Onthouding

celibaat.png

  • Celibaat

In de documentaire Celibaat maakt regisseur Daan Jongbloed het taboe rondom de seksuele onthouding binnen het Sint Agatha voorzichtig bespreekbaar.

De Kruisheren van Sint Agatha kozen op jonge leeftijd voor een celibatair leven in het klooster. In deze kleine gemeenschap wordt nauwelijks gesproken over hun seksuele onthouding en de afwezigheid van een liefdesrelatie. In verstilde observaties en intieme interviews over verlangens, worstelingen, twijfels en eenzaamheid, schetst de documentaire een kwetsbaar en eerlijk beeld van mannen die voor een celibatair leven kozen.

Advertenties

Wij anti autoritaire kinderen

Sharon Kilinger is psychologe, ondernemer, moeder en filmmaker. Dit is haar eerste documentaire. Oude filmbeelden van haar antiautoritaire crèchetijd in Nijmegen in de jaren 70 worden afgewisseld met het hier en nu.

Sharon: “Ik vind het opvallend hoe de anti- autoritaire crèche altijd zo negatief wordt weggezet in de media. Ik heb dat zelf nooit zo ervaren en vraag me af hoe mijn oud- crèchegenoten daar tegenaan kijken.”

“In mijn film zoek ik mijn oude crèchegenoten op. Ik onderzoek hoe zij terugkijken op deze tijd? Wat waren nu de doelstellingen van de crèche en is het ‘gelukt’, zijn we geworden wat onze ouders voor ogen hadden? En wat nemen we er vervolgens van mee in de opvoeding naar onze kinderen toe?”

Mooie, eerlijke verhalen en enkele verrassende conclusies zijn het resultaat, tegen de achtergrond van een bijzonder tijdsbeeld. Een feest van herkenning, voor wie de jaren 70 heeft meegemaakt en de tijdloze worsteling van ‘goed’ opvoeden.

Jouw vader en moeder

your mum and dad

  • Your Mum and Dad

Your Mum and Dad is de nieuwe documentaire van Klaartje Quirijns (The Dictator Hunter, Anton Corbijn Inside Out). Deze film snijdt universele thema’s aan voor iedereen die zich afvraagt hoe je met familie, geheimen en het leven zelf om kan gaan.

‘They fuck you up, your mum and dad. They may not mean to but they do.’ Het begin van dit gedicht van Philip Larkin raakt de kern van de vragen die Klaartje Quirijns stelt in haar nieuwe documentaire.

In 2012 werd Klaartje door een diagnose in haar borst op een existentiële manier geraakt, waarna ze besloot de camera op zichzelf te richten, op haar familie en een onbesproken trauma. Aan de hand van therapiesessies onderzoekt zij de krachtige dynamiek van haar eigen familierelaties en de manier waarop haar leven hierdoor is gevormd. Terwijl we worstelen met het heden, zijn we tegelijkertijd niet altijd bestand om met de trauma’s uit het verleden om te gaan.

Klaartje Quirijns werkte als regisseur bij de NPS en de VPRO. Daarna vertrok ze naar New York, waar ze werkte aan documentaires en een video-installatie maakte voor de Kunsthal. Klaartje maakte internationaal naam met films als The Brooklyn Connection, The Dictator Hunter en Peace vs. Justice. In deze documentaires zocht ze naar (politieke) structuren die niet direct waarneembaar zijn. Haar films hebben als overeenkomstig thema een gebrek aan communicatie.

De NIMBY-bestuurders

nimby

  • Het juiste of het gemakkelijkste pad

Als er een moeilijk gesprek of pijnlijke situatie in de lucht hangt, zegt ons instinct: RENNEN! Confrontatie uit de weg gaan, telefoon niet opnemen, verdwijnen in je werk, feesten, drinken, kop in het zand. Iedereen doet dat wel een. Schuift moeilijke gesprekken of ingewikkeld werk voor zich uit en doet z’n best om aardig gevonden te worden. Alles om ongemakkelijke situaties te voorkomen. Weglopen voor een probleem is heel menselijk en tot op zekere hoogte ook te begrijpen. Maar waar je ook heen vlucht, die angst of het probleem verdwijnt er niet mee. Er komt een moment dat je er iets mee moet. En dat is niet per se makkelijk of leuk.

Een paar honderd euro per maand hebben gezinnen in armoede per maand extra nodig. Anders moeten zij hun kinderen deelname aan de sportclub ontzeggen of van de aankoop van noodzakelijke kleding afzien. Of, erger nog, hun gezin gezonde voeding ontzeggen. Zij klagen erover dat bij gezinnen met hogere inkomens sprake is van een overschot. De goede raad die zij veelal krijgen is, dat zij moeten leren de tering naar de nering te zetten. Oftewel, de uitgaven aanpassen aan de inkomsten. Meestal wordt er iets mee bedoeld als ‘ze moeten even de broekriem aanhalen’.

Een half miljard euro hebben de gemeenten extra nodig, anders moeten voorzieningen zoals zwembaden en bibliotheken sluiten. Dat zegt de ‘G40’, de organisatie van de veertig grootste gemeenten. De gemeenten krijgen al jaren minder geld en moeten daar steeds meer van doen. Hóe ze hun geld besteden mogen ze zelf bepalen. De G40 klaagt dat er in Den Haag een overschot is, maar dat gemeenten niet worden gecompenseerd. Ook mag een gemeentebegroting – net als de bankrekening van gezinnen die van een minimum moeten rondkomen, niet in de rode cijfers gaan.

Moeten wethouders niet net als die gezinnen zelf maar zorgdragen dat ze hun cijfers op orde hebben, of moeten anderen of het rijk bijspringen?

Ik zal niet beweren dat er geen extra geld naar de hiervoor bedoelde gezinnen of gemeenten moet. Als dat helpt om betere keuzes te maken, is dat prima. Anders ligt dat als extra geld maakt dat er noodzakelijke keuzes uit de weg gegaan worden. Vanwege dat laatste heb ik mijn vraagtekens bij de opstelling van de G40. De binnen het sociaal domein gevraagde transformatie vraagt – net als de transformatie van ons energiestelsel – verregaande keuzes. De effecten van die keuzes zal iedereen (moeten) merken.

De overheid dat zijn wij, u en ik. Wij hebben uit ons midden mensen tot bestuurders gekozen. Hun taak is het de verschillende belangen en keuzemogelijkheden in beeld te brengen. Om vervolgens – liefst samen met de inwoners die zij vertegenwoordigen – tot keuzes komen.  Waarbij duidelijk moet zijn dat niet alles en zeker niet tegelijkertijd kan Als de inwoners een zwembad gesubsidieerd willen hebben, of een betere bibliotheek, meer groenonderhoud of betere wegen, dan kan dat, als diezelfde bestuurders op andere terreinen – de zorg voor elkaar bijvoorbeeld – op hun inwoners (kiezers) kunnen rekenen.

De overheid is een functie, een rol binnen onze netwerksamenleving. Iedereen in die samenleving is gewoon een burger, ook ambtenaren en bestuurders! Ambtenaar-burgers en bestuurder-burgers – of dat nu bij gemeenten, provincies en departementen is, zijn geen de door ons vooruitgeschoven posten. Het zijn geen geldfabrieken. Integendeel, zij beheren uw en mijn centen. Dat deel van ons inkomen dat wij – volgens democratisch gemaakte afspraken – bijdragen aan een gezamenlijke pot, dat wij rijksbudget noemen. Uit dat gezamenlijk ingelegde geld betalen wij de voorzieningen waarvan wij vinden dat die tot nut en belang van iedereen zijn. Als nu ons wensenlijstje langer of groter is dan ons budget toelaat, dan moeten wij rond de tafel om opnieuw tot keuzes te komen. Juist dit laatste zijn wij – verwend door alsmaar toenemende luxe en gemak – een beetje vergeten of ontwend. Wij doen niets liever dan andermans geld uitgeven. Gemakshalve vergetend dat ‘andermans geld’ niks meer of minder dan ook en mede onze inleg is.

