Als het doek valt

dementie

  • Zonder publiek

In Zonder publiek, de debuutroman van Marjolein Beumer, staat actrice Catherina Pecheur zowel op het toneel als daarbuiten graag in de schijnwerpers. Haar carrière en eigenzinnige persoonlijkheid gaan ten koste van de relatie met haar dochter Laura. Catherina is ‘nooit een moedermoeder geweest, meer een sprookjesfiguur. Een feeërieke verschijning waaraan alles ruiste en rinkelde (…), betoverend maar onbereikbaar’.

De moeilijke relatie neemt een nieuwe wending als Catherina beginnende alzheimer krijgt en het iedere ochtend is ‘alsof de nacht meer gaten in haar bewustzijn heeft geslagen’. Ze haalt de banden met de labiele Laura aan, net op een moment dat Laura’s eigen dochter de banden met haar ouders verbreekt. Laura is ‘als een puzzel die uit elkaar gevallen is en het lukt maar niet om de stukjes weer aan elkaar te leggen’. Datzelfde geldt ergens ook voor Catherina, oud worden is ‘de lastigste rol die ze ooit heeft gespeeld’.

In hoofdstukken die afwisselend vanuit Catherina en Laura geschreven zijn, schetst de auteur hoe de alzheimer hun leven in sluipt, oud zeer bovenhaalt, maar de familie ook dichter bij elkaar brengt. Op geslaagde wijze zet Beumer haar personages neer: de dementerende Catherina schittert op papier, terwijl de kwetsbaarheid van Laura van de pagina’s spat.

Zonder publiek.indd

  • Zonder publiek, Marjolein Beumer, Meulenhoff, 288 blz., 19,99 euro.

Wij moeten ons schamen

daklozen

  • Daklozen en engelen leven onzichtbaar naast elkaar

Maak eens een wandeling door de stad (in de buurt waar u woont) en geef uw ogen eens goed de kost. U zult dan met eigen ogen kunnen zien dakloosheid nog steeds een heel reëel probleem is. De Nederlandse regering heeft het ook gezien. Zij komt, zoals vaker het geval, met een holle belofte en nietszeggende oplossing. Wij moeten ons schamen voor het gebrek aan daadkracht.

Bij een dakloze denken wij al gauw aan bankslapers in het park of op straat. Onder de brugslapers, enzovoort. Mensen in ieder geval die zonder dak boven het hoofd met een ernstige en complexe zorgvraag of verslaving zitten. Dat is echter maar een deel van de groep. Er is een groeiende groep dak- en thuislozen, waar verder geen onderliggende zorgproblematiek speelt. Het gaat dan om mensen die door een levensgebeurtenis als een scheiding of verlies van een baan dakloos zijn geworden. De dakloze van nu kan je collega zijn, je broer of jijzelf. Het kan iedereen overkomen.

De laatste groep staat te boek als zelfredzame of ­economische daklozen, omdat zij geen zorg nodig hebben. Daardoor vallen zij niet onder bestaande regelingen en zijn zij op zichzelf ­aangewezen. Maar als we niets doen, komen ook deze mensen van de regen in de drup. Zonder dak boven het hoofd verslechtert de zelfredzaamheid en is het een kwestie van tijd voordat iemand alsnog zorg nodig heeft. Als maatschappij hebben we dan een nóg groter probleem en dat moeten we zien te voorkomen.

Ondertussen slapen deze mensen op straat of hoppen zij van slaapbank naar logeermatras, tot hun netwerk zo uitgeput is dat er geen deur meer voor hen opengaat. We kunnen er niet omheen. We moeten met een andere aanpak komen. Dak- en thuisloosheid is geen persoonlijk falen, maar een falen van onze woningmarkt. Die vraagt om een nieuwe aanpak.

Iedereen heeft recht op een dak boven zijn hoofd. De realiteit echter is dat in Nederland een groeiend aantal mensen op straat of op de bank bij bekenden slaapt. Het CBS publiceerde onlangs dat het aantal daklozen in 10 jaar tijd meer dan verdubbeld is.

