Mens, durf te delen!

delen.png

  • De wet toont ons de kaders, ons doen raakt de bedoeling

Professionals binnen het sociaal domein moeten meer ruimte, tijd en middelen krijgen om iedereen mee te laten doen in de maatschappij. ‘Om zelf in te kunnen schatten wat nodig is, om maatwerk te kunnen leveren en dat samen te doen met de mensen voor wie ze er zijn.’ Dat concluderen de Nationale- en Kinderombudsman in hun gezamenlijke jaarverslag over 2018. Ik onderschrijf de hartenkreet en waarschuw voor de valkuilen.

Duizenden professionals zetten zich elke dag in om mensen van dienst te zijn. Ondanks deze inzet en goede wil gaat het toch vaak mis. Protocollen en procedures staan goede dienstverlening in de weg. Vaak ook, omdat het delen van informatie tussen hulpverlenende instanties te weinig gebeurt. Uit angst voor de AVG (Algemene Verordening Gegevensverwerking) of de tucht. Ook dat concluderen de ombudsmannen.

En dan is daar de datalek van het voormalige Bureau Jeugdzorg Utrecht. Door een fout bij het voormalig Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn de dossiers van duizenden kwetsbare kinderen gelekt. Met paniek en kramp in het systeem als gevolg. Mijn reactie daarop? Actie is geëigend, maar paniek is volstrekt overbodig en misplaatst.

De problemen bij het (voormalige) Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn van een heel andere orde: hier gaat het om een technische oorzaak, waardoor vertrouwelijke informatie ten onrechte toegankelijk is geworden. Bureau Jeugdzorg veranderde in 2015 zijn naam in Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE). De oude website van Jeugdzorg Utrecht ging drie jaar later offline en zou normaal gesproken beveiligd worden afgesloten om misbruik te voorkomen. Maar dat gebeurde niet: de organisatie verlengde de domeinnaam van de website niet, dat zo’n 10 euro per jaar kost. Daardoor kon iedereen de website overnemen. Stom.

De ombudsmannen hebben het over een geheel ander probleem: doelmatige informatiedeling. Het delen van informatie tussen hulpverlenende instanties en professionals gebeurt nog te weinig. Dat ervaar ook ik nog dagelijks.

Dat is niet alleen zonde, maar het is een gotspe, want daardoor gebeuren er nog steeds calamiteiten die voorkomen kunnen worden als hulpverleners informatie zouden uitwisselen.

De angst voor de gevolgen regeert. Niet zelden aangewakkerd door een legertje van honderden nieuwbakken AVG-consultants. Of, als die angst er niet is, ervaren vele onduidelijkheid in de interpretatie van privacy. Dit belemmert een tijdige en adequate samenwerking tussen de disciplines. Daardoor stagneert de gewenste doortastende aanpak. Bijvoorbeeld bij ernstige overlast, criminaliteit, huiselijk geweld en kindermishandeling, recidive, problemen met jeugdigen, bemoeizorg voor zorgmijders, multiproblematiek in gezinnen, enzovoort en zo verder. De meeste gehoorde schaamlap is daarbij het ontbreken van een toestemmingsgrondslag. Terwijl voor veel situaties geldt dat dat toestemming helemaal geen vereiste is.

Wet- en regelgeving binnen het sociaal domein hanteren één gezin/huishouden, één plan, één regisseur als het uitgangspunt. Elkaar informeren dat je betrokken bent en informatie uitwisselen is daarvoor wel essentieel. Veel organisaties en hun professionals zijn echter (te) terughoudend om informatie te delen. Het  idee bestaat dat er een Wet op de privacy is die het verbiedt om informatie uit te wisselen. Dat het delen van persoonsgegevens absoluut en onder geen beding mag.

