Het is wat het is

  • Soms zijn de dingen zoals ze zijn…

Een muisje had er moeite mee dat het zo klein was en het ging op zoek naar verwanten. De muis dacht dat er ergens familieleden moesten zijn die groter waren en dat de stamboom uiteindelijk zou aantonen dat hij tot een grotere diersoort behoorde.

Na lang zoeken vond hij in het woud een olifant. Hij sprak de olifant aan en begon te piepen. De olifant merkte eerst helemaal niet dat er een muis achter hem stond. Toen de muis uiteindelijk moe van het piepen voor hem stond, zag de olifant hem en vroeg waarom hij zo piepte. “Ik ben op zoek naar bloedverwanten,” zei de muis. “Bloedverwanten?” vroeg de olifant. “Ja”, zei de muis. “Volgens mij zijn we familie. Kijk maar eens naar onze oren, ze lijken heel erg op elkaar.” “Mmm,” zei de olifant. “En wat dacht je van onze staart?” zei de muis vlug. “Zien ze er niet precies hetzelfde uit?” De olifant keek een beetje bedenkelijk. “Om nog maar te zwijgen over de kleur, jij bent grijs en ik ben grijs,” zei de muis. “Maar een ding begrijp ik niet, waarom ben jij zo groot en ik zo klein?” “Ik weet het niet,” zei de olifant, “ik ben gewoon zo, het is vanzelf gegaan, ik ben nooit anders geweest.” …

olifant muis.png

Advertenties

Modern intelligent

oase.png

  • Een klein verhaaltje met een diepe betekenis …

Een man vond zichzelf heel intelligent. Hij was ervan overtuigd, dat niemand hem iets wijs kon maken. Op een dag verdwaalde hij in de woestijn. Na vele dagen hongerig en dorstig te hebben gezworven, zag hij in de verte een oase.

“Laat je niet beetnemen”, zei hij tegen zichzelf, “De oase bestaat helemaal niet echt, ze is slechts een fata morgana.” Hij naderde de oase, maar die verdween niet. Integendeel: de man zag dadelpalmen, gras en zelfs rotsen waar water overheen stroomde.

“Wees voorzichtig,” waarschuwde hij zichzelf. “Het is allemaal een uitwas van je hongerfantasie!” Nu hoorde hij ook het water klateren. “Aha”, dacht hij, “Typisch een hallucinatie van het gehoor.”

De volgende dag vonden twee bedoeïenen hem aan de rand van de oase, hij was dood. “Begrijp jij dat, hij was er zo dichtbij?” vroeg de ene. “Hij heeft er niet aan geloofd”, antwoordde de ander, “Hij was een modern mens.”

 

De veren van de rabbi

veren.png

Er was eens een jongen met een grote fantasie. Altijd vertelde hij verhalen over zijn vriendjes, maar vaak waren die verhalen niet zo leuk. Kortom, hij roddelde.

De ouders praten op hem in, maar de jongen bleef roddelen en kwaadspreken over zijn vriendjes. Ten einde raad vroegen ze de rabbi om raad. Die ontbood de jongen en informeerde: ‘Waarom roddel je zo over je eigen vrienden?’

‘Ach,’ antwoordde de jongen, ‘dat zijn maar praatjes. Die doen geen kwaad en ik kan mijn woorden altijd weer terug nemen.’

‘Wie weet,’ zei de rabbi en hij praatte wat verder over koetjes en kalfjes. toen nam hij een veren kussen en zei tegen de jongen: ‘Neem dit kussen mee naar het marktplein, scheur het open en laat alle veren met de wind te laten meewaaien. kom daarna weer bij me terug.’

De jongen snapte niet waar dat goed voor kon zijn, maar het was leuk om te doen, dus hij stemde meteen in. Op het open marktplein blies de wind de veren alle kanten uit. Ze vlogen allemaal in het rond en dansten in de wind. Wat een prachtig gezicht. Toen het laatste veertje uit het kussen geschud was, keerde de jongen terug naar de rabbi.

‘Goed zo,’ zei de rabbi. ‘Ga terug naar de markt, raap alle veren weer op en stop ze in het kussen.’

‘Maar dat is onmogelijk,’ stamelde de jongen.

‘Dat heb je goed gezien,’ zei de rabbi. ‘Net zo onmogelijk als het terugnemen van al die roddels over je vriendjes die jij hebt verspreid. let dus voortaan op je woorden. Ze zijn als veren: eenmaal uitgestrooid, kun je ze nooit meer terughalen.’

Het is maar hoe je het bekijkt

afhankelijkheid.png

  • Aanhankelijkheid

Aanhankelijkheid vertekent onze waarneming – dit was een thema waaraan veel toespraken van de meester gewijd waren.

Op een dag kregen de leerlingen daar een verhelderend, aanschouwelijk onderricht over, toen ze hoorden hoe de meester aan een moeder vroeg: “Hoe gaat het met je dochter?”

“Och, mijn lieve dochter! Ze heeft echt geluk! Haar man is fantastisch! Hij heeft een auto voor haar gekocht, ze krijgt elk sieraad wat ze maar wil, en ook heeft hij verscheidene dienstmeisjes aangesteld. Hij brengt haar het ontbijt op bed, en ze staat niet voor twaalf uur op. Ze heeft een echte prins van een man!”

“En hoe gaat het met je zoon?” vroeg de meester.

“Och, die arme jongen! De vrouw die hij trouwde is een plaag voor hem. Hij heeft een grote auto voor haar gekocht, als ze een sieraad wenst krijgt ze het van hem, bovendien heeft hij dienstmeisjes aangesteld. En zij weet niets beters te doen dan tot twaalf uur in bed te blijven. Niet eens het ontbijt maakt ze voor hem klaar!”

