Elk moment

chaque instant.png

  • De chaque instant

In Frankrijk beginnen ieder jaar dertigduizend jongeren aan een studie verpleegkunde, waarvan slechts 12% mannen.

Ze volgen een gedegen en intens traject, doen veel kennis op, leren talrijke technische handelingen veilig uit te voeren en om te gaan met de grote verantwoordelijkheden die hen straks op de ziekenzaal wachten. Ambitie en idealisme gaan daarbij hand in hand, vullen elkaar aan, wisselen elkaar af. De chaque instant toont de hoogte- en dieptepunten tijdens een studietraject waarin jonge studenten ziekte, gewonde zielen, lijden en lichamen op hun pad vinden en waarover ze zich adequaat moeten ontfermen. Een documentaire over onze menselijkheid, zorgzaamheid en onze lichamelijkheid.

Nicolas Philibert kwam op het idee voor De chaque instant op de Intensive Care, waar hij belandde met een embolie. Als eerbetoon aan de verpleegsters en verplegers die hem op de been hielpen, wilde hij een documentaire over hun vak maken.

Advertenties

Moeder mag niet dood

moeder mag niet.png

  • Omgekeerde euthanasie

Moeder Jopie heeft zich voorgenomen om niet dood te gaan. Dochter Minou heeft beloofd haar daarbij te helpen, ze is alleen vergeten wanneer. Moeder danst en leert haar de rituelen van haar levensdrift: zorg tenminste voor één levende plant en zing iedere dag. Vrolijk zwierend richting eeuwigheid geven moeder en dochter een energiek beeld van een omgekeerde euthanasie. Samen geven  ze een energiek beeld van ‘omgekeerde euthanasie’, als broodnodig tegengeluid bij het maatschappelijke debat over ouderen. Moeder Jopie heeft zich namelijk voorgenomen om niet dood te gaan. Wat zijn de consequenties van moeders ongebreidelde levenslust?

 Minou Bosua, voorheen de helft van cabaretduo De Bloeiende Maagden, staat samen met haar moeder Jopie (87) en zes oudere dansers op het toneel in Moeder mag niet dood. Een ontroerende en optimistische voorstelling voor iedereen met een onbedwingbare levensdrift of een gebrek daaraan. Een subtiel pleidooi ook om je ouders te eren, maar ook te leren van hun tekortkomingen. Als tegengeluid bij het maatschappelijke debat over ouderen dat vaak gaat over aftakeling, ontbrekende zorg en het georganiseerde levenseinde.

Moeder mag niet dood is het eerste deel van het drieluik Moeder, Vader, Kinderen, over de rijke, geheimzinnige en vaak gesloten structuren van het gezin.

Te jong om te beslissen?

children act.png

  • The Children Act

Wat doe je als een 17-jarige jongen zich door zijn religieuze overtuigingen gedwongen ziet af te zien van alle medische hulp, zelfs als dat betekent dat hij zal sterven?

Dit is het morele dilemma waar The Children Act om draait, het dilemma waarmee Fiona Maye (Emma Thompson) geconfronteerd wordt. Fiona is een gerespecteerd rechter aan het Hooggerechtshof die bekendstaat om haar professionele en weloverwogen uitspraken binnen het familierecht. Terwijl haar huwelijk op springen staat stort ze zich met totale overgave op de zaak. Wat weegt er zwaarder: het recht op leven of het recht op vrije wil?

The Children Act van regisseur Richard Eyre (Notes on a Scandal) is gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Booker-Prize winnaar Ian McEwan (Atonement, On Chesil Beach), die tevens het scenario schreef.

Het gaat beter dan we denken

feiten

  • Feitenkennis

De Zweedse arts en hoogleraar internationale gezondheidszorg Hans Rosling werkte tot kort voor zijn overlijden in 2017 aan zijn boek Feitenkennis, dat inderdaad bomvol verhelderende feiten staat. Maar feiten en cijfers alléén zeggen niets, weet hij. Daarom rijgt Rosling anekdotes uit zijn loopbaan aan de feiten: zijn eigen momenten van deemoed en bewustwording. Juist die combinatie maakt dit tot een belangrijk boek dat iedereen zou moeten lezen die wil meepraten over de stand van de huidige wereld.

Geestig en ontregelend is alvast het testje in het begin van het boek met dertien vragen over kennis van de wereld. Zoals: Wat is de gemiddelde levensverwachting? Hoeveel 1-jarige kinderen zijn ingeënt tegen een ziekte? Hoeveel meisjes maken de basisschool af? Roslings boodschap is, telkens weer: het gaat beter dan we denken. We maken ons zorgen om de verkeerde zaken, en dat komt door het kloofinstinct, het negativiteits­instinct, het eenperspectiefsinstinct – in totaal tien neigingen waardoor we zicht ver­liezen op de dingen die ons het meest bedreigen.

Rosling spaart zichzelf niet, als witte westerling met onbedoelde ‘koloniale’ ideeën, en als arts die met de beste bedoelingen toch ook fouten maakt. Huiveringwekkend is zijn relaas uit de tijd dat hij als arts verantwoordelijk was voor duizenden extreem arme mensen in het Mozambikaanse district Nacala. Er stierven mensen aan een op dat moment onbekende, verlammende ziekte. In een poging snel te handelen en mogelijke besmetting te voorkomen, stemde hij in met het voorstel van de burgemeester om de weg af te sluiten. Gevolg: ongeveer twintig marktvrouwen zochten met hun kinderen via gammele bootjes over zee de weg naar de stad. De bootjes sloegen om en ze verdronken. Rosling zag de lichamen aanspoelen: ‘Ik kan je niet zeggen hoe ik die dag en de dagen erna ben doorgegaan met het werk dat ik moest doen. En ik heb er 35 jaar lang met niemand over gesproken.’

Zijn diagnose, achteraf, is dat hij zelf last had van het ‘urgentie-instinct’. Het gevoel van ‘nu of nooit’ iets te moeten doen kan je hersens blokkeren. Zijn advies is om dit in bedwang te houden: haal diep adem, eis data en zet kleine stapjes.

Feitenkennis – 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt – Hans Rosling met Ola Rosling & Anna Rosling Rönnlund, Spectrum, 336 blz., 22,50.

Ben ik nou gek?

depressie.png

  • Nooit eens een depressie? Zeg, voel jij je wel goed?

Een tsunami van kritiek daalt neer over het plan van Menzis om aanbieders met betere uitkomsten financieel te belonen. ‘Een waanzinnige gedachte’, vindt de een. “Zeer gevaarlijk”, zegt de ander. ‘Alsof de verschillen in behandelresultaten zijn terug te voeren op de verschillen in inspanning en kwaliteit van de behandelaren” De GGZ slaagt er – als vanouds – weer in om met een goed doordachte reactie  onrust te strooien over dit voornemen. Tijd dus voor een tegengeluid. Want het idee van Menzis is zo gek nog niet. Vind ik!

Ik bespeur namelijk een subjectieve zelfanalyse bij veel professionals in de GGZ. Hun eigen effectiviteit schatten ze steevast dwaas hoog in. Die mening stoelt vrijwel nooit op harde cijfers. Ik zie ook een onderling hopeloos verdeelde en een met het eigen imago schermutselende beroepsgroep. “Wanneer loodgieters eenzelfde wazige opvatting over hun nering zouden ventileren als therapeuten, dan lekte heel Nederland van binnenuit en konden we ons landje doortrekken.”

Therapeutische uitmuntendheid vraagt niet om nog meer of nieuwe behandelmethoden en -technieken. Integendeel. Het is niet de therapeut of zijn therapiemodel wat een therapie doet slagen. De meest krachtige factor tot verandering is de cliënt (de mens) zelf en wat zich afspeelt in zijn of haar leven buiten de therapiekamer. De zogenaamde extra-therapeutische factoren. Gevolgd door de tot stand gebrachte relatie tussen cliënt en therapeut (zie ook Barry L. Duncan, Scott D Miller, Jacqueline A Sparks 2004).

Ook VU-hoogleraar klinische psychologie Pim Cuijpers reageerde kritisch in de Volkskrant. Hij noemde het plan “onzalig”, want het is volgens hem nauwelijks te zeggen of een patiënt opknapt door een behandeling. “Veel mensen knappen spontaan op”, zegt hij….. Als dat zo is, waarom zetten wij dan überhaupt behandeling in?

