Ik blijf het zeggen

ik blijf het zeggen.png

  • Geld is niet ons grootste probleem, gebrek aan transformatie wel

De VNG is met het Rijk in gesprek over de tekorten in het Sociaal Domein. Eind april neemt het kabinet een besluit over de voorjaarsnota. Voor gemeenten gaat het daarbij vooral om de thema’s jeugdhulp, Hoofdlijnen Akkoord Geestelijke Gezondheidszorg en de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg. De discussie lijkt zich vooral toe te spitsen op de financiële tekorten bij gemeenten. Ik ontken het bestaan daarvan niet. Tegelijkertijd blijf ik zeggen: geld is niet ons grootste probleem. Het werkelijke probleem is gebrek aan transformatie.

Het kabinet heeft aangegeven onafhankelijk onderzoek te doen naar de jeugdhulp en eventuele volumegroei. Dat onderzoek is inmiddels in concept afgerond en er blijkt inderdaad sprake van een flinke volumegroei in de jeugdhulp. De VNG heeft daarop bij VWS aangedrongen op een adequate financiële compensatie hiervoor door het kabinet.

De volumegroei mag niet verbazen. Gemeenten zitten dichter op de huis van de inwoners. Daardoor zien zij niet alleen meer, inwoners spreken de gemeenten ook sneller aan op ondersteuning. Bij jeugd speelt daarbij ook nog eens het niet van de grond komen van Passend Onderwijs. Sterker nog: sneller en meer dan ooit verwijst het onderwijs voor zaken die eigenlijk hun verantwoordelijkheid zijn naar de gemeenten.

Waar wij met zijn allen niet, of in ieder geval niet voldoende, in slagen is het aanbieden van de juiste ondersteuning op de juiste plaats. Dat is ook de essentie van het Hoofdlijnenakkoord GGZ: de juiste zorg op de juiste plek organiseren. Onderdeel daarvan is meer mensen uit de instellingen, en meer zorg en ondersteuning thuis en in de wijk (ambulantisering). Daar heeft het sociaal domein een belangrijke rol. Natuurlijk, daar moeten middelen voor beschikbaar zijn. Ook hier echter is geld niet het grootste probleem. Het grootste probleem is onze samenleving. Of juister misschien: het gebrek aan een samenleving.

Ik haal de legendarische, vaak aangehaalde quote van Margaret Thatcher over dit onderwerp graag nog eens in onze herinnering. Want weet u, er is er lijkt steeds minder sprake van ‘de samenleving’. Er zijn individuele inwoners; jongens, meisjes, mannen en vrouwen, en er zijn gezinnen. En wij kunnen als hulpverleners niets doen zonder hulp van deze mensen. Mensen die allereerst naar zichzelf moeten kijken. Maar wij mensen denken steeds meer en veel te veel in rechten. Rechten zonder plichten.

Een van de belangrijkste beloften van de decentralisaties van het sociaal domein is democratisering. Maar dat lijken wij vergeten Dat met de decentralisaties ook een fundamenteel ander, meer democratische verhouding tussen inwoners en overheid in het sociaal domein wordt beoogd. Met decentralisaties wordt beleid over lokale problemen als zorg, welzijn en re-integratie lokaal gemaakt. Meer in het algemeen verplicht de inzet op eigen kracht tot het vinden van maximaal lokaal draagvlak, tot maximale transparantie van het gemeentelijk beleid, en tot verantwoording op het lokale niveau. Het gaat immers om de directe leefomgeving van mensen.

Maar dat is niet alles. De ambities van de decentralisaties reiken verder. Ten eerste moet decentralisatie niet alleen betrekking hebben op beleidsvorming, zoals vaak het geval is, maar ook op de uitvoering zelf: op de verhouding tussen de gemeenteraad en de organisaties die het beleid uitvoeren, de daarin werkende professionals en de inwoners voor wie het beleid bedoeld is. Instellingen en professionals zouden ‘meer ruimte’ moeten krijgen om lokaal maatwerk te leveren, minder gehinderd door dictaten van bovenaf uit Den Haag of de gemeente, en met veel minder verticale, bureaucratische verantwoording. In plaats daarvan zou er ‘horizontale verantwoording’ komen, tussen betrokkenen onderling.

Ten tweede was er de hoop en verwachting dat er een nieuwe verhouding tussen inwoners en overheid zou ontstaan. Een verhouding waarbij niet langer de overheid het beleid bepaalt en inwoners kunnen meepraten, maar het omgekeerde.

Dat alles is er tot op heden onvoldoende van gekomen. Het is nog steeds ieder voor zich. En dat geldt voor overheden, organisaties en inwoners. Het idee dat je een zekere verantwoordelijkheid hebt voor elkaar, leidt vooral tot et naar elkaar wijzen. Het is niet de taak van de overheid, noch van organisaties of individuele inwoners om te zorgen voor zieken, zwakken of minderbedeelden. Dat moeten wij samen doen.

Ja, ik hekel dus het afwentelen van verantwoordelijkheid. Net zoals ik het voortdurend vragen om meer geld voor zorg hekel. Omdat meer geld de problemen niet zal doen afnemen. Integendeel. Wij moeten als samenleving meer onze eigen broek ophouden, en elkaar onderling helpen, en niet bij elke klacht of tegenslag aankloppen bij de overheid. Het is onze plicht om voor onszelf te zorgen en dan ook te helpen om voor onze buren te zorgen. Leven is een wederkerige zaak, De kwaliteit van ons leven hangt af van de vraag in hoeverre we die verantwoordelijkheid durven te nemen en, ieder van ons, bereid zijn om anderen te helpen die minder geluk hebben. Als de grote meerderheid dat doet, kun wij ook uit de voeten met gevallen waarin het mis gaat – en er gaan dingen mis.

De discussie over het geld – of de tekorten, zo u wilt, leidt af van de echte uitdagingen;

  1. Een fundamentele discussie over het begrip ‘eigen verantwoordelijkheid’.
  2. De échte kanteling (of transformatie). Deze heeft in de meeste gemeenten nog niet plaatsgevonden. Wat opvalt is dat bijna iedere gemeente nog steeds bezig is met het zoeken naar de beste aanpak. Dat bestuurders, beleidsmakers, leidinggevenden en professionals daarbij vooral aanlopen tegen de weerbarstigheid van de processen in hun eigen organisatie. Mede daardoor worden gemeenten geconfronteerd met forse financiële tekorten. Daarmee komt de beschikbaarheid van zorg en ondersteuning voor mensen die dit nodig hebben in gevaar en dreigen wachtlijsten te ontstaan.
  3. Het primaat voor besluitvorming in het sociale domein. De gemeente staat nog steeds boven, in plaats van naast inwoners als het gaat om primaat van de besluitvorming.
  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

 

Advertenties

Stigma door lepra

yomeddine.png

  • Yomeddine

Beshay groeit op in een Egyptische leprakolonie waar zijn vader hem als kind achterliet. Als veertiger heeft hij een vrouw, huis, ezel, en leprapatiënten als vrienden. Bovendien verdient hij wat geld met jutten op de ‘vuilnisberg’.

Na het plotselinge overlijden van zijn vrouw verschijnt haar moeder ten tonele. Deze gebeurtenissen vormen een kweekbodem voor existentiële vragen en pijnlijke herinneringen, zoals aan de oningeloste belofte van zijn vader dat hij Beshay ooit zal ophalen. Met zijn ezel, enkele bezittingen en een verstekeling – de weesjongen Obama – vertrekt Beshay met de noorderzon. Dwars door de woestijn reist hij naar zijn familie en vermoedelijke geboortedorp. Een reis vol tegenslagen. De lepra heeft Beshay verminkt achtergelaten en dat maakt hem tot een verschoppeling, die in de kolonie misschien beter af is dan in de buitenwereld waarin de mensen hem mijden en bespotten.

De film Yomeddine – Arabisch voor ‘de dag des oordeels’ – van A.B. Shawky laat zien dat lepra eigenlijk meer een sociaal dan een medisch probleem is. Stigma en schaamte zijn soms erger dan de kwaal, ook in onze samenleving. Deze universele thematiek maakt Yomeddine tot een aangrijpende en confronterende film.

Omstanders

  • Autobiografie van een buurt

de omstanders

Een zonnige jeugd in een hechte ingenieursbuurt, dertig jaar carrière en een harmonieus gezinsleven: Rinie heeft haar leven en dat van haar naasten stevig onder controle. Tot een achteropaanrijding en verlies van huwelijk en werk roet in het eten gooien. Een nachtmerrie verdringt de zon uit de mooie jeugdherinneringen. Dan valt een envelop op de deurmat met de uitnodiging voor een buurtreünie.

Als vrolijke verhalen over hutten bouwen, bomen klimmen en fikkie stoken over elkaar heen buitelen, legt Rinie een vraag in de schaal met borrelhapjes: ‘Alle soorten kindermishandeling kwamen voor in mijn gezin. Waarom kon ik bij niemand terecht?’

Ze blijkt niet de enige en wordt op pad gestuurd om een boek te schrijven over de buurt. Ze interviewt vijftig bewoners en betrokkenen: daders, slachtoffers en omstanders, en vindt vele antwoorden op haar vraag. Lang verborgen geheimen achter ieders voordeur leggen gaandeweg de hare bloot.

Ze beschrijft hoe de kinderen overleefden – hoewel niet allemaal. Ze legt verbanden met de jeugdtrauma’s van de ouders, de in zichzelf gekeerde periode van wederopbouw en de explosie van de jaren zestig. Ten slotte ontdekt ze hoe omstanders die horen en zien, maar toch zwijgen, kindermishandeling in stand houden.

Geen dekmantel zonder omstanders.

FNS – ‘software’ probleem in de hersenen

FNS.png

  • Functionele neurologische stoornis

Als mensen computers zouden zijn, zou het probleem bij functionele symptomen te vergelijken zijn met een software probleem. Er is niets mis met de bedrading of de chips in de computer – de hardware is in orde – maar de werking is aangetast. Als een computer een software probleem heeft, loopt de computer vast of werkt heel langzaam. Het zou niet helpen de computer open te maken en de componenten te bekijken. U zou niets zien als u een scan van de computer zou maken. Wat wel een oplossing zou zijn, is de computer opnieuw programmeren.

Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 1350 patiënten de diagnose functionele neurologische stoornis (FNS). De Stichting FNS heeft nu een film gemaakt voor artsen en medisch personeel waarin patiënten aan het woord komen over hoe ze hulp zochten in de medische wereld.

Wat is Functionele Neurologische Stoornis (FNS) ?

In de volgende video wordt ingegaan op wat FNS is. Patiënten komen aan het woord en geven aan hoe ze hulp zochten in de medische wereld en wat ze doen om het mogelijk te overwinnen. De neurologen Rien Vermeulen (AMC) en Jon Stone uit Edinburgh, geven uitleg over de aandoening. Ook een psychiater en een fysiotherapeut komen aan het woord.

De video is vooral bedoeld voor huisartsen en medisch personeel maar natuurlijk ook voor FNS patiënten.

  • Deze video is geheel gesponsord door Spohr Innovations en wij danken Pieter en Marianne Spohr hiervoor. Ook veel dank aan ITZiT BV voor de productie van deze video.

Mens, durf te delen!

delen.png

  • De wet toont ons de kaders, ons doen raakt de bedoeling

Professionals binnen het sociaal domein moeten meer ruimte, tijd en middelen krijgen om iedereen mee te laten doen in de maatschappij. ‘Om zelf in te kunnen schatten wat nodig is, om maatwerk te kunnen leveren en dat samen te doen met de mensen voor wie ze er zijn.’ Dat concluderen de Nationale- en Kinderombudsman in hun gezamenlijke jaarverslag over 2018. Ik onderschrijf de hartenkreet en waarschuw voor de valkuilen.

Duizenden professionals zetten zich elke dag in om mensen van dienst te zijn. Ondanks deze inzet en goede wil gaat het toch vaak mis. Protocollen en procedures staan goede dienstverlening in de weg. Vaak ook, omdat het delen van informatie tussen hulpverlenende instanties te weinig gebeurt. Uit angst voor de AVG (Algemene Verordening Gegevensverwerking) of de tucht. Ook dat concluderen de ombudsmannen.

En dan is daar de datalek van het voormalige Bureau Jeugdzorg Utrecht. Door een fout bij het voormalig Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn de dossiers van duizenden kwetsbare kinderen gelekt. Met paniek en kramp in het systeem als gevolg. Mijn reactie daarop? Actie is geëigend, maar paniek is volstrekt overbodig en misplaatst.

De problemen bij het (voormalige) Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn van een heel andere orde: hier gaat het om een technische oorzaak, waardoor vertrouwelijke informatie ten onrechte toegankelijk is geworden. Bureau Jeugdzorg veranderde in 2015 zijn naam in Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE). De oude website van Jeugdzorg Utrecht ging drie jaar later offline en zou normaal gesproken beveiligd worden afgesloten om misbruik te voorkomen. Maar dat gebeurde niet: de organisatie verlengde de domeinnaam van de website niet, dat zo’n 10 euro per jaar kost. Daardoor kon iedereen de website overnemen. Stom.

De ombudsmannen hebben het over een geheel ander probleem: doelmatige informatiedeling. Het delen van informatie tussen hulpverlenende instanties en professionals gebeurt nog te weinig. Dat ervaar ook ik nog dagelijks.

Dat is niet alleen zonde, maar het is een gotspe, want daardoor gebeuren er nog steeds calamiteiten die voorkomen kunnen worden als hulpverleners informatie zouden uitwisselen.

De angst voor de gevolgen regeert. Niet zelden aangewakkerd door een legertje van honderden nieuwbakken AVG-consultants. Of, als die angst er niet is, ervaren vele onduidelijkheid in de interpretatie van privacy. Dit belemmert een tijdige en adequate samenwerking tussen de disciplines. Daardoor stagneert de gewenste doortastende aanpak. Bijvoorbeeld bij ernstige overlast, criminaliteit, huiselijk geweld en kindermishandeling, recidive, problemen met jeugdigen, bemoeizorg voor zorgmijders, multiproblematiek in gezinnen, enzovoort en zo verder. De meeste gehoorde schaamlap is daarbij het ontbreken van een toestemmingsgrondslag. Terwijl voor veel situaties geldt dat dat toestemming helemaal geen vereiste is.

Wet- en regelgeving binnen het sociaal domein hanteren één gezin/huishouden, één plan, één regisseur als het uitgangspunt. Elkaar informeren dat je betrokken bent en informatie uitwisselen is daarvoor wel essentieel. Veel organisaties en hun professionals zijn echter (te) terughoudend om informatie te delen. Het  idee bestaat dat er een Wet op de privacy is die het verbiedt om informatie uit te wisselen. Dat het delen van persoonsgegevens absoluut en onder geen beding mag.

En wat blijkt? Informatie delen hoeft geen belemmering te zijn. Zeker, inventarisatie van wet- en regelgeving toont aan dat de verschillende taken en wetten in de meeste gevallen slechts op één probleem of op één domein betrekking hebben. Maar de veelheid van (wettelijke) taken en hun onderlinge verwevenheid, dwingen de gemeenten, instanties en hun professionals dat zij deze ‐ in geval van multiproblematiek ‐ ook in samenhang aanpakken. Dan moet niet alleen, het kan ook. Zo leren ons twee zeer bruikbare ‘argumenteerroutes’ (Grondslag samenwerken Zorg en Veiligheid • naar een handelingskader gegevensdeling • Werkdocument 01‐10‐2013 Mr. J. J. A. van Boven en Drs. P.J. Gunst).

Bij de eerste is hét argument dat ‐ indien de problemen niet in samenhang worden opgepakt –de kans groot is dat geen van de afzonderlijke (wettelijke) taken tot goede uitvoering zal leiden. Dan immers ontstaan de bekende coördinatieproblemen situaties. Met andere woorden: de intentie en de doelen die de overheid per domein heeft met de domein gebonden taak‐ en regelgeving, worden niet bereikt. Dit omdat de opgedragen (wettelijke) taken niet of onvoldoende de intentie van de wetgever verwerkelijken.

De tweede argumenteerroute leidt tot de conclusie dat de optelsom van alle verantwoordelijkheden en regietaken op de verschillende domeinen tot een overkoepelende c.q. systeem‐verantwoordelijkheid leidt. Namelijk dat de verantwoordelijkheid wordt geborgd dat deze subsystemen wél informatie met elkaar delen. Doordat er op zoveel leefgebieden afzonderlijke wetten en taken zijn vastgesteld, kan het niet anders zijn dan dat daar een nieuwe domein overstijgende verantwoordelijkheid aan wordt ontleend. Juist omdat bekend is dat alleen in samenhang de problemen kunnen worden aangepakt. Daarbij is het van groot belang dat er zorg en steun ‘op maat’ wordt geboden, toegesneden op de situatie die speelt.

Om dit inzicht draait het welslagen van het adagium: één gezin/huishouden ,één plan, één regisseur. Het doel dient dan wel zodanig geformuleerd dat dit meerdere domeinen omvat. Wij moeten hierbij uit te gaan van één overkoepelend doel met een aantal subdoelen, waarbij de subdoelen steunen op diverse wetten en (beleids)taken. Hiermee is voldaan aan de wettelijke eis dat gegevens mogen worden gedeeld als er een doel is, maar ook indien sprake is van ‘verenigbaarheid van doelen’. Zo wordt de verbinding tussen de domeinen veiligheid (inclusief justitieel ingrijpen) en zorg een basisvoorwaarde om gelegitimeerd informatie over bijvoorbeeld een huishouden uit te wisselen tussen betrokken partners. Deze eis van ‘verenigbaarheid van doelen’ kunnen we toepassen als antwoord op de vraag of er informatie mag worden gedeeld bij multiproblematiek, om zodoende eerder een signaal te krijgen en in te kunnen grijpen voordat een situatie escaleert

Na het recente datalek bij voormalig Bureau Jeugdzorg Utrecht, en de hausse aan publicaties daarover zullen professionals zich mogelijk nog nadrukkelijker achter de oren krabben over het antwoord op de vraag of het wel zo slim is om informatie te delen. Dat is enerzijds begrijpelijk en anderzijds te gek voor woorden. Wees wie je bent als professional. De wet toont ons de kaders. Bij ons doen draait het om de bedoeling! De verantwoordelijkheid daarvoor kun je nemen als je steeds en opnieuw zorg draagt voor een duidelijke motivering en die motivering ook vastlegt. Richt je erop om het beste te zijn wat je kunt zijn in wat je wilt doen en betekenen voor de ander.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

De achtste dag

achtste dag

  • De ergste nachtmerrie: je eigen kind overleven!

Het is de ergste nachtmerrie: je eigen kind overleven. Als je kind ook nog eens zwaar gehandicapt is en geheel van jou afhankelijk, dan komt er een tweede nachtmerrie bij: dat je kind jóú overleeft.

In De achtste dag van Annemarie Haverkamp (1975) wordt deze nachtmerrie werkelijkheid voor Egbert, timmerman en vader van Adam. Na het overlijden van zijn vrouw draagt hij alleen de zorg voor hun lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kind. Zijn doodvonnis, ongeneeslijke longkanker, maakt de situatie gecompliceerd. Vooral ook omdat hij zijn vrouw op haar sterfbed heeft beloofd hun zoon Adam nooit alleen te laten. Een dilemma met enkel zwarte keuzes. Nadat een eerste plan mislukt geeft Egbert zichzelf zeven dagen – de tijd die hij nodig heeft om een trap te bouwen voor een klant – om te beslissen over Adams lot.

De achtste dag is een verhaal over de diepgewortelde liefde van een vader voor zijn vrouw en zoon en over de vanzelfsprekendheid waarmee hij inspeelt op de onuitgesproken behoeften en wensen van zijn gehandicapte zoon, die (alleen) hij door en door kent. Dat een kind met een zware handicap ongelukkig zou zijn blijkt een grote misvatting. Annemarie Haverkamp schreef met De achtste dag haar eerste, en geslaagde, roman: een aangrijpend verhaal.

De achtste dag, Annemarie Haverkamp, Lebowski, 160 blz., 19,99 euro.

Het grote bad

het grote bad

  • Le Grand Bain (2018)

In het gemeentelijk zwembad bekwaamt een groepje mannen van middelbare leeftijd zich in de kunst van het synchroonzwemmen. Hun trainster Delphine is een voormalig zwemkampioene die haar portie ellende wel gehad heeft. De heren zelf zijn van diverse pluimage en hebben ook allemaal zo hun eigen besognes. Samen vormen ze echter een hecht team en zijn ze er voor elkaar. Langzamerhand krijgen ze weer het gevoel dat ze er toe doen. Ondanks sceptische reacties van familie en vrienden besluiten ze als team voor Frankrijk uit te komen op het WK synchroonzwemmen.

De Franse hitkomedie Le grand bain gaat over acht depressieve mannen van middelbare leeftijd die gaan schoonzwemmen. Regisseur Gilles Lelouche vond het tijd om “over onze collectieve malaise te lachen.” En daarin is hij geslaagd!