En wat blijkt? Informatie delen hoeft geen belemmering te zijn. Zeker, inventarisatie van wet- en regelgeving toont aan dat de verschillende taken en wetten in de meeste gevallen slechts op één probleem of op één domein betrekking hebben. Maar de veelheid van (wettelijke) taken en hun onderlinge verwevenheid, dwingen de gemeenten, instanties en hun professionals dat zij deze ‐ in geval van multiproblematiek ‐ ook in samenhang aanpakken. Dan moet niet alleen, het kan ook. Zo leren ons twee zeer bruikbare ‘argumenteerroutes’ (Grondslag samenwerken Zorg en Veiligheid • naar een handelingskader gegevensdeling • Werkdocument 01‐10‐2013 Mr. J. J. A. van Boven en Drs. P.J. Gunst).

Bij de eerste is hét argument dat ‐ indien de problemen niet in samenhang worden opgepakt –de kans groot is dat geen van de afzonderlijke (wettelijke) taken tot goede uitvoering zal leiden. Dan immers ontstaan de bekende coördinatieproblemen situaties. Met andere woorden: de intentie en de doelen die de overheid per domein heeft met de domein gebonden taak‐ en regelgeving, worden niet bereikt. Dit omdat de opgedragen (wettelijke) taken niet of onvoldoende de intentie van de wetgever verwerkelijken.

De tweede argumenteerroute leidt tot de conclusie dat de optelsom van alle verantwoordelijkheden en regietaken op de verschillende domeinen tot een overkoepelende c.q. systeem‐verantwoordelijkheid leidt. Namelijk dat de verantwoordelijkheid wordt geborgd dat deze subsystemen wél informatie met elkaar delen. Doordat er op zoveel leefgebieden afzonderlijke wetten en taken zijn vastgesteld, kan het niet anders zijn dan dat daar een nieuwe domein overstijgende verantwoordelijkheid aan wordt ontleend. Juist omdat bekend is dat alleen in samenhang de problemen kunnen worden aangepakt. Daarbij is het van groot belang dat er zorg en steun ‘op maat’ wordt geboden, toegesneden op de situatie die speelt.

Om dit inzicht draait het welslagen van het adagium: één gezin/huishouden ,één plan, één regisseur. Het doel dient dan wel zodanig geformuleerd dat dit meerdere domeinen omvat. Wij moeten hierbij uit te gaan van één overkoepelend doel met een aantal subdoelen, waarbij de subdoelen steunen op diverse wetten en (beleids)taken. Hiermee is voldaan aan de wettelijke eis dat gegevens mogen worden gedeeld als er een doel is, maar ook indien sprake is van ‘verenigbaarheid van doelen’. Zo wordt de verbinding tussen de domeinen veiligheid (inclusief justitieel ingrijpen) en zorg een basisvoorwaarde om gelegitimeerd informatie over bijvoorbeeld een huishouden uit te wisselen tussen betrokken partners. Deze eis van ‘verenigbaarheid van doelen’ kunnen we toepassen als antwoord op de vraag of er informatie mag worden gedeeld bij multiproblematiek, om zodoende eerder een signaal te krijgen en in te kunnen grijpen voordat een situatie escaleert

Na het recente datalek bij voormalig Bureau Jeugdzorg Utrecht, en de hausse aan publicaties daarover zullen professionals zich mogelijk nog nadrukkelijker achter de oren krabben over het antwoord op de vraag of het wel zo slim is om informatie te delen. Dat is enerzijds begrijpelijk en anderzijds te gek voor woorden. Wees wie je bent als professional. De wet toont ons de kaders. Bij ons doen draait het om de bedoeling! De verantwoordelijkheid daarvoor kun je nemen als je steeds en opnieuw zorg draagt voor een duidelijke motivering en die motivering ook vastlegt. Richt je erop om het beste te zijn wat je kunt zijn in wat je wilt doen en betekenen voor de ander.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

Advertenties

Het grote bad

het grote bad

  • Le Grand Bain (2018)

In het gemeentelijk zwembad bekwaamt een groepje mannen van middelbare leeftijd zich in de kunst van het synchroonzwemmen. Hun trainster Delphine is een voormalig zwemkampioene die haar portie ellende wel gehad heeft. De heren zelf zijn van diverse pluimage en hebben ook allemaal zo hun eigen besognes. Samen vormen ze echter een hecht team en zijn ze er voor elkaar. Langzamerhand krijgen ze weer het gevoel dat ze er toe doen. Ondanks sceptische reacties van familie en vrienden besluiten ze als team voor Frankrijk uit te komen op het WK synchroonzwemmen.

