Moeder mag niet dood

moeder mag niet.png

  • Omgekeerde euthanasie

Moeder Jopie heeft zich voorgenomen om niet dood te gaan. Dochter Minou heeft beloofd haar daarbij te helpen, ze is alleen vergeten wanneer. Moeder danst en leert haar de rituelen van haar levensdrift: zorg tenminste voor één levende plant en zing iedere dag. Vrolijk zwierend richting eeuwigheid geven moeder en dochter een energiek beeld van een omgekeerde euthanasie. Samen geven  ze een energiek beeld van ‘omgekeerde euthanasie’, als broodnodig tegengeluid bij het maatschappelijke debat over ouderen. Moeder Jopie heeft zich namelijk voorgenomen om niet dood te gaan. Wat zijn de consequenties van moeders ongebreidelde levenslust?

 Minou Bosua, voorheen de helft van cabaretduo De Bloeiende Maagden, staat samen met haar moeder Jopie (87) en zes oudere dansers op het toneel in Moeder mag niet dood. Een ontroerende en optimistische voorstelling voor iedereen met een onbedwingbare levensdrift of een gebrek daaraan. Een subtiel pleidooi ook om je ouders te eren, maar ook te leren van hun tekortkomingen. Als tegengeluid bij het maatschappelijke debat over ouderen dat vaak gaat over aftakeling, ontbrekende zorg en het georganiseerde levenseinde.

Moeder mag niet dood is het eerste deel van het drieluik Moeder, Vader, Kinderen, over de rijke, geheimzinnige en vaak gesloten structuren van het gezin.

Advertenties

Biedt mij een plaatsje in jouw hart

Afbeelding1.png

  • Week van de Pleegzorg 2018

Ze zeggen wel dat ik mag blijven, maar menen ze dat ook?

Kinderen hebben het recht om op te groeien in een gezin. Lukt dat niet thuis, dan komt een pleeggezin het meest in de buurt van de gewone leefwereld van een kind. Helaas zijn er veel kinderen die voor korte of langere tijd niet thuis kunnen wonen. Daarom en daarvoor zijn pleegouders nodig.

Niet meer bij je ouders kunnen of mogen wonen is erg ingrijpend voor een kind. Wanneer er dus thuis problemen zijn wordt altijd eerst gezocht naar mogelijkheden om een kind thuis te helpen. Toch is dat niet altijd voldoende. Sommige kinderen kunnen voor langere tijd niet meer bij hun ouders wonen. Bijvoorbeeld omdat hun ouders problemen hebben en er op korte termijn geen uitzicht is op verbetering van de situatie thuis. Deze kinderen hebben vaak een nare en onzekere periode achter de rug. Dan is het fijn als ze in een gewone gezinssituatie terecht kunnen waar ze zich thuis voelen en op kunnen groeien tot ze weer terug gaan naar hun ouders, of zelfstandig gaan wonen.

Pleegouders geven een kind een nieuwe kans. Het is geen garantie maar ze geven een kind net wat meer.

Pleegzorg is ook een mooie aanvulling in je eigen leven als je iets kunt betekenen voor een kind.

Dit jaar wordt voor de vierde keer de Week van de Pleegzorg georganiseerd van 31 oktober t/m 7 november. Met deze actieweek wil Pleegzorg Nederland aandacht vestigen op het belang van pleegzorg en het tekort aan pleegouders in Nederland. Het doel is om 3.500 nieuwe pleegouders te werven.

Meer weten?

Pleegzorg Nederland is het samenwerkingsverband van pleegzorgorganisaties in Nederland en geeft voorlichting aan publiek en pers en ontwikkelt wervingscampagnes voor pleegouders.

Postbus 85011 | 3508 AA Utrecht | info@pleegzorg.nl

Pak me dan, als je kan

fraude.png

  • Bekommernis als dekmantel voor fraudeurs

Met grote regelmaat verschijnen in de media berichten over fraude in het sociaal domein: van fraude met het Persoonsgebonden budget (Pgb) tot fraude met uitkeringen. Misbruik van sociale voorzieningen wordt gezien als een ernstig vergrijp. Het vaststellen van fraude blijkt echter een tijdrovende exercitie. Ergerlijker echter is nog dat – door gebrek aan handhavingscapaciteit en oeverloze procedures – gemeenten nog te vaak op hun handen (moeten) blijven zitten.

