Een gezonde jeugd – een zorg minder

jeugdgezondheid

GGD GHOR Nederland heeft – samen met Actiz en NCJ – het filmpje ‘Jeugdgezondheid een zorg minder’ voor gemeenten laten maken.

In het filmpje wordt uitgelegd hoe de jeugdgezondheidszorg in grote lijnen werkt en hoe de betrokken organisaties daarbij kunnen helpen. Wanneer ouders bijvoorbeeld te maken hebben met een huilbaby, kijken de organisaties naar de medische oorzaken en het voedingspatroon. Of als een kind vaak wordt gepest en daardoor spijbelt, wordt er samen met de school en kind gezocht naar een passende oplossing.

Net als in 2015 zal ook in 2016 de jeugdgezondheid volop in beweging zijn.

De decentralisatie jeugd is een jaar geleden in gang gezet en zal in het nieuwe jaar verder doorgaan.

Advertenties

Niet alle goud blinkt

  • De alchemie van goud maken

straat_ossewagen

Een rijk man bezat zoveel goud dat hij geen plaats meer had om het allemaal op te slaan. Toen hij op een morgen wakker werd, zag hij dat al zijn goud in stof veranderd was. Hij was radeloos.

Een vriend bracht hem op het idee om naar Boeddha te gaan voor raad. En Boeddha zei: “Je kunt het volgende doen. Breng al je goud naar de markt en als iemand kan zien dat het goud is, breng die persoon dan naar me toe.”

Maar de man zei: “Hoe kan dat me helpen?”

Boeddha zei: “Het zal je helpen. Doe het maar.”
Dus ging hij al zijn goud ophalen, tientallen ossenwagens vol stof want het was nu allemaal stof. De hele markt stond vol met zijn ossenwagens. En er kwamen mensen op af met de vraag: “Wat heeft die onzin te betekenen? Waarom breng je zoveel stof naar de markt? Waarvoor?”

Maar de man zweeg. Toen verscheen er een vrouw. Ze heette Kisagautami. En ze zei tegen de man: “Zoveel goud? Hoe ben je aan zoveel goud gekomen?”

Hij vroeg de vrouw: “Kun je het goud zien?”

Zij zei: “O ja, al deze ossenwagens zijn gevuld met goud.”

Hij hield de vrouw staande en vroeg haar naar haar geheim. “Hoe kun je dat zien? Want niemand, zelfs ik niet, kan zien dat het goud is. Het is allemaal stof.”

Hij nam haar mee naar Boeddha en Boeddha zei: “Je hebt de juiste vrouw gevonden. Zij kan je die kunst bijbrengen. Het is alleen een kwestie van zien. De wereld is zo als je haar ziet. Goud kan stof zijn en stof kan goud zijn. Het gaat erom hoe je ernaar kijkt. Dit is de juiste vrouw. Word een leerling van Kisagautami. Ze zal het je leren. En zodra je op de juiste manier kunt kijken, verandert de hele wereld in goud. Dat het is het geheim van de alchemie.”

Dezelfde weg lopen en toch iets anders zien

  • De slak en de haas en de uitslag van de psychologische test

haasslak

De haas schiet de slak voorbij. “Schiet op, schiet op er is nog zo veel te doen en te zien,” roept de haas enthousiast. De slak knikt en sjokt voort. Hij wil wel, maar hij kan niet sneller.

De haas is alweer op de terugweg en schiet de slak voorbij. In een flits ziet de haas een traan over het gezichtje van de slak glijden. De haas schiet in de remmen en gaat bij de slak zitten. “Wat is er aan de hand slak, waarom kom je niet mee?” Vraagt de haas verbaasd.

De slak denkt even na en zegt dan zacht: “Weet je, ik wil wel. Ik doe mijn best. Het lukt me alleen niet en dat maakt mij zo verdrietig. Jij gaat snel, jij ziet veel van de wereld en jij begrijpt het. En ik…. Ik kom er wel achter aan. Het gaat langzaam maar uiteindelijk kom ik er wel. Ik wou alleen heel graag dat jij met mij mee ging op mijn tempo zodat we samen de wereld kunnen ontdekken!”

De haas dacht even na en knikte toen. “Je hebt gelijk lieve slak, ik ben je vriendje. Ik zal met jou mee gaan, jij geeft het tempo aan. Maar soms trek ik even een sprintje en kom dan terug. Dat heb ik weer nodig!”

De slak knikte en lachte. Hij was trots op zijn vriend die hem begrijpt en van hem houdt zoals hij is!

Een slak op de goede weg wint het van een haas op de verkeerde weg.

slak

Help, de overheid heeft haast!

Een titel die om uitleg vraag. Een ongeduldige overheid die liever nog vandaag dan morgen iets heeft geregeld? Ambtelijke molens draaien zo snel toch niet? Toch is dit het geval. Zeker ook als het gaat om zorg- en dienstverlening binnen het sociaal domein. Haastige spoed is hier het adagium. En de vraag is natuurlijk: gaat dat wel goed?

Het eerlijke antwoord: Ja, mits!

We zijn opgevoed met het idee dat maatschappelijke dynamiek altijd van de overheid en de politiek moet komen. De BV Nederland, noemen we dat dan. En zien we een soort managementteam voor ons met de premier aan het hoofd.

Een belangrijke les uit de recente decentralisaties – ook wel transities en transformaties genoemd – is dat de landelijke (politieke) sturingssysteem echter niet (meer) in staat zijn veranderingen in gang te zetten resp. te stimuleren.

Eigen kracht

Een overheid die steeds meer controleert en rekenschap vraagt, reduceert de eigen verantwoordelijkheid van burgers en hun verbanden. Het principe van de eigen verantwoordelijkheid staat hoog genoteerd bij het overheidsbeleid. Tegelijkertijd wordt door de veelheid aan bureaucratische controle en toezicht diezelfde verantwoordelijkheid niet gestimuleerd, maar uitgehold.

Het mogelijk maken van eigen kracht vraagt om een radicale verandering van de sturing, de controle en het toezicht: sober en selectief. Durf iets over te laten aan de mensen die het betreft en bijspringen of meelopen – faciliteren – waar dan nodig en gewenst is. Zo stimuleer je innovatie en verbeteringen. Dat vraagt oog voor en kennis van de context. En juist dat wordt door de (te) haastige overheid te vaak vergeten.

Voorzichtig met zout

Vanaf 1 januari 2015 zijn taken voor zorg, jeugdhulp en werk & inkomen opnieuw verdeeld. Veel taken zijn nu bij de gemeenten ondergebracht. Er is nu bijna een jaar voorbij. Tijd voor een tussenbalans. De conclusie luidt: de enorme decentralisatieoperatie is vooralsnog goed verlopen.

De continuïteit van de zorg is nergens in het geding geweest. Er is sprake van een gecontroleerde overgang. Toch doen wij niets liever dan zout op de slakken leggen. Tijd dus voor een tegengeluid.

Voor de slak en de haas is het op dezelfde dag nieuwjaar

De haas moet altijd lachen wanneer hij de slak ziet lopen, want het gaat zo langzaam. “Ik begrijp niet waarom jij nooit naar iets onderweg gaat,” zegt hij pesterig. “Als jij eindelijk aankomt, is het altijd te laat en alles is al lang voorbij.”

Als eigen kracht van mensen in/en hun omgeving de basis is voor het beleid, zal de overheid zich moeten schikken in de – belangrijke – rol van terreinknecht in plaats van regisseur. De dynamiek ontstaat van onderop. Mensen die elkaar opzoeken, er samen aan sleuren, het gevoel hebben: we maken er weer wat van.

Treur niet om de barst – er komt licht doorheen!

  • In een ware dialoog zijn beide kanten bereid te veranderen

kier

Decentralisatie is een term die gemakkelijk tot verwarring kan leiden. In het politieke spraakgebruik wordt decentralisatie vaak gebruikt als synoniem voor ‘minder centraal (gaan) regelen’. De term decentralisatie kan drie betekenissen hebben:

  1. Het ziet toe op de ‘eigen huishouding’ van gemeenten, provincies en waterschappen. Dit zijn geen uitvoeringsorgaan van de rijksoverheid, maar zij beschikken over beleidsvrijheid en een eigenstandige democratische legitimatie.
  2. Het proces van het versterken van de positie van de decentrale overheden ten opzichte van de rijksoverheid.
  3. Het overdragen van taken aan decentrale overheden die voorheen door de rijksoverheid werden uitgevoerd.

Voor het versterken van de positie van decentrale overheden moet een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • beleidsvrijheid bij de invulling van de taken;
  • een adequate bekostiging van en bestedingsvrijheid voor deze taken;
  • een eigen belastinggebied, waarbinnen eigen accenten geplaatst kunnen.

De rol en positie van de decentrale overheid – in het bijzonder de gemeente – in ons bestuurlijk stelsel is sterk aan het veranderen. De grote decentralisaties binnen het sociale domein (Participatiewet, Jeugdwet en Wet Langdurige Zorg naast een nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de invoering van Passend Onderwijs) zijn niet alleen omvangrijk, maar ook complex. Enerzijds worden gemeenten hiermee steeds nadrukkelijke gepositioneerd als ‘eerste overheid’. Anderzijds worden diezelfde gemeenten geconfronteerd met forse bezuinigingsopgaven.

Inmiddels zijn we een jaar verder. De decentralisaties in het sociaal domein krijgen overal – met horten en stoten – hun beslag. En ja, het moet gezegd: het piept en het kraakt. Niet in de laatste plaats door een (te) haastige rijksoverheid. Een ongeduldige overheid ook, die liever nog vandaag dan morgen iets heeft geregeld. Haastige spoed is het adagium.

Haastige spoed. Dat kan best goed zijn. Eenmaal voor een voldongen feit gesteld blijkt er soms meer mogelijk dan van tevoren werd gedacht. Deze strategie werkte redelijk goed met de overheveling van de verantwoorde-lijkheid van de thuiszorg per 1 januari 2007 van rijk naar gemeenten. En ja, op de tekentafel ziet het vernieuwde sociaal domein er prachtig uit. Net zo goed als dat iedereen zijn of haar stinkende best doet om na de overdracht (transitie) van taken de daarbij gevraagde omvorming (transformatie) naam en gezicht te geven.

Ik her- en erken in de vele gesprekken met inwoners en professionals steeds vaker de elementen van de beweging waar wij naartoe werken. En toch: er blijkt meer nodig om zaken goed te regelen. Een op de omvorming afgestemd sturings- en bekostigingsmodel bijvoorbeeld.

Over de noodzaak van de gevraagde verandering bestaat in het algemeen geen verschil van mening. Mede daardoor is er ook spraken van een stevige mate van veranderbereidheid. Het verandervermogen echter blijkt minder groot naarmate de afstand tot de uitvoeringspraktijk groter word. In het bijzonder geldt dit voor het handelen van politici, bestuurders, overheden en landelijke koepels. Dat wordt nog altijd gekleurd door de ‘macht der gewoonte’ en het verfoeide ‘framen’ van beleidsopgaven in verstikkende stelsels. Met als dekmantels het ‘algemeen belang’ en ‘kaderstellende overheid’ worden dagelijks landelijk confectieafspraken gemaakt waar lokaal maatwerk vereist, nodig of gewenst is. Het effect daarvan: het systeem is leidend en de samenleving moet zich daaraan aanpassen.

Decentralisatie heeft in theorie veel voordelen. Als er ruimte is voor het afstemmen van het beleid op de lokale en of regionale omstandigheden. Als er ruime mogelijkheden zijn voor het laten meedenken van inwoners over de voorzieningen en het voorzieningenniveau binnen de eigen gemeenschap. Als er ruimte is voor het afstemmen van het aanbod (leveren van maatwerk per dorp, stad of provincie. Als er ruimte is voor schaalvariatie. Juist deze ruimte – de zuurstof voor de omvorming – kan niet geleverd worden in of vanuit een confectiefabriek.

Om maatwerk te kunnen leveren vergt dat een daarop afgestemde sturing en bekostiging. De dienst- of zorgverlening immers komt – als eigen kracht het vertrekpunt is – in directe interactie met de betrokken afnemer c.q. inwoner in/en zijn omgeving tot stand. Dat betekent dat in het wordings- en bekostigingsproces de inwoner invloed moet kunnen uitoefenen. Juist dit laatste blijkt vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid kostbaar of juridisch complex. Bovendien, inwoners en uitvoerende professionals blijken nog geen rekenmeesters. Omdat ze niet (mogen?) weten welke uitgaven met een dienstverlening of zorg samenhangen.

De oorzaak hiervan ligt in de klassieke wijze waarop de overheid is georganiseerd. Het is een systeem waarin alleen ruimte voorhanden lijkt voor hen die hetzelfde gedrag vertonen: de zogenaamde ‘dupliceerders’. En dat, terwijl de route decentralisatie – transitie – transformatie vraagt om een daarop afgestemde sturings- en bekostigingsmix.

Wat geldt voor de transitie geldt eens te meer voor de transformatie: het mag niet draaien om het van bovenaf voorschrijven, maar draait om het samen op weg zijn. Als wij de transitie willen versnellen en de transformatiekracht willen versterken, moet dit verouderde stelselcomplex afgebroken. Moet de rol en betekenis van de overheid meekleuren: van dominerend en regisserend naar faciliterend en coördinerend. Dit is niet één grote verandering, maar een optelsom zijn van verschillende transities.

De daarmee samenhangende gevoelens van ongenoegen en onzekerheid zijn lastig, maar horen bij het transformatieproces. Echte transities zijn complex, alomvattend en niet te voorspellen. Het is en blijft een proces van schuren, knutselen en schooieren.

Dit is een bottom-up proces van sociale innovatie, gekenmerkt door organische ontwikkeling. Daarbij wordt via de weg van de geleidelijkheid gezocht naar activiteiten en functies die elkaar versterken en bij elkaar passen. Sturing van bovenaf kan daaraan bijdragen. Om weerstanden te doorbreken, bijvoorbeeld. Of, om doelbewust te stoppen met bepaalde activiteiten. En, tenslotte, moeten bestaande systemen als ze in de weg staan – samen met hun investeringen, belangen en maatschappelijke waarden – uitgefaseerd of afgebroken worden.

Juist in deze kanteling van de sturing loopt de overheid vast. De klassieke manier van maakbaar denken en doen leidt vervolgens tot een aan ADHaasD lijdende haastige overheid. Terwijl het bestaande pad vastloopt, worden – in de haast het (alsnog) te regelen – juist daardoor de olifantenpaadjes om van pad te wisselen gemist.

Wie de voorgaande analyse leest, zou kunnen gaan denken dat ik (dus) pessimistisch ben over de hele beweging. Dat is beslist niet het geval. Integendeel. De veranderingen binnen het sociaal domein kunnen en zullen tot iets moois leiden. Dagelijks zie en hoor ik prachtige voorbeelden van waar het goed gaat. Niet in de laatste plaats dankzij de volhoudende professionals op de werkvloer en creatieve professionaliteit van meewerkende ambtenaren. Het piept en kraakt daarbij regelmatig. En ja, dat is maar goed ook! Want door de barsten die dat oplevert schijnt het licht van de oplossing.

Daarom ook is mijn welgemeende advies: Iets minder regelfanatisme en wat meer scharrelruimte graag. Laat het gaan over het verbeteren van en aansturen op kleine kwaliteiten. Het antwoord ligt in een omslag naar systeemdynamisch denken en doen. Een omslag van regel gebaseerd werken naar maatwerk. Het helpt daarbij als de haas en de slak zich realiseren dat nieuwjaarsdag voor beiden op dezelfde dag valt.

Gewoonte is een passie die aan geheugenverlies lijdt

  • De bloempjes van Catharina

soldaat

In de paleistuin van Catharina de Grote in St. Petersburg staat een soldaat. Een bezoeker vraagt de soldaat waarom hij daar eigenlijk staat. De soldaat weet het niet. Hij heeft slechts opdracht gekregen van zijn meerdere. De nieuwsgierige bezoeker stelt dezelfde vraag aan zijn luitenant. Ook die blijft het antwoord schuldig. De bezoeker doet wat onderzoek en ontdekt warempel dat 150 jaar eerder tsarina Catharina de Grote in de tuin wandelde en een mooie bloem zag. Catharina beval een soldaat wacht te houden bij de bloem zodat niemand erop zou trappen.

De bloem is na 150 jaar weg. De soldaat staat er nog steeds.

De bloempjes van Catherina zijn een veel gebruikte metafoor om aan geven dat er handelingspatronen en regelgeving zijn waar in het verleden wel, maar op dit moment geen reden meer voor is.

Het zien van het geheel

  • De parabel van de steenhouwers

steenhouwers

Op een zonnige dag wandelde een man in een vallei. Bij het afdalen na een heuvel passeerde hij een kleine steengroeve waar een andere man aan het werk was. De wandelaar vroeg: “Wat bent u aan het doen?”

De man keek op van zijn werk en zei: “Ziet u dat niet? Ik ben stenen aan het uithakken!”

De man liep verder.

Niet veel later kwam hij nog een kleine steengroeve tegen waar ook iemand in de weer was met hamer en beitel. Weer vroeg hij: “Wat bent u aan het doen?”

Deze steenhouwer keek op van zijn werk en zei: “Ziet u dat niet? Ik ben geld aan het verdienen om mijn gezin te kunnen onderhouden!”

De man liep verder.

Nog iets verder passeerde hij nogmaals een kleine steengroeve. Ook hier werkte een man zich in het zweet. Hij vroeg: “Wat bent u aan het doen?”

De man keek op van zijn werk en zei:

“Om te zien wat ik aan het doen ben, moet u nog een klein stukje verder wandelen. Daar wordt een nieuwe kathedraal gebouwd met de stenen die ik uithak!”

%d bloggers liken dit: