Over de schreef

lamant double.png

  • L’amant double – In therapie bij een tweeling

Chloé, 25 jaar, woont alleen, heeft geen contact met haar moeder, kent haar vader niet en was als kind ‘een ongelukje’. Ze voelt zich ‘leeg’.

Al in de eerste tien minuten van L’amant double (regie: François Ozon) komen we dat allemaal te weten als ze op aanraden van haar gynaecoloog een psychiater consulteert vanwege onverklaarde buikklachten. Die psychiater gaat vervolgens professioneel behoorlijk over de schreef als hij een verhouding met haar begint en met haar gaat samenwonen. Dan ontdekt Chloé dat haar geliefde een deel van zijn leven verborgen houdt. Hij heeft een tweelingbroer, die ook psychiater is, en die zijn patiënten heel ‘anders’ benadert dan zijn broer. Ook bij hem gaat Chloé in therapie, ook met hem begint ze een affaire.

Vervolgens ontwikkelt zich een thrillerachtig drama waarin (parasitaire) tweelingen, spiegelbeelden, erotiek en verlangen, macht en kinky seks mixen tot een semifreudiaans brouwsel. Dat alles gehuld in een bewust nogal steriel uitgevallen omgeving – zowel qua kleuren en aankleding als qua innerlijke zieleroerselen. Thematisch knoopt de film aan bij eerder werk van Ozon – wiens protagonisten vaak hun verbeelding nodig hebben om zich staande te houden in de werkelijkheid – en bij films van illustere voorbeelden als Brian De Palma, David Cronenberg en Alfred Hitchcock.

Tolereer de liefde niet!

liefde mensen 1.png

  • Aanvaardt het verschil

Is liefde universeel? Ja, het komt overal ter wereld voor. Zij maakt ook geen onderscheid in gedrags- en identiteitsaspecten. Zo dacht en denk ik erover. Liefde kent veel verschillende facetten en uitingsvormen. Mensen die van mekaar houden kennen de volgende gevoelens: blij zijn met elkaar, meeleven met de ander, je goed voelen bij de ander, bewondering en respect hebben, de ander grappig vinden, ontroerd geraken door de ander, elkaar begrijpen, elkaar aantrekkelijk vinden…

Liefde tussen mensen ontroert (mij). Zoals ik deze week ook ontroert werd door het prachtige animatiefilmpje “In a Heartbeat”. Deze korte film, gemaakt door Esteban Bravo en Beth Davis, gaat over een homoseksuele jongen die op slag verliefd wordt op een schoolgenootje. Hij probeert zijn liefde te verbergen, maar zijn hart blijkt net een stuk sterker. Ik deelde het filmpje via een van mijn blogs (Inspirituals). Met als titel “Uit de kast”.

Toevallig werd er diezelfde dag in een televisie-interview over dat filmpje gesproken. Luisterend naar dat interview realiseerde ik mij dat de door mij gekozen titel “Uit de kast”, hoe goed bedoeld ook, eigenlijk heel ongepast was. Onbedoeld namelijk stelt zij de liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht in een bijzonder hoekje.

Uit de kast komen, ook wel een coming-out genoemd (een verkorting van het Engelse coming out of the closet), is een uitdrukking die veelvuldig wordt gebruikt voor het moment waarop een homo, lesbienne of biseksueel ervoor kiest om openlijk voor zijn of haar seksuele geaardheid uit te komen.

Een coming-out wordt gezien als een gezonde stap in het proces van zelfverwerkelijking en in de kast blijven als een beperking en onderdrukking van de eigen persoonlijkheid. Deze negatieve lading is al vervat in de kastmetafoor: in de kast is het donker en benauwd, uit de kast is men vrij en in het licht. Uit de kast komen wordt vaak gezien als een politiek of persoonlijk statement en ertoe zal leiden dat de acceptatie ervan toeneemt. Uit de kast komen suggereert zo iets als ‘ik weet dat ik bijzonder ben’. Terwijl ‘wij’ – de Nederlandse samenleving althans – wil uitstralen dat liefde tussen wee mensen van hetzelfde geslacht net zo gewoon is (of hoort te zijn) als de liefde tussen mensen van verschillende sekse. Met hetzelfde recht kan dan ook beweerd worden dat ik (of wij)  met ‘uit de kast’ komen die ander als een buitenstaander positioneren en daarmee tot doelwit maken van discriminatie.

