Omstanders

  • Autobiografie van een buurt

de omstanders

Een zonnige jeugd in een hechte ingenieursbuurt, dertig jaar carrière en een harmonieus gezinsleven: Rinie heeft haar leven en dat van haar naasten stevig onder controle. Tot een achteropaanrijding en verlies van huwelijk en werk roet in het eten gooien. Een nachtmerrie verdringt de zon uit de mooie jeugdherinneringen. Dan valt een envelop op de deurmat met de uitnodiging voor een buurtreünie.

Als vrolijke verhalen over hutten bouwen, bomen klimmen en fikkie stoken over elkaar heen buitelen, legt Rinie een vraag in de schaal met borrelhapjes: ‘Alle soorten kindermishandeling kwamen voor in mijn gezin. Waarom kon ik bij niemand terecht?’

Ze blijkt niet de enige en wordt op pad gestuurd om een boek te schrijven over de buurt. Ze interviewt vijftig bewoners en betrokkenen: daders, slachtoffers en omstanders, en vindt vele antwoorden op haar vraag. Lang verborgen geheimen achter ieders voordeur leggen gaandeweg de hare bloot.

Ze beschrijft hoe de kinderen overleefden – hoewel niet allemaal. Ze legt verbanden met de jeugdtrauma’s van de ouders, de in zichzelf gekeerde periode van wederopbouw en de explosie van de jaren zestig. Ten slotte ontdekt ze hoe omstanders die horen en zien, maar toch zwijgen, kindermishandeling in stand houden.

Geen dekmantel zonder omstanders.

Advertenties

Mens, durf te delen!

delen.png

  • De wet toont ons de kaders, ons doen raakt de bedoeling

Professionals binnen het sociaal domein moeten meer ruimte, tijd en middelen krijgen om iedereen mee te laten doen in de maatschappij. ‘Om zelf in te kunnen schatten wat nodig is, om maatwerk te kunnen leveren en dat samen te doen met de mensen voor wie ze er zijn.’ Dat concluderen de Nationale- en Kinderombudsman in hun gezamenlijke jaarverslag over 2018. Ik onderschrijf de hartenkreet en waarschuw voor de valkuilen.

Duizenden professionals zetten zich elke dag in om mensen van dienst te zijn. Ondanks deze inzet en goede wil gaat het toch vaak mis. Protocollen en procedures staan goede dienstverlening in de weg. Vaak ook, omdat het delen van informatie tussen hulpverlenende instanties te weinig gebeurt. Uit angst voor de AVG (Algemene Verordening Gegevensverwerking) of de tucht. Ook dat concluderen de ombudsmannen.

En dan is daar de datalek van het voormalige Bureau Jeugdzorg Utrecht. Door een fout bij het voormalig Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn de dossiers van duizenden kwetsbare kinderen gelekt. Met paniek en kramp in het systeem als gevolg. Mijn reactie daarop? Actie is geëigend, maar paniek is volstrekt overbodig en misplaatst.

De problemen bij het (voormalige) Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn van een heel andere orde: hier gaat het om een technische oorzaak, waardoor vertrouwelijke informatie ten onrechte toegankelijk is geworden. Bureau Jeugdzorg veranderde in 2015 zijn naam in Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE). De oude website van Jeugdzorg Utrecht ging drie jaar later offline en zou normaal gesproken beveiligd worden afgesloten om misbruik te voorkomen. Maar dat gebeurde niet: de organisatie verlengde de domeinnaam van de website niet, dat zo’n 10 euro per jaar kost. Daardoor kon iedereen de website overnemen. Stom.

De ombudsmannen hebben het over een geheel ander probleem: doelmatige informatiedeling. Het delen van informatie tussen hulpverlenende instanties en professionals gebeurt nog te weinig. Dat ervaar ook ik nog dagelijks.

Dat is niet alleen zonde, maar het is een gotspe, want daardoor gebeuren er nog steeds calamiteiten die voorkomen kunnen worden als hulpverleners informatie zouden uitwisselen.

