Ongemakkelijke waarheid

tijd en aandacht.png

  • Jeugdzorg is een zeepbel geworden!

Het budget van gemeenten voor jeugdzorg is te krap. Maar meer geld alleen is niet genoeg, vindt de sector. Waar moet al dat geld dan heen, vraag ik mij af. In de overtuiging dat meer geld voor jeugdzorg onze problemen alleen maar zal vergroten. Of dat onzin is? Nee! Het is een ongemakkelijke waarheid.

Jeugdzorg kampt met problemen. Nog altijd. Kinderen en huisartsen merken het aan lange wachtlijsten, gemeenten merken het aan tekorten op de begroting. Een eenduidige verklaring voor de stijging is er niet. Wel sterke vermoedens. Natuurlijk, wijkteams komen letterlijk achter de voordeur bij inwoners. Ze signaleren problemen van kinderen eerder. Naar mijn mening echter vooral omdat er sprake is van een nieuwe  ‘moraal’. Waarbij wij in alles wat ons als opvoeder s ‘last bezorgt’ graag als probleem definiëren. Want dan kunnen wij er anderen mee opzadelen.

Driftbuien, druk gedrag, slaap- of eetproblemen: de ouders van nu leggen hun problemen wat graag voor aan ‘deskundigen’. Want de ouders van nu zijn druk. Met het regelen en jongleren met acties, tijd, aandacht, energie, relaties en verwachtingen. Waardoor de tijd en aandacht voor de kinderen bij deze ‘renners en planners’ een schaars goed geworden is. Ze krijgen veel afgevinkt en voelen zich helemaal geweldig. Zolang de kinderen zich volgens hun verwachting gedragen. Ouders hebben geen tijd meer, of maken geen tijd meer, om vanaf het prilste begin genoeg tijd met hun kinderen door te brengen. Ze zijn te veel met zichzelf bezig. En met hun carrière, vakantie, hypotheek en spullen. Ze willen tijd voor zichzelf hebben, en niet geclaimd worden. Ze willen wel kinderen, maar ze willen er tegelijkertijd nauwelijks tijd voor vrijmaken. Het is tegenwoordig normaal om kinderen aan de zorg van anderen over te laten. Aan grootouders, gastouders, en hulpverleners.

Zo is er tegenwoordig een brugklastraining. Want het idee van de brugklas zou onze tieners wel eens bang kunnen maken of onzeker? Zou wel goed komen? Als iemand over de brugklas begint, zeurt een stemmetje in het hoofd van onze tieners: alles wordt anders! Ja, en, denk ik dan. Hoe ging dat destijds met mij? Ik herinner mij die tijd nog goed; het laatste schooljaar op de basisschool, de musical, die laatste schooldag. Het was enerverend en spannend, maar ook uitdagend. En het leverde heel wat gespreksstof op aan de keukentafel thuis. Ongemakkelijke gesprekken soms ook. Voor mij, zowel als voor mijn ouders. Al hadden die daarmee al de nodige ervaring. Ik was per slot nummer zes die die overstap maakte!

De huidige tijd vraagt veel van ouders en kinderen. Waar vroeger de moeders nog klaar zaten met het kopje thee en waar kinderen na school nog heerlijk in en rondom huis konden tuttelen, moet er tegenwoordig gewerkt worden en is er weinig tijd voor elkaar.  Tegelijkertijd stellen wij steeds hogere (cito) eisen aan ouders en kinderen bij hun functioneren op het werk en school. Met het tempo van een hogesnelheidslijn loodsen wij onze kinderen door hun ontwikkeling. Waarbij uitstel of doublures uitgesloten (moeten) zijn. Alles moet perfect zijn en vinden we het moeilijk om afwijkingen van de norm te accepteren. En tegelijkertijd zijn er duizenden prikkels van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat. Al deze componenten samen leggen een enorme druk op kinderen. Als zij zich vervolgens ongelukkig voelen of betonen, doen ze hun ouders verdriet en dat is het laatste wat ze willen. Zo komen met name de kinderen steeds meer onder druk te staan en vliegen zij vaker en eerder de bocht. Met Jeugdzorg als antwoord, want tegenwoordig lijkt dat geen taak meer te zijn voor de ouders. Die besteden dat uit. Aan professionele instituten die van dit oudergemak een mooi verdienmodel van gemaakt hebben.

Het opvoeden van kinderen gaat met vallen en opstaan. Kinderen zijn niet altijd even makkelijk. Spijbelen, een boze bui, niet luisteren, te laat thuiskomen en ook liegen kunnen allemaal horen bij het gedrag van opgroeiende kinderen. Soms ook leidt dit soort gedrag tot problemen en kun je spreken van opvoedingsproblemen. Denk maar eens aan het gedrag van uw eigen kinderen in de peuter- of pubertijd.

De meeste opvoedingsprobleem zijn  – anders dan wij onszelf en anderen graag willen doen geloven – in eerste de plaats een probleem van ouders. Juist zij echter lijken zich – in toenemende mate – machteloos te voelen. Of onzeker, bezorgd en zelfs kwaad. Want dat dit een probleem van onszelf – de opvoeders – is, vinden wij een ongemakkelijke waarheid. Die wij dan ook graag bestrijden. Met een beroep op Jeugdzorg. Omdat wij ‘het beste’ voor onze kinderen willen. Onder het motto ‘gun je kind een eigen label’ ontschuldigen wij zo onszelf en zadelen wij onze kinderen op met een aan dat ‘label’ verbonden identiteit. In mijn optiek is jeugdzorg zo doorgeschoten naar de andere kant, en is jeugdzorg te rekbaar geworden.

Natuurlijk, er is jeugd die problemen heeft en specifieke zorg nodig heeft. Zoals er ook ouders zijn die daarbij extra ondersteuning verdienen of moeten krijgen. Ik ben dan ook ferm voorstander van een goed werkend en deugdelijk Jeugdzorg systeem. Vandaag de dag echter is Jeugdzorg een verzamelnaam voor een ratjetoe aan voorzieningen. Een systeem dat door marktwerking te veel professionals kent die in het ontzorgen van ouders en opvoeders vooral een verdienmodel zien. Met als resultaat een  tsunami aan overbodige oplossingen die niet van toegevoegde waarde zijn voor onze kinderen.

Echt van toevoegende waarde voor kinderen zijn veiligheid, structuur en aandacht. Geboden door mensen die voor onze kinderen van betekenis zijn: de eigen ouders.

Meer geld voor het sociaal domein? Ik vind het prima en wat mij betreft ook niet onnodig. Meer dan dat echter is een  koerswijziging nodig. En een fundamentele gedragsverandering bij ons als ouders, opvoeders en schoen, die een rol spelen in het leven van kinderen. Gebeurt dat niet, dan zal de Jeugdzorg een bodemloze put blijven. Dat is misschien een ongemakkelijke waarheid, maar wel een die hout snijdt en onze jeugd een goede toekomst geeft.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s