Wie bekommert zich om de soep?

Afbeeldingsresultaat voor groentesoep

De zorg door de jaren heen doet mij denken aan mijn groentesoep. Al jarenlang kook ik soep. Lekkere groentesoep. Niks mis mee. Een paar jaren geleden kwam er een kennis die zei: “Schrijf het eens op, hoe je die soep maakt.”

Ik vond het een goed idee, en ik noemde het “protocol voor soep”.

Als ik soep ging koken, deed ik dat precies volgens mijn protocol.

Toen kwam er iemand die zei: “Als je nou eens precies opschrijft wat je erin doet, dan kun je de ingrediënten afvinken op een lijst”.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik noemde de lijst “Huffels”, en vergat niets toe te voegen. Het kostte wel meer tijd, maar dat nam ik maar voor lief.

Als ik eens van huis moest, vroeg ik één van de kinderen in de soep te roeren. Dat ging prima. Toen zei mijn dochter: “Mam, je moet opschrijven wanneer je precies roert, hoelang, en hoe vaak”.

“Dat is goed”, zei ik, en ik noemde het de “soep-rapportage”. Voortaan schreef ik eerst een overdracht voordat ik de deur uitging.

Mijn buurman, die bij de vrijwillige brandweer is, kwam langs. Hij vroeg of ik wel dacht aan de veiligheid. “Houd je wel aan de voorschriften, voor je het weet heb je de vlam in de pan”.

Daar had ik wel van gehoord, dus ging ik op cursus brandveiligheid, en, om het meteen maar goed te doen, leerde ik ook EHBO en reanimatie. We hadden die week geen tijd voor de soep.

Na de scholing, waarvoor wij een certificaat kregen, hoorde ik dat niet iedereen zomaar mee mocht helpen met mijn soep. Men moest bevoegd en bekwaam zijn. Ik noemde de nieuwe regels de BIG registratie: Bijzondere Instructies Groentesoep. Voortaan werd eerst bekeken of men een certificaat had voor er geroerd mocht worden. Helaas mochten mijn kinderen niet meer helpen. Maar we vormden een gespreksgroep, we evalueerden, controleerden, en hielden teamoverleg. En als er tijd over was, maakte ik gauw nog wat soep.

Toen kwam mijn tante eens langs. Ze was op vakantie geweest, en had iets nieuws geleerd: JCI.

“Dat betekent: Je Controleert Intensief”, zei ze. “Er zijn lijsten over hoe groot de pan moet zijn, hoe lang de pollepel, de potjes voor de ingrediënten, en richtlijnen voor de inrichting van de keuken”. “Ook mag je niet je keukenschort meer aan, maar moet je in je eigen kleding soep maken, dat is huiselijker. En hier heb ik lijsten voor de rapportage, het links- of rechtsom roeren, het vet-percentage, de calorieën, en natuurlijk de protocollen, de BIG-registratie, de observatielijsten, en de veiligheid- certificaten. En al deze lijsten worden periodiek gecontroleerd en ge-updated”. En we hebben een accreditatieplan, dat wil zeggen dat we bij elkaar in de pan gaan kijken. We houden evaluaties, en intervisies, kortom, aan álles wordt gedacht!”

U begrijpt, dit is allemaal erg handig, en er is veel voor te zeggen. Maar ik denk wel tijdens het invullen van al die lijsten: “Wie bekommert zich nog om de soep ?”

Advertenties

Vastberadenheid

bron

  • Vastberaden

Eens voer een kind in een boot over een groot meer. Midden op het meer leunde het kind over de rand van de boot om zijn spiegelbeeld in het water te bekijken, en op dat moment verloor het kind het kostbaarste wat het bezat. Uit een zakje van zijn bloes glipte een wondermooie ring; die ring had het kind van zijn vader gekregen toen het op reis ging.

Het duurde lang voordat het kind de oever van het meer bereikte. Daar aangekomen begon het met zijn handen water uit het meer te scheppen. Er kwam een man langs die vroeg wat het daar aan het doen was. “Ik heb mijn ring verloren midden op het meer, nu schep ik het water eruit om hem weer te vinden”. “Ach kind”, zei de man, “je leven is te kort om al het water uit het meer te scheppen, zelfs als je tien levens had zou je het meer nooit leeg kunnen scheppen”.

“Ik heb het kostbaarste verloren”, zei het kind, “ik moet het terugvinden”, en ging door met scheppen.

Toen kwam de zon op en zag het kind aan de rand van het grote meer met zijn kleine handjes water scheppen.

De zon vroeg: “Waarom doe je dat?” “Ik heb de ring van mijn vader verloren, hij ligt op de bodem van het meer, ik moet hem terugvinden”. “Weet je hoe lang dat kan duren?” vroeg de zon. “Misschien een heel leven, misschien tien levens of meer, voor de ring van mijn vader geef ik alle levens”. En het kind ging door met scheppen. De zon, diep onder de indruk van de vastberadenheid, het geloof en de toewijding van het kind, droogde met de kracht van zijn stralen het meer uit, en op het diepste punt van het meer vond het kind de ring van zijn vader terug.

Verdwaald?

boer.png

  • De boer en de verdwaalde zakenman

Een zakenman die een conferentie moest bijwonen in een afgelegen stad besloot over de provinciale wegen te rijden in plaats van de snelweg te nemen om er een ontspannen uitje van te maken. Na een paar uur rijden besefte hij dat hij hopeloos was verdwaald. Hij zag een boer die het land naast de weg bewerkte, stopte en vroeg de weg.  “Kunt u mij vertellen hoe ver het is naar Enschede?” vroeg hij aan de boer. “Nou, dat weet ik niet precies”, antwoordde de boer. “Kunt u mij dan zeggen hoe ver ik van Apeldoorn ben?” vroeg de zakenman. “Nou, dat weet ik niet precies”, antwoordde de boer opnieuw. “Kunt u me dan in ieder geval de vlugste weg naar de snelweg vertellen?” vroeg de zakenman geërgerd. “Nee, dat weet ik niet precies”, antwoordde de boer andermaal. “U weet eigenlijk niet zoveel, hè?” floepte de ongeduldige zakenman eruit.

“Nee, maar ik ben ook niet verdwaald” antwoordde de boer bedaard.

Aan de dood ontsnappen

papagaai

  • De papegaai

Een zakenman in China had een papegaai, waar hij veel van hield. Haast nog meer dan van z’n vrouw en kinderen. Hij moest echter op een dag op zakenreis, naar Hindoestan (India). Hij moest zijn vrouw, kinderen en de papegaai een lange tijd achter laten. Hij vroeg wat ze voor souvenir wilden heben. Zijn eerste dochter wilde een mooie jurk. Z’n tweede dochter vroeg een speciale parfum. En z’n vrouw vroeg om mooie sieraden. Toen ging de zakenman naar de papegaai, die in een gouden kooi zat.

“Ik moet naar Hindoestan, kan ik iets voor je mee nemen, papegaai?” “Nee”, antwoordde de papegaai. “Maar ik kom uit Hindostan. Je hoeft alleen maar de groeten te doen aan de papegaaien daar en ze te vertellen, dat ik hier in China in een gouden kooi opgesloten zit”.

De zakenman vond het prima. Hij kwam na een lange tocht in India, deed zijn zaken en kocht souvenirs voor zijn beide dochters – een jurk en fijne parfum – en prachtige sieraden voor zijn vrouw. Toen schoot hem de wens van de papegaai te binnen. Hij vroeg waar hij de papegaaien kon vinden en kwam in een park terecht, waar honderden papegaaien in de bomen zaten. Hij vertelde: “Ik groet jullie allemaal uit naam van mijn papegaai, die in China in een gouden kooi opgesloten zit.” Hij had het nog maar net gezegd, of er viel een papegaai van een boomtak op de grond. Dood! De zakenman werd verdrietig: “Waarom heb ik die boodschap ook overgebracht? Nu ben ik schuldig aan de dood van een papegaai!”

Hij ging met z’n spullen terug naar China en gaf de souvenirs aan z’n beide dochters en aan z’n vrouw. Vervolgens liep hij naar z’n papegaai en vertelde over de papegaai in het park, die dood op de grond viel, nadat hij de groeten had gedaan namens de papegaai in de gouden kooi. Meteen daarna viel de papegaai dood op de bodem van de kooi. Opnieuw was de zakenman erg verdrietig. Er zat niets anders op, dan de papegaai in de achtertuin te begraven. Hij nam de kooi mee en deed die alvast open. Toen hij een gat begon te graven, vloog de papegaai uit de kooi en ging in een boom zitten in de tuin.

“Hé, je leeft nog!” riep de man verbaasd.

“Ja”, zei de papegaai, “mijn soortgenoot in Hindoestan heeft me geleerd hoe ik uit de kooi kon ontsnappen!”

Vraag niet

stilte

  • De kracht van stilte

Hoog in de bergen woonde een wijze. Soms kreeg hij bezoek en beantwoordde hij vragen over het leven. Toen een man daarover eens een vraag stelde was het antwoord: “Leer alles af. Houd twee jaar lang je mond, stel geen vragen meer en wees stil.”

Een van de andere bezoekers die daar ook zat begon te lachen en de man vroeg: “Waarom lach je?” “Ik lach omdat ik nu zie dat deze oude wijze gewoon heel slim is. Ik kwam hier met dezelfde vragen, net als jij. Ook tegen mij zei hij dat ik twee jaar lang mijn mond moest houden en stil moest zijn. In die twee jaar zijn al mijn vragen verdwenen. Dus mijn advies aan jou: als je iets wil vragen, vraag het nu; als je niets wil vragen, kijk en luister dan alleen en zeg twee jaar niets.”

Twee jaar later kwam de man terug en de wijze vroeg hem: “Waar zijn je vragen?”

De man moest lachen, hij maakte een diepe buiging en zei: “Ze zijn in de stilte verdwenen. Alleen maar door gade te slaan, alleen maar door te luisteren, werd mijn helderheid langzaam steeds transparanter. De geest verdween en ik kon zien met een niet-geest. Dat bracht een totaal andere manier van interactie met alles wat is. Iets is duidelijk geworden, er zijn geen vragen en ook geen antwoorden, maar ik ben totaal tevreden.”

Je eigen plan trekken

ezel.png

  • Je eigen weg gaan

Op een dag gingen een vader en zoon met een ezel op pad. De vader wilde lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel. Zo gingen zij op weg tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: ‘Zie daar de wereld op zijn kop. Die gezonde jongen zit rustig op de ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt.’

De jongen hoorde dit, schaamde zich en stapte af. Hij wilde dat zijn vader verder op de ezel zou rijden. Zo liepen ze voort. Even later hoorden ze: ‘Moet je dat zien. Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen.’

Na dit verwijt zei de zoon: ‘Kom, laten we samen op de ezel rijden.’ Zo vervolgden ze hun weg tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: ‘Kijk, dat arme beest. Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen.’

Daarop zei de jongen: ‘Laten we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken.’ Zo liepen ze verder achter hun ezel. Tot voorbijgangers commentaar leverden: ‘Zie deze dwazen. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten.

Vader richtte zicht tot zijn zoon en zei: ‘Tja, mijn zoon, hoe je je ook gedraagt, op- en aanmerkingen zullen er altijd in overvloed zijn. Volg daarom altijd wat je eigen hart je ingeeft.’

Investeren in de toekomst

graankorrel

  • De mier en de graankorrel

Een graankorrel, die na de oogst op het veld was blijven liggen, wachtte op regen, zodat hij zich kon laten wegzinken in de aarde. Toen kwam er een mier. Ze zag de graankorrel, sjorde hem op haar rug en begon moeizaam de lange weg naar haar nest. De graankorrel drukte op haar kleine, taaie lijf en leek steeds zwaarder te worden.

‘Waarom sjouw je zo? Waarom leg je me niet neer?’ vroeg de graankorrel.

De mier hijgde: ‘Als ik je niet meeneem, hebben we geen eten voor de winter. Wij mieren zijn met zo velen en elk van ons moet zoveel mogelijk voedsel naar de voorraadkamer slepen.’

‘Maar ik ben niet gemaakt om zomaar opgegeten te worden’, zei de graankorrel.

‘Ik ben een zaadje, vol leven. Ik ben er om uit te groeien tot een grote plant. Luister naar me, laten we samen een overeenkomst sluiten.’

De mier was blij dat ze even kon uitrusten. Ze legde de graankorrel neer en vroeg: ‘Wat is een overeenkomst?’ De graankorrel zei: ‘Als je me hier op de akker laat liggen, in plaats van me mee te slepen naar je nest, dan zal ik je honderd graankorrels schenken voor je voorraadkamer.’

De mier dacht na. Honderd korrels in ruil voor één enkele? Maar dat was een wonder!

‘Hoe gebeurt het dan?’ vroeg ze.

‘Dat is een geheim’, antwoordde de graankorrel, ‘dat is het geheim van het leven. Graaf nu een klein kuiltje in de grond, begraaf me daarin en kom dan over een jaar terug.’

Er ging een jaar voorbij. De mier keerde terug. En de graankorrel had woord gehouden.

  • Naar een vertelling van Leonardo da Vinci