Olifantenpaadjes

Het (organisatorische) olifantenpaadje is wellicht niet de kortste route, maar veelal wel een beste. Bovendien, ze leiden altijd ergens heen.

We kennen allemaal wel het spontaan aangelegde pad door een grasperk, het zogenoemde olifantenpaadje. Olifantenpaadjes – vernoemd naar (natuurlijk) olifanten – nemen altijd de kortste (meest logische) weg en wijken waar nodig af van de bestaande paden. Deze olifantenpaadjes, of desire lines, ontstaan overal en als je erop let zie je niets anders meer.

Olifantenpaadjes zijn er in verschillende vormen: Fysieke olifantenpaadjes, sociale olifantenpaadjes (gedragspatronen die we niet verwachten of gepland hadden) en olifantenpaadjes in organisaties, waar mensen bewust de regels omzeilen.

In de afgelopen weken heb ik meermalen stilletjes gedacht – en allengs hardop uitgesproken – dat het voor de transitie van de jeugdzorg en de door de overheden gewenste nieuwe inhoudelijke grondslag (transformatie) voor het sociaal domein, wenselijk zou zijn dat wij op zoek gaan naar en oog hebben voor die olifantenpaadjes.

In die gesprekken was de paradox tussen het denken in structuren en het denken vanuit het resultaat – en een daarvan afgeleide proces- en organisatiestructuur – een soms tenenkrommend terugkerend thema. Niet zelden stonden en staan beide manieren van kijken recht tegenover elkaar. Het nadenken over de beste verdeling van functies, taken en verantwoordelijkheden vanuit wet- en regelgeving en bestaande instituties – en het behoud daarvan – was en is vaker leidend dan het – intentioneel wel onderschreven – denken vanuit het door of voor de eindgebruiker beoogde resultaat.

Wetgevende en bestuurlijke macht tot en met uitvoerende dienstverlenende organisaties organiseren en regelen het liefst op basis van wet- en regelgeving, domeinen, en structuren. Maar is het niet zo dat de dienstverlening dient aan te sluiten bij een behoefte in de markt, bij de afnemers of – in dit geval – de burgers? En dat wet- en regelgeving, organisatiestructuren en processen die benadering moeten ondersteunen en mogelijk maken?

De vraag is nu hoe we de daarvoor binnen het sociaal domein gewenste beweging mogelijk maken en steeds verder uitbreiden. Een beweging die zeker niet per definitie losstaat van het bestaande, maar wel erkent dat de oplossing niet zit in een blauwdruk voor ‘hoe het moet’. Wat nodig i, is een model dat het gemeenten en organisaties en – vooral – burgers en professionals mogelijk maakt het waarom, hoe en wat te herleiden vanuit het gewenste resultaat en de toevoegende waarde. Met daarbij eerst en vooral het perspectief van en resultaat voor de eindgebruiker als vertrekpunt.

De grootste opgave daarbij is om de organisatie van het sociaal domein niet primair te bezien vanuit de beheersmatige verdeling van de werkzaamheden tussen overheden, instellingen, disciplines en domeinen (= structuur denken). In mijn visie vragen transitie en transformatie juist om een andere visie op het organiseren van het bijspringen en meelopen op de eigen kracht van mensen. Geen op de tekentafel vastgelegde blauwprint, maar een meer organisch groeiend systeem waarin gezond verstand, kritische discussie en openheid centraal staan. Gewoon, omdat plannen die met zekerheid leiden tot een van te voren te bepalen resultaat niet bestaan.

Stapje voor stapje leren wat wel werkt, vraagt om het uit je ‘comfort zone’ stappen. Wegkomen uit de bestuurskamers en je oor te luisteren leggen bij de mensen om wie het gaat en die je (wellicht) nog nooit eerder gesproken hebt. Kijken in je dode hoek nieuwsgierig zijn naar de ideeën die leven onder de mensen voor en met wie wij het doen. Voortbouwen op de ideeën en ervaringen die zij hebben en durven je te laten verbazen met het feit dat het ook nog eens anders kan.

De transformatie van het sociaal domein vraagt daarom om het ruim baan geven aan zieners en zoekers. De zieners die, soms als een olifant in de porseleinkast, met aanlokkelijke vergezichten nieuwe perspectieven schetsen bieden. En zoekers die nauwgezet willen en durven af te tasten wat mogelijk is en wat werkt. Zo ontstaat ruimte voor nieuwe antwoorden en oplossingen en voorkom je dat vastgelegde protocollen en harde systemen hindernissen plaatsen en andere onmogelijkheden creëren.

En als u nu denkt dat ik lak heb aan de gebaande paden of een weerstand heb tegen heersende regels? Niet per definitie. Maar tegelijkertijd stel ik met grote regelmaat vast dat in organisaties waar denken en doen sterk gescheiden zijn (dit zie je veel in bureaucratische organisaties), mensen vanzelf op zoek gaan naar (meer) keuzevrijheid. En daar waar veel processen zijn die niet goed aansluiten bij het te bereiken resultaat, ontstaan buiten het proces om organisatorische olifantenpaadjes.

Juist daarom – en omdat innovatieve denkwijzen ontstaan daar waar mensen buiten de gebaande paden durven treden – ga ik graag van het pad af of creëer ik graag een eigen olifantspaadje. Omdat het vaak anders kan dan op de uitgestippelde planmatige manier. En, omdat het zorgt voor of
• een mogelijke verbetering binnen de dienstverlening;
• een betekenisvolle vereenvoudiging van bestaande processen;
• zorgt voor (een gevoel van) terreinwinst voor de eindgebruiker.
Olifantenpaadjes ontstaan dus niet voor niets. Laat ze dus toe, paraat erover en vertrouw op de logica van het organische. Geef daarmee bovendien het denkvermogen en de verantwoordelijkheid weer terug aan de mensen en/in hun eigen (werk)omgeving. Dat ook is bouwen met eigen kracht: van onderop!

Advertenties

8 Replies to “Olifantenpaadjes”

  1. Aardig verhaal. Maar ik heb natuurlijk wel wat. Het probleem dat ik zie in de discussies over het sociaal domein is dat men gemakkelijk de basisfunctie van de overheid miskent: de gezaghebbende toedeling van schaarse waarden.
    In mijn gemeente doet zich dat voor: laten we met partijen aan tafel gaan, klinkt het wat simpel. Maar die zorgleveranciers zijn voor hun bestaan afhankelijk van de nieuwe verhoudingen na de decentralisaties en brengen dus sterk hun belangen in, niet hoe dingen slimmer en beter zouden kunnen worden georganiseerd.
    Met sympathie voor je betoog, kom ik hierdoor toch bijna bij het omgekeerde uit, nl. bedenk als gemeente eerst zelf goed wat je wilt en hoe je denkt het maatwerk te kunnen leveren.
    Ik ben benieuwd naar je reactie hierop

    1. Tom,

      Eerst en vooral valt mij op dat jij reageert zoals velen: met een groot wantrouwen naar aanbieders. Onze stelsel zijn op dit wantrouwen gebouwd. Als je de aanbieders niet vertrouwd, moet je er geen zaken mee doen. En aanbieders die het vertrouwen beschamen, moet je ook hard aanpakken. Vervolgens is het natuurlijk altijd goed en noodzakelijk dat je als gemeente eerst zelf goed weet wat je wilt en nadenkt over de wijze waarop je maatwerk wilt leveren. En dan nog geldt, dat de praktijk zal leren dat de bedachte regels vooral ingegeven zijn door het ‘beheersmatig denken’. Ook jouw reactie geeft daarvan blijk. Jij gaat er vanuit dat een basisfunctie van de overheid is: de gezaghebbende toedeling van schaarse waarden. Volgens mij is de basisfunctie van de overheid eerst en vooral duidelijk maken dat er sprake is van schaarse waarden en middelen. Die notie maakt ook, dat burgers geen ‘recht op zorg’ hebben, maar een ‘recht op bijspringen’. De eigen kracht van mensen (wat kun je zelf) is daarbij uitgangspunt. En dan, zo heeft de praktijk mij geleerd, zijn er plots duizenden olifantenpaadjes…

      Peter Paul

  2. Op zich mooi als er nieuwe olifantepaadjes ontstaan. Op het eerste gezicht vervullen ze een behoefte.
    Ik neem er elke dag een met de fiets.

    Maar er zijn ook foute olifante paadjes, zoals het klakkeloos kiezen voor neoliberale oplossingen, waar sociale of gemeenschappelijke oplossingen beter zijn.
    Het lijkt wel of overheden de gemeenschappelijke oplossing niet meer mogen kiezen. Altijd moet er eerst een ondernemer gezocht worden die er aan kan verdienen, en gaat gemeenschaps geld naar een bedrijf.
    Soms, als het omgaan met risico een belangrijk element is, dan is kiezen voor een ondernemer een goede keus. Risico’s inschatten en er verstandig mee omgaan, is het vak van ondernemers.

    Maar lang niet alles bevat zulke risico’s. Als dan toch telkens weer een ondernemer de risicoloze klus mag uitvoeren, verspilt het openbaar bestuur gemeenschapsgeld. Dat is dan een fout olifantepaadje geworden.

    Een voorbeeld zijn windparken op het land, Veel gemeentes willen duurzaam worden, met een windpark in de regio krijgen ze de goedkoopste duurzame energie, denken ze.
    Maar bijna alle gemeenten laten het kiezen van locaties voor windparken over aan ondernemers, waardoor het voordeel van dat windpark naar de ondernemer gaat, ipv naar de gemeenschap.

    Dat windpark zelf is een redelijk risicoloos gebeuren, vergelijkbaar met het bouwen van een woonblok. De raad zelf zorgt voor het meeste risico. Dus kunnen ze het risico ook zelf reduceren
    Het windpark staat in een collectief goed, het landschap.
    Daarom moeten lokale overheden niet ondernemers maar hun eigen burgers het voordeel van die windparken gunnen.
    Daarvoor zullen ze zelf die gemeenschapswindparken moeten plannen en opzetten, waarna burgers er stukjes van kopen.
    Op die manier gaat het voordeel van die windparken, naar de burger en gedeeltelijk naar de lokale economie. Per gezien ca 500 EUR per jaar.

    EZ werkt dit tegen en heeft daarvoor olifante paadje “Rijks coordinatie regeling” voor windparken ingesteld.
    Daardoor wordt de lokale gemenschap juist buiten gesloten, en kunnen alleen ondernemers het voordeel van die windparken krijgen, tenzij de gemeente zelf een eigen olifante paadje naar het burgerwindpark aanlegt.

  3. Misschien is dit kader te kort voor iets lastigs en principieels. Ik heb geen groot wantrouwen jegens allerlei aanbieders, maar ik ken hun dansjes om de overheidsruif heel goed. Ook een reactie in het open gedeelte gaat daarop in.
    Natuurlijk doe je zaken met private aanbieders op het vlak van zorg en welzijn. Maar het zijn ook instituties die strijden voor hun belangen en voor continuiteit. Ik kon bij mijn bestuur niet aankomen met de mededeling dat ik er nog eens over had nagedacht en dat opheffing van onze instelling mij het meest logisch leek.
    Mijn “beheersmatige” insteek is toch echt niet meer dan een simpele definitie uit een leerboek voor politicologen. (David Easton) Je kunt ook zeggen dat politiek beheer altijd gaat over de vraag wie wat krijgt en wanneer? Ook dat is een klassieke.
    Je komt dan wat gemakkelijk uit bij het compensatiebeginsel van de Wmo. Dat deel ik natuurlijk graag met je. Maar een overheid is niet zo maatwerk-geneigd. Waarom niet? Omdat een overheid de verplichting heeft gelijkheid na te streven in gelijke gevallen en ook legitiem moet handelen, dus gestandaardiseerd en controleerbaar.
    Natuurlijk, ook ik ben voor “eigen kracht” en “zelfredzaamheid”. Maar als mij als een ontdekking wordt verkocht dat ik alleen maar beter naar mijn klanten moet luisteren, word ik een beetje achterdochtig. Dan denk ik: wat weinig besef van de politieke context van overheidshandelen of een poging om conventioneel neo-liberalisme te verkopen.
    Het is allemaal niet erg, maar ik zoek naar routes om die discussies wat scherper en wat meer tot the point met elkaar te voeren. misschien zijn ook dat olifantenpaadjes?

    1. Tom,
      Ik herken zeker de machinaties die jij beschrijft. Waar ik aandacht voor vraag, is dat deze machinaties een gevolg zijn van de wijze waarop onze stelsel zijn c.q. worden ingericht: erg beheersmatig. Het rapport van de RMO (Lessen uit de kredietcrisis; Tegenkracht, januari 2012) gaat hier ook nadrukkelijk op in. Instrumenten worden een doel op zich, omdat partijen daarop worden afgerekend. Bijvoorbeeld: gemeenten rekenen reintegratiebureaus af op het aantal deelnemer aan re-integratietrajecten. Terwijl je zou moeten afrekenen op het aantal mensen dat uit het re-integratietraject uitstroomt. Anders gezegd: wij financieren productie i.p.v. resultaten. Dit leidt weer tot een focus op het in stand houden van de productiefaciliteit. Wanneer je het systeem niet regelt vanuit het principe van de rechtvaardige verdeling van het tekort, maar inricht op basis van het ‘bijspringen’ (tekortmodel), ontstaan andere mechanismen. Het juist vandaag weer oplaaiende pleidooi voor een meer ondernemende overheid sluit hierop aan. En mij zul je niet – als het gaat om zorg en welzijn – niet snel het woord ‘klanten’ horen gebruiken. Klant ben je in de supermarkt. In de wereld van zorg en welzijn ben je (minimaal) medeproducent/co-creator.

      De beschikbaarheid van aanbod is daarbij niet langer bepalend voor de formulering van de ondersteuningsvraag van een burger. Dat aanbod is minder zichtbaar en er is niet langer sprake van rechten op bepaalde voorzieningen. Eerst wordt vastgesteld wat de burger nodig heeft om zelfstandig te kunnen participeren. Indien nodig springt de overheid of een door haar daartoe aangewezen instelling voor een passende (maatwerk)voorziening.

      De olifantenpaadjes die daarbij horen zijn een nieuwe sturingsfilosofie, die energie losmaakt in de dagelijkse leefwereld van burgers, bedrijven en organisaties, met aandacht, ondersteuning en zorg voor mensen die om uiteenlopende redenen (nog) niet (volledig) zelfredzaam zijn. Dat dwingt tot inventiviteit en nieuwe verbindingen, om meer te kunnen doen aan welzijn met minder materiële middelen en wel op korte termijn.

      Gemeenten kunnen de daarvoor gewenste omslag van generieke taak- en doelgroepgerichte benadering naar een contextgerichte benadering bewerkstelligen door de eigen kracht van burgers en hun omgeving te financieren op basis van het principe van ‘bijspringen’. Deze vorm van persoonsvolgende resultaatfinanciering in plaats van organisatiegebonden productiefinanciering zal m.i. tot een nieuwe rijkdom aan olifantenpaadjes leiden. Want ook dat leren de leerboeken ons: Schaarste is de beste voedingsbodem voor innovatie (=olifantenpaadjes).

  4. Leuk, dank voor deze uitvoerige repliek.
    Ik snap ook wel wat je zegt, maar blijf een beetje zitten met de vraag waarom we toch een eind uit elkaar lijken te liggen. Zit het bij het beheersmatige? Wellicht: bij de NS moesten de treinen op tijd rijden maar tevreden klanten, dat was iets heel anders. Zoiets?
    Het compensatiemechanisme van de Wmo is ook zoiets: probeer een probleem op te lossen en pas niet onmiddellijk regels en standaarden toe.
    Intellectueel volg ik het wel: alleen de realiteit is zo weerbarstig. Het punt van de schaarsteverdeling zie ik niet zo terug. Toen mijn wethouder trots riep dat de kanteling zo goed werkte en tevreden klanten opleverde, zei ik: maar hoe verdeel je? Wat doe je als de comptabele komt vertellen dat je geld op is? Maatwerk is slecht financieel te programmeren.
    Enzovoort. Ik denk dat wij elkaars eens ergens moeten tegenkomen.

  5. Peter Paul,

    Met veel interesse heb ik je column over olifantspaadjes gelezen. Het pleidooi dat je daarin houdt is er één naar mijn hart. Te veel en te vaak zijn de procedures binnen de jeugdzorg niet de meest passende voor degenen die ze moeten gebruiken. Als er olifantspaadjes te maken zijn, en ook echt gemaakt worden, kan dat volgens mij heel positief zijn. Zoals het ook bij fysieke olifantspaadjes geregeld gaat, worden de organisatorische olifantspaadjes niet altijd met instemming ontvangen en wordt de medewerker duidelijk gemaakt dat er niet voor niets een mooi en passend pad is aangelegd waar de route langs dient te lopen.
    Fysieke olifantspaadjes zijn doorgaans goed zichtbaar (platgetrapt gras, modderbanen etc.), maar hoe zie je organisatorische olifantspaadjes? Er zijn voorbeelden van het inrichten van terreinen die na een proef-periode van aanleg volgens een tekentafel-ontwerp, worden aangepast aan het feitelijk gebruik (de olifantspaadjes). Wat zou het geweldig zijn als we dat ook binnen de (organisatie van de) jeugdzorg zouden kunnen doen. Dat vraagt van bestuurders en managers de bereidheid om een dergelijke werkwijze te adopteren. En het vraagt ook om het zichtbaar maken van de ‘desire lines’. Ik ben benieuwd of je ideeen hebt over het in beeld brengen van de organisatorische olifantspaadjes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s