Samen eenzaam

samen eenzaam.png

  • Leven in twee werelden

“Ik ben samen met mijn vrouw, maar ik voel mij vaak eenzaam.” Met die paar woorden wist een gast van het Alzheimercafé in Bunnik mijn aandacht te vestigen. Eenzaamheid, zo leerde ik, is niet hetzelfde als alleen-zijn. En je kunt ook heel eenzaam zijn als je van de persoon houdt met wie je alleen bent.

Deze week was ik er te gast. Bij het Alzheimercafé in de gemeente Bunnik. Een groep van vrijwilligers verzorgd daar bijeenkomsten voor iedereen die met dementie te maken heeft. Elke tweede donderdag van de maand (behalve in de maanden juli en augustus). Ik kwam er als spreker, en leerde van deze meneer in de nazit een belangrijke les.

Dementie en eenzaamheid. Het krijgt – gelukkig – veel aandacht. Onderzoek toont aan dat 40% van de mensen met dementie zich eenzaam voelt. Bij alleenwonenden loopt dit percentage op tot 62%. De grootste drempels voor mensen met dementie zijn:

  • Gebrek aan vertrouwen (69%)
  • Bang zijn in de war te raken (68%)
  • Bang zijn te verdwalen (60%)
  • Problemen met mobiliteit (59%) en fysieke gezondheid (59%)
  • Anderen niet tot last willen zijn (44%)
  • Gebrek aan passend vervoer (33%)

Die eenzaamheid is vaak een gevolg van het feit dat de omgeving van de mensen die de ziekte hebben het lastig vinden er mee om te gaan en hen daarom op afstand houden. “Ik kan niet uitleggen wat dementie voor mij betekent. Eigenlijk zou ik willen dat ik het niet hoef uit te leggen,” vertelde mij een deelnemer.

Dementie kent echter ook een andere eenzaamheid. De eenzaamheid van de partner. Die leeft, al dan niet bewust, in twee werelden.

Mijn gesprekspartner is getrouwd. Lang al en gelukkig. Hij was er deze avond samen met zijn vrouw. Die zit in het beginstadium van dementie. Met zorgen over het eigen geheugen. Ze vergeet dagelijkse dingen en weet soms ‘s avonds niet meer wat ze eerder die dag gedaan heeft. “Ze wil er echter niks van weten,” aldus haar man. “Ik kan er dus niet met haar over praten. Net zo min als met mensen die bij ons op bezoek komen. Want zij kapt elk gesprek in die richting af.” 

Eenzaamheid, zo vertelde mijn gesprekspartner, is je niet verbonden voelen. Het is het ervaren van een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen. Eenzaamheid, zo leerde ik van deze man, kan ook bestaan in betekenisvolle relaties.

“Ik mis mijn vrouw, ook al ben ik de hele dag bij haar. De gelijkwaardigheid en de wederkerigheid nemen steeds meer af. Dat is verdrietig. Natuurlijk hebben wij het samen nog wel fijn. En het lukt mij de situatie te accepteren zoals die is. Maar ik voel mij bij het samenzijn ook eenzaam. Ik probeer maar zo veel mogelijk te genieten van de kleine dingen die we nog delen: onze tuin, een lekker ijsje, een rondje met de hond. Tegelijkertijd mis ik de mensen met wie ik over dingen kan spreken die mij bezig houden. Over alledaagse dingen, een programma dat ik zag, de hobby die ik heb. Dat alles kan steeds minder.”

Terugrijdend naar huis kon ik het gesprek met deze meneer niet zomaar loslaten. Ik realiseerde mij nadrukkelijk dat eenzaamheid niet iets is waar een mens vrijwillig voor kiest. Eenzaamheid kan iedereen treffen. Door het leven in twee werelden, de gebondenheid aan huis, de veranderende relaties door de zorg, de onbereikbaarheid van de ander, enzovoort.  Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten.

