Utøya herbeleefd

utoya.png

  • Utøya 22. Juli

Op 22 juli 2011 laat een zwaarbewapende rechtsextremist een bom afgaan in het centrum van Oslo. Op het eiland Utøya vindt op dat moment een zomerkamp voor jongeren plaats.

Geschokt door het nieuws uit de hoofdstad stellen de jongeren hun familie thuis gerust dat ze ver van het incident vandaan en veilig zijn. De 19-jarige Kaja maakt ruzie met haar zusje Emilie omdat zij geen zin heeft om naar een barbecue te gaan. En dus gaat Kaja alleen. Dan zijn er ineens schoten te horen. Er is geren en geschreeuw, en de jongeren doen er alles aan om zich te verschuilen. Ze zorgen voor elkaar terwijl ze proberen uit te vinden wie de aanval heeft geopend en hoe ze kunnen ontkomen. Daarnaast moet en zal Kaja haar zusje weer vinden.

Regisseur Erik Poppe vertelt met Utøya 22. Juli het gruwelijke waargebeurde verhaal van de aanslag van Anders Breivik, waarbij hij 69 jongeren doodschoot en er nog eens 200 verwondde. Geholpen door slachtoffers gaat Poppe voor een akelig realistisch beeld, dat in één take is opgenomen. Het moment van de aanslag in de film duurt 72 minuten, net zolang als in het echt, en bevat het exacte aantal schoten. We zien de jongeren op het eiland vaak vanuit hun persoonlijk perspectief. Daarmee wil Erik Poppe de focus leggen op de slachtoffers in plaats van de dader. Tijdens de Noorse première waren er gemixte reacties op de film, die 7 jaar na de aanslag is gemaakt. Sommigen vinden het goed voor de verwerking, anderen vinden het te vroeg.

Advertenties

Te voet komt hij niet ver…

don't worry.png

  • Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot

John Callahan bruist van de levenslust, heeft een talent voor politiek incorrecte humor en een drankprobleem.

Na een wilde feestnacht belandt hij voor de rest van zijn leven in een rolstoel. Vanuit een schijnbaar uitzichtloze situatie maakt John echter een vriend voor het leven binnen een excentrieke AA-groep. Bovendien ontmoet hij de vrouw van zijn leven en verwerft hij nationale faam en glorie met zijn schofferende cartoons, de belangrijkste uitlaatklep voor zijn strijd tegen alcohol en het leren omgaan met zijn zware handicap. Fans roemen zijn zwartgallige humor, maar haters klagen over zijn gebrek aan politieke correctheid. Een luchtige film op over een man die van zijn grootste kwetsbaarheid zijn sterkste eigenschap maakt.

Heb het lef eens

dakloos.png

  • Van onderhouden naar oplossen

Het gaat goed met de economie in Nederland. Zij draait op volle toeren. Hetzelfde geldt voor de opvang van dak-en thuislozen in ons land in het algemeen en de 4 grootste steden in het bijzonder. Hun aantal stijgt fors, nadat het probleem enkele jaren geleden vrijwel was opgelost. De dag- en nachtopvang draait op volle toeren. Niet in de laatste plaats ook, omdat zij – door het gevoerde beleid – vooral ook als draaideur fungeren. Wil de opvang duurzaam betekenis krijgen, dan is een omslag van het onderhouden van het probleem naar het wegnemen van de oorzaken dringend noodzakelijk.

De dakloze anno 2018 is al jaren niet meer de getikte zwerver of de tandeloze junk. Het gaat over personen met een complexe problematiek, waarbij een groot aantal factoren van maatschappelijke en individuele aard een rol speelt. Een cumulatie van stressvolle gebeurtenissen, materiële, affectieve of relationele factoren, persoonlijke en institutionele factoren, waaraan een verschillend gewicht wordt gegeven, zorgt voor de thuisloosheid. Dit komt onder andere door de moderne samenleving, die een aantal risico’s herbergt voor maatschappelijke uitsluiting en thuisloosheid. Processen als individualisering, het hogere levenstempo, de druk op toenemende arbeidsproductiviteit en de afnemende bereidheid om mensen binnen de eigen kring op te vangen zijn voorbeelden van risicofactoren voor sociale uitsluiting.  Wie om welke reden dan ook achter raakt met zijn vaste lasten – door scheiding en/of ontslag – staat voor hij het weet op straat. Bij een bepaalde categorie van thuislozen is er bovendien sprake van een pijnlijke onmacht hen adequaat te kunnen helpen. Zij heten de zorgmijders: voor iedereen ongenaakbare of verwarde mensen die zich ondanks hun in ellende gezwachtelde omstandigheden beroepen op hun recht op zelfbeschikking.  Dat maakt de groep van dak- en thuislozen zeker geen homogene groep.  In sociaal opzicht is er sprake van een ernstige problematiek! Tegelijkertijd lijken stadsbestuurders deze problematiek vooral een ongewenst fenomeen te vinden waartegen men hardhandig wenst op te treden. De zichtbare aanwezigheid van daklozen en de overlast die met hun gedrag gepaard gaat, wordt door hen als ongewenst beschouwd, omdat dit een negatieve invloed heeft op de uitstraling van de stad. De stigmatisering richting daklozen neemt daardoor eerder toe dan af.

