Verlies niet de les

.monnik.png

  • Het wiel

We denken vaak dat we onze tijd economisch indelen en dat allerlei middelen ons behulpzaam zijn. We denken dat die middelen ons leven gemakkelijker maken en dat we daar gelukkig van worden. De vraag is of dat altijd zo werkt..?

Er was eens een monnik die erg van stilte, contemplatie en mediteren hield, maar om dat kúnnen doen, moest hij wel zorgen dat hij genoeg eten en drinken had. Er was een boerderij in de buurt waar hij iedere dag heen ging voor melk en wat eten.

Op een dag zei de boer: “Luister eens, nu kom je hier elke dag. Waarom neem je zelf geen koe? Die laat je gewoon grazen dan heb je elke dag melk en hoef je dat hele eind niet te lopen en kan je langer mediteren.” De monnik vond dat nog niet zo’n slecht idee, maar hoe moest hij dan warm eten? “Nou,” zei de boer, “net als ik en iedereen, zoek een vrouw, die zorgt wel voor je eten terwijl jij mediteert.” Zogezegd, zo gedaan. De monnik zocht een vrouw, hij trouwde en leefde zoals iedereen.

Na een tijdje zei de vrouw: “Wat zou je denken van kinderen?” De monnik wist zich geen raad en vroeg de boer om advies. Die zei: “Dat kun je rustig doen. Je vrouw zorgt voor de kinderen en de kinderen kunnen straks helpen met melken zodat jij meer tijd overhoudt.”

Tien jaar later stond er een gigantische onderneming en de monnik kwam nooit meer aan mediteren toe…

Advertenties

Tel geen dagen

 

tijd

  • Wat is tijd?

Hoog in de bergen woonde een wijze kluizenaar. Op een dag kreeg hij bezoek van een groep reizigers. Ze vroegen hem honderduit over zijn leven tot één van de mensen hem vroeg naar de betekenis van tijd. De kluizenaar werd stil en antwoordde enige tijd later: “Ik zal jullie een verhaal vertellen over een man die wiens hart volkomen opging in het Licht van de Grote Geliefde. Geen dag, geen uur ging voorbij zonder dat zijn Liefde voor dat Licht in zijn hart vlamde. Zijn doen en laten waren er helemaal door vervuld. Velen dachten echter dat hij niet goed bij zijn verstand was.”

Op een dag kwam er een geleerde naar hem om hem uit zijn waan te bevrijden. Hij wilde hem duidelijk maken hoeveel jaren van zijn leven hij had verspild en daarom vroeg hij hem: “Zeg me, hoe oud ben je?” Hij moest de vraag een paar keer herhalen voordat zijn woorden tot de man doordrongen. Alsof hij wakker werd uit een droom keek de man de geleerde aan en antwoordde met zachte stem: “Ik ben duizend en vijftig jaren oud.” “Wat… wil je me soms voor de gek houden?” riep de geleerde verbaasd uit. “Dat kan niet, niemand wordt zo oud, misschien ben je inderdaad zo dwaas als de mensen beweren!”

Maar de man keek kalm naar de uitbarsting van de geleerde en toen deze enigszins tot bedaren kwam zei hij: “Ik ben duizend en vijftig jaar. Waarom ben je daar zo verbaasd over? Duizend jaar duurde het ogenblik dat ik het Licht van de Grote Geliefde voor het eerst in mijn hart mocht schouwen, en vijftig is het aantal jaren dat ik moest wachten tot dit wonder gebeurde.”

 

Verlangen vraagt durf

zaden

  • Twee zaden

Twee zaden lagen naast elkaar in de aarde.

Het ene zaad zei: “Ik wil graag groeien! Mijn wortels diep in de aarde sturen, mij als een klein plantje door de aarde heen breken om dan samen met het zonlicht krachtig omhoog te groeien. Dan zullen mijn bladeren zich ontvouwen en ik zal met hen de komst van de lente vieren. De zon zal me verwarmen, de wind mag me heen en weer bewegen en ik zal de ochtenddauw op me voelen. Ja, ik wil graag groeien!”

En zo groeide dit zaad op tot een krachtige plant.

Het tweede zaad sprak: “Ik ben bang. Als ik mijn wortels diep in de aarde stuur, weet ik niet wat me daar wacht. Ik vrees dat het mij pijn doet of dat mijn stam er schade door zal lijden als ik door de aarde heen breek. Ik weet ook niet wat daar boven de aarde op me loert. Er kan zoveel gebeuren als ik groei… Nee, ik blijf liever hier in veiligheid en wacht af tot het nog veiliger wordt.”

En zo bleef dat zaad in de aarde en wachtte.

Op een ochtend kwam er een kip voorbij. Ze scharrelde met haar poten in de aarde naar iets eetbaars. Na een poosje vond ze het wachtende zaad en at het op.

Waar geluk kost weinig

wheel of life.png

  • Het levenswiel

De meester merkte dat veel inwoners van zijn dorp bezeten waren van geld, en dat deze geldzucht dikwijls ten koste ging van de overige dorpelingen en vele ruzies bracht.

