Dat kan beter!

dat kan beter.png

  • Een feestje organiseren, hoe doe je dat?

Waar sommige mensen altijd de beste feestjes geven, lijken anderen geen geweldige gastheren of -vrouwen. Net zo goed als dat er naast excellente hulpverleners minder goede hulpverleners zijn. Maar iedereen kan leuke feestjes organiseren! En dat geldt ook voor hulpverlening: Met een goede voorbereiding en planning slaagt – net als elk feest –  ook de hulpverlening en heb je er ook zelf plezier in en van. Waar ik het over heb? Over de waardering voor en de kwaliteit van de ondersteuningsplannen binnen het sociaal domein.

“Dat kan beter!” was de slogan van Henk Gemser. Hij speelde destijds (2009) de hoofdrol in de tv-spot van Becel. Hij werd genomineerd voor de Loden Leeuw. De prijs voor de meest irritante reclame. Ik weet dus waaraan ik begin, als ik roep: “Dat kan beter!” Toch is dat mijn conclusie: Dat kan beter! Nee, stelliger nog: dat moet beter.

Ik mocht de afgelopen weken meewerken aan een toelatingsprocedure voor aanbieders van ondersteuning en zorg in het kader van welzijn, Wmo en Jeugdhulp.  De condities voor toelating waren vooraf duidelijk vastgelegd. Met het doel: het selecteren en contracteren van aanbieders die gezamenlijk kunnen zorg dragen voor een kwalitatief, dekkend en betaalbaar aanbod voor de inwoners van de betreffende gemeente. Naast een aantal technische voorwaarden, waaronder de gestelde geschiktheidseisen werden de aanvragen om toelating ook beoordeeld op de kwaliteit van het hulpverleningsplan

Hulpverleningsplanning is een actueel onderwerp binnen het sociaal domein. Aanbieders zijn wettelijk verplicht om hulpverleningsplannen te maken. Met het oog op kwaliteit worden eisen gesteld waaraan dergelijke plannen moeten voldoen. De praktijk leert dat het hulpverleningsdocument vaker niet meer of precies dit is: een verplicht nummer.

Hulpverleningsplannen schrijven en er mee werken moet echter niet worden gereduceerd tot het vervullen van een wettelijke verplichting. Hulpverleningsplannen leveren ook een belangrijke bijdrage aan het verbeteren en op peil houden van de kwaliteit van de hulpverlening.

Door het opstellen van een hulpverleningsplan – ook wel persoonlijk plan genoemd – ontstaat een goed beeld van wat iemand nodig heeft aan zorg en ondersteuning en wat mensen zelf binnen hun netwerk kunnen realiseren. Ervaring leert dat mensen met een goed persoonlijk plan gerichter beter weten wat met eigen en vrijwillige inzet kan en waarvoor een beroep op de professionele inzet en voorzieningen noodzakelijk is. En wat daarbij van het gevraagd en verwacht mag worden. Door het opstellen van een persoonlijk plan wordt de eigen regie versterkt en de betrokkenheid van het netwerk vergroot.

Zo kijkend naar de hulpverleningsplannen blijkt er nog veel verbetering mogelijk en wenselijk. Niet zelden ontbreken procesafspraken over:

  • de evaluatie(momenten) van de ontvangen ondersteuning of zorg;
  • welke hulpverlener – samen met de betrokken inwoner – de regie heeft;
  • afstemming van de door een aanbieder te leveren ondersteuning of zorg met het Sociaal Wijkteam.

Maar ook inhoudelijk zijn er de nodige verbeterpunten:

  • aandacht voor alle leefgebieden
  • het betrekken van de sociale context van de betrokken inwoner (thuis, rol verenigingsleven, onderwijs, enzovoort)
  • een duidelijke doelformulering: wat gaan we doen, waarom, met welk doel, wie betrekken wij daarbij en wanneer en waaraan meten wij af dat het doel ook bereikt is.

Het doel van meer aandacht hiervoor is om alles daar omheen slimmer te maken, beter te laten samenhangen en sterk te vereenvoudigen, zodat het weer hanteerbaar wordt. Voor de persoon over wie het gaat net zo goed als voor de betrokken hulpverleners.

En weet je: als je het schrijven van een hulpverleningsplan nu eens niet ziet als een administratieve (wettelijke) verplichting, wordt het ‘moeten’ een ‘mogen’ schrijven!  Want goed beschouwd is een hulpverleningsplan dat: de voorbereiding op een feestje, gericht op het realiseren van een toekomstplan.

Net als bij de planning voor een feest moet je drie lijsten. De eerste lijst is de gastenlijst. Dit is de belangrijkste lijst, want als je niet weet wie er meedoet, kun je niet goed plannen. Lijst twee is de boodschappenlijst. Wat is wanneer en in welke hoeveelheid nodig.  De derde lijst is je to-do lijst. Wie moet wat wanneer doen. En wanneer controleer je of het ook klaar of aanwezig is? Met een goede to-do lijst vergeet je niets en ren je niet op het laatste moment nog als een gek in de rondte. Het voordeel van deze lijsten is verder dat je ze vaak kan bewaren voor een volgende keer!

En natuurlijk moeten er data verzamelt worden. Net als op de uitnodiging voor een feestje staat op welke datum, welke tijd en locatie je elkaar (weer) ziet. Wat het doel daarvan is, hoe je ondertussen contact kunt onderhouden en andere praktische afspraken.  Houd bij dat alles rekening met het volgende: Simpel is duidelijker en daarom beter.

Om de hulpverlening vervolgens soepel te laten verlopen moet je samen – net als bij een feestje – ook zorg dragen voor uitnodigende presentatie. Vergeet daarbij ook de praktische zaken niet, zoals afspraken over terugkoppeling, evaluatie, etc. Evalueren gaat, net als het opruimen na en feestje, het eenvoudigst met goede voorbereiding. Spreek dus af wie, wanneer waarvoor verwacht wordt en wie waarvoor verantwoordelijk is.

Mijn conclusie is daarom: Dat kan beter. Beter en leuker! Het loont juist daarom ook nog eens kritisch te kijken naar de aard, opzet en inhoud van het Persoonlijk (hulpverle-nings-) Plan. Wellicht kan de navolgende checklist hierbij helpen.

Een ondersteuningsplan

  • komt tot stand in een dialoog
  • is eigendom van en dus toegankelijk voor de persoon over wie het gaat en deze persoon kent en heeft het Persoonlijk Plan ook (blijkend ook uit de ondertekening daarvan)
  • is persoonlijk, maar gaat ook over de persoon in zijn context en de rol en betekenis daarvan voor de cliënt
  • kent een belangrijke rol toe aan de regie van de cliënt en bevat afspraken over welke hulpverlener samen met de cliënt de regie houdt
  • geeft wensen, doelen en afspraken weer
  • is gericht op het bevorderen van de kwaliteit van bestaan
  • is toekomstgericht, op de middellange termijn
  • bevordert inclusie, participatie en zeggenschap
  • is begrijpelijk en toegankelijk voor zowel de cliënt als de betrokken zorgverleners
  • is overzichtelijk
  • is bruikbaar voor alle verschillende betrokkenen
  • is niet alleen een intern georiënteerd document, maar houdt ook rekening met hulpbronnen in het netwerk rond de  cliënt
  • bevat afspraken die worden gebaseerd op beeldvorming en ondersteunings-behoeften is flexibel: het komt tegemoet aan veranderingen in vragen en behoeften
  • is doelgericht, methodisch en heeft een cyclisch karakter
  • is integraal en bestrijkt alle relevante domeinen van het leven
  • maakt gebruik van de aan de cliënt toegekende zorgmiddelen, maar bevat ook aandacht voor andere (informele) ook hulpbronnen.
  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s