De autoriteit van de therapeut schaadt maar al te vaak degenen die leren willen

(Vrij naar: De natura deorum, Marcus Tullius Cicero, Romeins staatsman en schrijver 106 v.C. – 43 v.C.)

  • Kijken is meer dan zien

gezichtenvaas
Voor mij is anders kijken één van de belangrijkste elementen van creatief denken. Als je flexibel kunt zijn in hoe je dingen ziet dan krijg je veel nieuwe impulsen, en dan ga je ook andere dingen zien.

Om anders te zien, moet je bewust kijken. Sommige mensen doen dat van nature (kunstenaars bijvoorbeeld). Anderen doen dat met een gekleurde bril….

Vanaf 2015 ligt alle jeugdzorg bij de lokale overheden, ook de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). De wet geeft de gemeenten veel vrijheid in de manier waarop ze hun jeugdbeleid gaan vormgeven. Dit voornemen roept felle reacties op. Niet in de laatste plaats vanuit het veld van professionals. Die de onzekerheid van ouders over de toekomst van de zorg voor en behandeling van hun kinderen met psychiatrische problematiek wat graag voeden met spookbeelden. Van indicatie stellende ambtenaren bijvoorbeeld (zie: http://www.youtube.com/watch?v=alW2K4aiMbU).

Dat filmpje werd mij onder de aandacht gebracht door een BIG-geregistreerde klinisch psycholoog/psychotherapeut. In reactie daarop heb ik de betrokken professional laten weten dat ik het filmpje op zijn vriendelijkst gezegd tendentieus vind. Het borduurt voort op misplaatste en misleidende beeldvorming en geeft een volstrekt verkeerd beeld van dat wat gemeenten momenteel daadwerkelijk organiseren. Het antwoord dat ik daarop kreeg was zo mogelijk nog verontrustender: “Het filmpje is zeker tendentieus. Ik heb de inzet van de gemeente(n) tot op heden zeker als positief ervaren, maar bemerk ook dat het niet overal zo gaat.”

Waarom dat verontrustend is? Omdat het precies typeert wat wij in ons land graag doen: de uitzondering (het probleem) uitvergroten. De bredere beweging die aan de overdracht van de jeugdzorg naar gemeenten ten grondslag ligt, verengt zich zo tot een eenzijdige obsessie van professionals. Professionals die hun autoriteit te zeer misbruiken en daarmee de partijen die willen leren schaden.

Ik werd in mijn opvatting gesterkt door een uiterst inspirerende lezing van Scott D. Miller welke ik deze week mocht bijwonen. Een lezing, aangeboden ter gelegenheid van het 10jarig bestaan van Trias jeugdhulp (Zwolle).

Psycholoog Scott D. Miller, Ph.D. (Institute for the Study of Therapeutic Change, Center for Clinical Excellence) presenteerde zijn visie op psychologische zorg. De essentie van zijn betoog? Een psycholoog kan betere psychologische zorg bieden door te werken volgens het principe van ‘practice based evidence’ in plaats van ‘evidence based practice’ (Zie ook http://www.scottdmiller.com/).

Zijn betoog deed mij denken aan verschijnsel bij de ziekte van Alzheimer: het gaten in het geheugen opvullen met verzinsels. Als gevolg daarvan wordt de gedachtegang verward en gaat de greep op zichzelf en de omgeving verloren. Er ontstaan dan gemakkelijk angstgevoelens, eventueel gepaard gaande met verschijnselen van depressiviteit. Door de geheugenstoornissen is men voortdurend alles kwijt hetgeen een basis vormt voor het ontstaan van achterdochtige (paranoïde) gedachten.

Ik citeer Miller: “Een soortgelijk vertekenend beeld lijkt ook aanwezig in de subjectieve zelfanalyse van professionals in de GGZ. Hun eigen effectiviteit schatten ze steevast dwaas hoog in. Die mening stoelt vrijwel nooit op harde cijfers en de beroepstrots van het ego zit vaak danig in de weg.” Dat ervaart Miller wanneer hij – overal ter wereld – keer op keer respectabele therapeuten hoort praten over de eigen effectiviteit en hoort twijfelen aan het feit dat de beoordeling door een cliënt veel zwaarder weegt dan de schouderklopjes van collega-wetenschappers. “Doe je ogen open, lees het actuele wetenschappelijke onderzoek”, verzucht hij dan. “Geschoolde en gekwalificeerde therapeuten in alle disciplines overschatten hun eigen effectiviteit met gemiddeld 60%!”