Het is dus niet waar dat iedereen in Nederland mee mag doen en dat wie aan de kant blijft staan bij de kraag wordt gevat om onderdeel te worden van de maatschappij. Daklozen kunnen de bout hachelen.

De rekenkamers van de vier grote gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hebben op basis van onderzoek eerder deze maand (mei 2018) vastgesteld dat er vier wezenlijke knelpunten spelen:

  1. Gemeenten leveren onvoldoende passende ondersteuning bij de meestal zeer complexe problematiek van cliënten. Nog te vaak staat niet de cliënt, maar het systeem met allerlei regels en criteria centraal
  2. Er zijn tekorten wat betreft opvangbedden en passende en betaalbare woonruimte binnen en buiten de opvangketen.
  3. De sturingsinformatie is bij alle gemeenten van wisselende kwaliteit.
  4. Sommige van de G4-gemeenten hebben in de organisatie van opvang en ondersteuning onvoldoende aandacht voor leren, verbeteren en innoveren.

In 2013 leek het probleem van de dak- en thuislozen na de actie ‘Niemand Op Straat’ vrijwel opgelost. Hoewel er toen nog altijd 24.000 dak- en thuislozen bij opvanginstanties verbleven. Sinds twee jaar neemt het aantal dak- en thuislozen snel toe, ondanks alle inspanningen.

Het totaal aantal dak- en thuislozen is gestegen tot 31.000, terwijl er ook er weer duizenden daklozen in de steden buiten slapen. Per saldo kachelen wij achteruit.  Zeker in de grotere gemeenten. Meer dan de helft van de landelijke stijging vindt daar plaats. Precieze cijfers zijn moeilijk te krijgen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CSB) hanteert getallen waarbij dak- en thuislozen vooral worden geregistreerd als ze in de opvang zitten of bij familie op de bank slapen. Van daklozen op straat bestaan geen cijfers. Deze registratie- en informatievoorziening moet worden verbeterd, zodat beter gestuurd kan worden in opvang en zorg. Maar betere registratie alleen neemt de oorzaken niet weg. Je kunt er niet in wonen, noch van eten.

Natuurlijk, er zijn veel voorzieningen voor deze doelgroep, naast ook frequent niet-gebruik van deze instellingen. Maar juist deze oplossingen zijn de oorzaken van het structurele probleem. Dak- en thuislozen krijgen onderdak en begeleiding, maar een duurzaam perspectief, een eigen ‘thuis’ wordt niet of mondjesmaat geboden. Cliënten verblijven daardoor vaak te lang in een opvangcentrum waardoor ze ‘geïnstitutionaliseerd’ raken.

De graad van terugval na vertrek uit een opvangcentrum is mede hoog, omdat de begeleiding zich vooral toespitst op de opvang en dus niet op de woonsituatie. De druk aan de poort van de instellingen is daardoor onveranderd hoog, en het duurt vaak een tijdje voordat een behandeling kan starten of er een plekje is gevonden waar iemand opgenomen kan worden. Het is de kracht van de opvangvoorzieningen om voor die mensen even herberg te zijn ter overbrugging naar een meer gepaste en – als het even kan – duurzame vorm van ondersteuning.

De integrale aanpak is binnen de opvang mede daardoor succesvol. Deze heeft er toe geleid dat er heel veel mensen van straat zijn gehaald en een beter (integraal) hulpaanbod hebben gekregen. Er is minder overlast op straat en de veiligheid is toegenomen. Een duurzaam toekomstperspectief voor deze mensen echter ontbreekt. Dat is ook het ondubbelzinnige en vernietigende oordeel van de rekenkamers van de G4.  Met de huidige inzet, gericht op het realiseren van opvang, faciliteert de gemeente daarmee feitelijk het in stand houden van het probleem.