De angst voor de gevolgen regeert. Niet zelden aangewakkerd door een legertje van honderden nieuwbakken AVG-consultants. Of, als die angst er niet is, ervaren vele onduidelijkheid in de interpretatie van privacy. Dit belemmert een tijdige en adequate samenwerking tussen de disciplines. Daardoor stagneert de gewenste doortastende aanpak. Bijvoorbeeld bij ernstige overlast, criminaliteit, huiselijk geweld en kindermishandeling, recidive, problemen met jeugdigen, bemoeizorg voor zorgmijders, multiproblematiek in gezinnen, enzovoort en zo verder. De meeste gehoorde schaamlap is daarbij het ontbreken van een toestemmingsgrondslag. Terwijl voor veel situaties geldt dat dat toestemming helemaal geen vereiste is.

Wet- en regelgeving binnen het sociaal domein hanteren één gezin/huishouden, één plan, één regisseur als het uitgangspunt. Elkaar informeren dat je betrokken bent en informatie uitwisselen is daarvoor wel essentieel. Veel organisaties en hun professionals zijn echter (te) terughoudend om informatie te delen. Het  idee bestaat dat er een Wet op de privacy is die het verbiedt om informatie uit te wisselen. Dat het delen van persoonsgegevens absoluut en onder geen beding mag.

En wat blijkt? Informatie delen hoeft geen belemmering te zijn. Zeker, inventarisatie van wet- en regelgeving toont aan dat de verschillende taken en wetten in de meeste gevallen slechts op één probleem of op één domein betrekking hebben. Maar de veelheid van (wettelijke) taken en hun onderlinge verwevenheid, dwingen de gemeenten, instanties en hun professionals dat zij deze ‐ in geval van multiproblematiek ‐ ook in samenhang aanpakken. Dan moet niet alleen, het kan ook. Zo leren ons twee zeer bruikbare ‘argumenteerroutes’ (Grondslag samenwerken Zorg en Veiligheid • naar een handelingskader gegevensdeling • Werkdocument 01‐10‐2013 Mr. J. J. A. van Boven en Drs. P.J. Gunst).

Bij de eerste is hét argument dat ‐ indien de problemen niet in samenhang worden opgepakt –de kans groot is dat geen van de afzonderlijke (wettelijke) taken tot goede uitvoering zal leiden. Dan immers ontstaan de bekende coördinatieproblemen situaties. Met andere woorden: de intentie en de doelen die de overheid per domein heeft met de domein gebonden taak‐ en regelgeving, worden niet bereikt. Dit omdat de opgedragen (wettelijke) taken niet of onvoldoende de intentie van de wetgever verwerkelijken.

De tweede argumenteerroute leidt tot de conclusie dat de optelsom van alle verantwoordelijkheden en regietaken op de verschillende domeinen tot een overkoepelende c.q. systeem‐verantwoordelijkheid leidt. Namelijk dat de verantwoordelijkheid wordt geborgd dat deze subsystemen wél informatie met elkaar delen. Doordat er op zoveel leefgebieden afzonderlijke wetten en taken zijn vastgesteld, kan het niet anders zijn dan dat daar een nieuwe domein overstijgende verantwoordelijkheid aan wordt ontleend. Juist omdat bekend is dat alleen in samenhang de problemen kunnen worden aangepakt. Daarbij is het van groot belang dat er zorg en steun ‘op maat’ wordt geboden, toegesneden op de situatie die speelt.

Om dit inzicht draait het welslagen van het adagium: één gezin/huishouden ,één plan, één regisseur. Het doel dient dan wel zodanig geformuleerd dat dit meerdere domeinen omvat. Wij moeten hierbij uit te gaan van één overkoepelend doel met een aantal subdoelen, waarbij de subdoelen steunen op diverse wetten en (beleids)taken. Hiermee is voldaan aan de wettelijke eis dat gegevens mogen worden gedeeld als er een doel is, maar ook indien sprake is van ‘verenigbaarheid van doelen’. Zo wordt de verbinding tussen de domeinen veiligheid (inclusief justitieel ingrijpen) en zorg een basisvoorwaarde om gelegitimeerd informatie over bijvoorbeeld een huishouden uit te wisselen tussen betrokken partners. Deze eis van ‘verenigbaarheid van doelen’ kunnen we toepassen als antwoord op de vraag of er informatie mag worden gedeeld bij multiproblematiek, om zodoende eerder een signaal te krijgen en in te kunnen grijpen voordat een situatie escaleert

Na het recente datalek bij voormalig Bureau Jeugdzorg Utrecht, en de hausse aan publicaties daarover zullen professionals zich mogelijk nog nadrukkelijker achter de oren krabben over het antwoord op de vraag of het wel zo slim is om informatie te delen. Dat is enerzijds begrijpelijk en anderzijds te gek voor woorden. Wees wie je bent als professional. De wet toont ons de kaders. Bij ons doen draait het om de bedoeling! De verantwoordelijkheid daarvoor kun je nemen als je steeds en opnieuw zorg draagt voor een duidelijke motivering en die motivering ook vastlegt. Richt je erop om het beste te zijn wat je kunt zijn in wat je wilt doen en betekenen voor de ander.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

De achtste dag

achtste dag

  • De ergste nachtmerrie: je eigen kind overleven!

Het is de ergste nachtmerrie: je eigen kind overleven. Als je kind ook nog eens zwaar gehandicapt is en geheel van jou afhankelijk, dan komt er een tweede nachtmerrie bij: dat je kind jóú overleeft.

In De achtste dag van Annemarie Haverkamp (1975) wordt deze nachtmerrie werkelijkheid voor Egbert, timmerman en vader van Adam. Na het overlijden van zijn vrouw draagt hij alleen de zorg voor hun lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kind. Zijn doodvonnis, ongeneeslijke longkanker, maakt de situatie gecompliceerd. Vooral ook omdat hij zijn vrouw op haar sterfbed heeft beloofd hun zoon Adam nooit alleen te laten. Een dilemma met enkel zwarte keuzes. Nadat een eerste plan mislukt geeft Egbert zichzelf zeven dagen – de tijd die hij nodig heeft om een trap te bouwen voor een klant – om te beslissen over Adams lot.

De achtste dag is een verhaal over de diepgewortelde liefde van een vader voor zijn vrouw en zoon en over de vanzelfsprekendheid waarmee hij inspeelt op de onuitgesproken behoeften en wensen van zijn gehandicapte zoon, die (alleen) hij door en door kent. Dat een kind met een zware handicap ongelukkig zou zijn blijkt een grote misvatting. Annemarie Haverkamp schreef met De achtste dag haar eerste, en geslaagde, roman: een aangrijpend verhaal.

De achtste dag, Annemarie Haverkamp, Lebowski, 160 blz., 19,99 euro.

Het grote bad

het grote bad

  • Le Grand Bain (2018)

In het gemeentelijk zwembad bekwaamt een groepje mannen van middelbare leeftijd zich in de kunst van het synchroonzwemmen. Hun trainster Delphine is een voormalig zwemkampioene die haar portie ellende wel gehad heeft. De heren zelf zijn van diverse pluimage en hebben ook allemaal zo hun eigen besognes. Samen vormen ze echter een hecht team en zijn ze er voor elkaar. Langzamerhand krijgen ze weer het gevoel dat ze er toe doen. Ondanks sceptische reacties van familie en vrienden besluiten ze als team voor Frankrijk uit te komen op het WK synchroonzwemmen.

De Franse hitkomedie Le grand bain gaat over acht depressieve mannen van middelbare leeftijd die gaan schoonzwemmen. Regisseur Gilles Lelouche vond het tijd om “over onze collectieve malaise te lachen.” En daarin is hij geslaagd!

Gemiste kans

verkokerd.png

  • Laat je niet gek maken!

Betrokkene is een minderjarig kind met een stoornis in het autistisch spectrum. Hij woont samen met zijn ouders en 6 broers en zussen in een woning. Hij deelt een slaapkamer met een broer die ook een autistische stoornis heeft. Er wordt na een melding en een gesprek een aanvraag Wmo 2015 ingediend voor het verbouwen van de zolder. De bedoeling is dat daar een extra kamer komt zodat betrokkene en zijn broer ieder een eigen slaapkamer hebben wat nodig is om overprikkeling te voorkomen. Omdat de zolder nu niet meer beschikbaar is voor de wasmachine en de droger moet er een bijkeuken aangebouwd worden. De gemeente heeft in het gesprek aangegeven dat de slaapkamer niet onder de Wmo 2015 valt. De Rechtbank volt de gemeente: “Geen Wmo-ondersteuning voor extra kamer op zolder. En gemiste kans zeg ik!

De gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van verschillende vormen van hulp, zorg en ondersteuning aan kinderen, jongeren en hun ouders/opvoeders. Het gaat onder andere om het op tijd voorkomen of verminderen van problemen, de (geestelijke) gezondheidszorg, begeleiding en zorg voor jeugdigen met een beperking, gesloten jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en de uitvoering van jeugdreclassering.

De jeugdhulp bestaat uit verschillende vormen van zorg, zoals begeleiding, behandeling, (kortdurend) verblijf of persoonlijke verzorging. Een verbouwing zoals door de hiervoor bedoelde ouders wilden is naar mijn mening een prachtig voorbeeld van oplossingsgericht werken.

De gemeente in kwestie mag volgens de wet- en regelgeving dan wellicht het gelijk hebben, maar de uitspraak kent enkel verliezers. De gemeente voelt zich misschien spekkoper, omdat een (forse?) financiële kostenpost is voorkomen, maar zij rekent zich ten onrechte rijk. Zij staat immers nog altijd aan de lat voor passende ondersteuning van de ouders en minderjarigen. Die zal mogelijk – en waarschijnlijk – gevonden worden in het aanbieden van (dure) behandeling en begeleiding vanuit de (jeugd-)geestelijke gezondheidszorg (jeugd-GGz). Deze behandeling zal vast de effecten van de overprikkeling reduceren. De oorzaak ervan – het ontbreken van een prikkelvrije eigen ruimte voor de kinderen – kan zij niet wegnemen. Mede hierdoor zal waarschijnlijk een jarenlange inzet van jeugdhulpmiddelen nodig zijn. Pennywise, maar pound-foolish.

De behandeling van de kinderen, zonder uitzicht op perspectief, dat wens je niemand toe. De kinderen in kwestie niet, maar ook de rest van het gezin niet. De kans dat dit gezin door overbelasting van hun ondersteunende capaciteiten verder in de problemen komt zijn niet gering. Toch is dit een realistisch perspectief.

De uitspraak van de Rechtbank in deze zaak is symptomatisch voor de geboeide handen waarmee inwoners en professionals binnen het sociaal domein hun weg moeten vinden. Een van de meest prominente uitsluitingsmechanismen is ook hier de harde knip tussen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning voor volwassenen. Deze zorgknip leidt slechts tot  symptoombestrijding. Ik pleit daarom voor een verschuiving van alle inzet richting de basale noden van inwoners en huishoudens. Zodat wij werk kunnen maken van onze feitelijke opdracht: oplossingsgericht werken.

Elk probleem biedt mogelijkheden voor het vinden van eigen oplossingen. Dat is kort gezegd het vertrekpunt van oplossingsgericht werken. Dit is een basismethode in het sociaal werk voor mensen wiens eigen oplossend vermogen tekort schiet. Het doel is mensen in staat te stellen om op hun eigen manier en samen met mensen uit hun omgeving het probleem waarvoor zij hulp vragen aan te pakken. Praktijkervaringen laten zien dat veel sociaal werkers en zorgprofessionals de methode enthousiast en veelvuldig gebruiken en integreren in hun generalistische manier van werken. Zij vinden echter regelmatig struikelstenen in de wet- en regelgeving die hun werk kadert.

Je moet het probleem kennen!! En ja, het is natuurlijk nodig om íets van de achtergrond van het probleem te weten. Zicht hebben ook op de (on-)mogelijkheden van de mensen die het probleem hebben. Het ene huishouden zal een verbouwing als her bedoeld wellicht heel goed zelf kunnen realiseren. Het andere huishouden zal dat misschien juist niet kunnen. Dat is geen ongelijke behandeling, dat is maatwerk!

Criticasters van deze (mijn) manier van kijken, denken en doen stellen mij regelmatig de vraag  of het wel Evidence-Based is. In gewoon Nederlands: is de uitvoering gebaseerd op doelmatigheid en doeltreffendheid? Het woordje ‘wel’ drukt hierbij op een subtiel manier twijfel uit.

