Met het hoofd in de wolken

cloudboy.png

  • ‘Cloudboy’

Het leven van een tiener is zwaar. Zeker wanneer je moeder je verlaten heeft en met haar nieuwe gezin 2.500 kilometer verder is gaan wonen.

Cloudboy gaat over de 12-jarige Niilas (Daan Roofthooft) die bij zijn vader Gerard (Geert Van Rampelberg) in België woont.

Niilas is een jongen van de stad en documenteert de geluiden rondom hem op een logge dictafoon die hij overal mee naartoe draagt. Het ding staat symbool voor een (auditieve) wereld waarin de tiener zich opsluit. Een wereld zonder mama.

Over de voorgeschiedenis wordt niets gezegd. Niilas lijkt ook helemaal niets over zijn moeder te weten, behalve dat ze in het noorden van Zweden woont. En zijn vader acht het moment gekomen voor moeder en zoon om de draad weer op te pikken. De komende zomer zal Niilas in Lapland doorbrengen, zeer tegen zijn zin.

De film raakt elementen aan die voor de nodige herkenbaarheid zorgen. Opgroeien als kind van gescheiden ouders bijvoorbeeld, zowel voor lotgenoten als hun naasten. Het terechtkomen in een nieuw samengesteld gezin, zelfs al woont dat zo’n 2.500 kilometer noordwaarts. Of de groeipijnen en teleurstellingen van het prille in het algemeen.

Zo heeft Niilas het moeilijk met zijn nieuwe stiefvader, halfbroer en -zus, en dat leidt tot het zich afzetten tegen hen. En in Lapland zijn er wel wat opmerkelijke manieren om dat te doen.

Regisseur Meikeminne Clinckspoor neemt de tijd om haar verhaal te vertellen en laat de beelden en de prachtige natuur – inclusief rendierkudde – vaak voor zich spreken. De dialogen zijn niet specifiek geschreven op kinderformaat, en ze worden ook niet overdreven gebracht. Van Rampelberg speelt een toffe papa, die zijn zoon aanspreekt in een normaal Antwerps-Nederlands.

De scènes in Zweden zijn in het Zweeds, wat vooral straf werk is van de jonge Roofthooft. Niet dat hij veel in het Zweeds moet zeggen, toch moet hij vaak – non-verbaal, maar geloofwaardig – interageren op de woorden van zijn nieuwe familieleden. Dat maakt de jeugdacteur het absolute pluspunt van de film.

Cloudboy is een mooie jeugdfilm. Gewoon, even een dik uur met het hoofd in de wolken.

Cloudboy
JEUGDFILM
Regie: Meikeminne Clinckspoor
Met: Daan Roofthooft, Geert Van Rampelberg, Sara Sommerfeld
Duur: 74 minuten

Advertenties

Verbrokkeld gezin

Monk

  • Monk

Monk, een jongen van een jaar of 12. Dat hij een hypochonder is, wordt al in de eerste minuten van de gelijknamige (Nederlandse) film duidelijk. En dat die conditie te maken heeft met de verstoorde verhoudingen in het gezin waarvan hij deel uitmaakt, ligt na een paar scènes ook voor de hand.

Zijn puberende zus geeft zich over aan seks, drugs en rock-‘n-roll. Zijn vader – psychotisch of op zijn minst ernstig in zichzelf gekeerd – heeft zich opgesloten in een kast waar hij zich onledig houdt met het maken van een labyrintisch kunstwerk. En zijn moeder, Spaanstalig, heeft nergens zin meer in.

Alle gezinsleden leven op een eiland. Tot het moment waarop ze naar Spanje moeten afreizen, omdat de broer van moeder ernstig ziek is geworden. Dat blijkt therapeutisch te werken. Het hoe en waarom blijft in deze leuke, goed geacteerde, eigenzinnig vormgegeven, maar ook onbestemde film wel wat duister.

Regisseur Ties Schenk wilde ‘de betekenis en gevolgen laten zien van individuele ontwikkeling, ziekte, verbinding en zingeving’.

De parabel van de geit

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Er was eens een arme man die leefde met zijn vrouw, hun zeven kinderen en een oude tante in een klein, bouwvallig huisje met één kamer.

Op een dag verdroeg de man het niet langer: iedereen zat elkaar in de weg. Hij klaagde steen en been, tot zijn vrouw zei: ‘Ga naar de rabbi en vraag hem om advies.’ De man ging.

De rabbi ontving hem hartelijk en vroeg wat eraan scheelde. ‘Och’, zei de man, ‘het is vreselijk. De kinderen zijn gezond, we hebben genoeg soep en matzeballen voor iedereen, maar ons huis! Het is veel te klein. Ik heb geen geld om groter te wonen, maar het is geen doen meer. We beginnen zelfs ruzie te maken. Wat moet ik doen?’

De rabbi dacht even na en zei toen: ‘Ik heb een oplossing. Maar voordat ik hem vertel, moet je me beloven dat je mijn raad zult opvolgen, hoe vreemd hij je ook in de oren klinkt.’ Dat beloofde de man.

Je bezit toch een geit?’, vroeg de rabbi. ‘Jazeker’, zei de man, ‘en kippen.’

‘Uitstekend’, sprak de rabbi. ‘Ga dan en neem je kippen en geit bij je in huis.’ De man was verbluft. Oók de dieren nog in huis? Hoe kon dat een oplossing zijn? Maar hij had de rabbi beloofd zijn raad op te volgen, dus sjokte de man terug en nam de dieren bij zich in huis.

Een week ging voorbij. Toen liep de arme man terug naar de rabbi. ‘Wat heeft u me aangedaan?’ riep hij uit. ‘Overal in huis zijn dieren, ik word mesjogge van het kabaal en de rotzooi. Rabbi, help me!’

‘Goed’, zei de rabbi, ‘Ga dan nu en breng je dieren terug naar buiten.’ De man ging en bracht de dieren weer naar buiten.

De volgende dag sprak de rabbi de man aan na het ochtendgebed: ‘Hoe staat het leven?’ De man straalde: ‘Het is geweldig! Ons huis lijkt wel een paleis. Het leven is heerlijk, iedereen is tevreden. En wat is het stil in huis!’

Een aardige variant

Parabel – er van de andere kant tegenaan kijken helpt soms.

Er was eens een joods gezin. Het gezin woonde in een huis waaruit ze niet konden verhuizen . Hun huis werd echter wel wat klein: opa woonde bij het gezin in (en was incontinent en en klein beetje dement geworden, wat toch wel voor enige overlast zorgde), een broer van ma woonde bij hen, en pa en ma hadden inmiddels twee kinderen met de derde op komst. Hun driekamerwoninkje werd een beetje krap.

De vader besloot de rabbi om hulp te gaan vragen. Hij legde de rabbi de hele situatie uit, van hoe krap het was, en hoe lawaaiig, en dat het stonk. Iedereen werd er gek van. Of de rabbi niet toch een oplossing wist, ook al zat een verhuizing er gewoon niet in?

De rabbi raadde de man aan, om een geit in huis te nemen. Ik denk dat de rabbi een goede prater is geweest, of bekend stond als een erg wijs man, want de joodse vader besloot deze raad op te volgen.

De geit… deed wat alle geiten doen. Hij knabbelde aan het tafelkleedje, at het huiswerk van de oudste zoon op, liet zijn keutels naar believen vallen, mekkerde dat het een lieve lust was en… Stonk! Na een week was de vader het helemaal zat en ging terug naar de rabbi. “Rabbi, rabbi, het is verschrikkelijk!” moet hij gezegd hebben. “Die geit, we kunnen er niet mee leven. Hij stinkt, hij loopt in de weg, hij heeft aan m’n ene paar goede schoenen geknabbeld. Wat moeten we doen?”.

De rabbi glimlachte en raadde de man aan, om de geit weg te doen. En over een weekje nog eens terug te komen.

