Goede mensen hebben geen wetten nodig om een achterpoortje te vinden

9-11
Als de wet tegen je is, handel dan naar de feiten.

De rijksoverheid hevelt steeds meer taken over naar lagere overheden, maar verzuimt hen daarvoor toe te rusten. Lokale bestuurders en ambtenaren zien ook door de bomen het bos niet meer. Wat nodig is, is een kwalitatieve inhaalslag en eenvoudiger regels. Want zeker is dat wij van het verschil tussen de oorspronkelijke bedoeling en de uiteindelijke wetten kunnen leren hoe ver, snel en volhardend stelselzucht de daad van de droom scheidt…

Kent u dat gevoel? Het gevoel van ‘buitenspel staan’? Wel mee willen, maar niet mee mógen doen? Het komt in elke laag van de bevolking voor en het kan ook jou en mij overkomen! Uit ervaring weet ik dat dit je echt doodongelukkig kan maken.

Misschien daarom voelde ik mij én machteloos én boos toen ik deze week van vier jonge mensen hoorde dat zij wel mee wíllen doen, maar niet mee mógen doen. Boosheid die wellicht ook wel voortvloeide uit een juist een paar dagen eerder door mij geschreven column over participatie. Daarin schreef ik over de perverse prikkel rond participatie: het moeten (zie: https://verruimdehorizon.wordpress.com/2014/02/05/echte-participatie-vraagt-om-ont-moeten/). Ik betoogde dat participatie het ontginnen en ontwikkelen van passie is.

Enkele dagen later maakte ik kennis met vier jongeren die lid waren van de cliëntenraad van een GGz-instelling. Betrokken jeugdigen. Jeugdigen met een passie. Des te opmerkelijker vond ik daarom, dat alle vier ‘thuiszitters’ bleken. Niet, omdat ze niet naar school wíllen. Ze kúnnen er niet terecht!

Elk kind heeft recht op onderwijs betoogde ik. Onderwijs is geen privilege. Iedereen in Nederland moet van zijn vijfde tot zijn achttiende verjaardag naar school. Dat is vastgelegd in de Leerplichtwet. Dat recht betekent, dat wij als volwassenen de plicht hebben ervoor zorg te dragen dat iedere jeugdige onderwijs kan volgen. Zich kan ontwikkelen. Ook, als dat lastig of moeilijk blijkt. Dan moeten wij nagaan wat er moet worden toegevoegd om dat toch mogelijk te maken.

Toch zitten er jaarlijks vele kinderen onterecht thuis. Kinderen voor wie er geen plaats is binnen het onderwijs. Gewoon, omdat ons stelseldenken maatwerk in de weg staat.

In zijn onderzoek naar thuiszitters en het recht op onderwijs concludeerde Kinderombudsman Marc Dullaert dat eerder (mei 2013) ook al. Hij vindt dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, onderwijs op maat moeten kunnen krijgen. Overheid, scholen en leerplichtambtenaren moeten daarbij het kind centraal zetten en de afspraken hierover vast leggen in een thuiszittersakkoord. Een nobel én terecht streven. Met als doel dat alle kinderen in Nederland het onderwijs krijgen waar zij recht op hebben. En toch…het schuurt in de ondersteuning voor kwetsbare jongeren in het onderwijs. Jongeren die daarin zijn vastgelopen. Door psychische problemen of verwaarlozing binnen het gezin, geweld of misbruik.

Schoolverzuim is volgens de wet strafbaar. De tolerantiegrens is de afgelopen periode dan ook stevig verhoogd. De overheid treedt strenger op tegen spijbelen. Handhaving daarvan ligt in handen van de leerplichtambtenaren.

De jeugdigen die ik ontmoette kregen daar ook mee te maken. Er werd – vanwege het geconstateerde verzuim – gedreigd met forse boetes. Totdat duidelijk werd dat de betreffende jeugdigen onder behandeling van de jeugd-GGz waren. Toen liet de leerplichtambtenaar niet meer van zich horen. Goedbedoeld misschien, maar volstrekt misplaatst. Want in plaats van terugtrekken was in de aanval gaan passender geweest.

Natuurlijk, ik pleit niet voor een boete voor de jeugdigen om wie het hier gaat. Maar als schoolverzuim een overtreding is, en jeugdigen kunnen geen onderwijs volgen, waarom worden ouders en jeugdigen dan wel en de daarvoor verantwoordelijke instanties niet actief aangesproken, vervolgd of beboet? Omdat er geen ruimte is voor maatwerk. Omdat het in de regelgeving en aanpak van dit probleem schuurt tussen het denken en het doen.

Onderwijs- en (zorg-) organisaties kunnen financiële problemen krijgen als zij kwetsbare jongeren lesgeven en opvangen. Daar verandert de Leerplichtwet niets aan. Frieslab maakte daarvan – op basis van een ordening van de wet- en regelgeving – onlangs een analyse (1). De conclusie? Het schuurt op het snijvlak van zorg, onderwijs en sociale zaken. Omdat het volgen van onderwijs voor kwetsbare jongeren in opvang- en behandelorganisaties onvoldoende geborgd is in de wet- en regelgeving.

De jongeren waar het rapport over handelt, zijn jongeren onder de 23 die te maken hebben (gehad) met ernstige problemen. Jongeren, zoals die vier die ik deze week ontmoette. Jonge mensen die een zo normaal mogelijk leven willen opbouwen. Niet willen vastzitten aan hun verleden, maar willen werken aan toekomst. Jeugdigen, die willen meetellen en meedoen! Maar tureluurs en ontmoedigd worden door wet- en regelgeving die hen – ondanks goede bedoelingen – vermalen in de versnippering en tegenstrijdigheden daarbinnen. En hen zo naast het strafbankje ook nog eens in het verdomhoekje plaatsten!

Het is zaak dat wij daarvan bij de omvorming van ons sociaal domein werk maken. Door en met samenhangende wet- en regelgeving. En bevrijdende kaders. Want ook de invoering van de nieuwe stelsels voor passend onderwijs en jeugdwet bieden geen oplossing voor deze problemen. Zij vertonen nog altijd de sporen van bureaucratie en beheerzucht. Zij dienen – hoe goed bedoeld ook – niet de publieke zaak, maar helpen haar om zeep. Bevrijdende kaders, ruimte voor maatwerk kan ervoor zorgen dat ieder kind een passend plekje vindt in het onderwijs. Maar, omdat wetten als spinnenwebben zijn, die de kleine vliegen vangen, hebben wij vooralsnog wespen en horzels nodig om er doorheen te breken.

Voor de thuiszitters van nu is dat geen oplossing, want het Nederlandse wetgevingsproces deugt niet. Het duurt allemaal veel te lang en levert zelfs ‘prutswerk’ op. Daarbij lijkt de (rechts)praktijk speelbal geworden van politieke spelletjes. En spelletjes van koepelorganisaties. Het hele wetgevingsproces is ‘een stroperige bedoening’ die het mogelijk maakt om een wetsvoorstel tien jaar of zelfs langer te laten slepen.

De wetsvoorstellen zelf zijn vaak inhoudelijk goed. Het gaat meestal fout na de indiening van het voorstel in de Tweede Kamer. De voorstellen worden inzet van een politiek debat; en dat gaat soms niet eens over het onderwerp van het voorstel. Het is daarom dat ik de huidige generatie thuiszitters goede en betrokken professionals toewens. Mensen die geen wetten nodig hebben om een achterpoortje te vinden. Zij maken het verschil. Een constatering die ik ook eerder al moest trekken (zie: (https://verruimdehorizon.wordpress.com/2014/01/24/vergeet-mij-niet-het-leven-begint-bij-18/).

(1) In het rapport “Het schuurt tussen onderwijs, zorg en sociale zaken” presenteert Frieslab, naast soms hele praktische oplossingen, een model dat gemeenten helpt om te zien voor welk soort problemen ze op welke schaal moeten samenwerken. Zie ook: http://frieslab.nl/nieuw-rapport-frieslab-het-schuurt-tussen-onderwijs-zorg-en-sociale-zaken/

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s