Galerij

Een helikopter naar de hemel

  • De dood is slechts een verandering van woning

grandpa

Deze film uit Zweden documenteert een ontroerende familierelatie tussen een bedlegerige man aan het einde van zijn leven en zijn jonge kleinzoon. Het verhaal laat zich vertellen rond het delen van een laatste geheim over-wild groeiende cantharel paddenstoelen.

De focus op dit moment is niet toevallig. Chaterelle paddenstoelen zijn vrij zeldzaam, met een gouden kleur die maakt ze opvallen in het grauwe mosgroen van het bos. De bereiding vraagt het nodige werk. Net als het leven zelf. De teelt en pluk vragen voorzichtigheid, om ervoor te zorgen dat ze elk jaar blijven groeien. Het zijn waardevolle en daardoor veel gezochte vruchten. De moeite waard om alle energie in te steken in. Hoewel het helpt om te weten, is het niet een film over tuinbouw, maar hoe dezelfde kenmerken van toepassing zijn op de relatie tussen grootvader en kleinzoon.

Het grootste deel van de film draait om de laatste dagen van het leven van de grootvader. Ingebed in filmbeelden uit het verleden. Zie onthullen de wortels van deze relatie, van baby tot en met jongen. “Opa en ik en een helikopter naar de hemel” levert een ontroerend verhaal dat alle generaties kan verbinden.

Galerij

Chronische desorganisatie

  • Zo het al waanzin is, dan is er toch systeem in

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Psychische aandoeningen zijn taboe en eng. Anders dan andere ziekten hebben zij een grote impact op de omgeving. De omstanders voelen zich machteloos, bang, raken in verwarring en willen er niets mee van doen te hebben.

Psychische aandoeningen komen weliswaar enorm vaak voor, maar er ligt een taboe op het noemen en bespreekbaar maken. Vindt (ook) GGZ Nederland, de brancheorganisatie voor de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in Nederland. Om hun pleidooi kracht bij te zetten voeren zij regelmatig campagnes om bekendheid te geven aan hun werk. Terecht, vind ik.

Grotere openheid is een goede zaak. Psychische ziektes zijn net zo goed ziektes als een hartkwaal, diabetes of hooikoorts. Bovendien komen geestelijke stoornissen zo vaak voor, dat ze gerust tot het dagelijks leven gerekend mogen worden: een op de vier volwassen Nederlanders krijgt ergens in zijn leven een psychische stoornis. Dat betekent dat iedereen er ooit mee te maken krijgt; hetzij zelf, hetzij bij een partner, kind, ouder, broer of zus.

Jammer, verbijsterend, schokkend en tegelijkertijd ook onbegrijpelijk ook vind ik daarom de voortdurende houding van sommige aanbieders van geestelijke gezondheid die – met de schaamlap van privacy als legitimatie – weigeren om openheid van zaken te geven over dat wat zij eigenlijk doen met en voor de mensen waarmee en voorzij zeggen te werken.

De verschuiving van de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg naar gemeenten is een grote verandering binnen de GGZ in Nederland. Deze transformatie brengt veel vragen met zich mee. De GGZ staat daarmee – net als alle andere hulpverleners en financiers – voor een grote uitdaging: er is een groeiende groep cliënten, maar er is minder budget dan voorheen.

Als het gaat om de transitie van de jeugdzorg onderscheidt een deel van de GGZ-aanbieders zich met een bijzonder tweeslachtige opstelling. Waar de mond spreekt klinkt luidt het enthousiasme: “Uitgaande van de cliënt, de jongere die hulp nodig heeft, was de hulpverlening voorheen veel te verkokerd en er werd te veel vanuit instellingen en aanbieders geredeneerd. En te weinig vanuit de behoefte van de cliënten zelf. Het moest op de schop en daar is iedereen nu wel enthousiast over. Zo wordt nu veel meer gekeken hoe kinderen in hun eigen omgeving zo goed mogelijk geholpen worden. Alle aanbieders in de jeugdzorg kijken hoe ze elkaar kunnen versterken. Natuurlijk vraagt dat om aanpassingen en anders denken.”

Als de daad bij het woord gevoegd moet worden, komt de aap uit de mouw en verzetten nodige aanbieders van GGZ die zich met hand en tand tegen het transparanter en overzichtelijker maken van dat wat zij doen. Afstemming met andere hulpverleners; zoals de gemeentelijke sociale teams? Aan me nooit nee nooit niet!

Het navolgende citaat uit een recente mailwisseling zegt genoeg: “Om het maar heel bot te stellen: Dit kind is naar ons verwezen via de huisarts en de enige vraag die u dan mag stellen is: Is er een verwijzing van de huisarts ? Deze vraag mogen wij met Ja of Nee beantwoorden. Als dat dus Ja is, houdt het daarmee op. De Gemeente geeft dan een beschikkingsnummer af en stuurt dat schriftelijk naar ons (de hulpverlener) en de ouders. Daarna sturen wij ( de hulpverlener) een nota en betaalt de gemeente deze daarna rechtstreeks aan ons.” In het vervolg van deze mailwisseling wenst de betreffende aanbieder alleen de code 000 te declareren. Dit betekent: DBC (nog) onbekend. “Na sluiting van de DBC krijgt de gemeente een DBC nota waarop uiteraard de juiste productcode wel staat vermeld.” “De gemeente” – zo stelt de aanbieder in kwestie – “betaalt dan deze DBC nota aan de hulpverlener.”

Gemeenten en hun sociale teams verzetten bergen om de decentralisaties binnen het sociaal domein handen en voeten te geven. Samen met zorgaanbieders zitten zij aan tafel om met elkaar te spreken over daarbij passende structuren en (financiële) verantwoordelijkheden. De inzet daarbij is dat ondersteuning en hulpverlening bestaat uit een gecoördineerde maatwerkaanpak waar verschillende disciplines in samenwerken. Het kan hierbij gaan om (een combinatie van) opvoedproblemen, gedragsproblemen, psychiatrische stoornissen en beperkte verstandelijke vermogens bij kind en/of ouders. Dat vergt samenspraak van, met en tussen alle betrokkenen.

Om goede zorg op tijd en op maat te kunnen leveren is het nodig de daarvoor benodigde middelen goed in beeld te hebben. Dat staat of valt met goede sturingsinformatie. Dit heeft met name betrekking op het contractbeheer. Wanneer deze informatie niet op orde is levert de gemeente zich uit aan de uitvoerders: de gemeente schrijft dan als het ware een blanco cheque uit. Dat mag en kan niet de bedoeling zijn. Daarom ook moeten de oude systemen om. Zegt ook GGZ Nederland.

In woord spreekt menig GGZ aanbieder dan ook groot enthousiasme uit. Als de daad bij het woord gevoegd moet worden zijn er echter bij meerdere aanbieders heel veel hobbels en struikelsteentjes die associaties oproepen die variëren van aanstellerij tot iets wat dicht in de buurt komt van misdadigheid.

Patiënten/cliënten vragen zelf vaak nadrukkelijk om een verschuiving van het accent van behandeling van de ziekte, naar aandacht voor wat iemand wél kan. Samen met onderwijsgevenden, hulpverleners zorgverzekeraars, landelijke en lokale overheid, werkgevers, moeten GGZ-instellingen juist daarom aan de slag met samenwerking. Hiervoor is meer nodig dan het uitspreken van enthousiasme. Dat vraagt de bereidheid om over de eigen grenzen heen te kijken. Het lef om met een frisse blik op bestaande wet- en regelgeving en financieringsvormen de traditionele patronen van denken en doen los te laten. Ik daag alle GGZ-behandelaren dan ook van harte uit om in actie te komen en kleur te bekennen. Opdat de chronische desorganisatie van tegenwerkers nu eens doorbroken wordt.

Galerij

Kijk eens om je heen

  • De halsketting

pearl

Op de bodem van een kristalhelder meer lag een prachtige halsketting.
Iedereen kon haar zien en velen doken het water in om de ketting te pakken te krijgen. Maar het lukte niemand. Zo gauw iemand de bodem bereikte was de ketting verdwenen. En toch was het sieraad vanaf de oever van het meer heel duidelijk te zien.

Op een dag kwam een wijze langs en men vroeg hem om raad.

Hij keek het water in en zei: “De ketting ligt niet op de bodem van het meer; wat jullie zien is alleen maar een weerspiegeling ervan.”

De mensen schudden hun hoofden en keken de wijze twijfelend aan.

Maar deze wees met zijn arm naar een boom die op de rand van het meer stond, met zijn takken boven het water. Aan één van de takken hing de schitterende ketting. Een vogel had haar gevonden en daar laten hangen. Niemand had haar gezien, niemand had ooit naar boven gekeken.

Galerij

De oorlog is aangenaam voor wie hem niet kent

  • Let there be light

LET THERE BE LIGTH

In de klassieker Let There Be Light uit 1946, brengt de beroemde regisseur John Huston de gevolgen van traumatische ervaringen bij militairen die terugkeren uit de oorlog in beeld.

De film volgt een groep veteranen die in een psychiatrisch ziekenhuis een twee maanden durende behandeling ondergaan. Decennialang mocht de documentaire niet in het openbaar vertoond worden wegens vermeende demotiverende werking op en de bescherming van de privacy van militairen.

De film behoort tot de favorieten van de briljante documentairefilmer Errol Morris, wiens oeuvre in een retrospectief is te zien.

Galerij

Onderweg naar thuis

  • De arts

welkom.jpeg

Een man keerde terug naar Amerika, nadat hij veertig jaar in Afrika als arts en leraar gewerkt had.

Hij stond op het dek toen het schip het land naderde en keek naar de haven. Wat hij zag verbaasde hem: er stond een groot fanfare-orkest op de kade, een rode loper was uitgerold en er was een grote menigte met vlaggen en wimpels.

Even vroeg hij zich af of dit misschien een welkomsceremonie voor hem was, gearrangeerd door de organisatie die hem veertig jaar geleden naar Afrika had gestuurd. Maar toen dacht hij: “Nee, dat zal het wel niet zijn.”

“Wat heeft dat daar op de kade te betekenen?” vroeg hij een medepassagier.

“Weet u dat niet?” antwoordde de vrouw naast hem. “Onze president is op dit schip. Hij was een week in Afrika – en nu wordt hij thuis ontvangen.”

De president verliet uiteraard als eerste het schip, gevolgd door zijn bodyguards en hele aanhang.

Pas veel later mochten de andere passagiers van boord. Toen de gelovige arts het schip verliet, was de rode loper al weggehaald, de fanfare en het volk waren verdwenen, alleen een paar straatvegers veegden de resten van het feest bij elkaar.

De arts ging naar een hotel, huurde een kamer en wierp zich op het bed.

“God, ik begrijp het niet,” snikte hij in tranen. “De president was één week weg en kreeg een prachtige ontvangst. Ik was veertig lange jaren in Afrika om U te dienen door anderen te helpen, maar er was niemand om mij thuis te verwelkomen.”

Toen hoorde hij een stem in zichzelf: “Maar je bent ook nog niet thuis!”

Galerij

Een nieuw leven voor zorgrobot Rose

Robot Rose (foto: Rose BV)

Afgelopen zomer maakten de bedrijven achter robot Rose, één van de bekendste zorgrobots van Nederland, bekend te stoppen met de onderneming. Een gebrek aan financiele middelen stond de doorontwikkeling van het prototype zorgrobot in de weg. Nu gaat robot Rose toch door. Het commerciële bedrijf Heemskerk Innovative Technology pakt de doorontwikkeling op. Wat belooft robottechnologie in de zorg? En wanneer kunnen we de eerste commerciële zorgrobot in het verzorgingstehuis verwachten?

Zie ook: God schiep de mens naar zijn evenbeeld, de mens schiep Alice

Van 2009 tot 2012 werkt een onderzoeksgroep van de Technische Universiteit Eindhoven aan het project TSR (Teleoperated Service Robot), gesteund met een subsidie van het ministerie van Volksgezondheid. Het resultaat van dat project is het eerste prototype van een zorgrobot, Rose. In 2013 start Rose BV, een samenwerking met onder meer CbusineZ (de participatiemaatschappij van CZ) en zorgorganisaties Thebe uit Breda, ZuidZorg uit Veldhoven en Siza uit Arnhem. Het doel is om in drie tot vijf jaar een robot voor de zorg te ontwikkelen In proeftuinen bij Thebe en Zuidzorg wordt de inzet van de robot in de ouderenzorg en extramurale zorg onderzochtdie, in eerste instantie bestuurd vanuit zorgcentrales maar later door mantelzorgers en de cliënt zelf, ouderen en mensen met een lichamelijke beperking kan ondersteunen bij hun dagelijkse taken en verzorging. Studenten en de vakgroep van de Technische Universiteit Eindhoven werken aan hardware en software van de robot: in totaal worden er drie versies gebouwd. In proeftuinen bij Thebe en Zuidzorg wordt de inzet van de robot in de intramurale ouderenzorg en extramurale zorg onderzocht, en bij Siza wordt de implementatie in de zorg voor mensen met een lichamelijke beperking onderzocht.

Schat aan kennis

Een rondvraag langs experts en betrokkenen bij robot Rose maakt duidelijk dat, hoewel de BV achter Rose stopte in juni, de opgedane kennis waardevol is.

Robot Rose (foto: Rose BV)

“We weten nu al veel scherper op welke gebieden een servicerobot meerwaarde kan bieden aan patiënten en verpleging. In de aankomende twee jaar willen we de behoefte aan robot-zorgtaken nader kwantificeren. We ontwikkelen en testen daarbij eerst verder met tele-operatie en het Rose platform, maar we zullen ook andere robot hardware gaan uitproberen”, zegt Heemskerk. Om een business case voor een zorgrobot te kunnen “De robot zou nachtrondes kunnen lopen over een gang en ingrijpen wanneer er een onveilige situatie is”maken is er een combinatie van use cases nodig, legt hij uit: verschillende scenario’s waarbij een robot toegevoegde waarde biedt. “We hebben tientallen ideeën over welke use cases onderdeel van een business case zouden kunnen worden. Mits je die taken veilig en snel genoeg kan uitvoeren. Dus dat moet je uitproberen bij verschillende patiëntpopulaties, onder verschillende omstandigheden en in verschillende zorgomgevingen. Door de robot in de keuken een pak drinken te laten pakken en inschenken. Of door de robot nachtrondes te laten lopen over een gang en te laten ingrijpen wanneer er een onveilige situatie is.”

“De ideeën zijn er: een deel daarvan kan ik in het laboratorium met mijn beperkte middelen uitproberen. Voor echte testen is de samenwerking met bestaande en nieuwe proeftuinen essentieel. Met tele-operatie – waarbij een operator de robot aanstuurt – kunnen we nu al complexe taken uitvoeren, en gedeeltelijke autonomie is voldoende om een systeem met deeltijd-operators die meerdere robots bedienen economisch interessant te maken. En dan hebben we een basis om geleidelijk verder te ontwikkelen richting volledig autonoom systeem –als we daar al naar toe willen.”

Stofzuigerrobot

Robot Rose bestaat uit verschillende hardware onderdelen, waaronder een platform of basis op wielen, een grijparm, een beeldscherm, een camera, een laserscanner die de ruimte in kaart brengt op twintig centimeter boven de grond zodat de robot in een ruimte kan navigeren en verschillende computers om dat alles aan te sturen. Volgens Heemskerk is een robot als Rose een stuk complexer om te bouwen dan bijvoorbeeld een simpele stofzuigrobot. “Die hoeven absoluut niet slim of sterk te zijn. Voor het soort robot dat wij leveren, die moet handelen in een ongestructureerde en sociale omgeving, is veel meer nodig. Een pak melk of bord met eten oppakken met een robotarm is relatief licht. Maar de robotarm zelf heeft ook gewicht. Om dat te kunnen tillen heb je al een platform nodig dat veel zwaarder is dan zo’n stofzuigerrobot. Dan wordt het ineens ook veel duurder, omdat je vanuit de use case –  een pak sinaasappelsap uit de koelkast halen, naar de kamer brengen op tafel zetten, een glas inschenken en aanreiken – bepaalde technologische keuzes moet maken.”

Bedden wassen en water halen

Rose is een voorbeeld van een servicerobot, een systeem dat in de leefomgeving van mensen een aantal taken kan gaan doen. Servicerobots zijn machines die ‘initiatief’ kunnen nemen en zich moeten kunnen bewegen in een onbekende wereld. Ze moeten kunnen werken met mensen, mensen kunnen begrijpen en een context begrijpen, en andersom moeten mensen hen begrijpen. Het huidige prototype van Rose wordt op afstand bestuurd door een operator. Maar in de toekomst zouden servicerobots ook autonoom – zonder tussenkomst van mensen – kunnen handelen. Daarmee kunnen concrete zorghandelingen door een apparaat worden overgenomen of ondersteund.

Een ander opkomend domein zijn robots die het medisch handelen ondersteunen. Enkele Nederlandse ziekenhuizen en apotheken werken bijvoorbeeld met een medicijnenrobot. Het Erasmus MC kondigde aan dat het ziekenhuis een volledig gerobotiseerde beddenwasstraat officieel in gebruik neemt.

Robots Pepper en Nao (foto: Aldabaran)

Daarnaast zijn er sociale robots, zoals robot Zora of de Japanse robot Pepper. Zora is gebaseerd op het Nao platform, net als Pepper ontwikkeld door de Franse firma Aldebaran. Sociale robots draaien om sociale interactie. Een sociale robot zoals Pepper heeft dan ook een wezenlijk andere functie dan een servicerobot, meent Heemskerk. “De robot zelf kan niets oppakken bijvoorbeeld, of zorginhoudelijke taken uitvoeren.” Daarnaast is Robot Pepper volgens Heemerk relatief goedkoop om aan te schaffen, maar betaal je daarnaast zo’n tweehonderd dollar per maand aan licentie. “De robot is aangesloten op een netwerk en via dat netwerk haalt hij nieuwe kennis binnen.” “In de toekomst gaan we waarschijnlijk steeds vaker mengvormen van robots zien”

“In alle drie de domeinen – sociale robots, medische robots en service- of butlerrobots – zit veel energie”, zegt Professor Luc de Witte. Hij is als lector Technologie in de Zorg verbonden aan Zuyd Hogeschool en is hoogleraar Technologie in de Zorg aan de Universiteit Maastricht. Sinds 2014 is hij directeur van het Expertisecentrum Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT). “In de toekomst gaan we waarschijnlijk steeds vaker mengvormen zien”, legt De Witte uit. Neem bijvoorbeeld GIRAFF, een project vanuit de Europese Unie. “Giraff is een rijdend robotplatform met een beeldscherm dat samenwerkt met een sensornetwerk in een huis. Dat kun je niet heel eenduidig indelen.”

Markt is internationaal

De eerste duizend exemplaren van robot Pepper waren binnen 24 uur uitverkocht in Japan. Maar waarom is het dan zo moeilijk gebleken om een robot als Rose te commercialiseren? Een machine ontwerpen die zelf situaties interpreteert, autonoom opereert en initiatief kan nemen, dat is enorm complex, volgens De Witte. “Het heeft niets met de markt te maken: die is internationaal. Het heeft alles te maken met de stand van techniek. Waarschijnlijk was Rose te vroeg: de techniek is niet ver genoeg om echt toegevoegde waarde te kunnen leveren. En daarnaast is er nog onvoldoende helderheid over wat nou echt nodig is om ertoe te doen.”

Volgens hem moet het eerst duidelijk worden hoe een robot zou kunnen passen in de dagelijkse routine van een zorgprofessional. “Als je werkelijk wilt claimen dat je mensen langer thuishoudt met inzet van een robot, dan moet je onderzoek doen naar wat concrete redenen zijn waarom mensen niet meer zelfstandig thuis kunnen blijven. Dat zit een mismatch: we hebben nog onvoldoende inzicht in wat een robot moet doen om toegevoegde waarde te hebben en gebruikers enthousiast te maken.”

Robot Pepper bij Franse supermarkt Carrefour (foto: Aldabaran)

Maarten Steinbuch, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, doet met zijn onderzoeksgroep onderzoek naar slimme auto’s en robots, onder andere voor de zorg, en was ook betrokken bij Rose BV. “Eigenlijk is de technologie nog niet klaar voor de ambities die we hadden met robot Rose”, verklaart Steinbuch. “Functies als kijken, waarnemen en signaleren hebben we aardig onder de knie, maar robotica is nog niet zo ver als fysieke ondersteuning van mensen: dingen halen, pakken en brengen. Een robot bouwen die dat kan is heel duur, en robot Rose was bedoeld om ervaring op te doen.”

Kortetermijnbelang

De business case voor Rose was volgens Steinbuch nog best lastig, omdat de robot bestuurd wordt door een centrale operator. “Het business model voor een robot gaat werken op het moment dat je menskracht kunt vervangen.” Een ander financieel issue: de samenwerkingsverbanden rondom robots werken te veel met investeerders die een kortetermijnbelang hebben, volgens De Witte. “Zorgpartijen willen morgen iets hebben, maar onderzoek kost tijd.” Dat herkent Steinbuch: “Op een gegeven moment is het research geld op en dan ga je de volgende fase in, maar helaas is er in dit land net te weinig geld om nog meer research te doen. Daarom moest Rose BV een commerciële fase in, en daarvoor was het eigenlijk nog te vroeg.” Maar hoewel het voor een BV te vroeg was, loopt het onderzoek naar de inzet van de zorgrobot de aankomende twee jaar – mede door steun van een Europese subsidie – wel door.

De afzetmarkt voor robots is internationaal, maar er zal pas over vijf tot tien jaar sprake zijn van een markt, aldus Steinbuch. “Je kunt nu niet op internet een robot van een paar duizend euro voor de thuiszorg kopen. Maar dat komt wel. Robots die ons ondersteunen op een flexibele manier, die zijn nu nog niet betaalbaar en beschikbaar.”

Robot Rose (foto: Rose BV)

Hopelijk kan een robot als Rose in de toekomst helpen bij het uitvoeren van kleine huishoudelijke taken, het pakken van spullen of het ondersteunen van oudere mensen bij het aantrekken van steunkousen. Steinbuch: “En eenzaamheid terugdringen door robots in huis te laten rondrijden.”

Erica van de Veerdonk, sociaal gerontoloog en verpleegkundige, startte bij Robot Rose BV met haar promotieonderzoek naar de meerwaarde van robotica in de zorg. “In het participerende onderzoek in de proeftuinen hebben we de immateriële meerwaarde van de robot onderzocht. Wat wil de zorgvrager dat de robot doet? En hoe waardeert de zorgvrager dat? Zorgvragers gaven aan dat ze de robot willen om onafhankelijk te kunnen zijn van de zorgmedewerker. Ook zorgmedewerkers willen ondersteund worden door de robot. Veel zorgmedewerkers zijn wegbezuinigd en de medewerkers die er nog wel zijn staan er vaak alleen voor en hebben te veel werk.” Volgens Van de Veerdonk zijn zorgvragers goed in staat om aan te geven wat de robot voor hen kan doen, zoals was in de machine doen of het dekbed over iemand heen trekken. Van de Veerdonk is inmiddels in dienst bij Heemskerk Innovative Technology als consultant healthcare robotics en coördinator proeftuinen met zorgrobots.

Paro de zeerob

De inzet van Rose in de proeftuinen heeft er wel toe geleid dat er landelijke aandacht en publiciteit voor robotica komt. “Robotica is een prachtige showcase voor wat technologie ons kan bieden”, aldus De Witte. Maar er is nog een hoop werk te verzetten. Hij vergelijkt het technologiestadium met de introductie van mobiele telefonie, waar men ook sceptisch tegenover stond in de begintijd. Volgens De Witte is er genoeg technologie gedreven onderzoek naar robotica, maar zou er meer aandacht kunnen zijn voor de toepassing van techniek.“Tegenover de mobiele telefoon stond men in het begon ook sceptisch”

Eén van de promovendi van De Witte deed onderzoek naar de inzet van een robot voor dementerende ouderen. Daarvoor werd Paro gebruikt, een zeerob die is uitgerust met vijf sensoren, en die reageert op aanrakingen en geluid door staart- en oogbewegingen. Paro is geen vervanging voor zorg, concluderen de onderzoekers, maar een succesvolle implementatie van Paro in dagelijkse intramurale zorg voor ouderen met dementie kan de kwaliteit van zorg en de kwaliteit van leven van de bewoners verhogen. “Aan dit onderzoek naar Paro zijn een aantal studies voorafgegaan. Hoe kun je zo’n robot gebruiken? Hoe zet je onderzoek op en hoe meet je het effect van een robot? Dat onderzoeken we met onze vakgroep, en dat is nieuw terrein”, zegt De Witte.

Care-O-bot® (via www.care-o-bot-4.de), een research project van het Duitse Fraunhofer Instituut, moet in de toekomst ouderen ondersteunen die nog thuis wonen

We gaan robots nodig hebben

In het onderzoek met Paro merkte De Witte een ‘enorm enthousiasme onder zorgprofessionals die ermee werken’. Steinbuch heeft het gevoel dat zorginstellingen en zorgprofessionals met gezonde interesse en de nodige scepsis naar robottechnologie kijken. “Het dilemma van deze tijd is dat er een hoop mensen werkloos zijn, en dan komen techneuten vertellen dat robots ons werk overnemen. Wij weten: over tien jaar is er zo veel vergrijzing dat we die robots keihard nodig gaan hebben. Maar op dit moment voelt het in het veld als bedreiging. Dat heeft te maken met de tijdsgeest en de huidige ontslagen”, aldus Steinbuch.“Over tien jaar is er zo veel vergrijzing dat we die robots keihard nodig gaan hebben”

Er zijn meer redenen te noemen waarom we angstig zijn voor ‘ijzeren handen aan het bed’. “Naast het feit dat zorgprofessionals bang zijn om hun werk kwijt te raken, hebben we ook een ambivalente houding ten opzichte van robots. Aan de ene kant willen we niets liever dan dingen bouwen die slimmer zijn dan wij of die ons evenaren, maar tegelijkertijd zijn we daar heel erg bang voor. De ambivalentie speelt hier ook een rol. Als mensen meer vertrouwt raken met technologie, verdwijnt dat op den duur, denk ik”, aldus De Witte.

De perceptie dat robots eng zijn is ook aan het veranderen, aldus Steinbuch. “Dat zie je in de documentaires zoals Ik ben Alice. Robotisering komt gewoon, en ik denk dat mensen ook op den duur zullen zien wat het toevoegt.”

Galerij

Grote denkers doen dromen

  • De dromer

dromer.jpeg

Er was eens een man die van heel veel dingen droomde. Hij dacht bijvoorbeeld: “Het moet toch mogelijk zijn om tienduizend kilometer ver te zien.” Hij dacht: “Het moet toch mogelijk zijn om op je eigen hoofd te staan.” Of hij dacht: “Het moet toch mogelijk zijn om zonder angst te leven.” Hij dacht: “Het moet toch mogelijk zijn om achter de sterren te kijken.”

De mensen zeiden tegen hem: “Dat kan toch allemaal niet, je bent een dromer!” “Open je ogen en accepteer de realiteit! Je hebt gewoon te maken met de wetten van de natuur, die kunnen niet worden veranderd!”

Maar de man zei: “Ik weet het niet… Het moet toch mogelijk zijn om onder water te ademen. En het moet toch mogelijk zijn iedereen te eten te geven. Het moet toch mogelijk zijn dat iedereen datgene leert wat hij wil weten. Het moet toch mogelijk zijn om in je eigen buik te kijken.”

Maar de mensen zeiden: “Verman je! Dat zal nooit bestaan. Je kunt niet zomaar zeggen “Ik wil” en daarom moet het gebeuren. De wereld is zoals ze is – en daarmee basta!”

Toen kwam de uitvinding van de televisie, röntgenstralen en de duikflessen en kon de mens ineens tienduizend kilometer ver kijken en tegelijkertijd in zijn eigen buik en ook ademen onder water was geen probleem meer. Maar niemand zei tegen hem: “Nou, je had toch gelijk.” Ook niet toen er een telescoop werd uitgevonden waarmee zelfs het ontstaan van het heelal kon worden waargenomen.

Maar de man dacht bij zichzelf: “Zie je wel. Misschien zal het ooit zelfs mogelijk zijn dat de mensen met elkaar kunnen leven zonder oorlogen.”