Te voet komt hij niet ver…

don't worry.png

  • Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot

John Callahan bruist van de levenslust, heeft een talent voor politiek incorrecte humor en een drankprobleem.

Na een wilde feestnacht belandt hij voor de rest van zijn leven in een rolstoel. Vanuit een schijnbaar uitzichtloze situatie maakt John echter een vriend voor het leven binnen een excentrieke AA-groep. Bovendien ontmoet hij de vrouw van zijn leven en verwerft hij nationale faam en glorie met zijn schofferende cartoons, de belangrijkste uitlaatklep voor zijn strijd tegen alcohol en het leren omgaan met zijn zware handicap. Fans roemen zijn zwartgallige humor, maar haters klagen over zijn gebrek aan politieke correctheid. Een luchtige film op over een man die van zijn grootste kwetsbaarheid zijn sterkste eigenschap maakt.

Advertenties

Op zoek naar vastigheid

Lean on Pete.png

  • Lean on Pete

De introverte vijftienjarige Charley Thompson is op zoek naar vastigheid in zijn leven.

Zijn moeder is niet in beeld en zijn jonge vader heeft al moeite genoeg om zijn eigen leven op de rails te houden. Charley kent weinig zekerheden en is vaak op zichzelf aangewezen. Hij hoopt dat ze met de verhuizing naar Portland een nieuwe start krijgen. Daar vindt hij werk bij Del Montgomory, een nukkige doorgewinterde paardentrainer die samen met zijn jokcey Bonnie geld verdient met races. Charley reist met hen langs paardenraces in stoffige stadjes, met het grootse Amerikaanse landschap als achtergrond. Daar sluit hij een vriendschap met het versleten renpaard Lean on Pete. Als Del hem onverwacht naar de slacht wil sturen, komt Charley voor het eerst in zijn voor een volwassen keuze te staan. Op zoek naar vastigheid, in de vorm van zijn geliefde tante die hij al jaren niet heeft gezien…

Met Lean on Pete schetst regisseur Andrew Haigh (Weekend, 45 Years) een rauw en intiem portret van de sociale onderklasse in Amerika. Opnieuw oogst hij grote waardering van de internationale filmpers en festival jury’s. Een aangrijpend drama over liefde, eenzaamheid en volwassen worden, gebaseerd op het bekroonde boek van Willy Vlautin. De jonge acteur Charlie Plummer ontving de award voor Best Emerging Actor op het Venice Film Festival 2017, en schittert naast meer ervaren acteurs als Steve Buscemi en Amy Seimetz.

De tuin van het leven

garden of life

  • Garden of life

In deze ontroerende docu volgen we de dementerende tuinman Leo, die tussen zijn geliefde bomen en planten grip probeert te houden op zijn steeds verwarrender wordende bestaan. Ooit reisde de nu 82-jarige Leo graag samen met zijn echtgenote Riet de hele wereld af. Maar sinds de eerste tekenen van Alzheimer zich manifesteerden, verkiest de Nijmeegse  Leo zijn achtertuin boven iedere andere plek.

Daar, tussen zijn geliefde bomen en planten, probeert Leo grip te houden op zijn steeds verwarrender wordende bestaan. Een jaar lang volgt zijn schoonzoon en filmmaker Marco Niemeijer hem, van seizoen tot seizoen. Weer of geen weer, Leo is altijd in zijn toevluchtsoord te vinden. Soms zijn zijn woorden en handelingen nog coherent, maar naarmate de tijd verstrijkt, worden zinnen steeds onlogischer. Hij scharrelt steeds vaker doelloos rond, half met een gedachte spelend, die dan weer verliezend. Als hem wordt gevraagd of hij het wel eens moeilijk heeft, laat hij liever zijn tuin zien, “Aan mijn tuin heb ik genoeg”. Zo nuchter als hij is, zo boos kan hij worden op zijn vrouw Riet, die symbool staat voor alle mensen en dokters die zich ineens met hem bemoeien. Het ene moment is hij helder, het andere moment heerst er chaos. Maar hij keert altijd terug naar een tegelspreuk in zijn tuinhuisje: “Vriendschap is de zonneschijn in de tuin van het leven”. Die wijsheid wordt gedurende de film steeds meer verbastert, net zoals Leo’s bewustzijn voor de camera. Een bijzonder, puur en ontroerend portret van een oude man die zijn einddagen doorbrengt in zijn tuin.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

Bekroonde filmmaker Marco Niemeijer besloot zijn schoonvader een jaar lang te filmen in zijn tuin. Leo en zijn tuin staan symbool voor iets groters; het langzaam verdwijnen van de geest van mensen met Alzheimer en hoe zij hierin zijn verbonden met de natuur.

 

Heb het lef eens

dakloos.png

  • Van onderhouden naar oplossen

Het gaat goed met de economie in Nederland. Zij draait op volle toeren. Hetzelfde geldt voor de opvang van dak-en thuislozen in ons land in het algemeen en de 4 grootste steden in het bijzonder. Hun aantal stijgt fors, nadat het probleem enkele jaren geleden vrijwel was opgelost. De dag- en nachtopvang draait op volle toeren. Niet in de laatste plaats ook, omdat zij – door het gevoerde beleid – vooral ook als draaideur fungeren. Wil de opvang duurzaam betekenis krijgen, dan is een omslag van het onderhouden van het probleem naar het wegnemen van de oorzaken dringend noodzakelijk.

De dakloze anno 2018 is al jaren niet meer de getikte zwerver of de tandeloze junk. Het gaat over personen met een complexe problematiek, waarbij een groot aantal factoren van maatschappelijke en individuele aard een rol speelt. Een cumulatie van stressvolle gebeurtenissen, materiële, affectieve of relationele factoren, persoonlijke en institutionele factoren, waaraan een verschillend gewicht wordt gegeven, zorgt voor de thuisloosheid. Dit komt onder andere door de moderne samenleving, die een aantal risico’s herbergt voor maatschappelijke uitsluiting en thuisloosheid. Processen als individualisering, het hogere levenstempo, de druk op toenemende arbeidsproductiviteit en de afnemende bereidheid om mensen binnen de eigen kring op te vangen zijn voorbeelden van risicofactoren voor sociale uitsluiting.  Wie om welke reden dan ook achter raakt met zijn vaste lasten – door scheiding en/of ontslag – staat voor hij het weet op straat. Bij een bepaalde categorie van thuislozen is er bovendien sprake van een pijnlijke onmacht hen adequaat te kunnen helpen. Zij heten de zorgmijders: voor iedereen ongenaakbare of verwarde mensen die zich ondanks hun in ellende gezwachtelde omstandigheden beroepen op hun recht op zelfbeschikking.  Dat maakt de groep van dak- en thuislozen zeker geen homogene groep.  In sociaal opzicht is er sprake van een ernstige problematiek! Tegelijkertijd lijken stadsbestuurders deze problematiek vooral een ongewenst fenomeen te vinden waartegen men hardhandig wenst op te treden. De zichtbare aanwezigheid van daklozen en de overlast die met hun gedrag gepaard gaat, wordt door hen als ongewenst beschouwd, omdat dit een negatieve invloed heeft op de uitstraling van de stad. De stigmatisering richting daklozen neemt daardoor eerder toe dan af.

Het is dus niet waar dat iedereen in Nederland mee mag doen en dat wie aan de kant blijft staan bij de kraag wordt gevat om onderdeel te worden van de maatschappij. Daklozen kunnen de bout hachelen.

De rekenkamers van de vier grote gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hebben op basis van onderzoek eerder deze maand (mei 2018) vastgesteld dat er vier wezenlijke knelpunten spelen:

  1. Gemeenten leveren onvoldoende passende ondersteuning bij de meestal zeer complexe problematiek van cliënten. Nog te vaak staat niet de cliënt, maar het systeem met allerlei regels en criteria centraal
  2. Er zijn tekorten wat betreft opvangbedden en passende en betaalbare woonruimte binnen en buiten de opvangketen.
  3. De sturingsinformatie is bij alle gemeenten van wisselende kwaliteit.
  4. Sommige van de G4-gemeenten hebben in de organisatie van opvang en ondersteuning onvoldoende aandacht voor leren, verbeteren en innoveren.

In 2013 leek het probleem van de dak- en thuislozen na de actie ‘Niemand Op Straat’ vrijwel opgelost. Hoewel er toen nog altijd 24.000 dak- en thuislozen bij opvanginstanties verbleven. Sinds twee jaar neemt het aantal dak- en thuislozen snel toe, ondanks alle inspanningen.

Het totaal aantal dak- en thuislozen is gestegen tot 31.000, terwijl er ook er weer duizenden daklozen in de steden buiten slapen. Per saldo kachelen wij achteruit.  Zeker in de grotere gemeenten. Meer dan de helft van de landelijke stijging vindt daar plaats. Precieze cijfers zijn moeilijk te krijgen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CSB) hanteert getallen waarbij dak- en thuislozen vooral worden geregistreerd als ze in de opvang zitten of bij familie op de bank slapen. Van daklozen op straat bestaan geen cijfers. Deze registratie- en informatievoorziening moet worden verbeterd, zodat beter gestuurd kan worden in opvang en zorg. Maar betere registratie alleen neemt de oorzaken niet weg. Je kunt er niet in wonen, noch van eten.

Natuurlijk, er zijn veel voorzieningen voor deze doelgroep, naast ook frequent niet-gebruik van deze instellingen. Maar juist deze oplossingen zijn de oorzaken van het structurele probleem. Dak- en thuislozen krijgen onderdak en begeleiding, maar een duurzaam perspectief, een eigen ‘thuis’ wordt niet of mondjesmaat geboden. Cliënten verblijven daardoor vaak te lang in een opvangcentrum waardoor ze ‘geïnstitutionaliseerd’ raken.

De graad van terugval na vertrek uit een opvangcentrum is mede hoog, omdat de begeleiding zich vooral toespitst op de opvang en dus niet op de woonsituatie. De druk aan de poort van de instellingen is daardoor onveranderd hoog, en het duurt vaak een tijdje voordat een behandeling kan starten of er een plekje is gevonden waar iemand opgenomen kan worden. Het is de kracht van de opvangvoorzieningen om voor die mensen even herberg te zijn ter overbrugging naar een meer gepaste en – als het even kan – duurzame vorm van ondersteuning.

De integrale aanpak is binnen de opvang mede daardoor succesvol. Deze heeft er toe geleid dat er heel veel mensen van straat zijn gehaald en een beter (integraal) hulpaanbod hebben gekregen. Er is minder overlast op straat en de veiligheid is toegenomen. Een duurzaam toekomstperspectief voor deze mensen echter ontbreekt. Dat is ook het ondubbelzinnige en vernietigende oordeel van de rekenkamers van de G4.  Met de huidige inzet, gericht op het realiseren van opvang, faciliteert de gemeente daarmee feitelijk het in stand houden van het probleem.

Het passende antwoord ligt in een eigen huis, een plek onder de zon, meedoen (participatie) en altijd iemand in de buurt die jou raden kan. Dat draagt bij aan duurzaam herstel. Weten wij uit onderzoek en ervaring. Juist echter die elementen ontbeert de huidige opvang. Waardoor het risico op terugval voor dak- en thuislozen niet alleen groot is, maar vooral ook naakte werkelijkheid. Er zijn – naar de huidige stand van zaken – zo’n 10.000 woningen nodig om een groep van 16.000 daklozen die klaar zijn om zelfstandig te wonen, een eigen onderkomen te bieden. Realiseren wij dat niet, dan blijft alle opvang per saldo – de niet aflatende inzet en bedoelingen van de voorzieningen ten spijt – water naar de spreekwoordelijke zee dragen.

Wat is de oplossing? Een woning! Gewoon zoals iedereen een woning betrekt. Met voorwaarden die voor alle huurders gelden: geen overlast veroorzaken, tijdig huur betalen en je houden aan de (sociale) regels. Omdat het hierbij gaat over mensen voor wie zelfstandig wonen geen vanzelfsprekendheid is, kan woonbegeleiding op maat een uitkomst zijn; met als doel de woning te behouden. Met het weer zelfstandig wonen neemt de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van de deelnemer toe en gaat hij weer perspectief zien. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om te gaan werken aan verbetering van de kwaliteit van leven.

Het wordt tijd dat de opvangvoorzieningen in de steden daarvoor de handen ineen slaan. Het lef hebben om een grens te stellen. Van hun achilleshiel het sterke punt maken. Oftewel: zij moeten van de gemeenten (fors) meer budget vragen Met onder andere gemeenten en woningcorporaties moeten zij zich inspannen om samen voldoende woningen te realiseren. Waarbij ook alternatieve en laagdrempelige woonconcepten als tiny houses in ogenschouw genomen worden. De opvang wordt daarbij omgevormd tot ‘tijdelijke verblijfscentra met maximale leerkansen voor het individu’, waarbij individuele begeleiders de cliënt langdurig ‘volgen’. Goed opvang begint namelijk waar zij ophoudt: bij thuisgeven!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Het huis waarin wij woonden

La Villa.png

  • La Villa

De broers Joseph en Armand en hun zus Angèle krijgen te horen dat hun vader een beroerte heeft gehad en zijn genoodzaakt om weer samen te komen in hun geboortedorpje aan de kust van Marseille.

Angèle, een gevierde actrice, is sinds een familiedrama twintig jaar geleden niet meer naar het dorp terug geweest. Joseph is inmiddels met pensioen en heeft verbitterd zijn idealen opgegeven. Armand probeert het plaatselijke restaurant, opgericht door hun vader, draaiende te houden. In hun leven is geen plaats meer voor het dorpsgevoel van vroeger. De drie komen samen in de pittoreske villa van hun vader om te bepalen wat er moet gebeuren met het huis en het restaurant. Terwijl zijn situatie achteruit gaat, worden de drie geconfronteerd met wie ze zijn geworden en wat ze hebben geërfd van het verleden. Wat vroeger was, wordt ingehaald door dat wat nu is. Hun vader heeft zijn ideaal, een wereld van solidariteit, vastgelegd rondom het familierestaurant. Lukt het hen dat ideaal in stand te houden?

Filmmaker Robert Guédiguian blijft met La villa in het thema van zijn andere films; een verhaal over “gewone mensen” in de omgeving van Marseille, waar hij zelf geboren is. Ook de hoofrolspelers hebben al in een aantal van zijn eerdere films gespeeld. La villa won prijzen op het filmfestival van Venetië. Waar het verhaal op de oppervlakte een ontroerend en melancholisch verslag lijkt van een familie die zijn band hersteld, is er ook een noot van sociale kritiek. Zo was het dorpje in de film vroeger communistisch en heerste er verbondenheid. Maar nu is er vooral eenzaamheid en leegstand. Het grote geld heeft gewonnen van de solidariteit.

Schandalig – hoe durven wij!

schandalig.png

  • O oude dag, de vijand! Heb ik zoveel geleefd voor deze schande?

Ik ben niet gauw ‘over de rooie’, maar soms! Je zult 68jaar getrouwd zijn. Hij is 90 jaar en zij is 88 jaar. Ze mogen niet samen naar het verzorgingshuis! De een wel, maar de ander niet. Ze moeten uit elkaar.  Na 68 jaar onafscheidelijk te zijn geweest, dreigt voor hen een drama. ,,Wij worden straks als oud vuil aan de kant gezet.’’

Ze zitten vrijwel het hele gesprek hand in hand naast elkaar. Ze ogen rustig, maar dat blijkt schijn. Want als Hennie en Ineke aan hun laatste levensjaren denken, lopen de rillingen over de rug. Ze zijn 68 jaar getrouwd, hebben altijd bij elkaar geleefd, maar een drama dreigt. Want als alles tegenzit, woont Hennie straks gewoon in Bunnik, maar Ineke ergens anders. Dan worden ze door het huidige zorgsysteem alsnog uit elkaar gehaald.

Hennie wordt ’s nachts geregeld wakker en kan de slaap dan niet meer vatten. ,,Die vreselijke angst dat wij straks niet meer bij elkaar kunnen wonen, maakt mij geestelijk kapot. Maar zij kan niet meer bij mij blijven, want ik kan haar niet meer verzorgen. Als zij ’s nachts naar de wc moet, is er niemand die haar kan helpen. Terwijl zij heel slecht kan lopen.’’ Hartverscheurend is het.

Het is in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Desondanks zorgt het nog regelmatig voor beroering. Ouderen die gedwongen gescheiden worden, omdat de zorginstelling volgens de indicatieregels alleen een van de partners mag  opnemen.

De afgelopen jaren is dit op grote schaal gebeurd, terwijl iedereen dacht dat deze situatie bij wet geregeld was. En ondanks alle commotie komt het ook in 2018 nog gewoon – en geregeld – voor.

Iedereen dacht dat het probleem van het scheiden van partners, van wie eentje moet worden opgenomen in een zorginstelling, was verholpen. In 2011 trok SP-kamerlid Renske Leijten over dit probleem aan de bel bij toenmalig staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Die bevestigde dat de aanspraak van partners in zo’n situatie niet wijzigt als zorgverzekeraars de AWBZ gaan uitvoeren.

In het besluit zorgaanspraken artikel 9 lid 3 is geregeld dat de partner van een persoon met een somatische of psychogeriatrisch aandoening of beperking die (op grond van zijn indicatie) in een instelling verblijft, tevens aanspraak heeft op verblijf in dezelfde instelling’, aldus de toenmalig staatssecretaris.

Waar een echtpaar niet samen in een verpleeg- of verzorgingshuis terecht kan, is dat verdrietig voor het echtpaar,’ zei Aad Koster, toenmalig directeur van branchevereniging ActiZ, in een uitzending van Een Vandaag op radio 1. ‘We hebben het echter niet over een groot maatschappelijk probleem, want de mogelijkheid om samen te wonen is er wel.” Prachtige volzinnen zijn het.. Alleen dit echtpaar kan op dit moment niet terecht in het verpleeghuis van hun keuze.

Het bericht over dit echtpaar dat na 68 jaar noodgedwongen uit elkaar moet, raakt veel mensen. Omdat het zo herkenbaar is. Natuurlijk, echtparen kunnen in ons land nooit worden verplicht om apart te gaan wonen., maar in de praktijk gaat het soms anders. Het voelt heel dichtbij,

Bij wet is het verboden. Beide partners mogen samen in het verpleeghuis wonen wanneer één van de twee daar een indicatie voor heeft. Echter, zo leer de praktijk, dat kan dat lang niet altijd.. Zo zou er niet voldoende ruimte zijn om plaats te bieden voor alle partners van zieke ouderen. Het bijschuiven van een extra bed, is niet altijd een optie.

Laat ik duidelijk stelling nemen: Hoe durven wij in dit land te spreken over ‘passende zorg’ als wij dit toelaten.  Partners mogen nooit noodgedwongen uit elkaar worden gehaald.

In de laatste levensfase is veel mogelijk: van ziektegericht doorbehandelen tot het einde van het leven, palliatieve zorg of zelfs het bespoedigen van het levenseinde door euthanasie. Maar een passend aanbod voor mensen die  – tot de laatste snik – samen oud willen worden kunnen wij niet organiseren? Ja, het vraagt om een brede blik van de zorgverlener, die oog zou moeten hebben voor behoeftes in deze. So what!

Gedoe van het treurige soort noem ik het. Laten we het anders doen. Allemaal. Het land wordt daar echt beter van, de mensen die het aangaat voorop.

Samen en gelukkig oud worden in het verpleeghuis, dat kan! Echt. Als wij meer ruimte maken voor het leven zelf, met invulbare en niet-invulbare verlangens, en voor betekenisvolle relaties en ontmoetingen. Dicht tegen elkaar aan kruipen of in elkaars armen slapen wanneer je partner in het verpleeghuis woont. Dat kan toch? Ja toch?

Wie daarop ‘nee’ durft te zeggen verdient een schandpaal. Want als we alles hebben verloren, inclusief hoop, wordt het leven een schande, en de dood een plicht.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

 

 

Grimmige buren

under the tree.png

  • Under the tree

Atli wordt door zijn vrouw het huis uit gezet, en gaat weer bij zijn ouders wonen….

Hij verwacht terug te komen in een rustige wijk, maar niets is minder waar. Zijn ouders zijn verwikkeld in een bittere burenruzie. Inga en Baldvin zijn de trotse eigenaren van de enige boom in de buurt. De grote, mooie boom in hun tuin blokkeert echter de zon op de veranda van amateur scherpschutter Konrad en zijn veel jongere, atletische vrouw Eybjorg. De twee stellen zouden niet méér van elkaar kunnen verschillen, en de situatie ontwikkelt zich al snel van kinderachtig tot catastrofaal. Bezit wordt vernield, huisdieren verdwijnen op mysterieuze wijze en overal worden beveiligingscamera’s geïnstalleerd. Bovendien gaat er ook nog het gerucht de ronde dat iemand de buurman heeft gezien met een kettingzaag…

“Under the Three” is een gitzwarte komedie gevuld met cynische humor en een vakkundig ontworpen tempo. Het is een grimmige herinnering aan hoe moeilijk het voor ons kan zijn om de kleine dingen in het leven te laten gaan, soms zelfs ten koste van onze menselijkheid. De IJslandse Regisseur Haffsteinn Gunnar Sigurðssen is onder andere bekend van Either Way (2011) en Paris of the North (2014). Under the Three won maar liefst zeven prijzen op de Edda Awards, het IJslandse filmfestival.