Galerij

Wie liefde begrijpt…

rijkdom

  • Rijkdom, succes en liefde

Het was in het voorjaar toen een vrouw drie oude mannen op het bankje voor haar huis zag zitten. Ze zagen eruit alsof ze een lange reis achter de rug hadden. Hoewel ze de mannen niet kende, volgde ze een impuls en vroeg of ze misschien honger hadden en binnen wilde komen.

Eén van hen antwoordde: “U bent heel vriendelijk , maar er kan van ons drieën maar één op uw uitnodiging ingaan.” Hij wees naar de oude man rechts van hem en zei: “Dit is Rijkdom.” Toen wees hij naar degene links van hem en zei: “Zijn naam is Succes. En mijn naam is Liefde. Het is aan u om te beslissen wie van ons u uitnodigt.”

De vrouw dacht even na en liep toen naar binnen en vertelde haar man wat ze buiten voor de deur had meegemaakt. Haar man was verrast en zei: “Geweldig, laten we dan Rijkdom maar uitnodigen!”

Zijn vrouw was het daar niet mee eens: “Nee, ik denk dat we beter Succes kunnen vragen.”

Hun dochter zei echter: “Zou het niet veel beter zijn als we Liefde zouden uitnodigen?”

“Ja, ze heeft gelijk”, zei de man. “Ga naar buiten en nodig Liefde uit als onze gast”. Ook de vrouw knikte en bij het bankje gekomen zei ze: “Liefde, wil je binnen komen en onze gast zijn?”

Liefde maakte aanstalten om mee te gaan, maar ook de twee andere mannen stonden op en volgden hem. Verbaasd vroeg de vrouw aan Rijkdom en Succes: “Ik moest kiezen en heb alleen Liefde uitgenodigd. Waarom willen jullie nu ook meekomen?”

In koor antwoordden de mannen: “Als u Rijkdom of Succes had uitgenodigd, dan waren de beide anderen buiten gebleven. Maar nu u Liefde hebt gevraagd om binnen te komen volgen de andere twee ook. Want waar Liefde voorop gaat, daar vormen wij een eenheid.”

Galerij

De vloek van de Toegang

vloek.png

  • Realiseer voor grote vraagstukken een oplossing als ze nog klein zijn

1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt, en – als het kan – 1 budget. Nagenoeg elke gemeente in Nederland hanteert inmiddels dit mantra voor het sociaal domein. Die term wij gebruiken voor alle sectoren die te maken hebben met de sociale kant van het gemeentelijke beleid: zorg, welzijn, onderwijs, gezondheidszorg, opvoeding, inburgering en sociale activering. Om dit mantra te realiseren werken veel gemeenten met sociale wijkteams. Met een integrale aanpak moeten de sociale wijkteams voorkomen worden dat hulpverleners zich ongecoördineerd bezig houden met hetzelfde gezin (1gezin-1plan-1regisseur). Muurtjes tussen verschillende hulpverleners moeten daarmee afbrokkelen en een hechte samenwerking op gang brengen. Het klinkt goed. Het moet ook. Maar in het praktisch handelen zie ik dat nog onvoldoende terug. Als het bijvoorbeeld om individuele behandeling of begeleiding gaat, werken ze al gauw als ware het een ticketbureau. Een ticketservice die voorzieningen toewijst als antwoord op een beperking. Dat noem ik de vloek van de toegang: oud denken en doen.

De sociale wijkteams hebben vaak ook de taak te voorzien in toegang tot intensievere of specialistische vormen van ondersteuning. Wie daarop is aangewezen, moet voor die ondersteuning of zorg een toewijzing (indicatie) krijgen, Hiermee krijgt een inwoner toegang tot de voor die persoon gewenste of noodzakelijk geachte zorg.

Het ticketbureau Toegang werkt meestal stevig geprotocolleerd. Niet zelden gevoed door of verankerd in:

  • Systeemoriëntatie: waarbij de ondersteuning of zorg wordt gebouwd rondom de verschillende wettelijke kaders – elk met hun eigen aanbod, regels en financiering en met bijbehorende perverse prikkels.
  • Probleemoriëntatie: waarbij niet het vraagstuk van het individu vertrekpunt is, perspectief van het individu en/of zijn omgeving centraal staat, maar het probleem. Meestal is er daardoor eerder sprake van symptoombestrijding dan van eliminatie van de oorzaak, de bron van het probleem.
  • Beroepsoriëntatie: waarbij niet de vraag van het individu in zijn omgeving centraal staat, maar de professie van de beroepskracht of zijn organisatie.
  • Aanbodoriëntatie: waarbij de vraag/ het probleem wordt vertaald naar het bestaande (professionele) aanbod in plaats van op de specifieke (on-)mogelijkheden van het individu in zijn omgeving aansluitend maatwerk.

Om een ticket voor individuele ondersteuning voor elkaar te krijgen ontstaat zo een tijd vretende dialoog en torenhoge drempel. Met de beste intenties willen de medewerkers van het ticketbureau de inwoner breed ondervragen op meerdere levensgebieden en vervolgens tot een passende oplossing komen. Diagnostiek duurt zo lang en leidt niet zelden ook tot meer verwarring. De werkwijze heeft ook als gevolg dat concrete acties uitblijven. Juist die ervaring maakt dat mensen het vertrouwen en geloof in de zorg verliezen.

Natuurlijk, het is logisch dat aan de toegang tot individuele ondersteuning of hulp een professionele inschatting en oordeelsvorming vooraf gaat. Waarom echter kunnen – net als bijvoorbeeld bij de huisarts – professionele oordeelsvorming en praktisch handelen niet gelijktijdig plaatsvinden? Als je echt wilt weten waar mensen tegenaan lopen én waar hun kracht ligt, of wat nodig is om dit te ontwikkelen, moet je niet alleen de vraag kunnen verhelderen, maar ook kunnen acteren. Doen wat (als eerste stap) nodig is. Dit laatste houdt in dat we niet meer de beperking (alleen) als uitgangspunt nemen, maar (ook) de mogelijkheden die worden bepaald door de individuele situatie waarin een persoon zich bevindt.

Elke huisarts in Nederland beoogt maatwerk en zijn of haar werkwijze kenmerkt zich door een oplossingsgerichte aanpak. Dat vraagt ruimte en flexibiliteit om op het concrete aangrijpingspunt – het actuele probleem – in te spelen. Dat vraagt naast improvisatietalent, creativiteit om inbeeldingsvermogen om handelingsgerichtheid in plaats van kijken naar formele posities, verantwoordelijkheden, richtlijnen en protocollen.

Een goede professional in het sociale domein werkt open minded, verricht geen losse, context loze handelingen, maar beoefent een complexe praktijk. Hij heeft oog voor wat er voor de inwoner op het spel staat. Maar ook wat er voor die inwoner of zijn/haar omgeving op het spel staat. Hij stelt zich voor hoe het zal gaan als hij iets op z’n beloop laat, en vraagt zich af of dat dan goed of niet goed is. Terwijl hij zich goed laat informeren, de verschillende opties zorgvuldig naloopt en over het algemeen beredeneerd te werk gaat, durft hij ook een ‘sprong’ te maken. Zo nodig zoekt hij de randen van zijn vak op. Of gaat er zelfs overheen. Hij bedrijft een soort hogere kunde van improvisatie en kan spelen met de toepassing van regels. Anders gezegd: hij beheerst de kunst van de regelovertreding ten behoeve van goede zorg.

Het overkoepelende begrip is uiteindelijk: ‘praktische wijsheid’ gekoppeld aan daadkracht. Deze oplossingsgerichte werkwijze vraagt om professionals die weten wat hun vak is, waarop het is gericht, en die daarop durven koersen. Professionals ook die aanvaarden dat zij moeten handelen, ook als doelen tegenstrijdig zijn, regels elkaar tegenspreken en de uitkomst van dat handelen onzeker is. Deze professionals snappen ook dat complexiteit, dynamiek en ‘spontaan’ acteren bij het vak horen. Regels en richtlijnen vatten zij net op als aanwijzingen op basis waarvan zij niet mogen acteren.

Oplossingsgericht werken is leuk en lastig om te doen. Oplossingsgerichte interventies zijn – mits met de juiste grondhouding uitgevoerd – vaak verrassend simpel. Grote vraagstukken blijken niet zelden voorkomen of wegenomen te kunnen met een heel praktische oplossing. Daarbij gaat het om het vinden van antwoorden op vragen als: Waar ben je goed in, waar word je blij van, wat helpt je en wat heeft al geholpen. Zo oplossingsgericht werken is een positieve, krachtige manier om veranderingen bij mensen, teams en organisaties te realiseren. Een werkwijze ook, waarmee wij de vloek van de Toegang kunnen terugdringen of uitbannen.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als Partner/senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.
Galerij

Het leven repareren

reparer.png

  • Reparer-les-vivants

Een camera volgt een hart vanaf een noodlottig ongeval tot aan het moment waarop het met stroomstootjes weer aan het kloppen wordt gebracht in een ander lichaam…

Vroeg in de ochtend trekken drie surfers naar zee om de golven te trotseren. Op de weg terug krijgen ze een ongeval. De negentienjarige Simon Limbres wordt in comateuze toestand naar het ziekenhuis vervoerd, waar de arts constateert dat hij hersendood is. Hij wordt door machines in leven gehouden. Zijn ouders moeten snel een moeilijke beslissing nemen over mogelijke orgaandonatie. Tegelijkertijd moet Claire, moeder van twee net volwassen zonen, in Parijs onder ogen zien dat haar hart niet lang meer zal blijven functioneren. Haar kwaliteit van leven gaat snel achteruit. Een nieuw hart zou haar redding zijn. Het hart van Simon. Urgente keuzes en de consequenties daarvan vormen de basis van de verfilming van de roman ‘De Levenden Herstellen’ van Maylis de Kerangal. Regisseuse Katell Quillévéré weet op een ingetogen en indrukwekkende manier het leven te tonen dat zowel eindigt als begint.

 

Galerij

Het doet zo zeer

het doet zo zeer.png

  • Intiem portret van een dementerende moeder

Als haar moeder niet meer voor zichzelf kan zorgen, besluit Heleen een mantelzorgwoning in haar tuin te laten maken. Nadat haar moeder ook hier niet meer kan verblijven, volgt opname in het verpleeghuis. Daar verbetert de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van haar moeder gestaag. Een euthanasieverklaring? Wat haar moeder betreft nog even niet.
In de documentaire “Het doet zo zeer “volgt schrijfster Heleen van Royen gedurende één jaar haar dementerende moeder. Een portret van zeer dichtbij. Moeilijke beslissingen over verhuizen, over euthanasie en kostbare momenten van samenzijn wisselen elkaar af. Een liefdevolle, herkenbare, pijnlijke en vaak bijzonder grappige ode aan het leven, met dank aan Heleens moeder, mevrouw Breed.

Heleen bedient de camera grotendeels zelf. In een periode van ruim een jaar volgt ze haar moeder in alledaagse situaties en in de tocht langs artsen, zorginstellingen en klinieken. Het resultaat is een aangrijpend filmportret dat de schrijnende kanten van het ouder worden in Nederland anno 2017 laat zien; het huidige kabinetsbeleid in volle glorie.

HET DOET ZO ZEER is geselecteerd voor IFFR 2017, het internationale filmfestival Rotterdam. De wereldpremière vindt plaats tijdens het festival, op 28 januari 2017 in het Oude Luxor in Rotterdam. Vanaf 23 februari draait de film in de bioscoop.

Van woensdag 25 januari t/m zondag 5 februari 2017 vindt de 46ste editie van het International Film Festival Rotterdam (IFFR) plaats.

Galerij

Transformaatjes gezocht!

transformaatjes.png

  • Streef naar het onmogelijke – accepteer het onontkoombare.

De vraag “Hoe transformeer je?” houdt menig bestuurder en professional bezig. Of het nu een omvorming van een organisatie betreft, een cultuuromslag of een werkwijze. Zeker in het huidig tijdsgewricht zoeken managers, professionals, hrm-professionals en adviseurs nieuwe vormen van organiseren. Vormen ook waarin op een eigen wijze invulling wordt gegeven aan leiderschap, management en een moderne professionele rol.

De omvorming van het sociaal domein, mijn eigen expertisegebied, hangt nauw samen met zo een ‘transformatieopdracht’. Gemeenten moet op basis van wet- en regelgeving (o.a. Jeugdwet, Participatiewet en Wet Maatschappelijke ondersteuning) hulpvragen van inwoners integraal oppakken.

De bedoelde opgave heeft de afgelopen jaren veel inspanningen opgeleverd om de daarmee gepaard gaande overgang verschillende taken naar gemeenten zo goed mogelijk te realiseren. Dat was is – in relatie ook tot de omvang van de operatie en de verhoudingsgewijs korte voorbereidingsprocedure – geen sinecure. Ook, omdat daarbij tot in een zeer laat stadium op de verschillende deelterreinen aanzienlijke nog aanzienlijke wijzigingen in de opzet zijn aangebracht. Mede hierdoor staat de beoogde transformatie op dit moment nog in haar kinderschoenen. Breed ook wordt her- en erkend dat het nog een aantal jaren zal vergen om na de transitie (overdracht van taken) de transformatie (de voorziene omslag), werkelijk te maken. Dit geldt voor alle betrokkenen.

Goede transformatie, hoe noodzakelijk en wenselijk misschien ook, is echter niet eenvoudig. Transformatie is een nogal ongrijpbaar fenomeen. Dat is ook de les die een goede collega, Anne Pastors, in haar (zeer inspirerende) boeken “Wijsheid in Pacht” (2014) en “Transformerenderwijs” (2017) trekt (zie ook mijn eerdere blog hierover). Naast een originele praktijkbenadering bevatten de boeken wijze aanbevelingen waar je iets mee kunt. Eerst en vooral door zelf actief te worden.

De boeken en lessen van Anne leren ook dat het bij transformatie om meer gaat dan het SMART maken van de opgave. Waarmee ik bedoel dat de opgave Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden moet zijn.

Veel eerder draait het om de eerlijke en onvervalste persoonlijke ervaring dat het leven een werkelijkheid is, waarin we met elkaar bewegen van het ene in het andere ‘verhaal’. Verbinding maken met maatjes is daarbij de sleutel voor een hoopvol effect. Ik ben het daar van harte mee eens.

Tegelijkertijd maakt die constatering het gewenst dat naast SMART ook TRUST (vertrouwen) centraal staat. Bij vertrouwen gaat het om Tweezijdigheid in relaties, Ruimte die gegeven én gepakt wordt, Uitdagende doelen, Support die wordt geboden en genomen en Transparantie in houding, gedrag en manier van werken.

Juist de pijler van vertrouwen staat – ook bij de transformatie binnen het sociaal domein – tot op de dag van vandaag onder druk. Niet alleen omdat wij leven in een tijd van afnemend vertrouwen van burgers in overheden. Het nieuwe beleid gaat voor inwoners, professionals en hun organisaties, net zo goed als gemeenten, gepaard met grote onzekerheid.

Om de onzekerheid weg te nemen en het vertrouwen in het uiteindelijke resultaat te laten groeien zullen betrokkenen niet langer meer alleen bezig moeten zijn met de eigen taak en rol, maar over de grenzen daarvan rekening moeten houden met de taken en verantwoordelijkheden die bij anderen zijn belegd. En ja, ik realiseer mij dat dat allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan is.

Het vergt daadwerkelijk een attitude van tweezijdigheid. Meer concreet nog: het is een appèl op zelfbeheersing. Niet het eigen denken en doen direct als leidraad voor actie nemen, maar het eigen denken en doen afstemmen op de verwachtingen en het doen en denken van de ander.

Door eerst overleg te hebben zal meer kunnen worden bereikt en kan onnodige irritatie worden voorkomen. Daarvoor is inlevingsvermogen nodig en dat vergt een stevige investering in de onderlinge relaties. Zo creëer en kweek je transformaatjes. Daarenboven is het van cruciaal belang dat alle betrokkenen betrouwbaar zijn in hun rol. Wettelijke regels, leert ook een analyse van de Raad van State (“En nu verder! – Vierde periodieke beschouwing over interbe-stuurlijke verhoudingen na de decentralisaties”; oktober 2016) zijn daarbij slechts in beperkte mate behulpzaam. Het uiteindelijk functioneren van het stelsel staat of valt met onderling vertrouwen in elkaar en ieders intentie en vermogen om de inzet tot een succes te maken. Dat ieder daarbij mag en moet streven naar het onmogelijke, maar ook het onontkoombare moet willen accepteren, mag daarbij voor zich spreken.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als Partner/senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

