Galerij

Grenzeloos

Daybreak – Een groep verveelde tieners duwt elkaar over hun grenzen

Ian Lagarde’s Daybreak is een prachtig gruwelijke film rond de gewelddadige implosie van wat verveling kan doen met een groep pre-tieners. De wijze waarop hij dit proces vanuit het gezichtspunt van de kinderen verfilmd is indrukwekkend. Wat de film vooral bijzonder maakt, is het vermogen van Lagarde de echtheid van het standpunt van de kinderen vast te leggen.

Het verhaal is gebaseerd op persoonlijke ervaringen van Ian Lagarde.

Een van de meest fascinerende aspecten in deze film is de subtiele nadruk op de groepsdruk en het daarbinnen functioneren van een hiërarchische structuur. De tieners besteden veel van hun tijd aan het ontdekken van hun grenzen en duwen elkaar richting het uiterste om te zien hoe ver ze zullen gaan. Hoewel er duidelijk een roedelleider is, lijken ze als collectief door de alsmaar verder vervagende moraal ook heel hybride te opereren.

Daybreak brengt ons zowel terug naar de eigen jeugdjaren als een duidelijke hedendaagse realiteit.

Galerij

Voor ik trouwde had ik zes theorieën over het opvoeden; nu heb ik er één…

• Het kost je een hele doos kleenex® en ook daar wordt je niet wijzer van

opvoeden 1

Eén van de “Klisjeemannetjes” zei ooit over seks: “het kost je een hele doos kleenex® en je wordt er toch niet wijzer van”. Hetzelfde gevoel bekruipt mij bij het hiervoor besproken perspectief op criminaliteitspreventie: een hoop gedoe en wat levert het op? Om het, iets meer op niveau, met Shakespeare te zeggen: “Much ado about nothing”.

In de sociale sector hoort men steeds vaker dat interventies van professionals evidence based moeten zijn, oftewel wetenschappelijk bewezen effectief. Ook deze week (16 – 20 februari 2015) was het weer raak. Kinderombudsman Marc Dullaert noemde het “van de zotte” dat niet-werkende ani-pestmethoden nog altijd (mogen) worden gebruikt door – bijvoorbeeld – scholen.

Net als in de Verenigde Staten en in Engeland wordt dus ook in Nederland volop gediscussieerd over en geëxperimenteerd met Evidence Based Practice (EBP). Er worden databases opgezet met metastudies over de effectiviteit van allerhande interventies. In Nederland zet MOVISIE, landelijk kennisinstituut voor maatschappelijke ontwikkeling, in opdracht van de overheid een meerjarig onderzoeks- en implementatieprogramma op dat gericht is op ‘een substantiële verhoging van de kwaliteit en effectiviteit van het uitvoerend werk in de sociale professies. In de jeugdzorg is men hier al langer mee bezig, zoals te lezen is op de website http://www.jeugdinterventies.nl .

Evidence based werken is afkomstig uit de medische hoek en wordt daar Evidence Based Medicine (EBM) genoemd. EBM is primair ontwikkeld als een methode die artsen moet helpen bij het kiezen van de best passende behandeling voor hun patiënt.

Ruim tien jaar na het opkomen van Evidence Based Medicine is deze denkwijze uitgewaaierd naar aangrenzende terreinen. Zo spreken we van Evidence Based Practice (EBP) voor toepassing in de sociale wetenschappen. Op veel terreinen in de sociale sector is echter nog nauwelijks onderzoek beschikbaar. Een gedeeltelijke verklaring is dat niet alle sociale problemen goed te onderzoeken zijn door middel van streng gecontroleerde onderzoeksmethoden. Juist bij meervoudige problematiek – die kenmerkend is voor het sociaal domein – spelen te veel factoren mee om verantwoorde conclusies te kunnen trekken. In zo’n geval moet de professional zich tevreden stellen met kennis over een deel van de betreffende problematiek.

De grondleggers van de EBM – Sackett en zijn collegae – beschrijven het als volgt: ‘Evidence based medicine (EBM) is the integration of best research evidence (a) with clinical expertise and patient values (b).’ (1997, 1)

Uit dit citaat blijkt dat de keuze voor een bepaalde behandeling niet alleen afhankelijk is van het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van een methode. Het gaat steeds om dit bewijs in samenhang met de opvatting en ervaring van de behandelaar en de wens en mening van de patiënt.

Dit was – in essentie – ook de inhoud van de tegenspraak van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter tegen de kritiek van de Kinderombudsman. Een discussie tussen ‘de rekkelijke’ en ‘de precieze’. De precieze houdt onverkort vast aan de uitvoering van een EBP. De rekkelijke stelt dat er op persoonsniveau minder ‘harde’ maar zeer serieus te nemen metingen mogelijk zijn die aannemelijk maken dat professionals op de goede weg zitten. In dit geval wordt wel gesproken van Practice Based Evidence (PBE).

Een cruciale vraag die bij elke interventie zou moeten worden gesteld is in hoeverre deze bijdraagt aan het gestelde doel, bijvoorbeeld het terugdringen of – beter nog – voorkomen van pestgedrag. Overheid en financiers willen vooral inzicht in de resultaten en de kosten van de sector. Wat gebeurt er zoal, wat levert het op en in hoeverre zijn de inspanningen kosteneffectief? Vanuit deze motivatie wordt de nadruk niet zozeer gelegd op EBP als een methode om beslissingen te nemen mede op basis van onderzoek, maar wordt de nadruk gelegd op de getoetste interventies zelf. EBP wordt zo een versimpeling van het oorspronkelijke gedachtegoed. Deze versimpeling ligt aan de basis van de gedachte dat in de toekomst alleen nog bewezen effectieve methoden ingezet mogen worden. Daarbij wordt de rol van klinische expertise en cliëntwaarde gemarginaliseerd.

Ik waag mij als niet-onderzoeker niet aan het zetten van vraagtekens bij onderzoeksmethodologie als middel om tot effectieve interventies te komen. Ik trek echter de claim dat een opvoedmethode ‘evidence based’ of bewezen effectief moet zijn, wel in twijfel. Ik geloof meer in een wijze van hulpverlenen waarbij sociaal werkers (waaronder ik bijvoorbeeld ook ouders en onderwijzers schaar) en kinderen nauw samenwerken en waar zij direct aansluiten bij datgene wat de kinderen ervaren en waar zij tegenaan lopen. Niet zozeer de methode bepaalt de volgende stap, maar de ervaringen van en met de kinderen.

Opvoeden gaat meestal vanzelf. Hoe opvoeden moet, kunnen wetenschappers u en mij niet vertellen. Ze kunnen hooguit helpen bij het doen van wat wij denken dat goed is. En daarbij moeten wij ons realiseren dat de pedagogische wetenschap relatief jong is. Eigenlijk is het terrein voor filosofen. Lees bijvoorbeeld “De Wetten” van Plato eens. Hierin beschrijft hij uitgebreid de ideale opvoeding en beklaagt hij zich over hoe brutaal de kinderen van zijn tijd zijn….
Mijn overtuiging was en is, dat opvoeden de meeste uitdagende opgave van de hele wereld is. En desondanks gaat het bijna altijd goed. Als de omstandigheden goed zijn, gaat het vanzelf. Alleen soms gaat het fout en ontsporen ouders en/of kinderen. Of je kunt voorspellen wanneer het mis gaat? Dat is misschien (beter) mogelijk voor grote stoornissen, maar voor kleinere is het lastig tot onmogelijk.

Ik zal daarom de dg prijzen wanneer het besef doordringt dat al die wetenschappelijke feitjes wel boeiend zijn, maar dat je je opvoeden niet doet volgens een kookboek. Dé gouden sleutel waar iedereen naar op zoek is, bestaat gewoon niet. Wat voor het ene kind wel werkt, werkt voor een ander kind juist niet. Ik vind het boertig grotesk om te denken dat je de opvoeding in een keer op een ander spoor kunt zetten met een methode.

In de veertig jaar dat ik mij met mensen bezighoudt, heb ik al veel waarheden de revue zien passeren. Zo lieten wij ons in jaren geleden overtuigen van het succes van de Leerstraf Alcohol. Een leerstraf die jongeren krijgen wanneer ze onder invloed van alcohol een delict plegen. De initiatiefnemers Halt ZuidWest-Nederland en verslavingsinstelling Novadic-Kentron waren wild enthousiast. Het landelijk kennisinstituut voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg Trimbos ontwikkelde de straf verder opdat zij in heel Nederland uitvoerbaar werd. En wat blijkt nu? De Halt-straf Alcohol heeft geen positief effect op alcoholkennis, attitude, drink- en delictgedrag van jongeren en de kennis en betrokkenheid van hun ouders. Onderzoekers concluderen dat de gestelde doelen met de Halt-straf Alcohol niet kunnen worden behaald. Aanhouding door de politie en handhaving op basis van de Drank- en Horecawet heeft mogelijk meer effect, zo stellen zij. Zoals pesters wat mij betreft een flinke draai om de oren, en een schop onder de kont van mij krijgen! Al realiseer ik mij dat ook dat niet altijd de meest effectieve manier is om dit soort van gedrag aan te pakken. Daarom blijf ik zoeken, in de wetenschap dat de enige verstandige manier eruit bestaat een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.

Galerij

‘Bij wij eindig ik’

“Wij” is een wild, seksueel getint en bijna onmogelijk te verfilmen boek….

Wij

Elvis Peeters vertelde in VPRO Boeken over hoe het is om sinds 9/11 als achttienjarige op te groeien in een wereld vol doemscenario’s. Een wereld met internet, maar ook met veel minder ambitie. Toen wij opgroeiden was het: je wordt yuppie of je wil de wereld verbeteren. Die ambitie en focus is nu een beetje verdwenen. Daarom denk ik dat de generatie uit Wij de neiging heeft om hedonistisch te worden en te zeggen: ik weet het ook allemaal niet, dus ik doe maar gewoon mijn eigen dingen.

Het is een bijna onuitstaanbaar schokkend en fascinerend boek: Wij, van het Vlaamse schrijversduo Elvis Peeters en Nicole Van Bael – zo’n boek dat je van ellende doormidden scheurt en daarna meteen weer met plakband aan elkaar tapet om het verder te lezen.

Wij gaat over acht jongeren die aan het begin van een broeierige zomer op het Vlaamse platteland uit verveling en gekheid niet meer weten wat ze moeten doen, en daarom beginnen aan nogal vergaande (seks)experimenten met elkaar en anderen. Zelfs wanneer er doden vallen houden ze er niet mee op.

wij 2

En nu, zes jaar na het verschijnen van Wij, is er gestart met een verfilming: “Bij wij eindig ik.” Rene Eller, reclamemaker en regisseur bij Miauw en Habbekrats, focust zich voor zijn eerste lange speelfilm op dit moment vooral op het belangrijkste onderdeel van het project: de casting van de jongeren.

“Bij wij eindig ik” komt volgend jaar (20156) uit.

Galerij

Opvoeden is een nieuwe generatie op hun eigen wijze aanspreken – deel 5

Opvoeding schept nuttige refexen en leert ons de schadelijke beheersen…

Ahhhhh stofzuigen …….. Voor elke tiener een favoriete hobby!

In zijn 5e instructievideo voor zijn kinderen James en Beth probeert Will Reid hen met behulp van sociale media een aantal vaardigheden mee te geven.

James en Beth zijn hem daar erg dankbaar voor. Zoals alle kinderen hun ouders daarom waarderen. Al verwacht ik niet dat ze mij thuis zullen onthalen met een “(o)Pa , je bent geweldig. Heel erg bedankt voor deze video’s.”

Met dat in gedachten hoop ik toch dat je geniet en blijft kijken.

Zie ook:

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Galerij

Opvoeden is een nieuwe generatie op hun eigen wijze aanspreken – deel 4

Opvoeding heeft bittere wortels, maar haar vruchten zijn zoet…

“Mag het licht uit!” Welke ouder herkent zich niet in die hartenkreet? Doe de lichten uit als je een kamer verlaat! Kent u dat: lege kamers en toch brandt overal licht in huis. Indrukwekkend, dat is zeker, maar niet goed voor het milieu of de portemonnee is het niet. Tijd dus voor een opvoedkundig lesje.

Met deze (vierde) instructie video van Will Reid voor zijn tieners James & Beth probeert hij dit punt te maken.

Ik hoop dat je net zo geniet van de video’s als ikzelf. Want, hoewel mijn kinderen al jaren de deur uit zijn, komt het nog met enige regelmaat voor! Opvoeden stopt dus eigenlijk nooit….

Zie ook:

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Deel 5

Galerij

Opvoeden is een nieuwe generatie op hun eigen wijze aanspreken – deel 3

Om de jeugd te pakken, hoef je alleen maar hun dwaasheden te herhalen…

Dit is de derde instructie video van Will Reid voor mijn tieners James & Beth. In deze aflevering probeert hij hen te leren hoe ze hun natte handdoeken kunnen ophangen, zodat ze kunnen drogen en meer dan één keer worden gebruikt!

Will Reid heeft er schoon genoeg van dat zijn ietwat luie kinderen geen donder uitvoeren in het huishouden. En wie zegt dat dat niemand interesseert komt bedrogen uit!

Zie ook:

Deel 1

Deel 2

Deel 4

Deel 5