Galerij

Een muur of een brug?

ezel

  • Kracht uit putten

De boer had op zijn erf een put liggen die hij nog niet had dichtgemaakt. Op een dag viel de ezel in de put. De boer vroeg zich af wat te doen. De ezel was toch al oud en de put moest dicht.

Hij besloot om samen met de buren de put dicht te gooien met de ezel erin. Ze pakten allen een schop en gooiden zand in de put. De ezel besefte wat er gebeurde en maakte veel kabaal. Totdat het op een gegeven moment stil werd…

Een paar scheppen zand verder besloot de boer een kijkje te nemen. Vol verbazing zag hij dat de ezel elke schep zand die op zijn rug kwam, van zich afschudde. Vervolgens ging hij op het afgeschudde zand staan.

Met de ladingen zand die erop volgden, kwam de ezel steeds hoger te staan. Totdat de ezel zelf uit de put kon stappen.

De moraal

Er zullen altijd mensen zijn die stenen gooien op jouw pad van succes. Het hangt van jezelf af wat je er van maakt: een muur of een brug.

Wanneer men de ezel niet slaan kan, slaat men de stok

Een systeem helpt niet. Alleen mensen kunnen dat.

blame

Driekwart van de medewerkers in de jeugdhulp geeft de overgang van de jeugdzorg naar gemeenten een onvoldoende. Dit blijkt uit een ledenonderzoek van FNV Zorg & Welzijn. Terechte kritiek of een schaamlap die de onmacht van opvoeders moet maskeren, of – in het slechtste geval – hun gemakzucht? Ik wil de critici dringend verzoeken om ook eens achterom te kijken hoe het in het verleden allemaal ging met de zorg en de zorgverandering vooral de kans en de tijd te geven om zich te bewijzen. Een toontje lager zingen lijkt mij daarbij op zijn plaats.

Waarom? Omdat ik In de berichtgeving rond de overgang van taken en bevoegdheden binnen het sociaal domein grofweg twee stromingen zie: ‘rules-based’ versus ‘principles-based’. In de eerste visie functioneert het systeem het best als mensen door slimme regels en prikkels op het juiste pad worden gehouden. Dit heeft zich in het verleden verankerd in een organisatiestructuur, gekenmerkt door aan regels en controlelijstjes onderhevige procedures, verdeling van verantwoordelijkheid, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. In de ‘principles-based visie leren en faciliteren wij mensen zelf koers te houden. Regels en prikkels zijn secundair.

Ik ben – voor zover u dat nog niet wist – voorstander van sturing op principes. De geest van de wet en het daarop gebaseerde systeem gaat boven de letter; menselijke moraliteit boven pientere prikkels; eigen verantwoordelijkheid boven het systeem.

Wanneer ik nu de berichtgeving rond de overdracht van taken en bevoegdheden binnen het sociaal domein tot mij neem, doemt niet zelden het beeld op van (enkel of vooral) incompetente overheden. Die als systeemfetisjisten bovendien niks klaar krijgen. De berichtgeving rond het hiervoor aangehaalde onderzoek preludeert graag op het bijbehorende sentiment: de controle van gemeenten op de jeugdzorg faalt.

Moet ik het onderzoek dan niet serieus nemen? Zeker wel! De punten van aandacht en zorg zijn herkenbaar. Maar het gemak waarop dat alles verklaard wordt door de overgang van verantwoordelijkheden gaat mij te ver. ‘Het is niet mijn schuld, het is het systeem’, is mij te gemakkelijk. Mij komt dit kritiek te veel over als een handige schaamlap voor de onmacht of – in het slechtste geval – de gemakzucht van professionals zelf.

Volgens het hiervoor bedoelde onderzoek vindt een meerderheid van de jeugdzorgmedewerkers dat kinderen die acuut hulp nodig hebben niet tijdig in beeld zijn, waardoor zij in de knel raken. En ja, de praktijk van alledag bevestigt dat beeld vaker dan gewenst. Maar dat dit komt door het ‘systeem’ of ‘de gemeenten’ – de nieuwe regievoerders – alleen? Dat waag ik te betwijfelen. Een systeem helpt niet. Alleen mensen kunnen dat. En dan draait het om de échte professional.

De doelgroep binnen het sociaal domein bestaat uit kwetsbare burgers, zoals gezinnen met huiselijk geweld, verslaafden, dak- en thuislozen, tienermoeders, mensen met een psychiatrische achtergrond, zwerfjongeren, geïsoleerd levende ouderen en ongedocumenteerden. Hun omstandigheden kunnen tijdelijk of permanent zijn, leiden tot enkelvoudige of meervoudige problemen. De oorzaak daarvan kan binnen of buiten het gedrag van deze burgers liggen en de gevolgen kunnen zichtbaar (bij voorbeeld bij overlast) of juist verborgen zijn (eenzaamheid) voor de samenleving. Dat het mensen zijn die vaak moeilijk te bereiken zijn, komt omdat deze zelf vinden dat ze geen hulp nodig hebben (hoewel hun buren of familie daar anders over denken). Of omdat ze de weg niet weten in de systeemwereld van sociaal werk met zijn regelingen, loketten en spreekuren. Of omdat ze daar geen vertrouwen meer in de hebben. Te gemakkelijk worden hier de zwaarwegende eigen verantwoordelijkheden van de persoonlijke en professionele of morele sfeer verschoven naar de al dan niet perverse prikkels van ‘het systeem’. Op deze manier geven de ‘change agents’ juist dat stukje autonomie, overtuiging en waardigheid weg dat ze als professional juist moeten opeisen.

Bij een ‘principles-based’ werkwijze horen begrippen als eigenaarschap, verantwoordelijkheid en professionele ruimte. Zij staan bij de omvorming van onze stelsel dan ook volop in de belangstelling. Maar hoe geef je hier nu concreet vorm aan? In ieder geval niet door jezelf te beschouwen als machteloze slachtoffers van ‘het systeem’? En dat is – jammer genoeg – nog wel te vaak de praktijk. Naarmate de situatie van mensen aangrijpender, ernstiger en complexer is, maakt de bereidheid (het eigenaarschap) om zich ‘menselijk’ te gedragen (grenzen stellen, ingrijpen en aandacht geven) niet zelden plaats voor de schuilplaats van regels en verwijzingsprocedures of – erger nog – het masker van professionele privacy!

Als het gaat om jeugdigen (en dat geldt ook voor ouderen) met forse problemen die vaak moeilijk zijn te motiveren en die zorgmijdend zijn, vraagt dit van de professionals een outreachende (er op uitgaan) werkwijze. In laats van te roeptoeteren dat ‘het systeem’ niet deugt, zouden juist zij zich meer moeten bewegen tussen de systeemwereld van instanties en bureaus en de leefwereld van kwetsbare burgers. Komen op de plaatsen waar deze mensen zijn, bijvoorbeeld thuis, (soms) op school of op straat. Zo een werkwijze draagt dragen aan een completer beeld van de doelgroep en daardoor betere zorg. Zo’n werkwijze vormt ook een betere voorpost voor ‘de Toegang’ die veel mensen inderdaad niet op tijd weten te of willen vinden. Het geeft – zo blijkt ook uit het aangehaalde onderzoek – ook meer voldoening. Jeugdzorgmedewerkers die in zulke wijkteams werken, beoordelen de samenwerking, samenstelling en de kennis binnen het team veel positiever dan anderen.

Professionals klagen over meer administratie en bureaucratie en geven aan dat zij minder kwaliteit van zorg kunnen bieden. Jeugdzorgmedewerkers hebben daarnaast veel kritiek op de manier waarop gemeenten de jeugdzorg organiseren. Het is veelal onduidelijk hoe gemeenten toezicht houden op de kwaliteit van de zorg en ook weten gemeenten volgens een meerderheid niet welke zorg nodig is. Het moet volgens hen weer gaan om goede zorg in plaats van geld.

Waar mijn zorg en irritatie op dit punt ligt? Op de weinig kritische houding onderling van de professionals. Bij de – te vaak voorkomende – houding van aanbieders die zeggen: “geef ons gewoon de macht (en het geld) en we regelen het goed voor de cliënt”. De blanco cheque die en het blinde vertrouwen dat (sommige) professionals zo vragen is mij toch echt teveel van het goede. Natuurlijk – en gelukkig – zijn er ook witte raven, maar die zijn – helaas – eerder de spreekwoordelijke uitzondering (zie ook: https://verruimdehorizon.wordpress.com/2015/05/23/voor-een-gek-is-een-wijze-gekker-dan-een-gek-voor-een-wijze/

En de werkdruk dan, die volgens het onderzoek ook een groot probleem is? Ook hier vind ik dat de criticasters verzuimen de hand (ook) in eigen boezem te steken. Als je een professionele professional bent, dan laat je je toch niet koeioneren door systemen? Dan maak je toch geen ‘onverantwoorde keuzes’? En dan geef je toch zaken steeds de ‘aandacht die ze verdienen’, in plaats van te jammeren over het tegenovergestelde? Wie klaagt als productiemedewerker te worden bejegend, die is het ook. En als die onverantwoorde keuzes dan kennelijk gemaakt worden, trek dan eens aan de bel. Met namen en rugnummers graag!

