Als partijen zeggen dat ze samenwerken, vraag ze dan eens wie de vijand is

• De spilzucht van achteloze samenwerking

working together

In mijn werk kom ik bijna dagelijks mensen of ondernemingen tegen die mij vertellen: ‘wij zijn een professionele organisatie die …’. En dan volgt een hele riedel over wat ze allemaal kunnen. Met de nodige loftuitingen aan het eigen adres die de bewering moeten onderbouwen: ‘het klantgericht denken en handelen’, ‘het onderscheidend hoge serviceniveau’, ‘het partnership’, etcetera. Het klinkt allemaal ontzettend lekker. Zeker als daarbij ook ‘samenwerking’ wordt geclaimd!

De Denktank Transformatie Jeugdstelsel – een groep vernieuwingsgezinde bestuurders en experts uit verschillende onderdelen van de jeugdsector – heeft zich gebogen over de vraag welke thema’s écht om anders werken vragen. Aanleiding voor dit initiatief: gemeenten zijn vanaf 2015 verantwoordelijk voor preventie, jeugdhulp, jeugdbescherming, passend onderwijs, de Participatiewet en de uitgebreide Wmo. Daarmee krijgen gemeenten de mogelijkheid om meer integraal sociaal- en zorgbeleid te voeren en de resultaten daarvan te optimaliseren.

In zijn rapport ‘Beter met minder. Bouwstenen voor de transformatie van het jeugdstelsel’ komt de Denktank Transformatie Jeugdstelsel met bekende punten: er moet meer aandacht zijn voor de versterking van zelfregie en zelfredzaamheid van burgers en hun sociale netwerk. De eerste lijn (de ‘vrij toegankelijke jeugdhulp’) verdient versterking, wat kan leiden tot minder gebruik van dure zorg. Ook kan de samenwerking veel beter. Specialistische hulp moet snel beschikbaar zijn en zich – zodra dat kan – net zo snel weer terugtrekken. Schotten tussen deelsectoren moeten verdwijnen. Daarover zijn velen het roerend met hen eens.

Een belangrijk uitgangspunt bij dit alles – aldus de Denktank – is dat een succesvolle omvorming vraagt om een nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen: burgers, cliënten, bestuurders en professionals, gemeenten en instellingen, opleidingen en kennis en onderzoeksinstellingen. En juist daarop dreigt de decentralisatie en overdracht van taken binnen het sociaal domein stuk te lopen.

Als in het verband van de decentralisaties, transitie en transformatie gesproken wordt over ‘samenwerking’, gaat het over – of bedoelt men – afstemming, coördinatie, de verdeling van informatie en geld, (markt-)posities, enzovoort. Ook belangrijk, maar laten we dit vooral geen ‘samenwerking’ noemen. Het gaat nauwelijks – en in ieder geval te weinig – over de vakmensen die samen aan het werk mogen gaan.

Samenwerken. Het lijkt zo eenvoudig. Iedereen kent het woord. Kent ook haar mogelijkheden. Maar kennen wij de exacte betekenis? Het valt niet mee om echt en goed onder woorden te brengen wat samenwerken is; of wat het voor en met jou doet. Koppen bij elkaar, schouders eronder, vele handen, licht werk. Wie is ertegen?

Samenwerking. Het is een prachtterm; maar vaak ook ten onrechte gebruikt. Als ‘dekmantel’ voor het tegengaan van concurrentie of competitie. Een (stilzwijgende) afspraak om ‘elkaar niet in de weg te zitten’. Een positieve term voor een defensieve houding: bij elkaar kruipen als bescherming. Op dezelfde plaats en dezelfde tijd autonoom werken. Ja zeggen en lekker door gaan met je eigen ding! De hier bedoelde en gepraktiseerde vormen van ‘samenwerking’ hebben weinig van doen met het werk dat uiteindelijk moet worden gedaan.

In mijn optiek begint samenwerken met een simpele vraag: ‘wat kan ik voor jou betekenen’ of: ‘kun jij voor mij …..betekenen’. Wederzijds betekenis hebben – van toevoegende waarde zijn – is bij samenwerking de allesomvattende kernvraag. Kortom, bij échte samenwerking hebben alle betrokkenen baat. Dáárom vinden wij samenwerken belangrijk. En dat is ook de toegevoegde waarde: er echt alles aan doen om de ander zo optimaal mogelijk te bedienen! Als we zo samenwerken niet kunnen waarmaken, hoeven we het over ‘resultaat’ al helemaal niet te hebben.

Samenwerkende organisaties en mensen helpen elkaar om doelgericht activiteiten uit te voeren welke leiden tot een tevoren afgesproken resultaat dat ook door de ander als zodanig wordt gewaardeerd. Optimale samenwerking vraagt om complementaire competenties, gelijkwaardige betrokkenheid en gemeenschappelijke doelstellingen. Kenmerkt zich door wederzijdse betrokkenheid in succes en persoonlijke groei. Samenwerken is het combineren van aanvullende eigenschappen om een gewenst resultaat te behalen. Samenwerken is vooral ook: een andere manier van organiseren.

Voor een succesvolle samenwerking moet je in staat zijn een deel van je autonomie of resultaatverwachting op te geven. In het vertrouwen dat je er meer voor terugkrijgt. Dat is niet altijd gemakkelijk. Betrokkenen spreken vaak (nog) niet dezelfde ‘taal’. Hebben andere verwachtingen en interpreteren zaken verschillend. Dat vraagt een gemeenschappelijke bril. Om bekendheid met elkaars talentportfolio’s. Om het afzien van status en macht, goede communicatie én het vermogen om zich met anderen te verbinden en elkaar los te laten.

Als je dus ‘de samenwerking aangaat’, durf dan vragen te stellen over doel en inhoud van die samenwerking. Met als kernvraag hoe je dat sámen het meest succesvol in de praktijk brengt. Shakespeare zei het ooit zo: ‘Als je een beetje beter wilt zijn, wees dan competitief. Als je exponentieel beter wilt zijn, wees dan coöperatief.’

Echt samenwerken is co-creatie: een open, actief en creatief proces. Daarbij wordt toegevoegde waarde gecreëerd in samenwerking tussen idee-inbrengers, meedenkers, eindgebruikers en andere belanghebbenden. Worden oplossingen voor een idee of wens ontwikkeld door een groep mensen met diverse talenten en achtergronden.

De sleutelbegrippen bij ‘samenwerking’ zijn: ‘open werken’ en ‘dialoog met alle betrokkenen’. Als wij die sleutels niet kunnen hanteren, is er geen samenwerking. En, waar geen samenwerking is, moeten we niet van samenwerking spreken. Gewoon, omdat de alom aanwezige wens tot samenwerking te waardevol is om deze te laten frustreren door een te kwistig gebruik van de term.

Advertenties

5 Replies to “Als partijen zeggen dat ze samenwerken, vraag ze dan eens wie de vijand is”

  1. De beschreven ervaringen zijn heel herkenbaar, ook op andere terreinen dan de jeugdzorg. Het kunnen oppoetsen van eigen kundes en het kunnen wekken van schone verwachtingen vormen langzamerhand een belangrijke competentie. De schone woorden zijn belangrijker dan de daden en de feitelijke effecten. Het verklaart waarom veel beleidsnota’s geen enkele werking hebben. Als raadslid word ik moet van het zoveelste verhaal over “eigen kracht”, zelfsturing, eigen verantwoordelijkheid enz. Langzamerhand interesseert mij slechts EEN vraag omtrent de zoveelste nota: WANNER WE DEZE NOTA VANAVOND VASTSTELLEN, WAT GAAT ER DAN MORGEN CONCREET ANDERS GEBEUREN? Maar al te vaak verandert er niets, behoudens een nieuwe nota. De slag van visies en strategieën naar operationalisatie wordt maar moeizaam gezet. Het lijkt erop dat daadwerkelijke uitvoering niet meer interessant is en dat je makkelijker kunt scoren met alweer een strategische visie dan met feitelijk werk. Het wordt een in zichzelf gekeerd systeem dat niet meer in staat is tot zelfcorrectie maar enkel tot zelfbevestiging. Het zijn kenmerken van geestelijke inteelt. Te velen hebben belang bij het voortduren ervan. We hebben de problemen uit het verleden beter georganiseerd dan de uitdagingen voor overmorgen. Zie ook http://www.ontganiseren.nl

  2. Mooi betoog Peter Paul. Naast een pleidooi voor samenwerken ook nog voor ruimte voor de praktijk. Want daar moet het immers gebeuren. Je spreekt over: complementaire competenties, gelijkwaardige betrokkenheid en gemeenschappelijke doelstellingen. Aanvullend hierop zijn gemeenschappelijke waarden en uitgangspunten. Dus niet alleen het doel helder hebben, maar ook de vertrekpunten. Organisaties en gemeenten neigen ernaar om in deze periode voor de transities veel tijd te besteden aan het afstemmen (met het oog op samenwerken) op organisatie en beleidsniveau. Wanneer men het op deze niveaus eens is over de nieuwe richting, wordt de praktijk onder tijdsdruk gezet om snel de nieuwe manier van werken gezamelijk te implementeren en in uitvoering te brengen. Hierbij wordt het deel ‘betekenis geven aan en internaliseren van’ de verandering vaak overgeslagen. Hierdoor blijken de goede plannen in de praktijk vaak onnodig te stranden. Samenwerken gaat niet vanzelf, het is een proces. Laten we blijven pleiten voor ruimte hiervoor in alle lagen.

  3. Een mooi betoog!
    Concrete handvatten hiervoor zijn te lezen in mijn reactie op een blog van Job Cohen. Daarin een aantal praktische tips waarmee professionals hun samenwerking meer gezamenlijk en complementair kunnen maken. Vanuit het hart; met de houding ” wat kan ik voor jou doen? ” én met de wil om waarden en belangen te bespreken en te benutten, complementair te maken. Het werk wordt er leuker van en de resultaten beter.
    http://kennisnetjeugd.nl/blog/116-de-wethouder-jeugd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s