Een boom groeit niet door aan de takken te trekken…

• Wil je het zichtbare veranderen dan moet je het onzichtbare stimuleren en voeden (Carl van der Velde), maar claim mij niet!

“Je gaat het pas zien als je het door hebt.” Die uitspraak van Cruijff sprong mij afgelopen zaterdag in het hoofd. Ik zat aan de campingbar van mijn tijdelijke verblijf in Frankrijk. Op Nederland 1 deed een dame verslag van een onderzoek onder mantelzorgers. Uit dat onderzoek zou blijken dat Nederlanders niet bereid zijn om meer zorgtaken op zich te nemen. Op dat moment drong het tot mij door: Stelseldenkers zien mantelzorg als een methode. En mantelzorg is alles, behalve een methode. Het is een houding. Gebaseerd op gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Op passie voor en betrokkenheid op mensen in je eigen omgeving.

Mantelzorg is geen beleidsgebabbel van bovenaf, maar het benutten en mogelijk maken van de authentieke drang van mensen om de samenleving in co-creatie een stukje mooier te maken. Dat heet ‘gebruik maken van de kracht van de samenleving’. Door natuurlijke (sociale) steunbronnen te exploreren. Mantelzorg doen wij je uit liefde en mededogen. Dat ervoer ik zelf de afgelopen week. In het klein én in het groot. Rond het sterfproces van de (schoon-)vader van mijn zoon en schoondochter zowel als rond het geboorteproces van een zoontje van een collega. Of aan de explosie van medemenselijkheid op de Alpe d’HuZes.

Mantelzorg gaat over de (ver) houding van mensen jegens elkaar. Waarbij mensen heel goed weten wat ‘omzien naar elkaar’ en ‘er zijn voor elkaar’ betekent. Voor henzelf en – juist daardoor – voor de ander. Het is geen opdracht en geen plicht. Maar een soort van vanzelfsprekendheid. Waar nodig en mogelijk ben je – soms stilzwijgend, soms door wanhoop of stille paniek gedreven – tot “hand en voet” en “oog en oor” met en voor de ander. En de notie dat je – waar nodig – een beroep kunt doen op je omgeving. Zo maken wij optimaal gebruik van elkaars krachten. Niet, omdat het moet.

Mantelzorg gaat over ‘een brug slaan tussen mensen die iets te bieden hebben en mensen die daarmee geholpen kunnen worden’. Denk bijvoorbeeld aan klussen in huis (waar iemand het zelf door omstandigheden niet kan), het schoonmaken van een huis, iemand helpen die erg vereenzaamd is, koken voor dak- en thuislozen, enz. Zo zijn er veel manieren om een ander te steunen. Mantelzorg is niet iets wat je bedenkt. Dat doe je gewoon. Met hart en ziel. En ja, dat kan je wel eens over de schoenen lopen.

Mantelzorg is zo in de loop der tijden uitgegroeid tot de basis van ons zorgstelsel. En ja, dat zorgstelsel is verziekt. Maar niet door de mantelzorgers. Ik wil geen arm om mij heen van iemand die het alleen maar doet, omdat ‘het moet’. Ik wil niet voor mijn buurman of diens kinderen zorgen omdat ‘het moet’. En juist dat is wat de overheid nu dreigt te doen. Iets wat vanzelfsprekend is annexeren als onderbouwing voor een grondige verbouwing van een verziekt en onbetaalbaar geworden zorgstelsel.

Ik deel de opvatting dat ons zorgstelsel verziekt is. En om een grondige verbouwing vraagt. Maar niet door ook de fundamenten te slopen. Want dat is wat we deden met de vercommercialisering van allerlei vanzelfsprekendheden in de omgang tussen mensen. Zoals met het via de AWBZ verlonen van boodschappendiensten en wat dies meer zij.

Zorgen voor elkaar wordt steeds belangrijker in onze samenleving. De huidige ontwikkelingen in de Nederlandse zorg- en welzijnssector vragen om een vernieuwende aanpak. Out-of-the-box – al spreek ik liever over ‘in the box‘ – oplossingen, die ervoor zorgen dat mensen de zorg en ondersteuning krijgen die ze verdienen. Of het nu gaat om een oudere die gezelschap vindt in de vorm van een vrijwilliger of een moeder die professionele begeleiding zoekt voor haar gehandicapte kind. Zo dragen wij allemaal ons steentje bij aan een zorgzame samenleving in Nederland.

Herstel van de eigen autonomie en van het gewone leven is eerder en beter te bereiken door meetellen en meedoen mogelijk te maken. Kansen te benutten dus. Dat vraagt om te beginnen om een andere rol van de overheid. Zij moet niet langer de rol van regisseur voor zichzelf opeisen. Niet, als zij tezelfdertijd het ‘eigen kracht’ denken propageert. ‘Eigen kracht’ verondersteld dat de regie bij de inwoners zelf ligt. Daarbij heeft de overheid als ‘terreinknecht’ een ‘mogelijk makende’ rol. Draagt zij draagt voor het in goede conditie zijn van het speelveld. Maar laat zij het spel over aan de spelers zelf. Dat is nodig en gepast.

Die omslag in het denken en doen – van probleemgestuurd naar kansgestuurd, van zorgen voor naar zorgen dat – is niet zomaar gemaakt. Het vergt van zorgaanbieders, verzekeraars, ambtenaren, bestuurders en ook van onszelf een andere attitude. Niet ‘waar heb ik recht op’, maar ‘wat is er nodig’. En daarbij moeten wij af van ‘premies’ op problemen.

Inzet van eigen mogelijkheden – voor jezelf, familie en vrienden, de buurt en het dorp – doe je door aan te sluiten op wat mensen wel kunnen en hen (beter) te betrekken bij de samenleving. Dat doe je als overheid door mensen aan te spreken op hun talenten. Niet door de verantwoordelijkheid over de schutting te gooien. Klaar staan voor elkaar regel je niet door het op te leggen. Een boom groeit ook niet door aan de takken te trekken, maar door de wortels water te geven. Niet verkeerd begrijpen hoor. Ik doe alles voor degenen van wie ik houd, en mensen die dat – ook ongevraagd – nodig hebben. Maar claim mij niet.

Advertenties

7 gedachtes over “Een boom groeit niet door aan de takken te trekken…

  1. Therese Willemsen zegt:

    Ik ben hier wel blij mee en hoop op een mooi dialoog.
    In de ‘wij’ blijven
    En langs de wortels gaan en zien
    Autonoom zijn en met elkaar en verantwoordelijk
    Zijn
    Proces en lucht geven

  2. Eric Wittenberns zegt:

    De overheid blinkt steeds meer uit in angst zaaien en vervreemding. De werkelijkheid die zij voorstaat kent zijn vertrekpunten aan de vergadertafels, waar men de stellige overtuiging heeft het leven van de behoeftige medemens door de gleuf van een spaarvarken te kunnen duwen. Zij doen een beroep op een verzorgende en bekommerende houding van de burger, maar verlangen van die zelfde burger dat hij zich als melkkoe laat leegmelken, en voor het gras laat betalen. Wanneer je vervolgens de zorgverlening ontmanteld en de verantwoordelijkheid bij de burger legt, weet ik door welke gleuf liefdeloosheid is geboren.

  3. Renate Spruijt zegt:

    Peter Paul, dank voor de heldere verwoording van waar we met elkaar naar toe moeten.
    Vele decennia lang is iets voor elkaar doen een gunst geweest terwijl het een vanzelfsprekendheid is en nog veel meer moet worden. Het is eigenlijk vreemd dat ik in mijn omgeving bijna moet verantwoorden dat ik, naast betaalde werkzaamheden, ook een ‘maatje’ van iemand ben. Het geeft mij heel veel voldoening en mijn maatje de steun die op dit moment nodig is.

  4. Tom van Doormaal zegt:

    In de Gids schreef Bram de Swaan in 1976: “De helft van het menselijk bestaan verloopt in hulpbehoevendheid.” Het is een mooie: de eerste 18 kaar tot aan je volwassenheid, daarna perioden, uiteindelijk toenemende hulpbehoevendheid aan het einde van het leven.
    Maar daarmee compliceert ook veel: het onderling hulpbetoon is een soort elementaire levenshouding en soms word je ook geclaimd, Peter Paul, juist ook als het je net even niet uitkomt. Je bent ook een soort welzijnswerker; dus wat gaat er nu mis op het moment dat wij delen van het onderling hulpbetoon gaan professionaliseren?
    Het idee van de PGB was toch prachtig en het werkte zeer emanciperend voor mensen met een schrammetje. Maar de professionalisering van het onderlinge hulpbetoon ontaardde: de dochter die met haar demente vader gaat zwemmen, krijgt daarvoor ineens een inkomen. Dat is toch een beetje raar.
    Kortom, aan takken trekken neen, watergeven ja, maar snappen we nu waar Martin van Rijn mee bezig is? Ik aarzel daarover.

  5. Femke van Trier zegt:

    Erg mooi hoe Peter Paul Doodkorte de mantelzorg beschrijft. Zorg voor elkaar kun je niet opleggen, wel oppakken. En dat gebeurt ook op grote schaal, kijk op ZonMw Vrijwillige Inzet. Op pagina 79 staat het concept Meeleefgezin beschreven. Een stabiel vrijwillig gezin dat een jong kind (0 t/m 4 jaar) van ouders met psychiatrische problemen opvangt en als er een goede klik is kan dit ook na het 4e jaar worden voortgezet. De ouders kunnen tot rust komen, herstellen en hun therapie volgen, terwijl het kind veilig wordt opgevangen in een stimulerende omgeving. Hoe dat verantwoord wordt opgezet met screening en training lees je op de website: http://www.meeleefgezin.nl. Vrijwillge zorg -maar niet vrijblijvend- en professioneel aangestuurd. Uit de informatiebijeenkomsten voor meeleefgezinnen blijkt hoe groot de Nederlandse maatschappelijke betrokkenheid is.

  6. marjobrouns zegt:

    Dank je PeterPaul, voor je heldere weergave van wat mantelzorg wel is. Als mantelzorger ervaar ik vaak dat er vanalles van mij verwacht wordt door de overheid, het voelt als duwen en trekken. Echter, wanneer ik wordt aangesproken op mijn talenten of mijn intrinsieke waarde, dan pas voel ik me erkent. Daar gaat het om: want dat geeft energie en er ontstaat een grote vanzelfsprekendheid om voor een ander te zorgen. Te veel en te vaak wordt er voor een ander nagedacht en heeft men het idee te weten wat goed is voor een ander, wat een ander moet doen. En dan gaan juist “de hakken in het zand” en komt er weerstand en kritiek. Een mooi betoog, een helder verhaal, want mantelzorg is geen plicht, mantelzorg is een relatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s