Leiden met liefde

leiderschap.png

  • Leiderschap en Liefde

Tegen een jonge manager werd op zekere dag gezegd dat hij, als hij carrière wilde maken, meer leiderschap zou moeten tonen. Hij ging naar een aantal cursussen en raadpleegde een aantal organisatie-adviseurs van succesvolle bedrijven. Hij slaagde er echter niet in te ontdekken wat leiderschap was.

Ten einde raad ging hij naar India en bezocht een befaamde goeroe. Hij vroeg de goeroe of deze hem kon vertellen wat leiderschap in essentie was, zodat hij meer leiderschap kon tonen en carrière maken. De goeroe knikte maar zei dat het nodig was om terug te komen met een volgeling, omdat hij het anders niet kon uitleggen.

De manager vroeg of dat een van zijn medewerkers kon zijn, maar de goeroe schudde het hoofd. ‘Het moet iemand zijn die je écht navolgt.’ De jonge manager vertrok met een gevoel van verwarring.

Enige jaren later kwam hij terug. Deze keer bracht hij zijn dochtertje van drie jaar mee en hij legde zijn besluit aan de goeroe uit: ‘U vroeg mij een volgeling mee te nemen, en zij volgt mij waar ik maar ga.’

De goeroe glimlachte, nam het kleine meisje op schoot en vroeg: ‘En waarom volgt ze je?’ De jonge manager dacht een ogenblik na en zei toen: ‘Ik denk omdat ze van me houdt.’ De goeroe knikte en vroeg: ‘En waarom houdt ze van je?’ De jonge manager dacht nog wat langer na en zei toen: ‘Ik denk omdat ik van haar houd.’

De oude goeroe knikte, gaf het kleine kind aan haar vader terug, schudde hem de hand en zei: ‘Ga, je weet nu alles wat ik jou over leiderschap kan leren.’

Natuurlijke drift

schorpioen.png

  • De kikker en de schorpioen

Er waren eens een schorpioen en een kikker die elkaar ontmoetten. De kikker sprong altijd vrolijk rond op het land en was dan weer in het water en dan weer op het land. De schorpioen had dat allemaal zo eens aangezien en besloot op een dag eens een praatje te gaan maken met de kikker. “Zo, kikker,” zei de schorpioen. “Je hebt het nogal naar je zin, he?” “Ik mag niet klagen,” zei de kikker. “Kun je mij niet eens naar de andere kant van het water brengen?” vroeg de schorpioen. “Ik wil wel eens wat meer van de wereld zien. Kan ik niet eens een keer op jouw rug naar de overkant… dat jij me brengt… en ik op je rug zit?” “Ik weet het niet,” zei de kikker aarzelend. “Als we dan op de helft zijn, prik je me zeker en dan ga ik dood!” “Denk nu toch eens goed na,” zei de schorpioen. “Dat zou ik nooit doen! Als ik jou prik en jij gaat dood, dan verdrink ik ook. Dus, wat denk je, zullen we het doen?” De kikker dacht enige tijd na en zei: “In orde, dat klinkt logisch, kruip maar op mijn rug.” Zo gezegd, zo gedaan. De schorpioen kroop voorzichtig op de rug van de kikker en zo zwommen ze samen de sloot over. Ze waren nog niet halverwege toen de kikker plotseling een stekende pijn in zijn rug voelde. “Wat doe je nu?!” schreeuwde de kikker. “Nu ga je zelf ook dood! Waarom doe je dat nou?!” De schorpioen zei een beetje verlegen: “Ik kan het niet laten … Dat is mijn inborst, mijn karakter.”

Ook al lijken dingen soms logisch, logica is maar flinterdun. In basale situaties is ons karakter vaak sterker dan de logica en neemt het de sturing over. Ik moest bij dit verhaal denken aan onze klimaatproblemen: Waarom doen we niet dat wat logisch is?

Op het eerste gezicht

angels.png

  • Twee engelen

Twee engelen waren op reis. Ze vroegen bij een rijke familie om onderdak. De familie deed onvriendelijk en gaf hun met tegenzin een slaapplaats in de schuur. Toen ze hun slaapplaats wilden klaarmaken, zag de oudste engel een gat in de muur en repareerde het zorgvuldig.

De volgende nacht vonden ze onderdak in het huis van een arme, maar gastvrije man en zijn vrouw. Zij deelden een bescheiden maaltijd met hun gasten en lieten de beide engelen zelfs in hun bed slapen. Toen ze de volgende dag wakker werden, zaten de arme boer en zijn vrouw vertwijfeld en verdrietig in de keuken, want hun enige koe die hen van melk voorzag, lag dood in de wei.

De jonge engel vroeg onderweg boos aan de oudere: “Waarom liet je dat zomaar toe? Bij de rijke boer repareerde je het gat in de schuur, maar bij de arme boer neem je zijn hele inkomen weg? Dat is toch niet rechtvaardig?”

“De dingen zijn niet zo, zoals je op het eerste gezicht denkt”, antwoordde de oudere engel. “De vorige nacht vond ik in het gat van de schuur een zak met goud. Om de rijke familie ervoor te behoeden dat ze nog hebzuchtiger en gieriger zouden worden, maakte ik het gat dicht, zodat ze het goud niet kunnen vinden. En deze nacht kwam de engel van de dood om de vrouw van de vriendelijke boer te halen; ik heb hem in plaats daarvan de koe gegeven. De dingen zijn niet zo, zoals je op het eerste gezicht denkt.”