Zelfs een doodlopende weg kent een weg terug

oude liefde.png

  • Oude liefde

Twee gescheiden zestigers zien elkaar voor het eerst na vele jaren als hun 40-jarige zoon plotseling komt te overlijden. In de maanden die volgen zoeken ze troost bij elkaar en laait hun oude liefde weer op.

Ze genieten van een onschuldige affaire, die ze geheim proberen te houden voor hun familie. Dat blijkt echter ingewikkelder te zijn dan bedacht. Net als het wegdrukken van onverwerkte problemen van vroeger. Voordat ze het weten raken zij net als hun families verstrikt in de gevolgen van deze grote liefde.

Advertenties

Sterker dan je denkt

zandbak

  • De steen en je kracht

Op een zaterdagmorgen speelde een kleine jongen in zijn zandbak in de tuin. Toen hij aan het scheppen was, stuitte hij op een grote steen, midden in de zandbak.

Hij begon het zand rondom de steen weg te graven en zo kwam de steen bloot te liggen. Met veel moeite probeerde hij de steen naar de rand van de zandbak te duwen. Stukje bij beetje lukte het hem. Maar nu moest hij hem nog over de rand van de bak zien te krijgen. Optillen ging niet, daar was de steen veel te zwaar voor.

Maar toch probeerde de jongen het uit alle macht, hij was vastbesloten de steen uit de zandbak te krijgen. Hij schoof en duwde, sloeg zijn kleine schep kapot, in een poging de steen in stukken te slaan. Maar telkens als hij dacht: “Het lukt me wel”, rolde de steen weer terug in het zand. Tenslotte barstte de jongen in tranen uit.

De hele tijd stond zijn vader voor het raam van de woonkamer en bekeek het tafereel. Toen zijn zoon begon te huilen, ging hij naar buiten en legde zijn hand liefdevol op de schouder van het kind. Zacht vroeg hij: “Zoon, waarom heb je niet alle kracht gebruikt, waar je over beschikt?” Snikkend zei de jongen: “Maar dat heb ik toch gedaan? Meer kracht heb ik echt niet!” “Nee, mijn kind,” zei de vader vriendelijk. “Je hebt niet alle kracht gebruikt, die je ter beschikking hebt. Je hebt mij niet gevraagd.”

Met die woorden pakte de vader de steen en tilde hem over de rand van de zandbak.

Oproep tot sociaal extremisme

 barricade.png

  • Een wraakneming op sociaal vandalisme

Door Peter Paul J. Doodkorte

Acht ministeries en financiers. Zet ze bij elkaar en het gaat niet meer over het doel, maar over zeggenschap. Is het niet tenenkrommend, tranen trekkend en gekker dan idioot? De door de overheid toegelaten proef met het integraal persoonsgebonden budget (I-PGB) struikelt over de financiële schotten van diezelfde overheid. Tijd voor sociaal extremisme zou ik zeggen! De tijd van veldheersbekken in de spiegel, en dagdromen die even buiten mogen spelen is voorbij!

Eén budget voor alle zorg die iemand nodig heeft, ongeacht of die zorg onder de Wmo, Jeugdwet, de Wet langdurige zorg (Wlz) of Zorgverzekeringswet (Zvw) valt. Het integraal pgb (I-PGB) zou een uitkomst zijn voor individuen of gezinnen met een complexe zorgvraag.

Een I-PGB zou één budget (moeten) zijn dat iemand ter beschikking krijgt om alle ondersteuning in te kopen die nodig is: thuis, op school, op het werk, voor het vervoer etc. Ook regelingen en voorzieningen waarvoor een pgb nu nog niet mogelijk is, zouden ondergebracht worden in het I-PGB. Bovendien zou het I-PGB voor een langere periode toegekend kunnen worden. Dit laatste voorkomt dat de pgb-houder steeds opnieuw een aanvraag voor een voorziening of ondersteuning moet indienen.

Het klinkt in polder- en regelland Nederland te mooi om waar te zijn. En dat blijkt het ook. Een proef in verschillende gemeenten bewijst dat het makkelijker gezegd is dan gedaan. Financiële en juridische schotten en de veelheid aan betrokken partijen blijken niet alleen grote hordes. Zij verworden tot gelegaliseerd sociaal vandalisme. Tijd dus voor de bende van extreme ontregeling.

Woerden en Delft startten in 2014 een pilot met een integraal persoonsgebonden budget, het I-PGB. Omdat verschillende domeinen (leefgebieden van inwoners) en financieringsstromen onder een kap moesten worden gebracht, waren ook de ministeries van VWS, SZW, BZK en OCW, de SVB, het UWV, de VNG, het zorgkantoor, cliëntenorganisaties Per Saldo en Vanuit Autisme Bekeken betrokken. Onderzoeksbureau TNO presenteerde deze week de eindrapportage. Met forse kritiek op vele aspecten van proef.

Met het I-PGB zouden gemeenten de regie krijgen over budgetten die in andere domein vallen, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw), re-integratie en onderwijs. Daarin voorzag een tijdelijke Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), het Besluit experiment integraal pgb 2016, dat wettelijk regelt dat er binnen de vier zorgwetten flexibel met budgetten mag worden omgegaan. En toch is het juist op dit punt niet gelukt om afspraken te maken met de verschillende betrokken organisaties.

Het door de gemeenten gekozen breekijzer van voorfinanciering, waarbij achteraf geprobeerd wordt om de middelen terug te vorderen, bleek te stranden in onwil, portefeuilledrang en angsthazengedrag. Zo blijft – ondanks de AMvB – de ontschotting belemmerd door wetgeving. Wanneer een budget wordt ingezet voor een ander doel dan wettelijk vastgesteld, ontstaan er namelijk problemen met de rechtmatigheid.

Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. De controle op deze zogenaamde financiële rechtmatigheid wordt uitgevoerd door een accountant. In de juridische wereld wordt de term in de breedste zin van het woord gebruikt, terwijl de term vooral in een financiële en of materiële context wordt gebruikt op overheidsniveau. Om zichzelf in stand te houden verzint zo de maatschappij diverse soorten waanzin.

Natuurlijk, er zijn (gelukkig) her en der in den lande ‘verzetsteams’ actief. Zij banen – dwars door de systemen heen – hun eigen olifantenpaadjes. Maar het houdt iets van illegaliteit. Iets wat je wel moet doen, maar waar je vooral niet over moet praten. Dat kost niet alleen verschrikkelijk veel energie. Zij houden – per saldo – zo de systemen in stand, waarin wij als stervende zwanen ten onder gaan. Maar belangrijker nog: het doet afbreuk aan onze eigen professionele verantwoordelijkheid. Ik wil, ik moet en ik zal doen wat in voorkomende gevallen voor de inwoners in nood werkt. Als activisme binnen de grenzen van wet- en regelgeving daarvoor te weinig ruimte biedt, dan moet het maar via sociaal extremisme.

Sociaal extremisme dus. Dat is waar ik toe oproep. Niet door systematisch haat te zaaien, te demoniseren of te intimideren. Niet door het gebruik van geweld. Integendeel! Sociaal extremisme is wat mij betreft: uitzonderingen en keuzes durven maken. Niet alleen rechtmatig, maar vooral ook doelmatig kijken. Dat vraagt lef, eigenaarschap en de bereidheid om verantwoording af te leggen. Transparant willen en kunnen zijn over het waarom van mijn en jouw doen en laten. Sociaal extremisme kortom, is gewoon doen wat nodig is. Zonder de ballast van goedkeuring vooraf. Sociaal extremisme is de omgekeerde toets: kijken wat nodig is en werkt en daar de wet- en regelgeving voor gebruiken. Met de zekerheid dat jouw hoofd niet op het hakblok van de preciezen zal belanden, maar hooguit als spiegel tot bezinning zal worden gepresenteerd.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Breek de muren af, zet de deuren open

Breek de muren af 2

  • Als alle politieke methoden mislukken, probeer het dan eens met nadenken.

Wat ik als zeer belangrijk bij de decentralisaties en omvorming binnen het sociaal domein ervaar is de gelegenheid om te ‘ontschotten’. De inwoners willen niet meer naar verschillende loketten. Dit regel je niet alleen aan de voorkant (de toegang), maar ook aan de achterkant (het regelen en de uitvoering van ondersteuning en zorg. Ontschotting van de financiering in de zorg was ook een van de beloftes bij de decentralisaties. Door het wegnemen van de schotten die er in de zorg en tussen verschillende financieringsstelsels bestaan, zouden budgetten optimaler en doeltreffender benut kunnen worden. En dus gingen we aan de slag…..