Een week later kwam de man weer bij de rabbi: “Rabbi, dank je wel! We hebben de keutels uit het tapijt gekregen, het ruikt weer normaal in huis en mijn zoon kan z’n huiswerk weer doen zonder gestoord te worden door gemekker of geknabbel. Wat wonen we toch heerlijk in ons huisje, met alleen maar zes mensen!”

Ik neem aan dat jullie de wijze les wel snappen?

Luister ’s naar me

De Week van de Opvoeding 2012 (1-7 oktober) draaide om ontmoeting en uitwisseling tussen ouders, medeopvoeders, kinderen en jongeren. Daarbij stond een positieve benadering voorop. Het thema van de Week van de Opvoeding 2012 was ‘Luister ’s naar me!’.

Iedereen kon meedoen aan de Week van de Opvoeding: ouders, kinderen of jongeren. Maar ook professionals of vrijwilligers, werkzaam op scholen, in de kinderopvang, bij peuterspeelzalen, Centra voor Jeugd en Gezin, bibliotheken, sport-, cultuur- of welzijnsverenigingen, buurthuizen, speeltuinen, jeugdzorginstellingen, gemeenten, enzovoort.

In het kader van de Week van de Opvoeding 2012 was er voor alle ouders en opvoeders, kinderen én professionals in Nederland het opvoedweekgeschenk: het boek ‘Luister ’s naar me’. Tijdens een van de activiteiten tijdens de week van de opvoeding kreeg ook ik dit boekje in handen. Het bevat veel inspirerende en direct in de opvoedpraktijk te hanteren voorbeelden. Nadat je dit makkelijk geschreven boekje uit hebt, heb je niet alleen een beter inzicht in het gedrag van je kind, maar worden je ook meteen een hoop antwoorden op vragen over de opvoeding als vanzelf duidelijk2.

Het opvoedgeschenk 2012 is altijd handig om bij de hand te hebben. En dan, dan blijkt er toch een raar addertje in het opvoedgras te liggen. Op pagina 4 van dat gratis uitgegeven boekje staat namelijk het volgende te lezen:

“Alle rechten voorbehouden. Het Opvoedweekgeschenk is speciaal door Hollandsch-Welvaren ontwikkeld in het kader van de Week van de Opvoeding 2012. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën , opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hollandsch-Welvaren.”

Ik heb het die middag een paar keer nagelezen om te zien of ik het echt goed gelezen had. En voor de zekerheid heb ik de exacte tekst hierboven nog maar eens op papier gezet. Het staat er echt: “Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, ….of openbaar gemaakt …. zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hollandsch-Welvaren.”

Ik heb de deelnemers aan de betreffende activiteit het boekje nadrukkelijk aangeprezen. Ze ook gewezen op het copyright. En hen daarbij uitgenodigd en aangemoedigd alles te doen wat in het boekje staat. Maar ik heb hen ook uitgenodigd zich niets aan te trekken van het in het boekje geformuleerde copyright. Want juist in deze uitgave zou het gangbare, maar beschermende, copyright vervangen moeten zijn voor het ‘right to copy’. Deze standaard – met bijbehorend symbool – speciaal door Alares ontworpen – houdt in dat het boek dan wel de inhoud vrij mag worden verspreid, gekopieerd, ge-download en verwerkt in online-mashups. Zo kan de inhoud worden aangevuld en verbeterd en blijft het actueel. Niet in de laatste plaats omdat het boekje – hoe goed en inspirerend ook geschreven – in feite gebruik maakt van door de eeuwen heen gegroeide en gepraktiseerde opvoedprincipes. Opvoedprincipes die veruit de meeste gezinnen dan wel opvoeders gebruiken zonder zich hiervan bewust te zijn. En dat dan weer, omdat de opvoeding (gelukkig) in veruit de meeste gevallen ‘vanzelf’ goed gaat. Dat doet vervolgens weer niets af aan de toevoegende waarde van het boekje voor gezinnen en professionele opvoedingsmilieus waar sprake is van situaties waarin deze vanzelfsprekendheden niet zo vanzelfsprekend meer zijn.

