Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander maar

• Echte wederkerigheid laat zich niet dwingen en bestaat bij de gratie van gelijkwaardigheid

vlooiende apen

De identiteit en het zelfbeeld van mensen in onze maatschappij is behoorlijk veranderd. Ik zie naast positieve normen en waarden ook negatieve binnensluipen. Egoïsme is verheerlijkt, hebzucht aangewakkerd, en angsten aangepraat. Ik zie ook dat er veel mensen ervan overtuigd zijn dat falen en succes volledig aan jezelf te danken is. Dus, waarom zou je een ander nog helpen?

Begin 21ste eeuw vinden we het welhaast abnormaal. Altruïsme. Dingen doen voor anderen om ons goed of beter te voelen. Dat is zowel jammer als onterecht. Altruïsme is namelijk onderdeel van ons DNA. Vreemd? Integendeel. Door voor anderen te leven, leeft de goede mens op de beste wijze voor zichzelf. Alle waarachtig altruïsme is gezuiverd egoïsme. Want de achterliggende gedachte was natuurlijk dezelfde: morgen kan jij die ander zijn die afhankelijk is van de een. Dus, eigenlijk is altruïsme als het bekende: wat gij niet wilt dat u geschiedt…

Altruïsme lijkt op de traditionele gastvrijheid van de Grieken uit de oudheid. Daar was het praatje – om die gastvrijheid te bevorderen – dat iedere vreemdeling een god kon zijn. Dus: onthaal hem gastvrij.

Het is evident dat er altruïstische neigingen in mensen zitten ingebakken. Net zo goed als egoïstische neigingen. Dat mensen zichzelf helpen om niet aan hun egoïsme toe te geven maar altruïstisch te handelen, zoals in dat verhaaltje over de gastvrijheid van de Grieken, betekent niet dat ze “alleen maar” egoïstisch zijn. Het bewijst dat ze hun best doen om altruïstisch te zijn en niet egoïstisch. Bovendien: wat is er mis met altruïsme als welbegrepen eigenbelang? Behalve dan dat je je er niet over op de borst kunt kloppen?

In rap tempo wordt de welvaartsstaat afgebouwd, neemt de sociale mobiliteit af, wordt er geknabbeld aan de rechtsstaat en valt de een na andere zekerheid weg. Met keer op keer als belangrijkste legitimering het argument dat de sociale staat te veel geld kost. Of is dit beeld waanzinnig onbesuisd? Het gaat ons immers goed!? En als het echt nodig is, als het moment daar is, dan staan mensen er toch? Voor elkaar….

Zien lijden, doet lijden. Dat weten we allang. Eigenlijk is dat een uitdrukking van empathie!: een emotionele reactie op het leed van anderen. Deze respons kan leiden tot compassie en altruïsme: het begrijpen van andermans misère en de wil om dat weg te nemen.

Altruïsme is een keuze en kan actief gecultiveerd worden. Omdat wij mensen roedeldieren zijn. We kunnen niet zonder elkaar. Iets voor elkaar overhebben is daarom geen schande. Ik zeg niet dat het moet, maar het kan wel.

We hebben in Nederland een solidair zorgstelsel waar we trots op mogen zijn. Het stelsel is vóór en ván iedereen.
Die solidariteit gaat niet vanzelf, maar vraagt om wederkerigheid: altruïsme, gebaseerd op egoïsme. Solidariteit op die basis, ‘werkt’ en maakt het stelsel houdbaar. Het maakt van onze samenleving een aangename plek.

Als je een ander helpt, geeft dat een goed gevoel. Sommige mensen zeggen daarom dat het helpen van anderen gedaan wordt vanuit egoïstische motieven. Maar dat een actie positieve consequenties voor jezelf heeft, wil nog niet zeggen dat er geen altruïstische motieven aan ten grondslag kunnen liggen. Integendeel.

Juist het patroon van geven en ontvangen is de verbindende kracht van wederkerigheid. Wederkerigheid in sociale relaties kan een ‘beschermende factor’ zijn die positief bijdraagt aan de balans tussen draaglast en draagkracht. Maar wat is nou precies wederkerigheid? Wat is de betekenis ervan in het kader van de Wmo en de participatiesamenleving?