De richting waarin de ambitie wees, was hoopvol. Inmiddels echter zien wij dat de alom verfoeide schotten vervangen zijn door schuivende panelen. Met weliswaar een herverdeling van budgetten, maar ook nieuwe ‘schotten’ als resultaat. In Nederland kunnen we inmiddels een beroep doen op verschillende vormen van zorg en dienstverlening. En ja, in de afgelopen jaren is er veel veranderd in de regelgeving en financiering daarvan.

Voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld bij het langer zelfstandig thuis wonen, is het desondanks nogal ingewikkeld de juiste weg te vinden in het doolhof aan wet- en regelgeving, instanties, dienstverleners en zorgproducten.

De jeugdhulp, de participatiewet, de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de wet langdurige zorg (Wlz) en de zorgverzekering hebben allemaal hun eigen budgetten, budgetbeheerders en gebruiksvoorwaarden. Waarbij elke budgetbeheerder zijn of haar uiterste best doet, om aan te tonen dat benodigde ondersteuning of zorg toch echt door ‘die ander’ betaald moet worden.

Ook ikzelf, toch geen ‘leek’ binnen het sociaal domein, heb bij tijd en wijle een gevoel van ‘totale vervreemding’ en ervaar dat alles als een ‘doolhof’. Ook wanneer alle partijen keurig doen waarvoor ze verantwoordelijk zijn, kan de uitkomst daarvan onacceptabel zijn voor een individu dat zorg nodig heeft. Er zijn nu eenmaal rafelranden tussen de systemen.  Ik vind dat we dat niet mogen laten gebeuren. Als wij de belofte van ontschotting daadwerkelijk willen, moeten zorgkantoren, zorgverzekeraars, jeugdhulpregio’s en gemeenten de koppen en budgetten bij elkaar steken.

Of ik het zie gebeuren? Ik heb er een hard hoofd in, maar ik vind dat het moet. Natuurlijk, het vraagt van alle betrokkenen om over de eigen schaduw heen te springen. En ongetwijfeld zal de schaal waarop dat moet gebeuren een moeras van belangen, meningen en opvattingen blijken. Zijn dat bijvoorbeeld de 30 regio’s van de zorgkantoren of de 42 regio’s van de jeugdhulp?

Over de zorgkantoren gesproken, waarom zijn die er nog? Als wij in 2013 gedaan hadden wat wij toen beoogden, zouden zij allang verdwenen zijn. Dat althans was destijds het wetsvoorstel van toenmalig staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De lobby en belangen van betrokken partijen wogen kennelijk zwaarder dan de inhoudelijke ambitie, want de zorgkantoren zijn er nog altijd. En beslist niet bezig met hun grafrede!

Ook de lopende kabinetsformatie belooft wat dit betreft weinig goeds. Drie departementen krijgen twee ministers: Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Onderwijs en Veiligheid & Justitie. De ministers van VWS krijgen daarbij een stevige opdracht, want de nog af te sluiten hoofdlijnenakkoorden voor de sectoren ziekenhuizen, wijkverpleging en ggz moeten samen 1,9 miljard euro aan besparingen opleveren. Met, naar verwachting een stevig waterbedeffect als gevolg: wat de een bespaard, zal naar verwachting bij de ander – gemeenten bijvoorbeeld – tot hogere uitgaven leiden. Hoeveel nieuwe schotten en waterscheidingen zullen als gevolg daarvan opgetrokken worden?

Menen wij werkelijk dat niemand in de zorg tussen wal en schip mag vallen? Zeker niet als het om de zwakste groepen in de samenleving gaat? Dat moeten betrokken partijen de koppen en budgetten bij elkaar steken, zo nodig wat scharrelruimte organiseren en ook bereid zijn meer te doen, dan waartoe ze formeel gehouden zijn. Geef inwoners en organisaties mogelijkheden om die potjes bij elkaar te kunnen doen, zodat er gezamenlijk kan worden geïnvesteerd en genoten kan worden van de opbrengsten die dit oplevert.

En als wij dan toch bezig gaan met werk te maken van onze beloftes, laten wij dan ook meteen een einde maken aan het inkoop- en tarievencircus dat sedert de decentralisaties op gemeente- en regio-niveau is ontstaan.

