en productiviteit en dus winst of besparing halen. En juist dat vraagt dus om integratie en standaardisatie.

Standaardisatie is daarmee een onderwerp dat de individuele instellingen en sectoren overstijgt of moet overstijgen. Het vraagt om het gezamenlijk gebruik van dezelfde gegevensdefinities en het vereenvoudigen van de gegevensuitwisseling en bekostiging over de grenzen van individuele instituties en domeinen heen. Nu staat standaardisatie nog teveel synoniem voor wildgroei van ad-hoc maatwerk voor de eigen instituties en sectoren. Dat is bijvoorbeeld goed te zien aan het aantal productcodes binnen de verschillende zorgdomeinen. Zij leiden tot wurgende situaties. Maar terwijl wij dat weten, kom er in plaats van gestandaardiseerde resultaatcodes een standaardlijst met productcodes en productomschrijvingen voor de Wmo en Jeugdwet. Daarbinnen moet je maar passen. Geen maatwerk dus, maar pure confectie!

Maatwerk binnen resultaatstandaardisatie vergroot de effectiviteit (doelgerichtheid) door een permanente klantgerichtheid en resultaatgerichtheid binnen alle activiteiten. Naast effectiviteit stijgt zo ook de efficiëntie. Bovendien sloopt de resultaatstandaardisatie de muren die samenwerking en integratie tussen verschillende zorginstellingen nu nog te vaak van elkaar gescheiden houden. Breek die muren af!

Standaardisering binnen de ‘hele zorgketen’ kan (en moet) dus toegevoegde waarde hebben. Het aggregatieniveau van deze standaardisatie moet aansluiten bij de ruimte voor maatwerk die voortvloeit uit de diversiteit van de mensen-wensen waaraan wij willen en moeten voldoen. Dat betekent dat het ontwerp minder gefractioneerd (per instelling, sector, domein, gemeente, aanbieder) en minder productgericht moet zijn of worden. Zolang resultaatstandaardisatie niet geregeld is, is het een illusie om te denken dat de omvorming met maatwerk de effectiviteit zal vergroten en efficiëntie en kostenbesparing zal opleveren.

Je moet geduldig zijn, luisteren en het ongelijk begrijpen

  • Geef ongelijke monniken passende kappen!

iedereen_gelijk

Je kunt gerust bij iemand binnenvallen als je daar zin in hebt. Als ze ‘Jakkes’ zeggen kun je altijd weer naar buiten vallen – (Winnie de Poeh).

Er verandert momenteel veel in de zorg en ondersteuning van mensen. Voor veel vormen van ondersteuning en zorg moeten ze tegenwoordig aankloppen bij de gemeente. Gemeenten baseren de toewijzing van noodzakelijke ondersteuning of zorg op het zogenaamde compensatiebeginsel.

Wat dat is? Het is afgeleid van het begrip ‘compenseren’. En dat begrip kent de nodige betekenissen. Van ‘iets goed (proberen te) maken’? tot ‘het een tegen het ander afwegen’. Van ‘het afsluiten van een tegengestelde transactie’ tot ‘het goedmaken of vereffenen van schade’. Ik voel mij het meest verwant met de betekenis van ‘terug in balans brengen’. Het samen met mensen bekijken welke voorzieningen of hulpmiddelen nodig zijn om de hindernissen weg te nemen. Met als uiteindelijk doel: ‘meedoen’. Meedoen van álle mensen aan álle facetten van de samenleving. Dus wonen, werken, vrijetijdsbesteding, sporten, enzovoorts. Daarbij al dan niet geholpen door vrienden, familie of bekenden. Lukt dit laatste niet, dan kunnen mensen een beroep doen op de gemeente of de hiervoor door de gemeente aangewezen organisatie.

Mensen die zo bij de hiervoor door de gemeente aangewezen organisatie aankloppen, moeten dus duidelijk (kunnen) maken hoe hun leven eruit ziet en wat zij nodig hebben om mee te kunnen doen. Veel gemeenten hanteren daarvoor het zogenaamde keukentafelgesprek.

Inzet van een keukentafelgesprek is het verkennen van de ondersteuningsbehoefte van inwoners om te komen tot ondersteuning op maat. Deze gesprekken zijn een trendig topic geworden. Ook, omdat – steeds vaker – ze met succes worden gevoerd. Tegelijkertijd, zo constateer ik, is er ook nog veel te doen en te winnen.

De veranderingen in de zorg hebben namelijk ook veel twijfels en zorgen met zich meegebracht. Hierdoor ligt tijdens de keukentafelgesprekken niet zelden het accent op de inhoudelijk toelichting gegeven op de veranderingen. Of het vragen van begrip voor de verslechtering: minder hulp, meer zelf doen. Onbedoeld dreigt hierdoor verwording van het Eigen Kracht-denken. Het is niet langer een alternatief, maar eerder een uitsluitingsgrond: u hebt voldoende vrienden – bekijk het maar (met hen)!

Kijken naar wat nodig is in plaats van waar iemand recht op heeft. Dat is de juiste aanpak. Daar moet het om draaien bij een (goed) keukentafelgesprek. En ja, dat kost tijd en vaak ook geld.

Een persoonlijke aanpak biedt inzicht in de situaties van inwoners die ondersteuning nodig hebben. Dat is belangrijk, omdat je hun situaties niet zomaar over één kam kunt scheren. Het eigen plan en de eigen inbreng van de inwoners moeten daarbij leidend zijn.

Maatwerk is voor het gezonde verstand vanzelfsprekend. Desondanks raken nog te veel mensen in de knel. Omdat wij te vaak niet luisteren naar de antwoorden die mensen zelf hebben bedacht. Of omdat hun oplossingen niet goed passen in de systemen. Of omdat wij iedereen gelijk willen behandelen. Waardoor het maatwerk eerder een worstelpartij met algemene regels en normen wordt. Vraag het maar aan gemeentebestuurders, –ambtenaren en professionals. Die komen al snel met allerlei praktische bezwaren. Ook zij gruwen van opgelegde concepten en confectieoplossingen, maar als de uitvoering van maatwerk arbeids- of kostenintensief wordt, dan wint dat wat binnen het metrum van het stelsel past.

Maatwerk betekent: puzzelen, passen en meten ( zie ook: https://verruimdehorizon.wordpress.com/2015/02/07/schuren-knutselen-en-schooieren/) Maatwerk betekent: kiezen voor eigen regie en mensen ruimte geven om hun eigen talenten en vermogens te benutten. Eng? Wel als plannen, standaardiseren, controleren en toetsen het houvast is. Alsof alle mensen gelijk zijn!

Mensen zijn verschillend, hun omstandigheden en mogelijkheden zijn dat ook. Net als hun ziekten en beperkingen geldt dat ook de hindernissen die geslecht moeten worden. Net als de talenten die ter beschikking staan. En ja, dat is best spannend. Voor iedereen. Maar het is en wordt een feest als mensen erdoor in staat gesteld worden de gewenste balans in hun leven te kunnen terugbrengen.

Daarom heb ik een welgemeend advies: ga daadwerkelijk het gesprek aan. Je moet geduldig zijn, luisteren en het ongelijk begrijpen. Creëer ruimte voor mensen om een eigen plan en afwegingen te maken. Van bestuurders mag – nee, moet je – eisen dat ook zij ‘kantelen’. Het is namelijk onvermijdelijk dat er klachten komen. Dat er onrust zal ontstaan over ongelijke behandeling in schijnbaar gelijke gevallen. Juist dan is rugdekking van bestuurders en leidinggevenden nodig. Moeten zij zich zichtbaar eigenaar betonen van het kantelingsconcept en uitdragen en uitleggen dat de keuze voor maatwerk per definitie een keuze voor verschil is.

Menselijke gevoelens contra kille cijfers. Het blijft een boeiende tegenstelling. Maar passende oplossingen vragen om een open oog en oor voor de specifieke situatie van mensen. Het blijkt en blijft steeds weer verrassend om te merken dat mensen vaak opener zijn als je belangstelling toont, ruimte geeft voor het verhaal en laat merken dat je luistert, vragen stelt en feedback geeft. Als de ander luister, zonder oordeel, durven mensen meer te zeggen over wat ze denken en voelen.

Die – en wat mij betreft mooiere – insteek voor het keukentafelgesprek kent alleen maar winnaars. Het voorkomt dat mensen hun behoefte moeten vertalen in een oplossing die wordt beperkt tot het beschikbare aanbod. Het draagt niet allen zorg voor (meer) draagvlak. Het houdt de inwoners ook zelf in de regierol. En, voor professionals geven de verhalen waar ze trots op zijn zin. Gewoon, omdat ze de betekenis van hun werk vormen. Ze waardevol waardevolle dingen mogelijk kunnen maken.

Zin is – net als eigen kracht – niet te koop en een ander kan het ons ook niet geven. Maar een ander kan wel helpen in de zoektocht daarnaar. Helpen om de ogen te openen en te zien wat kleur geeft en waar je warm voor kunt lopen. En dat is niet altijd eenvoudig, zeker niet in een wereld waarin wij al gauw in systemen verzanden. Maar het kan! Daarom ook kun je gerust bij iemand binnenvallen als je daar zin in hebt. Als ze ‘Jakkes’ zeggen kun je altijd weer naar buiten vallen….