Tweedracht vernietigt wat eendracht vermag

kwartel

  • De eendrachtigheid van de kwartels

Lange tijd geleden leefde eens in een woud bij de stad Benares een zwerm van een paar duizend kwartels. Een kwarteljager zat hen hardnekkig achterna. Hij kon hun roepen zo goed imiteren, dat hij van hen steeds antwoord kreeg, en dus wist in welke richting hij moest zoeken. Dan sloop hij voorzichtig naderbij, een net in zijn handen, en gooide het over de kwartels die op de grond zaten. Deze begonnen wild door elkaar te schreeuwen en te fladderen ­en voordat zij wisten wat er eigenlijk aan de hand was, had de kwarteljager de vier uiteinden van het net gepakt en bij elkaar getrokken – de vogels waren gevangen.

Hij doodde de vogels, gooide ze in een mand, en verkocht ze op de markt. De opbrengst was het levensonderhoud voor hem en zijn vrouw. Zo werd de zwerm vogels van dag tot dag kleiner.

De leider van de kwartels – een ervaren en intelligente vogel ­ dacht diep na hoe hier een einde aan zou kunnen komen. En op een dag wist hij de oplossing.

Hij verzamelde alle kwartels om zich heen en ontvouwde hen zijn plan: “Luister: Wanneer de kwarteljager het net over jullie heen gooit, dan moeten jullie niet opgewonden tegen elkaar in vliegen, jullie moeten elkaar niet in het nauw drijven en wild fladderen, jullie moeten het anders doen. Zodra het net over jullie valt, moet iedereen zijn kop door die maas van het net steken die het dichtst bij is, en dan vliegen jullie allemaal precies op het zelfde moment met het net verticaal omhoog. De kwarteljager kan niet achter jullie aan gaan, want hij kan niet vliegen. Zodra jullie boven de bomen zijn, vliegen jullie een paar minuten met de wind mee, en dan laten jullie je, op een afgesproken teken, in een doornstruik zakken; het net blijft in de struik hangen, jullie glippen er onder uit en zijn vrij.” De kwartels waren enthousiast over het plan van hun intelligente leider.

Meteen de volgende dag konden zij het plan omzetten in de daad. De kwarteljager wist niet hoe hij het had toen hij zijn net, gedragen door vijftig eendrachtige kwartels, boven zich zag wegvliegen. Hij liep er zo hard als hij kon achteraan, maar dat was tevergeefs. Later vond hij zijn net op een doornstruik. Met moeite kon hij het losmaken – en toen hij met lege handen thuis kwam was het reeds donker. Zo ging het nu elke dag.

Zijn vrouw werd steeds verdrietiger, want zij wisten niet meer waarvan zij hun eten moesten kopen Zij verdacht haar man zelfs, dat hij zijn buit aan een heimelijke vriendin gaf.

Maar de man troostte haar en vertelde haar wat hij had gezien, en hij voegde er aan toe: “Je zal zien, de kwartels zullen niet altijd zo eendrachtig blijven; er ontstaat altijd strijd en onenigheid; zelfs tussen ons was dit nu bijna gebeurd. En als zij strijd zullen hebben, dan zal ik weer voldoende vangen.”

De vrouw van de kwarteljager schudde haar hoofd en zei: “ Wanneer de vogels weten, dat zij door eendrachtigheid aan de dood kunnen ontsnappen, zullen zij toch geen strijd beginnen om een paar kleinigheden.”

De man zei: “Iedere kleinigheid is genoeg, om het met elkaar oneens te zijn. Strijd, onenigheid en ergernis maken blind – zelfs tegen­over de dood.”

En hij had gelijk: Enkele dagen later vlogen de kwartels naar hun gezamenlijke voeder­plaats. Bij een duikvlucht vloog een kwartel tegen een andere aan ­hun kopjes botsten. De andere siste geërgerd: “Wat haal je in je hoofd, om mij weg te duwen.”

“Neem mij niet kwalijk, ik deed het niet met opzet.”

“Dat zou nog mooier zijn, als je het met opzet had gedaan – je moet beter opletten, je bent niet alleen in het woud”

De andere, nu al een beetje geprikkeld, zei: “Ik heb je toch gezegd, dat ik er spijt van heb, begin nu niet ruzie te maken, wij moeten eensgezind zijn wanneer het net over ons valt.”

De tweede kwartel zei woedend: “Wanneer je niet eens op de voeder­plaats rekening kan houden met een ander, dan verbeeld je je zeker, dat je het net wel alleen kan optillen en ermee wegvliegen.”

Nu werd ook de andere kwartel woedend en siste terug: “Nou, we zullen zien wie het meeste optilt van het net. Wat wil je eigenlijk jij zwakkeling? Als alle kwartels zo waren als jij, dan zou het nét nooit van de grond komen. Ik kan veel meer dragen als jij.”

Intussen waren ook de andere vogels naderbij gekomen en mengden zich in de ruzie.

Er ontstonden twee partijen – er was schelden gekijf en gekibbel.

De leider hoorde de strijd en hij wist: wanneer zij nu reeds onenigheid hebben en tegen elkaar te keer gaan, dan zullen zij ook onenigheid hebben, wanneer het net van de kwarteljager over hen valt. Hier helpt maar een ding: meteen wegvliegen met de kwartels, die niet bij de strijd betrokken zijn. De ervaren leider verzamelde de vogels, die niet mee deden in de strijd met elkaar verhieven zij zich in de lucht en vlogen heel ver weg.

De achtergebleven kwartels waren intussen ietsje tot rust gekomen, maar zij piepten nog steeds opgewonden – en plotseling kwam het grote net over heen.

“Laat nu zien wat je kan” riep de ene van de twee kwartels, die met de ruzie waren begonnen, “Je zei toch, dat je sterk bent, til het net op als je kan!” De ruzie vlamde opnieuw op.

Maar de kwarteljager had het net reeds bij de vier uiteinden gepakt, en bij elkaar getrokken – alle vogels waren gevangen, geen een bleef in leven. Ze hadden niet eens de tijd om te zeggen: waren wij toch maar eendrachtig gebleven! Nu was het te laat.

De kwarteljager en zijn vrouw verheugden zich erover, dat de eendrachtigheid van de vogels niet van lange duur was geweest.

Het viel de man wel op, dat de zwerm wat kleiner was geworden maar hij had er geen verklaring voor. De vogels die samen met hun verstandige leider in eendracht waren weggevlogen, werden niet meer teruggezien.

Onbetaalbaar is de tijd

slak1

  • Over de rijkdom van de slak

De dieren hielden een grote vergadering om uit te vinden hoe ze zich zouden kunnen beschermen tegen de roofbouw van de mensen.

“Van mij nemen ze bijna alles,” klaagde de koe. ”Ze nemen mijn melk, mijn vlees en zelfs mijn huid.”

“Het gaat mij ook niet veel beter,” zei de kip. “Eerst nemen ze steeds mijn eieren weg en uiteindelijk moet ik aan het spit.”

“Van mij nemen ze het vlees en mijn mooie huid,” knorde het varken. “Het is schandalig.”

“Je hebt helemaal gelijk,” viel de kanarievogel hem bij. “Ze sluiten mij op, omdat ze mijn gezang zo mooi vinden. Had ik maar niet zo’n mooie stem.”

En zo hadden allen wel iets te klagen: de herten, de hazen, de vogels en de vissen, de walvissen en de zeehonden, de luipaarden en de olifanten.

 Toen allen hun bezwaren hadden genoemd, was er de zachte stem van de slak: “Wat ik heb, zouden de mensen onmiddellijk van mij afnemen, als ze dat konden. Want ik heb precies wat ze het meeste missen om goed te kunnen leven: ik heb de tijd!”

 

Durf dartel te zijn!

water hout trappelen

  • Terugblikken om vooruit te kijken

De drie decentralisaties (Jeugd, AWBZ en Participatiewet) per januari 2015 zijn inmiddels een feit. Zowel bij gemeenten, organisaties voor welzijn, zorg en participatie zijn de taken en verantwoordelijkheden sterk veranderd.

De essentie van de drie decentralisaties is dat mensen in hun kracht komen, burgers zelf initiatief nemen en dat eventuele ondersteuning zo dicht mogelijk bij mensen wordt georganiseerd.

Naast een andere aanpak met minder middelen en meer creativiteit en flexibiliteit vraagt dat om het samen bouwen aan nieuwe oplossingen. Dat vergt een nieuw samenspel tussen gemeenten, aanbieders, vitale en kwetsbare burgers. Dit is hèt moment om dat te doen.

Is de omslag die wij voor ogen hadden – de transformatie – ook al gerealiseerd? Of waar staan wij nu; in maart 2016.

Ik maakte een stand van zaken op. Mijn conclusie: wij zijn begonnen! Burgers nemen steeds meer initiatief en willen een overheid die dit niet voor hen regelt of organiseert. Zij willen een overheid die hen bij hun initiatieven faciliteert.

Sceptici willen graag doen geloven dat de wereld het best blijf doordraaien. Met groeiend ongeduld plegen zij – soms subtiel, dan weer met gestrekt been – obstructie. En toch: Nederland kantelt!

Bij heel veel gemeenten zijn de overgedragen taken in hun bestaande systematiek ingebed en vandaar uit georganiseerd, gecontroleerd en bewaakt. De echte verandering verloopt mede daarom trager dan wellicht gewenst of gehoopt.

Kortom: Nederland kantelt. Traag, maar gestaag!

Blijf het gezonde verstand tarten

prikkelen.png

  • Grenzen van buiten prikkelen de creativiteit van binnen

Kwaliteit in een product of dienst is niet wat de leverancier erin stopt. Het is wat de klant eruit haalt en bereid is ervoor te betalen. Een product bezit geen kwaliteit omdat het moeilijk te maken is en veel geld kost, zoals veel producenten typisch geloven. Dit is incompetentie. Klanten betalen alleen voor wat nuttig is voor hen en hen waarde biedt. Niets anders behelst kwaliteit (Peter F. Drucker, Amerikaans management consultant en auteur 1909-2005). Desondanks zijn de gekende bekostigingssystemen veelal nog gebaseerd op capaciteit, bezettingsgraad en budgetten. Dat wil zeggen dat dienstverleners worden beloond op basis van geleverde productie. Deze wijze van bekostiging herbergt niet alleen een volume-en financieringsrisico voor de opdrachtgever met zich. Zij neemt ook onvoldoende de klantwaarde (het resultaat) als vertrekpunt.

Sedert de decentralisaties (1 januari 2015) ervaren de verschillende partijen binnen het sociaal domein – van welzijn tot zorg – allemaal een verbeterde samenwerking of netwerkontwikkeling. Toch blijft er discrepantie bestaan tussen wat er besproken wordt en het opvolgende handelen. Zo worden onderliggende belangen niet altijd openlijk besproken. Dit is wel van belang, omdat het ‘met de kaarten tegen de borst houden’ de transformatie niet helpt. Belangen zijn ook niet vies. Zij vormen de motor voor samenwerken. Dit geldt zeker ook voor financiële belangen. Dit is realiteit. In toenemende mate zie ik dat gemeenten en de organisaties voor welzijn en zorg die onderscheiden belangen en weten te begrijpen. Dit draagt bij aan een open gesprek daarover. Waarmee de mogelijkheid ontstaat samen te bespreken welke belangen voorrang (moeten) hebben. Zo kunnen prioriteiten worden gesteld en passende antwoorden gezocht. Dat alles brengt de vernieuwing binnen het sociaal domein verder. Zeker als dat geschraagd en ondersteund wordt met een krachtige en positieve prikkel.

Ik zie populatiebekostiging als zo een krachtige en positieve prikkel. Vanuit populatiebekostiging gaat namelijk een sterke prikkel uit tot substitutie van zwaardere door lichtere hulpvormen, tot samenwerken van verschillende professionals, en tot het aanspreken van de eigen kracht van burgers. Daarbij is de populatie op gebiedsniveau goed af te bakenen en is er geen concurrentie, wat risicoselectie minder kans geeft.

Er bestaan veel varianten, maar in de kern is er sprake van populatiebekostiging “als een zorgverlener of groep zorgverleners één budget krijgt voor een doelgroep verzekerden of inwoners, waaruit alle zorg- en welzijnsdiensten moet worden geleverd.”

Een belangrijke reden mijn enthousiasme is de mogelijkheid om daarmee de zorgkosten te beheersen. De samenwerkende dienstverleners hebben immers een sterkere stimulans de kosten onder dit budget te houden wanneer zij risico lopen op overschrijdingen. De gewenste reactie is dat zorgverleners dit risico gaan beheersen door efficiënter zorg te leveren, onnodige zorg te schrappen, beter samen te werken, te investeren in preventie en substitutie realiseren. Er ja, er bestaat ook een reëel risico: dat zorgverleners gaan beknibbelen op kwaliteit en toegankelijkheid. Dat leidt dan weer tot het risico van onderbehandeling of verschraling van het aanbod. Om dit te voorkomen vraagt populatiegebonden bekostiging duidelijke kpi’s: kwaliteits- en prestatie indicatoren. Wanneer indicatoren gekoppeld worden aan de doelstellingen of voornemens van het beleid kunnen ze ook een functie krijgen bij het meten van prestaties van beleid of van de dienstverlener(s).

Met populatiegebonden bekostiging wordt ingezet op het belonen van uitkomsten. Om integrale ondersteuning of zorg dichtbij huis mogelijk te maken is het betalen per verrichting niet gewenst. Bovendien stimuleert dit het leveren van maatwerk niet. Het belonen van uitkomsten zal hier sterker aan bijdragen. Denk daarbij onder meer aan: goed doorverwijzen, zinnige diagnostiek, doelmatig voorschrijven en goede service en toegankelijkheid.

Populatiegebonden bekostiging is alleen mogelijk bij een geïntegreerde uitvoering. Anders gezegd: populatiegebonden bekostiging vraagt een solide samenwerkingsverband van dienstverleners die in één organisatorisch verband (samenwerken met) onderwijs, welzijn, zorg en arbeid hun dienstverlening vorm geven. Dit vraagt overigens ook politiek en bestuurlijk een keuze voor samenwerking boven marktwerking. Op dit punt zie ik overigens bij financiers van welzijn en zorg nog (te vaak) een zekere dubbelhartigheid. Aan de ene kant vragen de financiers samenwerking, maar tegelijkertijd stimuleren zij concurrentiegedrag.

Het huidige welzijns- en zorgstelsel is daarvoor naar mijn mening onvoldoende tot niet geschikt. Bovendien, om doelstellingen te realiseren en investeringen te doen, zijn meerjarencontracten essentieel. Nu worden inkomsten en uitgaven vaak in jaarlijkse cycli vastgesteld.

Populatiegebonden bekostiging kan deze bezwaren wegnemen. Dat biedt ruimte om sterk(-er) in te zetten op multidisciplinaire samenwerking bij (complexe) ondersteunings- of zorgvragen. Daarbij is het van belang dat de ondersteuning of zorg in principe zo dicht mogelijk bij of in de eigen leef- en woonomgeving wordt geboden. Anders gezegd: de zorg voor mensen moet niet meer bekostigd worden op basis van de optelsom van losse aandoeningen. Omdat juist dit de samenhang belemmert. Bovendien zitten in de optelsom voor losse aandoeningen deels dezelfde componenten die met een multidisciplinaire zorg gebaseerd op de integrale zorgvraag niet meer dubbel betaald hoeven te worden. Een populatiegebonden bekostiging op basis van de integrale zorgvraag van de inwoner/cliënt zorgt voor een meer samenhangend aanbod en past wat dat betreft het beste bij de huidige ontwikkelingen. Bovendien reduceert deze wijze van bekostigen de overhead, waardoor meer zorggeld naar zorg kan. Dat bewijzen ook de resultaten van gemeenten die eerder al voor populatiegebonden bekostiging kozen.

Samenvattend meen ik dat de huidige manier van het bekostigen van welzijn en zorg, de platte P x Q – benadering, aan het einde van zijn levensduur is. Ik pleit voor een systeem dat dienstverleners niet beloond op basis van hoeveel diensten zij verlenen, maar de uitkomsten daarvan beloond. Daarmee stellen we professionals en dienstverleners in staat om samen met de mensen om wie het draait doelgericht ondersteuning op maat te verlenen. Zo elkaar tartend, krijgen we de transformatie waarnaar wij zo verlangen.

Waard om te rebelleren

rebels

  • Film over coach in klas

Het zijn twintigers die door de maatschappij zijn opgegeven. Jakob heeft een alcoholprobleem, Maylen lukt het door ADHD niet haar leven onder controle te krijgen, Kelly werd vroeger gepest en is ontzettend verlegen. De taak van de coaches is hen weer zelfvertrouwen te geven – wat veel mentale en soms fysieke kracht vereist. In de intimiteit van de groep bloeien de jongeren langzaam maar zeker op.

Vanaf 19 mei is in de bioscoop de film ‘Rebels’ te zien, waarin een groep Noorse schoolverlaters – opstandig, agressief, onverschillig – een speciale cursus krijgt om hen aan werk te helpen. Het zijn twintigers die door de maatschappij zijn opgegeven.

Rebels speelt zich vrijwel geheel af in het klaslokaal, waar de camera de groepslessen en individuele gesprekken volgt.

Waar is de duisternis

grot

  • De grot

Er was eens een donkere grot die diep onder de grond lag, aan het oog onttrokken. Omdat hij zo diep onder de grond lag, was er nog nooit licht doorgedrongen. De grot had nooit licht gezien. Het woord ‘licht’ had geen betekenis voor de grot, die zich niet kon voorstellen wat ‘licht’ zou kunnen zijn.

Toen op een dag stuurde de zon een uitnodiging naar de grot om naar boven te komen en hem te bezoeken.

Toen de grot boven kwam om de zon te bezoeken, was hij stomverbaasd en verrukt, want de grot had nooit eerder licht gezien en hij kon gewoon niet over deze ervaring uit.

Als dank voor het feit dat de zon hem voor een bezoek had uitgenodigd, wilde de grot iets terugdoen en nodigde dus de zon uit om een keer naar beneden te komen om hem te bezoeken, omdat de zon nooit duisternis had gezien.

Zo brak de dag aan dat de zon omlaag kwam en hoffelijk in de grot werd binnengelaten.

En terwijl de zon de grot binnenging, keek hij heel belangstellend om zich heen, benieuwd hoe ‘duisternis’ eruit zou zien. Toen vroeg hij verwonderd aan de grot: “Waar is de duisternis?”