De Franse hitkomedie Le grand bain gaat over acht depressieve mannen van middelbare leeftijd die gaan schoonzwemmen. Regisseur Gilles Lelouche vond het tijd om “over onze collectieve malaise te lachen.” En daarin is hij geslaagd!

Ongewenst zwanger in Marokko

sofia.png

  • Sofia

De Marokkaanse twintiger Sofia, ongehuwd, krijgt tijdens een familiediner plotseling heftige buikkrampen, maar pas als haar vliezen breken lijkt het tot haar door te dringen dat zij zwanger is.

Haar nicht Lena neemt haar stiekem mee naar een ziekenhuis in Casablanca. Daar aangekomen blijkt dat niemand Sofia kan helpen. In Marokko is seks buiten het huwelijk strafbaar. Een ziekenhuis zou een bevallende vrouw daarom alleen mogen opnemen als een man het ongeboren kind erkent. Een bewaker bij de deur controleert of iedereen, inclusief de artsen, zich aan deze wet houdt. Via connecties van Lena, die arts is, bevalt Sofia toch in het ziekenhuis. Maar wat dan? Het kind te vondeling leggen, de gevangenis in of de vader opsporen en trouwen? Bovendien weten Sofia’s ouders nog van niets.

Vanaf dat moment vertelt Meryem Benm’Barek in haar debuut Sofia een verhaal waarin niets is wat het lijkt.

Op een slimme manier speelt de film met vooroordelen en verwachtingen, waardoor je je als kijker steeds meer gaat afvragen wie nou het echte slachtoffer is van de situatie en het sociale systeem met klassenverschillen, machtsmisbruik en (ongeschreven) regels.

 

Oude mannen

onvolyoiid verleden

  • Onvoltooid verleden

Ruim dertig mannen boven de 65 jaar worden geportretteerd in Onvoltooid verleden. Ze staan op de foto met een attribuut dat verwijst naar hun vroegere carrière: de onderwijzer met zijn schoolkrijtje, de bankier met zijn spaarvarken en de musicoloog met zijn stemvork. De portretfoto’s en verhalen schetsen een beeld van de mannen die in een nieuwe fase van hun leven komen: welke rol speelt werk in het leven na de pensionering? Hoe heeft het werk hun identiteit gevormd en in welke mate zijn ze dezelfde persoon gebleven nu ze met werken zijn gestopt? De mannen hebben gemeen dat ze gedurende hun carrière ‘maatschappelijk verantwoordelijke’ posities hebben ingenomen. Merkwaardig genoeg ontbreken vrouwen, en mannen zonder academische graad.

Vier essays (van onder andere geriater Marcel Olde Rikkert) vormen de inleiding, waarvan een drietal gaat over ‘ouder worden en identiteit’. Auteur Richard Grol schrijft het vierde essay met als onderwerp ‘het portret in de fotografie’. Als emeritus hoogleraar gezondheidszorgonderzoek ontpopte hij zich met dit boek als fotograaf. Hij fotografeerde ook zichzelf en medeauteur Bert Ummelen. Ondanks enige storende typefouten zijn de levensverhalen inspirerend en gemakkelijk weg te lezen.

  • Onvoltooid verleden, Richard Grol en Bert Ummelen, Valkhof Pers, 167 blz., 17,50 euro.

Anders aangenaamd

nieuwe namen

  • Nieuwe namen

Nieuwe namen bundelt levensverhalen van een in de maatschappij en media doorgaans ‘sterk onderbelichte groep’: transgender senioren. Transvrouwen, transmannen, transseksuelen, travestieten en crossdressers vertellen over de weg naar hun naamsverandering, waar vaak jaren van twijfel, strijd, onzekerheid maar ‘een diep-van-binnen-toch-zeker-weten’ aan vooraf gingen.

De ouderen zijn openhartig over de worsteling met hun identiteit, de reacties uit hun omgeving, de stigma’s en niet zelden de strijd met religie. ‘Misschien mogen we wel zeggen dat we een verrassing van God zijn, maar helaas voor de meeste mensen niet bepaald een heel welkome verrassing.’ De niet altijd even vlot lopende ervaringen met artsen en medische trajecten komen ook voorbij. ‘De manier waarop er met rode en groene lichten gezwaaid wordt om te bepalen hoe jij mag leven, ongelooflijk vind ik dat.’

De verhalen laten zien dat er ondanks veel vooruitgang nog ruimte is voor verbetering. Dit informatieve boek is een respectvolle stap in die richting.

Nieuwe namen, Eveline van de Putte, Uitgeverij de Brouwerij, 272 blz., 25 euro.

De kunst van autisme

autisme.png

  • De kunst van autisme!

Mensen met autisme: Ik snap dat ze zich vaak niet welkom voelen in deze wereld, maar ik ben blij dat ze in mijn leven zijn.

Mensen met autisme gaan anders met informatie uit de wereld om hen heen om dan mensen zonder autisme. Ze hebben een andere manier om prikkels te verwerken. Daardoor beleven en ervaren ze de wereld om hen heen anders. Deze andere manier van de wereld ervaren is van invloed op hun manier denken, handelen, voelen en begrijpen. Het autisme is onderdeel van hun mens zijn. En elk mens, met of zonder autisme is uniek.

“Mijn kracht is dat ik mijn eigen gedachten vorm, in plaats van de geijkte weg te volgen. Dat leidt tot nieuwe oplossingen.”

Niet minder, niet beter, maar anders. De wereld, onze maatschappij en onze omgang met elkaar is vooral ingesteld op mensen zonder autisme. Dat maakt dat mensen met autisme zich er vaak een vreemde voelen.

Autisme is een manier van ervaren en begrijpen die veel kwaliteiten in zich draagt. Veel mensen met autisme beschikken over positieve eigenschappen, zoals oog voor detail, eerlijkheid, loyaliteit en het vermogen om systemen te analyseren. Ook hebben zij vaak waardevolle ‘speciale interesses’, onderwerpen waar zij álles van weten.

Juist daarom is de  Autismeweek 2019 een  ode aan de passie en de sterke eigenschappen van mensen met autisme. De boodschap is dan ook dat wij ons daar op richten, en niet alleen op de dingen die hen minder goed afgaan.

Maak het onzichtbare zichtbaar!

onzichtbare

  • Jij en jouw verhaal (ver-)telt ons!

Het thema van de Week van de Psychiatrie 2019 is Zichtbaar? Want psychische problemen zijn in principe onzichtbaar. En vaak houden wij ze geheim. Het is vaak een enorme stap om dat stukje van onszelf te laten zien. Omdat wij ons ervoor schamen. Terwijl iedereen in zijn leven wel eens voor dergelijke vragen komt te staan.

Sociale teams in gemeenten voeren de Wet maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet uit. Zo zijn de gemeente verantwoordelijk voor alle ggz-zorg aan jeugdigen tot 18 jaar en voor integrale ondersteuning aan kwetsbare inwoners. Het idee daarachter is dat de gemeente dicht bij de burger staat en zijn sociale en maatschappelijke omgeving het beste kent.

bunnik

Bovenstaande oproep in de lokale krant van Bunnik viel Bram (vanwege de privacyregels een alias voor de echte briefschrijver) op. “Omdat het diverse aanknopingspunten heeft met mijn situatie. Ik ben geboren met een vorm van autisme. Dit maakt – naast talloze andere factoren in mijn omgeving – dat ik ben wie ik ben.” Zo schrijft Bram.

“Een van die andere factoren is” – zo schrijft Bram – “een ‘verborgen stoornis’ bij mijn overleden moeder. Een eufemisme voor psychopaat. Een onderwerp dat eigenlijk niet bespreekbaar is, maar er wel is!  Over autisme kan ik simpelweg een gesprek beginnen, over psychopathie niet. Ik ontmoet al gauw ongeloof. Niet alleen bij familie, maar ook bij mensen die er beroepsmatig mee te maken hebben.”

“De gevolgen zijn er feitelijk vanaf mijn prilste jeugd. Mijn autisme kreeg de schuld van mijn achterblijven in ontwikkeling. Toch dekte dat bij lange na niet de lading daarvan. Ik zag dat leeftijdgenoten zich gemakkelijk ontwikkelden, terwijl ik vastliep op wat voor hen een peulenschil was. Zelf kreeg en krijg ik gemakkelijk de schuld van de situatie. Ik heb nou eenmaal een handicap.”

“In mijn puberteit bemerkte ik dat mijn moeder in feite twee gezichten had. Een masker droeg dus. Waar de meeste mensen niet doorheen prikten. Mijn problemen thuis namen snel toe, omdat ik er wel doorheen prikte. Op mijn weg naar zelfstandigheid en volwassen worden ondervond ik vooral tegenwerking op grond van mijn anders zijn. Waarmee overigens geen rekening werd of wordt gehouden. Dat maakt voor mij dat het verhaal niet klopt. Zien anderen mij als gehandicapt? Dan moeten ze daarmee rekening houden. Zien ze mij niet als zodanig, dan moeten ze mij dezelfde kansen bieden als mensen zonder handicap.”

“Gelijke kansen heb ik zeker niet gehad en ik moet mij zaken ontzeggen die voor anderen de normaalste zaak van de wereld zijn. Zoals het aangaan van een relatie. Ik ga nu richting 60 jaar en ik laat het verder maar zo. Het leidt vooral tot vermoeiende gesprekken over mijn familie. Waarin ik mij anders moet opstellen om het contact goed te krijgen.”

“Eigenlijk gaat mijn familie ervan uit dat mijn autisme met therapie te verhelpen is. Het gaat dan vanzelf over, is de houding. Houd ik er zelf geen rekening mee, dan gaat het mis op een manier dat ik het zelf later pas in de gaten krijg. Daar word ik vervolgens weer op afgerekend, ook door familie. Voor het overige heb ik mijn dagelijks werk, mijn vrienden en mijn hobby’s. Ik mij wel….

Bram sluit af met een hartenkreet: “Ik wil eigenlijk vooral zeggen dat de mogelijkheid om het onzichtbare zichtbaar te maken er in het dagelijkse leven vaak niet is. Dat is de reden van mijn reactie: ik wil vragen om opmerkzaamheid op deze problematiek.”  

Sociale teams in de gemeenten zien vaker mensen als Bram. Steeds valt op dat het mensen helpt om over het onzichtbare te praten. Dat kan. Door met elkaar in gesprek te gaan. Als buren, vrienden of collega’s. Of, als dat prettiger is of veiliger voelt, met professionals. Als wij zo elkaar helpen het onzichtbare zichtbaar te maken, leidt dat tot meer begrip en verbinding. En dus kan Bram erop rekenen dat wij met hem in gesprek gaan. Gewoon, omdat zijn verhaal ertoe doet. Het helpt anderen (en onszelf!) het taboe op psychische gezondheid te doorbreken. Ieder verhaal doet er toe. Zoals ieder mens ertoe doet. Alleen al daarom ben ik blij met de reactie van Bram. Hij en zijn verhaal (ver-)telt ons! Hij laat ons zien dat het zichtbare vaak het gevolg is. De oorzaken heersen (te) vaak onzichtbaar.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden