Op dezelfde bladzijde komen

  • Recensie van Transformatie – deel 1

transformatie

Sinds een paar jaar ligt het op menig bureau en keukentafel. Ook bij mij. Het boek ‘Transformatie”. Heb jij het al gelezen? Ik zit er – zoals menigeen – nog middenin. Heb zojuist het eerste deel uit. De afdronk daarvan: het lijkt er op dat het schrijverscollectief de proloog en de epiloog met elkaar verward heeft.

De rode draad in het verhaal is duidelijk: het streven naar een “participatiesamenleving” waar plaats is voor iedereen. Jong en oud, ziek en gezond. Maar ook een samenleving waarin iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, ieder naar eigen vermogen. De mens weer in zijn eigen kracht zetten, dat is de basisgedachte achter de enorme veranderingen binnen het sociale domein.

Dit motto van het mammoetproject dat Transformatie beoogt, wordt in de proloog – die leest als een trein (en achteraf gezien als epiloog) – met krachtige zinnen neergezet. Een schets van een bewonderenswaardig ambitieuze Transformatie volgt. Met Overheid niet langer in de rol van almachtige regisseur, maar in de rol van terreinknecht. Een overheid die het heeft aangedurfd om het magnum opus van ‘eigen kracht ’ tot denken en doen voor de grote massa te bewerken. Die de daarvoor gevraagde kunst van het vasthoudend loslaten ook voor zichtzelf betracht.

Bij lezing van de volgende hoofdstukken echter lijkt de proloog vooral iets te vertellen over dat wat zich ná afloop van het verhaal nog moet afspelen. Niet dat ik vies ben van ‘omdenken’; Integendeel. Echter, wie na het spetterend begin verwacht dat de rode draad van het verhaal een vindtocht wordt van fundamentele systeeminnovatie, komt bedrogen uit. Alle personages en betrokkenen zetten de schouders eronder. Dat wel. Maar de ultieme inzet van teveel personages lijkt toch vooral behoudzucht.

De oorzaak? De verschillende karakters blijven teveel en te lang op hun eigen bladzijde van het eigen verhaal zitten. Het sterkst geldt dit voor Systeem en Blauwdruk. Met een welhaast mathematische opstelling en aanpak gooien zij stelselmatig alles door elkaar of in duigen. Het effect daarvan is dat Transformatie zich in de vreemdste bochten moet wringen. In de knel komt ook. Wel weten de schrijvers daarmee de uitermate complexe structuur van de context te duiden waarbinnen Transformatie – ook wel ‘omvorming’ genoemd – zich moet manifesteren.

Transformatie mobiliseert alles en iedereen. Enthousiasmeert en inspireert ieder tot de wissel van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Om over te stappen van het productiegerichte paradigma van ontzorgen naar het paradigma van talentontwikkeling. Dit vraagt nieuwe manieren van denken en organiseren. Maar waar denken tot doen moet komen blijkt Transformatie nog vaak omgeven door wolven in schaapskleren.

Natuurlijk, Micro (cliënt, groep, gezin, burgers/inwoners) Meso (buurt, werk, instelling) en Macro (samenleving, politiek, economie, waarden) omarmen het nieuw paradigma. Zijn op zoek naar mogelijkheden om talenten van mensen in/en hun omgeving de ruimte te bieden. Die bedoeling lijkt en dreigt echter in de grijze cellen van in beton gegoten Systeem en Blauwdruk vast te lopen. Ondanks het feit dat zij overuren maken om hun verschillende perspectieven aan elkaar te linken.

Hierbij is het onvermijdelijk dat de ene verhaallijn meer aangrijpt dan de andere. Waar Systeem en Blauwdruk een meer afstandelijker en klinische aanpak representeren en uitdragen, staan Micro en Meso voor een meer op de menselijke maat toegesneden uitvoering. Macro hopt daartussen een beetje heen en weer. Met goedbedoelde pogingen om gang te bewerkstelligen frustreert Macro echter bij voortduring het streven dat Micro en Meso proberen te bewerkstellingen. De boodschap van Macro is dubbelhartig: talentontwikkeling is prima, als wij het maar kunnen beheersen. Wat, gezien de belangen van Systeem en Blauwdruk, feilloos in hun straatje past.

