De toekomst adelt ons betekenis

arbeid adelt.png

  • Waardigheid en waarde zal het loon zijn

“Toegevoegde waarde”, zo kreeg ik onlangs aan een inspirerende ontwikkeltafel van een groep vrijdenkers bevestigd – “vindt in de toekomst haar basis niet in arbeid, maar in de betekenis van het doen en laten van mensen voor mensen (= puur kapitaal).” Met het leveren van wederdiensten kunnen mensen op een of andere manier hun waarde en betekenis voor de maatschappij vorm en inhoud geven. Wederdiensten krijgt de waarde van werk. Zo kan ieder mens, met zijn eigen mogelijkheden zich waardevol voelen. Gewoon, omdat uiteindelijk ieder mensen de ambitie heeft om iets te bereiken in het leven.

Volgens velen zou werkgelegenheid een belangrijk verkiezingsthema moeten zijn. Ik denk daar anders over. Niet werkgelegenheid of het arbeidsmarktbeleid is onze grote uitdaging. Die ligt in een fundamentele omslag in ons waarde denken!

Waarom? Omdat de economie gewoonweg verandert. Deze revolutie is stilletjes allang begonnen en zal in de komende jaren tot orkaankracht toenemen. Ons huidig economisch concept, enkel gebaseerd op ‘arbeid’ en ‘banen’ zal daarmee onhoudbaar worden. Als wij niet nu al beginnen, zullen de sociaaleconomische, sociaal-maatschappelijke en sociaal-culturele implicaties onze samenleving duurzaam ontwrichten. Simpelweg, omdat op termijn ons sociale stelsel niet meer te financieren valt op basis van werknemers- en werkgeverspremies.

De explosie aan technische ontwikkelingen die nog gaat komen, waaronder een toenemende robotisering van huidig werk, zal – tijdelijk vertraagd misschien, maar gestaag – leiden tot een verdere afkalving van de ‘klassieke’ werkgelegenheid. En daarmee van het daarop gebaseerde economisch model. Voortgaand inzetten op alleen werkgelegenheid als doel beschouw ik daarom als een heilloze opgave.

Veel mensen profiteren helemaal niet van welke economische groei dan ook. En allemaal leven wij in een enorme schuldeneconomie. Die ongelijke verdeling zit in ons geldsysteem. Dat gaat ten koste van ecologische, maatschappelijke en sociale waarden. Daarom ook is het tijd voor een hervorming van dat economisch stelsel.

Zijn mensen in de toekomst dan overbodig? Integendeel. De technologische ontwikkelingen kunnen een zegen zijn voor de her- en erkenning van andere waarden. Die van mensen voor en met elkaar. Waarde dus, die zich ontleent aan het betekenis geven aan mensen. Niet, door hen ‘nutteloos’ bezig te houden; of – als dat niet lukt – kunstmatig in het leven te houden met een uitkering. Begrippen als ‘werk, ‘arbeid’ en ‘loonwaarde’, splijten – onbedoeld, maar toch – onze samenleving. In cohorten van werkenden en niet werkenden, van verdienenden en niet verdienenden, van arm en rijk. Als wij deze begrippen vervangen door ‘bijdragen van waarde’ – voor een ander en de samenleving – in gelijkwaardiger verhouding te staan.

Een dienst van waarde is gebaseerd op overeenkomsten die burgers en instanties met elkaar sluiten, waarbij afspraken worden gemaakt over diensten die zij elkaar in ruil leveren. Geld zal daarbij een minder belangrijk betaalmiddel worden. Meer en meer mensen zullen mensen met een dienst van waarde (willen) betalen. Iets wat jij eenvoudig kunt doen, kan voor een ander heel waardevol zijn. Zo kan jij jouw spullen of talenten aanbieden en terugvragen van de ander.

Als wij als maatschappij vinden dat het belangrijk is dat er kinderen geboren worden en door hun ouders worden opgevoed, is dat wat waard. Als wij vinden dat mensen die niet of niet onvoldoende voor zichzelf kunnen zorgen, geholpen moeten worden, is dat wat waard. Als mensen bijdragen aan deze punten zouden ze daarvoor ook beloond moeten worden. Ook als ze dat – volgens het economisch arbeidsmodel niet beroepsmatig doen.

