Hungry hearts – overbezorgde moeder

Moederliefde, opgebouwd uit toewijding en uit egoïsme

De ontmoeting tussen de Amerikaan Jude en de Italiaanse Mina verloopt hoogst merkwaardig, maar het gevolg is liefde op het eerste gezicht, een huwelijk en een baby. Die liefde komt ernstig onder druk te staan als Mina zich ontpopt als overbezorgde moeder. Meer en meer raakt ze geobsedeerd door de wens haar zoontje tegen alles te beschermen; ze weigert regulier medisch advies en gaat af op zweverige, alternatieve literatuur. Regisseur Saverio Constanzo benadrukt in Hungry Hearts bijna fysiek het toenemend isolement van het stel en de ziekmakende invloed van de moeder. Haar angstige dromen duiden op een mentaal probleem. Het aanvankelijke naturalisme van de film verandert daardoor almaar meer in een sfeer van horror.

Hungry Hearts, nu in de bioscoop.

Geef me ’s ongelijk

De vijftienjarige Julius heeft het met zijn provocaties te bont gemaakt. Zijn school in Amsterdam-Zuid stuurt hem weg. Julius moet werken aan gedragsverandering. Hij moet minder blowen en zijn mening voor zich houden. Zijn gescheiden ouders en andere begeleiders proberen hem tot inzicht te brengen, maar hij houdt zich liever bezig met het communistisch gedachtegoed en andere belangrijke zaken, zoals de internationale politiek en het vogelbekdier. Niemand kan Julius uitleggen waarom hij zich moet conformeren aan de idiotie van het normaal zijn. Gemaakt in het kader van Teledoc Campus.

Zie ook: Geef me ’s ongelijk

Storyline

Because of his extreme provocations at school, the fifteen-year-old Julius is sent to a special program for behavioral change. In crafty dialogue, Julius fights the hypocrisy of ‘being free to be yourself, but within the limits’, preached by his supervisors and his recently divorced parents. But when Julius finds the physical limits of his rebellion, the situation explodes and he needs to get back in control. Is he able to stay true to his ideals and to be released from the program altogether?

Oordeel niet over de mens die verliefd is

jennis

Jennis raakt de mensen om hem heen door zijn gebrek aan oordeel en verzoening met de wereld. Onverschrokken gaat hij op zoek naar een vriendin.

Filmmaakster Aisha Roberson volgt haar broer Jennis (22), die zijn eerste onbevangen schreden op het liefdespad zet. Planmatig zoekt hij zijn ideale vrouw, met rode lippen.

Jennis is geboren met het syndroom van Williams-Beuren, wat zich bij hem onder meer manifesteert in een absoluut gehoor, een mentale achterstand en een bovengemiddelde sociale vaardigheid.

Bovendien heeft Jennis een allesoverheersende fascinatie voor alles wat draait. Vindt Jennis het meisje dat bij hem past?

Zie ook: Jennis-film

jennis

Laat mij zijn wie ik ben…

Boy

De 16-jarige Emilie is van binnen altijd een jongen geweest. Zijn grote strijd in het leven is dat zijn moeder Emilie hem blijft zien als meisje en zijn gevoelens niet erkent en accepteert. Tijdens een Paas-lunch besluit Emilie om iets drastisch te doen. Dat heeft grote gevolgen…

De jongen in mij

de jongen in mij - website
de jongen in mij – website

De zoektocht naar je identiteit is een pad die ieder voor zichzelf moet bewandelen. Soms doe je je anders voor om ergens bij te horen of doe je dingen die je niet wil doen. De film ‘De jongen in mij’ gaat over Nassira, een meisje die het liefst een jongen wil zijn/worden. Zij komt in de knoop met zichzelf en met haar familie. Doordat Nassira fouten maakt en niet goed weet naar wie zij moet luisteren, komt zij erachter wat zij daadwerkelijk wil.

I am a girl

Elk dertienjarig meisje droomt soms van die leuke, maar moeilijk bereikbare jongen. Zo ook Joppe, die met haar vriendin overlegt hoe ze Brian verkering moet vragen. En hoe vertelt ze hem dan dat ze geboren is in een jongenslichaam? Al vroeg droeg Joppe, toen nog Jop, graag jurkjes en pruiken en speelde ze met barbies. En ze wilde liever ‘zij’ dan ‘hij’ genoemd worden. Halverwege groep acht besloot ze haar klasgenoten te vragen haar voortaan als meisje te zien. Dat verliep, zo vertelt ze, eigenlijk best vanzelfsprekend: “Vanaf dat moment ging ik me gewoon omkleden bij de meisjes.” Ook in de brugklas haalde ze de wind uit ieders zeilen door het gelijk te vertellen. “Het is ook geen megaprobleem”, zo vindt ze. “Het overheerst je leven niet. Maar iedere dag loop je er toch wel tegen aan.” Joppe legt zonder poespas en met opmerkelijk veel zelfvertrouwen uit hoe het nu eigenlijk werkt met puberteitremmers en vrouwelijke hormonen en hoe ze omgaat met met haar gevoel.

Zie ook: mijn eerste ik en youtube

Specialisten zijn zowel sacrale tovenaars als aardse schurken

Veel professionals aanvaarden een functie of gaan een rol spelen, en vergeten dat ze mensen zijn

gewone mensen
Op verzoek van de Vereeniging ter Veredeling van het Ambacht bundelde J. Spaan in 1941 zijn krantencolumns over ‘vakbekwaamheid’ tot de bundel ‘De glorie van het ambacht’. Het geschreven portret van metselaar De Rooy toont enkele karakteristieken van een vakman: materiaalkennis, ambitie, oog voor context en ook trots. De vertelling wijst ook op een grens, namelijk die tussen de ambachtsman – die louter een taak verricht – en de vakman, die iets goed wil doen omwille van het werk. Het onderscheid raakt aan een repeterend thema in teksten over vakmanschap. ‘Hand’ en ‘verstand’ strijden al eeuwenlang om de eer. Die tweedeling duikt nu ook weer in vol ornaat op binnen het sociaal domein.

Binnen het sociaal domein staan professionals en gemeenten voor de opdracht de zorg en ondersteuning voor mensen – waar dat aangewezen is – zo veel mogelijk samen met de inwoners/cliënten vorm te geven. Met deze omvorming (transformatie) veranderen de rollen van inwoners, professionals en overheid. Aan de inwoners de taak om ondersteuning en zorg zo veel mogelijk te realiseren in het informele steunsysteem, terwijl de overheid een stap terugzet en professionals de regie over hulp- en ondersteuningsprocessen (meer dan voorheen) eerst en vooral overlaten dan wel meer delen met burgers inwoners.

Volgens onderzoek (De kunst van het laten. Doe-het-zelf-zorg en rolverwarring in tijden van transitie (Lilian Linders & Dana Feringa | ISBN-nummer 9789088691126) hebben sociale professionals last van rolverwarring, rolvervaging en rolvermenging. Mede hierdoor voelen zij zich bij de ‘kanteling in een veranderende context’ ongemakkelijk. Zo vinden sociale professionals het lastig om daadwerkelijk ‘te laten’ en de regie over te laten aan burgers. Ze voelen zich onbehaaglijk als ze mensen ‘loslaten’ zonder zeker te weten of het wel goed gaat als ze niet meer professioneel aanwezig zijn.

Hulpvaardigheid is een positieve en lonende eigenschap die we in onszelf en in anderen moeten koesteren. Maar zoals met veel eigenschappen kan het ook doorschieten, te veel van het goede worden. Als wij te zeer opgaan in onze rol van ‘reddende engel’ kunnen wij – zonder het zelf te merken – de grenzen overschrijden van wat wenselijk en aanvaardbaar is. Die veranderende rol en positionering van sociale professionals kan inderdaad leiden tot rolverwarring, rolvermenging en rolvervaging. En ja, ook ik kan soms de verleiding niet weerstaan!

Ook in mijn huidige opdrachten speelt dit obstakel en hebben wij soms moeite met ons tweede beroep. Hoewel ik het aan de ene kant ook wel begrijp, kan het mij ook mateloos verwonderen. Tot een gevoel van irritatie toe. Want hoe komt het toch dat wij – die in ons dagelijks leven als mens – meerdere en zeer diverse rollen tegelijkertijd (papa/mama, vriend/vriendin, etc.) kunnen vervullen – direct die identiteit verliezen als wij ons ‘werkpak’ aantrekken? Het is soms onthutsend om te zien hoe onze meervoudigheid als mens transformeert naar een enge, formalistische opvatting over een ambachtsmens die louter een taak verricht.

Over sociale (wijk)teams en de professionals daarbinnen wordt – naar mijn mening nog te veel – gesproken alsof het om een precies omschreven organisatievorm met een duidelijke taakomschrijving gaat. Dat is niet zo. De sociale professional van nu is lid van een gilde (sociaal team) waarin het delen van kennis een kunde moet zijn. Op basis van gelijkwaardigheid. En ja, dat leidt tot herpositionering van de betrokkenen en vraagt om een aanpassing van het huidige handelingsrepertoire. Op welke manier?

Vakgerichte doeners die focussen op meetbare doelen en processen (gesloten kennissystemen), moeten de veerkracht ontwikkelen van ambachtslieden die gezamenlijk aan het ontwerpen, produceren én toepassen van kennis slaan. Dit gaat gepaard met een fundamentele verschuiving van de posities van alles spelers. Van overheden, maatschappelijke organisaties, professionals tot inwoners. Daarbij gaat het niet om een eenvoudige verschuiving van poppetjes of posities. Het gaat om een constante verandering het samenspel.

De échte vakmens is uit op verbinden (coöperatie). Eerder dan op onderscheiden (concurrentie). Louter beschikken over kennis binnen het hedendaagse sociaal domein is daarbij niet meer toereikend. of zaligmakend. De toevoegende waarde zit hem in het willen en kunnen delen van (praktijk-)ervaringen. Op basis van gelijkwaardigheid.

Het sociale team moet een ontmoetingsplek en ‘werkplaats’ worden van en voor mensen. Waarbij sociale professionals hun tweede beroep – hun vakinhoudelijk specialisme – kunnen en willen inzetten om mee te knutselen en te schuren aan de eigen antwoorden en ideeën van mensen op hun uitdagingen en problemen.

Dat is eerst en vooral mensenwerk waarbij de sociale professional bijdraagt bij aan de vermeerdering van andermans kennis en streeft naar reproduceerbaarheid. Dat is iets heel anders dan een cliënt vertellen wat hij morgen het beste kan doen.

De kunst en ook de lol van sociale professionals is dus niet dat zij hun vakinhoudelijke kennis verloochenen. Integendeel. Ik pleit niet voor oppervlakkige klantgerichtheid, of het weglaten van een heleboel waardevolle inhoud. Daar gaat het niet om. De sociale professional is of wordt juist ingehuurd, omdat deze goed is in zijn of haar vak en omdat juist dat nodig is voor het vinden van een adequaat antwoord. Het gaat eerder om méér: de toevoegende waarde; de kunst en de lol om er iets bij te gaan doen, iets toe te voegen aan dat vak. Dat ook maakt het werk interactiever, relationeler en – ook dat – subjectiever.

Over die rolopvatting moet het wat mij betreft de komende tijd gaan. Dat leidt niet alleen tot blije(-re) sociale professionals, maar ook tot betere resultaten die anderen écht vooruit helpen. Die écht ‘impact hebben’. En dat is toch wat wij willen? Laten wij dus naast onze beroepsrol ook onze ervaringen als zoon of dochter, vader of moeder, vriend of vriendin, student of leermeester van….weten te vervullen. Want als we onze identiteit als mens verliezen met dat wat we beroepsmatig bezigen, kunnen we beter stoppen.

Kinderen bewaren in hun hart altijd iets van de warmte van het nest

Hoe sterk is de band tussen moeder en kind


De band tussen moeder en kind is onlosmakelijk sterk. Maar herkennen kinderen hun moeders ook wanneer ze geblinddoekt zijn? Deze video geeft het antwoord.

Dingen hebben alleen de waarde die wij er aan geven

Video’s technologie en zorg

technologie
Het kennisplein Zorg voor Beter heeft drie inspirerende filmpjes gemaakt over technologie. De filmpjes (8 min.) zijn goed te gebruiken in het mbo- en hbo-onderwijs en voor bijscholing van medewerkers. Bij ieder filmpje is een leskaart te downloaden met vragen om het filmpje in de groep te bespreken.

Elk filmpje geeft een praktisch en inspirerend beeld van de ouderenzorg en de mogelijkheden die technologie biedt aan zowel zorgmedewerkers als ouderen. De filmpjes zijn ontwikkeld door de werkplaats Nieuwe functies en technologie van Zorg voor Beter.

Contact via technologie in de ouderenzorg
Er zijn verschillende online platforms waarmee zorgorganisaties met cliënten, familie en mantelzorgers informatie uit kunnen wisselen zoals filmpjes en foto’s. Familieleden van bewoners blijven zo goed op de hoogte van de activiteiten van hun dierbare. Ook zonder online platform is digitaal contact heel goed mogelijk: bijvoorbeeld met de smartphone of computer waarmee via skype gebeld kan worden met familieleden in het buitenland. Bekijk het filmpje (8 min.) en download de leskaart.

Zelfredzaamheid en technologie
Dankzij allerlei apparaten kunnen mensen langer in hun eigen huis blijven wonen. Een magnetron kan bijvoorbeeld al een groot verschil betekenen. Of een scootmobiel waardoor de cliënt meer mobiel blijft. Internet waarmee je boodschappen kan bestellen. Maar ook een lichtschakelaar met afstandsbediening of handige domotica waarmee je de gordijnen dicht kunt doen, als je dat zelf niet meer kunt. En ook de wijkverpleegkundige maakt dankbaar gebruik van technologie, via beeldschermzorg. Het gaat erom dat je als zorgverlener kijkt wat de cliënt nodig heeft om zelfredzaam te blijven, en dan op zoek gaat naar een oplossing. Er zijn veel technische mogelijkheden. Bekijk het filmpje (8 min.) en download de leskaart.

Gebruik van technologie door zorgmedewerkers
Technologie die dagelijks gebruikt wordt, is ook prima toepasbaar in de zorg. Met de smartphone kan je collega’s, vrijwilligers en cliënten goed bereiken. Een nieuwe ontwikkeling zijn sensoren, gekoppeld aan software, die in de kamer van de bewoner kunnen worden geïnstalleerd, zodat de zorgverlener op afstand kan zien of de bewoner wel of niet op de kamer is. En of de cliënt nog beweegt, want misschien is hij wel gevallen. Bekijk het filmpje (8 min.) en download de leskaart.