Later in het eerste deel komt – steeds vaker – een belangrijke vriend van Transformatie in beeld: Maatwerk. De veelbelovende verwachtingen van Maatwerk worden echter meestentijds overschaduwd, gehinderd of teniet gedaan door Systeem en Blauwdruk. Die alles komt uitermate sterk uit de verf. Maar de door Transformatie beoogde en verwachte beweging tot vervlechting blijft – in ieder geval in dit deel van het verhaal – nog (te) incidenteel. Ademt bij het denken en doen van alle overige karakters nog teveel: Veranderen? Dat is er voor anderen!

Vooral Macro, Systeem en Blauwdruk wisselen (tot ontsteltenis van Micro, Meso en Maatwerk) te vaak van kleur. Zij blijken grote moeite te hebben met dat wat Transformatie van hen vraagt. Dit is van grote betekenis voor het verloop van het verhaal. Ondanks het feit dat de schrijvers gezamenlijk toch lijken te willen suggereren dat de verschillende karakters allemaal hetzelfde doel hebben. Uiteindelijk echter ervaart Transformatie – net als de lezer – toch teveel last houdt van soms zelfs lachwekkende karakters die met verschillende rollen en gezichten lippendienst bewijzen aan de vindtocht, terwijl men haar in feite verwerpt.

De stilistische verschillen tussen Systeem en Blauwdruk en Maatwerk zijn in de verschillende verhaallijnen zowel zichtbaar als voelbaar. Net zoals de somtijds wispelturige verhoudingen van Micro en Meso met Transformatie. Dat zorgt zowel voor variatie en afwisseling als voor irritatie en frustratie.

Desondanks blijft de grote gemene deler – gelukkig – het indrukwekkende ensemblestreven van Transformatie. Dat geeft Transformatie ook een onmiskenbare en overdonderende kracht. Iets zegt bij voortduring dat Transformatie de moed niet moet opgeven en dat de gezamenlijke inspanningen met Maatwerk zeker worden beloond. Een vasthoudendheid die de belofte en ruimte voor nieuwe richting in het volgende deel levend houdt.

Samenvattend: “Transformatie” laat je – na lezing van het eerste deel – met gemengde gevoelens achter. Het ontzag dat je voor de imposante Transformatie hebt, vraagt voor een goed vervolg echter meer. Het is te hopen dat Macro in het vervolg Micro, Meso en Maatwerk minder zal overschreeuwen. Dat de valse pretenties van Systeem en Blauwdruk en hun obscure en abstracte verschijningsvormen zich laten omvormen tot steunende krachten voor de echte beweging.

Ondanks dat kijk ik reikhalzend uit naar het volgende deel van Transformatie. Enerzijds, omdat ik mij realiseer dat het lastige van een paradigma-shift is, dat je haar niet kunt afkondigen. De chaos- en complexiteitstheorie die het verhaal nu nog kleurt biedt ook interessante invalshoeken voor het vervolg. Zeker, als het Transformatie lukt om – samen met Maatwerk – de andere karakters op dezelfde pagina te krijgen! Dan wordt de carrièremodus van Transformatie een verhaal dat er toe doet. Wordt het kwaadaardig en veelkoppig monster Verkokering vernietigt. Vervolgens is het aan ons om in verschillende levels, het spel verder te spelen.

Wie dus nu al met z’n ogen rolt: blijf er nog even bij. In de praktijk is Transformatie wel degelijk interessant. Net als in deel 1 zal het vervolg van Transformatie in verschillende uitdagingen, leuke toevoegingen en een frisse wind voorzien. Onder het motto ‘beter laat dan nooit’ kijk ik daarom met frisse blik en dwarse moed uit naar het vervolg.

Fucking sokken

fucking sokken

Korte film over thuiskomst na opname in de psychiatrie

https://vimeo.com/142130920

Fucking sokken is een filmische bewerking van het gelijknamige verhaal van Dennis Gaens, een Nijmeegse schrijver en oud-stadsdichter. Het scenario en de regie zijn in handen van Nena Tijsma, regisseur en producent bij haar eigen bedrijf NNfilm. Om de meest essentiële productiekosten van de film te kunnen financieren, zijn de makers op 15 oktober j.l. een crowdfundingsactie gestart.

Het verhaal
Fucking sokken vertelt het verhaal van Dani’s zoektocht naar zichzelf, maar behandelt ook de algemene betekenis van jezelf kwijtraken en terugvinden. De film speelt op de dag dat zij thuiskomt na een langdurige opname in een psychiatrische instelling. Ze keert terug naar haar ouderlijk huis waar haar moeder een welkom-thuisfeestje voor haar georganiseerd heeft. Hier zit Dani echter niet op te wachten. Centraal in de film staat de vraag ‘hoe keer je terug als je eigenlijk nooit weg bent geweest?’

Doel van de film
De makers willen dat de film meer dan alleen gezien wordt. Daarom wordt de film aangeboden aan psychiatrische instellingen, om na vertoning te dienen als gespreksopener voor mensen met een psychische aandoening en hun naasten. Naar aanleiding van Fucking sokken gaan zij met elkaar in discussie over de verwachtingen die leven rond het moment van thuiskomst en over hoe de psychische stoornis door beide partijen beleefd wordt.

Samenwerking en financiering
Naast crowdfunding zijn de makers opzoek naar partners die willen helpen en bijdragen aan het project. Sinds de crowdfundingsactie online is gegaan zijn de makers door verschillende mensen benaderd. Zij identificeren zich met het verhaal en willen dat de thema’s uit de taboesfeer komen. Snoek Beenmode sponsort het project met sokken om weg te geven als tegenprestatie tijdens de crowdfunding. Daarnaast heeft LUX interesse getoond in het organiseren van een debat na voltooiing en vertoning van de film. Fucking sokken zal tevens in première gaan bij LUX.

Wil je het project steunen? Kijk dan op http://www.fuckingsokken.nl of op http://www.voordekunst.nl

Terug naar huis

Terugnaarhuis_gr

De kritische documentaire ‘Terug naar huis’ geeft een inkijk in een nieuwe vorm van zorg aan jongeren met een psychische stoornis, vanuit de visie dat zij beter thuis behandeling kunnen krijgen.

Tanja is 16 jaar en tijdens een crisis opgenomen bij centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie De Jutters. Na negen maanden gaat ze terug naar huis, alhoewel ze niet is uitbehandeld. De spanningen in het gezin lopen enorm op: Tanja’s ouders willen haar graag helpen, maar het valt ze zwaar. Als Tanja vertelt dat ze weer stemmen in haar hoofd hoort, zijn haar ouders de wanhoop nabij.

U kunt ‘Terug naar huis’ zien op maandag 2 november om 20.30 uur op NPO 2.

Clip van de documentaire over jongeren met ernstige psychische problemen. Eén op de vijf jongeren van 13 tot en met 17 jaar ervaart ernstige psychische problemen.

Ongeveer elf procent van de jongeren heeft professionele hulp nodig. Tanja is 16 jaar is tijdens een crisis opgenomen bij Centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie De Jutters. Na negen maanden gaat ze terug naar huis, alhoewel ze niet is uitbehandeld. Volgens huidige inzichten is behandeling thuis het beste voor jongeren met een psychische stoornis. Als Tanja weer thuis woont, lopen de spanningen in het gezin enorm op.

Regie: Marlou van den Berge © Paul de Bont Producties

De zonnebloem en de mus

zonnebloem

Tussen een oude houten kast en de roestige trommel van een wasmachine groeide een kleine zonnebloem. Ze was omringd door rommel en verval. In de wijde omtrek was ze de enige bloem. Waarom de zonnebloem uitgerekend daar groeide, wist niemand.

De bloem was vaak bedroefd en ’s nachts droomde ze van weelderige weiden, van velden met kleurrijke bloemen waar de vlinders om haar heen vlogen.

Op een dag streek een verfomfaaide kleine mus voor haar neer en staarde haar met open bek aan.

“Wat ben je mooi,” tsjilpte hij. “Echt prachtig.”

“Nee, dat ben ik niet,” antwoordde de zonnebloem verdrietig. “Je zou mijn zusters eens moeten zien. Die zijn tien keer groter dan ik. Ik ben klein en lelijk.”

“Voor mij ben je de mooiste van allemaal,” piepte de mus en vloog weg.

De vogel kwam vanaf die dag iedere dag op bezoek bij de zonnebloem. En iedere dag werd de zonnebloem een beetje groter en iedere dag werd haar bloem een beetje fleuriger. Ze werden vrienden.

Maar op een dag kwam de mus niet. En ook de volgende dag, en de dag daarna niet. De zonnebloem maakte zich grote zorgen. Op een ochtend zag ze toen ze wakker werd de mus met gestrekte vleugels voor haar liggen. Dat was een grote schok voor haar. “Ben je dood, mijn kleine vriend? Wat is er gebeurd?”

Langzaam deed de vogel zijn ogen open. “De laatste paar dagen heb ik niets te eten gevonden op de vuilnisbelt. Nu heb ik helemaal geen kracht meer. Ik ben naar jou toe gevlogen zodat ik dicht bij jou kan sterven.”

“Nee. Nee!” riep de zonnebloem. ”Wacht. Wacht even!” Ze boog haar zware bloemenhoofd naar hem over en er vielen een paar zonnebloempitten op de grond. “Raap die op, mijn kleine vriend. Ze zullen je nieuwe kracht geven.” De mus brak met zijn laatste restje energie een paar van de pitten open en bleef uitgeput, bewegingloos liggen.

Maar een dag later voelde hij zich al sterker. Hij wilde naar de zonnebloem gaan en haar bedanken, maar hij schrok hevig toen hij haar zag. Haar gele bloemblaadjes waren allemaal slap en haar bladen hingen levenloos omlaag. “Wat is er met jou aan de hand, zonnebloem?” tsjilpte hij in zijn ontsteltenis.

“Maak je over mij geen zorgen,” zei de zonnebloem zwakjes. “Mijn tijd zit erop. Weet je, ik heb altijd gedacht dat mijn bestaan hier op de vuilnisbelt zinloos was. Maar nu weet ik dat alles een doel heeft, ook al begrijpen we het niet altijd. Zonder jou zou ik mijn wil om te leven hebben verloren en zonder mij zou jij jouw leven verloren hebben. En kijk, er liggen nog steeds een heleboel zonnebloempitten op de grond. Laat er een paar liggen en misschien zullen hier op een dag een heleboel zonnebloemen groeien en zullen er een heleboel verfomfaaide mussen als vlinders omheen vliegen.”

Het piept en het kraakt

  • en dat is maar goed ook

villa volta.jpeg

De overgang van de jeugdhulp naar de gemeente is bijna een jaar een feit. Tijd voor een pas op de plaats vond K2, het Brabant Kenniscentrum Jeugd.

Onder het motto ‘het gesprek doet er toe’ nodigde zij teamleiders en beleidsmakers van lokale sociale wijkteams, CJG’s en BJG’s uit om met elkaar in gesprek te gaan. Om te reflecteren, elkaar te bevragen en gewenste feedback te geven. Met het doel elkaar te inspireren voor de volgende stappen als regisseur op het Brabantse jeugdtransformatie pad! De conclusie: Het piept en kraakt aan alle kanten. En dat is maar goed ook.

