Galerij

Olifantenpaadjes

Het (organisatorische) olifantenpaadje is wellicht niet de kortste route, maar veelal wel een beste. Bovendien, ze leiden altijd ergens heen.

We kennen allemaal wel het spontaan aangelegde pad door een grasperk, het zogenoemde olifantenpaadje. Olifantenpaadjes – vernoemd naar (natuurlijk) olifanten – nemen altijd de kortste (meest logische) weg en wijken waar nodig af van de bestaande paden. Deze olifantenpaadjes, of desire lines, ontstaan overal en als je erop let zie je niets anders meer.

Olifantenpaadjes zijn er in verschillende vormen: Fysieke olifantenpaadjes, sociale olifantenpaadjes (gedragspatronen die we niet verwachten of gepland hadden) en olifantenpaadjes in organisaties, waar mensen bewust de regels omzeilen.

In de afgelopen weken heb ik meermalen stilletjes gedacht – en allengs hardop uitgesproken – dat het voor de transitie van de jeugdzorg en de door de overheden gewenste nieuwe inhoudelijke grondslag (transformatie) voor het sociaal domein, wenselijk zou zijn dat wij op zoek gaan naar en oog hebben voor die olifantenpaadjes.

In die gesprekken was de paradox tussen het denken in structuren en het denken vanuit het resultaat – en een daarvan afgeleide proces- en organisatiestructuur – een soms tenenkrommend terugkerend thema. Niet zelden stonden en staan beide manieren van kijken recht tegenover elkaar. Het nadenken over de beste verdeling van functies, taken en verantwoordelijkheden vanuit wet- en regelgeving en bestaande instituties – en het behoud daarvan – was en is vaker leidend dan het – intentioneel wel onderschreven – denken vanuit het door of voor de eindgebruiker beoogde resultaat.

Wetgevende en bestuurlijke macht tot en met uitvoerende dienstverlenende organisaties organiseren en regelen het liefst op basis van wet- en regelgeving, domeinen, en structuren. Maar is het niet zo dat de dienstverlening dient aan te sluiten bij een behoefte in de markt, bij de afnemers of – in dit geval – de burgers? En dat wet- en regelgeving, organisatiestructuren en processen die benadering moeten ondersteunen en mogelijk maken?

De vraag is nu hoe we de daarvoor binnen het sociaal domein gewenste beweging mogelijk maken en steeds verder uitbreiden. Een beweging die zeker niet per definitie losstaat van het bestaande, maar wel erkent dat de oplossing niet zit in een blauwdruk voor ‘hoe het moet’. Wat nodig i, is een model dat het gemeenten en organisaties en – vooral – burgers en professionals mogelijk maakt het waarom, hoe en wat te herleiden vanuit het gewenste resultaat en de toevoegende waarde. Met daarbij eerst en vooral het perspectief van en resultaat voor de eindgebruiker als vertrekpunt.

De grootste opgave daarbij is om de organisatie van het sociaal domein niet primair te bezien vanuit de beheersmatige verdeling van de werkzaamheden tussen overheden, instellingen, disciplines en domeinen (= structuur denken). In mijn visie vragen transitie en transformatie juist om een andere visie op het organiseren van het bijspringen en meelopen op de eigen kracht van mensen. Geen op de tekentafel vastgelegde blauwprint, maar een meer organisch groeiend systeem waarin gezond verstand, kritische discussie en openheid centraal staan. Gewoon, omdat plannen die met zekerheid leiden tot een van te voren te bepalen resultaat niet bestaan.

Stapje voor stapje leren wat wel werkt, vraagt om het uit je ‘comfort zone’ stappen. Wegkomen uit de bestuurskamers en je oor te luisteren leggen bij de mensen om wie het gaat en die je (wellicht) nog nooit eerder gesproken hebt. Kijken in je dode hoek nieuwsgierig zijn naar de ideeën die leven onder de mensen voor en met wie wij het doen. Voortbouwen op de ideeën en ervaringen die zij hebben en durven je te laten verbazen met het feit dat het ook nog eens anders kan.

De transformatie van het sociaal domein vraagt daarom om het ruim baan geven aan zieners en zoekers. De zieners die, soms als een olifant in de porseleinkast, met aanlokkelijke vergezichten nieuwe perspectieven schetsen bieden. En zoekers die nauwgezet willen en durven af te tasten wat mogelijk is en wat werkt. Zo ontstaat ruimte voor nieuwe antwoorden en oplossingen en voorkom je dat vastgelegde protocollen en harde systemen hindernissen plaatsen en andere onmogelijkheden creëren.

