Het etiket van beerput op rozenwater

• Gefeliciteerd, u hebt een bijzonder talent!

wie een vis beoordeelt op basis van zijn vermogen een boom te beklimmen, zal zijn hele leven denken dat hij dom is.
wie een vis beoordeelt op basis van zijn vermogen een boom te beklimmen, zal zijn hele leven denken dat hij dom is.

Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of aanleg iemand heeft. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de maatschappij. Mensen worden aangesproken op hun mogelijkheden, niet op hun beperkingen.

Voor veel mensen lijkt dit een onhaalbaar streven. Kunnen kinderen met een verstandelijke beperking samen met leerlingen zonder beperkingen onderwijs volgen? Is het mogelijk dat blinde mensen op een gelijkwaardige manier participeren in het arbeidsproces? En hoe zit het met de deelname van ouderen aan de samenleving? Of met mensen met psychische problematiek?

Een inclusieve samenleving kent volgens het VN-Verdrag vier toetsstenen: 1) participatie (op gelijke voet); 2) toegankelijkheid (bereikbaar, betreedbaar, bruikbaar; 3) zelfstandigheid en 4) kwaliteit van bestaan.

Werken aan een inclusieve samenleving daagt dat uit tot het verder denken dan dat wat we ‘gewoon’ zijn. Het is een streven naar het gewoon worden van het bijzondere. Een inclusieve samenleving vraagt dus aandacht voor onze ‘labeldrift’. Als je labelt gooi je verschillende zaken op een hoop, je generaliseert, en plakt er vervolgens ook nog simplistische negatieve labels op om jezelf of een ander te typeren. Labels werken als een soort virtuele gevangenis. Mensen gaan zich vereenzelvigen met dat label en zich ernaar gedragen (self fulfilling prophecy). En zo werkt labelen exclusie in plaats van inclusie in de hand.

Als adept van de inclusieve samenleving ben ik dus behoorlijk sceptisch ten opzichte van ‘labelen’. Niet het ‘label’ op zich zit mij daarbij dwars. Wel wat het – of men ermee – doet. Bijvoorbeeld de kans op een gelijkwaardige benadering ontnemen.

Einstein was dyslectisch, hij kon niet goed leren of meekomen met de rest. Zijn zwakke punt hief hij op door nieuwsgierig te zijn en te blijven. Het was zijn nieuwsgierigheid die hem tot grote hoogten brachten en maakte dat hij een van de meest beroemde wetenschappers geworden is. En volgens mij zijn er een hele hoop belangrijke mensen in de geschiedenis geweest die vandaag de dag gelabeld zouden worden. Abraham Lincoln en George Washingtong, voormalige presidenten van Amerika, zouden vandaag autist genoemd worden. Net als Carl Jung (psycholoog), Bill Gates (Microsoft), Henry Ford (uitvinder van de auto), Jim Henson (van de Muppets), Beethoven (componist), Newton (wetenschapper), Shakespeare (schrijver), Mozart (componist) en Edison (wetenschapper). Zij zouden vol medelijden aangekeken worden. Omdat ze afwijken, niet kunnen meekomen. Om dat ze anders zijn of anders denken.

Het zijn juist deze stomme labeltjes die die mensen en hun mogelijkheden in de knop kunnen breken of tot in hun kern kapotmaken.

Aan die verwoestende impact van het label-gerelateerd stigma moest ik afgelopen maandag denken. Ik hoorde die dag op Radio 1 een interview met een lid van de Tweede Kamer. Hij hield een hartstochtelijk pleidooi voor de Participatiewet. En de daarvan onderdeel uitmakende regelingen voor mensen met een beperking. Tijdens dat interview moest ik regelmatig aan een fles rozenwater denken. Die wij proberen te verkopen met het etiket ‘beerput’ er op. Wat denkt u? Lukt dat?

De termen ‘handicap’, ‘beperking’, etc. zijn stuk voor stuk problematisch van aard. Opgesteld vanuit een perspectief van tekort of gebrek. Een invalshoek die hand in hand gaat met onderwaardering, uitsluiting en stigmatisering van de betreffende personen. Eén van de gevaren die het labelen met zich meebrengt, is dat het label gezien wordt als een overheersend kenmerk van de betreffende persoon. Door mensen met een label op te kleven, worden ze als ‘anders’ bestempeld, waarbij vooral de nadruk op het (negatief)afwijkende wordt gelegd (Wendell, 1997). Door de focus op de beperking, worden alle andere positieve eigenschappen die die persoon bezit, verwaarloosd en ontkend! De ‘gelabelden’ worden zo genaaid in een mantel van incompetentie. En tegelijkertijd gevangenen van de expliciete en impliciete betekenissen die aan de etiketten worden gegeven.

Werken aan een inclusieve samenleving brengt dus een uitdaging met zich: Een duiding vinden die recht doet aan het principe dat elk mens iets heeft waarin hij goed is. En dat dan positief stickeren. Zoals bijvoorbeeld Zonline, aanbieder van zonnesystemen dat doet. Hun medewerker Arno heeft als bijzondere aanleg dat hij doof is. Een talent dat uitstekend van pas komt bij het werk dat hij doet: het maken van ontwerpen voor zonnepanelen op satellietbeelden van de huizen van Zonline klanten. Dat vraagt de nodige concentratie en dus is Arno’s doofheid in de hectisch verkoopomgeving van Zonline een pre in plaats van een beperking.

Ieder mens heeft (recht op) zijn eigenheid, ieder mens heeft zijn kwaliteiten en zijn beperkingen. De kunst is deze te ontdekken en te ontwikkelen. Dat vraagt partnerschap, waarbij mensen samenwerkend hun expertise bundelen. De kennis en vaardigheden van de een verenigt met het unieke perspectief van de ander. Wanneer partnerschap ontstaat wordt de expertise van beide partijen zowel her- als erkend.

Ik geloof in de kracht en betekenis van die benadering. In mensen en hun mogelijkheid om vanuit eigenheid een optimale meerwaarde te creëren binnen het maatschappelijke dan wel economische circuit. Dat vraagt een open oog en oor voor de bijzondere aanleg van het individu; en niet omgekeerd. De mogelijkheden zitten in het individu. Daarop wordt het individu aangesproken.

Dit alles betekent dat de Participatiebeweging een aangepast script behoeft. Een script dat de focus legt op de bijzondere aanleg van mensen. Dat vergt een daarop aangepaste communicatie, zodat de intentie en de boodschap door iedereen juist en optimaal wordt begrepen. Het niet betuttelend behandelen of belerend benaderen van mensen zal zich vertalen in een belangstellende omgeving en reële maatschappelijke inclusie. ‘Gewoon’, omdat mensen binnen hun mogelijkheden en draagkracht worden aangesproken.

Mensen met een bijzondere aanleg zijn mensen. Wanneer men veronderstelt dat er mensen zijn met beperkingen en mensen zonder beperkingen, dan wordt discriminatie mogelijk. Ik kan ze gemist hebben hoor, maar ik kan mij niet heugen ooit een personeelsadvertentie gezien te hebben die kopte: Met spoed gezocht: mensen met een beperking. Dergelijke oproepen die ik googelend vond betroffen de deelname aan een onderzoek onder diezelfde groep van mensen (met een beperking).

De kern van mijn boodschap? De labeldrift op de brandstapel. “Normaal” is slechts het gemiddelde van alle afwijkingen … Het wordt tijd dat we al die prachtige, inspirerende mensen die anders zijn, kunnen én durven een hen toekomende titel geven: Mensen met Bijzonder Aanleg (MBA).

Ik wens u en mijzelf veel collega’s met een MBA toe!

Advertenties

2 Replies to “Het etiket van beerput op rozenwater”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s