De vrouw die denkt als een koe

temple.png

  • Temple Grandin: Autist tussen de dieren

Gedragsbioloog Temple Grandin is autistisch. Tot haar vierde kon ze niet praten en nog altijd ze heeft moeite met sociale relaties. Tegen alle verwachtingen in begon ze een wetenschappelijke carrière en groeide ze uit tot een beroemdheid die zich inzet voor een andere omgang met dieren én autisten.

Deze aflevering van Labyrint gaat  over Temple Grandin en haar nieuwe kijk op autisme en dierenwelzijn.

In het eerste deel van de uitzending wordt duidelijk dat onderzoekers decennialang met een tunnelvisie naar autisme gekeken hebben. Ze beschouwden autisme als een sociale stoornis en zagen daarmee over het hoofd dat de oorzaak van autisme wel eens op een heel ander vlak zou kunnen liggen. Eén van de wetenschappers die wel verder kijkt dan de sociale problematiek is psychologe Chantal Kemner van de Universiteit Utrecht. Zij richt zich in haar onderzoek op het deel van de hersenen waar visuele waarnemingen worden verwerkt: ‘Het lijkt erop dat autisme wordt veroorzaakt door een probleem met de waarneming. Een autist fixeert zich op details en verliest daardoor het zicht op het geheel. Dat overzicht is juist essentieel voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden.’

Dat een nieuwe kijk op autisme hard nodig is, vindt ook Temple Grandin. Zij weet uit eigen ervaring hoe het is om overgevoelig te zijn voor visuele en auditieve prikkels. Ze raakt al afgeleid door een slingerend stukje plastic op de grond en raakt in paniek bij elk onbekend geluid. Grandin: ‘Ik denk dat de meeste onderzoekers zich niet kunnen voorstellen hoe het is om bij elke nieuwe prikkel de adrenaline door je lijf te voelen gieren.’

Haar overgevoeligheid voor sensorische prikkels heeft Temple Grandin niet alleen last bezorgd, het heeft haar ook succes gebracht. Als tiener ontdekte ze een grote verwantschap met koeien, die volgens haar op dezelfde manier reageren op hun omgeving als zijzelf. Sindsdien kijkt Grandin met een geheel eigen blik naar diergedrag en spoort ze boeren aan om met enkele simpele veranderingen het dierenwelzijn in hun stallen te verbeteren.

In het tweede deel van Labyrint laat Grandin zien hoe haar stalontwerpen de Amerikaanse vleesindustrie een zetje in de goede richting gaven.

Temple Grandin – Autist onder de dieren

 

Advertenties

Moeders verjaardag, een parabel

Schone_Lei

Op een warme middag in de nazomer zat moeder aarde op een bankje wat te mijmeren in de zon. Het was stil rondom haar, tijd voor rust en nadenken. Moeder aarde had veel om over na te denken, veel om van na te genieten. Want gisteren had zij, na lang aandringen van haar kinderen, weer eens haar verjaardag gevierd.

Hoe oud zij nu eigenlijk was, wist niemand.Ze was al lang de tel kwijtgeraakt, en haar kinderen wisten het ook niet, maar die vonden wel dat ze van tijd tot tijd haar verjaardag moest vieren. Tevreden en dankbaar keek zij op het feest terug.

De organisatie was goed geweest. De postduiven hadden het bericht over het feest in het luchtruim doorgegeven, de hazen hadden het aan de viervoeters doorverteld, en ook ondergronds was het bekend geworden. Daar hadden de mollen voor gezorgd. Allemaal hadden ze voor een afvaardiging gezorgd, twee aan twee zouden ze hun opwachting komen maken. Dat idee hadden ze van lang geleden: niemand wist wie het bedacht had, maar er was een vage herinnering aan een verre reis op een boot, waarvoor ze per paar aan boord waren gegaan. Moeder aarde beleefde de hele dag nog eens in haar herinnering.