Wanneer een mantelzorger, zoals mijn gesprekspartner, bijvoorbeeld zorgt voor zijn of haar partner, kan op verschillende manieren eenzaamheid om de hoek komen kijken. Door de zorg kan de relatie onevenwichtiger worden, met gevoelens van eenzaamheid tot gevolg. Zeker wanneer er sprake is van geestelijke achteruitgang van de hulpbehoevende partner,. Wanneer de zorg intensiever wordt neemt de tijd voor het onderhouden van sociale contacten af, waardoor de gevoelens van eenzaamheid kunnen toenemen. Ook kunnen gevoelens van eenzaamheid optreden door onbegrip van buitenaf, of juist doordat alle aandacht naar de persoon uit gaat die ziek is.

Wat wij – u en ik – daaraan kunnen doen? Eigenlijk draait het maar om een ding: aandacht hebben. Een luisterend oor bieden. In sommige gevallen is een blik van (h)erkenning al voldoende. Maar het samen drinken van een kopje koffie en tijd voor gesprek kan al voldoende zijn om de gevoelens van eenzaamheid te doorbreken. Gewoon, omdat de ander zich dan ook gezien en erkend kan weten.  Begrepen en gewaardeerd kan voelen. Oprechte aandacht dus, daar draait het om. ‘Doen alsof’, werkt averechts, want juist dat maakt ons samen eenzaam.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Advertenties

Alleen met jou!

niet meer zonder jou.png

  • Niet meer zonder jou

Een vrijgevochten Nederlands-Turkse vrouw zoekt de confrontatie met haar moeder, een traditionele moslima.

Uitgangspunt voor deze bewogen en ontroerende documentaire is de voorstelling Niet meer zonder jou, waarin een vrijgevochten Nederlands-Turkse vrouw de confrontatie zoekt met haar moeder, een traditionele moslima. Actrice Nazmiye Oral en haar moeder Havva vierden er over de hele wereld triomfen mee; duizenden mensen bezochten de voorstelling.

Maar niet de directe familie. Havva wilde niet dat zij wisten waar zij allemaal mee bezig was. Nadat zoon Mehmet toestemming heeft gegeven gaat ze door de knieën: Niet meer zonder jou wordt bij haar thuis opgevoerd. Een gebeurtenis die alle verhoudingen op scherp stelt.

Ruim twee jaar speelde Nazmiye met haar moeder Niet meer zonder jou in buurthuizen en in theaters van Amsterdam tot aan New York. ‘Mijn strenggelovige moeder wilde overal spelen, behalve in Hengelo. Voor mij is ze meegegaan naar mijn territorium – het theater – als het ultieme liefdesoffer. Ik wilde het stuk ook spelen waar het allemaal begon – in haar territorium – Hengelo. In het bijzijn van mijn familie.

We zijn in de kleine huiskamer van Havva’s flat in Hengelo. Op de bank, met gespannen gezichten, zitten de twee broers, zus, tante en dochters van Nazmiye. Ertegenover zit zijzelf met haar moeder Havva. In deze intieme setting spelen ze Niet meer zonder jou, de openhartige dialoog over religie, familie, seksualiteit, tradities, normen en waarden.

Onderwerpen waarover vroeger nooit werd gesproken. Het levert veel emotionele reacties op vanaf de bank. Er is woede, frustratie, ontroering, liefde, verwijt. De ongefilterde kennismaking met het verhaal van Nazmiye zorgt voor onbegrip en vervreemding, maar ook voor herkenning en erkenning. Integratie op de vierkante meter.

Niet meer zonder jou (klik voor documentaire)

Nazmiye Oral (Hengelo, 1969) is een Turks-Nederlandse schrijfster en actrice. Ze speelde o.a. in de theatervoorstelling Gesluierde Monologen, waar ze theatermaakster Adelheid Roosen ontmoette. Gezamenlijk ontwikkelden ze Niet meer zonder jou. De voorstelling, die bij het Holland Festival 2015 in première ging, was een groot succes in binnen- en buitenland en kreeg louter positieve recensies. VN: ‘Dit is een historisch moment,’ de Volkskrant: ‘Een moedig schouwspel,’ NRC: ‘Publiek en spelers zijn vanaf het begin tot tranen geroerd.’