Als een jongen ‘op’ een meisje is, of andersom, en dit aan de wereld kenbaar maakt, dan spreken wij immers ook niet over ‘uit de kast komen’. Kennelijk, zo moest ik voor mijzelf vaststellen, denk en doe ik ook nog aan gender-discriminatie. De term betekent in de praktijk “de nadelige of bijzondere behandeling van een groep of geslacht of het geslacht van een persoon”. Veelal gebaseerd op het gedrag en onze houding jegens die groep of persoon, op basis van een clichématige opvatting.

Ik realiseerde mij dat mijn diep gevoelde aanvaarding van het universele karakter van liefde juist door mijn woord- en taalgebruik onbedoeld toch het karakter van ‘tolerantie’ droeg. Mijn nobele individuele inborst, die ervoor zorgt dat ik — op basis van welke criteria ook — bepaalde dingen ‘verdraag’.

Tolerantie is goed, ruimdenkend en nobel, intolerantie slecht, kleingeestig of kortzichtig. Maar ‘tolerantie’ – de bereidheid om andere mensen afwijkend te laten denken en handelen – suggereert ook iets van ‘gedogen’. Gedogen betekent geen toelaten, want dat zou op acceptatie kunnen lijken. Nee, gedogen houdt in dat we iets laten passeren hoewel we er niet gelukkig mee zijn: liever gingen we over tot een verbod, maar omdat een verbod niet haalbaar is, zien we bepaalde dingen door de vingers.

Het laatste dat ik wil is de liefde tussen twee mensen ‘tolereren’ of ‘gedogen’. Omdat het suggereert dat het niet normaal is. Terwijl ik die mening wel ben toegedaan en ook wil uitdragen. Ik heb dan ook de titel boven het stukje over ‘In a Heartbeat’ meteen vervangen door: Gewoon, liefde! Want dat is het: gewoon, liefde!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Sterfbed van een koning

zonnekoning.png

  • La Mort de Louis XIV

Op 1 september 1715 sterft Lodewijk XIV van Frankrijk in zijn paleis in Versailles aan gangreen. In zijn verduisterde slaapvertrek is het tijdens zijn laatste dagen een komen en gaan van vertrouwelingen en artsen.

De mythische status van de Zonnekoning en diens fysieke lijdensweg komen samen in de memorabele vertolking door Jean-Pierre Léaud.

Met La mort de Louis XIV continueert de Catalaan Albert Serra een reeks radicale films, van Honor de cavallería (2006) tot Història de la meva mort (2013), die gekenmerkt wordt door een weldadig maar urgent gevoel voor literair-filosofische herschepping van historische onderwerpen.

Zijn iconoclastische benadering van cinema is schilderachtig mooi en humoristisch. Voor de eerste keer, en met succes, werkt Serra hier met professionele acteurs. De performance van icoon Jean-Pierre Léaud als de Franse Zonnekoning maakt de film tot een van de absolute hoogtepunten van het jaar.

In de duistere paleisvertrekken, door kaarsen belicht in een fraai Rembrandtesk palet, trekt een stoet aan gezagsdragers en hulpverleners langs het bed van de aan gangreen stervende vorst. Onmiskenbaar is hij nog altijd de machtigste man van een Europa dat met één voet – een pijnlijk rottende voet – in de moderne, rationele tijd stapt, terwijl de ander nog vastzit in het slijk der middeleeuwen. Of andersom.

Papieren tijgers bijten niet

papieren tijger3.png

  • Wat je afgesproken hebt, moet je waarmaken

Gemeenten, Rijk, jeugdhulpaanbieders en branches hebben een statement uitgebracht hoe zij met zorg en hulp – dicht bij huis – kunnen aansluiten op wat jongeren en gezinnen écht nodig hebben. Van zulke berichten word ik blij. En verwachtingsvol. In de wetenschap dat papieren tijgers niet bijten.

Alle betrokken partijen willen op korte termijn actie om tot verbeteringen te komen. De acties zullen zich vooral richten op versterking van samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders in de jeugdregio’s. Problemen moeten worden benoemd, de juiste personen aangesproken en er moet doorgepakt worden!  Waar heb ik dat vaker gehoord. Was en is dat niet de gezamenlijke ambitie bij de grootste decentralisatieoperatie ooit?

Wie de evolutietheorie van Charles Darwin een beetje kent, kon voorspellen hoe het zou aflopen met die grootse ambitie. Want nadat wij de transitie (overdracht van taken) hadden gerealiseerd, is de ambitie onder invloed van beheers- en drift tot behoud vooral een papieren tijger geweest. Evolueren naar een tandeloze tijger zit er misschien nog wel in. Maar net als voor 99,9 procent van de diersoorten die ooit de aarde bevolkten, dreigt voor dit exemplaar toch ook nog te veel en te vaak: die zien we niet meer terug.

Wat je afgesproken hebt, moet je waarmaken. Dat geldt zeker voor de ambities binnen het sociaal domein. Iedereen moet meetellen en meedoen. Met een open oog en oor voor de mogelijkheden en beperkingen van elk individu. Maar niettemin stelt menig politicus, bestuurder, organisatie of professional alles in het werk om uitvoering van de zoveel mogelijk te ontlopen.

Omdat partners binnen het sociaal domein minder happig zijn op de consequenties van die beweging. (Verantwoord) loslaten, andere werkinvulling, minder omzet, enzo verder. Belangrijker nog dan deze ‘praktische’ bezwaren is wellicht de collectieve moeite die wij – mijzelf incluis – hebben om de omvormingsopdracht (transformatie) concreet handen en voeten te geven.

‘Eigen kracht’: het lijkt een hol begrip. Tegelijkertijd is het wel de rode draad voor de hele transformatie, en voor alle facetten die in de transformatie aan de orde zijn. Wat houdt het precies in? Wat zijn concreet de consequenties ervan in het sociaal domein en wat vraagt dit van de betrokkenen? Het eigen kracht-denken heeft namelijk vooral impact op de professional, de manager en het politiek bestuur.

Professionals verwerven door het eigen kracht-denken hun eigenwaarde op een andere manier. De expertrol op afstand wordt lastiger, ze worden geacht zelf zuiver te blijven en zich niet te verschuilen achter protocollen. Hun zekerheid neemt af, de ‘echtheid’ neemt toe, het werk gaat van denken naar meer hands-on, en het vraagt om een betere combinatie van denken en doen. Het vermogen om eigen werk met je collega’s te organiseren neemt toe, het vermogen om samen verantwoordelijkheid te nemen ook.

Managers moeten meer verbinding op de gezamenlijke stip aan de horizon organiseren. Ze moeten vertrouwen geven aan anderen, zodat zij in beweging komen. Loslaten is een van de hefbomen. Inhoudelijke sturing en het geven van instructies passen niet meer. Het gaat om bezieling en korte cirkels, waarbij de medewerker verantwoordelijkheid krijgt en verantwoordelijk wordt gehouden.

Ook het politiek bestuur moet afscheid nemen van ‘in control’ willen zijn. Terwijl hun natuurlijke houding er een is van meer kaders scheppen. Inhoudelijke normen bedenken blijkt lastig. Politici en bestuurders moeten leren omgaan met tragiek en pech. Sturen op gewenste uitkomsten, op doelen, is wat anders dan sturen op basis van output. Is de dienst juist uitgevoerd? Zijn de juiste handelingen verricht (volgens het juiste behandelprotocol)? Zijn de uren gemaakt? Zijn er voldoende contactmomenten geweest?

Eigen kracht heeft zo effect op alle actoren. De wijze waarop zij sturen, samenwerken, contracteren en organiseren beïnvloedt hoe het in de wijk en bij de inwoner aan tafel werkt. Dat vraagt een nieuw evenwicht tussen sturing, samenwerken, autonomie en verantwoording.

Of ik dat niet zie gebeuren? Welzeker. Ik zie her en der in den lande goede en inspirerende initiatieven. Zo ben ik zelf professioneel betrokken bij een gemeente die daadwerkelijk dat avontuur aan wil gaan. In Wijchen (Gelderland) werken gemeente en de organisaties voor welzijn en zorg aan een nieuwe vorm van samenwerking. Samen hebben zij, gebaseerd op een gezamenlijke verkenning, een model voor een gebiedsgerichte werkwijze en bekostiging uitgewerkt. Met enerzijds de veranderopgave (transformatie) binnen het sociaal domein en anderzijds het beheersbaar houden van de uitgaven daarvoor als leidraad.

Onder voorwaarde van een verschuiving van verantwoordelijkheden en mandaat naar de organisaties van welzijn en zorg worden daarmee tegelijkertijd (administratieve) barrières en belemmeringen voor inwoners, professionals en hun organisaties worden weggenomen.