Tijdens zijn doorwrochte – en tegelijkertijd lichtvoetige betoog presenteerde hij uitermate toegankelijk de naakte feiten van zijn practise based evidence. Over een onderling hopeloos verdeelde en een met het eigen imago schermutselende beroepsgroep. “Wanneer loodgieters eenzelfde wazige opvatting over hun nering zouden ventileren als therapeuten, dan lekte heel Nederland van binnenuit en konden we het landje doortrekken.”

Therapeutische uitmuntendheid vraagt niet om nog meer of nieuwe behandelmethoden en technieken. Integendeel. “Het is niet de therapeut of zijn therapiemodel is wat een therapie doet slagen. De meest krachtige factor tot verandering is de cliënt (de mens) zelf en wat zich afspeelt in zijn of haar leven buiten de therapiekamer. De zogenaamde extra-therapeutische factoren. Gevolgd door de tot stand gebrachte relatie tussen cliënt en therapeut” (Barry L. Duncan, Scott D Miller, Jacqueline A Sparks 2004).

Anders gezegd: isoleer niet het ‘probleem’, maar plaats het in haar context. En focus de behandeling niet op het beperken van het problematische functioneren. Herstel van het onproblematisch functioneren vraagt om het kijken (en durven zien!) van kansen en mogelijkheden. En laat dat nu precies het fundament zijn van de decentralisatiebeweging van en bij de meeste – zo niet alle – gemeenten: het plaatsen van de inwoners in het bredere denk- en kijkraam van hun talenten en omgeving.

De vraag hoe dat werkt, laat ik u graag zelf beantwoorden. Door eens te kijken naar het (door Miller gebruikte) navolgende filmpje. Ik zou onze Senatoren (leden Eerste Kamer der Staten Generaal) willen adviseren om, alvorens op 11 februari 2014 het debat over de Jeugdwet te voeren, daarvan kennis te nemen. Net als van het bredere denkraam van Miller. Hij ontrafelt het geheim van de excellente therapeut. En geeft ook een andere ‘kleur’ aan het buitengewoon gekleurde verzet vanuit de jeugd-GGz.

Video

Sam! – Kom maar op met die transitie!

SAM

Sam is een sociaal innovatief project in het jeugddomein. Burgers en professionals kunnen het zelf, met steun van de organisaties waar professionals in werken. Sam’s zijn Sociale Amsterdammers, verbonden in een netwerk en te vinden achter een simpele digitale voordeur. We hakken een weg door de jeugdzorgjungle en gaan de uitdagingen van de transitie aan.

Sam is een Sociale Amsterdammer – een professional in het jeugddomein die werkt, leert en deelt in een netwerk. Sam heeft een digitale voordeur. Sam werkt niet met regels en protocollen, maar met werkprincipes. Professionals bouwen zelf het stelsel waarin ze willen werken – dat is Sociale Innovatie! Dit is het verslag van de eerste Samstorm.

Galerij

Vergeet mij niet – het leven begint bij 18…

• Het zijn betrokken professionals die het echte verschil maken
Het leven begint bij 18 -1
Begin deze week besloot ik dat mijn blog deze week zou gaan over de jeugd-ggz. Deze staat aan de vooravond van een ingrijpende beslissing over haar toekomst. De nieuwe jeugdwet legt de regie voor de jeugd-ggz namelijk bij de gemeente. Tegen dit voornemen is op vele manieren en op vele plaatsen geprotesteerd. Er is en wordt geschreven, vergaderd en uitgebreid gedebatteerd over de zorgen die daarover binnen die sector bestaan. Zij denken dat de voorgenomen maatregelen nadelig zullen zijn voor de kwaliteit van de diagnostiek en de behandeling van kinderen en jeugdigen met een psychische aandoening en ook voor de kosten van de zorg. Ik snap de zorgen, maar het beeld dat vanuit die sector wordt geschetst (ambtenaren die de diagnose gaan stellen) is tendentieus en misleidend. Vinden ook professionals uit die sector zelf.

Uiteindelijk heb ik besloten dat ik er niet over zou schrijven. Enerzijds, omdat hiervan – terecht – afstand genomen werd door (o.a.) Annemarie Jorritsma (voorzitter VNG; zie http://www.gemeente.nu/Sociaal/Nieuws/2014/1/Jeugd-ggz-kan-en-moet-effectiever-1449912W/) en Mechtild Rietveld (zie: http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/opinie/columns/vrije-keuze-in-de-zorg-en-sluipende-uitholling.9195221.lynkx). Anderzijds zou ik daarvoor eenvoudigweg twee van mijn eerdere blogs hierover ( zie: https://verruimdehorizon.wordpress.com/2013/09/07/elke-verandering-begint-met-een-andere-manier-van-kijken/ en https://verruimdehorizon.wordpress.com/2013/10/11/jasper/) kunnen recyclen. Zoals de ‘lobby’ vanuit de GGz-sector dat ook doet met het misplaatste ‘spookbeeld’ van indicerende ambtenaren.

Dat ik uiteindelijk heb gekozen voor een ander onderwerp, komt door een indrukwekkende première die ik deze week mocht bijwonen. Op uitnodiging van de William Schrikker Groep was ik donderdag 23 januari 2014 aanwezig bij de presentatie van “Het leven begint bij 18”. Een documentaire over de zoektocht naar zelfstandigheid van een jongere met een licht verstandelijke beperking. Deze is maandag 3 februari te zien op Nederland 2. Zij vertelt het verhaal van Hyba.

Op de dag dat ze 18 wordt, weet Hyba het eigenlijk al: ze komt terug in de zorginstelling. Want anders zwerft ze toch maar op straat. “Maar eigenlijk wil ik niet in de instelling zitten.”

In de niets verhullende documentaire zie je hoe lastig het is voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking om, wanneer ze eenmaal wettelijk volwassen zijn, zelfstandig een leven op te bouwen. Dan mogen deze jongeren hun eigen leven bepalen. Ook wanneer ze al problemen hadden en gedwongen hulp kregen, moet de hulpverlening zich verplicht terugtrekken als zij 18 worden. Ook, al weten zij én wij dat zij een zelfredzaamheidstoets wel willen, maar niet kunnen doorstaan. Juist deze jongeren overschatten hun mogelijkheden en vermijden vaak zorg, zo is te zien in het portret van Hyba.

Veilige plek
Als ze behandellocatie Klipper van Groot Emaus (’s Heeren Loo) op haar 18e verlaat, zwerft Hyba half Nederland door. Ze wordt ruim een maand later door de politie uit een pand gehaald waar prostituees en harddrugsgebruikers zitten. Begeleider Peter van Groot Emaus regelt een gedwongen opname voor haar, en later ook een beschermde begeleid wonen plek in Rotterdam. “Ondanks dat ze onze klant niet meer is, kan ik het niet laten voor dat meisje te zorgen. Dat kan niet tot in het oneindige, maar ik hoop dat ik haar toch nog kan overdragen aan een veilige plek.”

Het meest indrukwekkende in deze documentaire is het moment waarop Hyba Peter – haar begeleider – bedankt voor zijn bezorgd- en vasthoudendheid. Want uiteindelijk blijkt die persoonlijke betrokkenheid de onderscheidende kracht van het systeem dat wij ‘jeugdzorg’ noemen. Waar het stelsel faalt en (schokkende) gaten laat vallen, zijn het de betrokken professionals die het echte verschil maken.

De documentaire laat zien hoe hard het nodig is jongeren beter voor te bereiden op het volwassen leven. En juist voor jongeren als Hyba schiet zowel de huidige Wet op de Jeugdzorg – net als de nieuwe (concept) Jeugdwet – ernstig tekort.

Beide wetten hanteren een/de leeftijdsgrens van 18 jaar. En dat leidt tot forse knelpunten in de zorg aan 18 tot 23 jarigen. Weinig 18+ jongeren krijgen namelijk nog (verlenging of hervatting van) jeugdzorg. Dat raakt vooral de groep die nog niet in staat is om zelfstandig te functioneren. Knelpunten in de ondersteuning aan deze jongeren zijn:
• een tekort aan een passend hulpverleningsaanbod;
• het ontbreken van de juiste expertise om deze doelgroep te begeleiden;
• het vrijwillige karakter van de jeugdhulpverlening na 18 jaar;
• de slechte aansluiting tussen jeugd- en volwassenenzorg;
• onduidelijkheid over wie er verantwoordelijk is voor de noodzakelijke ondersteuning.

Natuurlijk zijn er aanbevelingen ter verbetering: van voldoende specifiek aanbod voor jongeren van 18 tot 23 jaar tot verbeterde aansluiting tussen jeugd- en volwassenenzorg. De intenties zijn er. Maar het daadwerkelijk acteren op die aanbevelingen blijft vooralsnog achterwege. Voor jongeren als Hyba komen eventuele oplossingen – zeker zonder mensen als Peter – ook te laat. En juist daarom verdient dit NCRV Dokument een prominente plaats in elk gesprek dat gaat over de omvorming van ons sociaal domein, de (concept) Jeugdwet en de nieuwe Wmo.

“Het leven begint bij 18” is geregisseerd door Marlou van den Berge en geproduceerd door Paul de Bont Producties. Het duo maakte eerder spraakmakende documentaires over de zorg. Zoals Machteloos (2010) over de kinderwens van verstandelijk beperkte ouders en ADHD (2013). De film is mede mogelijk gemaakt door Fonds Nuts Ohra, Fonds Verstandelijk Gehandicapten en NCRV Dokument.

Bekijk een kort voorfilmpje:
http://www.youtube.com/watch?v=i6MUJkc-CxA&feature=player_embedded

Galerij

Als we goed gegokt hebben, zal het morgen anders zijn

• Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat
glazen bol
U kent deze zin ongetwijfeld: “Resultaten behaald in het verleden, bieden geen zekerheid voor de toekomst.” Of woorden van gelijke strekking. Menig verkoper van financiële producten schermt ermee om haar verantwoordelijkheid af te houden. De prospectus over het product is vaak ondoorzichtig, maar dit zinnetje laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Ik moest aan dat zinnetje denken toen ik mij eerdere deze week voorbereidde op een bijeenkomst met een drietal gemeentelijke ondernemingsraden. Ik mocht hen – op hun verzoek – bijpraten over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Dat gesprek viel bovendien samen met de VNG-ledenraadpleging over het overlegresulaat rond de decentralisatie van AWBZ-taken.

Ik bedacht mij mede daarom dat ik er wellicht wijs aan deed in mijn presentatie wel enig voorbehoud te maken. Want de zekerheden waarmee gemeenten in 2011 (!) begonnen aan de omvorming van het sociaal domein, zijn sedertdien bij voortduring aan wijzigingen onderhevig geweest. En zo titelde ik mijn presentatie met een disclaimer: “Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat.“ Immers, ten aanzien van de ontwikkelingen binnen het sociaal domein is wel gebleken dat de zekerheid van vandaag een gok op de situatie van morgen blijft!

Zo leert ons ook een blik terug in de tijd. Te beginnen met het Bestuursakkoord 2011 – 2015. Dat beloofde ons een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid; een overheid die zich tot haar kerntaken beperkt en waarbij taken zo dicht mogelijk bij de burger worden belegd. Dat is waar Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen volgens het bestuursakkoord 2011 – 2015 voor stonden en tekenden. Voor gemeenten ging het toentertijd om de decentralisatie van de jeugdzorg, de extramurale begeleiding uit de AWBZ en de nieuwe regeling Werken naar vermogen (Wwnv). Deze overdracht zou het dienstverlenende profiel voor gemeenten versterken.

Maar de inkt van het Bestuursakkoord en de daarin vastgelegde ambities was nog niet droog of het Kabinet Rutte I viel (23 april 2012). Het daarop volgende Lenteakkoord draaide een aantal eerder genomen besluiten terug. Zo werden de huishoudinkomentoets in de Wet werk en bijstand (WB) afgeschaft en de bezuinigingen op het PGB en het passend onderwijs (deels) teruggedraaid. De Wet werken naar vermogen (WWNV) – waarvan de invoering voor 1 januari 201 3 stond gepland – werd opgeschort. Net als de overheveling van de begeleidingsfuncties uit de AWBZ naar de WMO. Over de decentralisatie van de jeugdzorg werd in het Lenteakkoord niet gesproken.

Na het Lenteakkoord volgden een Tussenregeerakkoord, een Regeerakkoord 1, een Regeerakkoord 2, een Woningakkoord, een Maartakkoord en een Zorgakkoord. Met een Sociaal Akkoord wordt het inmiddels april 2013. Gemeenten zijn dan een jaar verder en – ondanks de met groot enthousiasme opgepakte uitdagingen – ook een groot aantal toezeggingen en illusies armer. Want maatregelen uit het ene akkoord werden en worden in het volgende akkoord net zo makkelijk weer naar de prullenbak verwezen, ingetrokken, naar de toekomst verschoven of technisch gesproken zo hopeloos ingewikkeld gemaakt dat zelfs de brave juristen van de Raad van State door de bomen het bos niet meer zagen of zien.

Ondanks alle ontwikkelingen en onzekerheden gaan gemeenten onverdroten voort op de weg die zij zijn ingeslagen. Zij blijven de beweging om taken op het gebied van werk, zorg en jeugd (het sociale domein) over te brengen naar gemeenten steunen. Het enige wat zij van het kabinet vragen is samenhang in wetten, regels en geldstromen. Geen verkokerde wetsvoorstellen, maar standvastige samenwerking op basis van partnerschap en vertrouwen in elkaars capaciteiten. Gewoon, omdat de organisatie van het sociale domein beter kan. Dichterbij de mensen kan meer worden bereikt. Tegen lagere kosten, zo hebben gemeenten dat eerder al laten zien bij de bijstand en bij de maatschappelijke ondersteuning. Door het rijk aangespoord tot en aangesproken op grote(re) spoed lopen zij op de punten van hun tenen. Om vervolgens door datzelfde rijk op de inmiddels pijnlijke tenen te worden getrapt. Want het rijk creëert voortmodderend voor gemeenten met deelakkoorden met zorgverzekeraars, bureaus jeugdzorg enzovoort een poel van schijnzekerheid. Dras, waarin de ideologie uit het Bestuursakkoord van 2011 langzaam maar zeker dreigt vast te lopen in het drijfzand van voortdurend polderen met en tussen institutionele belangen.

Ik denk dat de decentralisatie van jeugdzorg, jeugd GGZ en de veranderingen in de Wajong/arbeidsparticipatie en de WMO kansen bieden. Denk aan arbeid, onderwijs, jeugdwerk, passend onderwijs, WMO, hulp bij het huishouden, formulieren invullen, hulp bij het dagelijks functioneren. Als wij het slim aanpakken, kunnen gemeenten straks schotten slechten, en financieringen bundelen in één breed sociaal domein. Met veel minder bureaucratie, minder indicatiestellingen, minder en eenvoudigere verantwoording, en ruimte voor de professionals om op te treden, te interveniëren, te ondersteunen, naar gelang zij dat nodig en het beste vinden. Die boodschap heb ik ook met de gezamenlijke ondernemingsraden gedeeld. En zij werd enthousiast onthaald. Desondanks moest ik afsluiten met die hiervoor aangehaalde disclaimer: “In het verleden behaalde resultaten, bieden geen zekerheid voor de toekomst.”

Heb ik mijn geloof verloren? Integendeel. Ik ben en blijf positief over de beweging. Maar ik maak me tegelijkertijd grote zorgen over gevolgen van de dikke mistgordijn van onzekerheid dat het rijk bij voortduring optrekt. Het is en blijft daarom oppassen geblazen voor de uitkomsten van de vele overlegcircuits waarin een hoge mate van politiek opportunisme de ideologie en belangen van gemeenten en hun inwoners laat ondersneeuwen. Want ondanks mijn geloof in de beweging en haar mogelijkheden: het zou mij niet verbazen wanneer vandaag of morgen het satirische VARA-programma ‘Kanniewaarzijn’ ook in Den Haag neer strijkt. Zeker als het rijk door gaat met haar onnavolgbare spatsies en de bestuurlijke bezigheidstherapie ons uiteindelijk in 2015 blijkt te hebben gebracht naar waar wij in 2011 vertrokken.

Het Decor – Verruim(t) de horizon

Van en voor frisdenkers, dwarskijkers en omdenkers
Looking over the horizon. (Image from swissre.com ad.)
https://flipboard.com/section/verruim-de-horizon-bUEKmb

Frisdenkers, dwarskijkers en omdenkers brengen – net als kantelaars, stijfkoppen, etcetera – de wereld verder. Samen met en voor u maken ze met hun denk- en verbeeldingskracht en frisse blik hun analyse. Volgen zij ontwikkelingen, verklaren ze of zinderen ze de daarin besloten kansen. Zo weerspiegelen zij hun passie en ambitie.

Verruim de horizon is een inspiratieschrift. Hierin lees je over en van mensen uit de praktijk. Vertellen mensen vanaf de tribune van het leven hun (ongezouten) mening. Delen zij hun dromen of nachtmerries. Altijd met de bedoeling om mensen tot nadenken te stemmen. Met volhardendheid en grenzeloos optimisme of een sarcastisch pessimisme.