Hoed u voor het “kan/mag niet”

petten.png

  • Het ene doen en het andere niet laten

Gemeenten en organisaties in het sociaal domein zadelen professionals vaak onbedoeld op met taken die tegengestelde juridische regimes kennen. Het leidt soms tot idiote dilemma’s. Het antwoord: pragmatisme en de logica van het gezonde verstand. Zo leerde mij ook de casus van Mijnheer Beseibeld!

Mijnheer Beseibeld, woonachtig in gemeente A. heeft een timmermansbedrijfje in buurgemeente B. Meneer heeft een licht verstandelijke beperking en er is sprake van een vermoeden van autisme. Hij kan moeilijk aan het werk komen en de eigenaar van de grond en gebouwen heeft zich over hem ontfermd.

Op dit perceel vinden volgens de gemeente diverse activiteiten plaats die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Dat geldt onder meer voor het timmermanbedrijfje van mijnheer Beseibeld. Omdat de gemeente het strijdige gebruik willen beëindigen, vraagt de betreffende gemeentelijke afdeling aan het sociaal team van diezelfde gemeente om voor meneer een alternatieve werkplek te zoeken. Daarbij wordt de suggestie gedaan om mijnheer dagbesteding bij een professionele zorgorganisatie aan te bieden.

De professionals van het sociaal team van gemeente B. hebben zo hun bedenkingen. Immers, mijnheer Beseibeld is tot op dit moment op eigen kracht en met behulp van zijn netwerk in staat om zijn eigen leven te leiden. Ondanks zijn beperkingen. Zo bezien is er noch een medische, noch een sociale grondslag voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). En zelfs als die grondslag wel te vinden is, is het de vraag of het logisch is.

Omdat de afdeling Handhaving van gemeente B. niet te vermurwen lijkt, wordt besloten de kwestie voor te leggen aan de verantwoordelijk portefeuillehouder. Saillant detail: de betreffende wethouder heeft zowel bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de Ruimtelijke Ordening als voor de Wmo.

De verantwoordelijk wethouder deelt de opvattingen van het sociaal team. Ondanks het feit dat inmiddels ook is komen vast te staan dat mijnheer Beseibeld voor de Wmo aangewezen is op woongemeente A. Oftewel: eventuele Wmo-kosten komen niet voor rekening van gemeente B. “Het kan en zal niet zo zijn dat het individu hier vermalen wordt door tegenstrijdige juridische regimes.,” aldus de verantwoordelijk wethouder. Tegelijkertijd deelt zij de opvatting van de afdeling Handhaving dat er gehandhaafd moet worden. Niet in de laatste plaats ook, omdat de eigenaar en zij familie een historie hebben waar het gaat om het stelselmatig oprekken van de regels.

De opdracht voor alle betrokkenen is dus: het ene doen en het andere niet laten.

De oplossing wordt gevonden door te kijken naar de wet- en regelgeving rond mantelzorgwoningen. Verschillende gemeenten hebben in de afgelopen jaren beleid gemaakt voor het plaatsen van mantelzorgwoningen.  Als er een vergunning nodig is voor   het afwijken van een geldend bestemmingsplan kan het antwoord op de vraag of er sprake is van een zorgvraag en van een mantelzorgrelatie een rol spelen. Bijvoorbeeld bij het gebruik van de bevoegdheid een ‘kruimelafwijking’ te verlenen op basis van het Bor.

In de Wmo 2015 wordt mantelzorg gedefinieerd als ‘hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden   en   opgroeien   van   jeugdigen   en   zorg   en   overige   diensten   als   bedoeld   in   de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg wordt dus geleverd door iemand uit de familie-, vrienden-of kennissenkring.  De informele zorg of ondersteuning die een mantelzorger biedt, overstijgt de hulp die je normaal mag verwachten binnen een huishouden.

De relatie van de heer Beseibeld met de eigenaar/bewoners van het perceel waarop hij de – met het bestemmingsplan strijdige – activiteiten met zijn timmermansbedrijfje uitvoert, kan worden beschouwd als mantelzorg.

Van een mantelzorgwoning spreken we als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aan-of bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt. In het onderhavige geval is een bijgebouw geschikt (gemaakt) als timmermanswerkplaats.