Het passende antwoord ligt in een eigen huis, een plek onder de zon, meedoen (participatie) en altijd iemand in de buurt die jou raden kan. Dat draagt bij aan duurzaam herstel. Weten wij uit onderzoek en ervaring. Juist echter die elementen ontbeert de huidige opvang. Waardoor het risico op terugval voor dak- en thuislozen niet alleen groot is, maar vooral ook naakte werkelijkheid. Er zijn – naar de huidige stand van zaken – zo’n 10.000 woningen nodig om een groep van 16.000 daklozen die klaar zijn om zelfstandig te wonen, een eigen onderkomen te bieden. Realiseren wij dat niet, dan blijft alle opvang per saldo – de niet aflatende inzet en bedoelingen van de voorzieningen ten spijt – water naar de spreekwoordelijke zee dragen.

Wat is de oplossing? Een woning! Gewoon zoals iedereen een woning betrekt. Met voorwaarden die voor alle huurders gelden: geen overlast veroorzaken, tijdig huur betalen en je houden aan de (sociale) regels. Omdat het hierbij gaat over mensen voor wie zelfstandig wonen geen vanzelfsprekendheid is, kan woonbegeleiding op maat een uitkomst zijn; met als doel de woning te behouden. Met het weer zelfstandig wonen neemt de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van de deelnemer toe en gaat hij weer perspectief zien. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om te gaan werken aan verbetering van de kwaliteit van leven.

Het wordt tijd dat de opvangvoorzieningen in de steden daarvoor de handen ineen slaan. Het lef hebben om een grens te stellen. Van hun achilleshiel het sterke punt maken. Oftewel: zij moeten van de gemeenten (fors) meer budget vragen Met onder andere gemeenten en woningcorporaties moeten zij zich inspannen om samen voldoende woningen te realiseren. Waarbij ook alternatieve en laagdrempelige woonconcepten als tiny houses in ogenschouw genomen worden. De opvang wordt daarbij omgevormd tot ‘tijdelijke verblijfscentra met maximale leerkansen voor het individu’, waarbij individuele begeleiders de cliënt langdurig ‘volgen’. Goed opvang begint namelijk waar zij ophoudt: bij thuisgeven!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Het huis waarin wij woonden

La Villa.png

  • La Villa

De broers Joseph en Armand en hun zus Angèle krijgen te horen dat hun vader een beroerte heeft gehad en zijn genoodzaakt om weer samen te komen in hun geboortedorpje aan de kust van Marseille.

Angèle, een gevierde actrice, is sinds een familiedrama twintig jaar geleden niet meer naar het dorp terug geweest. Joseph is inmiddels met pensioen en heeft verbitterd zijn idealen opgegeven. Armand probeert het plaatselijke restaurant, opgericht door hun vader, draaiende te houden. In hun leven is geen plaats meer voor het dorpsgevoel van vroeger. De drie komen samen in de pittoreske villa van hun vader om te bepalen wat er moet gebeuren met het huis en het restaurant. Terwijl zijn situatie achteruit gaat, worden de drie geconfronteerd met wie ze zijn geworden en wat ze hebben geërfd van het verleden. Wat vroeger was, wordt ingehaald door dat wat nu is. Hun vader heeft zijn ideaal, een wereld van solidariteit, vastgelegd rondom het familierestaurant. Lukt het hen dat ideaal in stand te houden?

Filmmaker Robert Guédiguian blijft met La villa in het thema van zijn andere films; een verhaal over “gewone mensen” in de omgeving van Marseille, waar hij zelf geboren is. Ook de hoofrolspelers hebben al in een aantal van zijn eerdere films gespeeld. La villa won prijzen op het filmfestival van Venetië. Waar het verhaal op de oppervlakte een ontroerend en melancholisch verslag lijkt van een familie die zijn band hersteld, is er ook een noot van sociale kritiek. Zo was het dorpje in de film vroeger communistisch en heerste er verbondenheid. Maar nu is er vooral eenzaamheid en leegstand. Het grote geld heeft gewonnen van de solidariteit.

Grimmige buren

under the tree.png

  • Under the tree

Atli wordt door zijn vrouw het huis uit gezet, en gaat weer bij zijn ouders wonen….

