Wie het heden verprutst, wordt in de toekomst de slaaf van het verleden

• Verhuizen: opruimen die handel!

verhuizen1

De decentralisatie van allerlei zorgtaken naar gemeenten – de transities – hebben iets van een verhuizing. Een perfect moment om met de zogenoemde “schone lei” te beginnen! Opruimen, sorteren, weggooien… Sommige mensen kunnen dat gewoonweg niet (goed).

Gemeenten begonnen langzaamaan met inpakken en opruimen. Zij bleken écht selectief in wat ze wilden behouden en wat ze weg wilden doen. Dat is moeilijk; dat weet ik uit eigen ervaring. Je moet niet bij ALLES wat je in je handen hebt denken: misschien gebruik ik dit ooit nog wel voor dit of dat. Nee, niet doen!

Eenvoudiger gezegd dan gedaan. Ook dat weet ik. Na elke verhuizing die ik in de loop der jaren meemaakte, bleek bij het uitpakken toch weer dat er meer was meegekomen dan nodig of gewenst. Het effect? En wat ze zeggen: het wordt eerst veel rommeliger voordat het netjes wordt. Met overvolle afvalcontainers rond zowel het oude als het nieuwe woonadres als gevolg.

Iedereen die zelf al eens verhuisde herkent het bovenstaande ongetwijfeld. En dan te bedenken dat het hier eigenlijk een betrekkelijke eenvoudige ‘transitie’ betreft: een verhuizing van je eigen inboedel naar een nieuw adres. Ingewikkelder wordt het, wanneer het niet jouw inboedel is die je verhuist, maar de inboedel van een ander….

Een aantal jaren geleden moest ik – daartoe eerder bij leven aangewezen en gevraagd door mijn ouders – de verhuizing van mijn moeder regelen. Mijn vader was toen al enige jaren dood. Moeder raakte langzaam maar zeker wat uit de tijd. Zij wilde en kon niet langer op zichzelf wonen. Een nabijgelegen verzorgingshuis bleek de beste oplossing.

Samen met mijn moeder – voor zover mogelijk – selecteerde ik dat wat zij aan bezittingen zou meenemen naar haar nieuwe (laatste) woonadres. Van de rest maakte ik voor mijn elk broers en zussen (en hun respectievelijke aanhang) een overzicht. Zij konden er op intekenen. Zo werd voorkomen dat er over de toe- en verdeling van de ouderlijke bezittingen gedoe kon ontstaan. Dit alles verliep eigenlijk zonder veel problemen. Tot kort voor de verhuizing….

Toen duidelijk werd wat er met moeder zou meeverhuizen en wat zou overgaan naar de verschillende zussen en broers bleek er ook het nodige te zijn waar niemand belangstelling voor had. En toen stond wij – broers en zussen – voor een gevoelige klus. Met mooie, én pijnlijke herinneringen. Er waren er die met tranen in hun ogen naar de spullen keken en vonden dat moeder ze mee moest (kunnen) nemen. Anderen daarentegen zeiden: ‘Doe alles maar weg!’ Het leerde mij dat elk van de twaalf kinderen zijn eigen waarheid en waarde kent over het familieleven. Die waarheid en waarde zag je nu terug.

Bij de grote decentralisaties binnen het sociaal domein zie en ervaar ik diezelfde verscheidenheid aan waarden en waarheden. Net als binnen families zijn er grote verschillen in de manier van omgaan met de ‘spullen’ uit het ouderlijk huis resp. oude stelsel. iedereen heeft zijn eigen waarheid, en die waarheid zie je terug bij de overdracht van taken en bevoegdheden. Degenen die zich het minst gezien voelen, of tekort gedaan, willen vaak het meeste hebben. Omdat zij niet kunnen verdragen dat ze zo weinig hebben gekregen of krijgen. En gelijk broers en zussen van mening kunnen verschillen over wat er met de als dan niet waardevolle spullen moet gebeuren bakkeleiden overheden, instituties en wat dies meer zij over dat wat wel – of juist niet – mee over gaat.

Gemeenten willen de transitie gebruiken om direct ook stevig schoon schip te maken. Maar zij blijken – met de verhuiswagens voor de deur – buiten de grootfamilie te hebben gerekend. Zij vinden de haast bij het ontruimen van het huidige stelsel ongepast. Die interventies – goedbedoeld, daarover geen misverstand – stuiten de gemeenten weer tegen de borst. Andermans spullen hoef JIJ toch niet mee te zeulen als je nut en noodzaak ervan niet ziet? Of als je echt een andere inrichting wilt? Scheelt bovendien in de verhuiskosten…..Elk ‘familielid’ zet zich in. Met een warm hart. Traditioneel of progressief. Iedereen eist daarin zijn plaats en positie.

Deze “context van betrokkenheid” kent zowel een positieve (inspiratie, passie en motivatie) als een negatieve kant. De meest lastige resp. bezwaarlijke belemmering die hieruit kan voortvloeien is onduidelijkheid over het eigenaarschap! Eigenaarschap impliceert (het creëren van ruimte voor) beslissingsbevoegdheid. Alle actoren zullen moeten accepteren dat er per saldo keuzes gemaakt (moeten) worden. En iemand moet dat mogen en durven doen.

Familieleden, net als alle mensen en instituties die bij de zorg betrokken zijn, handelen vanuit verschillende perspectieven. Ze hebben hun eigen rol, verantwoordelijkheid en allemaal zo hun eigen ideeën over wat goed is, waar de grens zou moeten liggen tussen wat wel en niet moet gebeuren. Wat de rol van de ander zou moeten zijn. In hun onderlinge relatie ontstaan gemakkelijk misverstanden.

De oplossing? In mijn ogen begint het bij het erkennen van de belangentegenstellingen. Ook als de lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat is niet erg, integendeel. Pas als iedereen van deze botsende belangen doordrongen is, is er ruimte om eerlijke afwegingen te maken en de daarbij behorende en benodigde besluiten op harmonieuze wijze te organiseren. Dit vraagt – naast openheid en transparantie over de te maken en gemaakte keuzes – om het lef tot doorpakken.

Het spreekwoord luidt niet voor niets ‘Verhuizen kost bedstro’. Verhuizen kost veel energie; nog afgezien van de emoties die het los maakt. Je weet dat je met je keuze iemand zal beledigen, kwetsen of zal teleurstellen. Natuurlijk wil je het voor iedereen goed doen. Maar welke keuze je ook maakt: het is nooit voor iedereen goed of naar eenieders zin. Het komt er op neer dat mensen die blijven twijfelen, bang zijn om een foute keuze te maken en/of voor de gevolgen daarvan. Voor sommigen weegt de omvang van de gevolgen van de keuze niet eens zwaar mee. Zij zijn gewoon bang om fouten te maken.

Oppakken, aanpakken en doorpakken; dat is precies wat ik gedaan heb rond de verhuizing van mijn moeder. Dat alles onder het motto dat ze geen zee kunt oversteken door naar het water te staren. Het blijven hangen in pogingen het ieder naar zijn of haar zin te maken dreigde de verschillen alleen maar te vergroten. Dat bracht de beoogde ‘transitie’ – die iedereen onderschreef – eerder in gevaar dan dat zij haar dichter bij bracht. Het vroeg ook best het nodige van iedereen. Net zoals dit gold en zal gelden bij het (verdere) transitie- en transformatieproces binnen en van het sociaal domein. Natuurlijk is het moeilijk om de consequenties van beslissingen op lange termijn te zien, en misschien nóg moeilijker om onder ogen te zien wat de pijnlijke consequenties daarvan dan nu al moeten zijn. Maar ook hier geldt: de kortste weg om uit de problemen te komen is er dwars doorheen. Stop dus met praten en proberen de verschillen te overbruggen. We kunnen daarmee slechts het heden verprutsen, en daarmee de slaaf van het verleden worden.

Zien is meer dan kijken…

Deze video is geïnspireerd op een waar gebeurd verhaal

Het echte verhaal: Het kind bereikt het park, uitgedroogd en onder shock. Hij was zelfs niet in staat om te praten of om verder te lopen. Terwijl hij op een bankje zit, worden in de buurt posters van hem opgehangen, maar niemand die hem herkende…Dat duurde een hele dag, en niemand vroeg hem waarom hij daar alleen was. Uiteindelijk werd hij gevonden… door zijn moeder.

Laat je licht schijnen, maar overschaduw de mensen niet!

• Mét mensen werken in plaats van vóór mensen werken.

licht en schaduw

Veel mensen vinden het niet prettig om te doen, maar er is geen ontkomen aan: soms moet je nee zeggen om anderen te kunnen helpen.

‘Nee’ zeggen. Dat was de boodschap aan mijn ouders en ons, zijn broers en zussen. Mijn – als gevolg van een ongeval inmiddels overleden – broer was verslaafd aan drugs. Een behandeling was mogelijk, maar dan moesten andere ‘vluchtwegen’ wel worden afgesloten. Wij, pa en ma, de broers en zussen vonden dat wat lastig. Want als je broer op de stoep staat, hongerig, vervuild en vermagerd, dan wijs je hem toch et de deur…. Iedere keer als wij hem zagen, dachten en zeiden wij: dit is de laatste keer! Wij moesten hem loslaten om terug te krijgen!

Mijn broer is zijn verslaving – dankzij professionele hulp – uiteindelijk de baas geworden. Ik zal dus nooit beweren dat professionele zorg er niet toe doet. Integendeel! Ook in de toekomst zal goede professionele zorg altijd nodig blijven, dat staat vast, maar de rol en de houding van zorgprofessionals kan en moet wel (mee-) veranderen. We worden ouder, mensen blijven langer thuis wonen, zorg wordt complexer en kosten lopen op. De zorg moet veranderen om aan de zorgvraag te kunnen blijven voldoen.

Een toekomstbestendige zorg vraagt een maatschappij waarin mensen langer zelfredzaam zijn (empowerment), medewerkers toegerust worden samenredzaam te zijn en processen die slimmer georganiseerd worden. Om dat te bereiken moeten wij vaker ‘nee’ durven zeggen.

Helaas is nee zeggen voor veel mensen – niet in de laatste plaats ook hulpverleners – erg moeilijk. Mensen helpen is een van hun drijfveren, dáárom zijn zij hulpverlener geworden. Door ‘nee’ te zeggen krijg je het gevoel dat je iemand in de steek laat. Je wilt de ander echter niet teleurstellen. Hij of zij geeft jou zijn vertrouwen, maar je wijst hem af door ‘nee’ te zeggen.

En soms, als je wéét dat je ‘nee’ móet zeggen, juist om de juiste hulp te kunnen bieden, durf je geen ‘nee’ te zeggen. Omdat het gezonde verstand het wel zegt, maar het protocol het anders eist! Als jij je niet aan die regels houdt, kan dat consequenties hebben. Voor je carrière bijvoorbeeld.

Hulpverleners staan daardoor – met de beste bedoelingen – altijd in de actiestand… Professionals zijn gewend en opgeleid om problemen op te lossen. Ze doen dit vaak met het organiseren van nog meer hulp – de actietaxi – in plaats van het zelforganiserend vermogen van mensen te benutten als vertrekpunt.

Verslingerd aan de drank, diep in de schulden of ouders met losse handjes? Traditiegetrouw schieten hulpverleners te hulp. Niet doen, zeg ik. Soms is het goed om op even op je handen te zitten. Niet direct in de actietaxi, maar even afwachten en vooral kijken naar wat er gebeurt. Mensen kunnen heel veel problemen heel goed zelf aanpakken. Seksueel misbruik, huiselijk geweld, pesten, schuldsanering, dwangopnames, buurtconflicten. Veel problemen kunnen mensen heel goed zelf aanpakken. Mits er sprake is van een kring met mensen die hepen willen. En ja, soms kan een beetje drang of dwang daarbij heel helpend zijn. Als stok achter de deur.

Eigenlijk weten we dat allemaal wel. Hoe komt het dan, dat we het toch niet doen. Niet doen wat we weten dat we zouden moeten doen? Het heeft vaak te maken met aannames die we doen, druk die we voelen of angsten die we hebben. Dat wordt nog eens versterkt door – goede ontwikkelingen en mooie uitzonderingen ten spijt – het feit dat de zorg nog altijd eerst en vooral een aanbodsgerichte industrie is. Met heel veel andere en eigen belangen.

Kijk maar eens naar de houding van de overheden en politiek rond de overdacht van taken binnen het sociaal domein. Volgens de daarbij luidkeels gepredikte ‘eigen kracht’-benadering moet de overheid en hulpverlening meer aan de mensen overlaten. Iedereen weet én vindt dat. Totdat blijkt dat de zorg ook een enorme banenmotor is!

Natuurlijk, ook ik weet dat voor een goed werkende maatschappij meetellen en meedoen belangrijk is. Werk draagt daaraan bij. Uit de aard van het werk vloeit voort dat hulpverlening eerst en vooral mensenwerk is. Zorgkosten zijn mede daarom voor het overgrote deel personele kosten. Nu, als je wilt bezuinigingen op zorg, brengt dat vanzelfsprekend banenverlies met zich. Het uit de transitie (overdracht) en transformatie (omvorming) voortvloeiende banenverlies komt in tijden van economische tegenwind en veel ontslagen natuurlijk slecht uit. De reflex daarop – er mag en moet van alles veranderen, maar het mag vooral geen banen kosten – staat echter haaks op de opgave.

De zorg is – zo mag ik hopen en wensen – geen werkgelegenheidsproject. We moeten er met elkaar voor zorgen dat de kwetsbare en zieke mensen krijgen wat ze nodig hebben. Daarvoor zijn goede professionals nodig. Ook, omdat niet alles in eigen kring is op te lossen. De servicegerichte zorg is de laatste decennia echter (te) ver doorgeslagen. Als er kinderen zijn die zonder ontbijt op school komen, organiseren wij voor alle kinderen – ook voor kinderen die thuis wél hun ontbijt krijgen – de ontbijtschool. Gaan we er straks voor zorgen dat er ook ’s avonds eten bij ze op tafel staat? Dat is de taak van de overheid of zorg helemaal niet. Natuurlijk, het is lekker makkelijk. Maar het maakt passief. Want het doet geen appèl meer op de zelfredzaamheid en autonomie van mensen. Juist daarom moeten hulpverleners (vaker) zeggen: “Dit is uw probleem en wat gaat ύ er aan doen?” De professionele hulpverleners moet daarbij het vangnet vormen.

Voor professionals die graag willen helpen – of in een omgeving zitten die ‘eist’ dat zij het voor de mensen oplossen – is dit loslaten van de ontfermende reflex lastig. De beloning echter is groot. Zie maar eens wat het met mensen doet als je werkt vanuit het cliëntperspectief. Hoe mensen zich ontwikkelen als je even blijft zitten en het niet (meteen) voor ze oplost. De energie die dat oplevert!

De succesfactor? Dat mensen de regie in eigen hand kunnen houden en niet worden overgeleverd aan voorgekookte plannen en traditionele hulpverlening. Daarmee bied je je mensen een fantastische service waar ze heel dankbaar om zullen zijn! Kortom: maak jezelf overbodig. Het mooiste is als je de deur van je eigen organisatie kunt sluiten. Zover is het in Nederland nog niet, maar zover zou het wel moeten komen: mét mensen werken in plaats van vóór mensen werken.

Jeugdbescherming en Kevin

Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) gaat uit van de rechten van het kind op een veilige opvoeding. Kinderen moeten kunnen opgroeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene die volwaardig kan meedoen in de maatschappij.

Meestal kunnen ouders zelf zorgen voor een veilige opvoedingssituatie, of kunnen ze dat met hulp van een Centrum voor Jeugd en Gezin in hun buurt. Als de ouders niet gemotiveerd zijn om te zorgen voor een veilige ontwikkeling, dan is de inzet van de specialisten van JBRA nodig, die bescherming kunnen bieden. JBRA gaat dan direct aan de slag met het hele gezin om de kinderen zo snel mogelijk de juiste hulp te kunnen bieden.

Jeugdbescherming onderneemt direct actie wanneer kinderen in de knel zitten. Het gaat hierbij om kinderen die fysiek, verbaal of seksueel mishandeld worden, maar ook om kinderen die het ontbreekt aan gezag, structuur en geborgenheid. Jeugdbescherming zorgt ervoor dat de juiste stappen worden gezet om deze bedreigingen van hun veiligheid weg te nemen. JBRA is er voor kinderen van 0 tot 18 jaar, maar de inzet kan soms worden voortgezet tot 23 jaar.

Thuis bij Kevin

Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) gaat uit van de rechten van het kind op een veilige opvoeding. Kinderen moeten kunnen opgroeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene die volwaardig kan meedoen in de maatschappij.

Meestal kunnen ouders zelf zorgen voor een veilige opvoedingssituatie, of kunnen ze dat met hulp van een Centrum voor Jeugd en Gezin in hun buurt. Als de ouders niet gemotiveerd zijn om te zorgen voor een veilige ontwikkeling, dan is de inzet van de specialisten van JBRA nodig, die bescherming kunnen bieden. JBRA gaat dan direct aan de slag met het hele gezin om de kinderen zo snel mogelijk de juiste hulp te kunnen bieden.

Jeugdbescherming onderneemt direct actie wanneer kinderen in de knel zitten. Het gaat hierbij om kinderen die fysiek, verbaal of seksueel mishandeld worden, maar ook om kinderen die het ontbreekt aan gezag, structuur en geborgenheid. Jeugdbescherming zorgt ervoor dat de juiste stappen worden gezet om deze bedreigingen van hun veiligheid weg te nemen. JBRA is er voor kinderen van 0 tot 18 jaar, maar de inzet kan soms worden voortgezet tot 23 jaar.

Maatwerk vraagt omdenken

Frank kon geen werk vinden. Tot hij solliciteerde als filmster

featuredfrank3-702x455

Dat het door de crisis moeilijk is om werk te vinden, merkte Frank Geurts toen hij afstudeerde. Met een diploma in Crossmedia Vormgeving in de kontzak solliciteerde hij zich suf. Zonder succes. ‘Zoals de meeste onder ons wel weten krijg je na een sollicitatie vaak een standaard bericht terug waar in staat dat je portfolio interessant is en de belofte dat als er ooit een plekje vrij mocht komen, je boven aan de lijst staat. Of er überhaupt een lijst bestaat is een raadsel voor iedereen, en of je portfolio eigenlijk wel bekeken is voorafgaand aan het schrijven van zo’n bericht zal voor de meeste ook twijfelachtig zijn.’

frankgeurts

De moed zakte Frank bijna in de schoenen. Tot hij na een lange tijd besloot om het anders aan te pakken. ‘Na het zien van de zoveelste superhelden-film van Marvel wist ik het: Een filmposter met mijzelf in de hoofdrol als ontwerper die ieder bedrijf in nood red van de ondergang. Na het creëren van de poster heb ik deze en een paar van mijn translucente visitekaartjes in kartonnen buizen met een opvallend etiket verstuurd naar 16 ontwerpbureaus.’

frankgeurts3

En? Het had succes. Met zijn onorthodoxe manier van solliciteren vond Frank een baan. Door zijn verhaal te delen hoopt Frank om andere werkzoekenden te motiveren. ‘Pas wat je op school geleerd krijgt toe in de praktijk. Wees niet ‘een van de’. Laat zien wie je bent op de creatieve wijze die jij beheerst!’ That’s the spirit.

poster-Frank-EIND-drukklaar