En als u nu denkt dat ik lak heb aan de gebaande paden of een weerstand heb tegen heersende regels? Niet per definitie. Maar tegelijkertijd stel ik met grote regelmaat vast dat in organisaties waar denken en doen sterk gescheiden zijn (dit zie je veel in bureaucratische organisaties), mensen vanzelf op zoek gaan naar (meer) keuzevrijheid. En daar waar veel processen zijn die niet goed aansluiten bij het te bereiken resultaat, ontstaan buiten het proces om organisatorische olifantenpaadjes.

Juist daarom – en omdat innovatieve denkwijzen ontstaan daar waar mensen buiten de gebaande paden durven treden – ga ik graag van het pad af of creëer ik graag een eigen olifantspaadje. Omdat het vaak anders kan dan op de uitgestippelde planmatige manier. En, omdat het zorgt voor of
• een mogelijke verbetering binnen de dienstverlening;
• een betekenisvolle vereenvoudiging van bestaande processen;
• zorgt voor (een gevoel van) terreinwinst voor de eindgebruiker.
Olifantenpaadjes ontstaan dus niet voor niets. Laat ze dus toe, paraat erover en vertrouw op de logica van het organische. Geef daarmee bovendien het denkvermogen en de verantwoordelijkheid weer terug aan de mensen en/in hun eigen (werk)omgeving. Dat ook is bouwen met eigen kracht: van onderop!

Galerij

het nieuwe jaar – als een boekenkast

geschreven voor het nieuwe jaar (2013)

het nieuwe jaar – net uitgepakt
voelt als een boekenkast
vol met verhalen en tradities
van vroeger, nu en een gedroomde toekomst
erin gezet door ouders, opa’s en oma’s
kinderen en kleinkinderen
vol met wijze raad, blije dingen en tradities
en soms – omdat zij niet afgemaakt mochten
met lege bladzijden

het nieuwe nieuwe jaar – net uitgepakt
leest als een boekenkast
met eigen en andermans verhalen
vol wijsheden, tips en herinneringen
boeken vol balorigheid
en bijdragen van vrienden en vriendinnen
het volle gevoel van genieten of gemis
over groots en meeslepend leven
en momenten van schaamte en boosheid
over geduld, zelfkennis, feesten en eindeloos lachen
het onhebbelijke of het eigenaardige
en veel – heel veel liefde en houden van

het nieuwe jaar – net uitgepakt
is als een boekenkast
waarin wij schuilend vluchten
in wat was of wordt gehoopt
waarin plots en ongewenst
ongenood verlies en verdriet
met inktzwarte vlekken
nieuwe gaten doet vallen
door het gedroomde en geliefde
te bekrassen of door te halen

het nieuwe jaar – net uitgepakt
vraagt als een boekenkast
om nog ongeschreven toevoegingen
de nog niet gemanifesteerde toekomst
door jou en mij aangereikt
aan onze en hun kinderen

het nieuwe jaar – net uitgepakt
maak er wat van!

hanteer de pen
met onzichtbare hand
van moment tot moment
vier seizoenen en twaalf maanden lang
schrijf met de inkt van vriendschap
soms introvert, dan weer extravert
in goede en slechte dagen
dankbaar voor wie of wat er komt
en elke dag een dosis geluk
aangereikt door klein en groot
en wil auteur zijn
van het beste ooit

Galerij

veranderen is er niet alleen voor anderen

op de grens van het oude en het nieuwe,
waar de jaren zich verstrengelen,
sta je stil,
even maar.

je kijkt terug en blikt vooruit:
wat ging wel, wat ging niet.
gaan we verder,
zó of anders?

met het ideaal voor ogen
confronteren we,
oud en nieuw.
en we weten:

veranderen is er niet alleen voor anderen!

de wereld levert het bewijs:
de vijand van gisteren
is de kameraad van morgen.

het verlorene van het verleden,
het goede van het heden:
het vormt onze toekomst.

zo ontstaan ze,
de contouren in perspectief,
van wat ligt in het verschiet.

en vergeten we bij dat alles niet

waar de basis ligt van ons bestaan:
er zijn, voor elkaar.
zoals jij er was, dit jaar!

op de grens van het oude en het nieuwe,
verstrengelen zich de handen,
en wordt de wens gehoord:

een best jaar!
voor jou en de jouwen.

Galerij

manifesteer het ongemanifesteerde

eindejaarsoverweging 2012 en nieuwjaarswens 2013

in de indrukwekkende stilte
van de ruimte tussen oud en nieuw
waar bezinning en zelfreflectie regeren
bladdert de vermeende rijkdom af
en onthult zich de kern van ons zijn
het leven zelf

in de naakte waarheid daarvan
is de weg terug te vinden
naar het voelen en het ruiken
naar het horen en het zien
naar de rust om te mijmeren
over toen, nu en dan

in de herinnering aan toen
wortelt zich het vertrouwen
waarmee de belofte van de nieuwe tijd
de overwinning op geld en goed omarmt

in het nu ligt de kracht van het weten
van het gecreëerde onechte
dat vraagt om transformatie
naar dat wat het verstand te boven gaat
– schoonheid, liefde, creativiteit,
– vreugde en innerlijke vrede

in de verwachting van de toekomst
waarin wij wijkplaats mogen zijn
voor en met elkaar
wacht de onbetaalbare gift van het geven
die de leegte van zelfloosheid opvult

in respect, aandacht, tijd en liefde
voor jezelf en de ander
ligt hij voor het oprapen
de sleutel van geluk
door jezelf te zijn en te blijven
door eenvoudig te genieten
van wie en wat er op je pad komt

dat we ons openstellen
voor het verdriet en de wanhoop
om wie wij zagen of zien gaan
voor de onvoorwaardelijk uitgesproken liefde
gefluisterd of uitgeschreeuwd
voor ieder die en alles wat er is
met respect en mededogen
voor de uitgestoken hand
die wil bijspringen of meelopen
met oog voor elkaar

dat jij en wij
dicht bij onszelf mogen blijven
open naar wat echt belangrijk is
en zo de kracht en de schoonheid van het leven
tot een poort van het ongemanifesteerde maken
de ware rijkdom
die schuilt in de eigen kracht
van ieder van ons
simpel, zonder opsmuk en daardoor zinvol

dat is onze wens

Galerij

Hé dooie…

Voor de ogen van haar klasgenoten heeft een vijftienjarige scholiere uit Staphorst dinsdag een einde aan haar leven gemaakt. Op weg van huis naar school sprong zij bij een spoorwegovergang voor de trein vlak voor de school zou beginnen. Dit bericht schrok mij – zoals velen – deze week op.

Het bericht bracht en brengt mij even stevig van slag. Omdat het bij mij appelleerde aan eenzelfde gebeurtenis, zo’n 43 jaar terug. Als brugklasser – ik bezocht dat jaar de scholengemeenschap Nebo-Mariënbosch te Nijmegen – was ik ooggetuige van eenzelfde noodsprong van een klasgenootje. Wij fietsten na schooltijd met een groepje van 5 klasgenoten van school via d’Almarasweg richting huis. Die weg kruiste met een spoorbaan. De spoorwegovergang sloot juist toen wij kwamen aanrijden. En terwijl wij rustig voor de spoorbomen stonden te wachten, stapte mijn klasgenootje rustig van zijn fiets en liep vlak voor onze ogen en de aanstormende trein het spoor op.

Het waarom van zijn doen is mij nooit helemaal duidelijk geworden. Destijds werd gezegd dat de oorzaak lag in een slecht rapport. En ouders die dat niet zouden pruimen. Nu, zoveel jaren later, realiseer ik mij dat hij destijds ook wel geplaagd of gepest werd met zijn prestatiedrang.

De sedert afgelopen dinsdag naar aanleiding van dit voorval – voor de zoveelste keer – oplaaiende discussie over de impact van pesten op een kinderleven riep ook andere herinneringen op. Als jong jochie vond ik het verschrikkelijk wanneer ik door straat-, buurt- en klasgenootjes werd aangeroepen met “hé dooie”. De wijze waarop dat gebeurde gaf mij een sterk gevoel van schaamte voor mijn naam. En een gevoel van vernedering. Ik wilde dan het liefst stilletjes wegkruipen of verdwijnen.

Het grappige is dat onze zoon, door zijn vrienden ook regelmatig aangeroepen met hetzelfde “hé dooie’’ dit juist meer als een geuzennaam lijkt te beschouwen. En onze kleindochter verklaarde op de 21ste september – toen onze zoon officieel in het huwelijk trad met haar moeder – vol trots ‘dat mama nu ook (eindelijk) Doodkorte mag heten’. Wat ik maar zeggen wil: het is vaak ook een combinatie van meerdere factoren: de toon van de muziek, de omstandigheid, de persoonskenmerken van het individu, enzovoort.

Er gaan – zo blijkt uit onderzoek – zeker zo’n vijfduizend kinderen niet meer naar school omdat ze daar zo gepest worden. De angst voor afwijzing maakt dat ze uit angst thuisblijven en geen basis- of voortgezet onderwijs meer volgen. Dat zijn rampzalige en schokkende cijfers.

Volgens Kinderombudsman Marc Dullaert is het tijd: er moet nu écht werk worden gemaakt van een aanpak van pesten. “Na elk incident laait de maatschappelijke discussie over pesten weer op, om na een paar weken weer stil te vallen”, aldus Dullaert.

In het Kinderrechtenverdrag staat dat alle kinderen recht hebben op een veilige omgeving en dat ze moeten worden beschermd tegen discriminatie, dus ook tegen pesten. Dullaert wil daarom in gesprek gaan met kinderen, onderwijsorganisaties en pestdeskundigen om de problematiek van pesten in Nederlandse scholen aan te pakken. Volgens anderen dient elke school in Nederland voorzien te zijn van een pestprotocol, iets waar de onderwijsinspectie op toeziet.

Ik juich de aandacht voor pesten en pesters toe. Het pestprotocol echter wijs ik af. Met de Kinderombudsman vraag ik mij af of deze protocollen concreet genoeg zijn om een veilige omgeving voor kinderen en jongeren te bieden. Net zoals het toezicht daarop van de Inspectie. Protocollen kunnen werken als schaamlap bij gebrek aan persoonlijke moed. We hebben toch een plan/protocol?

Wezenlijker vind ik dat wij volwassenen ons meer bewust zijn van ons voorbeeldgedrag. Ouders, leerkrachten, werkgevers en collega’s alsook politici bezondigen zich met grote regelmaat aan pestgedrag. Ga maar eens op voetvalvelden luisteren naar wat de ouders de tegenstanders van hun kinderen toewensen. Hoor eens wat ouders tegen leerkrachten – vaak waar alle leerlingen bij aanwezig zijn – zeggen wanneer hen iets dwarszit. Verwonder je over de manieren van omgang van sommige personeelsleden met elkaar. En maak eens kennis met het ‘hekcircuit’: ouders die aan het hek roddelen over leerkrachten, collega’s op het werk die over elkaar kletsen, etc. Aan het hek, op de werkvloer en in de politieke arena worden velen, vaak zonder zich te kunnen verdedigen, ‘afgemaakt’. En ook de media – ja, zij doen het net zo hard, en met nog meer impact – maken zich er schuldig aan. De vernedering van het moeten aftreden, een strafrechtelijk onderzoek of een persoonlijk faillissement: we wrijven het er graag, hard en langdurig in. En ja, ook het iemand publiekelijk molesteren – met woorden of daden – kan als een ernstige vorm van vernedering worden gezien. Met – zo leerden andere (recente) voorvallen ons – soms een dodelijke afloop.

Pesten gaat over de angst van het niet mogen meedoen. Over het gevoel van niet meetellen. En iedereen wil graag meetellen, gezien worden, meedoen en serieus genomen worden. En aan het gevoel van meetellen en meedoen kunnen wij als volwassenen veel doen. Het begint met verschillen te accepteren, te respecteren en te omarmen. Accepteren is iemand nemen zoals hij is. Respect betekent oorspronkelijk ‘omzien naar’, en geeft aan dat iemand rekening houdt met een ander persoon etc. Voor veel mensen is respect een basishouding, een manier om mensen tegemoet te treden. Maar in alle gevallen geldt dat accepteren, respecteren en omarmen werkwoorden zijn. En werken doe je niet door op de tribune zitting te nemen, maar door in actie te komen. Dus, mag ik u uitnodigen samen met mij van de tribune af te komen en het speelveld te betreden?

1 De familienaam Doodkorte is afkomstig van een boerderij (kotte) welke de naam “Doetkotte” droeg, letterlijk dus “dode boerderij”. De boerderij was gelegen aan de Doetkottenweg in Gronau/Epe in het “amt Horstmar” behorende bij het Grafshaft Steinfurt en was eigendom van de graaf van Steinfurt.

Galerij

grombeer huppeldepup

  • voor pieter paul joshua – bink binkemans jr. – 7 december 2012

lieve joshua

de tijd tiktakt de tijd weg

uur na uur en dag na dag

en zo is er alweer een jaar voorbij

en vier jij verjaardag nummer twee

 

als een ware bob de bouwer

groei en stoei jij je groter

van een olijke stouterd

die loopt, klimt en klautert

naar de kleutergrote dreumes die je bent

 

je mimiekt het boos zijn

of brult als een tijgertje klein

soms vlammend drammend

dan weer klaterend schaterend

 

waar alles wat wordt gezegd

hoeft niet te worden uitgelegd

maar jouw eigen akkoordjes

sluit je met weinig woordjes

 

alles wat je doet

met je gromberende snoet

van het macho ‘ja’ dan wel ‘nee’

tot die timide lach of wee

stil dromend of bruisend aandachtig

het is krachtig en machtig

 

het kibbelen en kroelen met ma

of het stoeien en klussen met pa

het spelen en strijden met je zus

of het rijden met de playmobus

het logeren bij tante jiss

is een ware belevenis

en de poezen bodie en saar

zijn met jou nog niet klaar

 

met jouw geluierd kontje

sjans je menig rondje

terwijl je met die typische joshua-pas

waarbij het ene been loopt

terwijl het andere rent

– en omgekeerd –

de huppeldepup danst

 

met oma adri in het bos ga je helemaal los

want waar sim en duuk spartelen loop jij te dartelen

het grote hart van ted weet je te paaien

door welgemeend en aanstekelijk te zwaaien

en een ritje op schouder of knie

ritsel je bij john of bij fri

met opa peter paul ga je alle wegen

terwijl jullie blaadjes rapen en stoepjes vegen

of – met noa als assistent –

alsof je een echte tandarts bent

ááaáááá –

de tanden en kiezen keurt

of opa de vloer op sleurt

om zonder te verslappen

te spelen en te klappen

 

lieve joshua

je leeft jouw leven

met meest die altijd zonnige lach

en mocht die er niet zijn – even

een welgemeende en geweende ach

waarmee je ieders hart weet te raken

en het (groot) ouderlijk gezag weet te kraken

 

groei gerust en bewust

en blijf die heerlijke vent die je bent:

grombeer huppuldepup

Galerij

Groots en meeslepend kan ook het kleine en nietige zijn

Kun je eigen kracht voorschrijven of afdwingen? Nee! Zo eenvoudig gaat dat niet. Eigen kracht betekent: doen wat gedaan moet worden met behulp van je eigen competenties. Eigen kracht ontwikkelen vraagt van de omgeving een houding, gebaseerd op de kunst van het (durven) loslaten en het – zo nodig – tijdelijk daarop bijspringen of meelopen. De werkelijke opgave ligt dan ook in een daadwerkelijke omslag. Een omslag van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. En, binnen professionele organisaties, om een omslag van voorschrijvend en directief leiderschap naar inspirerend en dienend leiderschap.

Onze samenleving bruist van ideeën, sociale energie en burgerinitiatieven. Het ondersteunen en stimuleren daarvan vraagt van de omgeving daarvan om daarvoor geëigende competenties, energie en motivatie. Het vraagt ook om een flinke dosis zeggenschap en onafhankelijkheid. Dat op haar beurt lukt alleen met daarop afgestemd leiderschap, andere rechten en plichten en nieuwe omgangsvormen. Tussen overheid en burger, en – parallel daaraan – tussen professionals en hun leidinggevenden. Ook zijn er andere voorzieningen en faciliteiten nodig dan die welke wij gewend zijn.

Bij het ontginnen van de eigen kracht van mensen gaat het niet om alleskunners of uitblinkers, maar om de ‘gewone’ vakman of vakvrouw. Net zoals het bij ‘gewone’ mensen gaat om de gehandicapte die ondanks problemen voor zichzelf kan zorgen, de jongere die na 12 sloten en 13 ongelukken de route naar een blijvende uitdaging vindt en de oudere die er in slaagt om naar eigen vermogen zijn oude dag vorm te geven. Zij allen kunnen zich over het algemeen goed redden zonder bemoeienis van derden of een beroep op de verzorgingsstaat.

De opgave, te komen tot een daadwerkelijke en fundamentele omslag in denken en doen speelt ook op het niveau van de professionele instituties en overheden.

Iedereen wil wel werken dan wel in een organisatie of omgeving waar verbondenheid is, en zinvol werk, waar je jezelf mag zijn en waar je kunt groeien. Iedereen wil een leider of overheid die om mensen geeft en die mensen helpt. Dat is allemaal niet verrassend. De vraag is echter: hoe creëer je zo’n omgeving?

De levensloop van heel veel organisaties leert dat dit geen sinecure is. Vooral in situaties van onzekerheid en crisis blijkt dit lastig vorm te geven. En de huidige economische crisis, de daaraan verbonden bezuinigingsdrift van en bij overheden – en de dientengevolge grote mate van onzekerheid bij organisaties, hun werknemers en bij de burgers zelf – is juist daarom een grote bedreiging voor de gevraagde omslag. Terwijl juist de exploratie van eigen kracht dé weg uit de economische crisis is.

In het licht van het voorgaande meen ik dat wij (nog) scherper moeten gaan nadenken over hoe instituties en overheden zo kunnen gaan functioneren dat er daadwerkelijk sprake is van meer ruimte voor de eigen kracht van burgers en professionals. Het vraagt naar mijn stellige overtuiging om het doorbreken van bestaande structuren en (beleids)reflexen. En om een andere verhouding tot elkaar. Een verhouding, waarbij (de zeggenschap over) het maatschappelijk middenveld weer daadwerkelijk bij de burger, hun sociale verbanden en netwerken ligt.

Het vraagt ook om maatwerk, ge- en verbonden aan de context van mensen en hun omgeving. En dus ook om het loslaten van gelijkheidsreflex. En in termen van schaalgrootte betekent dit dat de zoektocht niet moet gaan over schaalvergroting, maar over schaalverkleining.

Heel veel schaalvergrotingsprocessen vinden hun motivatie in economische en econometrische onderbouwingen. De ‘waarom’ vraag heeft vaak een duidelijk antwoord en is onverbloemd: verhoging van het financiële profijt. En deze ‘economische motivatie’ treffen we als motief ook aan in de zorg, bij het bestuur en de onderwijs- en veiligheidssectoren. Inmiddels vonden vele van die opschalingsoperaties ook hun (dure) Waterloo (ABN*AMRO, Vestia, Amarantis om maar eens een paar recente voorbeelden te noemen). Vanuit de samenleving zelf zien we een tegengestelde beweging. In de zorg bijvoorbeeld als het om buurtzorg gaat. Maar ook de revival van de wijkverpleegkundige en buurtbudgetten zijn voorbeelden daarvan.

De decentralisatie van overheidstaken (AWBZ, Participatie, Jeugdzorg) leidt tot een interessante paradox. Waar de vormgeving en inbedding van deze taken juist vragen om schaalverkleining is de beheersreflex er een van schaalvergroting.

Dahl en Tufte (1973) stelden al dat er geen algemeen optimum voor een schaal bestaat: ‘different problems require political units of different sizes’. Het gaat erom de juiste verbindingen en taken in de maatschappij aan te kunnen gaan. Vooral als het gaat om efficiëntie en bezuinigen vraagt dit juist om een menselijke en herkenbare schaal.

In leiderschapstermen binnen organisaties is in dit verband de powermanager – die krachtig leiding geeft en meer naar effect kijkt dan naar mensen, niet meer toereikend. Exploratie van eigen kracht vraagt om een dienende leider. Een die zijn beperkingen kent, die anderen credits geeft en die zijn mensen ondersteunt.

Een dienend leider is zowel passievol als gecontroleerd en rationeel. Tegelijkertijd mag zijn of haar wijze van leiderschap geen trucje zijn. Een dienend leider zal proberen om meer betekenis te geven aan zijn of haar passie door die met mate te gebruiken in een context van controle; en vice versa.

Het gaat vooral om het verbinden van een visie, geïnspireerd vanuit hoofd en hart, met de mensen om je heen. Om het verbinden van de eigen bestuurlijke en organisatorische doelen met de professionals en de mensen met en voor wie zij werken. Dienende leiders en overheden hebben het vermogen om die verbinding tot stand te brengen. Het zou hen sieren wanner zij daartoe hun (bestuurlijk) melanchomane en narcistische veren afleggen.