De Koningen en hun Koning

koning koningen

Wie kent niet de hunkering naar veiligheid en geborgenheid of het hevige verlangen naar respect en aanzien. De volgende parabel vertelt wat er gebeurt wanneer aan deze verlangens wordt toegegeven. Het laat zien hoe zo valse koningen aan de macht komen en verschaft tegelijkertijd een inzicht in de aard van ware koningen en waar koningschap.

De parabel van de Koningen en hun Koning vertelt ons dat elke mens, van de boom van een kerel tot het kleine muurbloempje, het in zich heeft een ware koning te worden.

De Koningen en hun Koning
Eens, lang, lang geleden, gingen de bomen op zoek naar een koning. Ze zeiden tegen de olijfboom: “Wees toch koning over ons!” Maar de olijfboom antwoordde: “Ik geef goede olierijke vruchten, die warmen en verzadigen. Waarom zou ik dat opgeven om boven de bomen te gaan zweven?”

Toen zeiden de bomen tegen de vijgeboom: “Wees toch koning over ons!” Maar de vijgeboom antwoordde: “Ik geef goede zoete vruchten, die voeden en verzachten. Waarom zou ik dat opgeven om boven de bomen te gaan zweven?”

Daarop zeiden de bomen tegen de wijnstok: “Wees toch koning over ons!” Maar de wijnstok antwoordde: “Ik geef goede sappige vruchten, die verfrissen en vrolijk maken. Waarom zou ik dat opgeven om boven de bomen te gaan zweven?”

Drie keer hadden de bomen hetzelfde antwoord gekregen maar onverstoord zetten ze hun zoektocht voort. Zo kwam het dat ze tegen de doornstruik zeiden: “Wees toch koning over ons!”

En de doornstruik antwoordde: “Als jullie mij echt tot koning willen uitroepen, kom dan en schuil in mijn schaduw. Maar zo niet, dan zal er vuur van de doornstruik uitgaan dat zelfs de oudste en machtigste onder u zal verteren.”

De machtige ceders en alle andere bomen beefden van de schrik en spoedden zich naar de schaduw van de doornstruik beneden hen. Ze kromden hun ruggen en lieten hun takken hangen en voelden zich veilig in hun nieuwe schuilplaats. Maar in de koelte van de schaduw wilden hun vruchten niet rijpen en hun takken en gebladerte konden niet naar de duisternis van zijn schaduw toegroeien. De ruggen van de bomen kraakten en sommige braken maar dat deerde de doornstruik niet.

Voorzichtig, zonder de schaduw van de doornstruik te verlaten, reikten de bomen met een paar takken en wat blaadjes omhoog naar het licht.

De doornstruik spuwde onmiddellijk vuur. Zijn koortsachtige vlammen kropen over de grond en likten aan de basten van de bomen. Om van het vuur weg te komen, rechtten de bomen hun gekromde ruggen en verlieten zo de schaduw van de doornstruik terwijl hun dikke, weerbarstige stammen hen beschermde tegen zijn vuur.

De doornstruik keek omhoog naar de bomen. Rechtop, trots en fier en bevrijd van hun angsten en onderdanigheid stonden de bomen te baden in het licht. In de warmte van het licht waren ze thuis en hun goede vruchten begonnen opnieuw te groeien en te rijpen.

De doornstruik miste hun nabijheid. Hij miste hen zo erg dat hij zijn verlangen naar macht en aanzien vergat en alleen nog maar kon huilen. Niet langer verteerd door zijn spuwende vlammen en beschermd door zijn stekelige doornen vormden zich in de doornstruik kleine, tere rozenknopjes. Begoten met zijn tranen groeiden de knopjes uit tot heerlijk geurende rozen, vol schoonheid en liefde, die vervolgens rijpten in rozenbottels. Dat zijn goede vruchten die beschermen en versterken. En zo werd ook de doornstruik, die altijd toch al zo graag koning had willen zijn, een ware koning.

Want een ware koning dient terwijl de valse koning beveelt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s