Waar wortels bloeien

rots en bloem.png

  • Steen en de bloem

“Je bent verhard geraakt”, zei de bloem, haar bloemblaadjes naar beneden buigend naar de rots die aan haar wortels lag langs de oever van een beekje. “De wind en de regen zouden je verzacht moeten hebben, je meer vruchtbaar hebben gemaakt en ontvankelijk voor de zaadjes van het veld; maar nee. Jij hebt mineralen opgehoopt bent verhard en alleen maar stiller geworden. Waarom blijf je hier? Waarom verzet jij je tegen de beek die ons water geeft?”

De steen zei niets.

Een paar wolken passeerden, de zon ging onder en de nacht arriveerde. De maan liet haar licht op de stille rots vallen. De bloem had inmiddels haar bloemblaadjes ingestopt en sliep diep, maar de rots was nog wakker en op dat moment antwoordde hij:

“Ik blijf hier omdat ik gemaakt ben van dezelfde mineralen als jouw wortels. Ik blijf hier omdat ik deel ben geworden van dat wat nu fungeert als ondersteuning voor jouw stam en je beschut tegen de wind en de regen.”

“Alles verandert mijn lieve bloem”, zei de steen, “maar ik blijf hier omdat de ruimte tussen jouw zachte wortels en mijn harde huid liefde is. Je zou het enkel kunnen voelen als het lot ons zou scheiden.”

De maan volgde het vervagen van de sterren. En toen de zon boven de horizon uitkwam werd de bloem wakker en rekte haar bloemblaadjes. “Goedemorgen”, zie ze, “Ik droomde dat jij mij toezong. Hoe dom van mij, vind je niet?”

Advertenties

Eenvoudig gelukkig

schaapsherder.png

  • Het hemd van een gelukkig mens

Een koning lag doodziek in zijn zijden kussens. De artsen stonden om hem heen en ze waren het erover eens dat er slechts één remedie was die redding kon brengen: het hemd van een gelukkig mens moest onder het kussen van de koning worden gelegd.

Boodschappers zwermden uit en zochten in iedere stad, in ieder dorp en in iedere hut naar een gelukkig mens. Maar alle mensen die ze ondervroegen hadden niets dan zorgen en ellende.

Eindelijk troffen de boodschappers, toen ze de hoop al wilden opgeven, een herder die lachend en zingend zijn kudde hoedde. Of hij gelukkig was? “Ik kan me niemand voorstellen die gelukkiger is dan ik”, antwoordde de herder lachend. “Geef ons dan je hemd”, riepen de boodschappers.

De herder zei echter: “Ik heb geen hemd.”

Deze armzalige boodschap, dat de enige gelukkige mens die ze aantroffen geen hemd had, gaf de koning stof tot nadenken. Drie dagen en nachten liet hij niemand aan zijn bed toe. Ten slotte op de vierde dag, liet hij zijn zijden kussens en zijn edelstenen onder het volk verdelen, en, zoals de legende vermeldt, vanaf dat moment was de koning weer gezond en gelukkig.

 

Een vleugje zout

salt.png

  • De pop van zout

Een pop van zout reisde vele duizenden kilometers over land en kwam uiteindelijk bij de zee. Gefascineerd keek ze naar de oneindige watermassa die volstrekt anders was dan alles wat ze tot nu toe had gezien.

“Wie ben je?”, vroeg de pop.

Glimlachend antwoordde de oceaan: “Kom binnen en zie zelf.”

Toen stapte de pop het grote water binnen. Maar met elke stap loste ze meer op en werd minder en minder, totdat er nog maar een heel klein beetje van haar over bleef. Net voordat het laatste restje verdween riep de pop verwonderd: “Nu weet ik, wie ik ben!”

Alles heeft z’n schoonheid

robijn.png

  • De geschonden robijn

Er was eens een rijke en machtige koning die een grote en zeer bijzondere robijn van onschatbare waarde bezat. Deze edelsteen vormde de basis van zijn roem, rijkdom en macht. Elke dag keek hij er vol trots naar. Op een dag zag hij tot zijn grote ontsteltenis dat de robijn een kras vertoonde. Dit was een ramp! Wat moest hij doen?

Hij riep alle juweliers uit het paleis bij zich om de kras te onderzoeken en te kijken wat er kon worden gedaan om die te herstellen. Ze waren het er unaniem over eens dat er niets aan te doen was zonder nog meer schade te veroorzaken.

De koning was er totaal door van streek en loofde een grote beloning uit aan de juwelier die de robijn van de koning zou kunnen repareren. Diverse juweliers zagen hun kans schoon, maar allen moesten toegeven dat er inderdaad niets aan te doen was.

Een paar dagen later zei een van de dienaren van de koning dat hij had gehoord over een oude, gepensioneerde juwelier in een verre uithoek van het land, die heel veel ervaring zou hebben met het werken aan beschadigde edelstenen. Dus werd deze juwelier prompt ontboden; een paar dagen later kwam hij aan, een kleine, kromme, oude man in tamelijk sjofele kleren. De hoveniers van de koning deden erg minachtend en zeiden tegen de koning dat hij zijn tijd verdeed. Maar de koning drong erop aan dat de oude man de beschadigde edelsteen te zien kreeg. Hij keek er een tijdje zeer aandachtig naar en zei toen tegen de koning: “Ik kan uw robijn niet repareren, maar als u wilt, kan ik hem mooier maken.” De koning was een beetje sceptisch maar hij wilde per se dat er iets gebeurde, dus stemde hij ermee in.

Aldus ging de oude juwelier aan het werk met slijpen en polijsten. Een paar dagen later keerde hij terug. Op de edelsteen van de koning had hij een zeer verfijnde roos gegraveerd waarvan de steel werd gevormd door de kras.

De deugden van de vingers

hand5.png

  • De belangrijkste vinger

De vijf vingers kregen ruzie over de vraag wie van hen de belangrijkste was.

“Ik ben zeker de belangrijkste”, beweerde de duim, “omdat ik de sterkste ben. Bovendien gebruiken de mensen mij om aan te duiden dat ze iets heel goed vinden.”

“Papperlapap!” zei de wijsvinger, “ik ben de belangrijkste, want ik ben de vinger van de wijsheid: de mensen gebruiken me om naar iets te wijzen.”

“Dat is toch belachelijk,” zei de middelvinger minachtend. “Ik ben de grootste en daarom zie ik het verst. Bovendien leerde de Boeddha dat de middenweg naar verlichting leidt. En ik sta in het midden van ons vijven.”

“Sorry, maar je vergist je,” zei de vierde vinger. “Ik ben de belangrijkste, want ik ben de vinger van de liefde. Wanneer twee verliefden zich gaan verloven schuiven ze een gouden ring  aan mij en ook als ze trouwen draag ik de ring van eeuwige trouw; dus, ik ben de vinger van de liefde en liefde is de grootste kracht van de wereld. Daarom ben ik de belangrijkste van ons allemaal.”

“Neem me niet kwalijk,” zei na een moment van stilte de pink. “Ik weet wel dat ik klein en niet bijzonder sterk ben.  Over het algemeen schenkt men maar weinig aandacht aan mij. Maar …. als  men zijn vingers verstrengelt en de handen tot een kommetje voor de borst vouwt om tot de Heilige te bidden, dan ben ik het dichtst bij het hart waar de Heilige woont en zo kan ik het meest belangrijke met jullie delen.”

Stilte is het water voor de ziel

stilte2.png

  • De waterdruppel

Stel je eens voor: je staat in je tuin en je wil wat bloemen planten, maar het heeft al weken niet geregend en de aarde is droog en gebarsten. Bloemen planten gaat nu niet lukken, daar is de aarde te hard voor.

Het is wachten op de eerste regenbui. Je kijkt omhoog en ziet in de verte een wolk aankomen drijven.

Eindelijk regen! Als de wolk precies boven je tuin hangt, zie je de eerste dikke regendruppel naar beneden komen. De druppel raakt de grond, maar die is echter te hard en uitgedroogd om haar op te nemen. Hij blijft op de aarde liggen. De waterdruppel kan de aarde niet voeden, de aarde is niet ontvankelijk, ze heeft te lang geen water gehad.

Stilte is als een waterdruppel, het is voedsel voor de ziel. Zorg dat je ontvankelijk blijft door regelmatig van haar te drinken.

 

Zuiverste waarheid

waterboek

  • Het waterboek

Op een dag vroeg de leerling aan de meester: “Kunt u mij een boek aanbevelen waarin de waarheid achter het mysterie van het leven beschreven wordt?”

De meester, die zelf ook een paar boeken in zijn kast had staan, greep naar een boek dat ging over de geheimen en de wonderbaarlijke vermogens van water en over de betekenis van water voor ons leven op aarde. Hij gaf het boek aan zijn leerling en zei: “Neem het tussen je beide handen en wring het uit!”

De leerling keek verbaasd, maar deed wat hem gezegd werd. Hij kneep en wrong, maar de meester zei: “Je moet harder knijpen.”

De leerling deed zijn best, doch de meester riep: “Kom op! Harder!”

Dit ging een tijdje zo door. Eindelijk gaf de leerling het op, niet wetend wat de bedoeling hiervan was.

De meester vroeg hem: “En, heb je er water uit kunnen persen?”

“Nee, natuurlijk niet!”

“Zie je,” zei de meester, “uit een boek over water komt geen water, en over een boek over waarheid komt nooit de waarheid zelf.”