Samenvattend
Nederland is meer dan ooit in de ban van de transitie (overdracht) en transformatie (omvorming) van ons zorgstelsel en het sociaal domein. Dat de doeltreffendheid daarvan een punt van nationale discussie is, verdient ook alle lof. Maar de krampachtigheid waarop dit gebeurt roept echter net zoveel vraagtekens en discussies op als de overdracht en omvorming zelf. De berichtgeving daarover vraagt om enige reflectie; bij alle betrokkenen.

Om te kunnen voldoen aan de opdracht waar wij samen voor staan is het van belang om te kiezen voor een fundamenteel andere aanpak: een geïntegreerde kijk op mensen om eerder, beter en sneller hulp en ondersteuning te geven. Die verandering vormt ook een mooi moment om de werkwijze en de resultaten van ons eigen doen en laten eens goed tegen het licht te houden. Wordt er voldoende efficiënt en effectief gewerkt, maar vooral ook samengewerkt? Werken wij inderdaad toe naar een ‘op de maat van mensen’ gemaakte toekomst, of blijkt dit na verloop van tijd gereduceerd tot een talentenjacht voor ‘de beste schaamlap voor het eigen disfunctioneren’, waarin iedereen de ander mag overtuigen van het eigen gelijk?

De Hodja zegt

Hodja ezel

Op een dag gingen Hodja en zijn zoon op reis. Hodja gaf er zelf de voorkeur aan te lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel. Zo gingen zij op weg tot zij een paar mensen tegenkwamen die zeiden: “Zie daar de wereld op zijn kop. De jeugd heeft geen respect meer voor de ouderdom. Die gezonde jongen rijdt op een ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt.” Toen de jongen dit hoorde, stond hem het schaamrood op de kaken. Hij stapte af en stond erop dat zijn vader verder zou rijden. Zo liepen ze voort. Hodja op de ezel en de jongen te voet. Even later kwamen ze weer mensen tegen die zeiden: “Moet je dat zien! Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen.” Na dit verwijt draaide de Hodja zich naar zijn zoon en zei: “Kom, dan zullen we samen op de ezel rijden.”

Zo vervolgden ze hun weg, tot zij mensen tegen kwamen die zeiden: “Kijk, dat arme beest! Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen!” Daarop zei Hodja tot zijn zoon: “Laten we afstappen. Het is beter dat we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken.” Zo liepen ze verder achter hun ezel. Tot een stel voorbijgangers wederom commentaar leverde: “Zie wat voor dwazen er op de wereld zijn. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten.”

Hodja draaide zich om naar zijn zoon en zei: “Je hebt het gezien mijn zoon. Hoe je je ook gedraagt, op- en aanmerkingen zullen altijd je deel zijn. Leer daarom je eigen mening te volgen.”

De schaduw van de ezel

donkey

Een reiziger had een lange afstand te gaan en besloot daarom een ezel te huren om hem en zijn koffers te dragen. Ze gingen op weg, de reiziger met zijn koffers rijdend op de ezel en de eigenaar van de ezel ernaast lopend.

Over een stoffig pad gingen ze, door het koele woud en naar boven richting de heuvels in de verte. Na een tijd kwamen ze onder de beschutting van het woud vandaan, de kale heuvels op waar geen schaduw was. De zon scheen fel die dag en na verloop van tijd werd het heter en heter. De reiziger droeg een hoed, maar toch druppelde het zweet langs zijn nek en hij snakte naar iets te drinken. Hij kreeg het zo warm en werd zo dorstig dat hij al gauw alleen nog aan ie ts te drinken kon denken.

‘Ik moet rusten en water drinken,’ zei hij tegen de eigenaar van de ezel. De eigenaar was het wel gewend om in de hitte te lopen. De reiziger steeg af en ging op de grond zitten in de schaduw van de ezel, de enige schaduw die er was. De eigenaar van de ezel bleef staan wachten tot de reiziger zich beter zou voelen. Maar al gauw kreeg ook de eigenaar het te heet in de zon. Hij zag dat er alleen de schaduw de ezel was en dat er in die schaduw maar plaats was voor één persoon!

‘Ga aan de kant,’ zei hij. ‘De ezel is van mij en daarom is zijn schaduw ook van mij. Ik wil die schaduw gebruiken.’
‘Maar toen ik de ezel huurde, toen huurde ik ook zijn schaduw,’ zei de reiziger. ‘Nee, dat is niet zo,’ zei de eigenaar en hij gaf de reiziger een duw.

Jawel, dat is wel zo. Een ezel en zijn schaduw kun je niet scheiden en omdat ik voor de ezel betaald heb, heb ik ook voor zijn schaduw betaald.’

De twee mannen begonnen elkaar te duwen en te trekken. Ze werden steeds bozer en begonnen te vechten. Daardoor merkten ze niet dat de ezel ondertussen weg wandelde. Toen de mannen eindelijk uitgeput op de grond vielen, was de schaduw… samen met de ezel verdwenen.