Hij verwacht terug te komen in een rustige wijk, maar niets is minder waar. Zijn ouders zijn verwikkeld in een bittere burenruzie. Inga en Baldvin zijn de trotse eigenaren van de enige boom in de buurt. De grote, mooie boom in hun tuin blokkeert echter de zon op de veranda van amateur scherpschutter Konrad en zijn veel jongere, atletische vrouw Eybjorg. De twee stellen zouden niet méér van elkaar kunnen verschillen, en de situatie ontwikkelt zich al snel van kinderachtig tot catastrofaal. Bezit wordt vernield, huisdieren verdwijnen op mysterieuze wijze en overal worden beveiligingscamera’s geïnstalleerd. Bovendien gaat er ook nog het gerucht de ronde dat iemand de buurman heeft gezien met een kettingzaag…

“Under the Three” is een gitzwarte komedie gevuld met cynische humor en een vakkundig ontworpen tempo. Het is een grimmige herinnering aan hoe moeilijk het voor ons kan zijn om de kleine dingen in het leven te laten gaan, soms zelfs ten koste van onze menselijkheid. De IJslandse Regisseur Haffsteinn Gunnar Sigurðssen is onder andere bekend van Either Way (2011) en Paris of the North (2014). Under the Three won maar liefst zeven prijzen op de Edda Awards, het IJslandse filmfestival.

Vreemd onderkomen

onderkomen

  • Onderkomen

Ghullam, Keiber en Noori waren minderjarig toen ze, zonder ouders, van Afghanistan naar Nederland vluchtten.

Inmiddels zijn ze al jaren in afwachting van een verblijfsstatus en wonen ze in een vervallen sloopflat vlakbij Maastricht. Drie gepensioneerde Maastrichtenaren trekken zich het lot van de jongens aan en bieden ze hulp in de vorm van advies, afleiding en dagelijkse boodschappen.

Als alleenstaande minderjarige vreemdelingen kregen Ghullam, Keiber en Noori een speciale (amv) status, maar die is inmiddels verlopen en er is voor de Afghaanse jongens weinig zicht op een verblijfsvergunning in Nederland. Ondertussen wonen ze al jaren in een flat die op de slooplijst staat en mogen ze niet werken of studeren. Dus vullen ze hun tijd met wachten, sporten en rappen. De vrijwillige medewerkers van VLOT – een werkeenheid van het Leger des Heils, dat hulp biedt aan (bijna) uitgeprocedeerde asielzoekers – trekken zich het lot van de jongens aan en helpen ze met hun aanvragen bij de AIVD en voorzien ze van de dagelijkse levensmiddelen.

Hartverwarmende docu van de Nederlandse filmaker Jacqueline van Vugt.

Onderdrukt of onderdrukker?

a man of integrity

  • A Man of Integrity

De fatsoenlijke familieman Reza leeft samen met zijn vrouw en zoon op het platteland in het noorden van Iran.

Als vissenkweker leidt hij een rustig bestaan. Op een dag wordt de toevoer van een rivier afgesloten waar zijn watervoorziening afhankelijk van is. In een poging om de sluis weer open te krijgen komt hij in aanraking met Abbas, de lokale woordvoerder van een raadselachtige organisatie die simpelweg bekend staat als “de firma”. Alleen als Reza hem smeergeld betaalt, krijgt hij zijn stuk land en zijn watervoorziening weer terug. Reza wil hier niet aan toegeven, maar hij en zijn familie worden op alle mogelijke manieren onder druk gezet. Hij wordt steeds meer geconfronteerd met hoe moeilijk het is om in een corrupte samenleving integer te blijven. Hoe ver ga je om je eigen integriteit te bewaren in een land waar onderdrukkers de dienst uit maken?

Met A Man of Integrity geeft regisseur Mohammad Rasoulof kritiek op de hedendaagse Iraanse samenleving. Het terugkomende thema van zijn films is de manier waarop een autoritair regime onafhankelijke stemmen tot zwijgen brengt. Niet voor niets is de essentie van het plot ‘Je wordt onderdrukt of ben je de onderdrukker’.

De film bevat ook autobiografische elementen; Mohammad Rasoulof moest zijn films in het geheim maken omdat de Iraanse overheid hem een filmverbod heeft opgelegd. Via een USB-stick heeft hij de film naar het festival van Cannes gebracht. Daar werd hij onderscheiden met ‘Un Certain Regard’. En dat terwijl de film in zijn eigen land verbannen is.