Zelfbewustzijn maakt een brede borst

kuiken

  • Het verhaal van het kuiken en de pot

Er leefde eens een wijze monnik. Iedereen hield van hem. Je kon ook altijd bij hem terecht. Als je vragen had, merkte je hoe wijs hij was.

Deze monnik had een leerling. De leerling had stad en land afgelopen om een wijze leraar te vinden. En werkelijk, na enig tijd bleek dat de leerling de beste leerling was die de wijze monnik ooit had gehad. Het was de allerbeste leerling van de gehele wereld.

Na enige jaren opleiding riep de monnik zijn leerling. Hij sprak: ‘Je bent een goede leerling, ik heb je niets meer te leren. Ik heb alleen nog één probleem en dat moet jij oplossen. Dit is het probleem: Er was eens een arme boer. Die boer had een kuiken waar hij veel van hield. Hij zette het in een ronde pot. Telkens als hij van het land kwam, keek hij naar het kuiken en gaf het te eten. Dat kuiken groeide en groeide en werd vet. Op het laatst vulde het de hele pot. Het zat helemaal klem. Mijn vraag aan jou is: Hoe kwam dat kuiken eruit? Ga heen en los deze vraag op’.

De leerling ging naar zijn cel en dacht na over de vraag…

Er was eens een kuiken… een boer… een pot…

Toen hij er diep over nagedacht had, stond hij op. Ging uit zijn cel naar de cel van zijn leraar. Hij klopte op de deur. Hij wachtte op antwoord. Nu waren de regels zo dat het verboden was zomaar bij een leraar binnen te lopen. Dat mocht niet, dat was ongebruikelijk. De leraar moest ‘binnen!’ zeggen.

Hij wachtte en wachtte en klopte nogmaals. Toen ging hij onverrichter zake maar weer terug naar zijn cel. Zo ging dat weken achter elkaar. Kloppen… wachten en weer terug gaan naar zijn cel. Het begon de knapste leerling van de wereld danig te vervelen. En in plaats van na te denken als hij weer in zijn cel kwam, werd hij al kwader en kwader. Hij dacht bij zichzelf: wat is dat voor een behandeling? Dit is helemaal te gek! Woedend werd hij ervan! Ik heb niets aan die man. Noem je dat wijs?

Zo nam hij een besluit. Ik klop, antwoord of geen antwoord, ik stap binnen en zeg hem de waarheid.

Trillend van woede klopte hij op de deur van de cel van zijn leraar. Hij wachtte een moment. Gooide de deur open. Daar zat de wijze monnik en het leek op hij sliep. Hij schudde hem door elkaar. ‘Wat nou kuiken? Wat nou pot? Je kunt de pot op met je kuiken!’

Toen opende de leraar zijn ogen pas. De monnik zei: ‘Het kuiken is, geloof ik, eindelijk uit de pot!’

Het verhaal van de pijl en de roos

PijlRoos

Elke week komen ze bij de Rebbe, Van heinde en ver. Voor ze de grote zaal binnen gingen fluisterden ze de Rebbe toe, al hun problemen, zorgen grote en kleine, hun dilemma’s, hun vragen, hun ideeën. Dan knikt de Rebbe. Interessant dilemma, goed idee, mooie vraag, komt u vooral binnen, en ga zitten.

Als iedereen de zaal in is gegaan en een plekje heeft gevonden begint de Rebbe te vertellen. En halverwege het verhaal dat hij vertelt beginnen de mensen te elkaar schuins aan te kijken en te knikken. Ja, zo is het. Dat heeft de Rebbe goed gezien, wat een mooi idee, hoe komt hij er op.

Als tenslotte de Rebbe het verhaal beëindigd heeft staat iedereen op en bedankt de Rebbe uitbundig en men gaat tevreden naar huis. Geïnspireerd en vol daadkracht.

De Rebbe heeft een leerling die dat week aan week vol verbazing aanziet. Hoe doet de Rebbe dat. Al die honderden verschillende vragen en dilemma’s iedere week weer. En dan iedereen weten te raken zodat mensen tevreden naar huis gaan. Dat stukje verhaalkunst wil hij ook wel leren. Op een dag tijdens een wandeling durft hij het te vragen aan zijn meester.

Rebbe hoe is het mogelijk dat u week in week uit al die honderden mensen met elk hun eigen vragen met slechts een verhaal te kunt beantwoorden. En dat bovendien elke week te herhalen met een ander verhaal.

Een goede vraag zegt de Rebbe, ga vooral zitten.

Mijn verhalen zijn als de Pijl en de roos. En hij vertelt over die kroonprins die de beste schutter van de wereld wil worden. Hij oefent en oefent wekenlang. Hij haalt wel een percentage van 95 procent midden in de roos. Na die oefening keert hij terug naar de burcht van zijn vader om vol trots zijn kunst te vertonen. Maar aangekomen bij de muren van het kasteel ziet hij allemaal rozen met de pijl exact in het midden. 100 procent score. Volkomen uit het lood stuurt hij zijn dienaar de burcht in die even later terug komt met de hofnar. Verbijsterd zegt de prins dat het onmogelijk is dat zo’n nitwit, zo’n clown nooit beter dan hem kan zijn en nog wel zonder de oefening en moeite zoals hij zich getroost had. Hoe heb jij dat gedaan. Ach meester, zegt de hofnar knipogend, ik was wat aan het spelen met mijn pijl en boog. En vervolgens heb ik op de muur overal waar een pijl in zat een roos getekend.

Mijn verhalen, zegt de Rebbe zijn als de pijl, die zijn weg aflegt van de strakgespannen boog van de schutter, door de lucht zoeft en het doel vindt precies in het hart van de roos.

Luister , zegt de Rebbe. Mijn verhalen zijn als de pijl. Ik weet alles van spannen en ontspannen, van vasthouden en loslaten , van richten en raken. Ik ben verantwoordelijk voor de pijl. Maar de luisteraars die bepalen zelf of ze de roos ophouden of niet om de pijl het hart te laten raken.

Zo raken mijn verhalen doel … of niet. De leerling knikt.

Het bereiken

bereiken

Een discipel van Lao Tse zei: “Meester, ik heb het bereikt.” Lao Tse zei: “Als je beweert dat je het hebt bereikt, staat het vast dat je het niet hebt bereikt.” De discipel wachtte een paar maanden en zei toen op een dag: “U had gelijk, meester. ‘Het’ heeft het nu bereikt.” Lao Tse keek hem met veel mededogen en liefde aan, aaide hem over zijn bol en zei: “Nu klopt het. Vertel me wat er is gebeurd. Ik wil het nu graag horen.”

En de leerling antwoordde: “Tot de dag waarop u zei: “Als je zegt dat je het hebt bereikt, staat het vast dat je het niet hebt bereikt,” was het een inspanning voor me. Ik deed alles wat ik kon, ik deed mijn uiterste best. De dag waarop u zei: “Als je zegt dat je het hebt bereikt, staat het vast dat je het niet hebt bereikt,” raakte het me ineens. Hoe kon ‘ik’ het bereiken? Want het ‘ik’ is de hindernis, dus moest ik u wel gelijk geven.”

“Het heeft het bereikt,” zei hij, “en het kwam pas aan toen ik er niet was.” Lao Tse zei: “Leg de andere discipelen uit in wat voor situatie het gebeurd is.” En hij zei: “Het enige wat ik kan zeggen is dat ik niet goed zat of niet fout, ik was geen zondaar of geen heilige, ik was niet dit of niet dat, ik was niet iemand in het bijzonder toen het kwam. Ik was gewoon iets passiefs, iets geweldig passiefs, gewoon een deur, een opening. Ik had het zelfs niet uitgenodigd, want zelfs de uitnodiging zou uitgegaan zijn met mijn handtekening. Ik was het in feite helemaal vergeten. Ik zat gewoon. Ik was zelfs niet eens op zoek, ik zocht niets, ik informeerde nergens naar. Ik was er niet en plotseling werd ik erdoor overspoeld.”