Met de invoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet is het takenpakket van gemeenten op het terrein van zorg aanzienlijk uitgebreid. Gemeenten zijn daarbij niet alleen verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de zorgtaken, maar ook voor de kwaliteit en de rechtmatigheid. Voor gemeenten is het dan ook noodzakelijk en verplicht om vorm en inhoud te geven aan het bestrijden van fraude in het gemeentelijke zorgdomein. Maar het terrein is voor gemeenten relatief nieuw. Dat zet de deur naar fraude, misbruik of oneigenlijk gebruik open, zeker wanneer een gemeente organisatorische processen nog niet op orde heeft. Dit laatste geldt in het bijzonder voor kwetsbare inwoners die voor hun dagelijks doen en laten zijn aangewezen op de mensen die voor hen moeten zorgen. Juist onder hen zitten helaas ratten die – onder het mom van bekommernis – hun eigen welzijn hoger in het vaandel hebben dan dat van de mensen voor wie zij er moeten zijn.

Over de financiële omvang van de fraude in het gemeentelijk zorgdomein durven deskundigen geen uitspraken te doen. Percentages die worden genoemd lopen uiteen van 1 tot 10 procent van de uitgaven, maar ik vrees dat de tot nu toe opgespoorde fraude ‘het topje van de ijsberg’ is.

En laat ik duidelijk zijn: ik kom het in mijn uitvoeringspraktijken allemaal tegen: hulpverleners die zorg leveren aan PGB-houders en gemakshalve zelf het budget voor de PGB-houder beheren. Pgb-bewindvoerders die declaraties voor akkoord ondertekent zonder te checken of de zorg geleverd is. Maar ook zorgverleners die meer uren zorg declareren dan zij leveren. Of slechte zorg dan wel overbehandeling tegen het maximumtarief. Het zijn – gelukkig – uitwassen en zij staan niet model voor de grote groep mensen die wel betrouwbaar zijn en goede zorg leveren. Tegelijkertijd echter zijn het deze charlatans die get blazoen van de goeden ernstig vervuilen.

De recente onthullingen bij het UWV, dat medewerkers daarvan worden ontmoedigd om fraude met werkloosheidsuitkeringen aan de kaak te stellen staat echter niet op zichzelf. Net als bij uitkeringen is bij vermoedelijke fraude in de zorg veel onderzoek nodig, en daar krijgen de deskundigen de benodigde tijd niet voor. Zij staan permanent onder tijdsdruk en moeten permanent kiezen waar ze wel of juist geen aandacht aan besteden. Een melding kost veel tijd en de kans op succes is daarbij vaak ook kwestieus. Zo ervoer onlangs ook de Nijmeegse wethouder Frings in de zaak tegen de Rigtergroep.

Fraudeurs beschikken over kennis over hoe te frauderen, waardoor ze in staat zijn de juiste gelegenheden te creëren en het bestaande toezicht te omzeilen. Mede dankzij de enorme interpretatieruimte die er blijkt. Waarbij ‘handelen uit bekommernis’ heel wat fraudeurs uiteindelijk de dekmantel biedt die zij nodig hebben. En zelfs als een gesjeesde manager, directeur of hulpverlener eerder veroordeeld is voor dit soort van praktijken blijkt het mogelijk dat zij – onder de ogen van Inspecties en andere toezichthouders – weer opnieuw en in bedenkelijk korte tijd een nieuw zorgimperium opzetten.

Gemeenten zo willen de verhalen – hebben onvoldoende zorginhoudelijke en juridische kennis om misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude in het sociaal domein aan te pakken. Natuurlijk, het zijn (deels) nieuwe werkvelden en voorzieningen voor gemeenten. Waarbinnen bovendien de organisatorische processen nog lang niet volledig op orde zijn. De controle op de activiteiten wordt inderdaad bemoeilijkt door het feit dat de resultaten van de geleverde zorg niet direct meetbaar zijn. Nog lastiger echter wordt het als er blijkt dat er bij de toepassing van controle en handhaving heel veel interpretatieruimte is. Je bedenkt je als gemeente wel twee keer voordat je ingrijpt.

