Gelukkig kennen wij pech

paarden.png

  • Wat is geluk?

Een boer woont in een arm dorpje. Hij wordt door iedereen beschouwd als rijk, want hij heeft een paard dat hij gebruikt om mee te ploegen. Op een dag gaat het paard ervandoor. Zijn buurman vindt het vreselijk, maar de boer zegt alleen maar: ‘Wat is pech, en wat is geluk.’

Een paar dagen later komt het paard terug. Het brengt ook nog een wild paard mee. Zijn buurman vindt dat de boer veel geluk heeft gehad, maar de boer zegt alleen: ‘Wat is geluk, en wat is pech.’

De volgende dag probeert de zoon van de boer op het wilde paard te rijden. Het paard werpt hem af en de zoon breekt een been. De buurman toont zijn medeleven, maar de boer zegt opnieuw: ‘Wat is pech, en wat is geluk.’

Een week later komen militairen naar het dorp om jonge mannen te rekruteren voor de verplichte dienst. De zoon van de boer willen ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. De buurman laat weten dat hij toch wel geluk heeft gehad, maar de boer zegt weer: ‘Wat is geluk, en wat is pech’.

Advertenties

Tevreden is rijk

old man.png

  • Rijk

Zittend voor zijn hut geniet hij zichtbaar en intens van de avondzon die de wereld in een prachtige gloed zet. Ik loop op hem af en laat hem mijn schoenen zien. Door mijn opgravingswerkzaamheden bij een oude Incastad zijn ze finaal aan flarden.

Hij bekijkt ze nauwkeurig en zegt tenslotte: ‘Ze zijn kapot.’ Ik dwing mezelf om geduldig te blijven en vraag vriendelijk: ‘Kunt u ze misschien voor mij herstellen?’

‘Heeft u een moment?’ De man draait zich om en roept naar binnen: ‘Zeg vrouw, hoeveel geld hebben we nog in huis?’ In het huis ontstaat wat gerommel. Er wordt een kastdeur geopend en daarna een blikken trommel. Ik hoor het geluid van geld tellen. Eindelijk wordt naar buiten geroepen: ‘Zeventien pesos.’

Op het gelaat van de schoenmaker verschijnt een glimlach: ‘U hoort het’, zegt hij hoffelijk. ‘Komt u over een paar weken nog eens terug. U begrijpt wel dat ik, nu we nog zoveel geld hebben, niet kan werken.’

Fraude, laat dat niet jouw zorg zijn!

fraude

  • Een portemonnee waar je verslaafd aan raakt

Het idee was: een portemonnee maken die anders is dan de rest, maar dan wel eentje die iedereen graag wil hebben. En zo bedachten wij in de zorg het persoonsgebonden budget (PGB). Een portemonnee die je eventjes moet leren gebruiken en die je, als dat eenmaal is gelukt, niet meer weg kunt leggen. Nou, dat is gelukt!

Laat ik duidelijk zijn: Het Pgb is een waardevol instrument, mits op de juiste manier uitgevoerd. En juist daar knelt – helaas – de schoen. Dat houdend ons de aanhoudende berichten over fraude rond het Pgb voor: “Fraude met het Persoonsgebonden Budget”.

Fraude gepleegd door cliënten, maar ook door aanbieders van zorg. Of slimme familieleden, die het ‘leed’ van hun kind, broer, ouder, neef of nicht vermarkten. Aangetoond is dat sommige cliënten onder druk worden gezet om een pgb aan te vragen en dat een aanpak van fraude juist ook deze kwetsbare mensen moet beschermen.

Zo zijn er kinderen die – tegen wil en dank – een schuld hebben opgebouwd, doordat een ouder of zorginstelling een pgb voor het betreffende kind aanvroeg, maar dit nadenhand niet kon verantwoorden. Dit betekent dat minderjarige kinderen na hun achttiende worden geconfronteerd met schuldeisers die het geld terugvorderen, aangezien ze hoofdelijk aansprakelijk zijn. Want juridisch gezien wordt er geen onderscheid gemaakt tussen minderjarige of meerderjarige budgethouders. Wat op zich al een gotspe is.

Fraude is van alle tijden. Het is verfoeilijk; dat staat vast. Maar daarmee niet de wereld uit. Het is misschien ook wel wat te gemakkelijk. De overheid, die de zorg voor inwoners minder goed of slecht kan organiseren, bedenkt een oplossing. Ze schuift de verantwoordelijkheid gewoon van zich af. Inclusief de daarbij behorende portemonnee. Klinkt prachtig en ideaal, maar is eigenlijk mateloos naïef en dom.

Geeft u uw portemonnee zomaar uit handen? Of het beheer over uw bankrekening? Ik denk het niet. Toch is dat wat het Pgb eigenlijk doet: Er is een probleem, we schatten in wat de ‘oplossing’ mag of moet kosten en schokken het geld. Zaak gesloten. De rekening en verantwoording zien wij later wel…..Maar als het fout gaat, is dan het leed al geschiedt. Gaat het geld naar dure logeerweekendjes, uitstapjes of wordt het aan drugs, gokken of dure zonvakanties besteed. Het komt allemaal voor.

Kortom, er is actie nodig. Want Nederland is verslaafd geraakt aan pgb’s. Vaak met de beste bedoelingen en vast in meerderheid heel goed besteed. Maar nog steeds verdwijnen pgb-gelden in de zakken van dubieuze tussenpersonen en aanbieders.

Het pgb is fantastisch. Met een persoonsgebonden budget kunnen mensen persoonlijke zorg organiseren, die ze anders niet kunnen krijgen. Maar voor de minder goedbedoelenden is het pgb ook fantastisch. En als wij dat kwaad niet weten aan te pakken, dan zullen per saldo de goedwillenden de rekening betalen van de kwaadwilligen.

De regering heeft desondanks besloten de pgb’s niet af te schaffen, maar de uitgave van de miljarden euro’s aan pgb-geld veel beter te controleren. Dat blijkt alleen een heidens karwei. Nog steeds worden er voor miljoenen aan pgb’s uitgekeerd zonder vooraf goed te controleren of mensen er wel recht op hebben. Wie te weinig krijgt, protesteert. Wie te veel krijgt, zal zich vaak stil houden. Dat alles brengt naast fraude vooral ook frustraties en administratieve rompslomp met zich, en rijst qua kosten de pan uit.

Wat er dan wel moet gebeuren? Niet persoonsgebonden- maar persoonsvolgende bekostiging moet de norm worden. De persoonsvolgende bekostiging verschilt van het persoonsgebonden budget in de zorginkoop. Met een pgb kan de cliënt het budget aan elke vorm van zorg en ondersteuning besteden. Bij de persoonsvolgende bekostiging kan de cliënt zelf de zorg in natura inkopen bij zorgaanbieders. Juist de vrijheid om voor je eigen zorgaanbieder te kiezen, is belangrijk als mensen zelf de regie krijgen over hun zorg. En dat er vooraf duidelijke afspraken gemaakt zijn over de periode gedurende welke de zorg geleverd zal worden; tegen welke intensiteit en tegen welke kosten.

Bij persoonsvolgende bekostiging blijft de cliënt dus de regie houden. Hij of zij maakt, samen met ouders of familie, een plan voor de meest passende zorg. Maar vooraf – dus voordat het geld wordt gestort – kijkt er wel een professional mee. Die beoordeelt mede of dat wat wordt afgesproken, gecontracteerd of gekocht, tegemoet komt aan de gedefinieerde behoefte. Aanbieders worden zo meer uitgedaagd te innoveren en beter te presteren, meer zorg op maat te leveren en cliënten houden de keuzevrijheid. Echter, de verantwoording daarvan doe je niet achteraf, maar regel je vooraf. Transparantie is hierbij essentieel. Naar de cliënt, de aanbieder en de financier.

Persoonsvolgende bekostiging geeft de cliënt dus niet alleen de regie over zijn zorg, maar het behoedt hem ook voor fraude en misbruik. En dat, zo leert de ervaringen, leidt al gauw tot forse besparingen op het budget. Want ook het wegwerken van bureaucratie zal leiden tot minder kosten. De administratie van de zorg, een zware taak voor veel pgb’ers, hoeft in de persoonsvolgende bekostiging ook niet door de cliënt zelf gedaan te worden.

Klinkt verstandig, vindt u ook niet? En toch is geen fout zo algemeen: misbruik van het verstand! Laat je er niet toe verleiden!

De ware moeder

ware moeder

  • De wijze koning

‘Staat u mij toe, heer, deze vrouw en ik wonen in hetzelfde huis. In dat huis heb ik in haar bijzijn een kind ter wereld gebracht. Drie dagen later kreeg ook zij een kind. Wij waren daar samen; er was niemand anders in huis, alleen wij tweeën. Maar haar kind is ’s nachts doodgegaan, want zij was erop gaan liggen. Toen is ze midden in de nacht opgestaan en heeft ze mijn kind bij me weggenomen, terwijl ik sliep. Ze nam mijn kind in haar armen en legde mij haar dode kind in de armen.

Toen ik de volgende ochtend mijn kind wilde voeden, merkte ik dat het dood was. Maar toen ik het nog eens goed bekeek, zag ik dat het niet het kind was dat ik gebaard had.’

‘Dat is niet waar!’ zei de andere vrouw. ‘Het levende kind is van mij en het dode van jou.’

‘Niet waar!’ zei de eerste. ‘Het dode is van jou en het levende van mij.’

Zo bepleitten ze ieder hun zaak bij de koning.

De koning nam het woord en zei: ‘De een zegt: ‘Mijn kind leeft en het jouwe is dood,’ en de ander zegt: ‘Nee! Het dode kind is van jou en het levende van mij.’’ En hij beval: ‘Breng mij een zwaard.’

Er werd hem een zwaard gebracht, en toen zei hij: ‘Hak het levende kind in tweeën en geef hun ieder de helft.’

De echte moeder van het levende kind kon de gedachte dat haar kind iets zou overkomen niet verdragen en riep uit: ‘Nee, heer, ik smeek u, geef het kind aan haar, maar dood het alstublieft niet!’

De ander zei: ‘Als ik het niet krijg, krijg jij het ook niet. Hak het maar doormidden!’

Maar de koning deed de volgende uitspraak: ‘Het zal niet gedood worden. Geef het levende kind aan háár, want zij is de moeder.’ (1Koningen 3:16-27).

Hecht jij aan het lot?

lottery

  • Het leven is een loterij, toch?

We hebben de neiging om neerbuigend te kijken naar anderen. Ervan overtuigd wij het beter doen. Maar we koesteren vaak even misplaatste verwachtingen over ons eigen romantische en professionele leven.

De tralies van vooroordelen en kleingeestigheid

kleingeestigheid

  • Het grootste vooroordeel is je daarvan vrij te wanen

Waarom is de homo-top 100 geen en zwarte Piet wel een uiting van discriminatie? Zwarte Piet – zeggen de tegenstanders – is een racistische stereotype van de zwarte mens. De homo top 100 is dat kennelijk niet. Maar wat is of waar zit dan het verschil?

Voor de duidelijkheid: ik heb niks tegen de homo top 100. Vraag mij alleen af of het – naar de letter van de definitie van discriminatie – eigenlijk wel geoorloofd is. Het is immers een lijst, gebaseerd op een stereotype denken over de muzieksmaak van homo’s!  Toch zijn wij in Nederland trots op onze roze top 100. Onder het mom van “Kijk ons eens tolerant zijn….?”

Maar waarom mag (of moet) ik dat wel goedvinden, maar bezondig ik mij aan rassendiscriminatie als ik mij een fan van Zwarte Piet betoon? Wanneer is er nu sprake van discriminatie en wanneer is er ‘gewoon’ sprake van ‘andere voorkeuren’?

Ik weet mij – met plezier – onderdeel van een veelkleurige samenleving. Heb vrienden en vriendinnen van zeer uiteenlopend pluimage. Ik ken en heb ook mensen in mijn omgeving waarmee ik niks heb. Vanwege hun denkbeelden, hun doen en laten dan wel hun levensstijl. En ja, ik denk of zeg daarover wel eens iets. Niet, omdat ik vind dat iets niet mag of kan. Wel, omdat ik duidelijk wil maken dat het niet mijn keuze is, of mijn smaak dan wel levensstijl. Kortom, ik ontkom er niet aan: bewust of onbewust, ook ik discrimineer. Gewoon, op basis van persoonlijke voorkeuren.

In een moderne en beschaafde samenleving waarin een ieder – ongeacht kleur, geloof, etniciteit of seksuele geaardheid – vrij is om zijn mening te geven, moet dat ook kunnen. Denk en vind ik.

Discriminatie, zegt mensenrechten.nl – is het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op basis van (persoonlijke) kenmerken. Er kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt op afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, handicap of chronische ziekte. Maar, zeggen zij ook, niet alles is discriminatie.

Er zijn ook situaties waarin het niet verboden is om onderscheid te maken tussen mensen. Iemand weigeren voor de functie van receptionist, omdat hij of zij de taal niet goed genoeg beheerst, is bijvoorbeeld geen discriminatie.

Discriminatie is dus niet het maken van onderscheid, maar van verboden onderscheid. Je verstaat er onder dat je iemand anders en slechter behandelt, zonder dat daar een goede reden voor is. Tegelijkertijd echter mag positieve discriminatie – anders en beter behandelen dus – weer wel!

Best wel lastig. Want als ik de een anders en beter mag behandelen, is de consequentie ervan dat ik een ander anders en slechter behandelen mag!

Niemand – ook ik niet – wil gediscrimineerd worden. Niemand – en dat geldt ook voor mij – wil van discriminatie beschuldigd worden. Zo langzaam maar zeker echter, is discriminatie wel een spelletje Russisch roulette geworden. Door teveel tolerantie en een grenzeloos respect.

Om op een prettige manier met elkaar samen te leven is het belangrijk dat je leeft volgens je eigen normen en waarden, maar ook volgens de normen en waarden van de samenleving. Dat vraagt ook om de bereidheid je te verdiepen in wat mensen met een andere achtergrond denken en doen. En je hoeft dat denken niet altijd te begrijpen, maar je kunt wel proberen om het te tolereren of te respecteren.

Tolereren is anderen toestaan zich te gedragen, te uiten en te leven zoals zij dat willen, zonder enige inmenging. Respecteren is ruimte bieden aan de ander of aan diens gedachtegoed.  Respect en tolerantie hebben echter ook hun grenzen. Ik, en de samenleving waarvan ik deel uitmaak – hoeven en willen geen respect hebben voor uitingen die wij niet tolereren. Die grenzen hebben alles te maken met normen en waarden.

Normen en waarden gaan over het onderscheid tussen goed en kwaad,  juist en onjuist, en wat acceptabel of onacceptabel gedrag is voor en in onze samenleving. Wie zich aan die normen en waarden niet wil conformeren, bijvoorbeeld omdat het eigen gedachtegoed dat niet toelaat,  loopt het risico van uitsluiting. Hij of zij zal anders dan anderen bejegend – en dus gediscrimineerd worden.

Wellicht dus, moeten wij vaststellen dat ‘discriminatie’ eigenlijk een verouderd woord en begrip is. Het woord en begrip hebben een kwade reuk gekregen. Vanuit de oorspronkelijke gedachte is dat meer dan terecht. In de wereld van nu echter is – zo vrees ik – de oorspronkelijke betekenis in toenemende mate en te ver doorgevoerd.

De kleurrijke samenleving waarvan ik deel uit mag maken, kent talloze achtergronden en gevoelens Als wij daarop het algemene begrip ‘discriminatie’ loslaten, wordt het heel snel ridicuul.  Anders gezegd: onze veelkleurige samenleving is alleen volhoudbaar, als er ruimte is, mag en moet zijn voor ‘de kunst van gepaste discriminatie’.

Geluk komt van aandacht

de tekening.png

  • De tekening is een aangrijpend familiedrama

Lodewijk (Roel Bruijn) is sinds de dood van zijn vrouw een doorgeslagen workaholic geworden en heeft totaal geen aandacht meer voor zijn zoon Tim. Tim (Robbie Ruijfrok) besluit om de confrontatie aan te gaan en probeert op een provocerende manier tot zijn vader door te dringen.