Krachtige meerstemmigheid

meerstemmigheid

  • Maak vertellers luisteraar en luisteraars verteller

Er is meer samenhang nodig in de zorg, maar het overhoophalen van het systeem van zorgwetten of de organisatie van de uitvoering ervan levert daaraan slechts marginaal een bijdrage.  Een bijdrage van betekenis kan geleverd worden door de organisatie van meerstemmigheid. Dat vraagt om het bijeenbrengen van rollen, culturen en verwachtingen. Vanuit het perspectief van meerstemmigheid is er binnen het vormgeven van welzijn en zorg nog veel winst te halen.

Meerstemmigheid valt onder alle processen en methodieken die leiden tot gelaagdheid en meerdere perspectieven (multi-perspectiviteit) bij de ondersteuning en zorg rondom inwoners en wordt bij voorkeur uitgevoerd in samenwerking met het netwerk of de community.

Meerstemmigheid is dus ook wie ik als professional werkend met en voor mensen wil nastreven. Omdat elke situatie meerdere identiteiten en affiniteiten kent. Om die reden streef ik ernaar om mij in de dagelijkse uitvoering van mijn werk te omringen met mensen met verschillende achtergronden en perspectieven op de wereld en het leven. Naarmate ik ouder word ga ik meer en meer inzien hoe belangrijk het is om als professional kennis te nemen van andermans verhalen, perspectieven en ideeën. Het verruimt je blik op de wereld om je heen en de concrete uitdagingen waarvoor inwoners – en dus ook ik – te maken krijgt. Het maakt ook de kans blinde vlekken kleiner. Als professional vind ik het daarom belangrijk om deze visie te implementeren in mijn werkzaamheden.

Groots was ik dan ook op mijn collega’s die recentelijk een kennisatelier organiseerden rond het ziektebeeld ALS. Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS) is een ziekte van de zenuwcellen die de spieren aansturen. Deze neuromusculaire (zenuw-/spier-) aandoening leidt tot het onvoldoende functioneren van de spieren.

Mijn collega’s organiseerden een bijeenkomst waarin de verschillende actoren en perspectieven mooi en in balans aan de orde kwamen. Daarvoor werden professionele deskundigen, maar ook collega’s uit de wijk (ergotherapeuten, wijkverpleegkundigen en huisartsen) en ervaringsdeskundigen uitgenodigd. Het resultaat was een wederzijdse bestuiving. Met de erkenning dat het vinden van passende antwoorden in elke situatie weer maatwerk vraagt. Met aandacht en respect voor de verschillende perspectieven. Het is telkens weer een dankbare vindtocht doorheen visies, mogelijkheden en belemmeringen. Met de resultaten hebben wij samen geen blauwdruk voor de oplossing gevonden. Veel belangrijker en rijker echter was de echte oogst: een kijkje in elkaars wereld, perspectieven, opvattingen en verwachtingen. Met de mens daarin als basis. Het basisprincipe daarbij is dat alle stemmen gelijkwaardig zijn, of althans een volwaardige rol hebben. Antwoorden, gecomponeerd op basis van meerstemmigheid, verhogen het begrip en draagvlak. Over en weer. En, zij verhogen de vreugde waarmee alle betrokkenen hun werk kunnen en mogen doen.

Tijdens het kennisatelier maakten wij gebruik van de persoonlijke verhalen van inwoners (de ervaringsdeskundigen) en hulpverleners. Deze werkwijze resulteerde in prachtige dialogen, waarin verhalen over hun leven, loopbaan en het dagelijks werk werden gedeeld. De betekenis van die diversiteit bracht harmonie, veranderlijkheid en dialoog.