Het ‘vermarkten’ van kennis over opvoeden is een ontwikkeling waarover ik mij al langer verbaas. Veel van de hedendaagse opvoedmethoden zijn met gemeenschapsmiddelen tot stand gebracht, en dienen derhalve dus zonder kosten ter beschikking te staan van en voor iedereen die ervan gebruik wil maken. Zo is het eigenlijk raar dat wij voor een besluitvormingsmodel als de Eigen Kracht-conferenties bedragen tussen € 1.900,- (conferenties bij leervragen) en € 4.500,- (conferenties voor een groep, wijk of buurt) moeten betalen. Terwijl dit besluitvormingsmodel – inclusief de daaraan ten grondslag liggende attitude – eigenlijk tot de standaard vaardigheden van elke dienst- of hulpverlener zou moeten behoren.

Eenzelfde kanttekening valt te maken bij Triple P. Een methode die binnen de hulpverlening ook zijn opmars maakt. Deze vanuit Australië afkomstige methode staat voor: Promoting Positive Parenting en reikt ouders verschillende handvatten aan voor de dagelijkse opvoeding. Ouders leren hoe zij gewenst gedrag bij hun kind kunnen stimuleren en ongewenst gedrag kunnen reguleren.
De inhoud van de methode is interessant, bruikbaar en sterk. Het is echter zonde om daarvoor een dure en intensieve training te volgen als men zich de uitgangspunten, basisprincipes en het begrip zelfregulatie ook op een andere manier eigen kan maken.

Het eveneens uit Australië afkomstige “Families by Families” is in feite niets anders dan varianten op wat wij in Nederland ‘maatjes-projecten’ of noaberschap (nabuurschap) noemen. In het verlengde van het gedachtegoed van “eigen kracht”, worden daarbij pedagogisch sterke families of personen als vrijwilligers gekoppeld aan families die te kampen hebben met problemen. Zij komen regelmatig bij elkaar over de vloer, gaan op gezamenlijke trips, eten zo nu en dan samen en fungeren als rolmodel en coach. Maar het moet toch niet nodig zijn om in Australië een licentie te moeten kopen om in Nederland “Families helpen Families”. Ook zonder een dergelijke (kostbare) licentie zullen er in gemeenten veel gezinnen te vinden zijn die van harte bereid zijn om bij te springen bij of me te lopen met een gezin dat tijdelijk in de knel zit.

Mijn pleidooi is dan ook: stop het vermarkten van allerlei generieke opvoedprincipes. Durf te erkennen dat het feitelijk en veelal gaat om het weer expliciet maken van dat wat in de achterliggende jaren wellicht is vervaagd of weggezakt.

Alle zogenaamd ‘evidenced based opvoedmethoden’ kennen per saldo dezelfde basisprincipes: rust, reinheid, regelmaat, in combinatie met veiligheid, aandacht en het recht op meedoen. Vanwege dit generieke karakter ben ik dan ook van mening dat ‘Luister ’s naar me’ en opvoeden- of besluitvormingsmethoden zoals de hiervoor aangehaalde altijd – en in ieder geval sneller dan tot nu toe gebruikelijk – voorzien moeten zijn van de tekst: Alles (uit deze uitgave) mag – in elke vorm en op elke wijze – worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van wie of wat dan ook.

1 Alles uit deze tekst mag – in elke vorm en op elke wijze – worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van wie of wat dan ook.

2In het boek “Luister ’s naar me” neemt ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut Steven Pont de lezer mee in een boeiend gedachtenexperiment. Via een handige constructie maakt hij van de lezer weer eventjes een kind. De afhankelijkheid die je dan meteen weer voelt! De behoefte die je hebt dat dingen je goed worden uitgelegd! De wens je gehoord en gezien te voelen! En vooral ook er voor anderen echt toe te doen!