Gemeenten die voor hun lokale taken meer geld vragen, omdat zij lokaal te maken keuzes niet willen, kunnen of durven maken, doen in feite niets anders dan het lastige keuzeproces uit de weg gaan. Door het maken van keuzes door te schuiven naar een andere bestuurslaag. In dit geval het rijk.

Het rijk kan – als zij die keuze maakt – gemeenten meer geld uitkeren. En ook dan moeten er keuzes gemaakt worden. Doen wij taak x of y dan niet? Of minder? En zo ja, welke taak dan? Of kiezen wij ervoor een grotere inleg te vragen van onze inwoners? Die vervolgens klagen over het feit dat de overheid wel gemakkelijk omgaat met ‘hun’ centen.

Het vraagt een samenleving om een samenleving te realiseren. Wanneer u en ik lid willen zijn van de samenleving moeten wij ook de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de keuzes die dat vraagt. Dan hebben wij niet de optie, noch het voorrecht, om ons lidmaatschap van de samenleving te weigeren wanneer we het ons uitkomt. Wij – en dat geldt ook voor de door ons gekozen bestuurders – kunnen onszelf niet distantiëren van en de schuld geven aan ‘de overheid’ als dat ons beter uitkomt. Gezamenlijk nemen we allemaal deel aan en bestaan ​​we uit dat ‘ding’ dat we ‘de maatschappij’ of ‘de overheid’ noemen.

De dans om en de focus op het geld van de G40 vind ik daarom kwestieus.  Zij verzuimen hun eigen inwoners te betrekken bij de keuzes die gemaakt moeten worden en de consequenties daarvan. Elk huishouden in Nederland, en dat geldt ook het huishouden van de samenleving, moet keuzes maken. Iedereen moet voortdurend keuzes maken en sommige keuzes zijn onvermijdelijk.

In het persoonlijke leven nemen wij de belangrijke beslissingen zelf, maar besluiten over hoe ons land wordt ingericht, welke regels er gelden, waar onze belastingcenten aan worden besteed etc. worden namens ons door anderen (die wij daarvoor kiezen) genomen. Zij zijn uiteindelijk onze vertegenwoordigers die namens ons keuzes maken.

De bestuurders van de G40 gedragen zich als NIMBY’s: mensen die een bepaalde ontwikkeling toejuichen, maar hier geen consequenties aan willen verbinden. Daardoor ontstaat een doorschuifeffect. Juist dit doorschuifeffect faciliteert het probleem: wij kunnen of durven geen keuzes meer te maken. Wij durven elkaar niet meer te zeggen: als wij dit willen, dan kan dit of dat niet (meer, in dezelfde omvang of alleen als uzelf daarvoor wat wilt doen).

Goed besturen draait om delen en verbinden. Waarbij bestuurders de (door ons aan hen opgedragen en geaccepteerde) taak hebben om de keuzes te maken en te verdedigen die bijdragen aan de samenleving die wij wensen. Inclusief de keuze om de inwoners – u en mij dus – aan te spreken, en zo nodig te confronteren, met dat wat nodig is om de tering naar de nering te zetten. De keuze voor (meer of minder) inleg (in centen) of bijdrage (in het zelf doen) daaraan is daar een van.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

Kiezen tussen vuren

piranhas.png

  • Piranhas – kiezen tussen vuren

Zes jongens scheuren op hun scooters door de smalle straatjes van hun eigen Sanità-wijk in Napels. Onverschrokken waaghalzen zijn het die snel geld willen verdienen en indruk maken op hun ‘helden’ van de Napolitaanse Camorra. Deze 15-jarigen dragen merkkleding en de nieuwste sneakers, ze gebruiken de daken van de stad om hun wapens te testen. Ze handelen in drugs en deinzen er niet voor terug om een schot te lossen. Hun gewiekste leider Nicola kent de regels van het spel: hij daagt een van de oude bazen uit voor een snelle weg naar de top. Maar wie vandaag de leiding heeft, kan morgen net zo makkelijk dood zijn. De liefde voor zijn vriendinnetje doet hem tussen twee vuren belanden en hij wordt gedwongen een beslissing te nemen.