Met dat model als basis hebben zij vervolgens de dialoog gevoerd over de kaders waaraan de uitwerking in vorm (organisatie en proces) en inhoud (houding en gedrag) zal worden getoetst. Zo is overeenstemming bereikt over de vorming van een coöperatie waarin alles aanbieders samenwerken.  De gemeente en coöperatie verhouden zich als subsidieverstrekker en subsidieontvanger. De gemeente definieert de door de coöperatie uit te voeren activiteiten en de daarmee beoogde doelen. De leden en leveranciers hebben zich  verplicht tot en zijn aanspreekbaar op het samenhangend en integraal vorm geven van de welzijn en zorg voor de inwoners in de gemeente.

Of het een eenvoudig proces is? Integendeel. Waar de visie en doelstelling gedeeld wordt, blijken vooral wet- en regelgeving een molensteen om de nek van de ambitie. De ruimte voor de ‘meer redelijke’ methode op basis van is – als wij alles doen wat ‘moet’ nog onvoldoende of nog niet voorhanden is. Desondanks heeft de gemeenteraad deze week besloten om het ‘avontuur’ aan te gaan. Dat is, wat mij betreft pas echt een statement.

 

 

 

Tenenkrommend onfatsoen

zonder ogen1.png

  • Oogjes zonder menselijkheid zijn glazen knikkers.

Het kan ons allemaal overkomen… langdurige werkloosheid door ziekte, ontslag, zwangerschap of welke reden dan ook. Gelukkig wordt dat velen bespaard. Desondanks echter zit dagelijks zo’n  half miljoen mensen thuis. Soms, omdat zij wel kunnen, maar niet willen. Maar meestal, omdat wel willen maar niet kunnen. Die laatste groep van is het – terecht – kotsbeu dat zij constant met de vinger gewezen worden. Maar, wie neemt het op voor al die werklozen?

Gevangen zitten in langdurige werkloosheid heeft een grote impact hebben op het leven van deze mensen. Om het allemaal nog erger te maken zorgt een lange periode van werkloosheid voor een gat in je cv. Een gat in je cv kan op zijn beurt de reden zijn dat een werkgever de voorkeur geeft aan een andere sollicitant. Vervolgens ben je weer terug bij af… of zelfs slechter af. Je bent immers wéér een afwijzing verder.

Het probleem van langdurige werkloosheid is dat je steeds wanhopiger, onzekerder en depressiever kunt worden. De wanhoop, verlaagde motivatie en negativiteit kunnen de reden zijn waarom je de baan niet krijgt. Het is een vicieuze cirkel die ervoor kan zorgen dat je alle hoop verliest. Het is daarom belangrijk dat wij deze mensen niet alleen zien staan, maar ook actief ondersteunen. En, zoveel is wel duidelijk, dan moeten zij het niet hebben van de ‘happy few’’, zo leerde mij het praathoofden-programma Jinek afgelopen week (maandag 3 juli 2017).

Respectvol vond ik het allemaal niet. Los van het feit dat alle gasten toch eigenlijk merendeels ook dankzij ons aan het werk zijn. En – waarschijnlijk – ook nog betaald uit dezelfde rijkskas; waarvan zij menen dat die nu door ‘arme sloebers’ wordt geplunderd. Tenenkrommend. Zeer beschamend en gênant. Dat was wat ik afgelopen week moest aanschouwen.

Er kwam een jonge vrouw in beeld die van allerlei oud materiaal mooie dingen maakte, die ze vervolgens probeerde te verkopen. Dat lukte steeds beter al had ze nog steeds de bijstand nodig om het hoofd boven water te houden. Maar dat zou niet lang meer duren, hoopte zij. De  gemeente hielp haar!

Wat er aan de hand was (of is)? Een vijftal gemeenten – hoe genereus! – mag van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid twee jaar lang anders om te gaan met de uitvoering van de regels in de bijstand. Zij mogen onderzoeken of meer begeleiding of juist minder regels en verplichtingen bijdraagt aan het welzijn en geluk van mensen. En onderzoeken of mensen in de bijstand bij zo’n andere aanpak op hun eigen manier juist actiever meedoen in onze maatschappij.

Zo komt er een groep waar de deelnemers voor de duur van het experiment meer ruimte krijgen dan de Participatiewet biedt, om een beperkt bedrag van de inkomsten uit werk te mogen houden zonder dat het direct wordt verrekend met de uitkering. Verder komt er een groep waar bijstandsgerechtigden veel minder verplichtingen hebben, terwijl deelnemers in een andere groep juist intensiever worden begeleid.

