Te jong om te beslissen?

children act.png

  • The Children Act

Wat doe je als een 17-jarige jongen zich door zijn religieuze overtuigingen gedwongen ziet af te zien van alle medische hulp, zelfs als dat betekent dat hij zal sterven?

Dit is het morele dilemma waar The Children Act om draait, het dilemma waarmee Fiona Maye (Emma Thompson) geconfronteerd wordt. Fiona is een gerespecteerd rechter aan het Hooggerechtshof die bekendstaat om haar professionele en weloverwogen uitspraken binnen het familierecht. Terwijl haar huwelijk op springen staat stort ze zich met totale overgave op de zaak. Wat weegt er zwaarder: het recht op leven of het recht op vrije wil?

The Children Act van regisseur Richard Eyre (Notes on a Scandal) is gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Booker-Prize winnaar Ian McEwan (Atonement, On Chesil Beach), die tevens het scenario schreef.

Advertenties

Het gaat beter dan we denken

feiten

  • Feitenkennis

De Zweedse arts en hoogleraar internationale gezondheidszorg Hans Rosling werkte tot kort voor zijn overlijden in 2017 aan zijn boek Feitenkennis, dat inderdaad bomvol verhelderende feiten staat. Maar feiten en cijfers alléén zeggen niets, weet hij. Daarom rijgt Rosling anekdotes uit zijn loopbaan aan de feiten: zijn eigen momenten van deemoed en bewustwording. Juist die combinatie maakt dit tot een belangrijk boek dat iedereen zou moeten lezen die wil meepraten over de stand van de huidige wereld.

Geestig en ontregelend is alvast het testje in het begin van het boek met dertien vragen over kennis van de wereld. Zoals: Wat is de gemiddelde levensverwachting? Hoeveel 1-jarige kinderen zijn ingeënt tegen een ziekte? Hoeveel meisjes maken de basisschool af? Roslings boodschap is, telkens weer: het gaat beter dan we denken. We maken ons zorgen om de verkeerde zaken, en dat komt door het kloofinstinct, het negativiteits­instinct, het eenperspectiefsinstinct – in totaal tien neigingen waardoor we zicht ver­liezen op de dingen die ons het meest bedreigen.

Rosling spaart zichzelf niet, als witte westerling met onbedoelde ‘koloniale’ ideeën, en als arts die met de beste bedoelingen toch ook fouten maakt. Huiveringwekkend is zijn relaas uit de tijd dat hij als arts verantwoordelijk was voor duizenden extreem arme mensen in het Mozambikaanse district Nacala. Er stierven mensen aan een op dat moment onbekende, verlammende ziekte. In een poging snel te handelen en mogelijke besmetting te voorkomen, stemde hij in met het voorstel van de burgemeester om de weg af te sluiten. Gevolg: ongeveer twintig marktvrouwen zochten met hun kinderen via gammele bootjes over zee de weg naar de stad. De bootjes sloegen om en ze verdronken. Rosling zag de lichamen aanspoelen: ‘Ik kan je niet zeggen hoe ik die dag en de dagen erna ben doorgegaan met het werk dat ik moest doen. En ik heb er 35 jaar lang met niemand over gesproken.’

Zijn diagnose, achteraf, is dat hij zelf last had van het ‘urgentie-instinct’. Het gevoel van ‘nu of nooit’ iets te moeten doen kan je hersens blokkeren. Zijn advies is om dit in bedwang te houden: haal diep adem, eis data en zet kleine stapjes.

Feitenkennis – 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt – Hans Rosling met Ola Rosling & Anna Rosling Rönnlund, Spectrum, 336 blz., 22,50.

Ben ik nou gek?

depressie.png

  • Nooit eens een depressie? Zeg, voel jij je wel goed?

Een tsunami van kritiek daalt neer over het plan van Menzis om aanbieders met betere uitkomsten financieel te belonen. ‘Een waanzinnige gedachte’, vindt de een. “Zeer gevaarlijk”, zegt de ander. ‘Alsof de verschillen in behandelresultaten zijn terug te voeren op de verschillen in inspanning en kwaliteit van de behandelaren” De GGZ slaagt er – als vanouds – weer in om met een goed doordachte reactie  onrust te strooien over dit voornemen. Tijd dus voor een tegengeluid. Want het idee van Menzis is zo gek nog niet. Vind ik!