 

Mijke de Jong (Rotterdam, 1959) is een Nederlandse filmregisseuse en scenarioschrijfster. Ze regisseerde eigenzinnige speelfilms als Joy, Bluebird, Tussenstand en In krakende welstand, bekroond in binnen- en buitenland. Voor Joy ontving ze een Gouden Kalf. Voor de Human-serie Duivelse Dilemma’s maakte ze Geloven.

Wie ben ik?

girl.png

  • Girl

Hoe is het om transgender te zijn? Wat betekent het wanneer de ervaring van lichaam en geest als dag en nacht van elkaar verschillen?

Girl schetst het leven van de 15-jarige Lara, die ervan droomt om carrière te maken als ballerina. Maar haar lichaam stribbelt tegen, want Lara is geboren in een jongenslichaam. Dicht op de huid gefilmd toont de film haar gedrevenheid en worstelingen.

Onderweg naar morgen

niemand in de stad.png

  • Niemand in de stad

Niemand in de Stad is een film over het uitstellen van het onontkoombare, en het ontdekken van identiteit in het niemandsland tussen jong en volwassen zijn.

Ideale schoonzoon Philip ziet zijn wereldbeeld afbrokkelen wanneer de verantwoordelijkheden van het volwassen leven zijn leven binnensluipen, maar hij tegelijkertijd ook een ruige, losbandige kant van zichzelf ontdekt. Net als zijn vrienden Jacob (het intellectuele vaderfiguur) en Matt (rokkenjager en drugsgebruiker) worstelt hij met de liefde en zijn relatie met zijn vader, terwijl de beklemmende realiteit van het ‘grote-mensen-bestaan’ steeds dichterbij komt. Niemand in de Stad gaat over vriendschap, verlangen, volwassen worden en de emotionele rollercoaster die daarmee samengaat.

Regisseur Michiel van Erp studeerde industriële vormgeving en begon zijn carrière als theateracteur. In 1992 ging hij aan de slag als documentairemaker voor de VPRO en de VARA, een weg die hem langs vele onderwerpen en prijzen bracht. Naast documentaires maakte van Erp enkele biografische dramaseries over en portretten van koningin Beatrix, Ramses Shaffy, Carol van Herwijnen, Sylvia Kristel en Gerrit van der Valk. Met onder andere een Nipkow Schijf en een Prix Europe op zak voor Ramses, maakte hij Niemand in de Stad als zijn eerste speelfilm.

Verdwalen of verdwijnen

transit.png

  • Transit

  1. Wanneer de nazi’s Parijs naderen weet de Duitse vluchteling Georg op het laatste moment te ontsnappen naar Marseille.

Het toeval zorgt ervoor dat hij een manuscript, brieven en een visum van de Duitse schrijver Weidel in handen krijgt, die zichzelf van het leven heeft beroofd om uit handen van zijn landgenoten te blijven. Aangekomen in de Franse havenstad wordt Georg aangezien voor Weidel. Ondanks het gevaar besluit hij de identiteit van de schrijver aan te nemen om zo een plek te bemachtigen op een schip naar Mexico en de vrijheid. Maar zo makkelijk gaat het niet. Hij ontmoet Marie Weidel, de vrouw van de schrijver voor wie hij zich uitgeeft. Samen wachten ze op hun kans op ontsnapping. Maar hoe ontsnap je als de schepen vol zijn? Transit is een film over identiteit en hedendaagse vluchtelingen.

Regisseur Christian Petzold (Phoenix, Barbara) baseerde Transit op de gelijknamige roman uit 1944 van de Duitse schrijfster Anna Seghers, een boek dat ze in ballingschap schreef. Het is dan ook niet toevallig dat ballingschap een van de hoofdthema’s van de film is. De vluchtelingen zweven als fantomen op de grens tussen leven en dood, gisteren en morgen, vrijheid en gevangenschap, aan- en afwezigheid. Transit werd internationaal gelauwerd en in Berlijn genomineerd voor de Gouden Beer.