De door overheden financiers, professionals en inwoners zo gewenste omslag (transformatie) binnen het sociaal domein is – zo stel ik opnieuw vast – gebat bij meer meerstemmigheid. Dat kunnen wij realiseren door als team samen te werken in een sfeer van openheid, vertrouwen en positiviteit. Professionals en inwoners – of inwoners en professionals – hebben elkaar nodig om geduldig en gemotiveerd te blijven. Professionals hebben regelmatig het gevoel tekort te schieten. Niet in de laatste plaats omdat het hun streven is oplossingen te realiseren. De ervaringsdeskundigen willen – als het even kan – natuurlijk een passend antwoord op hun uitdaging. Tegelijkertijd weten zij als geen ander dat een (systeem)oplossing niet bij voorbaat het passende antwoord is. Dat je soms ook moet accepteren dat het is, zoals het is. Of dat je geduld moet hebben. Deze conclusie was ook voor de deelnemers aan het kennisatelier zo niet een eyeopener voor, dan toch een bevestiging bij hun doen en laten.  Daar hoort, ook voor ons als professionals, vallen en opstaan bij. Accepteren dus, dat het toewerken naar passende antwoorden voor situaties een proces van veranderlijkheid kan zijn. Simpelweg, omdat je morgen meer kunt weten dan vandaag, hetgeen een wending kan geven aan de tot dan toe gedachte werkrichting.

Dit laatste vraagt ook de bereidheid van professionals om hun eigen twijfels of onzekerheden te delen en op tafel te leggen bij de mensen met en voor wie zij werken. Niet, om je erachter te verschuilen, maar om de mensen om wie het draait op basis van gelijkwaardigheid in staat te stellen hun eigen bijdrage te leveren en keuzes gezamenlijk te maken. Door te luisteren naar de verschillende innerlijke stemmen en drijfveren kunnen wij samen één verhaal vertellen.

Meerstemmigheid draait om het organiseren en bespreekbaar maken van het verschil. Het toewerken naar een gezamenlijke door middel van de uitwerking van ‘de praktijk van verschil’. In kennis, ervaring en instrumenten. Een ondersteuningsplan komt in dialoog tot stand en legt verbindingen tussen theorie en praktijk, net zo goed als tussen systeem en individu. In de dialoog ontstaat – door een opeenvolgende beschrijving van gebeurtenissen en perspectieven en hun onderlinge verhouding – een ‘autobiografie’ voor de inwoner, op basis waarvan deze zelf zijn toekomstscenario kan uitstippelen. Dit is een krachtig middel om een bepaalde werkelijkheid te reconstrueren of om een nieuwe werkelijkheid te construeren.

Het naar elkaar luisteren en aan elkaar vertellen van het eigen verhaal resulteert in meerstemmige performance, waarin alle betrokkenen een actieve en creatieve rol hebben en samen een nieuwe werkelijkheid creëren.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

Advertenties

Hoe het waardeloze ons verrukt

waardenvol.png

  • Van waardeloze naar waardenvolle samenleving

Hoewel het uitgangspunt in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de burgers en hun sociaal netwerk behoort om de beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren, mag mantelzorg niet worden afgedwongen. Dit heeft de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:17) bepaald in een beroepszaak over een geweigerd pgb voor huishoudelijke hulp. Deze uitspraak werd mij deze week door een rechter nog eens onder de aandacht gebracht. Omdat er geen sprake is van mantelzorg als de zorgverlener voor zijn diensten betaald wil worden. Hetgeen naar mijn mening de deur wagenwijd openzet voor een verdere individualisering van onze samenleving. Want waarom zou ik voor mijn naasten, vrienden of buren nog mantelzorg verrichten als ik er ook voor betaald kan krijgen?

Hoe lang duurt het nog voor wij het kopje koffie dat wij gaan drinken bij onze ouders als betaalde informele zorg (willen) kunnen declareren bij de overheid? Onder het mom van ‘het bestrijden van hun (gevoel van) eenzaamheid! En wanneer zullen wij als opa en oma ontdekken dat wij het op de kleinkinderen passen kunnen aanmerken als betaalde informele zorg; ter ontlasting van de (overbelaste) ouders, omdat die toch echt beiden recht hebben op een beetje vrije tijd naast hun werk? En tegelijkertijd klagen wij steen en been over de stijgende premies voor onze ziektekostenverzekering en de almaar toenemende belastingdruk. Die wij dus stiekempjes zelf veroorzaken!