De prioriteit ligt op dit moment zeker niet bij het aanpakken van (vermoedens van) fraude, zo las ik in een verslag van een van de jeugdzorgregio’s. “In het Hoofdenoverleg is met alle gemeenten afgesproken dat de komende tijd prioriteit is om het proces handhaving organisatorisch beter in te regelen. De gemeenten hebben ingestemd met de prioriteitsstelling en ook de daaraan verbonden consequenties onder andere ten aanzien van de handhaving. We voorspellen dat de uitvoering van het rechtmatigheidsonderzoek grote risico’s op veel extra werk aan de achterkant met zich meebrengt. De ervaring leert ons dat juist daar een groot deel van het werk zit.”

Ik keur deze opstelling niet goed, maar kan er tegelijkertijd wel begrip voor opbrengen. Zeker als een soortgelijke reactie en opstelling bij de Inspecties blijkt te leven. We klagen wel en spreken er met z’n allen schande van, maar we doen er ondertussen niks aan.

Fraude in de zorg: we zien het wel, maar we pakken niet door. En dat weten ook de fraudeurs. Zij gaan dan ook onverdroten voort met hun praktijken. Waarbij zij – soms zelfs openlijk – met een uitstraling van “Pak me dan, als je kan!” koketteren met hun doen en laten.

Ik pleit daarom voor een sterkere rol van en positie voor de gemeenten waar het gaat om de aanpak van fraude, fouten of ongepast gebruik. Om te beginnen met het beter delen van kennis. Daarnaast vraagt de positie van de cliënt ten opzichte van de hulpverleners versterking,, aangezien de cliënt  de enige is die direct en continu een oordeel kan vellen over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de verleende zorg. Belangrijk is ook dat gemeenten de handhavingscapaciteit in het zorgdomein versterken.

Belangrijker nog acht ik het regelen van transparantie. Het vaak meer georganiseerde karakter van zorgfraude vraagt om een grote mate van transparantie. Maak declaraties van zorgaanbieders binnen het sociaal domein openbaar voor de driehoek van client, leverancier en opdrachtgever. En ga eens op huisbezoek! Huisbezoeken bieden een eenvoudige mogelijkheid om in de praktijk te toetsen of de zorgverlening op orde is en de ingezette budgetten rechtmatig worden besteed.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Zoals zichzelf

like itself.png

  • Life Itself

In dit hartverwarmende drama over familie, verlies en liefde komen de levens van twee families op verschillende continenten samen door een allesbeslissend voorval.

De hopeloze romanticus Will (Oscar Isaac) en Abby (Olivia Wilde) ontmoeten elkaar in hun studententijd. In het begin houdt Abby de boot nog af, maar uiteindelijk zwicht ze voor Wills charmes en onaflatende versierpogingen. Ze zijn gelukkig samen, trouwen en krijgen hun eerste kindje: Dylan. Alles lijkt perfect, maar wanneer een schokkende gebeurtenis hun leven overhoop gooit, laat het noodlot zich gelden. De onverwachte wending raakt niet alleen de levens van de mensen om hen heen, maar ook die van complete vreemden aan de andere kant van de wereld. Life Itself gaat over connecties: tussen geliefden, tussen kinderen en ouders, en zelfs tussen het verleden en het heden.

Regisseur Dan Fogelman (bekend van Crazy, Stupid, Love en de Amerikaanse hitserie This is Us) viert met het ontroerende Life Itself het leven. Een film over noodlottigheden, maar niet zonder een flinke dosis humor en liefde. De sterrencast is om van te watertanden, en bestaat uit Oscar Isaac (Star Wars: The Last Jedi, Ex Machina, Inside Llewyn Davis), Olivia Wilde (Rush, House), Annette Bening (The Kids Are All Right, American Beauty), Antonio Banderas (Puss in Boots, The Mask of Zorro), Mandy Patinkin (Homeland, Wonder), en Olivia Cooke (Me and Earl and the Dying Girl, Ready Player One).

Pestkoppen

pauw.png

  • Journalistieke mee-lachers

De pestproblematiek onder de jeugd lijkt – dankzij de nodige aandacht daarvan –af te nemen. Dat kan echter niet gezegd worden van het pestgedrag onder en tussen de ‘grote’ voorbeelden; de volwassenen. Die zijn nog lang niet opgelost. Zo leerden mij de afgelopen weken. Onophoudelijk en met welhaast satanisch genoegen werd en wordt de nieuwbakken fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer, Rob Jetten, bij voortduring als kop van (journalistieke) jut gebruikt.

Geen enkel zichzelf respecterend (?) radio- of televisieprogramma met ook maar de fleem van journalistiek eraan wilde er van weg blijven. En ja, dat zijn vaak dezelfde programma’s en journalisten of presentatoren die vooraan in de rij staan om schande te spreken van pestgedrag door en van jeugdigen. De wereld is welhaast te klein als een paar rotjochies in Zoetermeer pesterig een interview met ene heer Nawijn verstieren.

Volwassenen, zo leerde ik, zijn geen haar beter. In een voortdurende ratrace om hun eigen (vermeende) superioriteit voor het voetlicht te brengen vertrappen zij hun gasten en gesprekspartners. Bij voortduring stralen zij daarbij uit dat de ander niet tot hun ‘kaste’ behoort. Daarom mogen zij niet, wat journalisten en zelfbenoemde commentatoren  – onder het mom van degelijke journalistiek of at daarmee samengaat – wel menen te mogen.

Uitgelachen worden, is een van de grootste vernederingen die er is. Net zo goed als niet serieus genomen worden. En wat maken wij volwassenen anderen graag het mikpunt van spot. We stoten ons mikpunt graag uit de groep. Als een paria. De mee-lachers lachen mee. Uit angst dat ze zelf verstoten worden.

Vernedering stond ook bij de presentatoren en journalisten centraal die Rob Jetten als mikpunt namen. Eigenlijk was er maar een boodschap: “Jij gedraagt je niet, zoals wij vinden dat jij je moet gedragen. En dat pikken wij niet.”  

“Hoe komt het dat je je eerste optreden zo slecht hebt gemaakt? Je bent niet bijster intelligent, hè!” En pats, de vernedering hakt erin. Je kunt kiezen: òf boos worden òf je mond houden. Erger wordt het als een journalist of presentator jou vervolgens ook nog eens neerzet als een leugenaar, iemand die om de feiten heen draait. Niet, omdat het (aantoonbaar) zo is, maar omdat de gesprekspartner niet dat zegt wat de interviewer graag wil horen. De interviewer is eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd in de waarheid. Hij wil nieuws, een scoop, een relletje, want dat verkoopt.

Dubbelhartig, laag en onprofessioneel vind ik het. Zeker, als diezelfde personen bij een volgend item of in een volgend programma moord, brand en schande spreken over wangedrag van anderen. Vooral ‘publiekelijk’ graag. Omdat zij anders zijn, omdat zij slimmer zijn, omdat zij het beter weten.

In de volwassenenwereld is pesten net alleen net zo hard, maar vaak ook veel minder subtieler. Alleen noemen wij dat, om ons pestgedrag te verbloemen, ‘kritiek’. Met nauwelijks nog onschuldige plagerijtjes, treiteren en iemand voor schut zetten poetsen wij ons eigen blazoen op.

Natuurlijk, het is overdreven om te stellen dat de media of journalisten alleen maar pesten. Daarmee zou ik geen recht doen al veel van het ook goede werk dat zij doen. Desondanks ben ik van mening dat zij zich meer rekenschap moeten geven van hun voorbeeldrol. Waarom bijvoorbeeld spreken zij schande van ramptoerisme, maar staan zij zelf – vaak al eerder dan de hulpdiensten – op de plaats des onheils? Als het is om ons van nieuws te voorzien, is daar niks mis mee. Anders wordt het als zij door hun optreden en hun jacht op nieuws het werk van hulpverleners onmogelijk maken of frustreren. Dan is het eerder te kwalificeren als pesterig hautain gedrag. De politieman, brandweerman of arts mag misschien de oorzaak nog niet weten, maar wij – de journalisten – wij weten het wel!

Het zal niet gebeuren, maar wat als Rob Jetten zich als gevolg van alle pesterijen vanuit de journalistiek van het leven zou benemen? Of als hij een van die journalisten te lijf zou gaan? Zoals Anthony D. die op 10 oktober 2014 een medeleerling dood stak op het schoolplein van het Corbulo College in Voorburg. Zijn zij dan net zo kritisch op hun eigen gedrag als op dat van die school toentertijd? Het personeel dat toch had moeten zien dat die medeleerling gepest werd door de dader?