Keynota als dagvoorzitter van Meet&Greet rond de stand van zaken in de transitie van de zorg voor jeugd – ervaringen van een teamleider gebiedsteams.

Met “Villa Volta” (De Efteling) als metafoor voor de stand van zaken binnen de decentralisaties en de daaraan verbonden transformatie (omvormings-)operatie nam Peter Paul de deelnemers mee op de ervaringsreis.

In Villa Volta beweegt alles. Geen muur, deur of raam lijkt op zijn plaats te blijven. Dat creëert een gevoel van beweging. Maar ook desoriëntatie. Omdat elk houvast in de omgeving verloren lijkt (te gaan).  Het kost de bezoeker al moeite genoeg zelf overreind te blijven. Laat staan open oog en oor te hebben voor dat wat voor, achter, onder, naast of boven je gebeurt. En dan de focus vasthouden. Ziedaar de turbelente werkelijkheid van alledag.

Datum 27 oktober 2015

Hall of Fame | Tilburg

Georganiseerd door K2 – Den Bosch

Paardenvoer

stableboy

De moella, een prediker kwam in een zaal om er te spreken. De zaal was leeg, er zat alleen een jonge stalknecht op de eerste rij. De moella overlegde bij zichzelf: “Moet ik nu spreken of het liever maar laten?” Tenslotte vroeg hij de stalknecht: “Er is niemand behalve jij, wat denk je, moet ik spreken of niet?”

De stalknecht zei: “Mijnheer, ik ben een eenvoudig mens, wat moet ik er over zeggen. Maar als ik in een stal kom en zie dat alle paarden zijn weggelopen, maar één is nog gebleven, dan zal ik hem wel voer geven.

De moella nam zich dat ter harte en begon met zijn preek. Hij sprak twee uur lang.

Daarna voelde hij zich opgelucht en gelukkig en wilde door de toehoorder bevestigd zien, of zijn preek goed was. Hij vroeg: “Hoe beviel mijn preek je?”

De stalknecht antwoordde: “Ik heb al gezegd dat ik een eenvoudige man ben en dat ik er niet veel over weet te zeggen. Maar als ik in een stal kom en zie dat alle paarden behalve één zijn weggelopen, zal ik dat paard toch voer geven. Ik zou hem echter niet het hele voer geven dat voor alle paarden bestemd was.”

De kracht van het sociale wijkteam

  • Het leven begint waar de comfortzone eindigt

sociale wijkteam

Keynote-lezing als dagvoorzitter van het 1ste Congres “De kracht van het sociale wijkteam” 17 december 2013 | Aristo Amsterdam | http://www.wijkteamcongres.nl

Het congres De Kracht van het sociale wijkteam op 17 december in Aristo Amsterdam bood een plenair programma met bekende namen zoals Peter Paul Doodkorte, Jeanet Zonneveld, Ard Sprinkhuizen en Lies Korevaar. Daarnaast waren er verschillende deelsessies die het voor de deelnemers mogelijk maakten om het programma naar eigen wens en behoefte aan te passen!

Bij de deelsessies bestond er keuze uit de volgende titels:

  1. Sociale wijkteams in Leeuwarden: het concept, de praktijk en de doorontwikkeling
  2. Sociale wijkteams – regievoerder of extra bureaucratische schil?
  3. Eigen kracht op tien hoog achter: het werken in een sociaal wijkteam in Utrecht
  4. Waarom zouden wijkteams beter en goedkoper zijn?
  5. De effecten van sociale wijkteams: monitoring en resultaten
  6. Op zoek naar dé generalist: over competenties en ontwikkelingspotentieel

17 december 2013 | Aristo Amsterdam | http://www.wijkteamcongres.nl