Het feest was begonnen met een vogelconcert, toen de gasten nog maar net wakker waren. Er was een solo van de nachtegaal, een spreekkoor van de kraaiachtigen onder leiding van de raaf met zijn diepe bas, en toen volgde een duet van de wielewaal en de zanglijster. Het was heel gevarieerd wat ze ten beste gaven, want ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Toen waren de reptielen aan de beurt gekomen. Met z’n allen hadden ze hun best gedaan op een tekst onder leiding van de slang – want die had ooit gesproken en wist wat woorden waren. In het kort gegraasde gras, zo kort dat de adder er niet in kon schuilen, vormden ze de zegewens „Lang zal ze leven”, in gekrulde letters.

Toen de grasmat weer leeg was, waren de grote grazers zich komen presenteren. Het geloei en gebalk was niet van de lucht geweest, maar moeder aarde had zich deze oorverdovende hulde laten welgevallen, ook omdat de grote grazers tot de nuttige dieren gerekend worden, en ze was op haar oude dag ook nog een beetje doof.

De volgende delegatie had uit de katachtigen bestaan, met de leeuw voorop. Er ging een siddering door het publiek, maar geen nood: het motto voor die dag was „Leven en laten leven”, en daar hield ieder zich stipt aan. Een siamees katje was op moeders schoot gesprongen, en nestelde zich daar voor de rest van de dag. Intussen bliezen de overigen hun partij; dat had goed vals geklonken, zoals je van grote en kleine katten kunt verwachten.

Daarna was het peloton dikhuiden aan de beurt geweest: de nijlpaarden voorop, gevolgd door de neushoorns, de tapirs en al hun verwanten. De stoet werd afgesloten door de olifanten, die hun komst met luid trompetgeschal hadden aangekondigd.

Toen waren de paarden komen opdraven, een hele stoet met al die rassen. Sierlijk hadden ze in een halve cirkel een revérence gemaakt voor de jarige.

Ook de insecten hadden hun afgevaardigden gestuurd. De bijen hadden een cadeautje meegebracht: een raat honing. De muggen maakte een dans in de lucht, en de krekels voerden een strijkkwartet uit. Zo had ieder dier acte de presence gegeven.

Rondom haar waren boeketjes neergezet van de bloemenkinderen die ze ooit zelf hun naam gegeven had: vlijtig Liesje, brave Hendrik, wilde Marjolein, wilde Bertram en Margriet.

Aan het eind van de dag was er nog een gast zijn opwachting komen maken: de homo sapiens, de mens.

„Je wist toch wel dat ik mijn verjaardag weer eens vierde?”, had moeder aarde gevraagd aan het mensenpaar dat een beetje bedremmeld voor haar stond.

„Ja, wij hadden er wel van gehoord”, was het antwoord van de man, „maar we hadden het erg druk vandaag en konden niet eerder komen. En we hadden er ook moeite mee naar je toe te komen, want we hebben het er de laatste tijd wel naar gemaakt. Er is door ons toedoen zoveel verloren gegaan. Dat valt niet met een bloemetje op je verjaardag goed te maken.”

Moeder aarde had geknikt. Ze wist het maar al te goed. Sinds de Schepper alles wat hij gemaakt had, gezien had en zeer goed bevonden had, was er veel misgegaan. En er ging nog steeds veel mis. Maar op haar verjaardag, nu ze al haar kinderen weer eens bij elkaar gezien had, was ze hoopvol gestemd geraakt.

„Wij komen met lege handen, moeder”, had de homo sapiens ook nog gezegd. „Maar we wilden toch niet wegblijven, dat zou niet aardig zijn geweest.” Moeder aarde knikte weer, begrijpend. Er kwam een lachje over haar gerimpelde gezicht. „Luister, homo sapiens”, zei ze monkelend, „ik heb wel een cadeautje voor jullie.”

Ze greep achter zich, en reikte haar gasten het geschenkje over. Die keken er verbaasd en verlegen naar.

Het was een schone lei.