Een goed idee kan nooit een gesloten geest binnenkomen

Dia1.PNG

In maart 2018 mocht ik samen met collega Chantal van Cappelleveen een dagsessie leiden voor het team Beleid SD Gemeente Bunnik over de  maatschappelijke opgave en het beleidswerk in een veranderende wereld.  Het werd een inspirerende vindtocht, waarbij wij samen ontdekten dat onze eigen (team-)ontwikkeling veel parallellen vertoont met de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. En dat ‘transformatie’ geen ding is, maar een proces!

Een antwoord vinden op de opgave en uitdaging gaat over het gebruik en verbinden van krachten. En dat is wel degelijk mogelijk. Als wij stoppen met het (met onze kaarten dan wel belangen tegen de borst) kwartetten. Als wij de opgave als een puzzel durven zien.

De eerste stap is om de randen te scheiden van de rest van de puzzelstukjes. In managementtermen: de kaders stellen. Terwijl je zo door de stukjes aan het gaan bent kun je ook de overige stukjes alvast onderverdelen naar kleur en/of afbeelding. Anders gezegd: leg de stukjes met het beeld open op tafel. Zie het als een transparante indeling naar thema’s en belangen. Niet alles ligt nog op zijn plaats, maar de gewenste samenhang van stukjes wordt wel overzichtelijk en zichtbaar. Zo ook is de nadere uitwerking (verdieping) makkelijker, omdat je dan alleen gefocust bent op die bepaalde kleur of afbeeldingen. Dit lijkt misschien op het eerste gezicht veel werk en misschien vervelend. Zeker als je graag wilt beginnen, maar uiteindelijk zal het je veel helpen.

Als je begint met de randen (kaders) geeft dat al een goede indicatie van de grootte van de puzzel (de omvang van de opgave/uitdaging) en het geeft je enige houvast bij het leggen. En tegelijkertijd: maak je geen zorgen als je stukjes in de rand mist, je zal ze vanzelf weer tegenkomen als je door de overige stukjes gaat. Kies vervolgens een van de groepen (thema’s/opgaven) welke een basisonderdeel van de puzzel vormt en zet dit in elkaar. Door te beginnen met dit zal je een mooie uitgangspositie hebben voor de overige groepen.

Een goed getraind puzzeloog zal altijd kijken naar een combinatie van kleur, afbeelding en vorm van het gezochte stukje (verbinden, vertrouwen, vernieuwen en verplaatsen). Kleur, gecombineerd met lijnen of ander soort afbeeldingen, zijn het makkelijkst te vinden. En, zo zal je zien, het helpt als je af en toe eens vanaf de andere kant van de tafel naar dezelfde puzzel kijkt.

De video is een samenvatting van de leidraad, het gesprek en de conclusies.

Meer weten? Neem gerust contact op!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Advertenties

Een getraind puzzeloog vindt

puzzelen 3.png

  • Verbinding, Vertrouwen, Vernieuwing en Verplaatsen

Hulp en ondersteuning is mensenwerk. Het is emotie. En, zij moet kwalitatief goed zijn, voor iedereen toegankelijk en betaalbaar (blijven). Eigenlijk zijn dit zaken die op het oog voor zich spreken. Maar die dat helaas niet altijd zijn. Integendeel: het blijkt in de praktijk vaak knap lastig om deze aspecten in balans aandacht te geven. Dat is een verantwoordelijkheid van alle bij de hulp en ondersteuning van mensen betrokken personen. Partnerschap is daarbij van belang. En juist partnerschap – het samen puzzelen met alle stukjes van de puzzel open op tafel – ontbeert de wereld van zorg en welzijn vaak node! In het bijzonder treft dit te relatie tussen overheden en financiers aan de ene kant en de leveranciers (aanbieders) aan de andere kant. Dat voelt niet zelden als een spelletje kwartetten!

Gemeenten, maar ook zorgverzekeraars –  en sociale ondernemingen lijken ideale samenwerkingspartners, omdat ze beiden maatschappelijke vraagstukken willen oplossen. In de praktijk blijkt die samenwerking naast pril ook moeizaam. Terwijl er toch sprake is van een gezamenlijke opgave en doelstelling.

Overheden en financiers van zorg hebben samen met de leveranciers van ondersteuning en zorg de taak om ervoor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot goede ondersteuning zorg tegen acceptabele kosten. Met oog voor kwalitatief goede en menselijke zorg voor het individu, maar óók voor zinnige en zuinige zorg en daardoor voor een beheerste groei van de kosten.