Het Kabinet wil ook werken aan het terugdringen van dakloosheid. Hoewel dat een goede zaak is, is de gekozen aanpak er een van vooruitschuiven. Het kabinet heeft – daadkrachtig als het is – alle centrumgemeenten gevraagd in kaart te brengen wat op regionaal niveau de opgave is. Op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie komt het kabinet, in gesprek met gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties, dit voorjaar tot een overkoepelend plan voor de aanpak van dakloosheid. Het klinkt mooi, maar is een farce. Al overleg oeverloos zal veel tijd kosten. Tellen wij daarbij op alle procedures die doorlopen moeten worden als er eenmaal concrete plannen zijn, dan zijn wij al gauw zo’n vijf tot tien jaar – en dus twee of meer kabinetten – verder. Overigens is de opgave al lang bekend!

Naar verwachting zijn er in 2030 18 miljoen inwoners in Nederland. Dit betekent dat er 900.000 huishoudens bij zullen komen ten opzichte van vandaag. En dat er hiervoor tussen de 80.000 en 85.000 nieuwe (klimaatneutrale) woningen per jaar zullen moeten worden gebouwd. Deze opgave staat niet los van de andere opgaven, zoals de klimaatopgave of mobiliteit die tegelijkertijd ruimtelijk moeten worden ingepast. Ik verwacht dan ook niet dat de dak- en thuislozen in Nederland staan te juichen,

De aanpak van het Rijk is, met de vertraging die in het bouwtempo is opgetreden als gevolg van de klimaatdiscussie, een wassen neus. De forse toename van het aantal dak- en thuislozen in de afgelopen paar jaar laat zien dat er meer daadkracht nodig is dan ‘het in kaart brengen van de opgave’.

We moeten dak- en thuislozen het liefst direct, maar in ieder geval zo snel mogelijk, weer aan een passende woonruimte helpen. Zodat zij daar, met de benodigde begeleiding, weer een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen. Wachten tot wij het klimaat weer op orde en onder controle hebben is daarvoor geen optie. Als het doel inderdaad is dat niemand op straat hoeft te slapen of langer dan drie maanden in de opvang hoeft te verblijven, zijn andere en sneller te realiseren oplossingen nodig.

Onder de Pannen en Kamers met Aandacht bijvoorbeeld, waarbij particulieren mentorschap en onderdak bieden aan dak- en thuislozen. Of intensivering van succesvolle initiatieven zoals het Jongeren Perspectief Fonds en het project Skills in de Stad van het Rijksvastgoedbedrijf. Ook flexwoningen bijvoorbeeld of tiny houses bieden goede mogelijkheden. Zij kunnen een stimulans zijn voor innovatie in de bouw.

Vorig jaar werden er drieduizend flexwoningen gebouwd. Dit jaar komen er ongeveer evenveel bij. Het gaat meestal om woningen van bescheiden omvang die zowel via transformatie als door nieuwbouw kunnen worden gerealiseerd. Om daarmee vaart te maken moeten wij het lef hebben om overbodige bedrijventerreinen, leegstaande kantoorgebouwen en toekomstige bouwlocaties sneller inrichten voor flexwoningen. Door kortere juridische procedures en de bouw van deze woningen in de fabriek, kan de woningvoorraad relatief snel worden uitgebreid. Daarmee kan de toegankelijkheid van de woningmarkt ook voor dak- en thuislozen op korte termijn worden vergroot.

Flexwonen biedt bovendien niet alleen de mogelijkheid om op korte termijn te voorzien in de woningvraag van (onder andere) dak- en thuislozen. Het kan op de langere termijn ook bijdragen aan de snel veranderende woningbehoefte van alle inwoners van ons land. De mogelijkheid om (delen van) de woningen te demonteren, te verplaatsen en/of te hergebruiken, bevordert ook de circulariteit in de bouw.

Het is belangrijk dat komende winter niemand op straat komt te staan. Dat vindt de politiek, dat vinden de media en dat vinden mensen als u en ik (hoop ik). Laten wij dit dan ook mogelijk maken. Om die ambitie voor élke dakloze te realiseren, moeten we die benaderen vanuit de woningbouw en beginnen bij het knelpunt: het structurele tekort aan woningen. Wij kunnen daarbij leren van anderen. De Finnen bijvoorbeeld. Zij hebben gekozen voor een rigoureuze aanpak. Vrijwel alle opvangplekken zijn omgevormd tot woningen. Dat is niet een-op-een te kopiëren naar Nederland, maar de gedachte is interessant.

Wij kunnen ook besluiten om mensen niet financieel te korten als zij iemand tijdelijk onderkomen bieden in hun huis. Laten we de kostendelersnorm buiten beschouwing laten en een bankslapersregeling invoeren.

Wat wij zeker niet moeten doen is wegkijken. Naarmate het weer kouder wordt deze winter, wordt leven op straat steeds gevaarlijker en is de noodzaak om mensen op straat te beschermen duidelijk. Om echt iets te bereiken, moeten wij alleemaal aan de bak. De eerste manier is eenvoudig: Een warme groet, een paar simpele praatjes of gewoon een persoonlijke vraag stellen. Het kan een enorm verschil maken voor iemands dag. En wie weet doorbreken wij zo het onzichtbaar naast elkaar wonen van de dak- en thuislozen en de engelen.

Dus, de volgende keer dat je een dakloze op straat passeert, probeer je dan eens voor te stellen wat er echt mis is gegaan en waarom ze daar terecht zijn gekomen. Al deze mensen afwijzen als mislukkingen, uitvallers en drugsverslaafden is goedkoop en misplaatst. Het is tijd om na te denken over de echte redenen voor dakloosheid en naar de individuele verhalen van deze mensen te kijken en te luisteren.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Samen Parkinson

samen

  • Samen

Samen is een ontroerende documentaire over Parkinson. Filmmaker Carmen Cobos en filmproducent Kees Rininks, die zelf getroffen is door Parkinson, kijken hoe anderen deze ziekte beleven.

Hoe zou je reageren als je te horen krijgt dat je ongeneeslijk ziek bent? Als de echtgenoot van filmmaker Carmen Cobos gediagnosticeerd wordt met de ziekte van Parkinson, stort hun wereld in. Na maanden van verdriet, woede en ontkenning proberen zij nu de balans in hun leven terug te vinden.

In de documentaire Samen volgen Carmen en haar echtgenoot, filmproducent Kees Rijninks, een jaar lang een groep mensen die getroffen is door de vreselijke ziekte van Parkinson. Ze gaan in gesprek met patiënten, hun partners en hun neuroloog. Carmen en Kees gaan samen op zoek naar het antwoord op dé vraag: hoe ga je om met de wetenschap dat je langzaam zult wegkwijnen en dat je nooit meer beter zult worden?

Oorspronkelijk komt Carmen Cobos uit Zuid Spanje, waar ze werkzaam was in de zorg. Nadat ze naar Engeland was verhuisd vond ze een baan als researcher bij de BBC. Hier vond ze haar passie voor documentaires. Inmiddels woont ze met haar Nederlandse man, schrijver en producent Kees Rijninks, in Amsterdam en runt ze het succesvolle productiebedrijf Cobos Films.

Hongerblokkade

hongerblokkade

  • Het Leningrad-dieet

Buurmeisjes Oksana en Lena groeien op in een voorstad van Sint-Petersburg en zijn onafscheidelijk. Totdat Lena wordt gescout als model (het populaire ‘graatmagere type met een bizar gezicht’) en naar een flatje in Shanghai verhuist.

Oksana, afgunstig op Lena’s kans op een beter leven, zoekt een drastisch dieet om af te vallen en komt terecht op een vage website die de ‘hongerblokkade’ verheerlijkt. De hongerblokkade van Leningrad verwijst naar het beleg van Sint-Petersburg door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Honderdduizenden, misschien een miljoen inwoners kwamen om door ontberingen, zoals kou en honger. Het is een afgrijselijke inspiratiebron, beseft Oksana uiteindelijk, maar tegen die tijd heeft ze ‘recepten’ als graspuree en lerenriemensoep al uitgeprobeerd.

De Russische journalist Wlada Kolosowa (1987), die in Duitsland opgroeide, heeft met Het Leningrad-dieet een geloofwaardig en modern verhaal geschreven over (bi)seksueel ontwaken, de treurige ratrace om model te worden, proberen te ontsnappen aan je buurt en de onlineleefwereld van anorectische meisjes. Dat klinkt somber, maar daarvoor is deze debuutroman te goed geschreven, met tragische situaties die ook komisch zijn – en andersom.

  • Het Leningrad-dieet, Wlada Kolosowa, De Geus, 256 blz., 20,99 euro.

Niña Mamá

mother child

  • Mother-Child

Vanuit Nederlands perspectief is het aantal tienerzwangerschappen in Argentinië onvoorstelbaar hoog. In 2016 kregen bijna 97 duizend tieners in het Zuid-Amerikaanse land met 44 miljoen inwoners een kind.

Iets meer dan 2400 moeders waren jonger dan 15 jaar. Ter vergelijking: in Nederland kregen 1492 tieners in 2016 een baby, van wie 95 jonger dan 16 jaar. In de buitenwijken van de miljoenenstad Buenos Aires voeren kinderartsen en sociaal werkers in ziekenhuizen uitgebreide gesprekken met zwangere of net bevallen meisjes.

Deze gesprekken – vastgelegd door Andrea Testa in de aangrijpende film Niña Mamá (Engelse titel: Mother-Child) – leveren een ontluisterend beeld op van de sociale omstandigheden van de meisjes. Armoede en onwetendheid beperken de mogelijkheden voor anticonceptie, terwijl abortus – hoewel toegestaan – vanwege het stigma vaak een ongewenste keuze is.

Nachtleven

midnight family.png

  • Midnight Family

De documentaire Midnight Family van Amerikaan Luke Lorentzen behandelt veel thema’s. Van ‘ouderschap en opvoeden’ tot ‘de falende staat’. Maar ‘overleven’ springt eruit.

In de eerste plaats voor de patiënten die noodgedwongen een beroep doen op de private ambulance van de familie Ochoa. Vader Fer en zijn minderjarige zonen Juan en Josué zijn hiermee in het gat gesprongen dat is ontstaan in Mexico-City. Voor de 9 miljoen inwoners staan daar slechts 45 publieke ambulances paraat. Regelmatig komt er geen opdagen bij een ongeluk of calamiteit. Het sein voor de Ochoa’s en hun concurrenten om zich met een noodgang naar de plek des onheils te spoeden. Wie als eerste arriveert, wint het vrachtje. En daarmee de kans op inkomen. En op overleven. Want meer dan eens blijkt de patiënt platzak en onverzekerd. En even zo vaak romen corrupte agenten de inkomsten af voor eigen gewin. En de rekeningen voor diesel, verbandmiddelen en taco’s blijven binnenstromen. Dan is de keuze voor het betalende maar verder gelegen privéziekenhuis voor die patiënt met dat zeer ernstige hoofdletsel wel lastig, maar onontkoombaar.

Krachtige meerstemmigheid

meerstemmigheid

  • Maak vertellers luisteraar en luisteraars verteller

Er is meer samenhang nodig in de zorg, maar het overhoophalen van het systeem van zorgwetten of de organisatie van de uitvoering ervan levert daaraan slechts marginaal een bijdrage.  Een bijdrage van betekenis kan geleverd worden door de organisatie van meerstemmigheid. Dat vraagt om het bijeenbrengen van rollen, culturen en verwachtingen. Vanuit het perspectief van meerstemmigheid is er binnen het vormgeven van welzijn en zorg nog veel winst te halen.

Meerstemmigheid valt onder alle processen en methodieken die leiden tot gelaagdheid en meerdere perspectieven (multi-perspectiviteit) bij de ondersteuning en zorg rondom inwoners en wordt bij voorkeur uitgevoerd in samenwerking met het netwerk of de community.

Meerstemmigheid is dus ook wie ik als professional werkend met en voor mensen wil nastreven. Omdat elke situatie meerdere identiteiten en affiniteiten kent. Om die reden streef ik ernaar om mij in de dagelijkse uitvoering van mijn werk te omringen met mensen met verschillende achtergronden en perspectieven op de wereld en het leven. Naarmate ik ouder word ga ik meer en meer inzien hoe belangrijk het is om als professional kennis te nemen van andermans verhalen, perspectieven en ideeën. Het verruimt je blik op de wereld om je heen en de concrete uitdagingen waarvoor inwoners – en dus ook ik – te maken krijgt. Het maakt ook de kans blinde vlekken kleiner. Als professional vind ik het daarom belangrijk om deze visie te implementeren in mijn werkzaamheden.

Groots was ik dan ook op mijn collega’s die recentelijk een kennisatelier organiseerden rond het ziektebeeld ALS. Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS) is een ziekte van de zenuwcellen die de spieren aansturen. Deze neuromusculaire (zenuw-/spier-) aandoening leidt tot het onvoldoende functioneren van de spieren.

