Je gaat er (misschien) niet over, maar het gaat je wel aan!

• Bemoei je met je eigen zaken

transparantie

Deze week mocht ik een bijzondere bijeenkomst leiden. Een ontmoeting van een gemeenteraad met medewerkers van een sociaal (gebieds-)team. Tijdens deze meeting bleek dat het toepassen van het transparantiebeginsel – ‘een passende mate van openheid’ – goede mogelijkheden biedt om weg te komen uit de wurggreep waarmee menige gemeenteraad worstelt: het invulling geven aan de kaderstellende rol van de raad.

Hoe om te gaan met de wisselwerking gemeenteraad – college van B&W? Of, hoe geef je invulling aan de beleids- en besluitvorming in de dagelijkse praktijk? Die discussies komen nadrukkelijk (ook) naar voren bij de bespreking van het kaderstellend debat voor de raad met betrekking tot sociaal domein. Met graagte wordt gesteld dat de raad zich daarbij vooral met kaderstelling moet bezighouden, en zich niet moet bemoeien met de uitvoering.
Politicologische beschouwingen over de decentralisaties binnen het sociaal domein gaan regelmatig over de plaats en positie van de gemeenteraad. Bijna steevast gaat het over de vraag hoe je met afstand het meest nabij kunt zijn. Want er moeten belangrijke besluiten worden genomen over de inrichting van decentrale zorgstelsels. Afspraken over prijs, kwaliteit en toegang tot de zorg, en de wijze waarop aanbieders nieuwe zorgarrangementen kunnen uitvoeren.

De gemeenteraad vervult daarbij 3 rollen: de raad is volksvertegenwoordiger, de raad is kadersteller en de raad is controleur. Deze 3 rollen houden natuurlijk duidelijk verband met elkaar. Met heldere opdrachten (met meetbare doelen) aan het college kan tijdens de uitvoering en na afloop ook beter gecontroleerd worden. Zo ook kan de politieke verantwoording beter plaatsvinden.

De Nederlandse gemeenten worstelen met die kaderstellende rol van de raad. In het dagelijks leven van een raadslid betekent dat voornamelijk: de ruimte die van de raad wordt gevraagd bij opdrachten aan het college. Het college vraagt daarbij niet zelden ruime(-re) kaders. Gewoon, omdat de omvorming van het sociaal domein daarom vraagt. Om zo de gedecentraliseerde taken in de dagelijkse praktijk te kunnen afstemmen op de wensen en behoeften van de mensen.

Dit proces roept allerlei vragen op. Niet alleen over de positie van gemeenteraden, maar ook over de zeggenschap van zorgbehoevenden of werkzoekenden. En, hoewel het een misvatting is dat raadsleden alles tot in detail moeten (willen) weten, het gaat haar wel aan! Daarom moeten raadsleden het speelveld kennen en weten waarover het gaat; zich tot op een bepaalde hoogte bekwamen en informeren dus. En zich niet als incompetent laten wegzetten.

Een zorgzame raad is een kwaliteit. Als zij verantwoordelijkheidsgevoel heeft, is zij zich ervan bewust dat de taken of plichten van zowel haarzelf als anderen naar behoren moeten worden uitgevoerd. Maar een overbezorgde raad is een sta in de weg. Want een raad met een overmatig verantwoordelijkheidsgevoel kan heel moeilijk dingen loslaten. Zij ziet overal problemen en straalt uit dat het nooit echt lekker werkt. Zo een tergend kritische raad bemoeit zich steeds met de uitvoering; het werk van anderen. Dat veroorzaakt niet alleen veel stress in de werkuitvoering. Het maakt ook de gewenste kanteling onmogelijk. Simpelweg, omdat de inwoners en de mensen die hen ondersteunen zich niet serieus genomen voelen.

Gemeenten worden niet meer alleen vanuit het gemeentehuis bestuurd. Burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven
trekken steeds meer hun eigen plan. Overal worden initiatieven ontplooid om gezamenlijk maatschappelijke doelen te bereiken. De participatiesamenleving vraag dat de overheid moet veranderen om die samenleving ruimte te geven. Niet alleen om te bezuinigen, maar vooral omdat de overheid haar taken niet kan uitvoeren zonder gebruik te maken van de kennis en ervaring van anderen.

Een gemeenteraad die dat snapt verwacht in ruil daarvoor transparantie. Transparantie, zo leerde ook deze ontmoeting – draagt bij aan het kennen van de feiten. Door raadsleden daarover goed te informeren kun je terughoudendheid, vertrouwen en loslaten terugvragen. Het resultaat is een cultuur van vertrouwen die – aan beide kanten – een enorme energie en enthousiasme teweeg brengt.

Op papier staat dat heel mooi, maar in de praktijk van alledag is het wel ingewikkelder. Een uitspraak als; ‘Ik heb er vertrouwen in, maar….’ zal voor velen herkenbaar zijn.

Punt is dat het opbouwen van een relatie van vertrouwen naast tijd ook openheid vraagt. Het vraagt om verdieping in de drijfveren van de ander op basis van wederzijds respect. Kortom: openstellen voor de ander om van elkaars talenten en denkbeelden te ‘genieten’. Dit geldt voor de medewerkers net zo goed als voor de besluitvormers.

“Houd niets achter, maar vertel ons maar gewoon wat er aan de hand is. Als iets niet goed genoeg is, dan is dat gewoon zo. Je kunt wel rekening houden met onze gevoelens, maar daar schieten we weinig mee op. Laat ons gewoon weten waar we staan, zodat we daar morgen mee verder kunnen. Zeg dus wat je doet. Wees eerlijk!”

Dat verzoek van de raad aan de uitvoerende professionals bleek tijdens de ontmoeting een mooie opmaat naar een omgekeerd even mooie uitnodiging aan de raad: “Stel ons in staat om nieuwe dingen te leren. Laat uw angst los dat we het niet kunnen. Geef ons ruimte, stel ons in staat om te experimenteren en volg ons op afstand; zonder u er dagelijks mee te bemoeien. Leer los te laten en vertrouw ons. Faciliteer ons zodanig dat we kunnen performen en geef ons back up wanneer dat nodig is. We zullen er ook om vragen. Bovendien kunnen wij u ook zaken leren, omdat wij de feiten kennen; en willen delen!”

Tijdens de meeting bleek dat een raad die het lef heeft de regie uit handen te geven juist daardoor heel goed kan (blijven) sturen. En ook dat dat meer grip in tijden van loslaten vraagt om meer inhoudelijk en to the point met elkaar te communiceren, zo bleek. De daarvoor benodigde transparantie is makkelijker te bereiken als er geen afrekencultuur heerst. Realiteitszin is nodig, net zoals de ruimte je te laten leiden door de vraag: is dit goed voor de mensen in een knelpositie?

En nee, grip op het sociale domein is hiermee niet opeens een gelopen race. Ook het transparantiebeginsel is slechts een – innovatief – stuk gereedschap in handen van de raad en uitvoerenden. Maar het kan wel de kwaliteit en de resultaten van het sociaal domein bevorderen. En daarmee het wantrouwen en de narrigheid van betrokkenen jegens elkaar even duidelijk verminderen.

De risico’s en kosten van actie zijn veel minder dan die van comfortabel niets doen…

Kosten-batenanalyse sociale wijkteams: tool voor gemeenten

Wilt u van uw sociaal (wijk)team een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken? Dat kunt u nu doen met de MKBA-(excel)tool. De tool is ontwikkeld op basis van de ervaring met vele MKBA’s die de afgelopen jaren zijn gemaakt.

De MKBA-tool gaat vergezeld van een handleiding en een meta-analyse van eerder gemaakte MKBA’s. Er is ook een video (animatie) met uitleg over de tool gemaakt. (Zie onderaan dit bericht.)
MKBA

Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) brengt systematisch en samenhangend alle door een project veroorzaakte effecten in kaart en vergelijkt deze met de situatie waarin het project niet wordt uitgevoerd.

Een MKBA geeft inzicht in:
• positieve en negatieve effecten
• hoe de kosten zich tot de baten verhouden
• risico’s en onzekerheden
• wie profiteert en wie betaalt

De MKBA is geen effectmeting, maar rekent verwachte of gemeten effecten door in termen van kosten en baten.
Meer informatie

Hieronder de tool, gemaakt door economisch adviesbureau LPBL (in opdracht van het ministerie van BZK), met de handreiking, de meta-analyse en het filmpje.
MKBA-tool (excel)
Handleiding (pdf)
Meta-analyse (pdf)

Alleen de allerwijsten en de allerdwaasten veranderen nooit iets

Als we het stelsel willen veranderen, moeten we het eerst onderzoeken en kijken of het niet iets is wat beter in onszelf kan worden veranderd….

Mensen houden niet zo van veranderingen. Ze doen er soms alle moeite voor om bij hun oorspronkelijke standpunt te blijven en de dingen bij het oude te laten. Het heeft vaak te maken met angst voor het onbekende. Veranderen betekent ook ‘niet meer doen zoals je het gewend bent te doen’ of ‘niet meer denken zoals jij er altijd al over denkt’. De kunst van reageren op weerstand is daarom vooral de vinger op de zere plek leggen. Je moet erachter zien te komen wat de betrokkene als ‘oneerlijk’ of bezwaarlijk in de situatie ervaart. Weerstand tegen verandering of innovatie is van alle tijden. Kijk eens hoe deze holbewoners een goed idee afwijzen. Herkenbaar?

Kind kunnen zijn – zonder schaamte of pijn

De Kinderombudsman

Wat zijn kinderrechten en wat doet de Kinderombudsman? Dat zie je in deze animatie!

Niets spiegelt zo sterk als mijn eigen onvermogen

• Een mening die geen tegenspraak duldt, is het serieus nemen niet waard

dwarsliggers

Actieve, participerende medezeggenschap doet veranderkracht toenemen. Dat geldt in werk- zowel als in dienstverlenings- en zorgrelaties. Ik vind het daarom belangrijk dat wij medezeggenschap – en daarmee tegenspraak – organiseren en (verder) professionaliseren.

Medezeggenschap. Het belang ervan lijkt onomstreden. Tegelijkertijd blijkt zij in de praktijk minder vanzelfsprekend, – en helemaal zonder stevige wettelijke verankering – (te) vrijblijvend en daarmee ineffectief. Want ook als er sprake is van wettelijke verankering blijkt het nog een koud kunstje medewerkers of cliënten het bos in te sturen. Zo kreeg ik van de week nog een mailtje onder ogen van een werkgever die letterlijk schreef: “Medewerkers hebben geen invloed. Dat zal ook niet veranderen.”

Misschien heb je zelf ook wel eens het gevoel gehad dat je praat tegen een muur. Je vertelt iets aan een ander en het lijkt alsof de ander helemaal niet begrijpt – of wil begrijpen – waar het over gaat en waar je het over hebt – of wilt hebben. Misschien probeer je nog eens het zelfde uit te leggen in andere woorden, maar het lijkt gewoon niet over te komen.

Het kan enorm frustrerend zijn als je het gevoel hebt dat er niet naar je geluisterd wordt, dat je niet gehoord wordt, dat een ander niet begrijpt – of wil begrijpen – wat je zeggen wilt.

Dat het wel eens mis gaat hoeft nog niet direct een groot probleem te zijn. Anders wordt het wanneer deze communicatieproblemen telkens plaatsvinden tussen jou en je partner, tussen jou en je kind (als opvoeder, als docent, als ouder), tussen jou en je werkgever of tussen jou en jouw cliënt. Of tussen jou als cliënt en jouw dienst- of zorgverlener. Eén van de twee voelt zich niet gehoord en heel vaak is dat de belangrijkste oorzaak van frustratie en falen. Er valt dus nog een wereld te winnen als wij medezeggenschap en de kwaliteit van besluitvorming in het bedrijf, de instelling of de school op een hoger plan willen brengen.

Als medezeggenschap een persoon zou zijn, welke eigenschappen zou die dan moet hebben? De belangrijkste eigenschappen zijn een ‘goede luisteraar’ en ‘georganiseerd’. Daarnaast zijn ‘openheid’ en op een ‘volwassen’ manier met elkaar omgaan, essentieel voor goede medezeggenschap. Ik noem deze eigenschappen (ook), omdat ik deze in heel veel uitvoeringspraktijken niet herken.

Echt luisteren, betekent even niet met jezelf bezig zijn. Even niet bezig zijn met jouw visies en overtuigingen ergens op en niet bezig zijn met je eigen gedachten. Het is in feite: achterover leunen en binnen laten komen wat de ander zegt. Op deze manier ben je ook in staat om tussen de woorden door te luisteren. Wat zijn de gevoelens en gedachten die de ander heeft bij het vertellen van zijn of haar verhaal.

De decentralisaties van in het sociale domein vragen ook om (grote) veranderingen in de medezeggenschap. Met de nieuwe Jeugdwet, de Participatiewet en de verdere overgang van zorg uit de AWBZ naar de WMO is een ongekende transformatie ingezet van de organisatie van zorg en welzijn in Nederland. We kantelen van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Regie bij de burger, geld naar de gemeente en eigen kracht centraal vragen ook om de doorontwikkeling en doorkanteling van medezeggenschap.

Bij de transformatie (= omvorming) van het sociaal domein staat de cliënt centraal. En daarom is het van belang dat zij worden gehoord. De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) schept daarvoor het wettelijk kader. Maar echte medezeggenschap is meer dan een verplicht nummer. Wanneer deze goed is vormgegeven, kan de kwaliteit van de zorg wezenlijk verbeteren. Puur formele medezeggenschap (alleen) is niet meer van deze tijd. En nee, die formele medezeggenschap hoeft niet weg, maar de medezeggenschap moet wel volwaardiger worden. De huidige vormen daarvoor en daarvan zijn achterhaald.

Er is daarover de afgelopen jaren al veel geschreven en gesproken. De noties over nut en noodzaak zijn er, maar tegelijkertijd staat deze eigentijdse medezeggenschap nog in de kinderschoenen. De verwachting dat de medezeggenschap als een volwaardige gesprekspartner gezien wordt is – helaas – nog niet uitgekomen. Hoe dat kan, terwijl iedereen er zijn of haar vol van heeft? Het antwoord is dat de mix L=M=C* niet op orde is! En dat is vreemd. Want ondanks hun eigen invalshoek, hebben alle betrokkenen immers een gemeenschappelijk belang: goede zorg, ontvangen en geven!

De sociale innovatie die nodig is voor het welslagen van de transformatie vraagt om eigentijdse medezeggenschap als voorwaarde. Een optiek waarbinnen het niet meer dan logisch is dat inwoners, cliënten en professionals meedenken en meepraten over het hoe en waarom van veranderingen, over de doelen die men wil bereiken, de randvoorwaarden waar aan moet worden voldaan en de manier waarop dat het best kan gebeuren. Co-creatie en coproductie zijn daarbij sleutelwoorden: vanaf het begin gelijkwaardig samenwerken. En altijd uitgaan van de ander. Een echt gesprek daarover kan op gang komen wanneer er aandacht is voor elkaars verhaal en elkaars emoties. Vanuit daaruit kan er, wanneer dat nodig is, een basis gelegd worden voor verandering. Gewoon, omdat de ander zich (meer) begrepen voelt en meer van zichzelf bloot zal geven. Om dat gesprek te (kunnen) voeren is het belangrijk los te komen van de afkeer tegen in- en tegenspraak. Wat een mening die geen tegenspraak duldt, is het serieus nemen niet waard…

*L=M=C staat voor Leiderschap (= Leidinggeven), dat luistert naar de omgeving, oftewel de M = Medezeggenschap en daarbij adequate Communicatie (= C) toepast.

De vergeetput

9999 – een actuele documentaire over Belgische criminelen met een psychiatrische achtergrond

Zwakzinnige criminelen kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor hun daden, ze horen niet thuis in een gevangenis, maar dat is wel waar ze vaak eindigen, bij gebrek aan een alternatief. Zonder behandeling en zonder perspectief: hun datum van vrijlating is 31/12/9999. Tijd verliest hier iedere betekenis. 9999 neemt je mee naar de vergeetput van België en kijkt enkele geïnterneerden, verkommerend in de gevangenis van Merksplas, recht in de ogen.

De Liga voor Mensenrechten is bijzonder trots dat ze de aanzet heeft gegeven voor deze ingrijpende documentaire “9999”, die het verhaal vertelt van 5 geïnterneerden in de gevangenis van Merksplas.

Wilfried noemt zichzelf ‘koning Eénoog in het land der blinden’. Dit land ligt in de gevangenis van Merksplas, de blinden zijn de andere geïnterneerden die er verblijven zonder enige behandeling. In België worden geesteszieke misdadigers niet verantwoordelijk geacht voor hun daden, ze worden afgezonderd van de samenleving. Hun misdaden gaan van het in brand steken van een fiets tot moord. De datum van invrijheidstelling op hun dossier is 31/12/9999.

9999 verweeft de verhalen van vijf van deze ‘blinden’. Ze wachten allen op hun vrijlating, troost, hoop en vrijheid. Het leven achter tralies lijkt geenszins op het leven buiten de gevangenismuren. In de gevangenis staat de tijd stil. Het enige wat hen rest is de voortdurende confrontatie met zichzelf, met hun daden en hun ziekte. Er is niks anders. We verdwijnen, samen met de personages, achter de onverbiddelijke deur. En wachten samen met hen.

Het leven in de gevangenis louter weergeven zou een saaie film opleveren. Filmmaakster Ellen Vermeulen heeft er daarentegen voor gekozen om de situatie te interpreteren en te vertalen, waardoor dit een poëtische film werd die aanzet tot nadenken. De stijl geeft de sfeer in de gevangenis weer. Rust versus spanning, verveling en inertie, ontsteltenis versus gevecht.

De camera wordt een doorgeefluik, verdwijnt en zo ontstaat een direct contact tussen de kijker en het personage. De kijker raakt opgesloten in de film, zonder mogelijkheid om te ontsnappen. De stemming in de cel is intiem. We zitten opgesloten met de personages en ze vertrouwen ons zodanig dat ze zich openstellen voor de kijker.

Deze openhartige en schrijnende film van Ellen Vermeulen is inmiddels ook op dvd verkrijgbaar. Dvd: 9999, Ellen Vermeulen, Filmfreak, 17,99 euro.

The Man who mends Women

The Wrath of Hippocrates – Portret van het indrukwekkende werk en leven van de internationaal gelauwerde Congolese gynaecoloog Denis Mukwege

Onlangs ontving hij de prestigieuze Sacharov-prijs voor zijn inzet in de strijd tegen seksueel geweld. In de door geweld verscheurde en door armoede geteisterde Democratische Republiek Congo wordt seksueel geweld sinds jaar en dag ingezet als oorlogswapen. Om de slachtoffers niet alleen medische, maar ook psychologische hulp te kunnen bieden, stichtte Mukwege in 1999 in Bukavu het Panzi-ziekenhuis. De film volgt de arts en zijn missie en de effecten van zijn werk op familie en vrienden.

Mukwege hielp in zestien jaar meer dan veertigduizend vrouwen. Daarnaast werpt Mukwege zich op als mensenrechtenactivist en maakt hij zich sterk om het probleem van seksueel geweld in zijn land wereldwijd op de agenda te krijgen. Hij veroordeelt de politieke onwil om het probleem aan te pakken en schuwt het niet de vinger op de zere plek te leggen.

Dat zijn werk niet zonder gevaar is, ondervond Mukwege in 2012 toen gewapende mannen zijn huis binnenvielen en het vuur openden. Mukwege en zijn familie ontsnapten, maar zijn bewaker werd dodelijk getroffen. De film volgt de man en zijn exceptionele missie en de effecten van zijn werk op familie en vrienden.