Ik ben geen heks!

ik ben geen heks.png

  • I Am Not a Witch

Als een dier in een kooi in de dierentuin aangegaapt worden door toeristen – een onmenselijk scenario, maar de harde werkelijkheid voor de 9-jarige Shula.

Na een incident in haar dorp wordt het Zambiaanse meisje veroordeeld voor hekserij en verbannen naar een heksenkolonie. Een leven als paria/attractie lijkt onvermijdelijk, maar wanneer meneer Banda zich over haar ontfermt en met haar de publiciteit opzoekt, doet zich een mogelijk levensbepalende kans voor. Accepteert het meisje haar lot en plaats buiten de maatschappij, of neemt ze het risico voor haar vrijheid?

Regisseuse Rungano Nyoni koos voor de heksenkampen als achtergrond voor haar verhaal over verzet tegen onderdrukking en vrijheid, en verbleef zelf een maand als gast in een van de oudste kampen ter wereld. Voor haar debuutfilm I Am Not a Witch werkte ze samen met een cast van amateurs, en gooide meteen hoge ogen: ze won de prijs voor beste regie bij de British Independent Film Awards, de Student’s Choice Award bij Movies That Matter en een BAFTA Award voor haar uitmuntende debuut.

Gelukkige jeugd; daar horen problemen bij!

gelukkige jeugd.png

  • Laten wij ons laten stimuleren door het optimisme van kinderen.

Nederlandse jongeren zijn gelukkig ongelukkig. Ze zijn druk en blij met hun sociale relaties. Ze zijn ongelukkig door schoolwerk, gebruiken minder vaak een condoom, en drinken best veel. Dat leert ons het internationale onderzoek Health Behaviour in School-aged Children (HBSC). In Nederland een gezamenlijk project van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau. En ondanks dat alles groeit de behoefte aan (jeugd)zorg. Tijd voor bezinning en normalisatie zou ik zeggen.

Als ik kennis neem van onderzoeken als het hiervoor bedoelde, dan bekruipt mij elke keer een unheimisch gevoel. Is de jeugd nu zoveel lastiger geworden, of zijn wij als maatschappij meer eisend en minder tolerant geworden. Is elk ‘probleem’ wel een probleem? Of is het gewoon gemakkelijk als je er een ‘probleemetiket’ op kunt plakken. Dan kunnen wij het ‘probleem’ de schuld geven en anderen er mee aan de slag laten gaan.

Negen op de tien 12 tot 25-jarigen zijn tevreden met hun leven. Vooral met hun vriendenkring en psychische gezondheid – aldus het CBS (2016). Dat nergens ter wereld het welbevinden van kinderen zo groot is, wisten we al van Unicef (2007-2013).

Paradoxaal genoeg liggen veel te veel ouders ’s nachts wakker: een op de zes kinderen in Nederland krijgt een vorm van hulp (Jo Hermanns; 2015). Ook het aantal kinderen dat medicijnen krijgt voorgeschreven bij problemen met opvoeden en opgroeien is exponentieel gegroeid, en groeit nog steeds.

Deze trend zien we ook bij leerproblemen. Hooguit 3 – 4% van de kinderen heeft ernstige dyslexie, maar sinds de overheid in 2009 besloot om de dyslexie behandelingen te vergoeden blijft het aantal groeien. Saillant detail daarbij: er zijn veel meer kinderen die zorg krijgen dan er kinderen zijn die volgens bevolkingsstudies problemen zouden hebben die professionele zorg nodig maakt. Zelfs het meest pessimistische epidemiologisch onderzoek komt niet tot zo een hoge schatting van het aantal kinderen dat ernstige problemen heeft. In het algemeen gaat men uit van ongeveer 2 tot 5 % die dit type hulp nodig hebben (Hermanns, 2013).