Vergunningverlening op grond van de kruimelregeling, een AMvB, wordt mogelijk gemaakt in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2o Wabo. De kruimelregeling biedt veel mogelijkheden om in afwijking van het bestemmingsplan te bouwen of gronden te gebruiken. Zo ook is het op grond van de kruimellijst mogelijk om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Het gaat dan om een periode van maximaal 10 jaar.

De portefeuillehouder stemt ermee in dat deze redenering wordt gebruikt om dit onderdeel van het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het onderhavige perceel te regelen. Hiermee kan mijnheer Beseibeld zijn eigen kracht behouden en kan de gemeente ook haar rol als handhaver – ook voor het overige – rechtmatig vervullen.

Onze gezamenlijk les? Spreek je uit voordat je de conclusie trekt dat iets niet kan en ga op zoek naar mogelijkheden. Je zult nog versteld staan van wat er allemaal kan.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

Advertenties

Kafkaiaans eten

kafka.png

  • De regels zijn niet de conclusie van ons verstand

Tijdens een casusbespreking dezes week bekroop mij de sfeer in de boeken van Franz Kafka. Zij ademt een zinloze, desoriënterende en nachtmerrieachtige complexiteit. De sfeer in het werk van Kafka is absurd: elke stap die de hoofdpersoon in alle redelijkheid zet wordt gefrustreerd door draconische regelgeving. Als lezer raak je zo in een onbetrouwbare wereld verzeild waarin niets wat logisch en redelijk lijkt nog werkt. Kafka schetst hiermee een beeld van de vervreemding van de mens in de moderne maatschappij.

Vanaf 2015 is de zorg en ondersteuning voor ouderen anders gefinancierd en georganiseerd. Drie wetten spelen daarin een belangrijke rol: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).  Kort samengevat is de essentie van deze drie wetten dat ouderen passende zorg, hulp en ondersteuning krijgen die zoveel mogelijk aansluit op hun persoonlijke (thuis)situatie, mogelijkheden en sociale netwerk.

De afbakening tussen de Wmo 2015 en de Wet langdurige zorg (Wlz) leek met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 zo mooi en duidelijk te zijn geregeld. De gemeente hoeft geen voorziening toe te kennen op het moment dat de cliënt een Wlz-indicatie heeft of hierop aanspraak zou kunnen maken (artikel 2.3.5 lid 6 Wmo 2015). Ook formuleerde de wetgever hierop enkele uitzonderingen (artikel 8.6a Wmo 2015).

Ruim 2 jaar nadat de Wmo 2015 zijn intrede heeft gedaan, bespeuren ik echter diverse onduidelijkheden c.q. knelpunten in de afbakening tussen deze zorgwetten.

We willen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen én dat ze daarbij zoveel mogelijk zelf de regie hebben over het zorgproces.  Daarvan zijn de positieve effecten zeker zichtbaar. Maar ook is duidelijk dat de praktijk van de drie-wetten-in samenhang weerbarstig is.

Ik zie dat ouderen onbedoeld, ongewild en onbeschaamd hinder ondervinden van de schotten in de financiering van zorg, hulp en ondersteuning. Juist, omdat precies volgens alle wet- en regelgeving gewerkt wordt. Ik zie machteloosheid en frustraties bij professionals wanneer ouderen tussen wal en schip belanden. Ik zie ook dat professionals goed uit de voeten kunnen met de bedoeling van de wetten (ouderen vitaal te houden en zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen met een combinatie van professionele en informele zorg & ondersteuning). Maar tegelijkertijd zie ik ze worstelen met vragen als: Wie is verantwoordelijk? Wie wordt betaald? Welke wet is leidend? Ook is het soms niet duidelijk wat professionals van elkaar en van de gemeente en de verzekeraar mogen verwachten. Ook zien we dat de eigen interpretaties van professionals over welke zorg/ handeling in welk takenpakket hoort niet altijd passen binnen de door gemeente en zorgverzekeraar gestelde kaders of binnen de gestelde kaders vanuit het Rijk.