Die taak vervullen deze partijen eigenlijk al sinds mensenheugenis. En, dat moet gezegd, met veel enthousiasme. En dat is ook nodig, want de hiervoor geschetste ambities vragen breed draagvlak. De juiste route daarvoor biedt het V-kwartet: Verbinding, Vertrouwen, Vernieuwing en Verplaatsing.

Om de uitdaging te kunnen invullen is nauw contact en goede samenwerking met anderen nodig. Waarbij de verschillende actoren toegankelijk en aanspreekbaar zijn voor elkaar. Samenwerking is bovendien alleen mogelijk als er sprake is van vertrouwen. Wederzijds vertrouwen vormt de basis van een goede samenwerking. Dat vraagt ook de bereidheid tot investeren in die relatie. Transparantie en de juiste mate van verantwoording vormen daarvoor de basis. En omdat nieuwe inzichten, technologie en de steeds veranderende samenstelling van de samenleving dat mogelijk maken of daarom vragen, is voortdurende vernieuwing nodig én mogelijk. De verbindende schakel tussen Verbinding, Vertrouwen en Vernieuwing is Verplaatsen: van jouw eigen troon en belang afstappen en je verplaatsen in de positie en het belang van de ander. Stel je voor dat het jouw situatie betreft, over jouw portemonnee gaat of over jouw gezin, partner of kind in problemen? Wat zou jij dan willen?

Tegen deze achtergrond is het op zijn zachts gezegd vreemd dat overheden en financiers en aanbieders elkaar maar mondjesmaat vinden. Juist op verbindende elementen als (h)erkenning, inkoop, verkokering en flexibiliteit staan ze elkaar eerder in de weg dan dat zij elkaar versterken. Zo ook blijkt uit een PwC-onderzoek (‘Prille kansen: de samenwerking tussen sociale ondernemingen en gemeenten in Nederland’) onder 102 gemeenten en 164 sociaal ondernemers. In het bijzonder het inkoopbeleid van gemeenten en zorgverzekeraars blijkt struikelblok voor de ondernemingen.

Is er dan helemaal geen samenwerking? Zeker wel. Er zijn lichtpuntjes. Maar die hebben – door verschillende verwachtingen – niet zelden te maken met fikse regenbuitjes of stormwind. Terwijl een goed samenspel, waarbij partijen als partners met elkaar optrekken juist mooie resultaten oplevert. Juist door uitruil van de waarden verbinding, vertrouwen, vernieuwing en verplaatsing. Inkoop bijvoorbeeld is nog teveel een verkoop van producten en diensten tegen een zo laag mogelijk tarief in plaats van een optimaal social return on investment.

Juist door het onvoldoende ‘verplaatsen’, het kruipen in de huid van de ander, is en blijft de transformatie binnen het sociaal domein nog altijd een veelal lege container. Transformatie is een proces in verhoudingen en niet, zoals ik vaak ontmoet, een houding van ‘alles moet anders’. Waarmee wij eigenlijk beweren dat wat wij deden en doen eigenlijk maar niks is. Elke volgende stap kan alleen maar gezet worden, juist dankzij de vorige! Transformeren is daarbij geen ding, maar een mindset. Transformeren gaat over onze verhouding jegens elkaar, jegens de uitdagingen en opgaven en de daaraan verbonden kansen en bedreigingen. Het is een bewustzijn, een vindtocht naar elkaar, inhoud, duurzaamheid en de dualiteit van belangen.

Een antwoord vinden op deze krachten gaat over het gebruik en verbinden ervan. En dat is wel degelijk mogelijk. Als wij stoppen met het (met onze kaarten dan wel belangen tegen de borst) kwartetten. Als wij de opgave als een puzzel durven zien.

De eerste stap is om de randen te scheiden van de rest van de puzzelstukjes. In managementtermen: de kaders stellen. Terwijl je zo door de stukjes aan het gaan bent kun je ook de overige stukjes alvast onderverdelen naar kleur en/of afbeelding. Anders gezegd: leg de stukjes met het beeld open op tafel. Zie het als een transparante indeling naar thema’s en belangen. Niet alles ligt nog op zijn plaats, maar de gewenste samenhang van stukjes wordt wel overzichtelijk en zichtbaar. Zo ook is de nadere uitwerking (verdieping) makkelijker, omdat je dan alleen gefocust bent op die bepaalde kleur of afbeeldingen. Dit lijkt misschien op het eerste gezicht veel werk en misschien vervelend. Zeker als je graag wilt beginnen, maar uiteindelijk zal het je veel helpen.

Als je begint met de randen (kaders) geeft dat al een goede indicatie van de grootte van de puzzel (de omvang van de opgave/uitdaging) en het geeft je enige houvast bij het leggen. En tegelijkertijd: maak je geen zorgen als je stukjes in de rand mist, je zal ze vanzelf weer tegenkomen als je door de overige stukjes gaat. Kies vervolgens een van de groepen (thema’s/opgaven) welke een basisonderdeel van de puzzel vormt en zet dit in elkaar. Door te beginnen met dit zal je een mooie uitgangspositie hebben voor de overige groepen.

Een goed getraind puzzeloog zal altijd kijken naar een combinatie van kleur, afbeelding en vorm van het gezochte stukje (verbinden, vertrouwen, vernieuwen en verplaatsen). Kleur, gecombineerd met lijnen of ander soort afbeeldingen, zijn het makkelijkst te vinden. En, zo zal je zien, het helpt als je af en toe eens vanaf de andere kant van de tafel naar dezelfde puzzel kijkt.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Liefde op leven en dood

wound.png

  • The Wound

Xolani behoort in Zuid Afrika tot de Xhosa stam. Ieder jaar neemt hij vrij van zijn werk om te helpen bij de “Ukwaluka”, het stamritueel van een aantal weken waarbij jongens worden ingewijd tot man.

Met een aantal andere mannen gaat hij op weg naar een verlaten berggebied waar dit oude stamritueel plaatsvindt. Ieder van hen is mentor over een jongen en Xolani heeft de zorg over Kwanda, de enige jongen uit de groep die afkomstig is uit een welgestelde familie in Johannesburg. De rest komt van het platteland en vindt Kwanda maar een eigenwijs stadsjongetje. Gaandeweg de inwijding komt Kwanda erachter dat Xolani verliefd is op Vija, een van de andere mentoren. Al jaren ontmoeten zij elkaar tijdens de initiatie en kunnen dan toegeven aan hun gevoelens voor elkaar. Deze ontdekking zet het leven en bestaan van hun beiden op het spel…

 

Boeman blijkt vriend

laurel en hardy.png

  • Een ware professional heeft altijd een goede grond

Voor wie even niet opgelet heeft: In mei 2018 wordt in Nederland de Europese privacy wet (GDPR) van kracht onder de naam AVG (Algemene verordening gegevensbescherming). Het belangrijkste hieruit is dat je alleen persoonsgebonden gegevens mag opslaan zolang je hiervoor een geldige grondslag (reden) hebt. In de aanloop naar deze datum worden wij doodgegooid met artikelen over deze nieuwe wetgeving èn wat er gebeurt als we er nièt aan voldoen. Het is, als je de vele gesprekken en artikelen daarover moet geloven, enge shit. En dat op zijn beurt is volgens mij nou weer bullshit.

Interessant fenomeen is dat het bij dit alles vooral gaat om de formele en administratieve verplichtingen. Is er een informatie beleid? Is er een beveiligingsbeleid? Welke rol hebben persoonsgebonden data hierin? Zijn beleid en processen op dit gebied geborgd in organisatorische maatregelen? Wat gebeurt er als er fouten worden gemaakt? Past de organisatie zich daar op aan? Dat alles is best wel even een klusje. Maar laten wij dat niet spannender maken dan het is: een lastig, maar uiteindelijk technisch klusje.

Natuurlijk, de wetgeving wordt actief en wij moeten er echt aan voldoen. Maar moeten wij daarvan in paniek raken? Nee, we moeten het uitzoeken, regelen en organiseren. Dat is heel wat anders. Bovendien, doelstelling van de Autoriteit Persoonsgegevens is niet om zoveel mogelijk boetes op te leggen, maar het borgen van de – uw en onze –  privacy! Zij wil borgen wat wij wensen! En ja, de nieuwe wetgeving vergt een andere houding ten aanzien van het omgaan met persoonsgebonden data. We kunnen niet meer zomaar onbezonnen allerlei persoonlijke gegevens verzamelen delen en analyseren. Het doel moet legitiem zijn, en dat is een goede zaak.

Veel interessanter en uitdagender dan de papieren exercitie en het daarmee verbonden informatiemanagement is het vraagstuk van de praktische toepassing. Binnen mijn eigen werkveld – zorg en welzijn – bijvoorbeeld. Want juist daar wordt in de praktijk privacy vaak als belemmering ervaren. De beleving is dat privacy betekent dat er geen gegevens gedeeld mogen worden. En al helemaal niet zonder voorafgaande toestemming van de betrokken persoon of personen. U herkent ze waarschijnlijk wel, de privacy-schaamlappen:  ‘Ik heb een vertrouwensrelatie met mijn cliënt, daar zit mijn cliënt niet op te wachten, ik heb een beroepsgeheim, ik kan alleen gegevens delen na een schriftelijke toestemming van mijn cliënt, ik mag alleen gegevens delen binnen mijn discipline. Nee, ik mag geen gegevens delen!”  Dat is allemaal bullshit! De rechters van het Europees Hof hebben namelijk ook een Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vastgesteld.

Er kan en mag dan ook veel meer dan wij denken. Juist dankzij die vaak verguisde wet- en regelgeving. Omdat juist die wet- en regelgeving ons professionals een prachtig en uniform afwegingskader biedt. Zij bevat krachtige en prachtige bepalingen die een andere – minder angstige – manier van kijken mogelijk maken. Met als uitgangspunt: het doel van ons handelen is leidend! Zo ook bevestigde mij deze week Jolanda van Boven weer. Zij hield een schitterend betoog voor welzijns- en zorgprofessionals in de gemeente Wijchen. Zij reikte hen in haar presentatie een paar simpele zorgvuldigheidskleppen aan:

  1. Met welk doel deel ik gegevens?
  2. Welke noodzaak is er?
  3. Communicatie met betrokkenen over het voornemen om informatie te delen. En als daartegen bezwaar is het wegen van argumenten om informatie te delen met de bezwaren van leerlingen of ouders.

Let op: communicatie over het voornemen om informatie mag en moet niet verward worden met het vragen om toestemming! Het toestemmingsvereiste is – zoals Jolanda dat noemde –  “een ‘vluchtstrook’ voor de professional, die daarmee wegloopt voor de eigen professionele verantwoordelijkheid.” Zo ook maakte zij korte metten met het niet durven doen terwijl het wel nodig is. “Ook niet handelen is een verantwoordelijkheid. Natuurlijk is het beroepsgeheim belangrijk, maar dat betekent niet dat je niks kan doen. Het Europese Hof leert ons dat het recht op menselijke waardigheid belangrijker is dan het recht op zelfbeschikking.” 

In de wetgeving wordt toestemming van de betrokkene als belangrijke pijler genoemd, maar niet als dé pijler. Bij het delen van gegevens moet het ‘transparantiebeginsel’ worden gehanteerd: iemand heeft het recht te weten wat er waar vastligt en wat wordt uitgewisseld tussen wie. Dit betekent dat wij als professional aan betrokkenen moeten vertellen wat wij van plan zijn te gaan doen. Wanneer betrokkenen met tegenargumenten komen, kunt wij de voor- en tegenargumenten tegen elkaar afwegen.

De eerste vraag is dus niet of wij informatie mogen delen, maar wat ons doel is als wij informatie willen delen. Bij die afweging kunnen wij putten uit twee bronnen: 1. Ons eigen vakgebied en 2. de wetgeving. Bij onze weging zijn vervolgens drie principes relevant: kiezen voor de minst ingrijpende maatregel (subsidiariteit), kijken naar de verhouding tussen maatregel en doel (proportionaliteit) en antwoord vinden op de vraag of de meest geschikte maatregel is getroffen (doelmatigheid). Belangrijk daarbij is dat wij onze motivering documenteren.  En dus zorgdragen voor een goede dossieropbouw. Dat bevordert de transparantie.

Als wij willen komen tot één plan en één regisseur, dan kan dat dus. Maar wel binnen kaders van zorgvuldigheid, argumentatie en documentatie. Zo omgaan met privacy maakt dat zijn in plaats van struikelsteen een vliegwiel voor de transformatie binnen het sociaal domein kan zijn. Dat vraagt van ons om cultuurverandering en zorgvuldige en bewuste sturing, gebaseerd op een wijziging van onze paradigma.

Wanneer wij integraal willen werken, zullen wij breder moeten willen en durven kijken dan de eigen discipline. Als wij meer aandacht  willen hebben voor en geven aan preventie, moeten wij al gegevens willen delen in het stadium ‘waar we ons zorgen maken’. En als wij proactief willen handelen, zijn wij verplicht iets met onze kennis te doen als wij ons zorgen maken om mensen met en voor wie wij werken. Niets doen is ook een keuze waar wij net zo verantwoordelijk voor zijn.

De conclusie? Privacy waarborgen is geen belemmering, maar een hulpmiddel voor betere, transparante en gelijkwaardigere dienstverlening. Privacy, zo blijkt, is niet statisch of juridisch maar heeft een duidelijke ethische component. Die gaat over het antwoord op de vraag  wie wij als dienstverlener willen zijn en hoe wij onze werkprocessen daarop inrichten. Wij kunnen doen wat écht nodig is door aansluiting te vinden bij de persoon om wie het gaat. Niet door het voor hem of haar te bepalen, maar door samen te werken op basis van open en gelijkwaardige communicatie vanuit doel en noodzaak. Met inzet en verantwoordelijkheid van onze eigen professionaliteit, gebed in een gezamenlijk afwegingskader met eenduidige afspraken over privacy. Privacy is dus niet de boeman waarvoor wij haar graag houden. Zij is een vriend van alles en iedereen die zorgvuldige zorg vraagt, krijgt en geeft.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Blinde fotograaf

radiance.png

  • Radiance

De jonge Misako schrijft audiodescripties: dat zijn voorgelezen filmbeschrijvingen die, als aanvulling op de geluidsband, voor blinde en slechtziende bioscoopbezoekers de visuele indrukken verwoorden. Die teksten worden beoordeeld door een proefpanel van blinde en slechtziende mensen.

Eén van hen is een verbitterde fotograaf, wiens gezichtsvermogen minimaal is en die weet dat hij uiteindelijk totaal blind zal worden. Hij kraakt Misako’s werk af. Want wat is het eigenlijk dat Misako probeert te beschrijven? Laat ze wel genoeg aan de verbeelding over, laat ze zich niet te veel leiden door haar blik op de wereld?

https://youtu.be/hyZWiF8_BdI

De Japanse film Radiance van Naomi Kawase heeft – zo zegt de maakster – als één van zijn uitgangspunten het gegeven dat mensen die blind geboren zijn, vaak beter begrepen worden dan mensen die later het zicht in hun ogen verliezen. Dat ze om dat te laten ‘zien’voor een ‘blinde fotograaf’ kiest is uiteraard geen toeval. Het drijft de zaak op de spits.

Erken wie jij bent

call me

  • Call Me By Your Name

De zeventienjarige Elio brengt samen met zijn ouders de zomer door op het Italiaanse platteland.

Dan komt Oliver, een knappe Amerikaanse onderzoeksassistent naar Italië om samen te werken met Elio’s geleerde vader. Elio is onmiddellijk geïntrigeerd door de man. Hij doet er alles aan om in zijn buurt te kunnen komen en het duurt niet lang voordat er een erotische spanning ontstaat tussen de twee.

Een prachtig coming of age verhaal over een eerste liefde en seksueel ontwaken.

De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van André Aciman en werd al vertoond op het Filmfestival van Toronto, New York en Melbourne. De film is geregisseerd door Luca Guadagnino (A Bigger Splash, Io sono l’amore) met in de hoofdrollen Armie Hammer (Final Portrait, The Social Network), Timothée Chalamet (One and Two) en Michael Stuhlbarg (Steve Jobs). Call Me By Your Name werd genomineerd voor drie Golden Globes. De film is daarnaast genomineerd voor vier Oscars, voor beste film, beste acteur, beste scenario en beste soundtrack.

Een nukkige, kettingrokende atheïst

Lucky.png

  • Lucky

Iedereen kent Lucky, hij heeft als oorlogsveteraan ondertussen al zijn leeftijdsgenoten overleefd en is erg gesteld op zijn onafhankelijkheid. In het zonovergoten afgelegen stadje in Arizona gebeurt er vandaag niet veel, en morgen waarschijnlijk ook niet. Lucky keuvelt en kibbelt met een excentrieke groep dorpsgenoten en toevallige passanten, onder wie David Lynch, die zijn schildpad is verloren. Ondertussen moet hij vrede maken met het idee dat het leven eindig is. Lucky is een film over de dood, angst voor de dood, gezondheid en eenzaamheid. Een verhaal over de keuzes die niet gemaakt zijn en de wegen die nooit zijn bewandeld.