Wederkerigheid is de wederzijdse uitwisseling van (materiële of niet-materiële) steun. In wederkerige relaties wisselen generositeit en eigenbelang voortdurend stuivertje. Mensen worden individueel beter van wederkerigheid, maar ook de gemeenschap is ermee gediend. De paradox in ons goed georganiseerde zorgstelsel is dat juist die goede organisatie de ontwikkeling van zorgzame wederkerigheid in de weg kan zitten. Ik pleit er daarom voor de samenleving zodanig in te richten dat vormen van wederzijdse afhankelijkheid – zowel tussen burgers onderling als tussen burgers en overheid – productief gemaakt kunnen worden. Vooral ook in meer open, lossere samenlevingsverbanden waarin mensen lossere of tijdelijke relaties aangaan. Om dat te laten ontstaan zijn kleinschaligheid, directe lijnen en het verminderen van bureaucratie belangrijke voorwaarden. Op individueel niveau kun je hieraan ‘aanspreekbaarheid’ toevoegen: van ‘hulp durven vragen’ of ‘hulp durven aanbieden’ tot ‘hulp
durven aannemen.’

Hoe je dit snel en goed op gang kunt brengen? Stel eens een heel eenvoudige vraag aan de eerste de beste mens in jouw omgeving: “Kun jij mij helpen?”

Het mededogen dat u daarmee bij de ander zal een fantastische drijfveer blijken voor de ander om zich voor jou in te zetten. Opmerkelijk genoeg zijn wij echter verleerd juist die vraag te (durven) stellen. Als wij daarbij durven erkennen dat actief burgerschap niet het alleenrecht is van mensen die over veel sociaal kapitaal beschikken zullen wij juist ook bij mensen die sociaal kwetsbaar zijn en minder beschikken over kennis, netwerken of andere hulpbronnen goud kunnen delven. In de kern komt het erop neer dat wij samen ‘oefenplaatsen’ voor wederkerigheid verkennen, ontsluiten en ontwikkelen. Soms heel nadrukkelijk, dan weer haast terloops. Met als resultaat dat de geholpene op een gegeven moment zelf ook helper wordt.

En nee, wederkerigheid is geen panacee. Een kritische houding blijft gerechtvaardigd. Laat wederkerigheid bijvoorbeeld niet verzanden in een voor-wat-hoort-wat houding. Echte wederkerigheid laat zich niet dwingen en bestaat bij de gratie van gelijkwaardigheid.

Advertenties

2 Replies to “Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander maar”

  1. Een goed stukje Peter. Je weet het goed te verwoorden. Het is waar dat wederkerigheid zich niet laat dwingen. Maar in sommige gemeenschappen, lees; culturen, manifesteert de “dwang”op een andere wijze. Omdat de ander wat voor je gedaan heeft is het vanzelfsprekend dat je wat ervoor terug doet. En dit kan voor enkele personen erg beklemmend overkomen als zijnde een dwang: ik moet.
    Maar je moet eerst ervaren wat en hoe je het hebt ontvangen en wat voor je het betekent dan is het normaal dat je wat terug doet. Dan is de wederkerigheid vanzelfsprekend.

  2. Wederkerigheid is iets waar je mee om moet kunnen gaan inderdaad. Je geeft en je neemt, maar dat gaat niet een op een. Je moet dus in staat zijn te kunnen geven zonder er iets voor terug te ontvangen van die betreffende persoon; je hebt een goed gevoel door iemand van dienst te zijn geweest. Omgekeerd moet je dus ook in staat zijn te ontvangen zonder daar iets voor terug te hoeven doen. Het gaat er niet om ‘iets terug te moeten doen’ het gaat er om dat je je dankbaarheid uit aan degene die je heeft geholpen.
    Als het goed is ontstaat er als vanzelf een balans tussen wat je geeft en wat je ontvangt. Die balans zit meestal niet in het materiële, maar juist in jezelf.
    Dat maakt dat mensen die juist op het materiële gefocust zijn moeite hebben met wederkerigheid. En draait niet heel veel in deze tijd om materiële zaken?
    Hoe maakbaar de samenleving is zal blijken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s