Ik bespeur namelijk een subjectieve zelfanalyse bij veel professionals in de GGZ. Hun eigen effectiviteit schatten ze steevast dwaas hoog in. Die mening stoelt vrijwel nooit op harde cijfers. Ik zie ook een onderling hopeloos verdeelde en een met het eigen imago schermutselende beroepsgroep. “Wanneer loodgieters eenzelfde wazige opvatting over hun nering zouden ventileren als therapeuten, dan lekte heel Nederland van binnenuit en konden we ons landje doortrekken.”

Therapeutische uitmuntendheid vraagt niet om nog meer of nieuwe behandelmethoden en -technieken. Integendeel. Het is niet de therapeut of zijn therapiemodel wat een therapie doet slagen. De meest krachtige factor tot verandering is de cliënt (de mens) zelf en wat zich afspeelt in zijn of haar leven buiten de therapiekamer. De zogenaamde extra-therapeutische factoren. Gevolgd door de tot stand gebrachte relatie tussen cliënt en therapeut (zie ook Barry L. Duncan, Scott D Miller, Jacqueline A Sparks 2004).

Ook VU-hoogleraar klinische psychologie Pim Cuijpers reageerde kritisch in de Volkskrant. Hij noemde het plan “onzalig”, want het is volgens hem nauwelijks te zeggen of een patiënt opknapt door een behandeling. “Veel mensen knappen spontaan op”, zegt hij….. Als dat zo is, waarom zetten wij dan überhaupt behandeling in?

Laat ik het wat concreter maken.

Deze week verscheen ook (toevallig?) een Artikel dat zegt dat huisartsen het aantal studenten met psychische problemen zie stijgen. “De nood is hoog”, kopt het artikel. “Psychologen zijn niet aan te slepen. Steeds meer studenten kampen met psychische problemen. De oorzaak is een opeenstapeling van stressfactoren: toegenomen prestatiedruk op universiteiten, angst voor schulden, de invloed van sociale media.”

Precies, denk ik dan. Dat is wat wij doen: wij bieden behandelingen aan om de gevolgen te bestrijden, te verzachten of hanteerbaar te maken. Wij lopen over van begrip voor de cliënt, diepen het probleem graag uit., Waardoor er vaak een vicieuze cirkel ontstaat met als gevolg een steeds groter wordend probleem dat voor de persoon die er last van heeft alleen maar ingewikkelder en onoverzichtelijker wordt. De sfeer wordt beladen met problemen, waardoor het gevaar dreigt dat de oplossing steeds verder uit het zicht raakt er ook de hoop op verbetering zal afnemen. Het doet mij denken aan de boodschap in het boek “Ooit een haan horen zeggen dat-ie vroeger ’n eitje was?; een psychiatrische patiënt kijkt liever vooruit dan terug (Stichting Pandora, Amsterdam, 1991 ISBN9071227049). Of, zoals meiden bij Fier Fryslan (slachtoffers van eer gerelateerd en huiselijk geweld, seksueel geweld en mensenhandel mij eens spiegelden: “Jullie hulpverleners willen alleen maar praten over onze problemen. Wij willen praten over onze toekomst. Over opleiding, werk enzo.”

Juist deze boodschap schraagt de inzet van Menzis. Zij willen goede uitkomsten belonen en niet langer (alleen) het aantal behandelingen resp. de inzet. Het belang en het oordeel van de patiënt wordt daarin meegewogen. Terecht, zeg ik. Met onze zorg is veel geld gemoeid. Dat geld moet worden ingezet om de uitkomst voor de patiënt te verbeteren. Dat zou een onverstandige maatregel zijn als wij het probleem als vertrekpunt nemen. Niemand op de wereld kan mij vertellen hoe een depressie ontstaat, bij wie, hoe ernstig die wordt en hoe lang die gaat duren. Die kennis is er gewoon niet. Wat wij wel weten is wat wel werkt: een oplossingsgerichte aanpak.

“Doe je ogen eens open” vraag ik de GGZ-collega’s dan ook. “Overschat je eigen effectiviteit niet.” Geschoolde en gekwalificeerde therapeuten in alle disciplines overschatten hun eigen effectiviteit met gemiddeld 60%!” Zegt ook psycholoog Scott D. Miller, Ph.D. (Institute for the Study of Therapeutic Change, Center for Clinical Excellence). Een psycholoog kan betere psychologische zorg bieden door te werken volgens het principe van ‘practice based evidence’ in plaats van ‘evidence based practice’ (Zie ook http://www.scottdmiller.com/). Zeker als hij of zij daarbij ook de (mogelijkheden van) de context meeneemt.

Anders gezegd: isoleer niet het ‘probleem’, maar plaats het in haar context. Focus de behandeling niet op het beperken van het problematische functioneren. Herstel van het onproblematisch functioneren vraagt om het kijken (en durven zien!) van kansen en mogelijkheden. En laat dat nu precies het fundament zijn van de decentralisatiebeweging van en bij de meeste – zo niet alle – gemeenten: het plaatsen van de inwoners in het bredere denk- en kijkraam van hun talenten en omgeving. Volgens mij kunnen bepaalde onderdelen van behandelingen snel worden geschrapt omdat blijkt dat ze niet helpen. Vindt ook Ernst Klunder, voorzitter van Volante, een samenwerkingsverband van grote ggz-instellingen. Het belangrijkste en werkende bestanddeel in heel veel therapieën blijkt namelijk gewoon ‘tijd’ en ‘aandacht. Tijd om te luisteren naar het verhaal, tijd om het te plaatsen in zijn context en aandacht voor de mogelijkheden.

Oplossingsgerichte gespreksvoering, gebaseerd op tijd en aandacht verschilt wezenlijk van de doorgaans gehanteerde (probleemgerichte) gespreksvoering. Exploratie en analyses van de factoren die een probleem veroorzaken of in stand houden zorgen niet automatisch voor verbetering van dat probleem. Kenmerkend bij de oplossingsgerichte gespreksvoering is dat

  • Problemen als uitdagingen/kansen worden gezien
  • De probleemhouder/cliënt de expert is
  • Je niet stuk maakt wat niet stuk is
  • Dat als iets werkt, je daarmee doorgaat
  • Als iets werkt, ga ermee door
  • Als iets niet werkt, je het anders moet doen

De interventies zijn erop gericht de probleemhouders/cliënten te helpen de aandacht te verleggen naar juist die momenten waarop het anders is, waardoor oplossingen mogelijk zijn.

Ben ik nou gek? Ik ben gek genoeg om daaraan te twijfelen. Wereldwijd wordt enorm veel energie en geld gestoken in onderzoek naar en betere behandelingen voor depressie. Met gematigd succes. Er bestaat een alternatieve route: stimulatie van geluk!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Loop met mij op

walk with me.png

  • Walk with me

Walk With Me is een prachtige cinematografische reis in de wereld van mindfulness, waarin de wereldberoemde boeddhistische leermeester Thich Nhat Hanh centraal staat. Hij komt oorspronkelijk uit Vietnam en heeft mindfulness naar het Westen gebracht. Als spiritueel leider woont hij nu in Plum Village, een leefgemeenschap in rustiek Zuid-Frankrijk, waar hij samen met andere zen-boeddhistische monniken en -nonnen mindfulness tot een wereldwijd fenomeen heeft doen uitgroeien.

Walk With Me biedt een nooit eerder vertoonde toegang in deze gemeenschap. Drie jaar lang werden de levens van de bewoners van Plum Village gevolgd en komen existentiële vragen waarmee ze geconfronteerd worden aan bod in hun zoektocht naar acceptatie. Treed binnen in een wereld van bewustwording.

 

 

Kinderen van zwart zaad

louis

  • Alle kinderen van Louis

Een Poolse journalist die een boek – Alle kinderen van Louis – schrijft over een Nederlands schandaal. Zo mogen we de misstanden die aan het licht kwamen bij de kliniek van Jan Karbaat toch wel noemen. De vrij succesvolle fertiliteitsarts hielp vele paren en alleenstaande vrouwen aan een kind, maar bleek het achteraf niet zo nauw te nemen met de administratie en registratie van de donoren. Het meest berucht werd hij toen bleek dat de directeur ook zijn eigen sperma doneerde, zonder dat erbij te vertellen.

De journalist Kamil Bałuk zoomt in op een verhaal dat minstens zo bijzonder is, namelijk dat van één zaaddonor die via verschillende klinieken naar eigen schatting wel tweehonderd kinderen verwekte. Die donor, in het boek Louis genoemd, is een bijzonder type, en wil heel graag contact met zijn kinderen. Baluk sprak die donor, en veel van zijn kinderen die zich later verenigden in een groep die ze zelf de Halfjes noemen. Vooral de figuur Louis is een intrigerend personage. Je zou bij lezing nog meer willen weten over hoe de kinderen zich wel of niet in hem herkennen. Maar Baluk heeft nog veel meer te vertellen. Hij ging grondig te werk, was tweeënhalf jaar bezig met research – bezocht de kliniek van Karbaat meermaals, en sprak de man uiteindelijk ook – en schrijft en passant ook nog een kleine geschiedenis van het zaaddonorbeleid in Nederland. Dat is bij elkaar wat veel. Zeker als in het laatste hoofdstuk – een nawoord dat in de Nederlandse versie verschijnt, de Poolse was vorig jaar al klaar – vrij terloops wordt opgemerkt dat er inmiddels veertig kinderen zijn gematcht met een kind van Karbaat zelf. Oftewel: die zijn zeer waarschijnlijk zijn kinderen. Dat is een boek op zich. Maar Baluk heeft van zijn graafwerk wel een intrigerend boek gemaakt.

Alle kinderen van Louis, Kamil Baluk, De Geus, 288 blz., 19,99 euro.

Verloren weekend

lost weekend.png

  • The Lost Weekend

Er zijn veel films over alcoholisten. De beste is nog altijd de in 1945 gemaakte The Lost Weekend naar een beroemde roman van Charles Jackson.

De onsuccesvolle schrijver Don Birnam, die verslaafd is aan alcohol, slaagt er door toedoen van zijn broer Wick en zijn vriendin Helen in om tien dagen lang nuchter te blijven. Maar op de avond voordat Wick en hij op een vierdaagse vakantie zouden gaan, zodat Don weer serieus kan gaan schrijven, stuurt hij Helen en Wick boos zijn huis uit. Vervolgens zit Don alleen thuis zonder geld én zonder alcohol. En die drang naar alcohol wordt steeds groter en groter. Met alle desastreuze gevolgen van dien, inclusief een gruwelijk delirium.

De film is gewoon te koop op dvd.

Help, mijn collega is ziek!

ziekte

  • Ziek ben je nooit alleen

Medewerkers die na een ingrijpende of langdurige ziekte terugkeren in het arbeidsproces, vragen veel aandacht. Als ik eerlijk ben, begint het echte werk juist dan als iedereen denkt of verwacht dat alles wel weer normaal is. De zieke collega is hersteld en we kunnen weer terug naar de situatie zoals het voordien was. Niets is minder waar!

Als je ziek bent, wil je niet vergeten worden. Ook niet door je collega’s. Een (chronisch of ernstig) zieke collega vraagt en verdient veel aandacht. Terecht. Het omgekeerde is echter net zo waar en belangrijk. Bedenk het maar: een telefoontje, een kaartje, een bezoekje, een schouderklopje, een sms’je…. Ziekte van een collega heeft veel impact op de werkvloer. Er op de juiste manier mee omgaan, weten wat je wel of niet tegen elkaar kunt zeggen. Het zijn puzzeltjes. Met – over en weer – de giftige adders van onbegrip en het gevoel van onvoldoende steun en begrip als de grootste risico’s.

Met enige regelmaat zie en ervaar ik het bovenstaande in situaties waarbij een zieke collega na lange afwezigheid weer terugkeert op de werkvloer. Het hele leven van de betrokkene stond in één klap op zijn kop. Logisch! Maar ziek ben je nooit alleen. Dat geldt zowel voor de zieke zelf als zijn privé- en werkomgeving. Iedereen – de partner, vriend of collega – worstelt met de vraag hoe je de ander zo goed mogelijk kunt ondersteunen zonder daar zelf aan onderdoor te gaan. Dat is heel logisch.

De zorg voor de ander – de betekenis daarvan voor het eigen leven, de eigen werksituatie, enzovoort – brengt gevoelens van angst, kwaadheid en verdriet met zich. Bij de ziek net zo goed als bij de mensen in zijn of haar omgeving. Iedereen doorloopt min of meer hetzelfde proces. Alleen, de perspectieven van de een zowel als de ander verschillen. Terwijl de zieke alles doet om zijn ziekte te overleven blijkt het voor omstanders heel lastig om hierop adequaat te reageren. Iedereen voelt zich tekort schieten in het omgaan met elkaar. Gevoelens van begrip, ontkenning, woede, vechten, verdriet en acceptatie strijden voortdurend met elkaar. Processen en gevoelens die  vaak niet parallel verlopen. Juist dat maakt het moeilijk om het ziekte- en herstelproces samen te beleven en elkaar daarbij optimaal te  steunen. Met – ongewild en onbedoeld – het risico van misverstand, onbegrip en verwijdering als gevolg. Terwijl de een niet over de ziekte wil of kan praten, wil de ander dat juist wel; of omgekeerd. Wij willen de ander beschermen, niet belasten of ontzien.