Mijn collega’s organiseerden een bijeenkomst waarin de verschillende actoren en perspectieven mooi en in balans aan de orde kwamen. Daarvoor werden professionele deskundigen, maar ook collega’s uit de wijk (ergotherapeuten, wijkverpleegkundigen en huisartsen) en ervaringsdeskundigen uitgenodigd. Het resultaat was een wederzijdse bestuiving. Met de erkenning dat het vinden van passende antwoorden in elke situatie weer maatwerk vraagt. Met aandacht en respect voor de verschillende perspectieven. Het is telkens weer een dankbare vindtocht doorheen visies, mogelijkheden en belemmeringen. Met de resultaten hebben wij samen geen blauwdruk voor de oplossing gevonden. Veel belangrijker en rijker echter was de echte oogst: een kijkje in elkaars wereld, perspectieven, opvattingen en verwachtingen. Met de mens daarin als basis. Het basisprincipe daarbij is dat alle stemmen gelijkwaardig zijn, of althans een volwaardige rol hebben. Antwoorden, gecomponeerd op basis van meerstemmigheid, verhogen het begrip en draagvlak. Over en weer. En, zij verhogen de vreugde waarmee alle betrokkenen hun werk kunnen en mogen doen.

Tijdens het kennisatelier maakten wij gebruik van de persoonlijke verhalen van inwoners (de ervaringsdeskundigen) en hulpverleners. Deze werkwijze resulteerde in prachtige dialogen, waarin verhalen over hun leven, loopbaan en het dagelijks werk werden gedeeld. De betekenis van die diversiteit bracht harmonie, veranderlijkheid en dialoog.

De door overheden financiers, professionals en inwoners zo gewenste omslag (transformatie) binnen het sociaal domein is – zo stel ik opnieuw vast – gebat bij meer meerstemmigheid. Dat kunnen wij realiseren door als team samen te werken in een sfeer van openheid, vertrouwen en positiviteit. Professionals en inwoners – of inwoners en professionals – hebben elkaar nodig om geduldig en gemotiveerd te blijven. Professionals hebben regelmatig het gevoel tekort te schieten. Niet in de laatste plaats omdat het hun streven is oplossingen te realiseren. De ervaringsdeskundigen willen – als het even kan – natuurlijk een passend antwoord op hun uitdaging. Tegelijkertijd weten zij als geen ander dat een (systeem)oplossing niet bij voorbaat het passende antwoord is. Dat je soms ook moet accepteren dat het is, zoals het is. Of dat je geduld moet hebben. Deze conclusie was ook voor de deelnemers aan het kennisatelier zo niet een eyeopener voor, dan toch een bevestiging bij hun doen en laten.  Daar hoort, ook voor ons als professionals, vallen en opstaan bij. Accepteren dus, dat het toewerken naar passende antwoorden voor situaties een proces van veranderlijkheid kan zijn. Simpelweg, omdat je morgen meer kunt weten dan vandaag, hetgeen een wending kan geven aan de tot dan toe gedachte werkrichting.

Dit laatste vraagt ook de bereidheid van professionals om hun eigen twijfels of onzekerheden te delen en op tafel te leggen bij de mensen met en voor wie zij werken. Niet, om je erachter te verschuilen, maar om de mensen om wie het draait op basis van gelijkwaardigheid in staat te stellen hun eigen bijdrage te leveren en keuzes gezamenlijk te maken. Door te luisteren naar de verschillende innerlijke stemmen en drijfveren kunnen wij samen één verhaal vertellen.

Meerstemmigheid draait om het organiseren en bespreekbaar maken van het verschil. Het toewerken naar een gezamenlijke door middel van de uitwerking van ‘de praktijk van verschil’. In kennis, ervaring en instrumenten. Een ondersteuningsplan komt in dialoog tot stand en legt verbindingen tussen theorie en praktijk, net zo goed als tussen systeem en individu. In de dialoog ontstaat – door een opeenvolgende beschrijving van gebeurtenissen en perspectieven en hun onderlinge verhouding – een ‘autobiografie’ voor de inwoner, op basis waarvan deze zelf zijn toekomstscenario kan uitstippelen. Dit is een krachtig middel om een bepaalde werkelijkheid te reconstrueren of om een nieuwe werkelijkheid te construeren.

Het naar elkaar luisteren en aan elkaar vertellen van het eigen verhaal resulteert in meerstemmige performance, waarin alle betrokkenen een actieve en creatieve rol hebben en samen een nieuwe werkelijkheid creëren.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden