Pak kluitjesvoetbal aan

Gepubliceerd 21 mei 2012 | MT | Podium | P.P.J. Doodkorte
F3_kluitjesvoetbal
Binnen veel organisaties is het fenomeen ‘kluitjesvoetbal’ bekend. Echt effectief is het niet. Podiumauteur Peter Paul Doodkorte ziet mogelijkheden binnen de jeugdzorg om ‘kluitjesvoetbal’ aan te pakken en op te lossen.

Kluitjesvoetbal is volgens de definitie van Wikipedia een manier van voetballen, waarbij het hele team naar de bal toeloopt, en dus alle spelers op een kluitje staan. Dit komt voor bij kinderelftallen, en is als uitdrukking bruikbaar voor zulk gedrag van een groep volwassenen. Een speltechnisch nadeel is dat spelers elkaar in de weg lopen, en dat een uitbraak van de tegenstander in het geheel niet kan worden verdedigd. Het team heeft geen beheersing van de situatie, zelfs niet in het drukke gebiedje. Kluitjesvoetbal is te voorkomen door taakbesef en samenwerking.Al decennia lang zien wij bij organisaties op het gebied van zorg, werk en welzijn ‘kluitjesvoetbal’ . Met al gevolg onvoldoende samenwerking en langs elkaar heen werken. De wijkgerichte aanpak, waarbij duidelijk is wie wat doet, is hierop een kansrijk antwoord. Maar we staan, zo stel ik vast, voor wat dat betreft in ons land nog in de kinderschoenen. Want hoewel gebiedsgericht werken ook impliceert dat wij het aantal spelers terugbrengen bestaat er tegelijkertijd bij de verschillende spelers c.q. organisaties nog een enorme angst voor het loslaten.

Te veel van alles
Hoe gaat het nu: we zoeken oplossingen vanuit ons eigen instituut. In plaats van uit te gaan van wat mensen zelf nodig hebben. Ik noem dat wel “het gewone leven”: mensen willen een geregeld leven, met werk, een gezin, een prettig huis. Maar onze samenleving zit zo in elkaar dat zelfs dat lastig te realiseren is. Dit is een klein land, en er is genoeg kwaliteit, maar er zijn te veel instituten. Hierdoor is de zorg voor jeugd en gezin compleet overgeorganiseerd. In de huidige tijd gaat teveel tijd verloren met allerlei overleg over samenwerking en met allerlei (deel-)projecten. En ja, er is ook te veel beleid. Er is veel te veel van alles. Het is allemaal kluitjesvoetbal in de oase, met daaromheen grote woestijnen.

Om los te komen van het kluitjesvoetbal, moeten wij het oude systeem en de overmaat aan aparte organisaties loslaten. Loslaten betekent niet dat betrokken organisaties zich moeten terugtrekken op hun kerntaak; wat die ook moge wezen. We moeten kijken hoe we deze kerntaken zo kunnen dóórontwikkelen dat we echt het verschil kunnen maken voor kwetsbare mensen. We moeten vraag en aanbod weer bij elkaar brengen. Professionals zijn daarbij nodig, maar allerlei afzonderlijke organisaties met hun eigen aansturing niet. Het kan dan ook helemaal geen kwaad om weer eens even ‘back to basics’ te gaan.

Kloof dichten
Ik signaleerde in dit verband al vaker een gebrek aan ambachtelijkheid: de kloof die zich bevindt tussen de beleidsmakers aan de ene kant en de mensen in de wijken die dat beleid moeten uitvoeren. Om die kloof te dichten is inderdaad een complete systeemvernieuwing noodzakelijk. Dat is lastig te realiseren; en het kost tijd. Maar dat laat de opdracht onverlet: we moeten toe naar systemen die zelfontwikkelde oplossingen creëren. Met de huidige systemen en daaraan verbonden organisaties, die juist van bovenaf van alles opleggen, lukt dat niet.

De individuele professional weet prima waar behoefte aan is en kan ook prima de verbinding leggen naar andere partijen. Omdat hij of zij denkt vanuit de specifieke context en de specifieke vraag van het huishouden waar hij bij betrokken is. Daar kun je geen generieke oplossingen vanuit de organisatie voor bedenken.

Spelers reduceren
Ik pleit er dan ook voor dat we de transformatie van de zorg voor jeugd gebruiken om het aantal spelers aanmerkelijk te reduceren. Samenwerkende professionals moeten zich laten leiden door de mogelijke kansen. Met een open oog voor het specifieke probleem dat zich voordoet. We moeten van aanbodsturing via vraagsturing naar resultaat- en kanssturing. Dit vraagt om het oppakken van regie op de primaire functies in de buurt. Als we problemen willen oplossen, moeten wij daarbij aansluiten.

Organiseer de zorg voor jeugd daarom bijvoorbeeld rond de school; een kans nu de jeugdzorg wordt gedecentraliseerd naar de gemeentes. Hiermee raken we aan het thema van het aanvoerderschap: het gaat nu om burgerkracht. Van professionals en instellingen wordt een ondersteunende rol verwacht. Professionals moeten vertrekken als ze niet meer nodig zijn.

Gebiedsgericht werken
Kluitjesvoetbal tussen overheden en partners blijkt een steeds terugkerend probleem. Door de jongere en zijn gezin centraal te stellen wordt geprobeerd stappen te zetten in een beter functionerend systeem van zorg rondom de jeugd. Maar, ik herhaal het nog maar eens: de zorg voor jeugd kent een complexe bestuurlijke en organisatorische context met (te) veel organisaties. Er worden inmiddels inspanningen verricht om de zorg te bundelen, zodat deze op een optimale manier kan worden aangeboden. De uitvoering van de zorg voor jeugd gaat daarbij steeds nadrukkelijker in de richting van gebiedsgericht werken. Daarbij is voor de uiteindelijke kwaliteit daarvan de taak- en rolopvatting van de praktijkprofessional van groot belang.

Gebiedsgericht werken kenmerkt zich met frontlijnlogica, waarbij er uitgegaan wordt van het werk zelf, op de publieke werkvloer. Het gaat daarbij om het primaire proces in de relatie tussen burger en praktijkprofessional. Van daaruit wordt gedacht, gehandeld, georganiseerd en gestuurd. Het komt er bij de transformatie van de zorg voor jeugd op aan in steeds wisselende verbindingen te zoeken naar samenwerkingsverbanden, coalities en allianties die dat proces verder brengen. Dat is bovendien nodig omdat de verschillende partijen vaak niet in staat zijn alle relevante aspecten van het vraagstuk te overzien. Samenwerking is daarbij geen afdoende aanpak. In de praktijk blijkt dat dit moeizaam kan verlopen. Wanneer belangen niet per definitie in lijn liggen met elkaar, verantwoordelijkheden uiteenlopen, informatie verspreid is over meerdere partijen, rationaliteit en opvattingen over de urgentie van problemen verschillen en de ideeën over waar het heen moet voortdurend verschuiven tussen en binnen partijen, is samenwerking buitengewoon lastig tot stand te brengen en vol te houden.

Einde aan kluitjesvoetbal
In het kader van het nieuwe jeugdbeleid worden bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheden voor een groot aantal voorzieningen overgeheveld naar de gemeente: de jeugd-ggz, de provinciale jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg, de jeugdreclassering en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd. Ik verwacht dat als gevolg van nieuwe opvattingen, het gebiedsgericht werken en de daarbij aan de burgers toebedachte rol het speelveld voor organisaties (gelukkig) razendsnel zal veranderen. Hierdoor ontstaat druk op de verschillende uitvoerders. Het wordt voor hen in toenemende mate te ingewikkeld om te bewegen en te manoeuvreren in de kluitjescontext. Gebiedsgebonden teams, territoriale in plaats van organisatie-gebonden eenheden vormen de basis voor interventies, projectmatig werken en toezicht op de zorg voor jeugd. Zij zullen een eind maken aan het kluitjesvoetbal en de zorg dichterbij de burger organiseren en beter toegankelijk maken.

Eerdere bijdragen:
* Word een autonome manager
* Ga nou eens gewoon zelf opvoeden
* De teerling is geworpen, er is geen weg terug

Over de auteur:
Dit Podiumartikel is geschreven door Peter Paul Doodkorte, toentertijd partner van BMC.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s