Bij Jinek lichtte de verantwoordelijk staatssecretaris, Jette Klijnsma, de plannen toe. Het resultaat: tenenkrommende hoon en verontwaardiging van mensen die elke dag zorgen hebben over de vraag wat zij nu toch weer met hun geld moeten doen. Iedereen was boos. Behalve dan de staatssecretaris.

Wat daar aan tafel uitgesproken werd, toont de werkelijke oorzaak van de maatschappelijke kloof tussen ‘arm’ en ‘rijk’: gebrek aan verstand, geest en inlevingsvermogen. Wie het woord nam, kwam automatisch in beeld. Met stijgende verbazing en verontwaardiging hoorde ik bofkonten en geluksvogels schaamteloos hol en voos schande spreken.

“Ja, dank je de koekoek,” dacht en denk ik, “jullie kennen de zorgen van eindjes die zich niet (meer) aan elkaar laten knopen niet. Jullie hoeven niet dagelijks gedwongen buiten het spel te staan.” Het was onbehaaglijk beschamend om te zien en te horen hoe ‘rijk en zorgeloos’ zich op tv zich kwaad zat te maken over een beetje ruimte voor mensen die het net even minder getroffen hebben.

De armoedeval, zo werd mij duidelijk, is niet alleen nog steeds springlevend, maar zij wordt kleppend gekoesterd door mensen die hun zaken vol, maar hun hart leeg hebben. Dat uitgerekend zo’n experimentje hun rechtvaardigheidsgevoel weet aan te tasten, toont aan hoe diep de kloof werkelijk gegroeid is. Dit roept om wraak.

Ik doe daarom een klemmend beroep op mensen die gebruik willen maken van de verruimde bijstandsregels. In het bijzonder hen die graag een kunsthandeltje opzetten. Die kunsthandel moet dan van deze mensen, die zo ruim in hun spek zitten, hun portret laten schilderen. Liefst, zoals ooit kunstschilder Terpen Rijn dat deed in Maarten Toonders verzamelalbum “Dit roep om wraak”. Hij schilderde namelijk de ogen niet. “Want, iemand die nooit naar buiten kijkt heeft geen karakter in zijn blik,” – aldus kunstschilder Terpen Tijn in een vraaggesprek. Als wij vervolgens deze portretten op een dartbord printen, kunnen wij nog enig vermaak (en inkomen) genereren uit deze pratende geldbuidels. Ter nering, lering en vermaak!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Veel gespin, maar weinig wol

blabla.png

  • Beep, beep – bla bla

Vanaf vandaag, 1 juli 2017 – gaan ze definitief met pensioen, na 57 jaar trouwe dienst. De  ANWB-praatpalen. De 3300 palen –  model ‘konijn’ – worden nauwelijks nog gebruikt; iedereen heeft tegenwoordig een mobieltje. De gele konijnen krijgen, voordat ze worden verwijderd, een zak over hun kop. Ooit waren deze praatpalen ons geluk bij pech en ongeval onderweg. Vormden zij de verbinding met redders in penibele tijden. Inmiddels staan zij veelal veelzeggend nietszeggend in het vaderlandse wegenlandschap.

Van de 3.300 gele praatpalen die vanaf zaterdag buiten werking worden gesteld, zijn er 500 beschikbaar voor verkoop aan geïnteresseerden. De palen zijn vanaf dat moment te bestellen via koopeenpraatpaal.nl voor 299 euro.

Ik vroeg mij af, waarom ik zo’n praatpaal zou willen kopen. Want bijna dagelijks wordt mijn huiskamer vanuit de radio en via de televisie overspoeld door praatpalen!

Voor haast alle onderwerpen zijn specialisten te vinden. Maar die formuleren vaak niet lekker. Of zijn geneigd tot nuancering. Dat is niet sexy. Daarvoor zijn onverveerde generalisten meer geschikt. Zij kunnen als  praatpaal over een breed scala van onderwerpen meepraten en schrikken niet terug voor een krachtige opinie over allerlei kwesties. Politieke en maatschappelijke gebeurtenissen worden zo in de nieuws- en talkshows steeds vaker besproken door een panel van duiders. Dat kunnen (ex-)politici zijn, maar ook journalisten, columnisten, cabaretiers en acteurs. Eigenlijk kan iedereen een praatpaal worden. De lat ligt niet zo heel hoog.

Er zijn altijd wel mensen te vinden die in steeds spreektijd heel veel praten, maar weinig tot niks zeggen. En tegelijkertijd zijn zij moeilijk te beteugelen. Deze veelpraters, ook wel babbelaars, kletsers of zwetsers genoemd, gedragen zich over het algemeen als de bekende stuurlui op de wal. Dit soort van showfiguren heeft de mond vol over wat anderen allemaal wel of niet goed of beter kunnen doen. Zij weten precies te duiden waarom iets niet werkt, maar komen ook (vooral) niet met eigen oplossingen.

Dit type praatpalen zie ik ook veel rond het speelveld van zorg en welzijn. Zij misvormen de beeldvorming over de zorg en ons welzijn. Blatend over incidenten menen zij dat je verbetering per decreet kunt bevorderen. Met zevenmijlslaarzen gaan zij – in het gunstigste geval – voorbij aan het vele dat dagelijks door duizenden vrijwilligers, mantelzorgers en professionals voor en door mensen wordt gedaan. Niet zelden echter ook vertrappen zij – in hun spindrift – die inzet. Zo verworden al die praatpalen stiekempjes tot een soort van gijzelsoftware voor zorg en welzijn.

Als de hele Tweede Kamer zich druk maakt over een overleden baby bij een gezin in de jeugdzorg of over een agressie-incident in de gehandicaptenzorg dan denk ik: schei toch uit, hebben jullie niets belangrijkers te doen? Natuurlijk is het afschuwelijk, maar werken met en voor mensen is ook een vak met risico’s. Dat er dingen fout gaan, kan te maken hebben met gebrek aan professionaliteit, maar dat is heus niet altijd het geval. Hoe goed ze ook zijn, de professionals hebben iedere dag met moeilijke beslissingen te maken en ze zijn niet helderziend.

Juist de overkill aan aandacht voor het incident heeft tot gevolg dat het systeem ‘op slot’ gaat. Al dat “het is onbestaanbaar dat… en ongelooflijk dat…” leidt tot onrust en onzekerheid bij de mensen die dagelijks – met hart en ziel – hun beste beentje voorzetten. Geen wonder dat zij op tilt slaan.

Je hebt altijd rotte appels, maar ik denk dat 98 procent van al die mensen die in de zorg werken, ontzettend bevlogen te werk gaat. En wat die professionals, samen met de mensen voor wie zij werken, niet allemaal bedenken om hun werk naar een hoger plan te tillen. Het zou terecht zijn als we veel meer vertrouwen zouden hebben in de zorg.

Natuurlijk moeten wij, samen met inspecties, bestuurders en politici de vinger aan de pols houden en oog hebben voor wat er wel of niet goed gaat. Moeten wij reageren op signalen die duiden op zaken die niet goed lopen. Maar laten wij dat doen met de juiste focus en met verstand van zaken ons richten op de patronen achter incidenten.

Solide pechhulp, zo leerde ook de ANWB, gaat met haar tijd mee. Daarom ruimt zij haar praatpalen op. Solide berichtgeving over zorg en welzijn vraagt om critici die zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Maar wel met een open oog voor het belang van de professionals en de mensen voor en met wie zij werken. Dat belang is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan suggestieve, ongenuanceerde en onjuiste uitlatingen. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. Een open oog daarvoor vraagt eerder om een solide beschouwing, dan om praatpalen of roekeloze generalisten die overal een krachtige opinie over hebben.

 

 

Waar het systeem wringt….

little men.png

  • Little men

Over de lenigheid, de kwetsbaarheid en de weerbarstigheid van kinderen. Daar draait het om in “Little Men” van Ira Sachs.

Als de grootvader van de 13-jarige Jake overlijdt, verhuist zijn gezin van Manhattan naar diens huis in Brooklyn. Daar leert de wat dromerige Jake, die een groot tekentalent heeft, Tony kennen. Tony is een streetwise joch met acteerambities. Tony’s alleenstaande moeder runt de winkel in hetzelfde pand. Het klikt onmiddellijk tussen beide jongens. Maar hun families komen in conflict over de huur van de winkel. De oorzaak daarvan heeft alles te maken met de onverbiddelijke wetten van ‘de markt’.

Sachs laat overtuigend zien hoe een amoreel systeem mensen, ook jonge mensen, kan mangelen en uit elkaar kan drijven, en hoe ze desondanks overeind blijven.