Op termijn zal de samenleving zo haar kapitaal niet meer ontlenen aan de loonwaarde van mensen, maar aan hun menswaarde. Dat vraagt een samenleving, waarbij niet arbeid of loonwaarde de dragende pijler is, maar het meedoen en meetellen van ieder mens.

Gelooft u mij niet? Kijk dan eens naar de stille opmars – nationaal en internationaal – van lokale munten. In Nederland alleen al zijn er inmiddels tientallen lokale muntinitiatieven.

Een aansprekend voorbeeld van een goed werkend lokale complementaire munt is de Bristol Pound. Het volledige loon van de burgemeester wordt uitbetaald in de Bristol Pound (1 Bristol Pound = 1 Sterling Pound. Bristol Pound) en komt volledig terecht in de lokale economie. De lokale economie is ook ingericht op de Bristol Pound met geschikte fysieke en digitale mogelijkheden, voldoende vraag en aanbod, grote bekendheid en binding aan de lokale munt.

In de toekomst zal – om te beginnen binnen lokale gemeenschappen – de nadruk meer en meer gelegd worden op deze andere waarden. Soms met alleen ondernemende doelstellingen, vaak met ecologische en sociale doelen of een combinatie hiervan. Met als grootste winst en voordeel van dat alles, dat niet langer enkel arbeid adelt en aanzien geeft. Ieder mens kan met waardigheid betekenis en waarde toevoegen.

Welke antwoorden wij van de politieke leiders de komende periode mogen dan wel moeten verwachten? Voor de komende kabinetsperiode zou een eerste stap kunnen zijn om – in plaats van een wet Werk en Zekerheid – te komen tot een wet Waarde en Zekerheid. De verantwoordelijk minister zou naast een arbeidsmarkt het nieuwe paradigma van waardenmarkt moeten creëren. En, als wij een regering krijgen met visie en lef, zal daarna het verbod op werk zonder loon sneuvelen. In combinatie met het invoeren van (voorlopers van) het basisinkomen. Daarmee samenhangend wordt het woord ‘tegenprestatie’ vervangen door ‘dienst van waarde.’

Misschien zal ik met deze boodschap (voorlopig nog) een roepende in de woestijn zijn. Mede door het aantrekken van de economie – en daarmee de arbeidsmarkt – laten wij ons graag in slaap sussen. Zeker, zolang wijzelf nog ‘gewoon’ mogen meedoen. Wat ik aankaart lijkt daarom wellicht onbetaalbare dagdromerij. Maar is dat ook zo?

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Rouw, schaduw en schuld

manchester.png

  • Manchester by the Sea

Na het plotse overlijden van zijn broer Joe krijgt Lee Chandler, een klusjesman die een strijd voert met zijn verleden en innerlijke demonen, te horen dat hij het voogdijschap heeft gekregen over zijn neefje Patrick. Lee wordt zo verplicht om terug deel uit te maken van een leven en familie die hij voorgoed leek opgegeven te hebben.

Manchester by the Sea begint als traditioneel rouwdrama, maar scheurt alle bijbehorende verwachtingen aan stukken. Regisseur Lonergan bespaart niet op de somberte, maar er valt ook veel te lachen in dit loodzwaar drama.

Klusjesman Lee repareert je toilet, lamp of kraan. Zonder plichtplegingen, ongevoelig voor sociale codes. Een solitaire, mechanische man. Vrouwen die hem aanspreken, ’s avonds aan de bar, keert hij de rug toe. Mannen die hem aankijken, kunnen een klap krijgen. Mannen die hem niet aankijken ook. Is Lee een zonderling met afgestompt gemoed? Is het aangeboren of zelf gecreëerd?

Een telefoontje zet het drama in beweging: het is mis met Lee’s oudere broer, een hartkwaal. Eenmaal in het ziekenhuis, als de arts het overlijden meldt, neemt Lee dat nieuws in ontvangst als een weerbericht: o ja, oké. Verrassing: broer Joe (Kyle Chandler) heeft laten vastleggen dat Lee de voogd moet worden van zijn tienerzoon. En Lee is daar niet de meest geschikte persoon voor. Hij wil ook helemaal niet terug naar dat kustplaatsje Manchester, waar hij en zijn broer vandaan komen en zijn (kwalijke?) reputatie resteert: is dat dé Lee?

Manchester by the Sea neemt de kijker mee in de schaduw en schuld dat over deze levens hangt. En tegelijkertijd vis er veel humor, geput uit het onvermogen tot contact tussen Lee en zijn rouwende surrogaatzoon.

  • Manchester by the Sea is een Amerikaanse film uit 2016, geregisseerd en geschreven door Kenneth Lonergan. De hoofdrollen worden vertolkt door Casey Affleck, Lucas Hedges, Michelle Williams, Kyle Chandler en Gretchen Mol.

Zicht op sociale teams

tool.png

  • Kosten en baten

Het ministerie van BZK heeft in samenwerking met economisch adviesbureau LPBL een tool ontwikkeld waarmee gemeenten de kosten en baten van de aanpak van het sociaal (wijk) team in beeld kunnen brengen. De tool laat zien welke factoren invloed hebben op de kosten en baten. LPBL heeft deze tool bij 40 gemeenten ingezet en doorontwikkeld. Het laat zien in hoeverre uw (sociale) wijkteams de potentie hebben om beter en goedkoper te werken.

In de volgende animatie ziet u een uitleg van de tool.

Een succesvolle integrale aanpak kent 6 succesfactoren

  • Een slimme strategie om kwetsbare huishoudens te vinden en te selecteren: Maak hiervoor samenwerkingsafspraken met bijv. een woningbouw om huurachterstanden te melden. En zet de Zelfredzaamheidsmatrix in om de zelfredzaamheid te analyseren.
  • Een passende caseload: Voor de 5% zware problematiek is 5 – 7 gezinnen een passende caseload. Voor de 15% kwetsbare burgers loopt dit uiteen van 30 tot 40 personen in de caseload. Voor de overige 80% niet-kwetsbare burgers is 100 personen in een caseload acceptabel.
  • Het goed op elkaar afstemmen van hulpverlening: Door het opstellen van 1gezin1plan en een stevig mandaat voor de regisseur is afstemming mogelijk tussen de cliënt, zijn netwerk en professionals.
  • Een beroep op de eigen kracht van huishoudens: Zorg dat het netwerk van het huishouden wordt ingeschakeld en ze waar nodig gebruik maken van voorliggende voorzieningen.
  • Alleen doorverwijzen naar professionals buiten het team indien echt nodig: Veelal is de samenstelling van de teams divers genoeg om tot een integrale aanpak te komen.
  • Het blijvend volgen van de huishoudens: Een van de grondgedachten van MensCentraal is dat je een huishouden lost laat als het kan. Laat het huishouden dus niet los, als het plan klaar is en iedereen aan de slag is. Monitoor actief of het huishouden de doelen haalt voordat je los laat.

Gebruik de tool als nulmeting
Gebruik de tool dan als indicatieve MKBA. Het helpt gemeenten bij het aanscherpen van de methode, het berekenen van de potentie , te doordenken waar de risico’s en randvoorwaarden liggen en een verzilverplan te maken. Deze indicatieve MKBA geeft antwoord op de volgende vragen:

  • In welke gebieden wordt de aanpak ingezet, bepaalde wijken of stadsbreed?
  • Wat is de doelgroep van de aanpak (in termen van problematiek en type huishoudens)?
  • Hoe worden de teams samengesteld en hoe worden ze bekostigd?
  • Hoeveel huishoudens zullen naar verwachting in de aanpak worden opgenomen?
  • Wat zijn kenmerken van de bevolking in het werkgebied: inkomen, gezondheid, huishoudensvorm?

Meer informatie over de MKBA is hieronder te vinden.

Meta Analyse sociale wijkteams

Handleiding mkba tool sociale-wijkteams

Rekentool sociale wijkteams

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

De buitenspelval moet ons beschamen

buitenspelval1.png

  • Waardigheid als waarde

“Soms,” vertrouwt Edwin mij toe, “wil ik liever niet meer wakker worden. Wachten op de postbode. Van dinsdag tot en met zaterdag is het middaguur een kwelling voor mij. Niet, dat ik haar graag zie. Integendeel. Het liefst kijk ik haar mijn deur voorbij. Want als zij komt en ook mijn deur aandoet, dan brengt zij nieuwe rampspoed. In de vorm van nieuwe nota’s of – erger nog – aanmaningen van eerdere. De zondag en de maandag zijn – wat dat betreft – zegeningen. Maar dan zijn er – net als alle dagen waarop de kinderen vrij waren – andere problemen. Dan vreest ik de momenten dat ik hen moet teleurstellen met een “Nee, dat kan niet. Daar is geen geld voor.” En dan de vrijdagen. Als ik naar de voedselbank moet. Dat is voor mij en mijn vrouw een schaamtevolle martelgang.”

Het verhaal van Edwin is niet uniek. Terwijl wij weer dagelijks de loftrompet steken over de prachtige economische ontwikkeling. Over de groei van werkgelegenheid ook. Ondertussen echter groeit de kloof tussen ‘arm’ en ‘rijk’. Een kloof die mensen, groot en klein – eenmaal naar ‘arm’ overgestoken – buitenspel verklaart.

Steeds vaker dringt zich, als ik Edwin spreek en zijn verhaal hoor, bij mij een almaar knagender gevoel van schuld op. “Hoe toch,” denk ik, “is het mogelijk dat wij als samenleving niet in staat zijn om voor mensen als Edwin die buitenspelval op te heffen?”

Schuld en schaamte vervreemden. Ze zijn de belangrijkste oorzaak van ontwrichting. In relaties, gezinnen en de maatschappij. Schuld, zo realiseer ik mij, vraagt om actie; die echter door schaamte wordt verlamt.

Beschamend is het gevoel door de ander te worden bekeken, be- of veroordeeld. Je voelt je vernederd, stom; je bent een loser. De ergste straf is die van het oog van de honende toeschouwer. Wie zich schaamt wil maar één ding: verdwijnen. Die neiging maakt dat ook dat het contact met de realiteit verloren gaat. Het negatieve beeld projecteren we op de ander. Wat des te gemakkelijker is, als ook die ander minder contact maakt, omdat die de schuldenaar als zondebok zien. Zo vergroot zich niet alleen stilletjes de armoede, maar meer nog de kloof.

Als wij dat alles weten, dan is niet kwijtschelding van schuld de eerste opgave. Eerder is dan het wegnemen van de schaamte de uitdaging. Dat is eigenlijk heel simpel, en daardoor waarschijnlijk ook zo verdomd moeilijk. Het vraagt namelijk om elkaar als mensen niet op economische waarde, maar op waardigheid aan te spreken.

Wie buitenspel staat, voelt zich minderwaardig. Niet gewaardeerd. Een gevoel dat eenvoudig te doorbreken is. Gewoon, met een simpele vraag: “Kun jij wat voor mij doen?” Omdat wij die vraag niet stellen, staat in Nederland dagelijks ruim 20% van het menselijk kapitaal buitenspel! En dat zijn mensen als Edwin. Mensen die – ieder op eigen wijze, net als jij en ik – willen meetellen en meedoen.

Meetellen en meedoen geeft waardigheid. Daarom roemen wij ook de prachtige economische groei. Feesten wij de toename van de werkgelegenheid die daarmee gepaard gaat. Diezelfde feestwoede maakt ons echter ook blind. Doet ons te gemakkelijk voorbij de grote en kleine Edwin’s kijken. Terwijl ook zij willen en kunnen deelnemen aan onze samenleving. Om hun recht daarop te respecteren is, eerder nog dan het kwijtschelden van schuld, een hervorming van ons waardensysteem nodig. Door dat te hervormen kunnen wij een einde maken aan erosie van de onze samenleving.