 

Galerij

Wachten op de wet

deurwachter

  • Voor de wet – Franz Kafka’s parabel

Voor de wet staat een deurwachter. Een man van het platteland komt naar deze deurwachter en vraagt om tot de wet te worden binnengelaten. Maar de deurwachter zegt, dat hij hem nu niet kan toestaan naar binnen te gaan. De man denkt er over na en vraagt dan, of hij later zal mogen binnengaan. “Dat is mogelijk”, zegt de deurwachter, “maar nu niet.”

Omdat de deur tot de wet zoals altijd openstaat en de deurwachter opzij stapt, bukt de man zich om door de deur naar binnen te kijken. De deurwachter merkt het, lacht en zegt: “Als het je zo trekt, waarom probeer je dan niet toch naar binnen te gaan, ondanks mijn verbod. Maar vergeet niet: Ik ben machtig. En ik ben alleen nog maar de laagste deurwachter. Er staan echter van zaal tot zaal deurwachters, de één nog machtiger dan de ander. De aanblik van de derde kan ik zelfs niet meer verdragen.”

Zulke moeilijkheden had de man van het platteland niet verwacht; de wet zou toch voor iedereen en altijd toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar als hij de deurwachter met zijn pelsjas beter bekijkt, zijn grote, spitse neus, de lange, dunne, zwarte, tataarse baard, besluit hij toch maar liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan.

De deurwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de deur zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij probeert vaak binnengelaten te worden, en vermoeit de deurwachter met zijn gevraag. De deurwachter verhoort hem vaak een beetje, ondervraagt hem over zijn thuis en over allerlei andere dingen, maar het zijn ongeïnteresseerde vragen zoals deftige heren ze stellen, en tot slot zegt hij telkens weer, dat hij hem nu nog niet kan binnenlaten.

De man, die van alles had meegenomen voor de reis, gebruikt alles, hoe duur het ook is, om de deurwachter om te kopen. Deze neemt welliswaar alles aan, maar zegt erbij: “Ik neem het alleen maar aan om je niet het gevoel te geven dat je iets hebt nagelaten”.

In al die jaren bekijkt de man de deurwachter bijna constant. Hij vergeet de andere deurwachters, en deze eerste lijkt hem het enige obstakel om de wet binnen te kunnen gaan. Hij vervloekt het ongelukkige toeval, in de eerste jaren luid en lomp, later, als hij oud wordt, bromt hij alleen nog maar wat.

Hij word kinds, en omdat hij in de jarenlange studie van de deurwachter ook de vlooien in zijn pelskraag heeft leren kennen, vraagt hij ook de vlooien om hem te helpen de deurwachter van gedachten te doen veranderen.

Tenslotte verzwakt het licht in zijn ogen, en weet hij niet meer, of het om hem heen nu werkelijk donkerder wordt, of dat zijn ogen hem bedriegen. Wel onderscheidt hij nu in het donker een glans, die onhoudbaar uit de deur van de wet stroomt.

Hij heeft nu niet lang meer te leven. Voordat hij dood gaat verzamelen alle ervaringen van de hele tijd zich in zijn hoofd tot een vraag, die hij tot nu toe nog niet aan de deurwachter gesteld heeft. Hij wenkt hem, want hij kan zijn verstijvend lichaam niet meer oprichten.

De deurwachter moet zich diep bukken, want het grootteverschil is zeer ten ongunste van de man veranderd. “Wat wil je dan nu nog weten?” vraagt de deurwachter, “Je bent onverzadigbaar.”

“Iedereen streeft toch naar de wet”, zegt de man, “hoe komt het dan dat in al die jaren niemand behalve ik heeft gevraagd om naar binnen te mogen gaan?”

De deurwachter ziet wel dat de man bijna dood is, en om zijn wegebbend gehoor nog te kunnen bereiken schreeuwt hij: “Niemand anders kon hier naar binnen gaan, want deze ingang was alleen voor jou bestemd. Ik ga nu weg, en sluit hem”.