Van toegevoegde waarde zijn is: betekenis toevoegen

• Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar, alleen met het hart kun je goed zien – de vos in de Kleine Prins (A. de Saint Exupery)
joshua en opa
Weet u wat uw ‘toegevoegde’ of ‘toevoegende waarde’ is ? Wat u betekent in het grote geheel waarin u leeft?!

Wat mensen onderscheidend, inspirerend of innovatief maakt, wordt niet bepaald door wat ze weten, maar door wie ze zijn. Dat is de wijze les die ik van mijn kleinzoon (Joshua, net 3) krijg. De afgelopen maanden pleegt hij mij – als ik thuiskom, of bij hen op bezoek ga – te begroeten met een hartstochtelijk “ik jou mist”. Om mij vervolgens stevig te knuffelen. Waarna steevast een stoeipartij volgt. Of opa is de boef die – uiteraard – gevangen gezet moet worden in de ‘hangnis’.

Met zijn kinderlijke eenvoud maakt Joshua mij zo duidelijk dat ik in zijn leven van ‘toegevoegde waarde’ ben. Niet door wat ik weet of verdien, maar door te zijn wat ik voor hem ben, gewoon mijzelf: opa. Hij leert mij te (her-)ontdekken dat juist ‘jezelf zijn’ (authentiek) en de kleine dingen zo enorm belangrijk zijn en toegevoegde waarde opleveren.

Nederland bereidt zich voor op de decentralisaties in het sociale domein. Deze decentralisaties zijn in drie hoofdgroepen in te delen: Decentralisatie Jeugdzorg (de Wet op de jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering, jeugd-ggz en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd), Wmo (begeleiding en dagbesteding van mensen die langdurige zorg nodig hebben) en de Participatiewet (sociale participatie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt). Deze taken worden overgedragen aan de gemeenten, die tegelijk een bezuinigingsopdracht krijgen van 25%. Bij elk van deze decentralisaties, maar vooral bij de daaraan verbonden omvorming (transformatie) van ons sociaal domein, speelt de zoektocht naar ‘toegevoegde waarde’ in mijn beleving een cruciale rol.

Wat is ‘toegevoegde waarde’ dan?

‘Toegevoegde waarde’ is – eerst en vooral – een begrip uit de economische wetenschappen. Bedoeld wordt het verschil tussen de marktwaarde van productie en de daarvoor ingekochte grondstoffen. Het is dus gelijk aan de omzet minus het aankoopbedrag (niet gelijk aan omzet minus de kosten, dit is winst). De toegevoegde waarde drukt de essentie van het produceren uit: het toevoegen van waarde aan een goed.

Bij de decentralisaties krijgen gemeenten de mogelijkheid om tussen nog – of tot voor kort – strikt gescheiden ‘productieprocessen’ dwarsverbanden te leggen. Tussen de Wmo/Awbz, de jeugdzorg en het domein van werk en inkomen. Om zo de ondersteuning aan haar burgers beter en efficiënter vorm te geven. Hierbij wordt ‘toegevoegde waarde’ vooral omschreven als ‘beter’ en ‘efficiënter’.

Beter, omdat de gemeenten in de visie van VWS dichter bij de burger staan (en dus ook beter kunnen bepalen wat hij of zij nodig heeft). Efficiënter, omdat de gemeente vanuit haar verantwoordelijkheid voor de gebieden welzijn, zorg, jeugd, werk en inkomen een samenhangende ondersteuning kan bieden (en zo kunnen voorkomen dat er bijvoorbeeld tien verschillende hulpverleners bij een gezin over de vloer komen, die onderling niet samenwerken).

Voor mij persoonlijk ontlenen de decentralisaties hun toevoegende waarde vooral aan de beleidsruimte die zij beoogt. Onder meer door de ontschotting van de financiële middelen. Dit biedt ruimte. Ruimte, om te werken vanuit het individuele perspectief van mensen in/en de omgeving waarin zij leven. Daarbij staat aansluiten en bijspringen op ‘eigen kracht’, en dus het aanboren, benutten en verzilveren van de talenten van mensen, centraal.

Werken vanuit een ieders perspectief. Dat is ‘eigen kracht’ pur sang. Dat vraagt om professionals die niet alleen aan (alle) functie-eisen voldoen, maar vooral ook van toegevoegde waarde willen en kunnen zijn. Toevoegend aan de talenten van de mensen met en voor wie zij mogen werken.

Het vraagt om professionals die, als antwoord op de vraag “Wat heb JIJ te bieden?” niet verzanden in een opsomming van hún expertise en ervaring, maar inspirerend zijn. Het zijn, zoals (groot)ouders, sparringpartners; die de ander scherp (kunnen) houden. Niet, door alles beter te weten of ‘even zelf te doen’. Niet, door het accent te leggen op het leren van nieuw gedrag, maar op het onderzoeken, herkennen en beïnvloeden van overtuigingen.

Toegevoegde waarde. Dat vraagt om ondernemende professionals. Wellicht expert op hun vakgebied, maar bovenal mensen die de mogelijkheid hebben om zich verder te ontwikkelen en hun ambities durven te verwezenlijken door de persoonlijkheid van de ander te benutten. Die durven koersen en vertrouwen op het echte talent: passie, kwaliteiten, ervaring en intuïtie. Die mensen proberen te versterken door hen hun eigen keuzes te helpen/laten maken, en zo – naar vermogen – zo veel mogelijk de regie te voeren over hun eigen leven. Midden in de samenleving.

Toegevoegde waarde vraagt (dus) ook om ‘authenticiteit’. Weten wie je bent en wat echt van waarde voor jou is. Dat je nieuwsgierig en onbevangen naar jezelf kunt kijken, ook waar het je zwakheden betreft. Het betekent niet dat je alleen naar ‘de stem van binnen’ moet luisteren, maar juist ook dat je contact maakt met de omgeving.

Van ‘toegevoegde waarde’ zijn gaat niet zozeer over competenties die je bezit. Gaat veel verder dan het taakgericht uitvoeren van talenten en kwaliteiten. Het is het snappen hoe jij functioneert; welke instrumenten je tot je beschikking hebt, wat die instrumenten kunnen en hoe je de potentie ervan in kunt zetten. Dat vraagt naast ‘gewoon’ jezelf zijn om de kunst van het weglaten. Soms zijn slechts enkele, goedgekozen, woorden effectiever dan een hele verhandeling.

De uitdaging waarvoor wij bij de omvorming van het sociaal domein staan – van toegevoegde waarde zijn – vraagt om met zo min mogelijk middelen een maximum aan eigen- en samenkracht te verkrijgen. En tegelijkertijd dichter bij de essentie van de dingen komen. Zoals Joshua met zijn “Ik heb je mist” mij krachtiger dan wat dan ook mijn toegevoegde waarde en essentie toont: zijn die en wie je bent!

Advertenties

In gesprek met

Peter Paul Doodkorte over de transformatie van het sociaal domein.

Transformatie jeugdzorg – Gemeentedebat 2011

Doen is de beste manier van denken

Het voordeel van tegenspoed is, dat wij erdoor leren anderen te helpen

* Vergilius – Romeins dichter 70 v. C. – 19 v.C.

Uitleg Hervorming Langdurige Zorg via ‘explanimation’
Via de moderne vorm van ‘sneltekenen’ wordt de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) in een kort filmpje toegelicht. De tekst is ingesproken door staatssecretaris Martin van Rijn.

Wat de pinguïn u over de transities kan vertellen (of andersom)…

Transities zijn innovaties van maatschappelijke systemen. Deze film legt het zo’n beetje uit in overdrachtelijke zin.

laten we spetteren en flonkeren

• begroeting voor het nieuwe jaar
celebrate-header
waar de tijd haar dagen telt
en de oude zich laat overdragen aan de nieuwe
plaveit uit de zoektocht naar kwaliteit van leven
en het puin van de van hun voetstuk vallende bonuscultuur en perverse prikkels
voor olifanten in porseleinkasten of steenstotende ezels
zich de afrit uit de verkeerschaos van ons sociaal territorium
legt het dreigende transformatie-infarct ons bloot
dat ‘recht’ niet een vrijheid is van wetten of regels
die ons voorschrijvend wordt toegestaan
maar voortvloeit uit de talenten van mensen

waar de ontdekking dat als woorden tekortschieten
verandering begint met een andere manier van kijken
en wij het ravijn dat wij produceerden
niet met kleine sprongetjes kunnen oversteken
groeit de overtuiging dat – als we vooruit willen
wij wantrouwen moeten wieden om vertrouwen te kweken
en terugvallen op de kostbare waarden
van betrokkenheid, ontwikkeling én persoonlijke groei

als wij willen scoren – als team van mensen
moeten wij het uitstekende papier – bedrukt met uitstekende inkt
tot een waardeloze combinatie maken
en herontdekken dat ‘goed’ hertalen
vraagt om ‘beter’ en (h)erkenning
om een omslag van ‘wij gebruiken elkaar’ naar ‘wij helpen elkaar’
om tijd en ruimte waarin respect voor elkaars mening
niet de weg van ontmoeting van hart tot hart blokkeert
wij ons niet langer blind staren op deuren die gesloten blijven,
en enkel kijken naar de deuren die open staan
in het besef dat (vaak) kleine dingen het grote verschil maken

goed of beter zijn begint met aanvaarding van het schrille contrast
dat het echte leven daar begint waar de comfortzone eindigt
dat – als je begrepen wilt worden – het ertoe doet dat je probeert te begrijpen
dat wie een weg wil vinden een weg kan maken
dat vooruitkomen durf vraagt om stil te staan
dat wie nooit gevallen is niet weet wat nodig is om vast te staan
dat plicht geen ‘moeten’ is, maar voortvloeit uit bereidheid iets op je te nemen

in de overdracht van het oude naar het nieuwe
ligt de uitdaging in het besef dat je moet je leren door te doen
waarbij geld geen rol speelt maar het leren risico te nemen
dat presteren in meetellen en meedoen de voldoening is
die wij als brandstof bij het verder gaan zullen ontvangen
en ons helpen problemen te leren kennen door ze op te lossen

wanneer wij op de olifantenpaadjes van ons leven
in de jacht op dat edelhert de hazen lopen laten
en vallend en opstaand durven ervaren
dat daar waar je struikelt een schat verborgen ligt
ontdekken wij dat niet problemen het ons moeilijk maken
maar de manier waarop we er tegen aankijken
de pleisters of kusjes daarvoor zijn

als wij niet langer de regels bestuderen om ze te overtreden
de stokpaardjes of zwart-witte mensbeelden durven uitbannen
als de roltrap waarop wij langs elkaar heen leven
kunnen wij tussen en uit de brokken van ellende en frustratie
de mensen en de dingen waar ons verlangen naar uit gaan
verbinden met onze dromen, behoeften en ambities

als wij het lef hebben om te kort te schieten
meer dan onhandig te ver te gaan
in het weten dat elk mens blij is met iets anders
– uniek als hij of zij is –
als wij geluk durven detecteren op basis van het innerlijk kompas
dat zich niet afwendt omwille van kleur, gezindte of geaardheid
maar welwillend toewendt naar mensen
kunnen wij als de kinderen – jasper of jezus genaamd
aanvaarden dat het niet de grote woorden zijn
maar het kleine gebaar dat ons doet aanvaarden

zo denken en zo doen
kan ons ontslaan van de stress van het leven
die vaak al in de babykamer haar aanvang neemt
door de elastiekjes die wij trekken – voor- of achteruit
maar als twijfel de waakhond van ons inzicht is
is dat wat we al weten wat ons tegenhoudt om te leren
en kan het wel te laat zijn om het leven dat gebeurt te leven

omdat het is nooit te vroeg is te ontdekken
dat je – om ergens te komen – iets moet achterlaten
terwijl wij wellicht andere plannen maken en hebben
mogen wij in het tijdperk van sociale bits en bytes
weer bloemenkinderen worden…
het beste uit onszelf en anderen halen
niet – door hen het vuur na aan de schenen te leggen
maar door het vuur in hun binnenste aan te wakkeren
mensen – groot en klein – hun eigen gang te laten gaan
laat ze groter groeien
niet – door kunstjes te leren
maar aan het succes van eigen(w)aardigheid

die bestemming vraagt een moedig besluit
niet door te registreren wat je uit handen geeft
maar door te activeren wat jij in jouw hand houdt
en de zorg die voortvloeit uit de verbinding tussen mensen
te strooien met de mantel van liefde
alsof het je eigen portemonnee is
in welke vorm van samenwerking dan ook
dingen laten gebeuren die anders niet zouden gebeuren
in het overtuigde weten
elk probleem heeft wortels – net zoals de oplossing ze nodig heeft

dat wij sámen in de komende tijd
de ware eigen kracht om, voor en met elkaar
in waardigheid mogen her-winnen, ontginnen en exploreren
en zo een spetterend 2014 verwezenlijken