Neem meneer en mevrouw Trommel bijvoorbeeld. Beiden zijn al stevig op leeftijd en onvrijwillig hoofdrolspelers geworden in een kafkaiaans drama. Zij zijn gehuwd, voeren een gezamenlijke huishouding en zorgen, zo goed als dat gaat, voor elkaar. Mevrouw heeft een Wlz-indicatie VPT (Volledig Pakket Thuis). Zij ontvangt haar maaltijdvoorziening uit de Wlz. Haar man, halfzijdig verlamd en zich voortbewegend met een rollator, krijgt de maaltijd wel thuisbezorgd, maar heeft geen Wlz-indicatie. De maaltijd voor mevrouw Trommel wordt dagelijks voor haar klaargezet. Die van haar man niet. “Want dat valt niet onder de indicatie van mevrouw”, aldus de betrokken hulporganisatie. Met een welhaast satanisch genoegen wenst zij mevrouw Trommel vervolgens “Smakelijk eten, mevrouw!”, en wenst zij meneer Trommel “Sterkte en succes”.

Het gevolg van dit alles is dat mevrouw Trommel dagelijks haar maaltijd geniet, onderwijl haar man eindeloos probeert zijn eigen maaltijd geopend en/of in de magnetron te krijgen. Of dat mevrouw Trommel haar eten koud ziet worden, omdat zij wacht tot ook de maaltijd van haar man eindelijk op tafel staat. Kunt en wilt u het gekker bedenken? Ik niet.

Vanuit het perspectief van meneer en mevrouw Trommel zou idealiter de vraag uit welke wettelijk kader de ondersteuning of zorg gefinancierd wordt geen rol moeten spelen. Zeker ook, omdat de oplossing uiterst eenvoudig en simpel is. De professionals die bij mevrouw Trommel (en dus ook meneer Trommel!) over de vloer komen, nemen de maaltijdverzorging (lees: het warm maken en klaarzetten) voor beiden op zich, ook al valt deze taak voor meneer Trommel formeel niet onder het VPT-pakket van zijn vrouw. Ik noem dat ‘de logica van de uitvoering’.

De logica echter is weliswaar onwrikbaar, maar tegen Kafka en zijn volgers kan zij niet op. Want eens Kafka in het spel en over de vloer komt, groeien de problemen. De passende en logische oplossing voor meneer en mevrouw Trommel  past namelijk niet bij het strikt hanteren van de kaders die met wet- en regelgeving zijn gesteld. De praktische (en efficiënte!) opzet die ik voorsta heeft namelijk gevolgen voor de financiële kaders van de aanspraak.

Wie denkt dat ik dit allemaal wat overdrijf, heeft het mis. De namen van meneer en mevrouw Trommel zijn gefingeerd. Omwille van hun privacy. De rest is naakte waarheid en kwam deze week tot mij in een zogenaamd casusoverleg. Ik heb mij daarop voorgenomen geen tijd meer te verspillen aan het zoeken naar niet bestaande hindernissen. Ik ga de regels te studeren om het beste middel te vinden om ze te overtreden!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Botsende logica’s vragen eigenzinnige professionals

botsende logica's.png

  • Alle regels naleven leidt tot slechtere zorg

Als wij ons uitvoerende professionals zo disciplineren dat zij aan alle regels voldoen, dan leveren zij slechte zorg. Er zijn namelijk erg veel regels, die niet zelden ook tegenstrijdig zijn. Deze opvatting deelt ook Annemiek Stoopendaal van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij voerde vier jaar lang ‘embedded’ onderzoek uit bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Het omgaan met botsende logica’s van verschillende domeinen en stelsels vraagt mede daarom om morele oordeelsvorming.

De bedoeling van de decentralisaties is dat inwoners sneller geholpen worden bij hun participatie in de samenleving en met zorg- en ondersteuningsvragen. En dat die ondersteuning dichtbij huis wordt aangeboden en aansluit op de daadwerkelijke behoefte en mogelijkheden van de inwoner en zijn of haar netwerk. Een samenhangend aanbod van (algemene) voorzieningen is hierbij noodzakelijk. Daarnaast wordt flink ingezet op ‘meedoen naar vermogen’, door de kansen te vergroten van inwoners op (arbeids)participatie.

Het leidende principe bij de decentralisaties binnen het sociaal domein en de omvorming van ons zorgstelsel is dan ook de gebleken noodzaak om sector overstijgend samen te werken. Dat willen professionals en hun organisaties ook. Maar tegelijkertijd is er sprake van een meerkoppig monster dat zij daarbij moeten bestrijden.

In de uitvoering worden alle betrokkenen namelijk geconfronteerd met een complex samenspel van professionaliteit, budgettering, inkoop, convenanten, regels en routines. Voor elk probleem bestaat een eigen regeling in een sectorale koker, die een eigen – vaak door de politiek – gesanctioneerde rationaliteit kent.

Het kan door dit alles flink schuren tussen professionals, organisaties of domeinen. Met perversiteit of inadequate ondersteuning als gevolg. Het volgende voorbeeld illustreert dit fraai. Het betreft een veelpleger die ernstig dreigend is naar zijn ex-partner en haar nieuwe vriend. Een eerder opgelegde Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD-maatregel) biedt onvoldoende gedragsverandering. Strafrechtelijk kon niet worden ingegrepen omdat er (nog) geen delict is dat een adequate strafmaat biedt. Vanuit zorg kon ook geen bijdrage geleverd worden, omdat de betreffende persoon niet vrijwillig wilde meewerken aan de behandeling en de psychiater onvoldoende basis zag voor een dwangopname. Geen van de domeinen bood zo een passende interventie. Er restte niets anders dan wachten op het volgende delict en hopen dat het niet te ernstig zou uitpakken.

Het werken binnen het sociale domein wordt gekenmerkt door dit soort van conflicten, belangentegenstellingen en wederzijdse afhankelijkheden. Daarbij moeten bestuurders, ambtenaren en professionals hun werk verrichten onder een niet zelden onbarmhartige tucht van systemen en hun regels. Allemaal hebben zij last van botsende logica’s en moeten zij vaak buiten de lijntjes kleuren om tot gezamenlijke oplossingen te komen. Dat vraagt eigenzinnige professionals.

De grote systemen waarbinnen professionals werken, zoals (gezondheids)zorg, recht, onderwijs, inkomen en arbeid werken allemaal op basis van eigen regels die richtinggevend zijn voor de doelen en interventies. Zeker in complexe situaties levert dit voortdurend frustraties op. Omdat gelijktijdige afwegingen gevraagd worden binnen meerdere systemen. Omdat er een weging gemaakt moet worden tussen oplossingen die rechtvaardig zijn en oplossingen die bijdragen aan het herstel van het ‘normale’ leven dan wel het ‘normale’ gedrag. Oplossingen kortom, die werken.

Veel inwoners of huishoudens die voor steun aankloppen bij professionals, hebben problemen met de basisbehoeften. Ze leven in armoede, hebben schulden of gebrekkige huisvesting. Mijn ervaring is dat mensen pas openstaan voor begeleiding rond opvoeding, participatie en werk als deze basale problemen zijn opgelost. Dat maakt dat mijn morele kompas zegt dat ik penny-wise maar pound-foolish bezig ben als ik wel ondersteuning of zorg biedt die binnen de regels valt, maar geen oplossing biedt voor het werkelijke vraagstuk.

Juist daarom moet de aanpak persoons- in plaats van systeemgericht zijn. Er ontstaan stagnaties als de systemen (lees: de overheid) te sterk sturen. Effectieve zorg vraagt naast samenwerking om doen wat nodig is, een sterke focus op het resultaat en vasthoudendheid. Dit kan ontstaan als er structureel wordt gewerkt op basis van goede diagnostiek, een geïntegreerd plan van aanpak en gecoördineerd optreden. Bovenal echter vraagt het om een professional die gedreven is om inwoner met een vraag niet meer los te laten totdat een passend antwoord is gevonden.

Dit alles vraagt van professionals – en dat geldt ook voor bestuurders, managers, etc. – naast kennis en kunde ook om een moreel oordeel. Om eigenzinnigheid ook. Daarbij moet niet krampachtig worden vastgehouden aan regels of het ‘rechtsgelijkheid’-principe. Zoals ook de vicepresident van de Raad van State, Donner, stelt: “Met de decentralisatie en het concept van beleid op maat is de wetgever overgestapt van ‘gelijkheid’ als dragend rechtsidee, naar ‘ieder het zijne geven’.” Daarmee is het onderscheid naar behoefte, mogelijkheden en omstandigheden, de norm in de uitvoering geworden. Daar waar botsende logica’s van systemen dit in de weg staan, vraagt dat om eigenzinnige professionals die doen wat nodig is en werkt!

Veranderen is er niet alleen voor anderen

 veranderen

  • De menselijke maat en regels – de volgende fase in ontschotting en transformatie in het sociaal domein

Vanaf 2015 werken gemeenten, welzijn- en zorgorganisaties met de nieuwe wet- en regelgeving in het sociaal domein.

De Wmo 2015, Participatiewet, Jeugdwet en Passend Onderwijs zijn van kracht. Maar wat betekent dat nu voor hen in de praktijk?

Tijdens een dialoogsessie met professionals uit de praktijk heb ik onlangs stil gestaan bij de praktische toepasbaarheid van wet- en regelgeving. Daarbij kwam vragen aan de orde als:

  • Wat betekent de samenkomst van de wetgevingen sociaal domein nu in de praktijk?
  • Welke ruimte is er binnen de kaders van deze wetten?
  • Hoe pak je de wetgeving integraal op binnen het sociaal domein?
  • Waar zit er overlap in de wetgevingen en waar bijten deze elkaar?
  • En welke invloed heeft de privacy wetgeving op de integraliteit in het sociaal domein?
  • Wat hebben de veranderingen in het sociaal domein nu opgeleverd?
  • Hoe kunt je integraal samenwerken stimuleren en ondersteunen?
  • Wat wordt er verwacht van de transformatie op inhoudelijk en financieel vlak?
  • Van systeemwereld naar leefwereld ter bevordering van maatwerk en samenspraak inwoners
  • Hoe bewerkstellig je een cultuuromslag waar de transformatie om vraagt bij zowel de inwoners, als gemeenten en zorginstanties/-professionals?

Het werd een vindtocht langs valkuilen, uitdagingen en mogelijkheden. Want er is weliswaar sprake van één sociaal domein, maar wij handelen er nog lang niet naar….

Onderstaande video was leidraad bij deze inspirerende ontmoeting, die ik mocht faciliteren in het kader van de opleiding “Werken met wet- en regelgeving in het sociaal domein”                  

De opleiding is een initiatief van
Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid
Postbus 845
5600 AV Eindhoven
Tel. 040 – 2 974 980
klant@sbo.nl
http://www.sbo.nl

Uit regen in de drup

armoede.png

  • De logica van het hart is winstgevender

Ikzelf had het bericht niet opgemerkt. Het werd mij aangereikt door mijn Facebook-vriend Edo Paardekooper – Overman. Hij is onder meer actief voor de Landelijke Cliëntenraad Sociale Zekerheid (SUWI) en het Platform Minima Organisaties Haarlem e.o. (PMO). Hij heeft, wellicht mede daardoor, oog voor dit soort van zaken. Volgens het berichtje zelf was het een geweldige ontdekking. Grootser dan de relativiteitstheorie van wijlen Einstein bijvoorbeeld. Het is dan ook een gotspe dat de media er zo weinig aandacht voor hadden. Want laten we wel wezen, het is me een vondst!

Zonder boetes zijn mensen eerder uit de schulden. Ontdekte volgens het ronkende nieuwsbericht zorgverzekeraar CZ.  Zo blijkt dat mensen die schulden hebben niet geneigd zijn om die sneller af te lossen als je er steeds boetes bovenop stapelt. Wat wel werkt: het afsluiten van realistische betaalregelingen. CZ wist met dat inzicht de verliezen wegens wanbetalingen in vijf jaar tijd te halveren. Onbegrijpelijk dat wij dat niet eerder hebben gezien!

Onze wereld is “verdraaid”. Natuurlijke principes van de logica gaan verloren onder een lawine van onnatuurlijke management- en systeemlogica. Wij worden gegijzeld door wetten en regels en veronachtzamen de logica der dingen. Met het gevolg dat mensen vermalen worden en vastlopende in het steeds doller draaiende stelseldenken.

We denken zaken te kunnen beheersen door systemen in te voeren, maar het effect is het tegenovergestelde. De ‘illusie van houvast’ regeert ons denken en doen. De tragiek daarbij is dat we het vaak ook nog doen met de beste bedoelingen. Hoe tragisch. Hadden we, denk ik dan, soms maar wat minder beste bedoelingen.

Is er veel moeite voor nodig om je voor te stellen dat mensen die – door pech, domheid of stommiteit – in de schulden geraken niet geholpen zijn met boetes?  Het effect daarvan is geen oplossing, maar een verergering van het probleem. Moeten wij die schulden dan zomaar kwijtschelden? Nee, natuurlijk niet. Maar zeker is dat we het probleem ook niet mogen verergeren.

