Galerij

Trotse mensen verdwalen liever dan de weg te vragen

oude projectroute.png

  • 1,5 min. Waarom top down projecten vastlopen en mislukken.

Veel projecten binnen organisaties worden uitgevoerd op een manier die niet bijdraagt aan de motivatie van alle mensen die uiteindelijk geacht worden op een andere manier te werken. Omdat de manier van inrichten van het project gebaseerd is op oude motivatietheorieën en systeemwaarden. In deze korte animatie het resultaat van een dergelijke aanpak.

Dit is de eerste van twee video’s De volgende: ‘De Nieuwe Project route’ laat zien hoe er wel effectief en samen met iedereen kan, zodat zogeheten verander trajecten en andere projecten in de praktijk slagen en voor blijvende veranderingen zorgen.

Zie ook: https://verruimdehorizon.wordpress.com/2016/07/02/grote-veranderingen-beginnen-klein/

Galerij

Tussen tuinhek en schutting

hokjesgeest

  • Wie kortwiekt belemmert het over de schutting vliegen

VNG en Rijk hebben financiële afspraken gemaakt over de stabiliteit van de gemeentelijke budgetten. Afgesproken is dat er geen jaarlijkse herschikking plaatsvindt tussen de budgetten binnen de stelsels van de langdurige zorg (Wmo/Jeugd, ZvW en Wlz). In het bestuurlijk overleg daarover hebben VNG en VWS nogmaals bevestigd dat er zijn geen financiële verschuivingen mogelijk tussen de Jeugdwet en de Wmo 2015 enerzijds en de Wlz anderzijds, tenzij de taak van gemeenten verandert. Wij blijven dus in schotten denken en doen.

De hiervoor bedoelde afspraken puzzelen mij. Want deze week kwam er ook een heel behartigenswaardig advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). De titel uitdagende titel daarvan luidt: “Een gedurfde ambitie – Veelzijdig samenwerken met kind en gezin”.

Dit advies focust zich op de hulp voor kinderen en hun ouders. Maar de daarin vervatte denklijn gaat op voor het hele sociale domein en de ondersteuning van alles inwoners. Zij krijgen regelmatig te maken met problematische situaties in kwetsbare gezinnen en huishoudens. Het maken van een professionele inschatting over wat nodig is voor een gezin vergt durf. Durf om te allen tijde met betrokkenen in gesprek te blijven. Durf ook om de grenzen van eigen deskundigheid en ervaring onder ogen te zien. Durf om andere instanties naar voren te schuiven in het belang van de betreffende mensen. En, voeg ik er aan toe, durf en ruimte om met (financiële) middelen te schuiven.

Dicht bij de inwoner. Integrale ondersteuning. Eén gezin, één plan, één regisseur. Dat zijn immers de beleidsmotto’s van veel gemeenten met betrekking tot de ondersteuning van diezelfde inwoners. Maar in de dagelijkse praktijk maken schotten, gescheiden verantwoordelijkheden, deeldomeinen, aparte loketten en verschillende geldstromen het leven van een inwoner met meerdere ondersteuningsbehoeften niet eenvoudiger.

Inwoners worden vaak op verschillende momenten en door verschillende instanties geïndiceerd, moeten steeds opnieuw voorzieningen aanvragen, ervaren overlappingen of juist hiaten in een reële ondersteuningsbehoefte. In de praktijk is van een ongedeelde ondersteuning geen sprake. Dat maakt het onnodig moeilijk voor deze inwoners, tast de kwaliteit van de ondersteuning aan en kost maatschappelijke en economische efficiencywinsten.

Een integraal persoonsvolgend budget (i-pvb) kan een oplossing bieden voor deze situatie. Het zet de inwoner met een ongedeelde ondersteuningsvraag zelf in regie, gericht op het oplossen van problemen die zich vanuit beleidsoptiek in verschillende domeinen afspelen.

Een tussenstand van het sociaal domein (SCP, 160525) leert ons dat daar nog een flinke uitdaging ligt. Maar weinig mensen maken gebruik van een combinatie van de sectoren (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet). Mensen die werkloos, ongezond of laag opgeleid zijn en mensen met een laag inkomen zijn juist daardoor kwetsbaar. De samenwerking tussen de verschillende partijen is mede daarom een punt van aandacht. Om de decentralisaties goed door te voeren, moeten gemeenten en professionals zich niet alleen richten op de uitvoering daarvan. Ze moeten bijvoorbeeld ook aangrenzende beleidsterreinen, zoals schuldproblematiek en passend onderwijs, meenemen. Gemeenten zoeken – zo luidt de conclusie – naar de juiste inrichting van het sociaal domein en naar daarbij passende instrumenten.

Flexibiliteit en loslaten. Daar draait het volgens mij om. En ja, dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Als we heel eerlijk zijn misschien zelf een beetje zweverig en ongrijpbaar. Dat is het echter niet. Het vraagt om anders denken. En in eerste instantie om anders te kijken naar de rol van de inwoners, de maatschappelijke partners en de eigen rol als gemeente.

Ik denk dat termen als zelfredzaamheid, eigen kracht en regie nu nog te beperkt geïnterpreteerd worden. Qua inkoop kunnen we daar volgens mij best een stapje verder in gaan. Waarom laten wij de inwoners – daar waar het kan – niet zelf direct zaken doen met geselecteerde en vooraf objectief beoordeelde leveranciers. Dan geven wij ze echte keuzevrijheid en eigen regie. Bovendien leidt het tot meer bewustwording met betrekking tot de kosten van ondersteuning en gevoel van controle op hun kwaliteit van leven. Als er sprake is van 100% werken met een persoonsvolgend budget dan kan de inwoner naar eigen keuze bij elke aanbieder terecht en zijn daar geen belemmeringen meer voor, tenminste in het budget.

Zeker, ik begrijp het heel goed. We begrijpen het onbekende niet. We zien het niet en we vinden het meestal niet leuk. Het onbekende lijkt onbeheersbaar. We missen de controle en worden zenuwachtig. Dat is geen fijn gevoel. En daarom houden wij alles bij het oude. Natuurlijk, we blijven onszelf overtuigen van de illusie van een zekere toekomst. De stip aan de horizon. Maar we stevenen er niet in een rechte lijn op af. Het liefst zelfs laveren wij ons tussen klippen en kapen. Die geven houvast; menen wij. Waarbij wij klagen over de wind. Terwijl de oplossing eenvoudig is: stel de zeilen bij!

Met gescheiden budgetten blijven probleemsituaties in gezinnen en huishoudens te lang voortduren. Passende toewijzing van ondersteuning – en daarmee oplossingen – blijven dan te lang uit. Het wordt dus langzamerhand echt tijd dat wij domeinen en budgetten met elkaar verbinden en daarmee onnodige drempels en schuttingen slechten. Daarom: sloop de schutting en open het tuinhek. Laat de inkoop waar mogelijk los en help inwoners waar dat echt noodzakelijk is! Dan pas is er echt sprake van een ‘Kanteling’!

Galerij

Een beetje kantelen kan niet!

kanteling

Heldere korte video die de werkelijke transformatie, die nodig is in het sociale domein, weergeeft. Een beetje kantelen kan niet! Er is een systeemverandering nodig op basis van andere uitgangspunten.

Wat hebben we nodig om te kantelen van efficiëntie-denken, wantrouwen en macht binnen het huidige systeem, naar zorg op basis van de menselijke maat en hoe krijgen we dat voor elkaar? (video van 3 minuten)

Galerij

Beperk het autonome denken, want we moeten overleven

  • Perverse prikkels in zorg en welzijn

pervers

Ik maak me zorgen om de zorg. In de zorg zijn veel prikkels pervers. Angst voor verlies van inkomen en zelfs een baan regeert. Een hulpverlener wordt afgerekend op het aantal behandelingen, niet op de kwaliteit van die behandelingen. Laat staan dat de kwaliteit daarvan inzichtelijk is. Wij willen toch alleen maar goede hulpverleners (zijn)? En daarmee goede zorg (leveren)? Daarom ben ik geprikkeld door de perverse prikkels.

We stonden er klaar voor. Op 1 januari jl. Het roer moest en zou echt om. Bewuster als wij waren van jet kwalitatieve nut en de financiële noodzaak van de verandering.

Onder invloed van de maatregelen die de landelijke overheid had ingevoerd startten wij. Het verleiden van mensen tot meer eigen kracht stond – en staat – centraal. Maar de stelsels en politici die dat moeten faciliteren, doen precies datgene wat dat voorkomt. Dit noemen we perverse prikkels. Als teamleider van een aantal gebiedsteams hoor ik regelmatig hun ervaringen. En dan voel ik me steeds vaker met stomheid geslagen. Bijvoorbeeld, wanneer ik voor de zoveelste keer hoor zeggen: “Ja, maar dat is instellingsbeleid, en dat moeten we wel zo doen anders krijgen we geen geld”. En daar sta ik dan met de morele argumenten en de beroepscode. Niet zelden kijken mijn opdrachtgevers en collega’s mij aan alsof ik van een andere planeet kom.

Wat kom ik zoal tegen? Ik presenteer u er een aantal. Opgetekend uit de praktijk van alledag.

  1. De aanbieders krijgen per dag, per bezet bed betaald. Het loont dus om zorgbehoevenden zo lang mogelijk ‘binnen’ te houden en pas te laten vertrekken als er zich een volgende kandidaat heeft aangediend. Lege bedden kosten immers geld.
  2. Hoe zwaarder de diagnoses – hoe beter je bent in het stapelen van zorg – hoe meer geld er vrij komt voor de begeleiding. De bureaucratie maakt van mensen producten, waarmee veel geld wordt verdiend. Het aantal kinderen bijvoorbeeld met ‘een stoornis’ is sinds de marktwerking jaarlijks gegroeid en groeit nog steeds.
  3. Op een site van een praktijk voor kinder- en jeugdpsychiatrie staat het onomwonden omschreven, hoewel de psychiaters zelf niet door lijken te hebben wat ze eigenlijk zeggen: “Elke DBC zal gebaseerd zijn op een bepaalde psychiatrische diagnostische classificatie waarin een cliënt ingepast moet worden om voor de bij de DBC horende vergoeding in aanmerking te komen”. Met andere woorden: “Past uw cliënt er niet in, dan passen we de diagnose zo aan dat uw cliënt aan de criteria voor vergoeding voldoet. De cliënt is dan wel voor zijn leven gestigmatiseerd, maar ja, als u en de cliënt maar geholpen worden, toch”? Iedereen vindt het niet vindt, maar doen ze het allemaal: “Het is immers voor de cliënt, hij wordt er beter mee geholpen want zo krijgt hij meer uren begeleiding”.

Financieringssystemen ontmoedigen de zo noodzakelijke betere samenwerking. Eigenlijk is het een wonder dat er nog zo veel goed gaat in de zorg. Met dank aan de betrokken professionals die er tegen de stroom in het beste van proberen te maken.

Neem ik onze professionals deze praktijken kwalijk? Ja, en nee. Het verbaasd me niet. Als je ziet hoe wij onze professionals in het licht van protocollen en regels ‘vastzetten’ en laten ontwikkelen. Dit ook belangrijker te laten zijn dan het beoogde of gewenste resultaat. Systemen lijken hier omheen gekneed te worden. Als je op papier de benodigde zorg kunt aandikken, zonder dat anderen dat in de gaten hebben, is het probleem dat de daadwerkelijk geleverde zorg blijkbaar niet zichtbaar is.

De normbedragen en regels zeggen niet over effectiviteit van zorg, maar kent enkel financiering toe op negatieve etiketten, die op kinderen en gezinnen geplakt worden. Mensen in kwetsbare posities worden daarvan de dupe.

Onze professionals reflecteren precies waar wij als systeembouwers mee bezig zijn. Moraliteit, filosofie en de kracht van het gezonde verstand lijken niet aan te spreken. Het zou fijn zijn als verlichte denkers blijven delen met de mensen om wie het echt draait en een andere licht laten schijnen dan het felle licht van (perverse) beheersing.

Of het ooit goed komt? De mediacratie laat zich lastig ombuigen naar meer evenwichtige berichtgeving. Hierdoor leiden – betreurenswaardige – incidenten tot het alom zwarte pieten en minder tolerantie voor fouten. Ondertussen wordt de perverse prikkel die de zorgkosten opdrijft – en de eigen kracht teniet doet – niet aangepakt. Want er is wel degelijk iets fundamenteel mis in ons zorgsysteem. De fout zit hem erin dat aanbieders niet worden betaald voor resultaten, maar voor productie die ze leveren. Dat werkt verspilling in de hand. Het afrekenen in handelingen, uren en dergelijke maakt het aantrekkelijk om ons zoveel mogelijk zorg te laten afnemen en ons ervan afhankelijk te houden. Het vereist een omwenteling van ons systeem. Zolang die omwenteling niet is gemaakt, werken alle inspanningen alleen maar averechts. Voor iedereen.

Laten we dus de kanteling die wij ons voornamen – en her en der ook goed vorm geven – een extra boost geven. En doorkantelen. Dat vraagt een daarop afgestemde benaderingswijze van alle betrokkenen. Van financiers – via professionals tot en met inwoners. Meer tijd nemen voor het eerste gesprek met de inwoner bijvoorbeeld, en afstappen van de standaard voorzieningenlijst. In elk gesprek de regie over het eigen leven en zelfredzaamheid voorop stellen. Met praktische ondersteuning op maat. Dat kan, want de principes van de kanteling zijn waardevol voor het hele sociale domein.

Samenvattend
Beleidsmakers, zorg-betalers, vrijdenkers, docenten: snel achter je bureau vandaan en geregeld gaan kijken waar/wat precies gebeurt in de praktijk. Dan kunnen zowel de signalen van het overdrijven als het bagatelliseren van problemen serieus genomen worden. Daar hebben alle betrokkenen recht op! Want met zorgvuldig handelen, met handelen overeenkomstig de beroepscodes en met morele besluitvorming heeft dit alles niets meer te maken. Maar, omdat wachten op bewustwording van overheid en/of management ons in de slachtofferrol plaatst zeg ik: Als we deze misstanden willen veranderen, zullen we zelf eerst bewust moeten worden en op een andere manier gaan denken en vooral ook handelen. Iemand moet de eerste zijn, toch?

Als ik jou was zou ik onze problemen ruilen en zo oplossen

  • Als je gelijk hebt wil dat nog niet zeggen dat je de ander niet hoeft te respecteren

als ik jou was

“Als ik jou was” (Lisa Renee Jones. ISBN: 9789044623345) is een huiveringwekkende thriller die je niet meer los zal laten. De hoofdpersoon in dit boek krijgt een stapel prikkelende dagboeken in handen. Ze raakt geschokt en gefascineerd door de ontboezemingen van de schrijfster. Hoe meer ze leest, hoe meer ze zich gaat afvragen verplaatsen in de schrijfster. Hoogstaande literatuur is het niet, maar de titel bleef mij intrigeren. Inmiddels weet ik ook (weer) waarom.

Kantelen, dat is het sleutelwoord in de decentralisatie van het sociaal domein. Maar dat kantelen stopt niet bij het anders inrichten van de dienstverlening. Het nieuwe samenspel met burgers en partnerorganisaties vergt vooral ook een kanteling in het gedrag van professionals. Ondernemerschap tonen, van buiten naar binnen denken, regisseren in plaats van uitvoeren, samenwerken in plaats van doorbuffelen. Helaas kantelen professionals niet allemaal vanzelf. Het is geen kwestie van ‘u vraagt en wij draaien’.

Kantelen is een langdurig proces dat vraagt om een mentaliteitsverandering bij alle betrokkenen. Het is daarbij nodig dat professionals leren om breder te kijken naar de mensen die om ondersteuning vragen: breder kijken om problemen bij mensen écht hanteerbaar te maken of – indien mogelijk – weg te nemen.

Niet oordelen maar vragen stellen, niet invullen maar aanvullen waar nodig, niet vanuit je eigen referentiekader denken en doen maar je verplaatsen in de ander. Zowel in gedachten als gedrag. Dit zijn, in essentie, de vaardigheden die daarbij gevraagd worden. En tegelijkertijd moet ik – node – regelmatig vaststellen dat professionals te vaak de sensitiviteit daarvoor missen.

Met sensitiviteit of inlevingsvermogen bedoel ik: de mate waarin je rekening houdt met de gevoelens en behoeften van anderen.

Wij – professionals in de zorg en welzijn – kunnen mensen die afhankelijk zijn van onze ondersteuning zeer onheus bejegenen. Soms met goedbedoelde maar misplaatste vriendelijkheid of nonchalance. Bijvoorbeeld door iemand met wie klaarblijkelijk iets aan de hand is, Heel Erg Te Gewoon te behandelen. Soms ook ronduit schofferend of onbehouwen. Of – vol van onszelf, de eigen kennis en situatie – een ander tot de grond toe afbranden. Ook bij mij gaat het wel eens fout. Met tenenkrommende communicatie. Dat alle werkt dus niet mee. Die welgemeende beleefdheid, die o zo goedbedoelde voorzichtigheid, of die hautaine onbeschoftheid. Zij onderstrepen – niet zelden onbedoeld en tegen de keer in – dat er inderdaad een verschil is tussen jou en mij, tussen hem en haar. Iemands makke negeren – of juist uitventen – lost net zo min iets op.

Het echte antwoord: “Als ik jou was…” Hoe zou ik willen dat jij met mij omgaat als de rollen omgekeerd zijn? Dat vraagt inlevingsvermogen. Waarbij het niet alleen gaat om gevoelens en emoties. We moeten ook gevoelig (kunnen) zijn voor de doelstellingen, belangen of wensen van de ander.

Waar draait het om? Sensitief zijn wil zeggen dat je

  • in je eigen gedrag rekening houdt met de gevoelens van anderen;
  • anderen in hun waarde laat en je verplaatst in hun positie;
  • laat blijken de gevoelens en behoeften van anderen te onderkennen;
  • je bewust toont van de invloed van je eigen doen en laten op anderen.

In de gekantelde praktijk betekent dit dat jij

  • vertrouwen in de andere uitspreekt;
  • jouw waardering uitspreekt en complimenten geeft;
  • jouw eigen aarzelingen en twijfels bij de situatie verwoordt in een persoonlijk gesprek en rekenschap geeft van de gevoelens en behoeften die de ander daarbij voelt;
  • luistert naar de boodschap die de ander kennelijk wil overbrengen;
  • ruimte biedt aan de ander om zich uit te spreken;
  • mensen uitnodigt hun eigen inbreng te leveren;
  • begrijpt en kunt verwoorden wanneer iets pijnlijk voor de ander is en je daar tactvol rekening mee houdt;
  • rekening houdt met lastige omstandigheden waarin de ander verkeert;
  • toetst of jij de gevoelens van iemand anders goed hebt waargenomen;
  • laat merken wanneer jij of anderen elkaar in een gesprek niet goed lijken te begrijpen of langs elkaar heen praten;
  • andermans principes en ethische of morele overtuigingen respecteert;
  • begrip toont voor andere standpunten, culturen, omgangsvormen en gewoonten;
  • anderen hun deel van de eer gunt wanneer er een succes geboekt is;
  • je beperkt tot relevante aspecten van een kwestie en je niet bemoeit met persoonlijke of gevoelige aspecten die er niet toe doen.

Kortom, wil je voorkomen dat jij spijt krijgt van wat je (niet) hebt gedaan? Dan zou ik – als ik jou was – gewoon proberen (ook) te luisteren naar jouw eigen spiegelbeeld. Je komt dan tot verrassende tot inzichten die een schat aan informatie voor jouw doen en laten opleveren. Het is immers immens zonde om niet naar eigen maatstaven te kunnen genieten van je eigen doen en laten! Werken aan de hand van die inzichten geeft een stuk positiever resultaat. Rustiger, efficiënter en vriendelijker bovendien!

Samenvattend
Respectvolle bejegening is voor en bij het welslagen een – zo niet het belangrijkste – kwaliteitsinstrument. Dat vraagt naast een heldere, breed gedragen, goed onderbouwde en bewuste visie om een daarop afgestemde attitude. In die attitude speelt het vermogen tot kritische zelfreflectie een belangrijke rol; zelfkennis, scherp kijken en luisteren naar jezelf, gaat aan alles vooraf.