Laat ik het wat concreter maken.

Deze week verscheen ook (toevallig?) een Artikel dat zegt dat huisartsen het aantal studenten met psychische problemen zie stijgen. “De nood is hoog”, kopt het artikel. “Psychologen zijn niet aan te slepen. Steeds meer studenten kampen met psychische problemen. De oorzaak is een opeenstapeling van stressfactoren: toegenomen prestatiedruk op universiteiten, angst voor schulden, de invloed van sociale media.”

Precies, denk ik dan. Dat is wat wij doen: wij bieden behandelingen aan om de gevolgen te bestrijden, te verzachten of hanteerbaar te maken. Wij lopen over van begrip voor de cliënt, diepen het probleem graag uit., Waardoor er vaak een vicieuze cirkel ontstaat met als gevolg een steeds groter wordend probleem dat voor de persoon die er last van heeft alleen maar ingewikkelder en onoverzichtelijker wordt. De sfeer wordt beladen met problemen, waardoor het gevaar dreigt dat de oplossing steeds verder uit het zicht raakt er ook de hoop op verbetering zal afnemen. Het doet mij denken aan de boodschap in het boek “Ooit een haan horen zeggen dat-ie vroeger ’n eitje was?; een psychiatrische patiënt kijkt liever vooruit dan terug (Stichting Pandora, Amsterdam, 1991 ISBN9071227049). Of, zoals meiden bij Fier Fryslan (slachtoffers van eer gerelateerd en huiselijk geweld, seksueel geweld en mensenhandel mij eens spiegelden: “Jullie hulpverleners willen alleen maar praten over onze problemen. Wij willen praten over onze toekomst. Over opleiding, werk enzo.”

Juist deze boodschap schraagt de inzet van Menzis. Zij willen goede uitkomsten belonen en niet langer (alleen) het aantal behandelingen resp. de inzet. Het belang en het oordeel van de patiënt wordt daarin meegewogen. Terecht, zeg ik. Met onze zorg is veel geld gemoeid. Dat geld moet worden ingezet om de uitkomst voor de patiënt te verbeteren. Dat zou een onverstandige maatregel zijn als wij het probleem als vertrekpunt nemen. Niemand op de wereld kan mij vertellen hoe een depressie ontstaat, bij wie, hoe ernstig die wordt en hoe lang die gaat duren. Die kennis is er gewoon niet. Wat wij wel weten is wat wel werkt: een oplossingsgerichte aanpak.

“Doe je ogen eens open” vraag ik de GGZ-collega’s dan ook. “Overschat je eigen effectiviteit niet.” Geschoolde en gekwalificeerde therapeuten in alle disciplines overschatten hun eigen effectiviteit met gemiddeld 60%!” Zegt ook psycholoog Scott D. Miller, Ph.D. (Institute for the Study of Therapeutic Change, Center for Clinical Excellence). Een psycholoog kan betere psychologische zorg bieden door te werken volgens het principe van ‘practice based evidence’ in plaats van ‘evidence based practice’ (Zie ook http://www.scottdmiller.com/). Zeker als hij of zij daarbij ook de (mogelijkheden van) de context meeneemt.

Anders gezegd: isoleer niet het ‘probleem’, maar plaats het in haar context. Focus de behandeling niet op het beperken van het problematische functioneren. Herstel van het onproblematisch functioneren vraagt om het kijken (en durven zien!) van kansen en mogelijkheden. En laat dat nu precies het fundament zijn van de decentralisatiebeweging van en bij de meeste – zo niet alle – gemeenten: het plaatsen van de inwoners in het bredere denk- en kijkraam van hun talenten en omgeving. Volgens mij kunnen bepaalde onderdelen van behandelingen snel worden geschrapt omdat blijkt dat ze niet helpen. Vindt ook Ernst Klunder, voorzitter van Volante, een samenwerkingsverband van grote ggz-instellingen. Het belangrijkste en werkende bestanddeel in heel veel therapieën blijkt namelijk gewoon ‘tijd’ en ‘aandacht. Tijd om te luisteren naar het verhaal, tijd om het te plaatsen in zijn context en aandacht voor de mogelijkheden.

Oplossingsgerichte gespreksvoering, gebaseerd op tijd en aandacht verschilt wezenlijk van de doorgaans gehanteerde (probleemgerichte) gespreksvoering. Exploratie en analyses van de factoren die een probleem veroorzaken of in stand houden zorgen niet automatisch voor verbetering van dat probleem. Kenmerkend bij de oplossingsgerichte gespreksvoering is dat

  • Problemen als uitdagingen/kansen worden gezien
  • De probleemhouder/cliënt de expert is
  • Je niet stuk maakt wat niet stuk is
  • Dat als iets werkt, je daarmee doorgaat
  • Als iets werkt, ga ermee door
  • Als iets niet werkt, je het anders moet doen

De interventies zijn erop gericht de probleemhouders/cliënten te helpen de aandacht te verleggen naar juist die momenten waarop het anders is, waardoor oplossingen mogelijk zijn.

Ben ik nou gek? Ik ben gek genoeg om daaraan te twijfelen. Wereldwijd wordt enorm veel energie en geld gestoken in onderzoek naar en betere behandelingen voor depressie. Met gematigd succes. Er bestaat een alternatieve route: stimulatie van geluk!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Loop met mij op

walk with me.png

  • Walk with me

Walk With Me is een prachtige cinematografische reis in de wereld van mindfulness, waarin de wereldberoemde boeddhistische leermeester Thich Nhat Hanh centraal staat. Hij komt oorspronkelijk uit Vietnam en heeft mindfulness naar het Westen gebracht. Als spiritueel leider woont hij nu in Plum Village, een leefgemeenschap in rustiek Zuid-Frankrijk, waar hij samen met andere zen-boeddhistische monniken en -nonnen mindfulness tot een wereldwijd fenomeen heeft doen uitgroeien.

Walk With Me biedt een nooit eerder vertoonde toegang in deze gemeenschap. Drie jaar lang werden de levens van de bewoners van Plum Village gevolgd en komen existentiële vragen waarmee ze geconfronteerd worden aan bod in hun zoektocht naar acceptatie. Treed binnen in een wereld van bewustwording.

 

 

Kinderen van zwart zaad

louis

  • Alle kinderen van Louis

Een Poolse journalist die een boek – Alle kinderen van Louis – schrijft over een Nederlands schandaal. Zo mogen we de misstanden die aan het licht kwamen bij de kliniek van Jan Karbaat toch wel noemen. De vrij succesvolle fertiliteitsarts hielp vele paren en alleenstaande vrouwen aan een kind, maar bleek het achteraf niet zo nauw te nemen met de administratie en registratie van de donoren. Het meest berucht werd hij toen bleek dat de directeur ook zijn eigen sperma doneerde, zonder dat erbij te vertellen.

De journalist Kamil Bałuk zoomt in op een verhaal dat minstens zo bijzonder is, namelijk dat van één zaaddonor die via verschillende klinieken naar eigen schatting wel tweehonderd kinderen verwekte. Die donor, in het boek Louis genoemd, is een bijzonder type, en wil heel graag contact met zijn kinderen. Baluk sprak die donor, en veel van zijn kinderen die zich later verenigden in een groep die ze zelf de Halfjes noemen. Vooral de figuur Louis is een intrigerend personage. Je zou bij lezing nog meer willen weten over hoe de kinderen zich wel of niet in hem herkennen. Maar Baluk heeft nog veel meer te vertellen. Hij ging grondig te werk, was tweeënhalf jaar bezig met research – bezocht de kliniek van Karbaat meermaals, en sprak de man uiteindelijk ook – en schrijft en passant ook nog een kleine geschiedenis van het zaaddonorbeleid in Nederland. Dat is bij elkaar wat veel. Zeker als in het laatste hoofdstuk – een nawoord dat in de Nederlandse versie verschijnt, de Poolse was vorig jaar al klaar – vrij terloops wordt opgemerkt dat er inmiddels veertig kinderen zijn gematcht met een kind van Karbaat zelf. Oftewel: die zijn zeer waarschijnlijk zijn kinderen. Dat is een boek op zich. Maar Baluk heeft van zijn graafwerk wel een intrigerend boek gemaakt.

Alle kinderen van Louis, Kamil Baluk, De Geus, 288 blz., 19,99 euro.