In de regel gebeurt dit met een goede bedoeling. De meest cruciale en wederkerige vraag – Waar heb jij behoefte aan en wat kan ik daarin voor jou betekenen? – wordt daarbij meestal niet gesteld. Juist daardoor is het moeilijk om het ziekteproces samen te beleven. Een open gesprek met een gezamenlijk vertrekpunt is heel zinvol. Praat met elkaar in de tijd tussen het bericht en de terugkomst van de zieke. Doe niet tegen elkaar alsof er niets aan de hand is en stel vragen. Bedenk eens hoe je zelf zou willen dat anderen met jou omgaan als jij in zijn of haar schoenen zou staan. Je mag best zeggen dat je het moeilijk vindt om met de situatie om te gaan. Dat lucht niet alleen op, maar blijkt vaak ook van grote – want verbindende – betekenis.

Juist die communicatie is cruciaal en lastig tegelijkertijd. Zo heb ik geleerd. Natuurlijk is het goed om met elkaar te praten over waar de ander is in het proces en waar hij behoefte aan heeft. Maar, dat is een wederkerig proces. Het is niet alleen zo dat de gezonde collega’s goed moeten reageren op hun zieke collega. Dat geldt ook andersom. Je kweekt een hoop begrip als je in alle openheid vertelt wat er aan schort, wat de anderen kunnen verwachten en dergelijke. En juist daaraan schort het vaak.

Het is van groot belang dat er verbinding blijft tussen de collega’s en de (chronisch) zieke collega. Dat is tegelijkertijd zowel moeilijk als eenvoudig tegelijkertijd. Het vraagt om de wederzijde erkenning dat de ziekte – waar niemand om gevraagd heeft veranderingen met zich brengt. Voor de zieke net zo goed als de werkgever en de collega’s. Over en weer speelt de vraag en het dilemma wat de een redelijkerwijs van de ander mag vragen en verwachten. Iedereen stoeit met die veranderingen. Het is een cyclus waarin iedereen terechtkomt. Met helaas ook misverstanden, onbegrip of irritaties als gevolg. Dat is – zo leert mijn ervaring – vervelend voor alle betrokkenen.

Hoe dat te voorkomen? Ik pretendeer niet ‘het antwoord’ te weten. Integendeel. Ik vind het elke keer weer een zoektocht. Duidelijk is wel, dat de zieke zowel als de collega’s de eigen beleving van de situatie moeten kunnen en durven delen met de ander. Zonder elkaar daarbij voortdurend te ontzien of te sparen. Duidelijkheid over de impact van de ziekte, de veranderingen op de werkvloer – al dan niet als gevolg van het langdurig uitvallen van de collega -, de gevoelens van miskenning, onbegrip, etcetera, enzovoort. Juist eerlijkheid daarover helpt om de eigen kijk op de toekomst, angsten, behoeften en zorgen wederzijds aan te kaarten.

Naast het kweken van begrip kunnen leidinggevenden daarbij sturend en faciliterend optreden.  Door ieders verhaal aan bod te laten komen. En door de verschillen in benadering en perspectief bespreekbaar te maken en te duiden. Niet, met het oogmerk om de een te overtuigen van het gelijk van de ander. Integendeel. Durf de pijn en moeite bij alle betrokkenen te erkennen. Niemand is alleen ziek. Verwacht dus niet een knieval van of voor elkaar. Niemand is daarbij gebaat. Het zal bij alle betrokkenen leiden tot nieuwe frustraties en teleurstellingen. Ieders perspectief is net zo waar als waardevol. Het werkelijke addertje dat samen bestreden moet worden, is het gevoel dat het perspectief van de ander als miskenning of ontkenning van dat van de een wordt ervaren of uitgelegd. Anders gezegd, soms moet je samen die deur sluiten, om verder te kunnen.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.