De Bosschool

Een parabel over Passend Onderwijs

bosschool

Op een dag besluiten de dieren dat er iets groots ondernomen moet worden om de problemen van de nieuwe tijd het hoofd te bieden. Zij stichten een school, de Bosschool. Ze benoemen een bestuur dat bestaat uit een beer, een das en een bever. Dit bestuur kiest een stekelvarken tot onderwijzer.

Het lesprogramma bestaat uit rennen, klimmen, zwemmen en vliegen. Om de organisatie van de school te vergemakkelijken, moeten alle dieren aan alle onderdelen meedoen.

De eend is een prima zwemmer, beter dan de meesten, maar hij krijgt slechte cijfers voor hardlopen. Omdat het rennen niet vooruit gaat, moet hij om vier uur nablijven. Hij mag ook niet meer zo vaak mee met zwemmen, omdat het hardlopen moet worden geoefend. Dat gaat zo door tot zijn zwemvliezen pijn doen en hij ook een middelmatige zwemmer is.

De eekhoorn is goed in klimmen, hij heeft echter grote moeilijkheden bij de vlieglessen. Hij kan wel heel snel van de boomtop naar beneden komen. Hij moet echter leren van beneden naar boven te vliegen. Hij krijgt zoveel extra vlieglessen dat hij ook lage cijfers krijgt voor klimmen en rennen.

De arend is een zorgenkind. Het schoolbestuur vindt dat hij hard moet worden aangepakt. Bij de klimles is hij steeds als eerste boven, maar hij blijft vasthouden aan zijn manier om er te komen.

De haas begint als beste bij het hardlopen, maar zijn cijfers gaan achteruit vanwege de vele extra zwemlessen.

Aan het eind van het jaar is het de onopvallende paling die de klasseprijs krijgt. Hij kan aardig zwemmen, een beetje hollen en klimmen en een beetje vliegen. Hij haalt het hoogste gemiddelde cijfer.
De ouders van de prairiehonden sturen hun kinderen niet naar de Bosschool. Ze willen het schoolgeld niet betalen, omdat het vak ‘kuilen graven’ niet op het programma staat. Ze beginnen een eigen school. Later voegen de marmotten zich erbij.

De Bosschool wordt gesloten tot heil van alle bosbewoners.

Wat kunnen we leren van deze fabel?
In elk geval dit: de dierenschool als uitvloeisel van de eisen van de dierenmaatschappij houdt onvoldoende rekening met de mogelijkheden van de verschillende dieren. Men richt zich op wat minder goed gaat. Het ‘tekort staat centraal. Eenvoudig en misschien wat gechargeerd gezegd: het onderwijs slaagt er niet in leerlingen in hun kracht te zetten. De nadruk ligt op de problemen van de leerlingen: wat ze niet in huis hebben, wat ze niet goed doen. De middelmatige paling is gemiddeld genomen de beste. Hij kan alles een beetje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s