Eenzaam in een woud van leven

eenzaamheid.jpg

  • Film over sociaal isolement, door studenten van de opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming Avans Hogeschool

 

Advertenties

Renderende relatie

Geld.png

  • Waardeer vakmanschap, want de prijs voor miskenning ervan is hoog

Welvaart ontstaat doordat mensen in staat zijn om zelf de vruchten van hun arbeid te plukken. In die situatie blijken mensen nu eenmaal het meest gemotiveerd om hard te werken, risico`s te dragen en doelmatig met de beschikbare middelen om te gaan. Dat was en is ook het uitgangspunt bij de decentralisaties. En ja, het moest ook besparingen opleveren. Geen leuke boodschap, waar wel noodzakelijk. En dan blijkt het beleid nog te werken ook. Een rechtstatelijke schande!?

Natuurlijk, je moet niet bezuinigen omwille van het bezuinigen zelf. Belangrijker echter is om op de juiste zaken te bezuinigen en in beeld te brengen welke invloed die bezuinigingen hebben. Daarom ook heb ik de nodige moeite met de veelal eendimensionale discussies over de vermeende ‘overschotten’ binnen het sociaal domein.

Weet u het nog? Met ingang van 2015 veranderede er veel voor gemeenten. Het kabinet organiseerde vanaf die datum de zorg en ondersteuning zo dicht mogelijk bij burgers. Omdat gemeenten dichtbij de burger staan en hierdoor meer en beter ondersteuning op maat kunnen bieden. En de omgeving hierin betrekken.

Het doel van dit alles is mij uit het hart gegrepen: alle mensen – groot en klein, oud en jong  – zoveel mogelijk mee laten doen in de maatschappij. En ze zo lang mogelijk veilig en zelfstandig in hun eigen omgeving te laten wonen. De focus ligt daarbij op dat wat mensen wel kunnen; eventueel met hulp vanuit het eigen sociale netwerk. Mensen worden aangesproken en uitgedaagd tot het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen leven.

Los van de meer ideologische aanleiding, die ik nog altijd onderschrijf, was en is er ook een financieel economische noodzaak. Ook de uitgaven moesten beperkt worden. Om betaalbaarheid om termijn te kunnen borgen. De decentralisaties kregen daarmee gevolgen voor verschillende doelgroepen: jongeren en hun ouders, mensen met een beperking en ouderen, enzovoort. Het waren destijds welbewuste keuzes, veronderstel ik.

Iedereen toog aan de slag en, na een ruim jaar van hard werken – met veel stuurlui aan de wal – bleken de decentralisaties inderdaad de beoogde besparingen met zich te brengen. Met als gevolg dat politici en bestuurders, aangevuurd door de media – die claimt de publieke opinie te verwoorden –  verwijtend over elkaar heen buitelen. Dat er fors geld overblijft is ‘ongehoord’ en ‘ongekend’, zo stellen de criticasters.

De hardste schreeuwers nu riepen eerder ook om het hardst dat het anders en beter moet met het verkeer, het onderwijs, de veiligheid, de zorg enzovoort, enzovoort. De oplossing is altijd hetzelfde: meer geld en meer macht en wij lossen de problemen op! Het potverteren wordt beloond – zo niet geëist – en spaarzaamheid wordt afgestraft.

Dat klinkt opportunistisch, maar volgens mij is ‘meer geld’ niet de oplossing. Te lang is en te vaak wordt gezegd dat het wel een geldprobleem zou zijn als er een probleem is. Dus doe er een beetje geld bij – of bezuinig minder – en dan is het opgelost. Dat is niet waar! Wat je ziet is dat de noodzakelijke variatie – het maatwerk – juist daardoor teniet gedaan wordt.

Meer geld leidt – zo leert de geschiedenis – tot institutionalisering. Het doodt ook de creativiteit. Mensen gaan dan voor geld kunstjes vertonen. De motor van het doen en laten draait niet meer op eigen energie, maar moet steeds van buitenaf van brandstof worden voorzien. Betrokken organisaties en belangenbehartigers staat meer in de stand van ‘krijgen’ dan van ‘geven’ en worden daardoor afwachtend, reactief en ontplooien minder initiatief.

Volgens mij is in dat geen garantie voor goede zorg. Waar ik ook ga of kijk, steeds tref ik daardoor mensen aan in tot in details opgedeelde ketens van productie. Geharnast in geldverslindende protocollen en wat dies meer zij. Hulpverleners – en daarmee de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd, worden behandeld als laboratoriumratten.

Het is daarom mijn overtuiging dat juist de weer opbloeiende eendimensionale focus op het geld binnen het sociaal domein  de grootste verliespost is. Wat daardoor verloren gaat is het vakmanschap van professionals en de waarde van het gewone leven. Met een veel te hoge economische, maatschappelijke, morele en menselijke prijs als gevolg. Juist dat kunnen en moeten wij ons niet willen veroorloven. Meer kwaliteit krijg je niet door mensen op de vingers te kijken en nog meer wetten, regels en bureaucratie over ze uit te storten. Of door opgepot geld over de balk te smijten ‘omdat het er toch voor is’.

Ik ben voor passende ondersteuning en zorg. Op het juiste moment en op de juiste maat. Daarom ook strijd ik voor minder standaardisatie van en meer individualisering bij het vormgeven aan ondersteuning en zorg van mensen. Dit leidt niet alleen kwalitatief tot betere oplossingen, maar is aantoonbaar significant goedkoper. En ja, ondersteuning en zorg zal daardoor over de hele linie wellicht ‘primitiever’ worden. Maar ook betekenisvoller. Kwaliteit van leven heeft namelijk veel meer te maken met de contacten die je hebt. Weten dat er mensen zijn die naar jou omzien. Die snappen hoe je leeft en wat je prettig vindt? Als je dat niet in het zorgsysteem betrekt,  lever je gewoon geen goede kwaliteit van zorg. Om die reden beweer ik – voorafgaande aan de decentralisaties, en nog steeds – dat een kostenreductie 15 – 40% binnen de zorg- en dienstverlening ‘een makkie is’. Mits met compassie uitgevoerd. Goede zorg draait namelijk niet alleen om geld. Zij kenmerkt zich door vakmanschap en compassie; de intrinsieke motivatie van mensen. Of zij nu hulp krijgen of hulp verlenen.

Geef mensen dus meer autonomie. Laat hen de beste vakman of vakvrouw. Waardeer de persoonlijke kwaliteiten, de motivatie en de spontane samenwerking van mensen in plaats van ze van bovenaf te sturen en te (her)organiseren. En durf te revenuen van die renderende relatie te incasseren.

Kennis is nog geen wijsheid

priest.png

  • Het belang van parate kennis

Een priester rijdt in zijn auto langs een nonnetje dat op de stoep loopt. Hij geeft haar een lift. Terwijl zij instapt valt haar habijt open en laat zij een prachtig lang been zien.

De priester kan zich niet beheersen en legt zijn hand op haar dij. De non kijk hem aan en zegt vriendelijk: ‘Denk aan psalm 129, vader.’

De priester trekt verschrikt zijn hand weg en verontschuldigt zich. Maar na een tijdje wordt de verleiding toch te groot en hij legt weer zijn hand op haar dij.

‘Denk aan psalm 129,’ zegt het nonnetje opnieuw.

‘Sorry, zuster, het vlees is zwak’, zegt de priester.

Bij het klooster aangekomen, stapt de non uit en glimlacht veelbetekenend naar de priester. Die rent naar zijn cel en slaat de bijbel open op psalm 129. Daar leest hij: ‘Gaat voort en zoek, omhoog en verder omhoog, want daar is de glorie.’

Een goede daad gaat nooit verloren

goede daad.png

  • Wie goed doet…

Zijn naam was Fleming, en hij was een arme Schotse boer. Op een dag hoorde de boer hulpgeroep uit een moeras. De boer rende er op af en trof in het moeras een doodsbange jongen aan, die inmiddels tot zijn middel in de blubber was weggezakt. Boer Fleming wist de jongen met een touw heelhuids uit het moeras te trekken en hem zo voor een waarschijnlijke dood te redden.

De volgende dag klopte een deftig uitziende heer aan bij de boerderij van Fleming. Hij stelde zich voor als de vader van de jongen die de boer gered had. ‘Ik wil je een beloning geven’, zei de man. ‘Je hebt het leven van mijn zoon gered.’ ‘Sorry, maar ik wil geen geld hebben’, antwoordde de boer. ‘U zou hetzelfde gedaan hebben.’

Op dat moment kwam de zoon van de boer bij de deur staan. ‘Is dat jouw zoon?’, vroeg de deftige edelman. ‘Dan heb ik een goed voorstel. Laat mij het onderwijs van jouw zoon betalen. Ik zal ervoor zorgen dat hij hetzelfde onderwijs krijgt, als mijn eigen zoon. Hij zal zonder twijfel opgroeien tot een man waar we allebei trots op kunnen zijn.’

Aldus geschiedde.

De zoon van boer Fleming kreeg onderwijs op de beste scholen en studeerde af aan de St. Mary’s Hospital Medical School in London. Later werd hij wereldwijd bekend als Sir Alexander Fleming, de ontdekker van penicilline. Jaren later werd de zoon van de edelman getroffen door longontsteking. Raad eens wat hem het leven redde? Penicilline. Wat was de naam van de edelman? Lord Randolph Churchill. Wat was de naam van zijn zoon? Winston.

Je gaat het pas zien als je het door hebt

autisme vr.jpg

  • Autisme ervaren met een virtual reality-app

Autisme hebben, is niet eenvoudig. Voor de meeste mensen is het echter niet voor te stellen hoe het is om de wereld te ervaren als je hier last van hebt. Zo kunnen de geluiden van het alledaagse leven die je vaak niet eens opmerkt voor mensen met autisme overweldigend zijn. Nieuwsgierig hoe dat is? Dat kun je nu ontdekken met een speciale app, zo meldt http://www.numrush.nl.

De National Autistic Society heeft een virtual reality-ervaring gemaakt over autisme. De app is een nieuwe versie van hun eerdere video over een jongen met autisme, die overweldigd wordt in een winkelcentrum met zijn moeder. In de VR-ervaring zie je de gehele situatie door zijn ogen. Je kunt om je heen kijken en diverse sensaties horen. Het enige wat je nodig hebt is een smartphone, de app en een Google Cardboard.

Het goede doel hoopt dat je via VR de ervaringen van iemand met autisme echt kunt voelen en het publiek met empathie reageert. “We zijn heel erg enthousiast om de eerste organisatie te zijn die virtual reality gebruikt om te demonstreren hoe dit aspect van autisme kan voelen”, zegt Mark Lever, chief executive van de National Autistic Society.

Ook het hoofdpersoon van de film, Alex Marshall van tien jaar oud, is enthousiast. “Ik vond het geweldig om deel te zijn van de film. Het was alsof ik de loterij 20 triljoen keer won en ik ben heel enthousiast over VR, zodat ik mijn vrienden kan laten zien hoe dingen voor mij voelen. Het helpt echt als mensen het begrijpen en dit is een erg coole manier om dat te doen. Je kunt iemand gewoon de binnenkant van je hoofd tonen!”

 

Alleen de passie is ernstig

present zijn.png

  • Dat wij allen onszelf zo ernstig nemen is alleen maar belachelijk*

Kent u Greetje? Ik wel. Zij is een presentie-exemplaar. Om verwarring te voorkomen: ik bedoel niet een exemplaar dat (gratis) wordt geleverd. Greetje is 69 jaar, moeder en werkzaam (!) als facilitair medewerker op de camping waar ik nu (juni 2016) verblijf. Greetje is een vrouw van ‘niet lullen, maar poetsen’. Iemand die graag de handen uit de mouwen steekt. Greetje pakt de problemen bij de kop en lost ze op. Greetje kortom, staat model voor een praktijk waarbij de zorggever zich aandachtig en toegewijd op de ander betrekt, zo leert zien wat er bij die ander op het spel staat – van verlangens tot angst – en die in aansluiting dáárbij gaat begrijpen. Om vervolgens dat te doen wat er in de desbetreffende situatie gedaan zou kunnen worden. Wat gedaan kan worden, wordt dan ook gedaan. Een manier van doen, die slechts verwezenlijkt kan worden met gevoel voor subtiliteit, vakmanschap, met praktische wijsheid en liefdevolle trouw.

Greetje werkt vanuit betrokkenheid. De relatie staat voorop. Opmerkelijk in haar doen en laten is verder dat er geen sprake is van een hulpvraag of een nood, maar dat zij kijkt naar ‘wat er voor de ander op het spel staat’. Tenslotte kijkt zij niet naar wat gedaan MOET worden, maar naar wat gedaan KAN worden. Haar praktische (levens-)wijsheid en liefdevolle trouw zijn daarbij de verbindende factoren.

Ik moest aan Greetje denken toen ik een verslag las van de collegetour die Trias Jeugdhulp op 14 juni jl. organiseerde voor bestuurders en beleidsmedewerkers jeugd (sociaal domein) van gemeenten in de regio IJsselland en Twente. Ook leden van de gemeenteraden, participatieraden van gemeenten en jongeren- en cliëntenraden waren uitgenodigd voor de inspirerende collegetour. Het thema van het college was de transformatie van jeugdhulp in de nieuwe tijd: “Herstel van het gewone leven in het gewone leven!” Prof. dr. Andries Baart, bedenker en uitdrager van de presentietheorie en drs. Han Noten, voorzitter van de Transitiecommissie Sociaal Domein leiden het college in en gingen aansluitend in debat met de deelnemers in de zaal.

Competenties, zo leerde het debat de aanwezigen: Een goede (jeugd)werker beschikt over deugden als moed, trouw, compassie! Een goede (jeugd)werker is dus een puur sang Greetje. Dichtbij MET afstand. Niet OP afstand! Een soort van toffe broer of goede vriendin. Iemand die zich om de ander bekommert, maar er voor waakt het probleem van de ander op de eigen schouders te nemen. Daarmee onderscheidt presentie zich bewust en scherp van wat nu de hoofdstroom is in de marktgerichte en op productie georiënteerde zorgverlening. Niet het probleem staat centraal, maar de kansen en de leefwereld van jongeren. Dat biedt een ruimer perspectief voor passende ondersteuning en hulp.

In de Presentiebenadering wordt dit wel ‘verdunde ernst’ genoemd. Dit betekent dat ernst beter hanteerbaar is als het gemengd wordt met alledaagse omgangsvormen en activiteiten. Hulpverleners die volgens de presentie werken doen dat: ze gaan naar mensen toe en bespreken wat er speelt, inclusief de problemen, terwijl ze iets ondernemen met hen.

De gemiddelde zorgvrager die met serieuzere vragen zit (of ze niet eens expliciet heeft maar waarbij het leven niet wil vlotten en de problemen zich opstapelen) moet zich melden in een kantoor, op een strak geplande tijd, om – in een stoel naast een doos met tissues – in drie kwartier zijn of haar hulpvraag helder te formuleren. Je voelde je al tamelijk rot, en dan wordt je probleem ook nog eens een beetje ingedikt. Het wordt ‘verdikte ernst’.

Een prachtig voorbeeld in het ‘doen van verdunde ernst’ is bakker Abel van de Taarten van Abel. In zijn televisieprogramma’s bakt hij taarten met kinderen die problemen hebben, iets bijzonders meemaakten of met een levensvraag worstelen. Terwijl de mooiste baksels worden bereid, krijgt Abel steevast de kinderen op een ontspannen manier aan het praten over wat hen bezighoudt.

Natuurlijk kost verdunde ernst soms meer tijd. Tijd die er niet altijd is. Maar is dat altijd zo? En is het niet mogelijk om vaker, binnen zorgpraktijken, gebruik te maken van dit idee? Kun je mensen ook anders dan vanachter je bureau zorg bieden? Wat is eigenlijk goede zorg? En hoe zou die verdunde ernst er, als onderdeel daarvan, uit kunnen zien?

Kwaliteit in de zorg is het gewone leven nastreven. In de debatten over de kwaliteit van zorg gaat het steeds over protocollen, productcodes, veiligheid, enzovoort, enzovoort. Cliënten worden niet als mensen gezien, maar als hulpbehoevenden. Door het gewone leven centraal te stellen ben je bezig met het welbevinden van mensen.

Wat mij betreft ligt de nadruk in de zorg te vaak en te sterk op het probleem zelf, het negatieve. Op het onder controle brengen van risico’s, ziekte en beperkingen. Het middel – de ‘behandeling’ is vaak erger dan de kwaal. Het zijn de ernstige tekenen van het verval van de moraliteit bij de (be-)heersende overheid en zorgtypes.

Het gaat erom dat mensen – jong en oud – een zo normaal mogelijk leven leiden. Dat is niet ingewikkeld, maar wel lastig, want het vraagt eigen inzicht en afwegingen van de (jeugd-)werkers en hun organisatie. Met de cliënt (rotwoord in dit verband) in een cruciale rol. Hij of zij bepaalt niet alleen wat zijn wensen en behoeften zijn, maar evalueert ook de zorg die wordt ontvangen. Ik voel mij verwant aan de missie om mensen die zo werken in de gelegenheid te stellen zich op de gehele mens te richten. Dat vraagt veel van systemen en controledrift, maar ook van houding en deskundigheid en vooral ruimte die mensen ervaren en (durven) innemen.

Zorg kan dus anders. De enige ernstige overtuiging die een mens daarbij dient te hebben, is dat er niets te ernstig moet worden genomen. Bijvoorbeeld door haar te verdunnen. Zo gaat dat in de presentie.

*Bij het schrijven van deze blog maakte ik dankbaar gebruik van informatie en tekst op de website http://www.presentie.nl/wat-is-presentie

Slapeloosheid is de triomf van de geest over de matras

slapeloosheid.png

  • Video: “Slapeloosheid is de wraak van ons brein”

Slapeloosheid kan talloze oorzaken hebben, maar vaak is het gelinkt aan de onmogelijkheid om onze gedachten uit te schakelen. De reden hiervoor zou wel eens kunnen zijn dat we overdag ons brein de kans niet geven om na te denken over de dingen des levens.

Ken je het gevoel dat je maar niet in slaap kan komen en begint te piekeren? In deze mooie animatievideo van The School of Life tonen ze hoe je brein je ‘s nachts kan wakker houden omdat je er overdag geen aandacht aan hebt besteed. Op het werk, in de supermarkt en in de file denken we aan praktische zaken, waardoor we vaak de tijd niet hebben om na te denken over het leven. De grotere, filosofische vragen krijgen geen plek meer in ons drukke bestaan.

Er zijn uiteraard meerdere oorzaken voor slapeloosheid en niet iedereen zal gebaat zijn bij meer filosoferen en mediteren, maar het is in ieder geval het proberen waard. Baat het niet, dan schaadt het niet.