Rechtmatigheid als creativiteitskiller

rechtmatigheid.png

  • De wet van behoud van ellende

Je bent een professional en vanuit jouw werk betrokken bij het sociaal domein. Je hebt een concreet sociaal vraagstuk waar je een originele invalshoek voor zoekt. Oplossingsgericht en creatief als jij bent, vind je deze ook. En dan begint de ellende. Want creativiteit binnen het sociaal domein mag hoog in het vaandel staan, het praktiseren ervan is niet zelden het juiste recept voor mislukking en/of frustratie. Je struikelt over de drempel van rechtmatigheid.

Goed beleid en goede oplossingen voor vraagstukken in het sociaal domein moeten aan steeds meer voorwaarden voldoen. Ze zijn ‘domein overstijgend’, ‘efficiënt’, ‘duurzaam’, ‘buurtgericht’,  ‘cliëntgericht’ en meer. Ze moeten echter ook en vooral rechtmatig zijn. Doen wat werkt mag, mits het rechtmatig is. Liever, zo lijkt het soms, doe je iets wat misschien niet direct bijdraagt aan de oplossing, maar wel rechtmatig is. De uitleg van ‘rechtmatigheid’ blijkt voor menig professional binnen het sociaal domein een struikelsteen voor en bij betrachtte creativiteit.

Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming moet zijn met de bedoeling van de geldende regels en besluiten. Binnen het sociaal domein werken steeds meer professionals volgens de bedoeling van wet- en regelgeving. In de financiële en of materiële context van de financiers op gemeenteniveau wordt vaak een striktere uitleg gehanteerd: een begroting of verslag kun je alleen financieel rechtmatig opstellen, door alleen kosten en baten op te voeren die in overeenstemming zijn met wettelijke regelingen en verordeningen. Een sportactiviteit voor een jongere – als onderdeel van een totaalaanpak – werd door een professional als een passende oplossing in het kader van de Jeugdwet beschouwd. En dus als passend binnen de bedoeling van de wet. En daar dacht de financiële afdeling nou net weer anders over: de Jeugdwet kent geen vergoedingen voor sportactiviteiten. Dus is de uitgave niet rechtmatig en de oplossing niet correct, laat staan uitvoerbaar.

Het passende antwoord voor een inwoner met een ondersteuningsvraag rond – bijvoorbeeld – participatie kan heel goed liggen bij een antwoord in de sfeer van schuldhulpverlening. Zoals het passende antwoord voor een te klein behuisde ouder – die ten einde raad is met twee heel drukke ADHD’ers – een verbouwing in plaats van GGz-behandeling kan zijn. Allemaal oplossingen die passen bij de bedoeling van de wet- en regelgeving. Allemaal oplossingen die domein overstijgend, duurzaam, cliëntgericht en kostenbesparend zijn. Maar volgens de letterknechten desondanks niet rechtmatig.

Creativiteit kun je niet afdwingen. Het bestaat doordat mensen vrij kunnen denken en ontstaat door een sterke intrinsieke motivatie: passie. Passie om voor een situatie een passende oplossing te bedenken. En als die oplossing je voor nieuwe problemen stelt, steeds verder te zoeken tot het passende antwoord duidelijk is.

Creativiteit kun je wel om zeep helpen. Door de creatieve oplossing binnen het system dat juist deze oplossing onmogelijk maakt te willen borgen. Menig professional struikelt dan over de drempel van rechtmatigheid. Waarbij hij of zij al snel het gevoel krijgt iets heel erg verkeerd te doen. Zo niet fraude pleegt. Als het vervolgens echt niet lukt het ‘meesterwerk’ te realiseren en aan de gewekte verwachtingen te voldoen, zal dat het creatieve denkproces voor de toekomst zo niet blokkeren, dan toch stevig frustreren.

Als het sociaal domein om creativiteit vraagt, vraagt dat om een verandering. Onder andere waar het gaat om het hanteren van het begrip ‘rechtmatigheid’. Het vraagt om een systeem dat ruimte biedt aan professionals die in staat zijn verantwoordelijkheid te dragen voor het resultaat. Niet op basis van instructies of opdrachten, maar op basis van verantwoording van de bedoeling van hun doen of laten.

Wie meent dat daarmee creativiteit is voorbehouden aan slimme, getalenteerde of exceptionele mensen help ik graag uit de droom. Iedereen is creatief. Niet in de laatste plaats mensen die in knelsituaties zitten. Zij kunnen – niet zelden beter dan de professionals – precies duiden wat eraan schort en wat hen daadwerkelijk helpen kan. Het zijn vaak antwoorden of oplossingen die niet voor het grijpen liggen in de schappen van het systeem. En dus schiet menig professional al gauw in de modes van ‘het kan niet, het mag niet, dus het zal niet.’

Een passender houding zou zijn de vraag te stellen wat er nodig is om dit soort van ‘super’-oplossing mogelijk te maken. Met elkaar in gesprek gaan over eventuele knelpunten en wat er door wie gedaan kan worden om het knelpunt weg te nemen. Waarbij steeds de bedoeling leidraad blijft. In goed Nederlands: pas de methode van Ontwerpdenken toe. Dit is een methodologie die gebruikt wordt om (complexe) problemen op te lossen. De mens in zijn situatie staat centraal binnen de methodiek door problemen steeds vanuit de menselijke behoeften te definiëren. Er worden oplossingsrichtingen bepaald die daarbij aansluiten. En het vraagt om een organisatie die creativiteit wil en kan faciliteren. Door medewerkers die komen met een idee te allen tijde te stimuleren het idee te beproeven. Daarbij past geen opgetrokken wenkbrauw, geen opgeheven vingertje maar een houding en reactie van: “Dat gaan we doen.” Simpelweg, omdat creativiteit van waarde is.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden
Advertenties

Het leven is te belangrijk om er serieus werk van te maken…

• Als wij onze gebreken niet meer zo serieus nemen, hebben we er ook geen angst meer voor

voor video - klik op plaatje
voor video – klik op plaatje

We weten dat humor en een open mind een positieve invloed hebben op onze creativiteit. Desondanks hebben wij – naarmate wij ouder worden, en professioneler – een serieus probleem op precies deze twee punten. Waar wij op ons 5e levensjaar blijkbaar nog veel lachen en papa en mama de oren van het hoofd vragen, komen we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone. Het lijkt erop dat onze scholing en misschien zelfs onze opvoeding, en ook ons werk ons onvoldoende kietelen en speelruimte bieden. Op ons 44ste levensjaar zitten we blijkbaar te zwaar in onze verantwoordelijkheden, en weten we te veel of denken we veel te weten. De staat van terminale serieusheid – zoals Paul Iske (o.a. van Instituut voor Briljante Mislukkingen) het noemt – heeft ons dan volledig in haar greep.

Dat terminale van serieusheid zien wij ook terug bij de noodzakelijke omvorming van het sociale – en zorgdomein. Het handelen van sociale professionals in overeenstemming met transformatie leidt vaak tot een worsteling met (het integreren van) de gewenste (nieuwe) manier van werken en hun eerder verworven – en gevraagde – competenties. Het wringt tussen visie op ‘goed’ dan wel ‘professioneel’ en ‘gekanteld’ handelen.

Het ‘gekanteld’ handelen’ vraagt om het ‘genereren’ van doe-het-zelf-zorg. Dat vraagt om daarop afgestemde competenties die zich laten samenvatten in: terug willen/durven leggen, mogelijk maken en – zo nodig (tijdelijk) de sturing durven nemen (regisseren). Dit vraagt er om anderen zich welkom te laten voelen en te versterken, hen in beweging krijgen. Ofwel: een strategie van weloverwogen controle en de kunst van het laten.

Mijn schoonvader zaliger was dementerend. Schoonmama nam, als vanzelfsprekend, de regie in de zorg. Je kent ze vast wel: mensen die andere alles uit handen nemen. Zo ook schoonmama. En schoonpapa? Die trok zich terug in zijn stoel en zichzelf. Maar als schoonmama de deur uit ging, voor boodschappen of een praatje bij de buren – over manlief die toch echt niks meer kon – kwam schoonpapa in actie. Dan ruimde hij de dingen die hem irriteerden. Liep hij met ondeugend lachend door het huis. Totdat schoonmama weer binnen gezichts- of gehoorsafstand kwam. Dan liet hij alles uit zijn handen vallen en trok hij zich weer terug in zijn eigen wereld….