Mijn antwoord is steeds weer krachtig. Luid en duidelijk: JA! Oplossingsgericht werken vraagt minder inzet en kosten en de oplossing is duurzamer.

Tegen de ouders van de hier bedoelde minderjarigen wil ik daarom zeggen: Laat je niet gek maken. Bij de uitvoering van beleid is de norm het maken van onderscheid naar behoefte, mogelijkheden en omstandigheden geworden. Van ‘beleid op maat’ is de wetgever overgestapt van ‘gelijkheid’ als dragend rechtsidee bij de invulling van sociale en maatschappelijke zorg, naar ‘ieder het zijne geven’. Dat vergt een heel andere deskundigheid bij de uitvoerder. Die wordt van ambtenaar beroepsbeoefenaar, wiens deskundig oordeel in het individuele geval bepalend is. Bij de uitvoering van beleid moeten resultaat en tevredenheid bij gebruikers bepalender zijn, dan de vraag of bestuur en politiek tevreden zijn. De gebruikers en beroepsgenoten zullen de kwaliteit beoordelen. Daarom zeg ik: doorgaan!

Tegen de rechters zeg ik: Stop het verkokerd kijken, wees geen regelknechten en verdiep u nog eens in de bedoeling van de wetgever.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Ongewenst zwanger in Marokko

sofia.png

  • Sofia

De Marokkaanse twintiger Sofia, ongehuwd, krijgt tijdens een familiediner plotseling heftige buikkrampen, maar pas als haar vliezen breken lijkt het tot haar door te dringen dat zij zwanger is.

Haar nicht Lena neemt haar stiekem mee naar een ziekenhuis in Casablanca. Daar aangekomen blijkt dat niemand Sofia kan helpen. In Marokko is seks buiten het huwelijk strafbaar. Een ziekenhuis zou een bevallende vrouw daarom alleen mogen opnemen als een man het ongeboren kind erkent. Een bewaker bij de deur controleert of iedereen, inclusief de artsen, zich aan deze wet houdt. Via connecties van Lena, die arts is, bevalt Sofia toch in het ziekenhuis. Maar wat dan? Het kind te vondeling leggen, de gevangenis in of de vader opsporen en trouwen? Bovendien weten Sofia’s ouders nog van niets.

Vanaf dat moment vertelt Meryem Benm’Barek in haar debuut Sofia een verhaal waarin niets is wat het lijkt.

Op een slimme manier speelt de film met vooroordelen en verwachtingen, waardoor je je als kijker steeds meer gaat afvragen wie nou het echte slachtoffer is van de situatie en het sociale systeem met klassenverschillen, machtsmisbruik en (ongeschreven) regels.

 

Oude mannen

onvolyoiid verleden

  • Onvoltooid verleden

Ruim dertig mannen boven de 65 jaar worden geportretteerd in Onvoltooid verleden. Ze staan op de foto met een attribuut dat verwijst naar hun vroegere carrière: de onderwijzer met zijn schoolkrijtje, de bankier met zijn spaarvarken en de musicoloog met zijn stemvork. De portretfoto’s en verhalen schetsen een beeld van de mannen die in een nieuwe fase van hun leven komen: welke rol speelt werk in het leven na de pensionering? Hoe heeft het werk hun identiteit gevormd en in welke mate zijn ze dezelfde persoon gebleven nu ze met werken zijn gestopt? De mannen hebben gemeen dat ze gedurende hun carrière ‘maatschappelijk verantwoordelijke’ posities hebben ingenomen. Merkwaardig genoeg ontbreken vrouwen, en mannen zonder academische graad.

Vier essays (van onder andere geriater Marcel Olde Rikkert) vormen de inleiding, waarvan een drietal gaat over ‘ouder worden en identiteit’. Auteur Richard Grol schrijft het vierde essay met als onderwerp ‘het portret in de fotografie’. Als emeritus hoogleraar gezondheidszorgonderzoek ontpopte hij zich met dit boek als fotograaf. Hij fotografeerde ook zichzelf en medeauteur Bert Ummelen. Ondanks enige storende typefouten zijn de levensverhalen inspirerend en gemakkelijk weg te lezen.

  • Onvoltooid verleden, Richard Grol en Bert Ummelen, Valkhof Pers, 167 blz., 17,50 euro.