Als de journalistiek zichzelf serieus genomen wil zien, zal zij zich ook serieus moeten gedragen. Moet zij niet omwille van de kijk- of luistercijfers bezondigen aan pestgedrag. Kritiek leveren mag; graag zelfs. Maar doe dat op gepaste wijze. Het stoort mij juist daarom dat al die journalisten, commentatoren en hun platforms zo graag en vaak teruggrijpen op het werk van collega’s. Ik noem dat geen journalisten, maar mee-lachers

Mijn advies? Melk het niet uit. Waak voor tendentieus gedrag. Want dat is niet alleen de bananenschil voor geloofwaardigheid. Het maakt ook meer kapot dan ons lief is!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Samen eenzaam

samen eenzaam.png

  • Leven in twee werelden

“Ik ben samen met mijn vrouw, maar ik voel mij vaak eenzaam.” Met die paar woorden wist een gast van het Alzheimercafé in Bunnik mijn aandacht te vestigen. Eenzaamheid, zo leerde ik, is niet hetzelfde als alleen-zijn. En je kunt ook heel eenzaam zijn als je van de persoon houdt met wie je alleen bent.

Deze week was ik er te gast. Bij het Alzheimercafé in de gemeente Bunnik. Een groep van vrijwilligers verzorgd daar bijeenkomsten voor iedereen die met dementie te maken heeft. Elke tweede donderdag van de maand (behalve in de maanden juli en augustus). Ik kwam er als spreker, en leerde van deze meneer in de nazit een belangrijke les.

Dementie en eenzaamheid. Het krijgt – gelukkig – veel aandacht. Onderzoek toont aan dat 40% van de mensen met dementie zich eenzaam voelt. Bij alleenwonenden loopt dit percentage op tot 62%. De grootste drempels voor mensen met dementie zijn:

  • Gebrek aan vertrouwen (69%)
  • Bang zijn in de war te raken (68%)
  • Bang zijn te verdwalen (60%)
  • Problemen met mobiliteit (59%) en fysieke gezondheid (59%)
  • Anderen niet tot last willen zijn (44%)
  • Gebrek aan passend vervoer (33%)

Die eenzaamheid is vaak een gevolg van het feit dat de omgeving van de mensen die de ziekte hebben het lastig vinden er mee om te gaan en hen daarom op afstand houden. “Ik kan niet uitleggen wat dementie voor mij betekent. Eigenlijk zou ik willen dat ik het niet hoef uit te leggen,” vertelde mij een deelnemer.

Dementie kent echter ook een andere eenzaamheid. De eenzaamheid van de partner. Die leeft, al dan niet bewust, in twee werelden.

Mijn gesprekspartner is getrouwd. Lang al en gelukkig. Hij was er deze avond samen met zijn vrouw. Die zit in het beginstadium van dementie. Met zorgen over het eigen geheugen. Ze vergeet dagelijkse dingen en weet soms ‘s avonds niet meer wat ze eerder die dag gedaan heeft. “Ze wil er echter niks van weten,” aldus haar man. “Ik kan er dus niet met haar over praten. Net zo min als met mensen die bij ons op bezoek komen. Want zij kapt elk gesprek in die richting af.” 

Eenzaamheid, zo vertelde mijn gesprekspartner, is je niet verbonden voelen. Het is het ervaren van een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen. Eenzaamheid, zo leerde ik van deze man, kan ook bestaan in betekenisvolle relaties.

“Ik mis mijn vrouw, ook al ben ik de hele dag bij haar. De gelijkwaardigheid en de wederkerigheid nemen steeds meer af. Dat is verdrietig. Natuurlijk hebben wij het samen nog wel fijn. En het lukt mij de situatie te accepteren zoals die is. Maar ik voel mij bij het samenzijn ook eenzaam. Ik probeer maar zo veel mogelijk te genieten van de kleine dingen die we nog delen: onze tuin, een lekker ijsje, een rondje met de hond. Tegelijkertijd mis ik de mensen met wie ik over dingen kan spreken die mij bezig houden. Over alledaagse dingen, een programma dat ik zag, de hobby die ik heb. Dat alles kan steeds minder.”

Terugrijdend naar huis kon ik het gesprek met deze meneer niet zomaar loslaten. Ik realiseerde mij nadrukkelijk dat eenzaamheid niet iets is waar een mens vrijwillig voor kiest. Eenzaamheid kan iedereen treffen. Door het leven in twee werelden, de gebondenheid aan huis, de veranderende relaties door de zorg, de onbereikbaarheid van de ander, enzovoort.  Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten.

Wanneer een mantelzorger, zoals mijn gesprekspartner, bijvoorbeeld zorgt voor zijn of haar partner, kan op verschillende manieren eenzaamheid om de hoek komen kijken. Door de zorg kan de relatie onevenwichtiger worden, met gevoelens van eenzaamheid tot gevolg. Zeker wanneer er sprake is van geestelijke achteruitgang van de hulpbehoevende partner,. Wanneer de zorg intensiever wordt neemt de tijd voor het onderhouden van sociale contacten af, waardoor de gevoelens van eenzaamheid kunnen toenemen. Ook kunnen gevoelens van eenzaamheid optreden door onbegrip van buitenaf, of juist doordat alle aandacht naar de persoon uit gaat die ziek is.

Wat wij – u en ik – daaraan kunnen doen? Eigenlijk draait het maar om een ding: aandacht hebben. Een luisterend oor bieden. In sommige gevallen is een blik van (h)erkenning al voldoende. Maar het samen drinken van een kopje koffie en tijd voor gesprek kan al voldoende zijn om de gevoelens van eenzaamheid te doorbreken. Gewoon, omdat de ander zich dan ook gezien en erkend kan weten.  Begrepen en gewaardeerd kan voelen. Oprechte aandacht dus, daar draait het om. ‘Doen alsof’, werkt averechts, want juist dat maakt ons samen eenzaam.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Alleen met jou!

niet meer zonder jou.png

  • Niet meer zonder jou

Een vrijgevochten Nederlands-Turkse vrouw zoekt de confrontatie met haar moeder, een traditionele moslima.

Uitgangspunt voor deze bewogen en ontroerende documentaire is de voorstelling Niet meer zonder jou, waarin een vrijgevochten Nederlands-Turkse vrouw de confrontatie zoekt met haar moeder, een traditionele moslima. Actrice Nazmiye Oral en haar moeder Havva vierden er over de hele wereld triomfen mee; duizenden mensen bezochten de voorstelling.

Maar niet de directe familie. Havva wilde niet dat zij wisten waar zij allemaal mee bezig was. Nadat zoon Mehmet toestemming heeft gegeven gaat ze door de knieën: Niet meer zonder jou wordt bij haar thuis opgevoerd. Een gebeurtenis die alle verhoudingen op scherp stelt.

Ruim twee jaar speelde Nazmiye met haar moeder Niet meer zonder jou in buurthuizen en in theaters van Amsterdam tot aan New York. ‘Mijn strenggelovige moeder wilde overal spelen, behalve in Hengelo. Voor mij is ze meegegaan naar mijn territorium – het theater – als het ultieme liefdesoffer. Ik wilde het stuk ook spelen waar het allemaal begon – in haar territorium – Hengelo. In het bijzijn van mijn familie.

We zijn in de kleine huiskamer van Havva’s flat in Hengelo. Op de bank, met gespannen gezichten, zitten de twee broers, zus, tante en dochters van Nazmiye. Ertegenover zit zijzelf met haar moeder Havva. In deze intieme setting spelen ze Niet meer zonder jou, de openhartige dialoog over religie, familie, seksualiteit, tradities, normen en waarden.

Onderwerpen waarover vroeger nooit werd gesproken. Het levert veel emotionele reacties op vanaf de bank. Er is woede, frustratie, ontroering, liefde, verwijt. De ongefilterde kennismaking met het verhaal van Nazmiye zorgt voor onbegrip en vervreemding, maar ook voor herkenning en erkenning. Integratie op de vierkante meter.

Niet meer zonder jou (klik voor documentaire)

Nazmiye Oral (Hengelo, 1969) is een Turks-Nederlandse schrijfster en actrice. Ze speelde o.a. in de theatervoorstelling Gesluierde Monologen, waar ze theatermaakster Adelheid Roosen ontmoette. Gezamenlijk ontwikkelden ze Niet meer zonder jou. De voorstelling, die bij het Holland Festival 2015 in première ging, was een groot succes in binnen- en buitenland en kreeg louter positieve recensies. VN: ‘Dit is een historisch moment,’ de Volkskrant: ‘Een moedig schouwspel,’ NRC: ‘Publiek en spelers zijn vanaf het begin tot tranen geroerd.’

 

Mijke de Jong (Rotterdam, 1959) is een Nederlandse filmregisseuse en scenarioschrijfster. Ze regisseerde eigenzinnige speelfilms als Joy, Bluebird, Tussenstand en In krakende welstand, bekroond in binnen- en buitenland. Voor Joy ontving ze een Gouden Kalf. Voor de Human-serie Duivelse Dilemma’s maakte ze Geloven.