Die je denkt dat ik ben

die jij denkt

  • Celle que vous croyez

In de spannende psychologische thriller Celle que vous croyez (‘) maakt de 48-jarige universitair docent Franse taal- en letterkunde Claire, een ijzersterke rol van Juliette Binoche, een nepprofiel aan op Facebook waarin ze, na een scheiding en een mislukte verhouding met de 24-jarige Ludo, zich voordoet als de veel jongere vrouw Klara.

Ze krijgt een gepassioneerde onlinerelatie met adolescent Alex. Het gaat goed, totdat hij aandringt op een ontmoeting. Via bezoeken aan de psychoanalytica dr. Bormans (geloofwaardig gespeeld door Nicole Garcia), waarin problemen rond ouder worden, verlatingsangst en vermijdingsgedrag indringend aan de orde komen, wordt langzaam duidelijk wat zich in werkelijkheid heeft afgespeeld.

De vooraanstaande Frans-Libanese componist en jazzmusicus Ibrahim Maalouf tekende voor de opvallend goede soundtrack.

Advertenties

Turn!

  • Een onthutsende documentaire over sport en ouderschap, over relaties en sociale druk.

turn.png

De eerste beelden van Turn! zijn subliem. We zien de gezichten van verschillende ouders, van dichtbij gefilmd op een turntribune. De koppen zijn verwrongen van de spanning én van het verlangen de stress enigszins te verhullen – want de zoons weten precies waar hun ouders zitten. Een van de turnouders is Esther Pardijs, tevens de regisseur van Turn!

Die onthutsende documentaire (KRO-NCRV) bezorgde de nietsvermoedende kijker maandag een onvergetelijk uur televisie – over sport en ouderschap, over relaties en sociale druk. Verplichte kost voor elke ouder die weleens iets van een kind heeft verwacht. Maar in de eerste plaats is de film een portret van de jonge turntalenten Roman, Wytze en Jannik. Ze zijn negen, kunnen heerlijk dollen samen, maar we zien ze vooral in de turnhal.

 

Daar worden de jongens afgebeuld: soms hoor je het kraken als de trainer extra doorduwt bij het strekken – een geluid dat zich vermengt met het tot tien tellen van het kind en met een zacht huilen. “Nee, nu mag je geen drinken,” zegt een trainer op een ander moment, “Pas als je klaar bent.” „Het is weer heel slecht”, mopperen de coaches als ze een gebrek aan toewijding vermoeden. Wanneer de jongens een training willen overslaan, durven ze dat niet aan hun trainers te vragen. Ze turnen vijftien uur per week en hebben wallen onder de ogen.

Door de kind-onterende taferelen in Turn! krijg je zin om alle sporthallen van Nederland in brand te steken. Dan maar geen nieuwe Epkes. Niet dat de film als aanklacht is gemaakt. De regisseur zit immers zelf tot over haar oren in het turnouderschap.

Pardijs is daarbij keihard voor zichzelf. Onbarmhartig legt ze vast hoe zij als laatste lijkt te zien dat haar zoon Roman eigenlijk niet meer wil. „Ik vind turnen niet per se heel leuk meer”, zegt hij op een avond in bed. „Je hebt ontzettend veel talent”, antwoordt zij. „Dat kun je niet zomaar weggooien.” (Voor de goede orde: talent vergooien is een mensenrecht.) Als Roman geblesseerd raakt, betrapt Pardijs zich op de gedachte dat ze er zo misschien „zonder kleerscheuren” uit kunnen stappen. „Dan zijn we tenminste geen losers.”

Geen losers willen zijn. Dat tekent de perversiteit van de situatie. Want de gezinnen brengen kolossale offers, maar het zijn de kinderen die voor de beloning moeten zorgen, wat de jongens natuurlijk heel goed voelen. Het regent pijnlijke scènes: kringgesprekken tussen ouders over het niveau van de trainers, echtelijke twisten, een fanatieke vader die een turnhalverbod krijgt, een ziedende coach als er een training wordt afgezegd, diepe opluchting van de ouders die stoppen, ruzie tussen de trainers en de clubleiding. Uiteindelijk heb je met iedereen te doen.

