Het gevaar van terugblikken is dat je zomaar achterover in de toekomst kunt lazeren

• Vandaag is de dag waarover we ons gisteren zorgen maakten

Kritiek

“Er zijn veel mensen die kunnen zeggen dat een voetbalploeg slecht speelt ; er zijn weinig mensen die kunnen zeggen waarom ze slecht speelt en er zijn slechts een paar mensen die kunnen zeggen wat er moet gebeuren om ze beter te laten spelen.” Aan deze uitspraak van Johan Cruijff moest ik denken toen ik in de laatste dagen van 2014 en de eerste dagen van 2015 de berichtgeving over de nieuwe gemeentelijke taken volgde.

Diezelfde berichtgeving riep bij mij ook een ander citaat in herinnering: “De journalistiek heeft inmiddels overal haar mestvork ingestoken en de kwalijke dampen opgesnoven. …….. Ook journalisten blijken oplichters, ze kletsen maar wat en zitten met politici te smoezen in Nieuwspoort. Na de fact free politics is nu ook fact free journalism ontdekt. Waarom zouden we die lui nog geloven?” Het komt uit de slotalinea van een opiniestuk (‘Waarom zouden we die journalisten nog geloven?’ | 13 november 2012) van Martin Sommer, politiek redacteur bij de Volkskrant.

U heeft er vast al over gehoord of gelezen: sedert 1 januari 2015 hebben de gemeenten er nieuwe taken bij. Dit zijn taken op het gebied van zorg en ondersteuning, jeugd en werk en inkomen. Veel van deze taken waren tot 1 januari jl. verdeeld over het rijk, de provincie en de gemeenten. Door al deze taken nu bij de gemeenten te leggen, kunnen zaken slimmer geregeld en gecombineerd worden. Het biedt ook kansen om zorg en ondersteuning anders en dichter bij huis te gaan regelen.

Volgens de criticasters echter kan en zal dat niet goed gaan. De media doen uitvoerig uit de doeken dat gemeenten daartoe niet zijn toegerust. Dat mensen die verstand van zaken hebben ontbreken en dat de nieuwe taken te divers, te talrijk en te zwaar zijn. Daarbij wordt met enige regelmaat benadrukt wat ‘de overheid’ vanaf 1 januari 2015 allemaal niet meer doet. Bovendien zou onderzoek (TNS NIPO) uitwijzen dat de Nederlander weinig zin heeft in de consequentie van al deze veranderingen: meer zorgtaken zelf uitvoeren.

Natuurlijk ben ik niet blind voor de vele veranderingen binnen de zorg. Net als menig andere Nederlander worstel ik met mijn eigen positie. Soms omdat ik geen antwoord krijg op vragen die opkomen. En ook ik zit niet te wachten op extra zorgtaken. Aan de andere kant begrijp ik het nut en de noodzaak van de voorgestelde veranderingen heel goed. Want de rol van de overheid – en de rol die wij als individuele burger de overheid toedichten – is doorgeslagen. Dat leidde tot een verregaande zorgplicht van en afgedwongen solidariteit door de overheid. Het is een opgeblazen systeem dat onhoudbaar is geworden. Dit kan niet ongebreideld doorgaan. Er moesten en moeten keuzes gemaakt worden over wat de overheid kan en moet doen. Het uitgangspunt dat mensen primair zelf verantwoordelijk zijn voor het geven van vorm en inhoud aan noodzakelijke zorg is daarbij wat mij betreft een logisch gevolg van de gestegen levensverwachting en de economische realiteit. Dat is waarom ik de grote hervormingen en zware bezuinigingen belangrijk vind. En, omdat ik daarmee mogelijkheden zie voor een nieuwe samenleving: een samenleving waarin we niet onze schouders ophalen, maar de schouders eronder zetten. Waarin we betrokken zijn op elkaar, omdat het lot van de ander ons aan het hart gaat!

En ja, als die veranderingen zijn geen leuke boodschap. En daarmee – zo komt het met grote regelmaat bij mij over – koren op de molen van de media. Zij lijken de calculerende burger – de nimby-burger – omarmd te hebben. Die burger immers is een dankbaar schild voor kritiek op diezelfde overheid.

Media lijken in toenemende mate hun identiteit te ontlenen aan de waardering van hetgeen zij bloot weten te leggen. Hun gelijk zoeken zij veelal door bevestiging van de eigen verontwaardiging te zoeken. Want ondanks de vele artikelen en nieuwsitems op radio en televisie: de onwetendheid op tal van punten blijkt nog erg groot. Dit komt naar mijn mening, doordat media teveel communiceren vanuit de gedachtewereld van de stelsels en de systemen in plaats vanuit de mensen voor wie die stelsel en systemen bestemd zijn. Dat tendeert naar een houding van ‘het hier stinkt’ en vervolgens ‘mij belazer je niet’.

Zorgen zijn net als planten, dacht en denk ik met enige regelmaat. Hoe meer je ze voedt, hoe harder ze groeien. Wantrouwen wekt meer wantrouwen.

Om de decentralisaties en de daarmee beoogde omvorming van het sociaal domein te laten slagen is ruimte en vrijheid nodig. Ruimte voor eigen initiatief, eigen verantwoordelijkheid en fouten. Alleen zo ontstaat een werkelijk sociale en rechtvaardige samenleving waarin mensen gelijkwaardig kunnen zijn, kunnen opkomen voor elkaar en zich volledig kunnen ontplooien.

Dat meer afgewogen oordeel hoorde ik ook terug in een interview (Radio 1, 3 januari 2015) met Aline Saers, directeur van Per Saldo over de veranderingen in de zorg. “Hoe kom jij zo dapper terwijl Nederland doodsbang is?”, dacht ik. Luisterend naar haar betoog, mijmerde ik zelf haar antwoord: “Ik denk niet aan wat er kan gebeuren, alleen aan wat er nu gedaan moet worden.”

De boodschap die daarin doorklonk verraste mij aangenaam: “Je zorgen maken is alsof je op een schommelstoel zit: je bent er druk mee, maar je komt er geen stap mee vooruit.” Haar boodschap was eigenlijk heel simpel: niet dat er wat verandert is een reden tot zorg. De noodzaak daartoe begrijpen de mensen heel goed. Het is echter belangrijk dat gemeenten – net als de langs de zijlijn schreeuwende criticasters – de mensen hierover adequaat informeren. Dit is een uiterst belangrijke taak. Want er is bij deze mensen een grote behoefte aan concrete informatie over wát er voor hén gaat veranderen. Die burger is zo kwaad nog niet, die ziet heus de redelijkheid wel in van wat je doet.

En op de vraag of zij niet bang is, dat er in gemeenten fouten worden gemaakt antwoordde zij als even realistisch: “Het is niet meer dan logisch dat er in het begin fouten worden gemaakt. De allergrootste fout die we kunnen maken is dat we vinden dat we er geen mogen maken. Het enige dat we daarmee bereiken is dat we niet langer leren van onze fouten maar ze wel blijven maken. Belangrijker is dat gemeenten openstaan voor oplossingen en maatregelen om een nieuwe fout tegen te gaan.”

De moraal van dit alles? Mensen die in balans zijn, nemen waar in de wereld-buiten-zich en in de wereld-in-zichzelf. Ze kennen hun eigen gevoelens, gedachten, verlangens en weten een harmonie te creëren tussen beide. Harmonie ontspant en is de juiste basis voor groei en ontwikkeling van een karaktervol sociaal domein!

Advertenties

3 gedachtes over “Het gevaar van terugblikken is dat je zomaar achterover in de toekomst kunt lazeren

  1. Matt Delahaij zegt:

    Idealistisch verhaal. Gaat uit van een continue wereld die weinig veranderd. In het verhaal wordt ook niet goed gekeken naar de aard van de zorg. De leidraad is de globaliserende wereld waarin iedereen wereldburger kan zijn en vrijelijk zijn aandacht kan richtten op zijn economische productiviteit, op zijn familie, nabuurschap en ontspanning. De filosofen van de negentiende eeuw, inclusief Karl Marx, droomden van de universele mens die na enige aanpassing in de buurt kwam van deze wereldburger.
    1. De wereld verandert continu.
    1a. De economische migranten die namens een heel dorp proberen in het westen aan werk te komen zullen een nieuwe onderlaag gaan vormen.
    1b. De kinderen van de hogere klassen in Oost Azie leren noord west europa kennen als een gebied met een ideaal klimaat (weinig orkanen) een stabiele economie (sociale zekerheid en daarmee weinig last van economische depressies). Er zal een expat beweging op gang komen waaruit een nieuwe migrantengolf ontstaat voor steden als Berlijn, Amsterdam.
    2. de individualisering maakt dat mensen mensen in een globaliserende economie makkelijker verhuizen. De denkers van nu zijn de mensen met thuiswonende kinderen, de groep die netwerken legt en sociale cohesie bevordert, de andere groepen , ook de senioren, zijn flexibeler, verhuizen steeds vaker en vallen niet makkelijk binnen nieuwe netwerken. De groepen waarop nabuurschap terecht komt, raken overbelast.
    3. Tussen 1990 – 2020 is becijferd dat de zorgdraag met 200 % toeneemt en het zorgaanbod met 50%. Dus van 100 naar 300 en van 100 naar 150. De zorgdraag verdubbelt ten aanzien van het aanbod. Belangrijkste factoren: vergrijzing, immigratie en afname schoolverlaters. Dit getal kan gecorrigeerd worden als gevolg van digitalisering waarmee meer mensen vrijkomen voor de zorg, maar dan hebben we het over procenten.

    Er zou niets aan de hand zijn als de professionals zelf de regie houden. Zij zien ontwikkelingen en anticiperen daar op. Door een deel bij verzekeraars en een deel bij gemeenten te leggen ontwikkelen we een systeem dat transparant ivoor leken moet zijn, simpel en gestandaardiseerd voor boekhouders en verifieerbaar voor controleurs. Daarnaast een systeem met contrakteerbare partijen (welbekend mag zijn dat schaalvergroting direct gevolg is van de contractpolitiek vanuit zorgverzekeraars die zich via fusies hebben laten omvormen tot grote monopolisten). Dat wil zeggen dat de contracten, strategieën en tactieken niet meer worden ingegeven door de professional maar door de bestuurder die doorgaans een totaal andere achtergrond heeft. Kortom een systeem dat intern moeilijk flexibel is, dat betrouwbaar (dus stabiel) voor financier en bestuurder, dat goed gecontroleerd wordt op rechtmatigheid, waarbij ook de controleurs worden gecontroleerd. C.Q. een systeem waar de afwijkende zorgvraag lastig is, waarbij een bestuurlijk waterhoofd ontstaat van circa 50% en wat financieel ook uit de klauwen gaat lopen.

    De paradox is dat de gemeentelijke structuur de afstand tussen burger en zorgaanbod groter zal maken. Het is niet de financieringsstructuur maat zorg-structuur die dichter bij de mensen moet staan. Maatwerk, experimenten en originele combinaties moeten vrije ruimte krijgen. Let maar op. Kleine enthousiaste teams van mensen zullen dan met een fractie van het huidige budget een meervoud van de huidige productiviteit ophoesten. Maar dan moeten we wel af van de dominante liberale gedachte dat de wereld maakbaar is.

  2. Peter Bast Outreachendhulpverlener OGGZ Jeugd. zegt:

    Ik herken me goed in het verhaal van Peter Paul J Doodkorte en de reactie van Matt Delahaij. Genuanceerd, kritisch zonder te schoppen en realistisch en genuanceerd. Begrijp ook niet zo goed waarom dit niet meer klinkt. Maar goed ik proeer als uitvoerder maar in balnas te zijn en te blijven en van daaruit aan de basis te staan van een groei en ontwikkeling die beter is/wordt dan dat het nu was en kon worden. We gaan er voor met een optimistische blik en inzet, maar ook met wat kritische blikken en geen hoogdravende verwachingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s