Uitzonderingen daargelaten: hulpvaardigheid zit evolutionair in ons. Als anderen lijden, hebben we de natuurlijke neiging om ze te troosten, te helpen, het leed te verlichten. Mensen hebben een schier onweerstaanbare neiging om continu goed te doen. De Engelsen noemen het de ‘disease to please’’. Professionele hulpverleners hebben die nobele, prijzenswaardige eigenschap niet zelden in het kwadraat. Professionals willen – en moeten – heel graag willen helpen. En tegelijkertijd kunnen zij moeilijk zelf ‘help’ roepen. Dit leidt – helaas – niet zelden tot een bemoeienis-strategie, gebaseerd op het natuurlijk denken Je verantwoordelijk voelen voor het geheel, zaken naar jectoe trekken en zorgen dat dingen snel en goed geregeld worden. Actief hulp aanbieden dus, zaken overnemen als dat daardoor sneller gaat, dingen op je nemen die anderen laten liggen of niet goed doen, voor anderen zorgen, etc.

Het effect? Alles weg relativeren en verklaren, ontkennen van behoeften, rationaliseren, alles kapot analyseren, emoties onderdrukken, in abstracties en wetmatigheden praten, je gewoonten blijven herhalen, in het hoofd zitten, in regels en procedures blijven hangen, op de automatische piloot werken, etc. Mede daardoor ligt (onbedoelde) betutteling op de loer. Zij is – in de loop der jaren – door stelsel- en beheer-denken eigenlijk ook sluipenderwijs geïnstitutionaliseerd. Waardoor de mens achter een ziekte of aandoening is verdwenen. Terwijl de kracht van die mensen toch vaak heel groot is.

Vandaag de dag zijn – mede door een zich terugtrekkende (financierende) overheid – rehabilitatie c.q. herstelgericht werken weer sexy. Dat past binnen de beoogde transformatie van het sociaal domein. Termen als empowerment en zelfregie zijn weer leidende begrippen. Helaas echter nog (te) vaak in een context die gecreëerd is door mensen die leiden aan het syndroom van terminale serieusheid. Want, al leven en werken wij in een samenleving waarin creativiteit alom wordt gepropageerd als goed is er sprake van een beperktere definitie van wat ‘creatief zijn’ betekent.

Volgens de Van Dale is creativiteit simpelweg ‘scheppend vermogen’. De definitie van creativiteit die overheden, bedrijven, managers en andere creativiteitsgoeroes er nu op na houden, is daarentegen een stuk enger. Creativiteit wordt hoofdzakelijk als probleemoplossend gezien.

Bij echte creativiteit gaat het echter (ook) om individuele ondernemingszin. In staat zijn om complexe vraagstukken en maatschappelijke uitdagingen op manieren te bekijken, waar anderen nog niet aan hadden gedacht. Verbanden te zien die anderen over het hoofd zien of (dreigen te) vergeten.

Waar onze stelsels zijn ingebed in ingesleten patronen, herhalingen en protocollen, zijn en blijven zij vatbaar voor een gemis aan gevoel voor proportie. Wanneer enkele pubers rebelleren, zijn alle pubers rebels. Wanneer één student bij een feest toevallig dronken wordt en lastig is, komt het natuurlijke denken tot de conclusie dat alle studenten altijd dronken zijn. Anders gezegd: het natuurlijke denken is geneigd om van het ene cliché naar het andere te gaan.

Logisch denken daarentegen blokkeert het selectieve natuurlijke denken. Hierdoor moet de stroom langs andere banen verder gaan. Als wij dat kunnen koppelen aan het creatief (divergent) denken, ontstaan nieuwe oplossingen en antwoorden. Een meerkeuzemenu om de situatie van mensen te herstructureren dus.

Echter, hoewel die kwaliteit in deze tijd alom bejubeld wordt: creatief – of experimenteel – denken, autonome professionaliteit, onconventionele oplossingen paradoxaal kunnen helaas nog op minder sympathie en onthaal rekenen van de systeem- en beheersdenkers. Daarom – en om werkelijk overstag te gaan – moeten wij de terminale serieusheid middels palliatie naar een goed einde leiden en ‘anders durven kijken’, ‘anders leren uitvoeren’ en ‘uit comfortzones durven stappen’ daarvoor toelaten.