Best lastig

ideale opvoeder 2.png

  • De perfecte ouder bestaat niet

Een van mijn broers woonde in zijn pubertijd een periode bij onze directe buren. Omdat het tussen hem en onze ouders niet altijd boteren wilde. Mijn zoon heeft voor een (succesvol afgeronde) opleiding als ingenieur weg- en waterbouw gekozen dankzij een goede vriend van ons gezin. Wij mochten als jonge ouders een pleegzoon grootbrengen, omdat zijn moeder ons dat vertrouwen gaf. Waarom ik deze ontboezemingen doe? Omdat zij het bewijs zijn van de stelling dat een goede opvoeding meer vraagt dan goede ouders alleen. Goede opvoeding vraagt een heel dorp. Succesvolle opvoeding vraagt een samenleving die voor de kinderen samenspant met ouders. Want opvoeden is best lastig!

Ik wil het beste voor mijn kinderen. Net als alle ouders. Dat is mijn diepste overtuiging. Ik wil dat ze gelukkig zijn. Dat ze het goed hebben en dat ellende hen bespaart blijft. Ik zie ze graag opgroeien tot zelfverzekerde en authentieke volwassenen. Mensen die stevig in hun schoenen staan en vol vertrouwen en plezier de wereld in trekken. Elke ouder heeft zo’n beeld. De werkelijkheid van alledag is desondanks veel minder vanzelfsprekend. Het ene kind blijkt het andere niet. Dat maakt opvoeden tot een uitdagende en lastige opgave tegelijkertijd.

Een kind krijgen is een wonder. Het mooiste dat een mens kan overkomen. Een kind zien ontwikkelen van baby tot volwassene is een ontdekkingsreis. Van en voor het kind, net zo goed als van en voor de ouders en andere opvoeders waarmee kinderen te maken krijgen. Als ouder wil je het graag goed doen. Maar vanzelfsprekend is dat niet. Want er wordt geen handleiding bijgeleverd. Nooit! En elk kind is anders. Gelukkig wel.

Laten we eerlijk zijn. Eigenlijk heeft geen enkele ouder enig idee over hoe je je kinderen goed op moet voeden. Wij weten hoe onze ouders het deden. Of de ouders van vriendjes en vriendinnetjes. Vaak ook nemen wij ons voor dat wij dingen echt anders zullen doen als wijzelf ooit ouder mogen worden. En als het dan zover is, blijkt het allemaal anders en is opvoeden een hele opgave. Wat zeg ik, opvoeden is ploeteren! Soms zelfs op hoop en zegen.

Het gezin is voor mij de plek waarin een kind opgroeit in liefde, de plek waar mensen van elkaar houden en voor een kind zorgen. Dat kunnen ook twee mannen of twee vrouwen zijn, maar ook een alleenstaande ouder. Het gaat er uiteindelijk om dat een kind veilig is en dat het liefde ontvangt. Ook kinderen vinden en ervaren dat. Al kunnen ze dat op die leeftijd misschien nog niet onder woorden brengen zoals beschreven Connie Palmen in haar “Logboek van een onbarmhartig jaar”, geschreven na het overlijden van haar (tweede) man en D66-coryfee Hans van Mierlo.

Het krijgen van kinderen is voor de meeste mensen een wereldervaring. Iedere ouder wil zijn of haar kinderen op een goede manier opvoeden. Dat is een mooie uitdaging, maar gaat niet vanzelf. Ouders komen dagelijks voor dilemma’s te staan en willen de beste beslissingen voor hun kinderen nemen. Als (groot)ouder weet ik uit ervaring dat kinderen zich prettiger voelen en beter presteren als je geïnteresseerd en betrokken bent bij de dagelijkse dingen die jouw (klein)kind bezighouden. Het kan daarbij helpen eraan te denken dat je zelf ook eenmaal jong bent geweest. Je kunt hun hartstochten, hun verontwaardiging en hun verdrietjes niet alleen beter verdragen, maar zelfs begrijpen. Wij hebben geen flauw idee hoe groot het krediet is dat kinderen ons geven, en hoe snel wij dat ook weer verspelen.