Toch doen wij dat dagelijks. Op kleine, individuele schaal, zowel in de geopolitieke wereld. Mensen en staten die hun portemonnee of begroting niet op orde hebben straffen wij met boetes. En, omdat wij ergens ook wel voorvoelen dat dit wellicht niet helemaal deugt, ontwikkelen wij een separaat systeem om de pijn te verzachten. Terwijl de ene hand slaat, geeft de andere hand.

Wij declameren als gulle gevers – ons eigen schuldgevoel afkopend – het recht op ondersteuning en spreken verontwaardigd schande over het feit dat veel te weinig mensen daarvan gebruik maken. Hierdoor – willen de berichten – blijven jaarlijks miljoenen euro’s liggen.

Wat is dan de oplossing? Hoe kunnen wij dit patroon doorbreken? Simpel. Door van rol te verwisselen. Door je te proberen voor te stellen wat het voor jou zou betekenen als jij aan de andere kant van de tafel c.q. het probleem zou zitten. Paradoxaal genoeg doen wij dat te weinig.

Het effect daarvan is nabijheid. Samen op de bank of aan de keukentafel gaan zitten en praten. Niet over de oplossing, maar over de oorzaak. Als wij de oorzaak kennen, kunnen wij nagaan wat er nodig is om die omstandigheid te beïnvloeden dan wel te wijzigen.

Nee, het is geen briljante oplossing. Wel een logische. Voor de duidelijkheid: een dergelijk rolwisseling is geen garantie voor succes, maar het patroon in stand is – zo leert de ervaring ons – in elk geval wel een garantie op ongeluk.

Samen stilstaan bij ‘de bedoeling’ dus. Ons afvragen wat de waarde is die wij voor elkaar kunnen en willen hebben. En wat daarin het meest wezenlijk is. Dat vraagt om denken en doen vanuit de leefwereld van mensen. Het hier en nu waarin mensen beslissingen nemen. De systeemwereld, met daarin alle afspraken die we maken om de leefwereld systematisch te laten verlopen, kan daarbij helpend zijn, maar nooit leidend. Beginnen dus bij de bedoeling en van daaruit de zin en onzin van de regel beoordelen. En, onszelf daarbij steeds de vraag stellend of wijzelf de mogelijke oplossing zouden accepteren.

Systemen moeten ondersteunend zijn, in plaats van leidend. Alleen dan kunnen wij anticiperen op de werkelijke wereld.  Mensen die het eenvoudig en dicht bij de mensen houden levert een win-winsituatie op. Leerde ook CZ, toen zij de systeemwereld losliet en terugkeerde naar de bedoeling.

Het stapelen van boetes en incassokosten maakt problematische schulden catastrofaal. Wil je echt wat doen? Echt vooropgaan in de strijd tegen schulden en armoede? Leg dan gewoon contact ‘om te informeren wat er aan de hand is’. Mensen lopen niet voor hun plezier achter met betalen. Gebeurt dat wel, dan moet je ze niet achternalopen met boetes, incassorekeningen en wat dies meer zij, maar meelopen op dat wat mogelijk is. Die logica, die van het hart en het verstand, is winstgevender. En daarmee ook een betere vriend dan welk stelsel of systeem ook.

Een handtekening onthult iemands karakter…

kikkers-en-schorpioen-3

  • Steken onder water

Een schorpioen staat aan de kant van de rivier. Hij wil naar de overkant, maar kan niet zwemmen. Toevallig zwemt er op dat moment een kikker voorbij. ’Wil jij mij helpen?’, vraagt de schorpioen aan de kikker. ‘Als ik op je rug kan zitten, kun jij mij naar de overkant brengen.’ ‘Ben je gek’, antwoordt de kikker. ‘Je zal me onderweg steken en dan ga ik dood.’

‘Lieve kikker’, lacht de schorpioen. ‘Dat zou toch niet logisch zijn. Als ik zou steken, dan ga jij dood en verdrinken we allebei.’ ‘Okee dan’, zegt de kikker. ‘Spring er maar op.’

De schorpioen klimt op de rug van de kikker. De kikker is halverwege de overtocht als hij opeens een scherpe steek in zijn nek voelt. Terwijl de wereld om hem heen wazig wordt zegt de kikker: ‘Wat doe je nu? Je zei zelf dat het niet logisch is wanneer je me zou steken!’ ‘Logica staat hierbuiten’, zegt de spartelende schorpioen. ‘Het zit in mijn karakter.’