Mensen leven langer en dat gaat gepaard met een toename van het aantal chronisch zieke patiënten. Deze grote demografische veranderingen zetten ons zorgsysteem onder druk. De Nederlandse zorguitgaven zijn in 2018 gestegen tot precies 100 miljard euro, een record. Tegelijkertijd is er een tekort aan zorgpersoneel dat in 2020 naar schatting zal zijn opgelopen tot 500.000 werknemers.

Sociale veranderingen in een samenleving vragen het bewustzijn dat voor elkaar zorgen en onderlinge verbondenheid niet ondergeschikt mag zijn aan geld verdienen en zelfontplooiing. En juist dat lijkt in toenemende mate het geval. De voordelen die samengaan met de opkomst van wetenschap en techniek – die heeft geleidt tot een mechanisering van onze samenleving – maakt dat wij tijd en zorg voor elkaar steeds meer opvatten als technische en economische factoren. Bedoeld of onbedoeld gaat dat ook gepaard met verlies van positieve waarden als zorgzaamheid en verbondenheid.

In toenemende mate zie ik onze waardenvolle samenleving afkalven naar een waardeloze samenleving. Waarin mensen het te druk hebben om voor elkaar te zorgen. ‘Mijn moeder wassen? Daar ben ik niet voor’, hoor je. Of: ‘Ik ben toch geen mantelzorger!’ Terwijl men wel graag veertien dagen vakantie boekt.

Wij schijnen in rap tempo te vergeten resp. blind te worden voor het feit dat mensen die goede contacten hebben met anderen gelukkiger zijn en zowel fysiek als geestelijk gezonder en beter in staat om tegenspoed, sociale isolatie en uitgesloten zijn tegen te gaan. In de basis gaat het daarbij om relaties. Hoewel we meer en meer geneigd zijn het belang hiervan in ons dagelijks leven te onderschatten.

De basale menselijke behoeftes zijn ‘zichtbaarheid’ en ‘erkenning’. Tellen en meetellen dus. Daarom ook is het belangrijk om kennissen of vrienden te hebben waarmee je een interesse, een hobby of een verleden deelt. Daarnaast zijn er mensen nodig waarbij je echt je hart kunt luchten. Dit kan variëren van vertrouwenspersonen (partner, familie), tot vrienden of buren, (ex-)collega’s, kennissen en leden van bijvoorbeeld het koor of de sportvereniging.

In onze jacht op individuele ontplooiing en economische vooruitgang hollen deze waarden steeds meer uit en worden zij waardenloos gemaakt. Het gevolg is dat wij steeds minder samenleven. En juist daarin schuilt naar mijn idee de kern van de afbraak van onze samenleving.

Niet alleen zijn we minder goed in staat elkaar te ondersteunen in het dagelijks leven maar juist ook bij problemen of ziekte. Omdat wij ze voor en bij elkaar niet meer signaleren en kunnen tackelen, maar ook omdat wij nauwelijks nog vaardigheden en een natuurlijke professionaliteit ten aanzien daarvan ontwikkelen. Het gevolg daarvan is dat wij onnodig in de problemen raken, minder zelfredzaam zijn en afhankelijker worden van deskundigen.

Het is dan ook niet vreemd dat de kosten voor ons zorgstelsel de pan uit rijzen.  We hebben er zelf geen antwoord meer op. We richten onze wereld in op een manier waarin wij niks meer met elkaar te maken hebben. Tenzij het economisch gewin oplevert! Onze samenleving is er een geworden van ‘u vraagt en ‘de overheid’ draait. (voor de kosten op). Met tegelijkertijd een obsessieve belangstelling voor flexibiliteit en maatwerk die aansluit op wat wij nodig hebben.

