Als rechter, jury en beul dezelfde zijn….

man-and-boy

  • Man and boy

De film opent met de mededeling dat zij is ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’ (de film is geïnspireerd door het geval van Scott Campbell, die in 2008 van een toren sprong nadat hij was gevlucht voor een menigte die dacht dat hij een jongen seksueel misbruikt had).

Dan ontrolt zich een verhaal waarin niemand onschuldig is. Dat maakt de film voor de kijker ongemakkelijk. Kijken zonder compromis is moeilijk tot onmogelijk. En hoe moeilijk dat ook is, het is evenzo moeilijk om te vergeten!

De winnaar van Best Narrative Short Award op het Tribeca Film Festival 2011, is een “huwelijk van briljant acteren, superieure technische bekwaamheid en een provocerend onderwerp”, met een waarschuwing voor dat wat er kan gebeuren als de maatschappij probeert zelf rechter, jury en beul te spelen.

Advertenties

Koketterie bedreigt verdraagzaamheid

woede.png

  • Mag ik wel zeggen wat ik wil?

Ik bespeur met zorg en ongeloof bij mijzelf een groeiende intolerantie tegen het tolerant zijn als het gaat om het recht van vrije meningsuiting. Ons land is – in weerwil van wat sommige koketters ons willen doen geloven – een oase van verdraagzaamheid. Een land ook van mensen ook, waar ik trots op ben. Juist daarom valt het mij – steeds meer – zwaar om verdraagzaam te blijven jegens mensen die oase met een beroep op het recht van vrije mening kapot koketteren.

Een man die zichzelf politicus noemt en daaraan het recht ontleent om zich te beroepen op het recht van vrije meningsuiting bijvoorbeeld. Om vervolgens te koketteren met de daarmee door hemzelf veroorzaakte onvrijheid en onveiligheid. Natuurlijk heeft hij – net als iedereen – het recht van vrije meningsuiting. Maar niet zonder grenzen; vind ik.  Als de vrije mening het recht op het vrije bestaan, het vrije doen en laten van anderen vermorzeld, dan wordt de grens van dat recht overschreden. Het is immers onbestaanbaar, dat de een het recht meent te hebben zijn boosheid over bevolkingsgroepen te mogen uiten, om vervolgens diezelfde bevolkingsgroep boosheid daarover te ontzeggen!

Een man die zelf zegt dat het zijn vaderlandse plicht is zijn vrije mening te uiten, maar van anderen meent dat zij om het uiten van een mening tegen zichzelf in bescherming genomen moeten worden, moet weten dat hij zijn hand overspeelt. Met dubbele woede als gevolg.

Een vrouw die meent zich te moeten storen aan de wijze waarop een ander een kinderfeest organiseert en inricht, heeft het recht dat te zeggen. Heeft ook het recht om zich daaraan te onttrekken. Maar als zij verder gaat, en van anderen eist, dat zij haar mening delen en overnemen, die graaft een graf voor het eigen gelijk en recht.

‘De media’, zoals radio, televisie, de krant en het internet, die bij voortduring – en omwille van kijkcijfers en oplagestijging liefst voortdurend herhaald – aan deze koketterie van verongelijktheid het podium biedt, speelt daarbij – naar mijn mening – een judasrol. Polarisatie is bij hen de trend. Want angst verkoopt!

Markeert onverdraagzaamheid van de ander de grens van mijn verdraagzaamheid? Het is een vraag die ik mij bijna dagelijks stel bij de vele met vuur gevoerde discussies. Ik schrik ook van mijn neiging tot intolerante reacties op de discussies en de daarin geuite meningen en opvattingen.

Ik stil nog mijn boosheid over dit alles met de redenering dat onder die koketterie angst schuil gaat. Angst om niet gehoord te worden, angst om kwijt te raken wat je hebt, angst voor het onbekende. Maar steeds meer ga ook ik die angst voelen. Vrees ik de dag dat behaagzieken mij en anderen zullen reduceren tot tweederangs burgers en de macht in ons land overnemen. Dan zouden ik en zij kwijtraken wat mij lief is: mijn vrijheid om te zijn wie ik ben en te leven zoals ik dat wil.

Het zal niet eenvoudig zijn over zo’n fundamenteel en emotioneel verschil als het recht op vrije mening overeenstemming te bereiken, denk en vrees ik. De gangbare oplossing dat het een individueel recht en individuele keuze is zolang je een ander er geen schade mee doet, is niet langer meer toereikend. Samen leven vraagt om tolerantie, om geven en nemen. Samen leven vraagt ook om het stellen van grenzen. Dat geldt voor ons allemaal, welke kleur, godsdienst of overtuiging we ook hebben. De grens voor een vrije mening ligt op dat punt waar het in aanraking komt met de rechten van een ander of daar waar het strafrecht de grens stelt. Dat vraagt van ieder van ons een belangenafweging. Dat ik mij beledigd voel, is bijvoorbeeld nog niet per definitie voldoende om de vrijheid van meningsuiting van de eerder aangehaalde politicus, vrouw, of ‘de media’ in te perken. Maar de vrijheid van hun meningsuiting is ook geen vrijheid om mensen als mij ongelimiteerd te mogen beledigen. Het verdeelt, zaait haat, is een splijtzwam, is zeer discriminerend en daarmee precies dat wat de koketters zeggen aan de orde te willen stellen.

Een kwestie van goed opletten

daniel-blake

  • I, Daniel Blake

Het knaagt het de hele tijd: zou dit ook bij ons zo kunnen gaan? Misschien weten vooral verzekerings- en bedrijfsartsen het antwoord…..

Humor, warmte en wanhoop gaan hand in hand en maken van I, Daniel Blake een oprechte, emotionele en uiterst innemende film

De 59-jarige Daniel Blake verdient als timmerman zijn brood. Tot hij een hartaanval krijgt en voor het eerst van zijn leven een beroep op straat moet doen.

Hij probeert zich een weg te banen door het onpersoonlijke en bureaucratische uitkeringssysteem. Daarbij ontmoet hij de alleenstaande moeder Katie en haar twee kinderen. Ze steunen elkaar en vinden samen hun waardigheid terug…

Ook deze film kenmerkt zich door het handelsmerk van vrijwel alle films die de 80-jarige Britse filmmaker Ken Loach heeft gemaakt:  zijn sociale geëngageerdheid. Loach is zeer begaan met het lot van de minderbedeelden. Hij is ouderwets links en is daar trots op.

De film van Loach kent twee kanten: de levensechte schildering van de onderkant van de samenleving. De personages lijken zo weggelopen uit een documentaire en je sluit ze in je hart; aan de andere kant is de film soms wat pamflettistisch: het is een aanklacht en daarom vergroten Loach en zijn scenarist Paul Laverty de problemen enigszins uit.

Biobased zorg

biobased.png

  • Nazorg is hoofdwas

Biobased Economy (BBE) gaat over de overgang van een economie die draait op fossiele grondstoffen naar een economie die draait op biomassa als grondstof: van ‘fossil based’ naar ‘bio based’. In een biobased economy gaat het dus over het gebruik van biomassa voor niet-voedsel toepassingen. Deze toepassingen zijn bijvoorbeeld inhoudsstoffen, chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen, elektriciteit en warmte. De zorg voor mensen kan er veel van leren…

In eenvoudiger woorden: Alle mensen hebben uiteindelijk een en dezelfde ‘droom’: huisje, boompje, beestje. En meetellen en meedoen. Dit vraagt van ons als professionals werkzaam binnen zorg en welzijn – nog steeds – om een omslag in denken en doen, waarbij het te bereiken resultaat vertrekpunt is voor de gewenste acties. In dialoog meelopen – op de eigen kracht van de mensen en hun omgeving -vormt daarin de basis voor het doen en laten.

De zorg in Nederland is nog steeds overwegend gebaseerd op het lineair denken. Deze manier van denken is op het moment bijvoorbeeld nog sterk dominant in de GGZ en is gericht op de pathologie van een individu. Het is een lineair-causale manier van denken: oorzaak-gevolg. Wat is de oorzaak van het probleem? Het denken is probleemgericht en het kijkt terug. De werkelijkheid is statisch: de diagnose staat vast. Het is oordelend, hiërarchisch en schept afstand.

Het grootste probleem bij het lineair denken is dat hulpverleners te veel probleemgericht zijn. Met als gevolg dat er heel veel nadruk ligt op behandeling. Terwijl de focus gericht zou moeten zijn op herstel, gezondheid en activering. Om mensen die om welke reden dan ook – tijdelijk of langdurig – voor de regie op hun leven ondersteuning vragen of nodig hebben, is dan ook een andere manier van kijken nodig. Deze andere wijze van kijken wordt ons onder andere geboden via het systeemdenken. Het systeemdenken is niet gericht op lineair maar op circulair denken. Daarbij zoekt men steeds naar onderliggende patronen in de interactie.

Systeemdenken gaat over betekenis geven aan relaties en over de soms ingesleten gedragspatronen tussen mensen. Het zijn namelijk deze patronen en de wijze waarop mensen elkaar zien en met elkaar omgaan, die een antwoord op een probleem of vraagstuk, goede samenwerking of een gewenste verandering in de weg kunnen staan.

Toch is het systemisch denken vandaag aan de dag nog sterk lineair geordend. Het gevolg is, dat het antwoord op een probleem of vraag nog steeds primair en in hoofdzaak ‘behandeling’ is. En, omdat wij in de zorg tegelijkertijd nog erg volgordelijk werken, ligt onze focus ook op die behandeling. Wat er daarna komt, dat zien wij dan wel (vaak niet) weer. In het vervolmaken van het systemisch denken kan het circulair of biobased denken ons wellicht helpen.

Bij biobased denken is het systeem waar het om gaat onze aarde. Om op een duurzame manier toe te werken naar een biobased economy moeten we begrijpen hoe onze aarde werkt en wat we moeten doen (en zeker ook laten) om dit systeem in stand te houden. Onze aarde is van nature duurzaam en bestaat uit allerlei kringlopen die ook weer in elkaar grijpen. Dit maakt onze aarde tot een robuust systeem dat wel een stootje kan hebben. Onze aarde voorziet ons in schone lucht, water, vruchtbare bodem, een grote biodiversiteit en grondstoffen. En ze is een gesloten systeem voor materialen – afval bestaat niet. De aarde geeft ons dus alles wat we nodig hebben voor een biobased economy! Als wij in de zorg de mens zien als de aarde, kunnen we beter begrijpen hoe die mens in zijn of haar eigen omgeving – ook na onze interventie (de behandeling) – het beste kan gedijen.

Waar het in de kern van de zorg voor mensen immers om draait is de biotoop van die mensen. En de biotische milieufactoren die invloed kunnen uitoefenen op hun leven en welbevinden. Die biotische factoren zijn van invloed op de evolutie van het vraagstuk of probleem. Zijn de biotische factoren op orde, dan is de kans op terugval in of herhaling van een probleem aanzienlijk kleiner dan wanneer zij niet op orde of in disbalans zijn.

Het creëren van woon- en leefomgevingen waarin mensen, zowel materieel als immaterieel, alles vinden wat zij nodig hebben, als prettig ervaren, en wat de kwaliteit van hun leven doet toenemen is zo bezien van meer betekenis dan een behandeling (= interventie) op zich. De mens, zijn welzijn en de groep waarvan hij of zij deel uitmaakt staan centraal.

Menselijk welzijn hangt in belangrijke mate samen met sociale behoeften. De belangrijkste invloed op het ‘subjectief welbevinden’ weten wij, bestaat uit relaties: partner, kinderen, gezin, familie (47%) en gezondheid (24%). Samen vormen deze factoren 71% van de factoren die het subjectief welbevinden bepalen. Daarna volgen een fijne plek om te leven (8%), financiën (7%), spiritualiteit en religie (6%) en andere factoren (bron: Sustainable Development Commission, 2009).

Waar wij ons in de zorg dus veelal focussen op behandeling van een probleem of vraagstuk, is juist meer aandacht nodig en gewenst voor het moment waarop die behandeling klaar is. Een verschuiving van professioneel ‘de dingen goed doen’ naar ‘de goede dingen doen’. Met meer aandacht voor een positieve benadering. De koplopers van biobased zorg richten zich niet meer op het verminderen van negatieve impact, maar op het vergroten van positieve impact. Ze gaan terug naar ‘het waarom’ en vragen zich af hoe zij, alleen of samen met anderen, kunnen bijdragen aan een duurzame oplossing en wat nodig is voor het voortbestaan van die oplossing.

Het raamwerk van biobased economy kan ons helpen een duurzame ontwikkeling van biobased zorg te borgen èn om deze ontwikkeling te versnellen. Een duurzame ontwikkeling die noodzakelijk is. Eerst en vooral omwille van het kwalitatief mensdenken. Maar ook, omdat het de betaalbaarheid van goede ondersteuning op lange termijn ten goede komt. Anders blijven wij dweilen met de geldkraan open.

Koester de kloof

kloof.png

  • Democratiseer de democratie niet dood!

Deze week was hij er weer: de kloof! De veel voorkomende veronderstelling dat er een kloof is tussen de burgers en de politiek. En dat deze kloof, linksom of rechtsom, gedicht moet worden. De aanleiding? De (uitslag van de) Amerikaanse presidentsverkiezing. Volgens menig politicus en welhaast alle media moeten wij alle creativiteit en werkkracht inzetten voor het bouwen van bruggen over die kloof. Ikzelf ben daarvan steeds minder overtuigd.

Volgens elk zichzelf respecterend medium is de kloof het gevolg van het feit dat onze politici en bestuurders niet (meer) weten wat er onder ons leeft. Hetgeen ik waag te betwijfelen. Je moet vandaag de dag wel onder een steen liggen om niet geconfronteerd te worden met dat wat er leeft onder mensen. En als het al waar is, dan is het op zijn minst ook een spiegel voor diezelfde media. Want kennelijk slagen ook zij er niet in dat wat er leeft op adequate wijze over het voetlicht te brengen.

Mijn groeiende overtuiging is dat politici en bestuurders in toenemende mate last hebben van hetzelfde fenomeen als onze jeugd: keuzestress. Met name veroorzaakt door de hoeveelheid aan informatie, belangen en meningen die over hen worden uitgestort. Om vervolgens de juiste keuze te maken waar het de (on)betrouwbaarheid van die informatie, meningen en opvattingen betreft.

Wat is nut en noodzaak van verkiezingen, als wij tegelijkertijd het recht claimen om op elk gewenst moment – als het ons van pas komt – met inspraak of een referendum zand in de besluitvormingsmachine mogen en kunnen gooien? Referenda lijken in toenemende mate het standaardrepertoire voor mensen die erop zijn om met behulp van propaganda, bedrog en manipulatie hun veelal desastreuze politiek een schijn van legitimiteit te geven. Politici en bestuurders kunnen nauwelijks beleid maken, omdat elk deelbesluit op zichzelf al een verkiezingscampagne lijkt te vragen.

Heel vaak geven de tegenstanders aan dat ze niet tegen een oplossing zijn, maar wel tegen de voorgestelde oplossing. Daarbij dragen ze onmogelijke en niet haalbare alternatieven aan. Met andere woorden; ondanks wat ze zeggen willen ze dat er helemaal niets gebeurt. En dat is jammer, want als je meer constructief met elkaar aan de slag gaat ontstaat er meer begrip en kan je samen meer focussen op de beste oplossing. Althans een optimale verbetering van dat wat niet goed bevonden wordt… tot natuurlijk blijkt dat de aangedragen oplossing zo gek nog niet is en het enige alternatief blijkt. En soms blijkt het best wel iets genuanceerder te liggen, maar dan is de politiek ook zeker bereid hier een mouw aan te passen. Het effect van dit alles is een not-in-my-backyard-democratie. Want wij willen altijd en overal dat ons gelijk ieders gelijk is. En verliezen we uiteindelijk toch, en krijgen wij niet het gelijk, dan deugt de democratie niet meer.

Goed, de democratie deugt ook niet, maar is wel de beste oplossing van alle kwaden. En ja, iedereen kan kiezen, en zal altijd op een aantal onderdelen – achteraf of in onze ogen – een verkeerde keuze maken. Dat immers heet democratie.

Luisterend naar alle discussies en meningen vraag ik mij oprecht af of wij de democratie niet dood gedemocratiseerd hebben. Steeds meer groeit de notie dat een goed werkende democratie die kloof nodig heeft. Hij moet dus niet gedicht, maar moet uitgediept worden. Niet het gebrek aan democratie lijkt de oorzaak van onze toenemende ontevredenheid, maar juist een overkill aan democratische instrumenten.

Die kloof? Ik geloof er steeds minder in. De overheid waarop wij graag en veel schimpen, dat zijn wij zelf. Wij laten ons vertegenwoordigen door politici. Wij kiezen politici waar we vertrouwen in hebben en bij volgende verkiezingen kunnen we die keuze veranderen, mocht het vertrouwen afnemen of geschonden zijn.

Wij besluiten niet zelf over alle wetsvoorstellen, omdat we er of minder tijd, deskundigheid en middelen voor hebben. En als we toch zelf aan de knoppen willen zitten, dan stellen wij ons verkiesbaar voor een lijst en kunnen wij meedoen. Die optie is er voor iedereen.

Referenda en wat dies meer zij? De politiek is er niet geloofwaardiger op geworden en wij zijn ons niet meer verbonden gaan voelen. Wel zien wij nerveuze politici en bestuurders, op zoek naar achterbannen, incidentenpolitiek, afsplitsingen en fragmentatie. Zo voeden wij de personendemocratie en het daarmee verbonden cliëntelisme. Met verdere polarisatie en ontevredenheid als gevolg.

Ik ben dus geneigd de kloof te gaan koesteren. In een goed functionerende democratie presenteren politici voorstellen, onderzoeken ze gezamenlijk alle argumenten en nemen ze daarmee een afgewogen besluit. Een besluit waarvan ik op z’n minst denkt: “Ik ben het er niet mee eens, maar ik begrijp het wel.”

En voor wie meent dat zij de kloof tussen burger en politiek wel kunnen en moeten dichten, citeer ik graag Gerdi Verbeet: “Ajax kan ook niet spelen zonder supporters, wij ook niet’. Een goed functionerende volksvertegenwoordiging met een eigen speelveld en speeltijd is de enige garantie om voor iedereen begrijpelijke beslissingen te nemen waarin ieders belang wordt gewogen.

Een meisje van negentig

blanche

  • Geluk komt van aandacht

In het geriatrisch ziekenhuis is het stil; totdat de beroemde choreograaf Thierry Thieû Niang het gebouw binnenkomt. Muziek vult de lege gangen en met dansworkshops wekt hij de Alzheimerpatiënten tot leven. Hij danst niet alleen vóór de ouderen, hij danst mét ze: op de tonen van oude Franse volksmuziek tilt hij ze in zijn armen, cirkelt rond en zwiert alsof er geen lichamelijke beperkingen zijn. Niang neemt ze mee naar lang vervlogen herinneringen en brengt ze naar hun dromen, verlangens, pijn en verdriet.

Dankzij de muziek en de voor hen ongebruikelijke bewegingen, leven veel patiënten op, niet alleen fysiek, maar ook mentaal.

Een van hen is de 92-jarige Blanche Moreau. De intimiteit van het dansen en de geladenheid van de muziek maken liefdesgevoelens in haar wakker.

In een ontroerende film zien we hoe dans oude zielen tot leven brengt. De warme interesse en liefdevolle aanpak van Niang, en de overgave van Blanche en andere bewoners, maken duidelijk dat liefde geen grenzen kent.

Op afroep

on-call

  • Velen spelen niet eens in hun eigen leven de hoofdrol

In een versleten spreekkamer – gedateerd meubilair, afgebladderde verf en een zichtbaar geforceerde deur – in het ziekenhuis Avicenne in Bobigny (een gemeente in het Franse departement Seine-Saint-Denis) houdt dokter Jean Pierre Geeraert spreekuren voor immigranten.

Zonder verdere uitleg van de context zien we in On Call zijn gesprekken met mensen die zich vaak in een wanhopige situatie bevinden. Geplaagd door chronische ziekten of letsel door geweld verblijven de meestal ongedocumenteerde immigranten bij vrienden, op een station, op straat of in een asielzoekerscentrum, terwijl ze hun weg in het systeem maar moeizaam weten te vinden.

Een enkele keer is er ruimte voor humor, bijvoorbeeld als de arts aan een man uit Guinee voorstelt te doen alsof hij ebola heeft; dan is hij gegarandeerd van een maand onderdak. En als iemand dan toch onverwacht een verblijfsstatus bemachtigt, is er even een sprankje hoop op die betere toekomst waarvoor men kwam.