Er lopen in Turn! talloze verlangens, angsten en ambities door elkaar heen. De situatie van Pardijs is extra ingewikkeld omdat zij óók nog een film aan het maken is. Dus hannest ze met een camera wanneer ze haar zoon wil troosten. Je ziet hoe Roman geleidelijk het heft in handen neemt. Het kind is zich zichtbaar bewust van de verscheurdheid van zijn moeder. Op een gegeven moment komt hij filmend de slaapkamer van zijn ouders binnen om van hen te eisen dat ze iets niet tegen de trainer zeggen.

Uiteindelijk gaat Turn! over bevrijding en zo lijkt Pardijs het ook te zien. Aan het slot van de film zijn Roman en Jannik gestopt. Wytze wordt vijfmaal per week door zijn vader van Utrecht naar Den Bosch gereden, maar hij was dan ook dat ene jongetje dat midden in een uitputtende training nog „dat rijmt” kon roepen naar aanleiding van de aanwijzingen van zijn verbouwereerde trainer.

Voor de volledige documentaire klik Turn!

 

 

Hand in hand – opvoeden doe je niet alleen

Week van de opvoeding 2019 Hand in hand
  • Week van de Opvoeding | Hand in Hand

De Week van de Opvoeding 2019 staat in het teken van opvoeden en ouderschap.Wat is een goede opvoeding? Wat vind je belangrijk in het ouderschap en wat doet het met je? De Week is van maandag 7 tot en met zondag 13 oktober 2019. Het thema is dit jaar “Hand in hand”.  Want, opvoeden doe je niet alleen, maar samen. Hand in hand met ouders of opvoeders, spelen ook de school, sportvereniging, buren, vrienden en familie een rol in de opvoeding van het kind. Zij vormen samen de omgeving waarin kinderen opgroeien en worden opgevoed. Hoe beter opvoeders en betrokken organisaties samenwerken en elkaar versterken, hoe beter het kind gezond, kansrijk en veilig kan opgroeien.

De Week is een mooi moment om even stil te staan bij het besef dat opvoeden samenspel is. Tussen ouders en kinderen, maar ook tussen ouders onderling en tussen ouders en grootouders, leerkrachten, kinderverzorgsters, buren, meeleef- steun of logeer-gezinnen.Want opvoeden is geen sinecure. En superhelden (ook bekend als ‘ouders’) zijn opvoeders ook niet.

 

Wij anti autoritaire kinderen

Sharon Kilinger is psychologe, ondernemer, moeder en filmmaker. Dit is haar eerste documentaire. Oude filmbeelden van haar antiautoritaire crèchetijd in Nijmegen in de jaren 70 worden afgewisseld met het hier en nu.

Sharon: “Ik vind het opvallend hoe de anti- autoritaire crèche altijd zo negatief wordt weggezet in de media. Ik heb dat zelf nooit zo ervaren en vraag me af hoe mijn oud- crèchegenoten daar tegenaan kijken.”

“In mijn film zoek ik mijn oude crèchegenoten op. Ik onderzoek hoe zij terugkijken op deze tijd? Wat waren nu de doelstellingen van de crèche en is het ‘gelukt’, zijn we geworden wat onze ouders voor ogen hadden? En wat nemen we er vervolgens van mee in de opvoeding naar onze kinderen toe?”

Mooie, eerlijke verhalen en enkele verrassende conclusies zijn het resultaat, tegen de achtergrond van een bijzonder tijdsbeeld. Een feest van herkenning, voor wie de jaren 70 heeft meegemaakt en de tijdloze worsteling van ‘goed’ opvoeden.

Jouw vader en moeder

your mum and dad

  • Your Mum and Dad

Your Mum and Dad is de nieuwe documentaire van Klaartje Quirijns (The Dictator Hunter, Anton Corbijn Inside Out). Deze film snijdt universele thema’s aan voor iedereen die zich afvraagt hoe je met familie, geheimen en het leven zelf om kan gaan.

‘They fuck you up, your mum and dad. They may not mean to but they do.’ Het begin van dit gedicht van Philip Larkin raakt de kern van de vragen die Klaartje Quirijns stelt in haar nieuwe documentaire.

In 2012 werd Klaartje door een diagnose in haar borst op een existentiële manier geraakt, waarna ze besloot de camera op zichzelf te richten, op haar familie en een onbesproken trauma. Aan de hand van therapiesessies onderzoekt zij de krachtige dynamiek van haar eigen familierelaties en de manier waarop haar leven hierdoor is gevormd. Terwijl we worstelen met het heden, zijn we tegelijkertijd niet altijd bestand om met de trauma’s uit het verleden om te gaan.

Klaartje Quirijns werkte als regisseur bij de NPS en de VPRO. Daarna vertrok ze naar New York, waar ze werkte aan documentaires en een video-installatie maakte voor de Kunsthal. Klaartje maakte internationaal naam met films als The Brooklyn Connection, The Dictator Hunter en Peace vs. Justice. In deze documentaires zocht ze naar (politieke) structuren die niet direct waarneembaar zijn. Haar films hebben als overeenkomstig thema een gebrek aan communicatie.

Protocolitis en regulatureluur

te goed

  • Te goed geregeld

Te goed geregeld van journalist/schrijver Chris van der Heijden is een onthutsend boek. Niet omdat er zoveel nieuws in staat, wel omdat hij nauwkeurig en zeer helder verwoordt hoe ongebreidelde regelzucht, de ‘protocolitis’ en ‘regulatureluur’ om zich heen heeft gegrepen, en in vooral het onderwijs en de zorg tot een vorm van bureaucratisering heeft geleid die menig professional het werkende leven zuur maakt.

Van der Heijden stelt vast dat kabinet op kabinet heeft geprobeerd de (eigen) regelzucht in te dammen en dat talloze rapporten en initiatieven hebben getracht het bureaucratische tij te keren. Zonder succes. Het heeft louter geleid tot ‘overheidsblablabla, adviseursgeklets en managersgeleuter’. Hij ziet daarbij wel over het hoofd dat niet alleen de overheid ‘regeltjesgenerator’ is, vaak zijn de professionals en hun instituties dat zelf ook.

Van der Heijden zet het vraagstuk in breed, ook historisch perspectief, beseft dat de remedie allesbehalve simpel is, en hamert alvast op meer ‘vertrouwen’ en ‘optimisme’. Maar zo optimistisch stemt zijn boek niet. Niet alleen de regels moeten overboord, hetzelfde moet gebeuren met de discussie over die regels, en zéker met al die duurbetaalde consultants die in opdracht van de overheid en andere instanties regels onderzoeken om regels te bedenken waardoor de regeldruk minder zou worden. Tegelijkertijd weet Van der Heijden ook dat in de moderne samenleving niet-ordenen geen optie is: het is immers de vooruitgangsgedachte ‘die tot steeds nieuwe en verondersteld betere ordeningen dwingt, tot meer beheersing, nieuwe afspraken, andere regels, meer verordeningen, meer wetten (…).’ Alleen – paradox – die ‘ordeningen ordenen niet alleen, ze creëren een nieuwe chaos’.

‘Het roer moet om’ figureert uiteraard ook in het boek: de berichten over de resultaten zijn ‘tegenstrijdig’, luidt Van der Heijdens mismoedige constatering.

Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 3

wie durft

  • Transformatie sociaal domein: Opgave en dilemma’s

Met de invoering van de Participatiewet, de nieuwe Wmo en de Jeugdwet per 1 januari 2015 is het sociaal domein in één klap het grootste domein binnen het takenpakket van gemeenten geworden, zowel financieel als inhoudelijk. Integraliteit binnen het sociaal domein krijgt daarbij – terecht – steeds meer aandacht.

De daarmee samenhangende transformatie in het sociaal domein is in volle gang. Betrokken publieke organisaties en professionals werken aan minder systeemoplossingen en kaders, stellen de inwoner centraal en leveren maatwerk. Het sociaal domein is in beweging en die beweging is voortdurend. Het streven steeds is beter te ‘doen wat nodig is’ voor inwoners in knelsituaties. Hierbij dienen zich regelmatig complexe vraagstukken, nieuwe maatschappelijke opgaven en dilemma’s aan. Niet in de laatste plaats, omdat de opgaven in het sociaal domein vaak de verschillende vakgebieden, geografische- en organisatorische grenzen en organisatiedoelen overstijgen. Dit vraagt om krachtige samenwerking.

Deel 3 van het vierluik “Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen” focust op deze opgave en daarbij opdoemende dilemma’s.

Zie ook:

  1. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 1 | Inleiding, Doel en Stand van zaken.
  2. Wie durft te verdwalen, vindt nieuwe wegen | Deel 2 | Transformeren, wat is het en wat vraagt het.

Hand-out

Een hand-out van de volledige presentatie kun je hier downloaden: