Vraag niet

stilte

  • De kracht van stilte

Hoog in de bergen woonde een wijze. Soms kreeg hij bezoek en beantwoordde hij vragen over het leven. Toen een man daarover eens een vraag stelde was het antwoord: “Leer alles af. Houd twee jaar lang je mond, stel geen vragen meer en wees stil.”

Een van de andere bezoekers die daar ook zat begon te lachen en de man vroeg: “Waarom lach je?” “Ik lach omdat ik nu zie dat deze oude wijze gewoon heel slim is. Ik kwam hier met dezelfde vragen, net als jij. Ook tegen mij zei hij dat ik twee jaar lang mijn mond moest houden en stil moest zijn. In die twee jaar zijn al mijn vragen verdwenen. Dus mijn advies aan jou: als je iets wil vragen, vraag het nu; als je niets wil vragen, kijk en luister dan alleen en zeg twee jaar niets.”

Twee jaar later kwam de man terug en de wijze vroeg hem: “Waar zijn je vragen?”

De man moest lachen, hij maakte een diepe buiging en zei: “Ze zijn in de stilte verdwenen. Alleen maar door gade te slaan, alleen maar door te luisteren, werd mijn helderheid langzaam steeds transparanter. De geest verdween en ik kon zien met een niet-geest. Dat bracht een totaal andere manier van interactie met alles wat is. Iets is duidelijk geworden, er zijn geen vragen en ook geen antwoorden, maar ik ben totaal tevreden.”

Advertenties

Kinderen van zwart zaad

louis

  • Alle kinderen van Louis

Een Poolse journalist die een boek – Alle kinderen van Louis – schrijft over een Nederlands schandaal. Zo mogen we de misstanden die aan het licht kwamen bij de kliniek van Jan Karbaat toch wel noemen. De vrij succesvolle fertiliteitsarts hielp vele paren en alleenstaande vrouwen aan een kind, maar bleek het achteraf niet zo nauw te nemen met de administratie en registratie van de donoren. Het meest berucht werd hij toen bleek dat de directeur ook zijn eigen sperma doneerde, zonder dat erbij te vertellen.

De journalist Kamil Bałuk zoomt in op een verhaal dat minstens zo bijzonder is, namelijk dat van één zaaddonor die via verschillende klinieken naar eigen schatting wel tweehonderd kinderen verwekte. Die donor, in het boek Louis genoemd, is een bijzonder type, en wil heel graag contact met zijn kinderen. Baluk sprak die donor, en veel van zijn kinderen die zich later verenigden in een groep die ze zelf de Halfjes noemen. Vooral de figuur Louis is een intrigerend personage. Je zou bij lezing nog meer willen weten over hoe de kinderen zich wel of niet in hem herkennen. Maar Baluk heeft nog veel meer te vertellen. Hij ging grondig te werk, was tweeënhalf jaar bezig met research – bezocht de kliniek van Karbaat meermaals, en sprak de man uiteindelijk ook – en schrijft en passant ook nog een kleine geschiedenis van het zaaddonorbeleid in Nederland. Dat is bij elkaar wat veel. Zeker als in het laatste hoofdstuk – een nawoord dat in de Nederlandse versie verschijnt, de Poolse was vorig jaar al klaar – vrij terloops wordt opgemerkt dat er inmiddels veertig kinderen zijn gematcht met een kind van Karbaat zelf. Oftewel: die zijn zeer waarschijnlijk zijn kinderen. Dat is een boek op zich. Maar Baluk heeft van zijn graafwerk wel een intrigerend boek gemaakt.

Alle kinderen van Louis, Kamil Baluk, De Geus, 288 blz., 19,99 euro.

Lamslaande verwarring

verward.png

  • Van speelbal naar spelbepaler

Het aantal meldingen van personen met verward gedrag stijgt weer, blijkt uit landelijke cijfers.. Gemeenten zijn inmiddels druk bezig met een ‘sluitende aanpak’. Er is een speciaal ‘schakelteam’ dat naar oplossingen zoekt. . Er is bereidheid tot samenwerking en er ontstaan nieuwe coalities. De effecten van al deze inspanningen zijn in de praktijk nog te weinig zichtbaar. Er is nog altijd (te) veel handelingsverlegenheid. Zeker ook als het gaat om zware casuïstiek van mensen die ernstige psychiatrische aandoeningen hebben en een (potentieel) gevaar zijn. Er moet nog veel gebeuren om de aanpakken persoonsgericht te laten zijn, met een goede plek en rol voor mensen zelf en hun naasten. Dit gaat niet alleen over het nemen van concrete acties of maatregelen, maar ook om het bevorderen van het samen leren en ontwikkelen op alle niveaus van de werkvloer tot en met de bestuurders. Lokaal, regionaal en landelijk. Wat nodig is zijn spelbepalers pur sang. Mensen die zich niet storen aan voorgeschreven posities, maar het spel naar zich toe trekken.

Bij verwarde personen gaat het namelijk vaak om kwetsbare mensen die te kampen hebben met verschillende aandoeningen en beperkingen op meerdere levensterreinen. Het zijn mensen met een medicijn- of middelengebruik, dementie, verslaving, schulden, dakloosheid of een verstoorde suikerspiegel. Soms zijn het mensen in de illegaliteit of met een verstandelijke beperking. Vaak ook treedt verward gedrag op in combinatie met verlies aan werk of huisvesting, schulden, of na een ingrijpende emotionele gebeurtenis. Het is van groot belang dat we in de aanpak daarvan samenwerken met gemeenten, woningbouwcoöperaties, politie en justitie, maar zeker ook met familie en andere signalerende personen en instanties.

Veel betrokkenen rond mensen met verward gedrag – zo leert de praktijk – hebben niet zelden zelf het gevoel een speelbal te zijn van de omstandigheden. Laat ik dat verduidelijken aan de hand van een recente casus die op mijn pad kwam.

Nico is licht verstandelijk beperkt, kampt met verslavingsproblematiek en heeft mogelijk ook GGZ-problemen. Hij is een half jaar geleden uit huis gezet. Woonde destijds in de gemeente A. Sindsdien slaapt hij in een busje van zijn dagbesteding ergens in gemeente B. een buurgemeente, waar hij overlast veroorzaakt. Sinds enkele maanden is hij ingeschreven in gemeente C (postadres), omdat hij geen vaste woon-of verblijfsplaats meer heeft. Gemeente C. is voor deze dak- en thuislozen centrumgemeente.

De lokale regisseur is de afgelopen maanden stevig betrokken geweest en heeft veel werk verzet om hem opgenomen te krijgen. Kort samengevat:

  • De WLZ-aanvraag is afgewezen, omdat hiervoor bij de diverse instanties onvoldoende dossier aanwezig was. Dit is ook iets wat de lokale regisseur niet kan leveren, want het gaat om medische gegevens.
  • Een verslavingskliniek is betrokken (begeleiding), maar vindt de zaak niet urgent genoeg om Nico gedwongen te laten opnemen. De kliniek wil dus ook niet meewerken aan een aanvraag voor een rechtelijke machtiging.
  • Voor GGZ-opname is er onvoldoende indicatie.
  • Een GGz-instelling wil wel een intakegesprek met hem voeren (mogelijk dus ook opnemen), maar meneer is hij niet komen opdagen. Een nieuwe afspraak is gemaakt, maar het risico dat hij weer niet komt opdagen is groot.
  • Intussen is er voortdurend dispuut tussen de verslavingskliniek en de GGz-instelling. De een meent dat er sprake is van psychiatrische problematiek, de ander stelt juist dat de verslavingsproblematiek voorliggend is.
  • Er zijn, naast de overlast die Nico veroorzaakt, ook zorgen om zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving. De meningen daarover zijn verdeeld.

Alle betrokken partijen – met uitzondering van Nico – zijn het erover eens dat een (gedwongen) opname nodig is. Maar wie o wie neemt het besluit daartoe?

Punt is namelijk dat Nico formeel geen inwoner meer is van gemeente A. maar van gemeente C.  De overlast die hij veroorzaakt vindt plaats in gemeente B.. Bestuurlijk c.q.  juridisch gezien heeft gemeente A. geen poot om op te staan. Gemeente B. – waar Nico verblijft en overlast geeft – is echter van mening dat gemeente A. hierin een leidende rol moet spelen. Gemeente A. acht dit juridisch niet mogelijk is ziet geen handvatten om in deze zaak nog meer te doen als Nico niet vrijwillig meewerkt. Voor een gedwongen opname zijn er 2 opties:

  1. BOPZ: die heeft Nico al 2 keer gehad, maar hij stond beide keren na enkele dagen al weer buiten vanwege onvoldoende GGZ-aanleiding. Gemeente B. zal de BOPZ moeten uitvaardigen, omdat de overlast op hun grondgebied plaatsvindt.
  2. Rechtelijke machtiging: daarvoor is medewerking van de verslavingskliniek nodig. Zij moeten de onderbouwing schrijven, maar willen dit niet. Overleg op bestuurlijk niveau kan wellicht helpen, maar omdat Nico niet meer in gemeente A. woont, kan die gemeente het niet oppakken. Gemeente B. vindt het haar taak niet en gemeente C. wil – in geval van opname – de kosten wel op zich nemen, maar ook de machtiging niet afgeven.

Kortom, iedereen vindt dat er wat moet gebeuren. Iedereen vindt ook dat de ander wat moet doen. En dus doet iedereen niets!

Bij vraagstukken als deze zijn er meerdere benaderingswijzen mogelijk zijn. Politiek, juridisch, (rechts)filosofisch, sociologisch, pedagogisch, ethisch en vast nog veel meer. De daarbij geldende wetten en regels zijn – zoals zo vaak in dit soort van situaties – niet de oplossing, maar het probleem. Wat de ene wet mogelijk maakt, doet de andere teniet. Op individueel niveau helpen de wetten die ons stelsel schragen dus niet. En nee, dat  is geen pleidooi om wetten en regels dan maar af te schaffen. Wetten en regels werken disciplinerend en brengen ordening aan. Dat is nodig in een maatschappij waarin verschil van belang, conflicten en incidenten aan de orde van de dag zijn.

In dit soort van schrijnende zaken is maatwerk nodig. Liefst door de handen ineen te slaan en door samen de steen de berg op te rollen. Als dat niet lukt, moet er iemand zijn die de koe bij de horens vat. Als je weet dat geen enkel perspectief op het vraagstuk ‘het enige of juiste’ is, als je weet dat de positie die ieder inneemt in het vraagstuk ieders uitzicht op de werkelijkheid bepaalt, als je weet dat het niet lukt om de vele inzichten en perspectieven bij elkaar brengen, toon dan persoonlijk leiderschap. Geef professionals en mensen met verward gedrag handelingsruimte en dekking. Neem verantwoordelijkheid, ook als oplossingen niet perfect binnen de kaders passen. Zeker als er gevaar dreigt voor de persoon zelf of de omgeving. Dit vraagt om lef en doorzettingsmacht. Het vraagt om spelbepalers die het spel naar zich toe trekken. Mensen (bestuurders!) die zich niet storen aan voorgeschreven posities, en de grens durven op te zoeken. Met verantwoording als instrument. Lukt dat niet, dan zal de aanpak van verwarde personen een schijnoplossing blijven respectievelijk een onoplosbaar probleem.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Onschuldig en meedogenloos

wij.png

  • Wij

Tijdens een verzengend hete zomer in een Belgisch-Nederlands grensdorp proberen acht tieners de lome verveling te doorbreken.

Ze spelen een spel van ontdekking en dagen elkaar en zichzelf steeds verder uit. Door de kracht van hun nieuwsgierigheid en seksualiteit beginnen de grenzen van het toelaatbare al snel te vervagen. Als onschuld wordt vermorzeld door perverse spelletjes en keiharde exploitatie, veranderen de jongens en meisjes in meedogenloze roofdieren.

 

 

Verloren weekend

lost weekend.png

  • The Lost Weekend

Er zijn veel films over alcoholisten. De beste is nog altijd de in 1945 gemaakte The Lost Weekend naar een beroemde roman van Charles Jackson.

De onsuccesvolle schrijver Don Birnam, die verslaafd is aan alcohol, slaagt er door toedoen van zijn broer Wick en zijn vriendin Helen in om tien dagen lang nuchter te blijven. Maar op de avond voordat Wick en hij op een vierdaagse vakantie zouden gaan, zodat Don weer serieus kan gaan schrijven, stuurt hij Helen en Wick boos zijn huis uit. Vervolgens zit Don alleen thuis zonder geld én zonder alcohol. En die drang naar alcohol wordt steeds groter en groter. Met alle desastreuze gevolgen van dien, inclusief een gruwelijk delirium.

De film is gewoon te koop op dvd.

De speld op de mouw regeert!

beren 2.png

  • Van beren op de weg naar durven kiezen!

Het vraagstuk ‘subsidiëren of inkopen’ of ‘subsidiëren of aanbesteden’ staat op heel wat agenda’s. Zo leerde het nieuws van de afgelopen weken. Overheden en organisaties binnen het werkveld van welzijn en zorg wikken en wegen maar komen niet tot keuzes. Zij zien teveel beren op de weg. Wanneer je vervolgens vraagt hoe die beren er dan uitzien, of welke kleur ze hebben, weten ze het eigenlijk niet. Hetgeen bij mij de vraag doet rijzen, of zij die beren überhaupt wel hebben gezien! Eerder lijkt er sprake is van een grenzeloze besluiteloosheid. Het is tijd dat overheden op dit punt nu eens durven doen!

Voor gemeenten blijft het inkopen van Wmo en jeugdhulp een complexe opgave, zo blijkt uit onderzoek. In de afgelopen jaren is het ontbreken van kennis en betrouwbare informatie daarover een voortdurende bron van discussie geworden. En ook nu nog worstelen gemeenten – net als de betrokken aanbieders van welzijn en zorg – met de voortdurend verschillende en met elkaar conflicterende opvattingen daarover. Diverse gemeenten ervaren het ‘moeten aanbesteden’ van zorgtaken als knelpunt. Zo ook de minister van VWS, Hugo de Jonge. In een brief aan de Tweede Kamer (juli 2018) constateert hij dat veel gemeenten worstelen met aanbestedingen in het sociaal domein. Ze ervaren deze volgens hem vaak als een administratieve last die veel complexiteit met zich meebrengt. De minister wil daarom onder meer in Europa ruimte zoeken om “aanbesteden in het sociaal domein op passende wijze vorm te geven.”

De opstelling van de minister helpt bepaald niet bij het geven van duidelijkheid. Zijn stellingname roept de vraag op, of hij zelf wel grip heeft op de materie. In diezelfde week immers presenteerde Binnenlands Bestuur een even interessante als andere stelling: “Negentig procent van de contracten voor Wmo-voorzieningen en jeugdhulp besteden gemeenten Europees aan, terwijl dat niet nodig is.”

Moet aanbesteden nu wel, of niet?

Zie hier de oorzaak van het eindeloze wikken en wegen. Eigenlijk wil niemand het, zoekt iedereen muizengaatjes en geitenpaadjes om er onder uit te komen, maar doen wij ondertussen braaf wat wij denken dat wij moeten doen. Daarbij voorbij lopend aan de logica van ons gezonde verstand. De speld op de mouw regeert!

Of ik gek ben geworden? Ik meen van niet. Ik weet mij ook gesteund door onderzoek (van het PPRC en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi); juli 2018) en de praktijk in enkel gemeentes die – als waren zij Asterix en Obelix in bezet Gallie – moedig weerstand bieden aan de onzinnige aanbestedingsfetish waaronder Nederland gebukt gaat.

Zeker, ik erken dat er op dit punt grote onduidelijkheid is onder de gemeenten. Het is echter een onduidelijkheid die zij zelf organiseren. Ze spreken in inkoopdocumenten vaak van een ‘aanbesteding conform Zeeuws model’ of ‘bestuurlijk aanbesteden’ terwijl feitelijk niet wordt aanbesteed. Ze houden zich bij de inkoopprocedure aan meer regels dan volgens de wet strikt noodzakelijk is. Zo stelt ook onderzoeker Niels Uenk (PPRC).

De urgentie van een discussie over ‘verplicht Europees aanbesteden’ die op het Binnenhof en in veel gemeenten wordt gevoerd, is – helaas – een bezigheidstherapie geworden voor besluiteloze bestuurders, managers en andere betrokkenen.

‘Subsidiëren of inkopen’ of ‘subsidiëren of aanbesteden’ is een keuze die voortvloeit uit de wijze waarop je als overheid iets wilt realiseren en met welke partijen je daartoe wilt gaan samenwerken. Met het verlenen van subsidie of het geven van een opdracht worden die samenwerkingsrelaties geformaliseerd. Het is een keuze die samenhangt met de wijze waarop je wilt sturen. Oftewel: het gaat over het antwoord op de vraag hoe je als overheid partijen in de samenleving zover probeert te krijgen dat zij bijdragen aan het realiseren van een maatschappelijk gewenste situatie.

Beide regimes – subsidiëren of aanbesteden – bieden in principe dezelfde sturingsmogelijkheden. Het is niet zo dat subsidie betere of slimmere sturingsmogelijkheden biedt dan inkoop, of andersom. Kernpunt is met name de vraag hoe overheden de relaties met partijen in de samenleving vorm willen geven. Als partijen of als partners.

Die laatste vraag is cruciaal. Steeds meer gemeenten en organisaties voor zorg en welzijn ontdekken dat optimaal samenwerken in de keten essentieel is om toevoegende waarde te creëren. En juist daarbij past het – ten onrechte – veelgebruikte instrument van ‘aanbesteden’ slecht bij. Samenwerken binnen welzijn en zorg is een teamsport; om succesvol te zijn heb je zowel goede spelers als goed samenspel nodig. Daarbij moet er niet alleen op de kosten worden gelet (vaak de bron van de keuze voor aanbesteden), maar vooral en meer ook op kwaliteit, innovatievermogen, risicoreductie en de mogelijkheden voor synergie. Zaken als lokaal partnerschap en samenwerking, continuïteit van de zorginfrastructuur en ruimte voor lange termijn investeringen moeten centraal staan.

Samenvattend: Bestaat er een verplichting om (Europees) aan te besteden in de zorg? Het antwoord op die vraag is eenduidige ‘nee’: er is geen verplichting tot aanbesteden opgenomen in bijvoorbeeld de Jeugdwet of de Wmo 2015. In deze wetten staan slechts bepalingen die alleen gelden als gemeenten er zelf voor kiezen om aan te besteden, omdat zij een overheidsopdracht in de markt willen zetten. Dit is echter niet de enige manier waarop zij aan hun verplichtingen in het sociaal domein kunnen voldoen. Gemeenten hebben de keuze uit 4 mogelijkheden: Inbesteden, Subsidie, Overheidsopdracht en Open House. Dat zijn geen beren op de weg, maar keuzes die gemeenten moeten (durven) maken. Het ‘spook van de aanbesteding’ is dus voor een groot deel narigheid die wij zelf veroorzaken met het zien van niet bestaande beren op de weg en spinsels in onze hoofden!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Ongehoorzaamheid

ongehoorzaamheid.png

  • Disobedience

Ronit is jaren geleden verbannen uit de orthodox joodse gemeenschap in Londen vanwege haar seksuele geaardheid.

Ze is een vrij leven in New York gaan leiden zonder nog maar ooit aan haar afkomst te denken. Plots krijgt ze te horen dat haar vader, een belangrijke rabbijn, is overleden. Voor de begrafenis keert ze terug, en wordt ondanks de dood van haar vader niet bepaald warm onthaald. Niks wordt letterlijk uitgesproken, maar het stille oordeel van de gemeenschap is bijna net zo kwetsend. De leden maken zich vooral zorgen om Esti, de jeugdvriendin van Ronit. In plaats van te vluchten net zoals Ronit, is Esti getrouwd met een man uit de gemeenschap en onderdrukt ze haar seksualiteit. De ontmoeting tussen de twee zorgt ervoor dat ze hun passies herleven, en de grenzen van geloof en seksualiteit verkennen. Ondanks dat dat in hun omgeving niet geoorloofd is.

Disobedience is gebaseerd op het gelijknamige boek van Naomi Alderman. Regisseur Sebastián Lelio heeft als rode draad door zijn films hoofdpersonen die niet (meer) passen in de omgeving waar ze thuishoren (Gloria, A Fantastic Woman). Dit lesbisch drama laat de botsing tussen liefde en traditie zien. De film toont hoeveel inspanning het soms vergt om jezelf tot ongehoorzaamheid te dwingen. Met onder andere Rackel Weisz (The Constant Gardner, The Lobster), Rachel McAdams (The Notebook, The Vow) en Allesandro Nivola (Face/Off).