Dat het ondanks al onze inspanningen en goede bedoelingen nog wel eens misloopt, maakt ons nog geen slechte ouder. De meeste ouders raken wel eens de weg kwijt in de opvoeding. Soms ook lukt het ouders niet (meer) om hun kinderen dat te geven wat nodig is. Soms ook kunnen ooit hevig op elkaar verliefde ouders elkaar langzaam maar zeker de tent uitvechten. Met alle vervelende gevolgen van dien. En ja, er zijn talloze dreinende kinderen, dikke kinderen, gepeste of juist pestende kinderen. Er zijn meer vernielende en coma zuipende kinderen dan ons lief zijn, Of hangjongeren die dag en nacht aan hun Iphone of Ipad vastgeklonken zitten. Die agressief zijn tegen broertjes of zusjes, ouders of buren. En er zijn kinderen die in de criminaliteit belanden of verslaafd raken. Compleet ben ik dan nog niet, maar duidelijk is, dat de opvoeddroom van menig ouder lelijk in duigen kan vallen.

De samenleving – u en ik – wijzen graag met een beschuldigende vinger naar de ouders als de oorzaak van al dat leed. Niet zelden wordt zo onze samenleving een vijandige en onveilige omgeving. Vol verwijten, beschuldigingen, betutteling en kritiek. Dit is niet alleen zinloos en schadelijk voor de ouders en voor de kinderen. Het is ook niet eerlijk. Want opvoeden is best lastig. En juist als het lastig wordt, heb je je omgeving hard nodig. Niet om jou te vertellen wat jij fout doet. Wel, om jou te helpen het anders te doen. Opvoeden kan veel minder lastig zijn, als je het kunt doen met een beetje hulp van familie, vrienden of buren. Want soms zijn draagkracht en draaglast niet meer in evenwicht met elkaar en is er extra hulp nodig. Soms zelfs zoveel hulp dat specialisten erbij gehaald moeten worden of dat ouders hun kinderen aan specialisten moeten overdragen. Dat is – anders dan wij niet zelden ongezegd of ongezouten suggereren – geen schande. Integendeel. Ouders die hun omgeving inschakelen verdienen alle lof en waardering. Veel meer en eerder dan al die ouders die uitstralen dat opvoeden alleen maar leuk is en dat zij het geweldig hebben gedaan met hun kind of kinderen.

Natuurlijk is het belangrijk dat kinderen genoeg kunnen spelen, dat opvang is geregeld, dat het consultatiebureau goed werkt, dat er veilige routes zijn naar school, dat wij aandacht hebben voor gezond opgroeien. Het allerbelangrijkste echter is dat alle ouders zich gesteund weten. In goede, maar zeker in lastiger tijden. Want de echt goede opvoeder zal het erkennen: je hebt de hele gemeenschap nodig om jouw kinderen goed te laten opgroeien.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

 

 

Aan diggelen vallen

retablo

  • Retablo

Als een jongen uit een bergdorpje een geheime kant van zijn vader ontdekt valt zijn wereld in duigen. Sfeervol drama uit Peru tegen de achtergrond van het Andes gebergte.

Segundo is 14 en woont met zijn ouders in een afgelegen dorpje in de Andes. Zijn vader Noé is een gerespecteerd maker van altaarbeeldjes en Segundo is bij hem in de leer. De twee trekken veel met elkaar op en verkopen ook samen de zeer gewaardeerde kunstwerkjes aan hun klanten en op markten.

In de relatie tussen vader en zoon komen barsten, wanneer Segundo geconfronteerd wordt met een geheime kant van zijn vader waarvan hij geen vermoeden had. Het ideaalbeeld dat Segundo tot dan koesterde, valt in duigen. Maar ook hun gezinsleven komt op zijn kop te staan.

Regisseur Alvaro Delgado Aparicio heeft zowel een diploma bedrijfspsychologie, innovatie als regie op zak. Net als vele anderen startte hij zijn regisseurscarrière met het maken van korte films, waarvan The Companion uit 2013 internationaal bijzonder goed scoorde op de festivals. Retablo is zijn eerste lange speelfilm.