Hij riep iedereen bijeen en zei: “Het fortuin van de mens is als een draaiend wiel. Hij die bovenaan zit en lacht is een dwaas, want zodra het wiel begint te draaien, kan hij lager terechtkomen dan degene om wie hij zo lachte. Wie onder aan het wiel ligt en zijn lot beweent, is ook een dwaas. Juist het feit dat hij zich op de laagste plaats bevindt, betekent dat zodra het wiel zich in beweging zet, zijn kansen verbeteren. Beiden zouden zich de gedachte eigen moeten maken dat het fortuin is als een spinnewiel – zonder blijvende waarde voor de mens die zich op de rand van het wiel ophoudt. Alleen de mens die zich in het middelpunt van het wiel bevindt ontvangt de waarde die eeuwig is.

Sterker dan je denkt

zandbak

  • De steen en je kracht

Op een zaterdagmorgen speelde een kleine jongen in zijn zandbak in de tuin. Toen hij aan het scheppen was, stuitte hij op een grote steen, midden in de zandbak.

Hij begon het zand rondom de steen weg te graven en zo kwam de steen bloot te liggen. Met veel moeite probeerde hij de steen naar de rand van de zandbak te duwen. Stukje bij beetje lukte het hem. Maar nu moest hij hem nog over de rand van de bak zien te krijgen. Optillen ging niet, daar was de steen veel te zwaar voor.

Maar toch probeerde de jongen het uit alle macht, hij was vastbesloten de steen uit de zandbak te krijgen. Hij schoof en duwde, sloeg zijn kleine schep kapot, in een poging de steen in stukken te slaan. Maar telkens als hij dacht: “Het lukt me wel”, rolde de steen weer terug in het zand. Tenslotte barstte de jongen in tranen uit.

De hele tijd stond zijn vader voor het raam van de woonkamer en bekeek het tafereel. Toen zijn zoon begon te huilen, ging hij naar buiten en legde zijn hand liefdevol op de schouder van het kind. Zacht vroeg hij: “Zoon, waarom heb je niet alle kracht gebruikt, waar je over beschikt?” Snikkend zei de jongen: “Maar dat heb ik toch gedaan? Meer kracht heb ik echt niet!” “Nee, mijn kind,” zei de vader vriendelijk. “Je hebt niet alle kracht gebruikt, die je ter beschikking hebt. Je hebt mij niet gevraagd.”

Met die woorden pakte de vader de steen en tilde hem over de rand van de zandbak.

Waar wortels bloeien

rots en bloem.png

  • Steen en de bloem

“Je bent verhard geraakt”, zei de bloem, haar bloemblaadjes naar beneden buigend naar de rots die aan haar wortels lag langs de oever van een beekje. “De wind en de regen zouden je verzacht moeten hebben, je meer vruchtbaar hebben gemaakt en ontvankelijk voor de zaadjes van het veld; maar nee. Jij hebt mineralen opgehoopt bent verhard en alleen maar stiller geworden. Waarom blijf je hier? Waarom verzet jij je tegen de beek die ons water geeft?”

De steen zei niets.

Een paar wolken passeerden, de zon ging onder en de nacht arriveerde. De maan liet haar licht op de stille rots vallen. De bloem had inmiddels haar bloemblaadjes ingestopt en sliep diep, maar de rots was nog wakker en op dat moment antwoordde hij:

“Ik blijf hier omdat ik gemaakt ben van dezelfde mineralen als jouw wortels. Ik blijf hier omdat ik deel ben geworden van dat wat nu fungeert als ondersteuning voor jouw stam en je beschut tegen de wind en de regen.”

“Alles verandert mijn lieve bloem”, zei de steen, “maar ik blijf hier omdat de ruimte tussen jouw zachte wortels en mijn harde huid liefde is. Je zou het enkel kunnen voelen als het lot ons zou scheiden.”

De maan volgde het vervagen van de sterren. En toen de zon boven de horizon uitkwam werd de bloem wakker en rekte haar bloemblaadjes. “Goedemorgen”, zie ze, “Ik droomde dat jij mij toezong. Hoe dom van mij, vind je niet?”

Eenvoudig gelukkig

schaapsherder.png

  • Het hemd van een gelukkig mens

Een koning lag doodziek in zijn zijden kussens. De artsen stonden om hem heen en ze waren het erover eens dat er slechts één remedie was die redding kon brengen: het hemd van een gelukkig mens moest onder het kussen van de koning worden gelegd.

Boodschappers zwermden uit en zochten in iedere stad, in ieder dorp en in iedere hut naar een gelukkig mens. Maar alle mensen die ze ondervroegen hadden niets dan zorgen en ellende.

Eindelijk troffen de boodschappers, toen ze de hoop al wilden opgeven, een herder die lachend en zingend zijn kudde hoedde. Of hij gelukkig was? “Ik kan me niemand voorstellen die gelukkiger is dan ik”, antwoordde de herder lachend. “Geef ons dan je hemd”, riepen de boodschappers.

De herder zei echter: “Ik heb geen hemd.”

Deze armzalige boodschap, dat de enige gelukkige mens die ze aantroffen geen hemd had, gaf de koning stof tot nadenken. Drie dagen en nachten liet hij niemand aan zijn bed toe. Ten slotte op de vierde dag, liet hij zijn zijden kussens en zijn edelstenen onder het volk verdelen, en, zoals de legende vermeldt, vanaf dat moment was de koning weer gezond en gelukkig.