De administratieve lasten waren ook voor de decentralisatie al een probleem, maar zijn inmiddels tot een tsunami verworden. De jungle van verdelen (en heersen) legt de focus in de gesprekken tussen financiers en aanbieders teveel op de prijs. Met energieverlies, frustratie en chantage als gevolg en kwaliteit, beschikbaarheid en bereikbaarheid van ondersteuning en zorg als kinderen van de rekening.

Hoe en of dat eenvoudiger kan? Zeker wel. Centraliseer alsjeblieft de onderhandelingen over redelijke kostprijzen voor diensten en producten binnen de zorg. Waarom zo moeilijk doen als het samen kan. Centralisatie van de onderhandelingen over tarieven zal naar mijn mening bijdragen aan de gewenste en noodzakelijke inhoudelijke decentralisatie. Als het geld duidelijk en geregeld is, kan en zal bij contracteren op decentraal niveau het gesprek in de selectie niet meer over prijs gaan, maar over de beste en meest effectieve organisatie en slimme uitvoering van ondersteuning en zorg voor inwoners. Gesprekken gaan dan weer over kwaliteit, presentie en betekenis voor de mensen en wie voor hetzelfde geld beter bieden kan!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

 

 

Waar wortels bloeien

rots en bloem.png

  • Steen en de bloem

“Je bent verhard geraakt”, zei de bloem, haar bloemblaadjes naar beneden buigend naar de rots die aan haar wortels lag langs de oever van een beekje. “De wind en de regen zouden je verzacht moeten hebben, je meer vruchtbaar hebben gemaakt en ontvankelijk voor de zaadjes van het veld; maar nee. Jij hebt mineralen opgehoopt bent verhard en alleen maar stiller geworden. Waarom blijf je hier? Waarom verzet jij je tegen de beek die ons water geeft?”

De steen zei niets.

Een paar wolken passeerden, de zon ging onder en de nacht arriveerde. De maan liet haar licht op de stille rots vallen. De bloem had inmiddels haar bloemblaadjes ingestopt en sliep diep, maar de rots was nog wakker en op dat moment antwoordde hij:

“Ik blijf hier omdat ik gemaakt ben van dezelfde mineralen als jouw wortels. Ik blijf hier omdat ik deel ben geworden van dat wat nu fungeert als ondersteuning voor jouw stam en je beschut tegen de wind en de regen.”

“Alles verandert mijn lieve bloem”, zei de steen, “maar ik blijf hier omdat de ruimte tussen jouw zachte wortels en mijn harde huid liefde is. Je zou het enkel kunnen voelen als het lot ons zou scheiden.”

De maan volgde het vervagen van de sterren. En toen de zon boven de horizon uitkwam werd de bloem wakker en rekte haar bloemblaadjes. “Goedemorgen”, zie ze, “Ik droomde dat jij mij toezong. Hoe dom van mij, vind je niet?”

Alles is klaar voor de coup – nu wij nog!

Dia3.PNG

  • Wij zijn de sleutel!

Overal in Nederland wordt er druk overlegd over de transformatie in het sociale domein. De echte veranderingen moeten nu gaan beginnen. Het motto van de meeste gemeenten is: we moeten het met z’n allen doen! Niemand in het bijzonder lijkt in de lead te zijn. Polderen dus. Gaat dat ergens toe leiden?

Peter Paul Doodkorte, senior-adviseur in het sociaal domein voor gemeenten en organisaties van welzijn, zorg, participatie en onderwijs blikt in deze video terug, maakt de balans op en kijkt vooruit. Zijn conclusie: “Alles is klaar voor de coup – Nu wij nog!”

 

 

Wat jeukt er eigenlijk?

Wat jeukt er eigenlijk.png

De enige raderen die de transformatie binnen het sociaal domein in beweging zet zijn hebzucht en concurrentie….

Transformeren binnen het sociaal domein is vooral ‘veranderen’ geworden. Alles moet anders. Alles moet nieuw.

Maar, doordat we met de toekomst bezig zijn op basis van het verleden (dat is veranderen) herhalen wij eigenlijk het verleden.

Zie daar de vicieuze cirkel waar we in vastzitten.

Het voelt alsof we niet vooruit- komen, terwijl we toch zo verschrikkelijk ons best doen om onszelf – maar liever nog ‘de ander’ – te veranderen…..

In deze videobrief gaat Peter Paul Doodkorte, senior adviseur bij Vondel & Nassau, adviesbureau voor het sociaal domein, in op de betekenis van ‘transformeren’ binnen het sociaal domein.