Het gebrek aan balans in onze samenleving wijst op een cruciaal cultureel aspect: de veranderende verbondenheid van mensen op elkaar. Die verbondenheid wordt meer en meer uitgedrukt in termen van morele schulden en verplichtingen. Wie ben ik iets verschuldigd? Wie is mij iets verschuldigd?

Maar wie bepaalt wat een schuld is en hoe deze vereffend kan worden? Waarom kan schuld alleen weggewassen met betaling? Omdat wij de waarde van waardigheid uit het oog zijn verloren! Schuld en verplichting zijn verbonden aan economische waarde: de financiële schuld. Wat wij nu aan anderen verschuldigd zijn, wordt uitgedrukt in bedragen die enkel vereffend kunnen met neutrale valuta. Contracten, niet morele overwegingen, binden de schuldenaar aan de schuldeiser.

Het gevolg van dit alles is de erosie van de sociale samenhang. De kloof van ‘arm’ en ‘rijk’. Omdat wij het gevoel van waarde en waardigheid hebben ingeruild voor de veronderstelde objectiviteit van een munt. In de plaats van wederkerigheid stimuleren wij morele leegte. Leegte die onze samenleving uit elkaar drijft en individuen kwetsbaar maakt.

Zo kijkend naar de opgave kan schuld in plaats van vernietigend, heel constructief en helend werken. Niet door haar kwijt te schelden, maar door haar te ruilen met waarde van waardigheid. Elk mens wil iets betekenen. Voor zichzelf en voor de ander. Elk mens heeft ook zijn eigen kwaliteiten. Als wij die weer (h)erkennen en die weer ruilen gaan, dan kunnen wij de breuk in de samenleving herstellen. Zo ook kunnen wij de ons beschamende buitenspelval samen elimineren.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.
  • Meer blogs en ideeën zijn te vinden op Verruim de horizon en Inspirituals

De waarde van liefde

liefde.png

Er was eens een eiland waar gevoelens leefden zoals geluk, droefheid, kennis en alle andere menselijke eigenschappen waaronder Liefde.

Op een dag zonk het eiland in zee en iedereen vertrok. Liefde was de enige die achterbleef. Ze vroeg aan rijkdom of ze mee mocht in zijn boot. Maar rijkdom antwoordde: “Nee, dat gaat niet, mijn schip zit al vol met goud en zilver.”

Liefde vroeg hetzelfde aan ijdelheid maar zijn antwoord was: “Sorry, maar je bent helemaal nat, je zou alleen mijn spullen maar beschadigen.”

Toen vroeg Liefde het aan verdriet maar deze was zo verdrietig dat ze alleen wilde zijn. En geluk was zo met zichzelf bezig dat hij haar niet eens opmerkte.

Opeens klonk er een stem die zei: “Kom Liefde, ik zal je meenemen.”

Liefde was zo overweldigd door dit aanbod, dat ze zelfs vergat te vragen waar ze heen gingen. Toen ze op droog land aankwamen was de stem zo snel als hij gekomen was weer verdwenen. Liefde wist niet eens wie haar redder was. Ze vroeg het aan wijsheid en die zei: “Het was de tijd.”

Liefde vroeg: “Waarom hielp de tijd mij?” en wijsheid antwoordde: “Omdat de tijd als geen ander weet hoe waardevol liefde is.”

Dit is ons leven

dit is ons leven.png

  • Stap over de drempel en maak kennis met Luuk, Eva en Bento.

In Nederland leven ongeveer 10.000 gezinnen met een kind met ernstige meervoudige beperkingen. De ontwikkelingsleeftijd bij deze kinderen ligt onder de 24 maanden. Drie van deze gezinnen nemen ons mee in hun gezinsleven. De zorgen zijn soms groot, maar ook in deze gezinnen wordt geleefd en genoten.

De impact van een ernstig meervoudig beperkt kind op het gezinsleven is zo groot, dat de buitenwereld kan zich hier moeilijk een voorstelling van maken. Sommigen vinden het eng en kijken weg; anderen vinden het zielig en willen enkel helpen. Veelal denken zowel mensen in de nabije omgeving als in het bredere netwerk en omgeving dat het leven in deze gezinnen enkel om zorg en zorgen draait. Nu zijn de zorg en de zorgen groot, maar ook deze gezinnen leven. Zij hebben hun hoogte- en dieptepunten, hun dilemma’s en keuzes, en bovenal veerkracht in het dagelijks leven.

Dit is ons leven

Het is belangrijk dat de buitenwereld weet hoe het eraan toegaat in deze gezinnen en dat er voor het gezin begrip van naasten is. Daarom heeft BOSK de film ‘Dit is ons leven’ gemaakt. Ze hebben Bento (8 jaar), Eva (24 jaar) en Luuk (5 jaar) en hun gezinnen gefilmd.

Luuk, die we als eerste in de film zullen zien heeft een chromosoom afwijking en heeft het ESES/CSWS syndroom. Bij Eva is er nooit een diagnose gesteld. Bento heeft de afwijking CHAMP1, die pas recent is beschreven.

Drieluik
In de film maken we in drie opeenvolgende portretten kennis met Luuk, Eva en Bento en hun gezinnen. Bij de selectie van de gezinnen is gestreefd te variëren in leeftijd, en gezinssamenstelling. Elke leeftijdsfase heeft weer zijn eigen dynamiek, en uiteraard ook zorgen. Toevallig is het wel zo dat de gefilmde kinderen allemaal thuis wonen, maar dat is geen bewuste keuze vooraf geweest. De film toont mooie momenten samen, zoals genieten van luisteren naar muziek, genieten van samen spelen, genieten van de zon, of heel klein; genieten van een warme douche. Uiteraard komen ook de ouders van Luuk, Eva en Bento aan het woord, en horen we ook van hen wat hun zorgen zijn. Verder zijn ook Thijs, de broer van Eva, Wilmie, de PGB-er van Bento, en Willy, fysiotherapeute van Luuk aan het woord.

Voor ouders én studenten
Deze film is gemaakt voor alle ouders van een ernstig meervoudig beperkt kind, en voor hun familie, vrienden en kennissen. Daarnaast kan de film ook gebruikt worden in lesprogramma’s voor studenten van de zorgopleidingen en sociale opleidingen van onder andere Hogeschool Rotterdam, zodat ook zij inzicht krijgen in de thuissituatie van deze gezinnen.

Chronische excuses schoffelen

modder1.png

  • De letter doodt; de geest maakt levend!

“Kijk niet of het mag, maar doe wat werkt.” Dat was, vrij vertaald, de boodschap van minister Plasterk. Hij informeerde de Tweede Kamer over het programma sociaal domein. Hierin zijn gemeenten en Rijk samen verantwoordelijk voor oplossingen in de transformatie van het sociaal domein. De uitdaging voor alle betrokkenen, gemeenten en hun bestuurders, organisaties en hun professionals én inwoners is daarbij om weg te blijven van systeemoplossingen.

Er valt inderdaad nog veel te verbeteren aan de ondersteuning en zorg van en voor mensen. Zeker vanuit het oogpunt van duurzaamheid van antwoorden en betrokkenheid van de inwoners. Want, ondanks de transitie – de overdracht van taken en middelen van Rijk en provincies naar gemeenten – is de huidige werkwijze niet toereikend. Zeker niet om met betaalbare en oplossingsgerichte antwoorden in de groeiende vraag naar ondersteuning en zorg te voorzien. Daarvoor is een grensverleggende systeemverandering nodig. Gestoeld op basisprincipes waarin de inwoner die het betreft een volwaardige rol speelt. Alleen als wij daarin slagen zal ons sociaal- en zorgstelsel voldoende robuust zijn om ook komende generaties duurzaam van ondersteuning en zorg te kunnen voorzien.

Als geen ander kunnen en willen vrijwilligers, mantelzorgers en professionals in het sociaal domein aan deze game changing werken. Als geen ander ook lopen zij tegen grenzen van vermeende belemmeringen aan. Die kunnen financieel zijn, voortkomen uit wet- en regelgeving, protocollen of handelingsverlegenheid. Hierdoor maken zij de hen toebedachte rol niet waar. Omdat zij verstrikt raken en blijven in een web van afhankelijkheden en procedures. Het gevolg? Chronisch excuusgedrag!

Of daarvoor een oplossing is? Welzeker!

Tussen wil en wet staan te vaak muren van onterechte bezwaren en belemmeringen. Muren die wij eenvoudig weg kunnen nemen. Niet met een zoveelste systeemwijziging of nieuwe wet- en regelgeving. Eerder draait het om een combinatie van eigenaarschap, lef en doorzettingskracht. Gecombineerd met kennis en een dosis gezond verstand vormen deze eigenschappen hét kompas om te doen wat nodig is. Het hanteren van de ‘omgekeerde toets’ kan daarbij helpen.

De omgekeerde toets is een door kennisorganisatie Stimulansz ontwikkelde hulpmiddel. Een stapsgewijze methodiek die vraagt om anders om te gaan met wet- en regelgeving. Deze methode maakt mogelijk te doen wat nodig is. Te doen wat werkt. In plaats van te doen wat kan. Met als resultaat: maatwerk leveren zonder willekeur, en recht doen aan de geest van wet- en regelgeving.

Sinds mensenheugenis hebben we namelijk de gewoonte om regels en wetten in tekst te vangen en vast te leggen. Dat is lekker concreet en (vaak) gedetailleerd. Alles waarvan we dachten dat het vastgelegd moet worden, wordt opgeschreven. En bij alles wat wij doen (of laten) kijken wij eerst naar ‘wat de wet zegt’. Maar is dat nou wel zo’n goed idee?

Nou, niet per se! Het ligt er maar net aan hoe je er mee omgaat. En met welke bedoeling. Hanteer je de letter, of hanteer je de geest? De letter doodt, zo leert de geschiedenis. De geest maakt levend!

Eigenlijk werkt de omgekeerde toets net zo. Zij doet wat u en ik in het ‘gewone’ dagelijkse leven bijna als vanzelf en automatisch doen: kijken wat nodig is en werkt. Om dat vervolgens te combineren met de mogelijkheden. Pas als dat helder is, komt de vraag of het mag en kan. Zo doen wij wat werkt!

De decentralisaties – en vooral de door iedereen daarmee gewenste omvorming van ons sociaal- en zorgstelsel – zijn in mijn optiek een unieke kans om hier meer werk (en gewoonte!) van te maken. Dat begint niet bij de ander. Niet bij het systeem of bij wet- en regelgeving. Het begint met zelf stevig in de spiegel te kijken. Want het ‘uit koers raken’ van zorg en welzijn begint daar. Bij jou en mij. Te gemakkelijk, zo leert ons die spiegel, verliezen wij het eigenaarschap uit het oog. Kleden wij ons met de schaamlap van ‘de ander’, ‘het systeem’ of ‘de wet- en regelgeving.

Het dominante verhaal van de systeemwereld kunnen jij en ik doorbreken. Gewoon, door steeds weer bij de bedoeling te beginnen. Als een continu reflectiemechanisme voor het eigen doen en laten. Zo krijgt de leefwereld weer regie over de vraag wat hier en nu nodig is. Om pas daarna te beredeneren wat daarvoor in de systeemwereld moet worden of is ingericht. Zo maken wij de systeemwereld van sturend regisseur tot hulpmotor. De sturing ligt bij mensen als jij en ik. Mensen die zich handelingsvrij voelen om echt te doen wat nodig is. Niet vrijblijvend, maar vanuit eigenaarschap en (professionele) verantwoordelijkheid. Want dáár zit de sleutel.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.