Mijn pleidooi? Wij moeten als samenleving weer waarden durven omarmen. Investeren in de meest nabije relaties (partner, familie, vrienden) die voedend en ondersteunend zijn voor ons. Met wie wij onze wensen, behoeften en gevoelens openlijk kunnen en durven delen. Een samenleving ook die er schande van durft te spreken dat wij voor het ‘elkaar helpen’ een vergoeding (durven) vragen. Het monster van ‘eenzaamheid’ bijvoorbeeld kunnen wij dan bestrijden met sociale verbondenheid en sociale contacten als de tegenhanger van eenzaamheid. En ja, daar moeten wij zelf actief aan werken en in investeren. Door ruimte te maken en ruimte te geven naast ruimte te krijgen om het gedoe van alle dag in het sociale contact in te bedden. Elkaar steunen, hulp aanbieden en hulp vragen. Want zorgen voor elkaar, dat doe je gewoon!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

Stigma door lepra

yomeddine.png

  • Yomeddine

Beshay groeit op in een Egyptische leprakolonie waar zijn vader hem als kind achterliet. Als veertiger heeft hij een vrouw, huis, ezel, en leprapatiënten als vrienden. Bovendien verdient hij wat geld met jutten op de ‘vuilnisberg’.

Na het plotselinge overlijden van zijn vrouw verschijnt haar moeder ten tonele. Deze gebeurtenissen vormen een kweekbodem voor existentiële vragen en pijnlijke herinneringen, zoals aan de oningeloste belofte van zijn vader dat hij Beshay ooit zal ophalen. Met zijn ezel, enkele bezittingen en een verstekeling – de weesjongen Obama – vertrekt Beshay met de noorderzon. Dwars door de woestijn reist hij naar zijn familie en vermoedelijke geboortedorp. Een reis vol tegenslagen. De lepra heeft Beshay verminkt achtergelaten en dat maakt hem tot een verschoppeling, die in de kolonie misschien beter af is dan in de buitenwereld waarin de mensen hem mijden en bespotten.

De film Yomeddine – Arabisch voor ‘de dag des oordeels’ – van A.B. Shawky laat zien dat lepra eigenlijk meer een sociaal dan een medisch probleem is. Stigma en schaamte zijn soms erger dan de kwaal, ook in onze samenleving. Deze universele thematiek maakt Yomeddine tot een aangrijpende en confronterende film.

FNS – ‘software’ probleem in de hersenen

FNS.png

  • Functionele neurologische stoornis

Als mensen computers zouden zijn, zou het probleem bij functionele symptomen te vergelijken zijn met een software probleem. Er is niets mis met de bedrading of de chips in de computer – de hardware is in orde – maar de werking is aangetast. Als een computer een software probleem heeft, loopt de computer vast of werkt heel langzaam. Het zou niet helpen de computer open te maken en de componenten te bekijken. U zou niets zien als u een scan van de computer zou maken. Wat wel een oplossing zou zijn, is de computer opnieuw programmeren.

Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 1350 patiënten de diagnose functionele neurologische stoornis (FNS). De Stichting FNS heeft nu een film gemaakt voor artsen en medisch personeel waarin patiënten aan het woord komen over hoe ze hulp zochten in de medische wereld.

Wat is Functionele Neurologische Stoornis (FNS) ?

In de volgende video wordt ingegaan op wat FNS is. Patiënten komen aan het woord en geven aan hoe ze hulp zochten in de medische wereld en wat ze doen om het mogelijk te overwinnen. De neurologen Rien Vermeulen (AMC) en Jon Stone uit Edinburgh, geven uitleg over de aandoening. Ook een psychiater en een fysiotherapeut komen aan het woord.

De video is vooral bedoeld voor huisartsen en medisch personeel maar natuurlijk ook voor FNS patiënten.

  • Deze video is geheel gesponsord door Spohr Innovations en wij danken Pieter en Marianne Spohr hiervoor. Ook veel dank aan ITZiT BV voor de productie van deze video.

Spiegel voor een oude dokter

dokter 2.png

  • Een goed mens

Als een oude psychiater zijn praktijk sluit, krijgt hij nog een laatste bezoek van een intrigerende jongere man die wel heel veel van hem wil weten. Ondanks het cynisme van de oude dokter en de onbevangenheid van de jonge man (zijn jongere ik?) weten ze elkaar een spiegel voor te houden. Dat is de strekking van Een goed mens, van de onlangs plotseling overleden Flip Broekman. In de regie van Johan Doesburg spelen Jules Croiset en Victor Reinier.

Speellijst via: hummelinckstuurman.nl

Dat heb ik toch niet gedaan!

braindisorder.png

  • Het belangrijkste is niet ophouden met vragen stellen.

Kinderen die, na het samen spelen, hun rommel niet willen opruimen. Omdat zij die rommel toch niet gemaakt hebben. Het was de ander! Het kost vaak de nodige overredingskracht alvorens zij – met duidelijke tegenzin – het toch doen. Deze week ervoer een goede bekende van mij dat dit kinderlijke gedrag ook bij professionele zorgverleners niet onbekend is.

Gezondheidszorg wordt belangrijk voor je als je er zelf mee te maken krijgt. Uiteindelijk ontkomt vrijwel niemand eraan. Ter geruststelling: ik ga u niet vervelen met eindeloze feiten over de gezondheidszorg in Nederland, maar ik wil haar – gebaseerd op een (recente) ervaring – wel een spiegel voorhouden.

Eerder deze week werd hij ontslagen uit het ziekenhuis. Hij was daar opgenomen op de stroke unit (neurologie-afdeling van het ziekenhuis) op grond van een – later ook gediagnosticeerd – vermoeden van een herseninfarct. Omdat hij voldoende hersteld was kon hij thuis – buiten de stroke-unit – verder aan zijn herstel werken. Desondanks was hij niet bepaald gelukkig met de wijze waarop het ontslag uit het ziekenhuis verliep. De reden daarvoor was resp. is gelegen in het feit dat hij zich een speelbal voelde worden tussen specialisten.

Hij is, als hartpatiënt en vanwege een eerdere  beroerte en TIA, bekend bij een cardioloog en neuroloog in een ander ziekenhuis. Daar kon hij deze keer niet openomen worden: er was geen stroke-unit beschikbaar. Via een tweede ziekenhuis – waar wel de eerste analyse werd uitgevoerd, maar die ook geen stroke-unit meer beschikbaar had – was hij terecht gekomen in dit (3de) ziekenhuis.

Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis werd bij voortduring zijn bloedruk gemeten. Deze was aanvankelijk – ondanks het al langer durende gebruik van de nodige bloeddrukverlagende medicijnen – veel te hoog. Tijdens de behandeling daalde de bloeddruk naar veel te lage waarden. Daarom werd besloten om per direct te stoppen met een deel van de bloedruk verlagende medicatie. Dit laatste verontrustte hem, omdat hij bij recente bezoeken aan zijn cardioloog en internist ook gevraagd had of de medicatie voor de bloedrukverlaging wellicht minder kon. Het gebruik van de veelheid aan bloeddrukverlagende middelen heeft namelijk als neveneffect dat hij het snel koud heeft. Cardioloog en internist waren eenduidig in hun oordeel: de bereikte balans diende niet in gevaar gebracht. Het nu ineens stoppen met een medicijn met drie bestanddelen riep dus vragen en zorgen op.

Wie zou denken dat e.e.a. aanleiding zou zijn voor overleg tussen de neuroloog (uit ziekenhuis 3) en de cardioloog (uit ziekenhuis 1) komt bedrogen uit. De bloeddruk was nu echt te laag. Het herstarten met de medicatie moest hij later maar bespreken met de cardioloog.

Hij en zijn vrouw wilden – ook vanwege de nog niet begrepen dan wel gevonden oorzaak van het (herhaalde) infarct – nader onderzoek. De groep met het hoogste risico bestaat immers uit patiënten met een cardiale voorgeschiedenis of een gestoorde linkerkamerfunctie. Klachten waarmee hij dus bekend was. Deze patiënten dienen cardiologisch nauwkeurig geëvalueerd te worden.

Volgens de neuroloog was hiervoor geen aanleiding, dus kon hij ontslagen worden. Zijn vrouw liet zich niet zomaar het bos insturen en mobiliseerde de huisarts en stroke-verpleegkundige van het (derde) ziekenhuis. Zij adviseerden nadrukkelijk om voet bij stuk te houden en aan te dringen op nader onderzoek.

De neuroloog was echter onwrikbaar in het oordeel, maar droeg er – na lang aandringen – wel zorg voor dat er twee dagen na het ontslag uit het ziekenhuis een afspraak stond bij zijn eigen cardioloog. Daar meldde hij zich – na een nacht met stevige hartklachten – op de bewuste dag ruim vijf kwartier eerder dan afgesproken. Omdat hij – ondanks veel twijfel tijdens een door zijn klachten slapeloze nacht – had afgezien van het bellen van 112.

Het gesprek met zijn cardioloog verliep niet soepel. Deze was duidelijk ontstemd over het feit dat meneer vijf kwartier te vroeg verscheen en maakte duidelijk dat hij eigenlijk vond dat meneer zich maar moest melden bij de veroorzaker van de problemen: de neuroloog. Problemen, dat moest hij erkennen, waren er wel: de bloeddruk van meneer was nu weer veel te hoog. En dus werd besloten om een deel van de gestopte bloeddrukverlagende medicatie weer te herstarten. Waarmee de kous – wat hem betreft – leek afgedaan.

Hij en zijn vrouw nemen hiermee geen genoegen. Een herseninfarct is een teken dat er een verhoogde kans bestaat om weer een herseninfarct te krijgen, of bijvoorbeeld een hartinfarct. En dus wordt uiteindelijk – duidelijk tegen heug en meug in – besloten tot nader onderzoek.

Mijn conclusie?

Gezondheidszorg, onderwijs, defensie, openbaar bestuur en politie zijn allemaal grootheden die zijn geslachtofferd aan de systeembenadering. Vooral met het oogmerk alles beter te kunnen managen en te kunnen controleren. Alles is vastgelegd in systemen, in protocollen en standard procedures. Tegelijkertijd wordt er verschrikkelijk veel geld geïnvesteerd in hardware, in infrastructuur, in prachtige moderne gebouwen met de meest fantastische voorzieningen. De zorg voor de mensen, de betrokkenheid, de warmte, de tijd, maar vooral de kwaliteit echter wordt er echter niet direct beter van. Het is een wondere wereld, waar de enorme hoeveelheid aan specialismen, data en systemen uiteindelijk het overzicht belemmert. Maar veel belangrijker is dat de specialisaties, middelen, systemen, organisatie- en managementstructuren verhinderen dat dit alles nog enige betekenis heeft voor de mensen om wie het gaat. Geen tijd. Geen interesse.

Arme mensen in Nederland die in al die ziekenhuizen liggen. Alleen, zonder warmte, zonder zorg, vaak zonder liefde. Maar wel aan de monitor! Het ziet er professioneel uit. Maar eigenlijk is het  koud en afstandelijk. Want als het systeem zegt dat er geen zorgen zijn, wie zijn wij dan om anders te beweren….

Per saldo hangt de echte kwaliteit af van betrokken artsen en van verplegend en verzorgend personeel dat ondanks (en vooral niet dankzij) de last van bureaucratie, management, structuren, systemen, ziektekostenverzekeraars toch hun zorg leveren. En van eigenwijze mensen die zich niet met een kluitje in het riet laten sturen. Van professionals dus ook, die niet – als kleine kinderen – dreinen: “Dat heb ik toch niet gedaan!”. Hulde daarom aan al die mensen die passende zorg, menselijkheid, betrokkenheid en warmte overeind houden.

PS

  1. Bovenstaande is gebaseerd op feiten. Ik weet het zeker, want de ‘hij’ in dit verhaal, dat ben ik!
  2. Er is bewust voor gekozen om geen namen van personen of instellingen te noemen. omdat mijn doel niet is het blamen of shamen van mensen of organisaties, maar het werken aan verantwoorde en goede gezondheidszorg.
  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Niet binair

non binairy

  • Non binairy

Man zijn en dat uitdragen in je leven. Vrouw zijn en daar invulling aangeven. Het is ingewikkeld voor iedereen. Zeker als je de keuze voor een ander geslacht maakt als waarin je geboren bent.

Maar jij voelt je niet man, niet vrouw. Je identiteit heeft geen naam. Transgenderpersoon? Alleen maar de naam mens? Daar is onze maatschappij niet echt op ingericht.