De graag gehanteerde verklaring dat ‘veel problemen tegenwoordig eerder worden gediagnosticeerd door toegenomen deskundigheid’ vind ik er een uit het rijk der fabelen. Zoals ook de verklaring  dat het zo goed gaat met de jeugd omdat er zoveel professionele hulp wordt geboden. Van veel interventies is (nog) niet eens bekend noch bewezen dat ze effectief zijn.

Hoe heeft het dan zover kunnen komen dat de opvoeding niet meer zonder professionele hulp lijkt te kunnen? Kennelijk willen en verwachten wij dat al onze kinderen ‘storingsvrij’ zijn. Hetgeen leidt tot een tendens om uitdagingen in opvoeding en onderwijs psychopathologisch te definiëren. En we praten dientengevolge over gedrag van kinderen in termen van ADHD, autisme, depressie. Als je problemen hebt met je kind omdat het zich afwijkend gedraagt en je hebt daar een label voor – Asperger, ADHD, ODD – dan is het het probleem van het kind geworden. Dat is het beeld dat wij hebben geconstrueerd.

En nee, de problemen met de jeugd nemen niet toe.  Alle indicatoren die iets zeggen over hun welbevinden, hun (psychische) gezondheid, de criminaliteit, het middelengebruik en de schoolprestaties staan in het groen (Landelijke Jeugdmonitor 2016).

Probleemgedrag is bovendien altijd een subjectief en normatief begrip. Waar de een zich zorgen maakt over agressief gedrag, noemt een ander dit gezonde assertiviteit. Waar een ouder teruggetrokken gedrag ziet, pakt de leerkracht de checklist autisme. Waar een orthopedagoog bij een 3-jarige bij de leeftijd passende overbeweeglijkheid ziet, kan een kinderpsychiater adhd-kenmerken signaleren.

Ik ben er daarom van overtuigd dat het goed is om na te gaan of wij als maatschappij wel goed met onze jongeren omgaan. Wordt hun omgeving wel voldoende ingezet? Waar blijft de eigen verantwoordelijkheid van ouders? Zou jeugdzorg niet meer moeten richten op ouders en opvoeders en hun onmacht dan op de kinderen zelf? Moeten wij niet meer denken aan en aandacht geven aan de (toenemende) opvoedingsverlegenheid? En moeten wij niet veel meer durven ‘normaliseren’?

Normaliseren is één van de kernthema’s in de transformatie van het sociaal domein. Het gaat daarbij om de zienswijze dat kwetsbaarheid bij het leven hoort en de problematiek rondom opvoeden en opgroeien kan daar niet van uitgesloten zijn. Niet het oplossen van problemen staat centraal, maar het ontzorgen en normaliseren van de situatie rond kinderen. Het gaat om het herstel van het gewone leven.

Normaliseren vraagt ons het ‘gewone’ leven altijd in beeld te houden, ongeacht de situatie van het kind en het gezin, ongeacht de hoeveelheid specialistische zorg. De vraag is ‘Waar wil je naar toe werken?’.

Deze benadering heeft ook gevolgen voor de wijze waarop we de zorg organiseren. Professionals moeten kunnen schakelen tussen formele kaders en het alledaagse. Maar ook de moed en het vermogen om ouders en andere opvoeder voortdurend methodisch te reflecteren op het eigen handelen. Ook zij moeten de bereidheid en het vermogen hebben om zichzelf onder ogen te zien… Bij opvoeden horen ook de problemen.

Het moet ouders duidelijk worden gemaakt dat veel problemen bij opgroeien en opvoeden normaler zijn dan deskundigen willen doen geloven. Strijd hoort bij opvoeden.

Het moet dus anders. Met meer nadruk op opvoeden en minder behandelen. Wat heeft dit kind nodig? Wat hebben deze ouders nodig? zijn de vragen die gesteld zouden moeten worden. Met de kennis van nu zeg ik orthopedagogiek is een bittere noodzaak. Maar als negen op de tien kinderen lekker in hun vel zitten, zullen het vooral de opvoeders zijn die hulp nodig hebben.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.